Besluit van 29 maart 2012 tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2010)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 februari 2012, 2012-0000074162, CZW/ Staatsrecht en Bestuur;

Gelet op artikel 13, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 maart 2012, nr. W04.120038.1);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 23 maart 2012, nr. 2012-0000170969, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen wordt als volgt gewijzigd:

A

De artikelen 2a, 2b, 2d, 19, 26, 29b, 29e tot en met 29h, 29n, 29p, 29q en 29s en de bijlagen 27a, 29a tot en met 29d, 29f, 29g, 29i tot en met 29p, 29r en 29s vervallen.

B

Artikel 2c. Regionale luchthavens, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2c-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

C

Na artikel 2c worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 2e. Archeologische structuur

In het jaar 2010 ontvangt de provincie Utrecht een eenmalige bijdrage van € 207.000.

Artikel 2f. Elektrisch varen

In het jaar 2010 ontvangt de provincie Fryslân een bijdrage van € 175.000.

Artikel 2g. Personeelsvoorziening procestechniek nieuwe energie

In het jaar 2010 ontvangt de provincie Limburg € 621.177.

Artikel 2h. Restauratie Rijksmonumenten

In het jaar 2010 ontvangen de provincies, genoemd in bijlage 2h, de in die bijlage genoemde uitkering.

D

Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b in een puntkomma wordt aan artikel 10. Compensatie derving OZB op bedrijfswoningen, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. genoemd in de bijlage 10c, in het jaar 2010 de in die bijlage genoemde uitkering.

E

De bijlage bij artikel 14. Nationaal actieplan sport en bewegen, wordt voor het jaar 2010 vervangen door bijlage 14-2 behorende bij dit besluit.

F

Artikel 17. Pilot toezicht Drank- en Horecawet, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten genoemd in bijlage 17-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

G

Artikel 18. Pilot gemengde scholen wordt als volgt gewijzigd:

Bijlage 18 wordt voor de jaren 2010 en 2011 voor de in die bijlage genoemde gemeenten gewijzigd.

H

Artikel 20. Polarisatie en radicalisering, komt te luiden:

De gemeenten, genoemd in bijlage 20a, ontvangen in de jaren 2010 en 2011 het in die bijlage genoemde bedrag.

I

Aan artikel 27. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. De gemeenten, genoemd in bijlage 27c, ontvangen voor het jaar 2008 op basis van de in onderdeel b genoemde maatstaven het in die bijlage genoemde bedrag.

J

Artikel 29a. Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten genoemd in bijlage 29a-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

K

Artikel 29c. Antillianengemeenten, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29c-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

L

Artikel 29d. Budget 40+wijken, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29d-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

M

Artikel 29i. Herbestemming aandachtswijken, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29i-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

N

Artikel 29j. Herstructurering bedrijventerreinen, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29j-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

O

Artikel 29k. Impuls brede scholen combinatiefuncties, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29k-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

P

Artikel 29l. Innovatietrajecten inburgering, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29l-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

Q

Artikel 29m. Jeugdwerkloosheid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29m-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

R

Artikel 29o. Spoorse doorsnijdingen tweede tranche, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29o-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

S

Artikel 29r. Veilige publieke taak, wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst.

2. Een lid wordt toegevoegd, luidende:

  • 2. In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29r-2, de in die bijlage genoemde uitkering.

T

Na artikel 29s wordt het volgende artikel ingevoegd:

Artikel 29t. WMO Maatregelen psychosociale problemen

In de jaren 2009 en 2010 ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 29t, de in die bijlage genoemde uitkering.

U

Na artikel 29t worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 29u. WMO compensatie pakketmaatregel AWBZ nadeelgemeenten

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29u de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29v. Arbeidsparticipatie alleenstaande ouders

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29v, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29w. Drugspilots

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29w, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29x. Emancipatie Duizend en één kracht

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29x, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29ij. Gezond in de stad

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29ij, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29z. Hogeschool Almere

In het jaar 2010 ontvangt de gemeente Almere € 10 miljoen.

Artikel 29aa. Inburgering (instapcursussen)

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29aa, de in die bijlage genoemde extra uitkering.

Artikel 29bb. Inburgering (knelpunten)

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29bb, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29cc. Inburgering (uitvoeringskosten)

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29cc, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29dd. Jeugd

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29dd, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29ee. Leefbaarheid en veiligheid

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29ee, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29ff. Loondispensatie

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29ff, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29gg. Onderwijsachterstandenbeleid

Gemeenten, genoemd in bijlage 29gg, ontvangen in het jaar 2010 de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29hh. Rolstoelvoorzieningen Arnhem

In het jaar 2010 ontvangt de gemeente Arnhem € 1.400.000.

Artikel 29ii. Vadercentra

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29ii, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29jj. Versterking peuterspeelzaalwerk

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29jj, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29kk. Vrouwenopvang

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29kk, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29ll. Wachtlijsten kinderopvang

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29ll, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29mm. Winkelstraatmanagement

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29mm, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 29nn. Uitvoeringskosten Wet werk en inkomen kunstenaars

In het jaar 2010 ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29nn, de in die bijlage genoemde uitkering.

V

Na artikel 31 worden de volgende artikelen ingevoegd:

Artikel 31a. Alle troeven in handen

In 2010 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31a, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 31b. Bedrijventerreinen (Topperprojecten)

In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31b, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 31c. Bodemsanering

In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31c, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 31d. Krimp

In het jaar 2010 ontvangt de provincie Groningen € 14.750.000 en ontvangen de gemeenten, genoemd in bijlage 31d, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 31e. Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn

In het jaar 2010 ontvangen de gemeente Assen € 13.039.000 en provincies, genoemd in bijlage 31e, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 31f. Stimulering lokale klimaatinitiatieven (SLOK)

In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31f, de in die bijlage genoemde uitkering.

Artikel 31g. Tijdbeleid gemeenten en provincies.

In het jaar 2010 ontvangen de gemeenten en provincies, genoemd in bijlage 31g, de in die bijlage genoemde uitkering.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010 met uitzondering van artikel 27, onderdeel I, dat terugwerkt tot en met 1 januari 2008 en artikel 29t, onderdeel T, dat terugwerkt tot en met 1 januari 2009.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 29 maart 2012

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies

De Staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers

Uitgegeven de dertiende april 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten

Bijlage behorend bij artikel I van het Besluit van pm tot wijziging van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen in verband met het wijzigen van bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en het introduceren van nieuwe decentralisatie- en integratie-uitkeringen (2010)

Bijlage 2c-2, genoemd in artikel 2c. Regionale luchthavens

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 43.702

Fryslân

€ 110.616

Drenthe

€ 36.863

Overijssel

€ 101.902

Gelderland

€ 97.694

Utrecht

€ 15.917

Noord-Holland

€ 169.178

Zuid-Holland

€ 71.507

Zeeland

€ 92.875

Noord-Brabant

€ 119.753

Limburg

€ 83.683

Flevoland

€ 24.310

Totaal

€ 968.000

Bijlage 2h, genoemd in artikel 2h. Restauratie Rijksmonumenten

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 859.004

Fryslân

€ 1.392.094

Drenthe

€ 473.022

Overijssel

€ 1.194.900

Gelderland

€ 1.598.745

Utrecht

€ 1.449.536

Noord-Holland

€ 4.465.237

Zuid-Holland

€ 2.861.767

Zeeland

€ 1.263.200

Noord-Brabant

€ 1.636.222

Limburg

€ 1.689.461

Flevoland

€ 116.812

Totaal

€ 19.000.000

Bijlage 10c, genoemd in artikel 10c. Compensatie derving OZB op bedrijfswoningen

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 97.580

Aalburg

€ 16.524

Aalsmeer

€ 18.895

Aalten

€ 49.486

Abcoude

€ 9.054

Achtkarspelen

€ 83.159

Alblasserdam

€ 8.142

Albrandswaard

€ 4.950

Alkmaar

€ 112.280

Almelo

€ 96.000

Almere

€ 75.019

Alphen aan den Rijn

€ 69.417

Alphen-Chaam

€ 84.149

Amersfoort

€ 111.693

Amstelveen

€ 44.396

Amsterdam

€ 275.000

Andijk

€ 20.702

Anna Paulowna

€ 59.243

Apeldoorn

€ 119.788

Appingedam

€ 20.000

Arnhem

€ 279.476

Assen

€ 153.375

Asten

€ 51.290

Baarle-Nassau

€ 21.050

Baarn

€ 47.869

Barendrecht

€ 5.022

Barneveld

€ 125.000

Bedum

€ 40.294

Beek

€ 28.200

Beemster

€ 24.668

Beesel

€ 4.720

Bellingwedde

€ 36.361

Bergambacht

€ 16.153

Bergeijk

€ 78.025

Bergen L

€ 29.300

Bergen NH

€ 60.925

Bergen op Zoom

€ 35.236

Berkelland

€ 162.725

Bernheze

€ 114.938

Bernisse

€ 34.544

Best

€ 18.803

Beuningen

€ 41.353

Beverwijk

€ 18.204

Binnenmaas

€ 48.980

Bladel

€ 67.639

Bloemendaal

€ 47.630

Boarnsterhim

€ 37.246

Bodegraven

€ 31.689

Boekel

€ 53.712

Bolsward

€ 8.801

Borger-Odoorn

€ 83.336

Borne

€ 57.891

Borsele

€ 91.598

Boskoop

€ 27.870

Boxmeer

€ 60.158

Boxtel

€ 43.708

Breda

€ 229.000

Breukelen

€ 27.609

Brielle

€ 14.872

Bronckhorst

€ 127.755

Brummen

€ 36.000

Brunssum

€ 13.791

Bunnik

€ 41.566

Bunschoten

€ 13.693

Buren

€ 68.588

Bussum

€ 16.458

Capelle aan den IJssel

€ 53.146

Castricum

€ 24.840

Coevorden

€ 90.500

Cranendonck

€ 65.058

Cromstrijen

€ 27.596

Cuijk

€ 43.880

Culemborg

€ 26.044

Dalfsen

€ 102.280

Dantumadiel

€ 30.326

De Bilt

€ 65.000

De Marne

€ 38.044

De Ronde Venen

€ 62.809

De Wolden

€ 66.903

Delft

€ 72.000

Delfzijl

€ 100.000

Den Helder

€ 70.892

Deurne

€ 118.190

Deventer

€ 178.000

Diemen

€ 6.244

Dinkelland

€ 164.240

Dirksland

€ 12.618

Doesburg

€ 10.793

Doetinchem

€ 56.684

Dongen

€ 32.585

Dongeradeel

€ 72.407

Dordrecht

€ 148.299

Drechterland

€ 17.378

Drimmelen

€ 61.833

Dronten

€ 129.975

Druten

€ 42.992

Duiven

€ 9.518

Echt-Susteren

€ 70.722

Edam-Volendam

€ 6.407

Ede

€ 245.099

Eemnes

€ 13.776

Eemsmond

€ 80.563

Eersel

€ 55.000

Eijsden

€ 22.831

Eindhoven

€ 319.994

Elburg

€ 28.567

Emmen

€ 204.748

Enkhuizen

€ 18.000

Enschede

€ 105.000

Epe

€ 40.000

Ermelo

€ 46.066

Etten-Leur

€ 47.906

Ferwerderadiel

€ 23.101

Franekeradeel

€ 55.000

Gaasterlan-Sleat

€ 3.112

Geertruidenberg

€ 27.927

Geldermalsen

€ 38.607

Geldrop-Mierlo

€ 25.011

Gemert-Bakel

€ 71.932

Gennep

€ 27.000

Giessenlanden

€ 26.980

Gilze en Rijen

€ 24.720

Goedereede

€ 12.166

Goes

€ 58.571

Goirle

€ 24.787

Gorinchem

€ 15.078

Gouda

€ 37.613

Graafstroom

€ 31.281

Graft-De Rijp

€ 10.135

Grave

€ 17.059

Groesbeek

€ 47.000

Groningen

€ 107.764

Grootegast

€ 48.406

Gulpen-Wittem

€ 70.327

Haaksbergen

€ 72.000

Haaren

€ 61.578

Haarlem

€ 136.800

Haarlemmerliede Spaarnwoude

€ 2.744

Haarlemmermeer

€ 104.842

Halderberge

€ 52.816

Hardenberg

€ 194.149

Harderwijk

€ 20.406

Hardinxveld-Giessendam

€ 11.314

Haren

€ 7.061

Harenkarspel

€ 15.736

Harlingen

€ 47.063

Hattem

€ 11.097

Heemskerk

€ 24.135

Heemstede

€ 78.029

Heerde

€ 19.747

Heerenveen

€ 113.259

Heerhugowaard

€ 56.569

Heerlen

€ 112.898

Heeze-Leende

€ 46.352

Heiloo

€ 7.800

Hellendoorn

€ 102.131

Hellevoetsluis

€ 47.404

Helmond

€ 32.180

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 13.886

Hengelo

€ 67.466

Het Bildt

€ 54.967

Heumen

€ 14.621

Heusden

€ 54.550

Hillegom

€ 11.302

Hilvarenbeek

€ 42.753

Hilversum

€ 36.000

Hof van Twente

€ 152.157

Hoogeveen

€ 109.107

Hoogezand-Sappemeer

€ 40.199

Hoorn

€ 28.061

Horst aan de Maas

€ 112.270

Houten

€ 50.832

Huizen

€ 24.066

Hulst

€ 43.346

IJsselstein

€ 9.907

Kaag en Braassem

€ 22.450

Kampen

€ 106.233

Kapelle

€ 18.177

Katwijk

€ 21.695

Kerkrade

€ 74.636

Koggenland

€ 18.804

Kollumerland en Nieuwkruisland

€ 27.882

Korendijk

€ 25.509

Krimpen aan den IJssel

€ 2.197

Laarbeek

€ 52.271

Landerd

€ 45.105

Landgraaf

€ 80.000

Landsmeer

€ 24.386

Langedijk

€ 25.228

Lansingerland

€ 49.166

Leek

€ 24.157

Leerdam

€ 55.397

Leeuwarden

€ 116.340

Leeuwarderadeel

€ 22.628

Leiden

€ 163.086

Leiderdorp

€ 3.642

Leidschendam-Voorburg

€ 45.453

Lelystad

€ 154.879

Lemsterland

€ 31.271

Leudal

€ 85.266

Leusden

€ 30.326

Liesveld

€ 21.533

Lingewaal

€ 18.384

Lingewaard

€ 61.974

Lisse

€ 17.506

Lith

€ 46.241

Littenseradiel

€ 37.000

Lochem

€ 72.500

Loenen

€ 20.454

Loon op Zand

€ 27.967

Lopik

€ 28.000

Loppersum

€ 36.235

Losser

€ 71.168

Maarssen

€ 8.719

Maasdonk

€ 57.334

Maasdriel

€ 92.465

Maasgouw

€ 40.702

Maassluis

€ 35.202

Maastricht

€ 97.221

Margraten

€ 42.702

Marum

€ 38.522

Medemblik

€ 49.763

Meerssen

€ 21.143

Menameradiel

€ 35.057

Menterwolde

€ 37.370

Meppel

€ 19.139

Middelburg

€ 56.547

Middelharnis

€ 15.735

Midden Drenthe

€ 150.000

Midden-Delfland

€ 25.228

Mill en Sint Hubert

€ 49.173

Millingen a/d Rijn

€ 12.023

Moerdijk

€ 97.546

Montferland

€ 57.280

Montfoort U

€ 56.479

Naarden

€ 10.057

Neder-Betuwe

€ 40.069

Nederlek

€ 17.165

Nederweert

€ 57.596

Neerijnen

€ 49.422

Niedorp

€ 21.741

Nieuwegein

€ 5.399

Nieuwkoop

€ 65.642

Nieuw-Lekkerland

€ 11.518

Nijefurd

€ 65.027

Nijkerk

€ 50.314

Nijmegen

€ 167.250

Noord-Beveland

€ 30.118

Noordenveld

€ 49.639

Noordoostpolder

€ 161.508

Noordwijk

€ 7.648

Noordwijkerhout

€ 33.142

Nuenen c.a.

€ 37.236

Nunspeet

€ 40.927

Nuth

€ 35.222

Oegstgeest

€ 15.000

Oirschot

€ 91.626

Oisterwijk

€ 37.576

Oldambt

€ 134.873

Oldebroek

€ 52.977

Oldenzaal

€ 26.498

Olst-Wijhe

€ 91.196

Ommen

€ 55.000

Onderbanken

€ 7.851

Oost Gelre

€ 79.044

Oosterhout

€ 46.323

Oostflakkee

€ 20.482

Ooststellingwerf

€ 40.724

Oostzaan

€ 2.932

Opmeer

€ 16.528

Opsterland

€ 80.000

Oss

€ 69.867

Oud-Beijerland

€ 19.860

Oude IJsselstreek

€ 70.224

Ouder-Amstel

€ 9.505

Ouderkerk

€ 12.961

Oudewater

€ 49.500

Overbetuwe

€ 61.702

Papendrecht

€ 11.269

Peel en Maas

€ 125.161

Pekela

€ 42.212

Pijnacker-Nootdorp

€ 79.000

Purmerend

€ 19.250

Putten

€ 39.586

Raalte

€ 150.000

Reeuwijk

€ 26.729

Reimerswaal

€ 51.347

Renkum

€ 77.448

Renswoude

€ 23.073

Reusel-De Mierden

€ 86.084

Rheden

€ 63.029

Rhenen

€ 60.002

Ridderkerk

€ 16.058

Rijnwaarden

€ 17.923

Rijnwoude

€ 50.186

Rijssen-Holten

€ 43.762

Rijswijk

€ 12.394

Roerdalen

€ 28.975

Roermond

€ 61.145

Roosendaal

€ 62.944

Rotterdam

€ 425.000

Rucphen

€ 45.000

Schagen

€ 22.342

Schermer

€ 32.000

Scherpenzeel

€ 15.444

Schiedam

€ 38.957

Schiermonnikoog

€ 2.394

Schijndel

€ 45.129

Schinnen

€ 19.500

Schoonhoven

€ 15.836

Schouwen-Duiveland

€ 98.564

’s-Gravenhage

€ 640.072

’s-Hertogenbosch

€ 200.326

Simpelveld

€ 19.510

Sint-Anthonis

€ 56.556

Sint-Michielsgestel

€ 47.860

Sint-Oedenrode

€ 59.987

Sittard-Geleen

€ 175.748

Skarsterlan

€ 67.395

Sliedrecht

€ 14.067

Slochteren

€ 55.000

Sluis

€ 87.839

Smallingerland

€ 190.000

Sneek

€ 73.497

Soest

€ 20.380

Someren

€ 53.035

Son en Breugel

€ 12.966

Spijkenisse

€ 31.679

Stadskanaal

€ 41.024

Staphorst

€ 44.983

Stede Broec

€ 18.500

Steenbergen

€ 61.526

Steenwijkerland

€ 180.000

Stein

€ 32.177

Strijen

€ 19.178

Ten Boer

€ 30.035

Terneuzen

€ 115.113

Terschelling

€ 17.510

Texel

€ 12.075

Teylingen

€ 13.568

Tholen

€ 57.465

Tiel

€ 44.640

Tilburg

€ 111.278

Tubbergen

€ 120.695

Twenterand

€ 60.920

Tynaarlo

€ 31.407

Tytsjerksteradiel

€ 106.618

Ubbergen

€ 25.096

Uden

€ 89.604

Uithoorn

€ 16.039

Urk

€ 23.890

Utrecht

€ 136.132

Utrechtse Heuvelrug

€ 86.930

Vaals

€ 11.124

Valkenburg a/d Geul

€ 32.487

Valkenswaard

€ 32.647

Veendam

€ 24.693

Veenendaal

€ 21.520

Veere

€ 28.477

Veghel

€ 83.083

Veldhoven

€ 75.691

Velsen

€ 25.598

Venlo

€ 137.798

Venray

€ 150.190

Vianen

€ 13.171

Vlaardingen

€ 10.832

Vlagtwedde

€ 45.000

Vlieland

€ 5.551

Vlissingen

€ 71.809

Vlist

€ 34.506

Voerendaal

€ 24.513

Voorschoten

€ 22.960

Voorst

€ 49.607

Vught

€ 127.854

Waalre

€ 9.194

Waalwijk

€ 46.087

Waddinxveen

€ 9.490

Wageningen

€ 12.500

Waterland

€ 27.475

Weert

€ 18.920

Weesp

€ 18.213

Werkendam

€ 37.227

Wervershoof

€ 15.214

West Maas en Waal

€ 74.934

Westerveld

€ 42.171

Westervoort

€ 989

Westland

€ 217.143

Weststellingwerf

€ 77.818

Westvoorne

€ 22.380

Wierden

€ 41.501

Wieringen

€ 9.623

Wieringermeer

€ 59.398

Wijchen

€ 11.538

Wijdemeren

€ 18.779

Wijk bij Duurstede

€ 75.000

Winsum

€ 47.422

Winterswijk

€ 104.466

Woensdrecht

€ 44.249

Woerden

€ 93.564

Wormerland

€ 26.740

Woudenberg

€ 15.629

Woudrichem

€ 43.046

Wunseradiel

€ 57.318

Wymbritseradiel

€ 45.591

Zaanstad

€ 162.901

Zaltbommel

€ 87.002

Zandvoort

€ 7.406

Zederik

€ 24.920

Zeevang

€ 12.297

Zeewolde

€ 120.000

Zeist

€ 69.000

Zevenaar

€ 32.376

Zijpe

€ 30.622

Zoetermeer

€ 120.000

Zoeterwoude

€ 8.310

Zuidhorn

€ 55.205

Zuidplas

€ 38.649

Zundert

€ 43.785

Zutphen

€ 36.015

Zwartewaterland

€ 42.751

Zwijndrecht

€ 48.087

Zwolle

€ 84.538

Totaal

€ 23.921.570

Bijlage 14-2, genoemd in artikel 14. National actieplan sport en bewegen

Gemeente

Uitkering 2010

Achtkarspelen

€ 66.286

Alkmaar

€ 149.199

Almelo

€ 127.096

Amsterdam

€ 476.442

Appingedam

€ 34.374

Arnhem

€ 75.000

Assen

€ 119.391

Baarle-Nassau

€ 20.022

Bedum

€ 31.202

Bellingwedde

€ 28.542

Bergen op Zoom

€ 120.440

Bolsward

€ 28.797

Borger-Odoorn

€ 62.594

Brunssum

€ 69.180

Coevorden

€ 70.000

Cuijk

€ 58.498

Dantumadiel

€ 48.922

De Marne

€ 31.508

Delft

€ 150.379

Delfzijl

€ 65.306

Den Helder

€ 7.500

Deventer

€ 151.617

Doesburg

€ 33.186

Dordrecht

€ 164.271

Echt-Susteren

€ 73.518

Eemsmond

€ 43.420

Eindhoven

€ 209.850

Emmen

€ 159.416

Enkhuizen

€ 45.652

Enschede

€ 75.000

Ferwerderadiel

€ 26.682

Franekeradeel

€ 25.625

Gaasterlan-Sleat

€ 28.125

Geertruidenberg

€ 2.500

Goes

€ 50.000

Groesbeek

€ 47.814

Groningen

€ 195.807

Grootegast

€ 34.296

Hardenberg

€ 112.158

Harlingen

€ 40.930

Heerenveen

€ 89.164

Heerlen

€ 145.537

Hengelo

€ 93.500

Hoogeveen

€ 106.575

Hoogezand-Sappemeer

€ 76.588

Hoorn

€ 123.174

Kerkrade

€ 98.154

Landgraaf

€ 83.299

Leek

€ 48.380

Leerdam

€ 51.376

Leeuwarden

€ 41.250

Lelystad

€ 127.252

Lemsterland

€ 36.868

Littenseradiel

€ 31.700

Losser

€ 54.970

Maastricht

€ 164.519

Marum

€ 30.132

Menterwolde

€ 35.110

Meppel

€ 71.631

Middelburg

€ 95.901

Neder-Betuwe

€ 54.618

Nijefurd

€ 31.772

Nijmegen

€ 185.454

Noord-Beveland

€ 21.801

Oldambt

€ 106.195

Ooststellingwerf

€ 62.448

Opmeer

€ 32.424

Opsterland

€ 94.166

Peel en Maas

€ 49.092

Pekela

€ 36.608

Reusel-De Mierden

€ 7.500

Roermond

€ 106.372

Rotterdam

€ 397.029

Rozenburg

€ 35.360

Schiedam

€ 130.162

’s-Gravenhage

€ 341.971

Sittard-Geleen

€ 151.245

Skarsterlan

€ 64.102

Smallingerland

€ 40.000

Sneek

€ 74.659

Stadskanaal

€ 76.185

Stede Broec

€ 52.690

Steenwijkerland

€ 89.691

Stein

€ 12.500

Terneuzen

€ 30.000

Tholen

€ 60.310

Tilburg

€ 205.630

Twenterand

€ 50.000

Utrecht

€ 249.201

Vaals

€ 29.877

Veendam

€ 66.234

Venlo

€ 147.091

Vlaardingen

€ 126.461

Vlagtwedde

€ 37.500

Vlieland

€ 3.411

Vlissingen

€ 92.535

Wageningen

€ 78.520

Weststellingwerf

€ 61.000

Wunseradiel

€ 33.794

Zaanstad

€ 175.701

Totaal

€ 8.666.934

Bijlage 17-2, genoemd in artikel 17. Pilot toezicht Drank- en Horecawet

Gemeente

Uitkering 2010

Delfzijl

€ 150.000

Drimmelen

€ 75.000

Hoorn

€ 150.000

Kaag en Braassem

€ 150.000

Kampen

€ 150.000

Katwijk

€ 150.000

Leeuwarden

€ 150.000

Lingewaard

€ 150.000

Maastricht

€ 150.000

Middelharnis

€ 150.000

Spijkenisse

€ 150.000

Texel

€ 150.000

Utrecht

€ 150.000

Vlaardingen

€ 150.000

Winterswijk

€ 150.000

Totaal

€ 2.175.000

Bijlage 18, genoemd in artikel 18. Pilot gemengde scholen

Gemeente

Uitkering 2010

Uitkering 2011

Almelo

€ 50.000

€ 50.000

Amsterdam

€ 100.000

€ 100.000

Amersfoort

€ 50.000

€ 50.000

Den Haag

€ 100.000

€ 100.000

Deventer

€ 50.000

€ 50.000

Eindhoven

€ 50.000

€ 50.000

Leiden

€ 50.000

€ 50.000

Nijmegen

€ 50.000

€ 50.000

Rotterdam

€ 100.000

€ 100.000

Schiedam

€ 50.000

€ 50.000

Tilburg

€ 50.000

€ 50.000

Utrecht

€ 100.000

€ 100.000

Totaal

€ 800.000

€ 800.000

Bijlage 20a, genoemd in artikel 20. Polarisatie en radicalisering

Gemeente

Uitkering 2010

Uitkering 2011

Amersfoort

€ 40.000

 

Amsterdam

€ 562.500

€ 525.000

Apeldoorn

€ 179.750

 

Arnhem

€ 75.000

 

Bergen op Zoom

€ 25.000

 

Bunnik

€ 335.000

 

Capelle aan den IJssel

€ 39.000

 

Culemborg

€ 360.000

€ 50.000

Ede

€ 14.500

 

Eemsmond

€ 96.000

 

Gouda

€ 14.500

 

Helmond

€ 153.000

 

Krimpen aan den IJssel

€ 3.000

 

Leiden

€ 15.000

 

Nijmegen

€ 25.000

 

Renkum

€ 190.000

 

Roermond

€ 48.000

 

Rotterdam

€ 537.000

 

’s-Gravenhage

€ 542.500

 

Tiel

€ 28.000

 

Utrecht

€ 508.000

 

Waalwijk

€ 15.000

 

Weert

€ 49.000

€ 49.000

Zoetermeer

€ 27.500

€ 14.500

Totaal

€ 3.882.250

€ 638.500

Bijlage 27c, genoemd in artikel 27. Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)

Gemeente

Uitkering 2008

Aa en Hunze

€ 2.449.393

Aalburg

€ 790.880

Aalsmeer

€ 1.999.291

Aalten

€ 2.761.367

Abcoude

€ 595.328

Achtkarspelen

€ 2.489.666

Alblasserdam

€ 1.848.168

Albrandswaard

€ 1.282.348

Alkemade

€ 1.014.796

Alkmaar

€ 9.219.695

Almelo

€ 7.618.740

Almere

€ 9.367.909

Alphen a/d Rijn

€ 5.155.492

Alphen-Chaam

€ 639.224

Ameland

€ 261.554

Amersfoort

€ 10.914.503

Amstelveen

€ 8.501.068

Amsterdam

€ 67.392.985

Andijk

€ 505.741

Anna Paulowna

€ 941.361

Apeldoorn

€ 15.257.362

Appingedam

€ 1.748.370

Arcen en Velden

€ 716.938

Arnhem

€ 13.832.096

Assen

€ 6.212.423

Asten

€ 1.277.468

Baarle-Nassau

€ 676.072

Baarn

€ 3.104.214

Barendrecht

€ 2.360.402

Barneveld

€ 2.930.249

Bedum

€ 982.713

Beek

€ 1.791.270

Beemster

€ 769.534

Beesel

€ 1.086.617

Bellingwedde

€ 1.271.202

Bennebroek

€ 674.596

Bergambacht

€ 708.334

Bergeijk

€ 1.307.087

Bergen L

€ 1.335.466

Bergen NH

€ 3.205.066

Bergen op Zoom

€ 6.407.437

Berkelland

€ 3.967.138

Bernheze

€ 1.908.875

Bernisse

€ 801.388

Best

€ 1.833.542

Beuningen

€ 1.579.130

Beverwijk

€ 4.151.064

Binnenmaas

€ 2.101.430

Bladel

€ 1.325.383

Blaricum

€ 765.225

Bloemendaal

€ 1.564.568

Boarnsterhim

€ 1.485.641

Bodegraven

€ 1.301.726

Boekel

€ 679.212

Bolsward

€ 1.148.041

Borger-Odoorn

€ 2.406.088

Borne

€ 1.818.836

Borsele

€ 1.798.012

Boskoop

€ 1.019.961

Boxmeer

€ 2.166.708

Boxtel

€ 2.619.648

Breda

€ 15.615.967

Breukelen

€ 1.159.051

Brielle

€ 1.029.665

Bronckhorst

€ 3.473.215

Brummen

€ 1.964.405

Brunssum

€ 4.175.877

Bunnik

€ 985.950

Bunschoten

€ 1.052.330

Buren

€ 1.546.594

Bussum

€ 3.789.786

Capelle a/d IJssel

€ 5.875.961

Castricum

€ 2.893.530

Coevorden

€ 3.648.839

Cranendonck

€ 1.533.925

Cromstrijen

€ 907.744

Cuijk

€ 1.992.874

Culemborg

€ 1.944.390

Dalfsen

€ 1.903.732

Dantumadeel

€ 2.022.723

De Bilt

€ 4.910.106

De Marne

€ 1.124.159

De Ronde Venen

€ 2.163.385

De Wolden

€ 2.174.300

Delft

€ 8.617.941

Delfzijl

€ 3.067.042

Den Helder

€ 5.656.991

Deurne

€ 2.528.462

Deventer

€ 9.236.076

Diemen

€ 1.970.668

Dinkelland

€ 1.946.823

Dirksland

€ 727.374

Doesburg

€ 1.101.359

Doetinchem

€ 5.739.395

Dongen

€ 1.943.933

Dongeradeel

€ 2.488.233

Dordrecht

€ 11.882.114

Drechterland

€ 1.344.489

Drimmelen

€ 1.967.002

Dronten

€ 2.518.014

Druten

€ 1.382.899

Duiven

€ 1.603.003

Echt-Susteren

€ 3.513.807

Edam-Volendam

€ 1.771.610

Ede

€ 8.371.348

Eemnes

€ 508.920

Eemsmond

€ 1.798.653

Eersel

€ 1.494.308

Eijsden

€ 877.798

Eindhoven

€ 22.215.112

Elburg

€ 1.510.542

Emmen

€ 12.541.234

Enkhuizen

€ 1.749.332

Enschede

€ 16.666.976

Epe

€ 3.470.861

Ermelo

€ 2.650.113

Etten-Leur

€ 3.144.753

Ferwerderadiel

€ 794.106

Franekeradeel

€ 2.080.045

Gaasterlan-Sleat

€ 1.005.003

Geertruidenberg

€ 1.620.082

Geldermalsen

€ 1.745.002

Geldrop-Mierlo

€ 3.355.907

Gemert-Bakel

€ 2.153.933

Gennep

€ 1.942.594

Giessenlanden

€ 872.871

Gilze en Rijen

€ 1.814.802

Goedereede

€ 760.250

Goes

€ 4.329.422

Goirle

€ 1.609.856

Gorinchem

€ 3.476.364

Gouda

€ 6.119.929

Graafstroom

€ 504.365

Graft-De Rijp

€ 482.201

Grave

€ 1.091.033

Groesbeek

€ 2.144.776

Groningen

€ 15.540.591

Grootegast

€ 972.331

Gulpen-Wittem

€ 1.355.385

Haaksbergen

€ 1.918.555

Haaren

€ 1.191.116

Haarlem

€ 15.886.422

Haarlemmerliede Spaarnwoude

€ 453.551

Haarlemmermeer

€ 7.819.934

Halderberge

€ 2.282.594

Hardenberg

€ 4.480.365

Harderwijk

€ 3.386.754

Hardinxveld-Giessendam

€ 1.375.551

Haren

€ 2.306.092

Harenkarspel

€ 1.187.337

Harlingen

€ 1.583.018

Hattem

€ 1.004.744

Heemskerk

€ 3.547.389

Heemstede

€ 3.197.090

Heerde

€ 1.665.026

Heerenveen

€ 4.999.997

Heerhugowaard

€ 3.126.371

Heerlen

€ 12.656.835

Heeze-Leende

€ 1.342.305

Heiloo

€ 2.082.649

Helden

€ 1.564.963

Hellendoorn

€ 3.018.464

Hellevoetsluis

€ 2.756.966

Helmond

€ 7.527.517

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 1.469.850

Hengelo

€ 8.277.817

Het Bildt

€ 1.063.304

Heumen

€ 1.165.372

Heusden

€ 3.035.463

Hillegom

€ 1.859.123

Hilvarenbeek

€ 957.115

Hilversum

€ 9.468.068

Hof van Twente

€ 3.223.209

Hoogeveen

€ 5.879.830

Hoogezand-Sappemeer

€ 4.221.945

Hoorn

€ 5.881.480

Horst aan de Maas

€ 2.162.344

Houten

€ 2.154.019

Huizen

€ 3.541.890

Hulst

€ 3.120.672

IJsselstein

€ 1.984.801

Jacobswoude

€ 659.126

Kampen

€ 4.083.611

Kapelle

€ 949.481

Katwijk

€ 4.269.871

Kerkrade

€ 6.582.340

Kessel

€ 356.783

Koggenland

€ 1.362.158

Kollumerland Nieuwkruisland

€ 1.247.784

Korendijk

€ 755.313

Krimpen a/d IJssel

€ 2.296.391

Laarbeek

€ 1.614.162

Landerd

€ 1.029.185

Landgraaf

€ 4.541.378

Landsmeer

€ 861.781

Langedijk

€ 1.598.798

Lansingerland

€ 2.202.406

Laren

€ 1.348.965

Leek

€ 2.019.165

Leerdam

€ 1.895.465

Leeuwarden

€ 10.298.487

Leeuwarderadeel

€ 839.707

Leiden

€ 9.548.569

Leiderdorp

€ 2.048.586

Leidschendam-Voorburg

€ 8.431.346

Lelystad

€ 4.993.772

Lemsterland

€ 1.041.103

Leudal

€ 2.866.341

Leusden

€ 1.992.678

Liesveld

€ 623.265

Lingewaal

€ 695.909

Lingewaard

€ 2.966.875

Lisse

€ 1.921.368

Lith

€ 429.606

Littenseradiel

€ 749.814

Lochem

€ 3.353.477

Loenen

€ 695.709

Loon op Zand

€ 1.836.594

Lopik

€ 791.887

Loppersum

€ 1.014.081

Losser

€ 2.182.159

Maarssen

€ 2.579.700

Maasbree

€ 808.166

Maasdonk

€ 793.031

Maasdriel

€ 1.692.962

Maasgouw

€ 2.630.877

Maassluis

€ 2.889.723

Maastricht

€ 14.157.004

Margraten

€ 1.055.237

Marum

€ 772.669

Medemblik

€ 2.148.303

Meerlo-Wanssum

€ 506.775

Meerssen

€ 1.706.591

Meijel

€ 433.989

Menaldumadeel

€ 1.129.943

Menterwolde

€ 1.128.092

Meppel

€ 3.084.629

Middelburg

€ 5.045.068

Middelharnis

€ 1.683.241

Midden Drenthe

€ 2.964.946

Midden-Delfland

€ 987.492

Mill en Sint Hubert

€ 881.698

Millingen a/d Rijn

€ 538.843

Moerdijk

€ 2.795.555

Montferland

€ 3.008.101

Montfoort U

€ 746.885

Mook en Middelaar

€ 682.965

Moordrecht

€ 488.036

Muiden

€ 508.265

Naarden

€ 1.593.185

Neder-Betuwe

€ 1.461.889

Nederlek

€ 1.272.196

Nederweert

€ 1.258.269

Neerijnen

€ 819.730

Niedorp

€ 750.894

Nieuwegein

€ 4.121.098

Nieuwerkerk a/d IJssel

€ 1.288.155

Nieuwkoop

€ 1.812.612

Nieuw-Lekkerland

€ 512.094

Nijefurd

€ 1.132.311

Nijkerk

€ 2.526.187

Nijmegen

€ 15.484.876

Noord-Beveland

€ 651.242

Noordenveld

€ 3.028.526

Noordoostpolder

€ 3.873.355

Noordwijk

€ 2.374.484

Noordwijkerhout

€ 1.329.251

Nuenen c.a.

€ 1.397.574

Nunspeet

€ 2.185.205

Nuth

€ 1.578.054

Oegstgeest

€ 1.637.208

Oirschot

€ 1.158.688

Oisterwijk

€ 2.201.133

Oldebroek

€ 1.376.351

Oldenzaal

€ 3.100.033

Olst-Wijhe

€ 1.573.134

Ommen

€ 1.490.718

Onderbanken

€ 835.735

Oost Gelre

€ 2.461.115

Oosterhout

€ 4.394.362

Oostflakkee

€ 858.501

Ooststellingwerf

€ 2.841.963

Oostzaan

€ 727.875

Opmeer

€ 779.588

Opsterland

€ 2.763.432

Oss

€ 6.960.380

Oud-Beijerland

€ 1.639.648

Oude IJsselstreek

€ 3.648.768

Ouder-Amstel

€ 1.145.199

Ouderkerk

€ 637.380

Oudewater

€ 772.530

Overbetuwe

€ 2.704.510

Papendrecht

€ 2.320.118

Pekela

€ 1.809.694

Pijnacker-Nootdorp

€ 2.053.453

Purmerend

€ 7.171.504

Putten

€ 1.770.232

Raalte

€ 3.083.515

Reeuwijk

€ 877.020

Reiderland

€ 996.446

Reimerswaal

€ 1.774.068

Renkum

€ 4.196.469

Renswoude

€ 268.366

Reusel-De Mierden

€ 844.511

Rheden

€ 5.758.774

Rhenen

€ 1.580.801

Ridderkerk

€ 4.548.410

Rijnwaarden

€ 898.065

Rijnwoude

€ 1.147.013

Rijssen-Holten

€ 2.847.364

Rijswijk

€ 6.553.205

Roerdalen

€ 1.876.419

Roermond

€ 5.906.740

Roosendaal

€ 7.275.593

Rotterdam

€ 65.637.186

Rozenburg

€ 966.832

Rozendaal

€ 143.875

Rucphen

€ 1.987.189

Schagen

€ 1.906.173

Scheemda

€ 1.478.677

Schermer

€ 341.869

Scherpenzeel

€ 592.240

Schiedam

€ 7.975.237

Schiermonnikoog

€ 141.834

Schijndel

€ 1.765.609

Schinnen

€ 1.245.556

Schoonhoven

€ 1.003.171

Schouwen-Duiveland

€ 3.239.517

Sevenum

€ 566.582

’s-Gravenhage

€ 46.850.039

’s-Hertogenbosch

€ 12.038.019

Simpelveld

€ 1.139.705

Sint-Anthonis

€ 968.452

Sint-Michielsgestel

€ 2.080.007

Sint-Oedenrode

€ 1.394.754

Sittard-Geleen

€ 11.246.225

Skarsterlan

€ 2.256.150

Sliedrecht

€ 2.685.600

Slochteren

€ 1.222.857

Sluis

€ 2.901.759

Smallingerland

€ 5.908.291

Sneek

€ 3.555.715

Soest

€ 4.416.300

Someren

€ 1.438.531

Son en Breugel

€ 1.180.838

Spijkenisse

€ 5.379.547

Stadskanaal

€ 4.556.047

Staphorst

€ 836.846

Stede Broec

€ 1.577.844

Steenbergen

€ 1.881.799

Steenwijkerland

€ 4.414.171

Stein

€ 2.703.239

Strijen

€ 776.376

Ten Boer

€ 527.302

Terneuzen

€ 6.021.444

Terschelling

€ 392.854

Texel

€ 1.130.195

Teylingen

€ 2.399.420

Tholen

€ 2.085.670

Tiel

€ 3.224.200

Tilburg

€ 18.276.468

Tubbergen

€ 1.332.200

Twenterand

€ 2.702.801

Tynaarlo

€ 3.134.633

Tytsjerksteradiel

€ 3.012.121

Ubbergen

€ 1.047.308

Uden

€ 3.162.541

Uitgeest

€ 755.757

Uithoorn

€ 2.199.323

Urk

€ 687.732

Utrecht

€ 21.504.640

Utrechtse Heuvelrug

€ 4.929.178

Vaals

€ 1.200.611

Valkenburg a/d Geul

€ 2.002.629

Valkenswaard

€ 3.051.460

Veendam

€ 3.630.703

Veenendaal

€ 4.814.959

Veere

€ 1.755.793

Veghel

€ 2.647.147

Veldhoven

€ 3.545.842

Velsen

€ 7.089.659

Venlo

€ 9.606.047

Venray

€ 3.209.150

Vianen

€ 1.300.523

Vlaardingen

€ 8.536.560

Vlagtwedde

€ 2.210.071

Vlieland

€ 114.495

Vlissingen

€ 5.228.306

Vlist

€ 791.010

Voerendaal

€ 1.161.533

Voorschoten

€ 1.946.042

Voorst

€ 2.327.518

Vught

€ 2.297.836

Waalre

€ 1.426.059

Waalwijk

€ 3.763.600

Waddinxveen

€ 1.850.460

Wageningen

€ 2.624.183

Wassenaar

€ 2.785.061

Waterland

€ 1.305.482

Weert

€ 4.281.156

Weesp

€ 1.762.997

Werkendam

€ 1.731.994

Wervershoof

€ 635.051

West Maas Waal

€ 1.499.476

Westerveld

€ 2.001.351

Westervoort

€ 1.057.331

Westland

€ 6.861.456

Weststellingwerf

€ 3.065.757

Westvoorne

€ 1.097.635

Wierden

€ 1.634.059

Wieringen

€ 939.871

Wieringermeer

€ 1.103.774

Wijchen

€ 2.890.248

Wijdemeren

€ 1.817.797

Wijk bij Duurstede

€ 1.293.951

Winschoten

€ 3.054.449

Winsum

€ 1.062.366

Winterswijk

€ 3.226.630

Woensdrecht

€ 1.580.239

Woerden

€ 3.149.941

Wormerland

€ 1.253.077

Woudenberg

€ 899.836

Woudrichem

€ 1.038.681

Wunseradiel

€ 929.637

Wymbritseradiel

€ 1.079.073

Zaanstad

€ 13.402.246

Zaltbommel

€ 1.818.166

Zandvoort

€ 2.349.148

Zederik

€ 896.829

Zeevang

€ 410.131

Zeewolde

€ 804.721

Zeist

€ 6.838.731

Zevenaar

€ 2.908.349

Zevenhuizen-Moerkapelle

€ 705.194

Zijpe

€ 743.455

Zoetermeer

€ 8.090.315

Zoeterwoude

€ 781.291

Zuidhorn

€ 1.288.086

Zundert

€ 2.026.557

Zutphen

€ 4.755.924

Zwartewaterland

€ 1.418.175

Zwijndrecht

€ 4.569.384

Zwolle

€ 9.739.700

Totaal

€ 1.469.545.416

Bijlage 29a-2, genoemd in artikel 29a. Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren

Gemeente

Uitkering 2010

Amersfoort

€ 131.386

Amsterdam

€ 4.344.672

Culemborg

€ 80.000

Ede

€ 80.000

Eindhoven

€ 161.876

Gorinchem

€ 80.000

Gouda

€ 201.918

Helmond

€ 104.944

Leiden

€ 155.803

Lelystad

€ 80.000

Maassluis

€ 80.000

Nijmegen

€ 101.592

Oosterhout

€ 80.000

Roosendaal

€ 123.542

Rotterdam

€ 2.566.388

Schiedam

€ 80.000

’s-Gravenhage

€ 1.743.835

’s-Hertogenbosch

€ 135.877

Tilburg

€ 157.638

Utrecht

€ 1.715.062

Veenendaal

€ 93.116

Zeist

€ 102.351

Totaal

€ 12.400.000

Bijlage 29c-2, genoemd in artikel 29c. Antillianengemeenten

Gemeente

Uitkering 2010

Almere

€ 220.000

Amersfoort

€ 85.000

Amsterdam

€ 522.500

Breda

€ 115.000

Capelle aan den IJssel

€ 92.500

Den Helder

€ 87.500

Dordrecht

€ 200.000

Eindhoven

€ 137.500

Groningen

€ 195.000

Hellevoetsluis

€ 45.000

Leeuwarden

€ 57.500

Lelystad

€ 92.500

Nijmegen

€ 107.500

Rotterdam

€ 1.172.500

Schiedam

€ 97.500

’s-Gravenhage

€ 570.000

Spijkenisse

€ 95.000

Tilburg

€ 257.500

Vlaardingen

€ 82.500

Vlissingen

€ 47.500

Zoetermeer

€ 122.500

Zwolle

€ 82.500

Totaal

€ 4.485.000

Bijlage 29d-2, genoemd in artikel 29d. Budget 40+ wijken

Gemeente

Uitkering 2010

Almere

€ 2.000.000

Amsterdam

€ 1.333.333

Bergen op Zoom

€ 1.000.000

Capelle aan den IJssel

€ 2.000.000

Culemborg

€ 1.000.000

Delft

€ 2.000.000

Delfzijl

€ 1.000.000

Ede

€ 1.000.000

Enschede

€ 2.000.000

Gouda

€ 1.000.000

Haarlem

€ 1.333.333

Hoogezand-Sappemeer

€ 1.000.000

IJsselstein

€ 1.000.000

Leerdam

€ 1.000.000

Leidschendam-Voorburg

€ 2.000.000

Roermond

€ 2.000.000

Roosendaal

€ 1.000.000

’s-Hertogenbosch

€ 1.333.333

Veenendaal

€ 1.000.000

Venray

€ 1.000.000

Vlaardingen

€ 1.000.000

Zoetermeer

€ 2.000.000

Totaal

€ 29.999.999

Bijlage 29i-2, genoemd in artikel 29i. Herbestemming aandachtswijken

Gemeente

Uitkering 2010

Amersfoort

€ 178.000

Amsterdam

€ 429.000

Arnhem

€ 175.000

Deventer

€ 4.000

Eindhoven

€ 135.000

Enschede

€ 7.000

Groningen

€ 19.000

Heerlen

€ 41.000

Leeuwarden

€ 23.000

Maastricht

€ 89.000

Rotterdam

€ 495.749

’s-Gravenhage

€ 364.500

Utrecht

€ 31.000

Zaanstad

€ 5.000

Totaal

€ 1.996.249

Bijlage 29j-2, genoemd in artikel 29j. Herstructurering bedrijventerreinen

Gemeente

Uitkering 2010

Noordoostpolder

€ 5.000.000

Oldenzaal

€ 5.000.000

Soest

€ 10.000.000

Veendam

€ 5.000.000

Totaal

€ 25.000.000

Bijlage 29k-2, genoemd in artikel 29k. Impuls brede scholen combinatiefuncties

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 87.424

Aalsmeer

€ 88.288

Achtkarspelen

€ 105.104

Albrandswaard

€ 79.968

Alkmaar

€ 256.800

Almelo

€ 132.800

Almere

€ 393.352

Alphen a/d Rijn

€ 129.872

Amersfoort

€ 416.000

Amsterdam

€ 1.329.800

Anna Paulowna

€ 27.328

Apeldoorn

€ 269.016

Arnhem

€ 368.800

Assen

€ 120.976

Barneveld

€ 229.024

Bedum

€ 41.104

Beek

€ 27.320

Bergen NH

€ 98.000

Bergen op Zoom

€ 220.944

Bernheze

€ 115.216

Best

€ 113.344

Binnenmaas

€ 96.176

Bladel

€ 70.880

Boarnsterhim

€ 36.752

Borger-Odoorn

€ 90.224

Borne

€ 79.024

Borsele

€ 44.208

Boxmeer

€ 107.216

Boxtel

€ 107.456

Breda

€ 471.600

Bronckhorst

€ 67.336

Bunschoten

€ 82.144

Buren

€ 95.552

Bussum

€ 112.080

Capelle a/d IJssel

€ 112.296

Coevorden

€ 61.896

Cuijk

€ 88.768

Culemborg

€ 110.544

Dalfsen

€ 105.616

De Bilt

€ 74.456

De Wolden

€ 43.448

Delft

€ 131.608

Delfzijl

€ 45.176

Den Helder

€ 95.376

Deventer

€ 173.200

Dordrecht

€ 310.600

Drechterland

€ 71.104

Drimmelen

€ 92.288

Dronten

€ 77.568

Edam-Volendam

€ 54.384

Ede

€ 209.616

Eemsmond

€ 30.648

Eersel

€ 65.552

Eindhoven

€ 440.000

Emmen

€ 264.000

Enschede

€ 253.600

Etten-Leur

€ 71.488

Geldermalsen

€ 104.896

Geldrop-Mierlo

€ 131.776

Gemert-Bakel

€ 51.016

Gilze en Rijen

€ 45.664

Goedereede

€ 21.144

Goes

€ 61.128

Goirle

€ 74.768

Gorinchem

€ 121.072

Gouda

€ 132.384

Groningen

€ 340.000

Haarlem

€ 235.800

Haarlemmermeer

€ 268.560

Halderberge

€ 96.800

Hardenberg

€ 116.008

Harderwijk

€ 159.520

Haren

€ 66.752

Harenkarspel

€ 31.448

Harlingen

€ 27.248

Heemstede

€ 88.912

Heerenveen

€ 73.536

Heerhugowaard

€ 96.472

Heerlen

€ 131.200

Hellendoorn

€ 65.024

Hellevoetsluis

€ 68.544

Helmond

€ 159.224

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 103.296

Hengelo

€ 194.600

Heusden

€ 79.792

Hof van Twente

€ 62.656

Hoogeveen

€ 191.872

Hoorn

€ 124.000

Houten

€ 101.000

Hulst

€ 45.632

IJsselstein

€ 70.872

Kampen

€ 200.560

Kapelle

€ 24.160

Katwijk

€ 242.224

Kerkrade

€ 63.896

Koggenland

€ 84.368

Krimpen a/d IJssel

€ 105.312

Landgraaf

€ 114.608

Langedijk

€ 52.112

Lansingerland

€ 203.872

Leek

€ 70.720

Leerdam

€ 77.376

Leeuwarden

€ 143.200

Leiden

€ 174.200

Leiderdorp

€ 97.680

Leidschendam-Voorburg

€ 113.024

Lelystad

€ 227.600

Leudal

€ 65.616

Leusden

€ 107.072

Loon op Zand

€ 80.576

Losser

€ 38.904

Maarssen

€ 69.240

Maassluis

€ 105.296

Maastricht

€ 158.400

Medemblik

€ 50.368

Meppel

€ 110.560

Middelburg

€ 82.248

Middelharnis

€ 64.160

Midden Drenthe

€ 60.408

Midden-Delfland

€ 72.688

Moerdijk

€ 62.576

Niedorp

€ 23.504

Nieuwegein

€ 101.056

Nijmegen

€ 263.600

Noord-Beveland

€ 21.792

Noordenveld

€ 109.024

Nunspeet

€ 53.744

Oisterwijk

€ 93.872

Olst-Wijhe

€ 65.888

Oosterhout

€ 92.200

Oostflakkee

€ 34.720

Ooststellingwerf

€ 92.608

Opsterland

€ 55.944

Oss

€ 135.440

Oude IJsselstreek

€ 71.600

Overbetuwe

€ 86.560

Pijnacker-Nootdorp

€ 95.392

Purmerend

€ 138.832

Putten

€ 91.456

Raalte

€ 141.920

Reimerswaal

€ 44.504

Renkum

€ 103.008

Rheden

€ 67.488

Ridderkerk

€ 67.736

Rijssen-Holten

€ 77.928

Rijswijk

€ 62.248

Roermond

€ 87.040

Roosendaal

€ 132.360

Rotterdam

€ 1.166.000

Schagen

€ 32.208

Scherpenzeel

€ 37.296

Schiedam

€ 126.800

Schijndel

€ 41.088

Schinnen

€ 43.504

Schouwen-Duiveland

€ 111.488

’s-Gravenhage

€ 804.600

’s-Hertogenbosch

€ 370.600

Simpelveld

€ 17.184

Sittard-Geleen

€ 249.000

Skarsterlan

€ 103.376

Sluis

€ 71.664

Smallingerland

€ 199.600

Sneek

€ 120.624

Soest

€ 81.656

Son en Breugel

€ 58.000

Spijkenisse

€ 125.688

Stadskanaal

€ 113.264

Staphorst

€ 78.784

Steenwijkerland

€ 78.992

Terneuzen

€ 182.192

Texel

€ 24.456

Teylingen

€ 139.360

Tiel

€ 80.152

Tilburg

€ 538.200

Tubbergen

€ 44.952

Twenterand

€ 65.648

Tynaarlo

€ 55.736

Uden

€ 73.360

Uithoorn

€ 102.064

Utrecht

€ 720.800

Utrechtse Heuvelrug

€ 172.576

Valkenswaard

€ 99.072

Veenendaal

€ 124.544

Veere

€ 78.304

Velsen

€ 122.608

Venlo

€ 219.000

Venray

€ 71.960

Vianen

€ 73.424

Vlaardingen

€ 112.504

Vlissingen

€ 69.368

Voorschoten

€ 82.400

Waalwijk

€ 77.120

Weert

€ 80.280

Werkendam

€ 100.832

Westland

€ 379.168

Wierden

€ 89.792

Wieringen

€ 14.536

Wieringermeer

€ 23.784

Wijchen

€ 74.984

Wijdemeren

€ 83.184

Wijk bij Duurstede

€ 46.552

Woerden

€ 94.296

Zaanstad

€ 250.000

Zaltbommel

€ 109.536

Zeist

€ 207.728

Zevenaar

€ 105.648

Zijpe

€ 20.984

Zoetermeer

€ 213.464

Zuidhorn

€ 77.696

Zuidplas

€ 118.752

Zundert

€ 70.528

Zutphen

€ 84.728

Zwartewaterland

€ 101.872

Zwolle

€ 205.400

Totaal

€ 28.286.424

Bijlage 29l-2, genoemd in artikel 29l. Innovatietrajecten inburgering

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 230.000

Almelo

€ 130.000

Leeuwarden

€ 260.000

Leiden

€ 230.000

Roermond

€ 120.000

Schiedam

€ 170.000

Utrecht

€ 210.000

Zoetermeer

€ 50.000

Totaal

€ 1.400.000

Bijlage 29m-2, genoemd in artikel 29m. Jeugdwerkloosheid

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 3.041.830

Almere

€ 1.962.787

Amersfoort

€ 1.209.578

Amsterdam

€ 4.369.907

Apeldoorn

€ 2.378.830

Arnhem

€ 2.063.978

Breda

€ 2.565.038

Doetinchem

€ 1.089.577

Dordrecht

€ 1.505.826

Eindhoven

€ 2.888.158

Emmen

€ 2.015.675

Enschede

€ 3.508.345

Goes

€ 1.384.645

Gouda

€ 741.382

Groningen

€ 3.512.155

Haarlem

€ 1.096.680

Heerlen

€ 2.735.991

Hilversum

€ 986.059

Leeuwarden

€ 2.929.618

Leiden

€ 2.049.630

Nijmegen

€ 1.178.071

Rotterdam

€ 6.355.718

’s-Gravenhage

€ 3.658.787

’s-Hertogenbosch

€ 3.017.110

Tiel

€ 983.594

Tilburg

€ 2.323.427

Utrecht

€ 3.625.401

Venlo

€ 1.975.908

Zaanstad

€ 1.273.263

Zwolle

€ 1.773.033

Totaal

€ 70.200.001

Bijlage 29o-2, genoemd in artikel 29o. Spoorse doorsnijdingen

Gemeente

Uitkering 2010

Amsterdam

€ 2.000.000

Barneveld

€ 4.036.090

Cuijk

€ 1.289.072

Deventer

€ 200.000

Gouda

€ 2.618.079

Haarlem

€ 1.665.692

Heerlen

€ 4.000.000

Helmond

€ 750.000

Hilversum

€ 397.715

Leerdam

€ 753.201

Maastricht

€ 1.200.000

Nijmegen

€ 1.188.423

Oss

€ 12.102.944

’s-Hertogenbosch

€ 274.799

Sittard-Geleen

€ 909.098

Tilburg

€ 689.091

Wijchen

€ 1.186.595

Winterswijk

€ 1.000.000

Zevenaar

€ 1.003.369

Zutphen

€ 57.135

Totaal

€ 37.321.303

Bijlage 29r-2, genoemd in artikel 29r. Veilige publieke taak

Gemeente

Uitkering 2010

Delft

€ 10.000

Halderberge

€ 3.500

Heerlen

€ 10.000

Roosendaal

€ 15.000

Staphorst

€ 3.613

Texel

€ 10.000

Tholen

€ 4.277

Utrecht

€ 80.000

Wijchen

€ 24.570

Totaal

€ 160.960

Bijlage 29t, genoemd in artikel 29t. WMO Maatregelen psychosociale problemen

Gemeente

Uitkering 2009

Uitkering 2010

Alphen-Chaam

€ 230

€ 1.530

Amsterdam

€ 14.584

€ 97.228

Barendrecht

€ 1.575

€ 10.503

Beemster

€ 7.872

€ 52.481

Bellingwedde

€ 223

€ 1.487

Bergambacht

€ 244

€ 1.629

Berkelland

€ 4.648

€ 30.986

Bodegraven

€ 292

€ 1.948

Boskoop

€ 331

€ 2.204

Boxtel

€ 217

€ 1.448

Breda

€ 918

€ 6.123

Capelle aan den IJssel

€ 952

€ 6.344

De Wolden

€ 338

€ 2.256

Delft

€ 196

€ 1.310

Delfzijl

€ 588

€ 3.923

Deventer

€ 188

€ 1.251

Dirksland

€ 2.857

€ 19.046

Doesburg

€ 14.530

€ 96.867

Doetinchem

€ 26.780

€ 178.533

Dordrecht

€ 1.234

€ 8.228

Edam-Volendam

€ 39.471

€ 263.143

Goedereede

€ 832

€ 5.544

Goes

€ 1.634

€ 10.891

Gorinchem

€ 6

€ 42

Gouda

€ 33.923

€ 226.151

Groningen

€ 4.035

€ 26.897

Helmond

€ 10.471

€ 69.806

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 589

€ 3.925

Heusden

€ 3.590

€ 23.934

Hoogezand-Sappemeer

€ 1.706

€ 11.372

Leiden

€ 278

€ 1.852

Leiderdorp

€ 225

€ 1.501

Leidschendam-Voorburg

€ 11.660

€ 77.736

Loon op Zand

€ 151

€ 1.006

Middelharnis

€ 1.087

€ 7.247

Montferland

€ 1.333

€ 8.886

Moordrecht

€ 283

€ 0

Nieuwerkerk a/d IJssel

€ 263

€ 0

Nijmegen

€ 102

€ 678

Noordwijk

€ 240

€ 1.597

Oisterwijk

€ 1.889

€ 12.596

Oldambt

€ 0

€ 23.476

Oost Gelre

€ 9

€ 63

Oostflakkee

€ 98

€ 656

Oostzaan

€ 1.739

€ 11.590

Oude IJsselstreek

€ 8.879

€ 59.193

Pekela

€ 2.677

€ 17.845

Purmerend

€ 99.807

€ 665.380

Reeuwijk

€ 254

€ 1.693

Rheden

€ 9.529

€ 63.526

Rijswijk

€ 2.698

€ 17.988

Rotterdam

€ 27.514

€ 183.425

Scheemda

€ 918

€ 0

Schoonhoven

€ 1.984

€ 13.227

Schouwen-Duiveland

€ 822

€ 5.479

’s-Gravenhage

€ 158.563

€ 1.057.085

’s-Hertogenbosch

€ 4.771

€ 31.809

Sliedrecht

€ 836

€ 5.570

Stadskanaal

€ 1.911

€ 12.737

Teylingen

€ 4.652

€ 31.010

Tilburg

€ 5.850

€ 39.001

Utrechtse Heuvelrug

€ 4.888

€ 32.584

Veendam

€ 512

€ 3.412

Vught

€ 2.603

€ 17.350

Waalwijk

€ 213

€ 1.420

Waddinxveen

€ 939

€ 6.262

Wassenaar

€ 896

€ 5.974

Waterland

€ 9.528

€ 63.521

Westland

€ 196

€ 1.310

Winschoten

€ 2.603

€ 0

Winterswijk

€ 9.557

€ 63.714

Wormerland

€ 7.021

€ 46.804

Zaanstad

€ 299.122

€ 1.994.150

Zaltbommel

€ 666

€ 4.442

Zeevang

€ 30.047

€ 200.313

Zevenaar

€ 17.929

€ 119.524

Zoetermeer

€ 16.913

€ 112.756

Zuidplas

€ 0

€ 3.641

Zutphen

€ 31.901

€ 212.677

Zwijndrecht

€ 849

€ 5.660

Totaal

€ 962.459

€ 6.416.396

Bijlage 29u, genoemd in artikel 29u. WMO Compensatie pakketmaatregel AWBZ nadeelgemeenten

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 114.535

Aalten

€ 408.288

Achtkarspelen

€ 105.085

Almelo

€ 534.831

Amersfoort

€ 424.579

Anna Paulowna

€ 109.157

Apeldoorn

€ 490.789

Baarle-Nassau

€ 20.442

Barneveld

€ 194.612

Beek

€ 206.775

Beesel

€ 167.756

Bellingwedde

€ 78.393

Bergen op Zoom

€ 764.634

Berkelland

€ 705.081

Bernheze

€ 92.668

Bodegraven

€ 55.607

Boekel

€ 33.900

Borger-Odoorn

€ 216.680

Bronckhorst

€ 476.008

Brummen

€ 145.466

Brunssum

€ 174.522

Bunschoten

€ 119.178

Buren

€ 212.532

Coevorden

€ 468.502

Cromstrijen

€ 38.329

De Wolden

€ 49.215

Den Helder

€ 164.330

Dinkelland

€ 174.248

Dirksland

€ 42.083

Doesburg

€ 122.659

Doetinchem

€ 778.734

Dronten

€ 209.368

Duiven

€ 86.558

Echt-Susteren

€ 261.665

Ede

€ 626.749

Eemsmond

€ 89.188

Eijsden

€ 57.418

Emmen

€ 2.087.166

Epe

€ 150.984

Etten-Leur

€ 102.590

Goedereede

€ 160.982

Goes

€ 309.227

Gulpen-Wittem

€ 72.386

Halderberge

€ 214.667

Harderwijk

€ 309.666

Hellendoorn

€ 531.670

Hellevoetsluis

€ 90.883

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 586.456

Heumen

€ 41.247

Hoogeveen

€ 609.002

Hoorn

€ 317.839

Hulst

€ 285.862

Kampen

€ 187.180

Kapelle

€ 100.405

Kerkrade

€ 131.924

Koggenland

€ 43.950

Leiden

€ 312.696

Lelystad

€ 634.317

Lochem

€ 287.173

Losser

€ 183.610

Maasdriel

€ 64.108

Maastricht

€ 590.928

Meerssen

€ 95.664

Meppel

€ 511.290

Midden Drenthe

€ 340.749

Midden-Delfland

€ 92.073

Mill en Sint Hubert

€ 23.658

Moerdijk

€ 626.208

Montferland

€ 449.006

Neder-Betuwe

€ 52.424

Neerijnen

€ 24.660

Niedorp

€ 46.611

Nijkerk

€ 199.351

Noord-Beveland

€ 18.031

Noordenveld

€ 129.071

Nuth

€ 41.499

Oldebroek

€ 195.677

Oldenzaal

€ 159.066

Onderbanken

€ 64.519

Oost Gelre

€ 549.420

Oostflakkee

€ 22.568

Opmeer

€ 33.129

Oude IJsselstreek

€ 511.945

Overbetuwe

€ 110.247

Pekela

€ 88.056

Putten

€ 51.129

Reimerswaal

€ 117.490

Renswoude

€ 23.679

Reusel-De Mierden

€ 38.116

Ridderkerk

€ 276.210

Rijssen-Holten

€ 309.937

Roerdalen

€ 41.863

Roosendaal

€ 257.411

Rucphen

€ 208.191

Scherpenzeel

€ 41.175

Schijndel

€ 187.618

Schinnen

€ 223.771

Schouwen-Duiveland

€ 148.775

’s-Gravenhage

€ 3.124.907

Sint-Anthonis

€ 39.151

Sint-Oedenrode

€ 86.737

Sittard-Geleen

€ 1.166.640

Sluis

€ 79.988

Steenbergen

€ 199.660

Steenwijkerland

€ 169.925

Stein

€ 256.876

Terneuzen

€ 112.764

Tholen

€ 252.318

Tubbergen

€ 207.717

Twenterand

€ 377.003

Tytsjerksteradiel

€ 91.308

Urk

€ 89.255

Veenendaal

€ 196.636

Veere

€ 60.226

Veghel

€ 152.455

Venlo

€ 295.649

Venray

€ 174.473

Voerendaal

€ 57.715

Voorst

€ 69.703

Weert

€ 122.788

West Maas en Waal

€ 74.636

Westerveld

€ 80.685

Westervoort

€ 164.183

Westland

€ 257.395

Westvoorne

€ 177.363

Wierden

€ 181.619

Wieringermeer

€ 93.551

Winterswijk

€ 260.861

Woensdrecht

€ 196.386

Woudenberg

€ 133.695

Zederik

€ 59.431

Zeewolde

€ 174.899

Zevenaar

€ 96.261

Zoetermeer

€ 281.880

Zundert

€ 67.203

Zutphen

€ 391.488

Zwartewaterland

€ 186.799

Totaal

€ 34.000.000

Bijlage 29v, genoemd in artikel 29v. Arbeidsparticipatie alleenstaande ouders

Gemeente

Uitkering 2010

Almere

€ 446.715

Amsterdam

€ 648.711

Bodegraven

€ 42.071

Breda

€ 165.939

De Marne

€ 20.000

Echt-Susteren

€ 32.529

Enschede

€ 247.236

Groningen

€ 223.576

Heerenveen

€ 107.471

Langedijk

€ 30.829

Nijmegen

€ 188.757

Oldambt

€ 132.892

Schiedam

€ 109.738

Vlaardingen

€ 52.754

Winsum

€ 20.000

Zwolle

€ 130.781

Totaal

€ 2.599.999

Bijlage 29w, genoemd in artikel 29w. Drugspilots

Gemeente

Uitkering 2010

Arnhem

€ 75.000

Lelystad

€ 95.000

Leeuwarden

€ 150.000

Kerkrade

€ 163.000

Heerlen

€ 192.000

Amsterdam

€ 233.000

Maastricht

€ 525.000

Roosendaal

€ 616.000

Eindhoven

€ 645.000

Totaal

€ 2.694.000

Bijlage 29x, genoemd in artikel 29x. Emancipatie Duizend en één kracht

Gemeente

Uitkering 2010

Amsterdam

€ 150.000

Breda

€ 150.000

Nijmegen

€ 150.000

Rotterdam

€ 150.000

’s-Gravenhage

€ 150.000

Utrecht

€ 150.000

Totaal

€ 900.000

Bijlage 29ij, genoemd in artikel 29ij. Gezond in de stad

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 40.643

Almelo

€ 48.868

Amersfoort

€ 68.705

Amsterdam

€ 1.115.251

Arnhem

€ 110.315

Breda

€ 74.027

Deventer

€ 51.287

Dordrecht

€ 108.864

Eindhoven

€ 126.766

Emmen

€ 29.514

Enschede

€ 101.123

Groningen

€ 46.932

Haarlem

€ 79.350

Heerlen

€ 41.610

Helmond

€ 60.480

Hengelo

€ 24.676

Leeuwarden

€ 35.804

Leiden

€ 62.415

Lelystad

€ 49.835

Maastricht

€ 41.126

Nijmegen

€ 76.931

Rotterdam

€ 1.162.183

Schiedam

€ 106.929

’s-Gravenhage

€ 688.504

’s-Hertogenbosch

€ 63.383

Sittard-Geleen

€ 22.740

Tilburg

€ 126.282

Utrecht

€ 277.724

Venlo

€ 58.545

Zaanstad

€ 87.575

Zwolle

€ 34.353

Totaal

€ 5.022.740

Bijlage 29aa, genoemd in artikel 29aa. Inburgering (instapcursussen)

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 10.000

Alblasserdam

€ 20.000

Albrandswaard

€ 10.000

Alkmaar

€ 200.000

Almelo

€ 150.000

Almere

€ 50.000

Alphen a/d Rijn

€ 16.000

Amersfoort

€ 300.000

Amstelveen

€ 50.000

Amsterdam

€ 2.500.000

Apeldoorn

€ 150.000

Arnhem

€ 100.000

Assen

€ 30.000

Baarn

€ 10.000

Barendrecht

€ 20.000

Beesel

€ 4.000

Bergen op Zoom

€ 30.000

Beuningen

€ 15.000

Boekel

€ 10.000

Borger-Odoorn

€ 10.000

Breda

€ 500.000

Brummen

€ 5.000

Brunssum

€ 15.000

Bunschoten

€ 5.000

Bussum

€ 35.000

Capelle a/d IJssel

€ 60.000

Cranendonck

€ 12.000

Cuijk

€ 14.000

Dalfsen

€ 5.000

De Ronde Venen

€ 10.000

Delft

€ 500.000

Delfzijl

€ 25.000

Deventer

€ 100.000

Diemen

€ 15.000

Doetinchem

€ 30.000

Dordrecht

€ 100.000

Ede

€ 100.000

Eijsden

€ 2.000

Eindhoven

€ 75.000

Emmen

€ 50.000

Enschede

€ 350.000

Epe

€ 5.000

Ermelo

€ 7.000

Ferwerderadiel

€ 1.000

Franekeradeel

€ 5.000

Gilze en Rijen

€ 16.000

Gorinchem

€ 52.000

Gouda

€ 50.000

Groesbeek

€ 15.000

Groningen

€ 100.000

Gulpen-Wittem

€ 2.000

Haarlem

€ 100.000

Haarlemmermeer

€ 50.000

Harderwijk

€ 28.000

Heerde

€ 5.000

Heerhugowaard

€ 6.000

Heerlen

€ 50.000

Heeze-Leende

€ 12.000

Heiloo

€ 20.000

Hellevoetsluis

€ 50.000

Helmond

€ 50.000

Hengelo

€ 120.000

Het Bildt

€ 5.000

Heumen

€ 10.000

Heusden

€ 20.000

Hilversum

€ 30.000

Hoogezand-Sappemeer

€ 50.000

Houten

€ 30.000

Kaag en Braassem

€ 16.000

Katwijk

€ 50.000

Kerkrade

€ 50.000

Landerd

€ 5.000

Landgraaf

€ 16.000

Langedijk

€ 10.000

Leerdam

€ 27.000

Leeuwarden

€ 60.000

Leeuwarderadeel

€ 1.000

Leiden

€ 100.000

Leiderdorp

€ 20.000

Leidschendam-Voorburg

€ 35.000

Lelystad

€ 100.000

Loon op Zand

€ 10.000

Lopik

€ 10.000

Maasdriel

€ 25.000

Maassluis

€ 40.000

Maastricht

€ 58.000

Margraten

€ 2.000

Meerssen

€ 2.000

Menameradiel

€ 1.000

Millingen a/d Rijn

€ 7.000

Moerdijk

€ 50.000

Naarden

€ 10.000

Nieuwegein

€ 20.000

Nieuwkoop

€ 16.000

Nijmegen

€ 150.000

Noordoostpolder

€ 20.000

Nuenen c.a.

€ 7.000

Nunspeet

€ 5.000

Oldenzaal

€ 20.000

Onderbanken

€ 10.000

Oosterhout

€ 45.000

Oss

€ 40.000

Overbetuwe

€ 8.000

Papendrecht

€ 20.000

Purmerend

€ 30.000

Ridderkerk

€ 20.000

Rijnwoude

€ 8.000

Rijssen-Holten

€ 25.000

Rijswijk

€ 15.000

Roermond

€ 40.000

Roosendaal

€ 30.000

Rotterdam

€ 3.000.000

Schiedam

€ 300.000

’s-Gravenhage

€ 1.000.000

’s-Hertogenbosch

€ 200.000

Sittard-Geleen

€ 30.000

Sliedrecht

€ 25.000

Sneek

€ 12.000

Soest

€ 25.000

Spijkenisse

€ 187.000

Stede Broec

€ 10.000

Terneuzen

€ 40.000

Tiel

€ 40.000

Tilburg

€ 75.000

Tynaarlo

€ 15.000

Ubbergen

€ 5.000

Utrecht

€ 800.000

Vaals

€ 2.000

Valkenburg a/d Geul

€ 10.000

Valkenswaard

€ 12.000

Veendam

€ 24.000

Veghel

€ 30.000

Venlo

€ 61.000

Vlaardingen

€ 30.000

Voorst

€ 5.000

Waalre

€ 12.000

Waalwijk

€ 20.000

Wijchen

€ 15.000

Woudenberg

€ 5.000

Zaanstad

€ 100.000

Zeewolde

€ 5.000

Zevenaar

€ 10.000

Zoetermeer

€ 175.000

Zutphen

€ 45.000

Zwijndrecht

€ 35.000

Zwolle

€ 35.000

Totaal

€ 14.211.000

Bijlage 29bb, genoemd in artikel 29bb. Inburgering (knelpunten)

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 27.430

Aalsmeer

€ 115.070

Abcoude

€ 23.250

Achtkarspelen

€ 125.256

Alblasserdam

€ 12.893

Albrandswaard

€ 15.075

Alkmaar

€ 435.806

Almelo

€ 347.307

Almere

€ 1.631.976

Alphen a/d Rijn

€ 102.622

Alphen-Chaam

€ 107.193

Amersfoort

€ 683.907

Amstelveen

€ 106.710

Amsterdam

€ 4.932.514

Anna Paulowna

€ 3.846

Apeldoorn

€ 121.414

Baarn

€ 36.814

Barneveld

€ 181.299

Bedum

€ 16.725

Beesel

€ 59.207

Bellingwedde

€ 14.387

Bergambacht

€ 15.389

Bergen NH

€ 45.163

Bergen op Zoom

€ 292.266

Bernheze

€ 73.077

Best

€ 53.368

Beuningen

€ 33.627

Blaricum

€ 7.532

Bloemendaal

€ 28.775

Bodegraven

€ 83.130

Boekel

€ 18.564

Bolsward

€ 15.385

Borger-Odoorn

€ 47.998

Borsele

€ 43.484

Boskoop

€ 66.237

Breda

€ 1.471.345

Breukelen

€ 21.581

Brummen

€ 31.285

Brunssum

€ 35.472

Bunnik

€ 8.201

Bunschoten

€ 29.276

Bussum

€ 400.197

Castricum

€ 35.132

Cranendonck

€ 19.231

Cromstrijen

€ 10.874

Cuijk

€ 174.451

Culemborg

€ 24.460

Dalfsen

€ 16.560

Dantumadiel

€ 11.538

De Bilt

€ 23.277

De Marne

€ 15.220

De Ronde Venen

€ 108.389

Deurne

€ 7.692

Deventer

€ 476.460

Diemen

€ 55.109

Dirksland

€ 7.692

Doesburg

€ 36.973

Doetinchem

€ 122.461

Dordrecht

€ 256.833

Dronten

€ 382.991

Duiven

€ 34.964

Edam-Volendam

€ 7.692

Ede

€ 264.664

Eemnes

€ 7.692

Eemsmond

€ 36.795

Eersel

€ 10.706

Eindhoven

€ 306.894

Elburg

€ 3.846

Enkhuizen

€ 86.306

Enschede

€ 847.859

Epe

€ 11.538

Etten-Leur

€ 95.213

Ferwerderadiel

€ 5.520

Franekeradeel

€ 19.239

Gaasterlan-Sleat

€ 3.846

Geertruidenberg

€ 59.374

Gemert-Bakel

€ 113.221

Giessenlanden

€ 3.846

Gilze en Rijen

€ 61.899

Goedereede

€ 3.846

Goes

€ 95.354

Gorinchem

€ 240.206

Gouda

€ 338.105

Graafstroom

€ 3.846

Groesbeek

€ 38.301

Grootegast

€ 11.538

Haaren

€ 3.846

Haarlem

€ 680.561

Haarlemmerliede Spaarnwoude

€ 10.874

Haarlemmermeer

€ 159.935

Halderberge

€ 98.190

Hardenberg

€ 10.720

Hardinxveld-Giessendam

€ 3.846

Harenkarspel

€ 3.846

Harlingen

€ 23.923

Hattem

€ 3.846

Heemstede

€ 43.832

Heerhugowaard

€ 81.841

Heerlen

€ 286.412

Heeze-Leende

€ 7.692

Heiloo

€ 7.692

Hellendoorn

€ 54.191

Hellevoetsluis

€ 112.422

Helmond

€ 362.531

Het Bildt

€ 3.846

Heusden

€ 18.933

Hillegom

€ 84.463

Hilvarenbeek

€ 19.068

Hilversum

€ 311.172

Hoogeveen

€ 17.254

Hoorn

€ 286.579

Houten

€ 88.834

Huizen

€ 384.669

IJsselstein

€ 75.143

Kaag en Braassem

€ 58.204

Kampen

€ 181.974

Kerkrade

€ 197.865

Korendijk

€ 8.866

Krimpen a/d IJssel

€ 34.615

Laarbeek

€ 3.846

Landerd

€ 30.769

Landgraaf

€ 49.185

Lansingerland

€ 25.297

Laren

€ 7.692

Leerdam

€ 125.622

Leeuwarden

€ 84.615

Leeuwarderadeel

€ 7.692

Leiden

€ 664.501

Leiderdorp

€ 82.143

Lelystad

€ 766.418

Lemsterland

€ 19.071

Liesveld

€ 3.846

Lingewaal

€ 3.846

Lingewaard

€ 55.034

Lisse

€ 53.525

Lith

€ 3.846

Littenseradiel

€ 9.868

Lochem

€ 32.125

Loenen

€ 9.871

Loon op Zand

€ 3.846

Lopik

€ 40.642

Losser

€ 44.323

Maasdonk

€ 3.846

Maasdriel

€ 51.178

Maasgouw

€ 23.586

Maassluis

€ 141.379

Maastricht

€ 379.428

Marum

€ 7.692

Medemblik

€ 40.818

Menameradiel

€ 7.692

Meppel

€ 14.072

Middelburg

€ 32.839

Moerdijk

€ 58.381

Montferland

€ 7.692

Montfoort U

€ 16.395

Muiden

€ 3.846

Naarden

€ 101.686

Nederlek

€ 18.066

Nederweert

€ 27.261

Neerijnen

€ 3.846

Nieuwegein

€ 270.017

Nieuwkoop

€ 115.564

Nieuw-Lekkerland

€ 3.846

Nijefurd

€ 7.692

Nijmegen

€ 185.457

Noord-Beveland

€ 7.692

Noordoostpolder

€ 281.154

Noordwijk

€ 106.035

Noordwijkerhout

€ 73.419

Nuenen c.a.

€ 11.538

Oegstgeest

€ 53.034

Oisterwijk

€ 42.308

Oldambt

€ 50.000

Oldenzaal

€ 80.969

Ommen

€ 65.557

Onderbanken

€ 57.692

Oosterhout

€ 180.670

Opmeer

€ 28.097

Opsterland

€ 32.449

Oud-Beijerland

€ 7.692

Ouderkerk

€ 7.692

Oudewater

€ 9.369

Overbetuwe

€ 114.234

Peel en Maas

€ 73.077

Pijnacker-Nootdorp

€ 101.883

Putten

€ 119.231

Reeuwijk

€ 19.404

Reimerswaal

€ 51.349

Renkum

€ 50.691

Reusel-De Mierden

€ 7.692

Rheden

€ 81.473

Ridderkerk

€ 25.132

Rijnwaarden

€ 7.692

Rijnwoude

€ 62.549

Rijswijk

€ 212.971

Roermond

€ 61.150

Roosendaal

€ 308.673

Rotterdam

€ 5.397.352

Rucphen

€ 14.054

Schermer

€ 11.707

Schiedam

€ 668.508

Schijndel

€ 25.596

Schoonhoven

€ 56.704

Schouwen-Duiveland

€ 27.271

’s-Gravenhage

€ 5.896.154

’s-Hertogenbosch

€ 889.681

Sint-Michielsgestel

€ 59.876

Sittard-Geleen

€ 220.329

Sliedrecht

€ 23.267

Slochteren

€ 9.369

Smallingerland

€ 28.645

Sneek

€ 48.850

Soest

€ 71.973

Someren

€ 26.593

Son en Breugel

€ 33.787

Spijkenisse

€ 540.957

Staphorst

€ 12.378

Steenwijkerland

€ 67.411

Terneuzen

€ 226.923

Terschelling

€ 3.846

Texel

€ 25.591

Teylingen

€ 108.550

Tholen

€ 25.931

Tiel

€ 182.854

Tilburg

€ 240.073

Uden

€ 321.950

Uithoorn

€ 123.443

Utrecht

€ 2.130.018

Valkenburg a/d Geul

€ 19.231

Valkenswaard

€ 34.615

Veendam

€ 72.769

Veenendaal

€ 51.266

Veere

€ 23.077

Veghel

€ 231.318

Veldhoven

€ 113.408

Velsen

€ 179.834

Venlo

€ 572.744

Venray

€ 133.168

Vlaardingen

€ 418.409

Vlagtwedde

€ 23.077

Vlissingen

€ 46.908

Vlist

€ 11.538

Vught

€ 8.043

Waalwijk

€ 26.471

Waddinxveen

€ 94.340

Weert

€ 147.389

Weesp

€ 80.636

Wervershoof

€ 7.692

West Maas en Waal

€ 41.809

Westerveld

€ 29.438

Westervoort

€ 34.463

Weststellingwerf

€ 31.617

Wierden

€ 27.432

Wieringen

€ 3.846

Wijchen

€ 128.619

Wijdemeren

€ 19.744

Wijk bij Duurstede

€ 11.552

Woensdrecht

€ 65.385

Woerden

€ 97.367

Wormerland

€ 36.131

Wunseradiel

€ 11.538

Wymbritseradiel

€ 7.692

Zaltbommel

€ 11.538

Zandvoort

€ 7.692

Zederik

€ 3.846

Zevenaar

€ 34.134

Zoetermeer

€ 257.141

Zoeterwoude

€ 3.846

Zuidplas

€ 134.615

Zutphen

€ 111.587

Zwartewaterland

€ 25.757

Zwijndrecht

€ 62.944

Zwolle

€ 269.552

Totaal

€ 47.474.720

Bijlage 29cc, genoemd in artikel 29cc. Inburgering (uitvoeringskosten)

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 6.457

Aalburg

€ 1.979

Aalsmeer

€ 27.364

Aalten

€ 8.526

Abcoude

€ 5.259

Achtkarspelen

€ 32.162

Alblasserdam

€ 975

Alkmaar

€ 87.783

Almelo

€ 70.630

Almere

€ 327.925

Alphen a/d Rijn

€ 11.099

Alphen-Chaam

€ 28.117

Amersfoort

€ 137.224

Amstelveen

€ 2.018

Amsterdam

€ 1.010.336

Andijk

€ 153

Apeldoorn

€ 7.063

Appingedam

€ 3.400

Arnhem

€ 6.054

Assen

€ 16.145

Asten

€ 3.389

Baarle-Nassau

€ 6.204

Baarn

€ 6.145

Barneveld

€ 43.539

Bedum

€ 4.045

Beesel

€ 14.161

Bellingwedde

€ 2.905

Bergambacht

€ 3.474

Bergeijk

€ 2.405

Bergen NH

€ 10.134

Bergen op Zoom

€ 58.522

Bernheze

€ 18.162

Bernisse

€ 1.749

Best

€ 10.931

Beuningen

€ 6.777

Binnenmaas

€ 108

Bladel

€ 2.623

Blaricum

€ 1.033

Bloemendaal

€ 5.811

Boarnsterhim

€ 1.218

Bodegraven

€ 19.050

Boekel

€ 4.572

Bolsward

€ 2.842

Borger-Odoorn

€ 11.886

Borsele

€ 10.592

Boskoop

€ 15.051

Boxtel

€ 453

Breda

€ 348.105

Breukelen

€ 4.405

Brummen

€ 6.155

Brunssum

€ 6.417

Bunnik

€ 1.131

Bunschoten

€ 5.954

Bussum

€ 100.675

Castricum

€ 7.070

Coevorden

€ 5.506

Cranendonck

€ 4.036

Cromstrijen

€ 2.186

Cuijk

€ 40.637

Dalfsen

€ 3.622

Dantumadiel

€ 1.741

De Bilt

€ 1.418

De Marne

€ 3.613

De Ronde Venen

€ 24.510

Delft

€ 137.224

Delfzijl

€ 933

Den Helder

€ 7.741

Deurne

€ 434

Deventer

€ 95.855

Diemen

€ 1.254

Dinkelland

€ 14.628

Dirksland

€ 874

Doesburg

€ 7.652

Doetinchem

€ 24.602

Dongeradeel

€ 208

Dordrecht

€ 23.207

Dronten

€ 93.583

Druten

€ 15.142

Duiven

€ 7.116

Ede

€ 53.477

Eemnes

€ 1.410

Eemsmond

€ 8.861

Eersel

€ 2.225

Eindhoven

€ 4.036

Emmen

€ 2.058

Enkhuizen

€ 20.055

Enschede

€ 170.521

Ermelo

€ 7.214

Etten-Leur

€ 16.039

Ferwerderadiel

€ 1.207

Franekeradeel

€ 3.935

Gaasterlan-Sleat

€ 656

Geertruidenberg

€ 14.462

Geldermalsen

€ 6.474

Gemert-Bakel

€ 28.242

Gilze en Rijen

€ 12.493

Goes

€ 19.833

Goirle

€ 10.470

Gorinchem

€ 52.640

Gouda

€ 75.603

Graft-De Rijp

€ 2.648

Groesbeek

€ 9.105

Groningen

€ 1.009

Grootegast

€ 1.883

Haaksbergen

€ 9.081

Haarlem

€ 137.224

Haarlemmerliede Spaarnw.

€ 2.273

Haarlemmermeer

€ 9.081

Halderberge

€ 21.585

Hardenberg

€ 352

Harderwijk

€ 28.252

Haren

€ 4.036

Harlingen

€ 4.810

Heemstede

€ 8.814

Heerhugowaard

€ 11.735

Heerlen

€ 57.513

Heeze-Leende

€ 2.018

Heiloo

€ 186

Hellendoorn

€ 12.723

Hellevoetsluis

€ 22.663

Helmond

€ 72.648

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 1.320

Hillegom

€ 19.996

Hilvarenbeek

€ 4.435

Hilversum

€ 62.558

Hof van Twente

€ 20.545

Hoogeveen

€ 254

Hoorn

€ 58.522

Houten

€ 17.870

Huizen

€ 93.313

IJsselstein

€ 11.222

Kaag en Braassem

€ 13.874

Kampen

€ 42.794

Kapelle

€ 2.273

Katwijk

€ 19.420

Kerkrade

€ 46.412

Kollumerland en Nieuwkruisl.

€ 15.238

Korendijk

€ 1.885

Krimpen a/d IJssel

€ 5.996

Landerd

€ 7.063

Landgraaf

€ 10.090

Landsmeer

€ 2.842

Lansingerland

€ 27

Laren

€ 600

Leek

€ 2.018

Leerdam

€ 27.668

Leeuwarderadeel

€ 1.530

Leiden

€ 134.197

Leiderdorp

€ 16.615

Lelystad

€ 172.539

Lemsterland

€ 3.873

Leudal

€ 16

Leusden

€ 106

Lingewaard

€ 12.026

Lisse

€ 12.157

Littenseradiel

€ 2.360

Lochem

€ 5.926

Loenen

€ 2.186

Lopik

€ 9.777

Losser

€ 10.363

Maarssen

€ 1.302

Maasdonk

€ 203

Maasdriel

€ 12.329

Maasgouw

€ 5.074

Maassluis

€ 26.460

Maastricht

€ 76.684

Marum

€ 1.114

Medemblik

€ 8.513

Menameradiel

€ 1.312

Menterwolde

€ 3.330

Meppel

€ 93

Midden-Delfland

€ 6.085

Mill en Sint Hubert

€ 2.940

Millingen a/d Rijn

€ 2.988

Moerdijk

€ 12.517

Montfoort U

€ 3.293

Naarden

€ 24.653

Nederlek

€ 3.866

Nederweert

€ 6.691

Nieuwegein

€ 54.486

Nieuwkoop

€ 28.632

Nijefurd

€ 874

Nijmegen

€ 1.009

Noord-Beveland

€ 1.009

Noordenveld

€ 2.298

Noordoostpolder

€ 66.540

Noordwijk

€ 25.618

Noordwijkerhout

€ 18.143

Nuenen c.a.

€ 2.018

Oegstgeest

€ 10.514

Oirschot

€ 2.371

Oisterwijk

€ 9.081

Oldambt

€ 9.081

Oldebroek

€ 2.842

Oldenzaal

€ 16.647

Ommen

€ 16.452

Onderbanken

€ 14.126

Oost Gelre

€ 10.134

Oosterhout

€ 37.727

Oostflakkee

€ 5.775

Ooststellingwerf

€ 10.090

Oostzaan

€ 3.145

Opmeer

€ 6.930

Opsterland

€ 7.427

Oude IJsselstreek

€ 16.144

Ouder-Amstel

€ 1.413

Ouderkerk

€ 1.787

Oudewater

€ 1.968

Overbetuwe

€ 27.124

Papendrecht

€ 2.284

Peel en Maas

€ 16.144

Pekela

€ 8.696

Pijnacker-Nootdorp

€ 20.331

Putten

€ 30.270

Raalte

€ 9.182

Reeuwijk

€ 4.250

Reimerswaal

€ 11.908

Renkum

€ 10.275

Reusel-De Mierden

€ 1.312

Rheden

€ 16.396

Rhenen

€ 2.969

Rijnwaarden

€ 1.312

Rijnwoude

€ 15.401

Rijssen-Holten

€ 315

Rijswijk

€ 42.390

Roerdalen

€ 9.356

Roosendaal

€ 60.540

Rotterdam

€ 1.427.271

Rozenburg

€ 7.650

Rozendaal

€ 484

Rucphen

€ 2.622

Schermer

€ 2.888

Schiedam

€ 135.206

Schijndel

€ 5.181

Schoonhoven

€ 12.693

Schouwen-Duiveland

€ 5.285

’s-Gravenhage

€ 1.182.548

’s-Hertogenbosch

€ 202.809

Sint-Anthonis

€ 1.009

Sint-Michielsgestel

€ 14.259

Sint-Oedenrode

€ 4.588

Sittard-Geleen

€ 44.396

Sliedrecht

€ 2.823

Slochteren

€ 1.968

Sluis

€ 6.054

Smallingerland

€ 423

Sneek

€ 9.878

Soest

€ 9.375

Someren

€ 6.311

Son en Breugel

€ 8.072

Spijkenisse

€ 120.071

Staphorst

€ 2.798

Steenbergen

€ 13.250

Steenwijkerland

€ 14.918

Stein

€ 4.793

Strijen

€ 2.018

Terneuzen

€ 51.459

Texel

€ 5.930

Teylingen

€ 25.401

Tholen

€ 5.247

Tiel

€ 36.758

Tilburg

€ 1.009

Tubbergen

€ 3.088

Twenterand

€ 6.054

Ubbergen

€ 1.840

Uden

€ 78.238

Uitgeest

€ 9.057

Uithoorn

€ 27.888

Urk

€ 3.953

Utrecht

€ 427.816

Utrechtse Heuvelrug

€ 1.353

Valkenburg a/d Geul

€ 3.683

Valkenswaard

€ 7.063

Veendam

€ 15.235

Veere

€ 4.875

Veghel

€ 53.939

Veldhoven

€ 25.479

Velsen

€ 37.487

Venlo

€ 126.125

Venray

€ 23.573

Vianen

€ 7.387

Vlaardingen

€ 84.756

Vlagtwedde

€ 4.036

Vlist

€ 2.018

Waalre

€ 4.036

Waddinxveen

€ 21.044

Weert

€ 29.732

Weesp

€ 16.270

Werkendam

€ 6.752

Wervershoof

€ 1.009

West Maas en Waal

€ 10.487

Westerveld

€ 6.752

Westervoort

€ 6.972

Weststellingwerf

€ 6.626

Westvoorne

€ 2.018

Wierden

€ 6.054

Wijchen

€ 30.311

Wijdemeren

€ 4.036

Wijk bij Duurstede

€ 1.009

Winsum

€ 3.027

Woensdrecht

€ 15.648

Woerden

€ 19.676

Wormerland

€ 8.014

Woudenberg

€ 2.018

Woudrichem

€ 3.027

Wunseradiel

€ 2.018

Wymbritseradiel

€ 1.093

Zeevang

€ 1.009

Zeewolde

€ 4.591

Zeist

€ 1.009

Zevenaar

€ 6.033

Zoetermeer

€ 27.243

Zuidhorn

€ 10.592

Zuidplas

€ 30.270

Zutphen

€ 22.518

Zwartewaterland

€ 6.222

Zwijndrecht

€ 6.879

Zwolle

€ 49.441

Totaal

€ 10.439.547

Bijlage 29dd, genoemd in artikel 29dd. Jeugd

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 165.775

Almelo

€ 296.468

Almere

€ 457.617

Amersfoort

€ 128.380

Amsterdam

€ 4.209.153

Apeldoorn

€ 75.177

Arnhem

€ 565.178

Breda

€ 436.799

Deventer

€ 235.941

Dordrecht

€ 525.469

Ede

€ 58.600

Eindhoven

€ 422.920

Emmen

€ 82.888

Enschede

€ 793.023

Groningen

€ 553.998

Haarlem

€ 313.817

Heerlen

€ 277.192

Helmond

€ 264.084

Hengelo

€ 74.792

Leeuwarden

€ 142.644

Leiden

€ 213.580

Lelystad

€ 463.015

Maastricht

€ 230.543

Nijmegen

€ 605.273

Rotterdam

€ 4.407.313

Schiedam

€ 316.901

’s-Gravenhage

€ 2.139.274

’s-Hertogenbosch

€ 340.803

Sittard-Geleen

€ 176.185

Tilburg

€ 826.949

Utrecht

€ 907.524

Venlo

€ 424.462

Zaanstad

€ 256.374

Zoetermeer

€ 104.477

Zwolle

€ 207.412

Totaal

€ 21.700.000

Bijlage 29ee, genoemd in artikel 29ee. Leefbaarheid en veiligheid

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 1.098.614

Almelo

€ 920.495

Almere

€ 2.044.439

Amersfoort

€ 1.663.369

Amsterdam

€ 15.265.839

Apeldoorn

€ 1.012.657

Arnhem

€ 1.969.989

Breda

€ 1.918.218

Culemborg

€ 344.642

Deventer

€ 1.092.552

Dordrecht

€ 1.851.051

Ede

€ 710.858

Eindhoven

€ 2.589.474

Emmen

€ 1.009.906

Enschede

€ 1.992.137

Gouda

€ 851.699

Groningen

€ 2.164.395

Haarlem

€ 1.671.075

Haarlemmermeer

€ 1.014.369

Heerlen

€ 1.053.937

Helmond

€ 994.479

Hengelo O

€ 886.739

Leeuwarden

€ 1.050.563

Leiden

€ 1.500.764

Lelystad

€ 1.025.294

Maastricht

€ 1.286.416

Nijmegen

€ 1.811.247

Rotterdam

€ 13.705.745

Schiedam

€ 1.236.518

’s-Gravenhage

€ 8.997.985

’s-Hertogenbosch

€ 1.574.702

Sittard-Geleen

€ 1.016.763

Tilburg

€ 2.639.020

Utrecht

€ 4.203.717

Veenendaal

€ 435.958

Venlo

€ 988.841

Zaanstad

€ 1.693.082

Zaltbommel

€ 100.000

Zeist

€ 434.807

Zoetermeer

€ 1.028.535

Zwolle

€ 1.255.113

Totaal

€ 90.106.003

Bijlage 29ff, genoemd in artikel 29ff. Loondispensatie

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 163.012

Alphen aan den Rijn

€ 129.722

Amersfoort

€ 157.104

Amsterdam

€ 784.728

Arnhem

€ 215.525

Brummen

€ 118.188

Coevorden

€ 125.503

Deventer

€ 147.164

Doetinchem

€ 128.972

Enschede

€ 209.148

Gouda

€ 138.443

Groningen

€ 253.691

Helmond

€ 154.197

Heumen

€ 117.626

Leidschendam-Voorburg

€ 139.944

Lelystad

€ 143.413

Meppel

€ 129.722

Middelburg

€ 151.572

Oldenzaal

€ 123.346

Oss

€ 132.536

Peel en Maas

€ 119.595

Purmerend

€ 134.317

Rheden

€ 126.909

Roosendaal

€ 133.286

Rotterdam

€ 724.244

Smallingerland

€ 137.130

Stadskanaal

€ 128.222

Tilburg

€ 215.150

Velsen

€ 128.785

Venray

€ 125.959

Weststellingwerf

€ 120.439

Wijchen

€ 122.408

Totaal

€ 5.880.000

Bijlage 29gg, genoemd in artikel 29gg. Onderwijsachterstandenbeleid

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 1.360.310

Almelo

€ 1.664.770

Amersfoort

€ 2.490.324

Amsterdam

€ 38.283.856

Arnhem

€ 3.846.731

Breda

€ 2.570.343

Deventer

€ 1.762.353

Dordrecht

€ 3.860.393

Eindhoven

€ 4.291.711

Emmen

€ 1.022.672

Enschede

€ 3.438.833

Groningen

€ 1.606.220

Haarlem

€ 2.732.331

Heerlen

€ 1.323.229

Helmond

€ 2.101.943

Hengelo O

€ 837.264

Leeuwarden

€ 1.239.307

Leiden

€ 2.068.765

Lelystad

€ 1.723.320

Maastricht

€ 1.399.344

Nijmegen

€ 2.677.684

Rotterdam

€ 39.665.635

Schiedam

€ 3.598.870

’s-Gravenhage

€ 24.222.112

’s-Hertogenbosch

€ 2.213.188

Sittard-Geleen

€ 788.473

Tilburg

€ 4.389.294

Utrecht

€ 9.742.711

Venlo

€ 2.018.021

Zaanstad

€ 3.075.824

Zwolle

€ 1.194.419

Totaal

€ 173.210.250

Bijlage 29ii, genoemd in artikel 29ii. Vadercentra

Gemeente

Uitkering 2010

Amersfoort

€ 50.000

Breda

€ 50.000

Deventer

€ 50.000

Eindhoven

€ 50.000

Groningen

€ 50.000

Haarlem

€ 50.000

Leeuwarden

€ 50.000

Leidschendam-Voorburg

€ 50.000

Nijmegen

€ 50.000

Oosterhout

€ 50.000

’s-Gravenhage

€ 50.000

Tilburg

€ 50.000

Vlaardingen

€ 50.000

Zoetermeer

€ 50.000

Totaal

€ 700.000

Bijlage 29jj, genoemd in artikel 29jj. Versterking peuterspeelzaalwerk

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 115.700

Aalburg

€ 40.978

Aalsmeer

€ 50.617

Aalten

€ 69.067

Abcoude

€ 26.228

Achtkarspelen

€ 80.949

Alblasserdam

€ 36.197

Albrandswaard

€ 43.542

Alkmaar

€ 146.372

Almelo

€ 133.267

Almere

€ 382.334

Alphen a/d Rijn

€ 131.971

Alphen-Chaam

€ 36.919

Ameland

€ 18.298

Amersfoort

€ 266.348

Amstelveen

€ 128.977

Amsterdam

€ 1.084.405

Andijk

€ 14.861

Anna Paulowna

€ 44.660

Apeldoorn

€ 309.684

Appingedam

€ 21.508

Arnhem

€ 223.217

Assen

€ 124.458

Asten

€ 38.690

Baarle-Nassau

€ 25.111

Baarn

€ 45.437

Barendrecht

€ 90.266

Barneveld

€ 144.374

Bedum

€ 27.987

Beek

€ 32.021

Beemster

€ 28.031

Beesel

€ 27.968

Bellingwedde

€ 46.284

Bergambacht

€ 27.527

Bergeijk

€ 56.271

Bergen L

€ 50.911

Bergen NH

€ 66.143

Bergen op Zoom

€ 120.177

Berkelland

€ 129.285

Bernheze

€ 73.479

Bernisse

€ 35.496

Best

€ 58.356

Beuningen

€ 59.217

Beverwijk

€ 62.449

Binnenmaas

€ 68.244

Bladel

€ 51.480

Blaricum

€ 19.778

Bloemendaal

€ 47.399

Boarnsterhim

€ 70.507

Bodegraven

€ 46.687

Boekel

€ 28.576

Bolsward

€ 18.609

Borger-Odoorn

€ 125.269

Borne

€ 43.416

Borsele

€ 86.746

Boskoop

€ 35.675

Boxmeer

€ 78.629

Boxtel

€ 61.529

Breda

€ 284.861

Breukelen

€ 41.596

Brielle

€ 34.024

Bronckhorst

€ 123.693

Brummen

€ 53.075

Brunssum

€ 44.000

Bunnik

€ 33.274

Bunschoten

€ 44.280

Buren

€ 88.089

Bussum

€ 54.255

Capelle a/d IJssel

€ 106.223

Castricum

€ 71.241

Coevorden

€ 130.680

Cranendonck

€ 52.105

Cromstrijen

€ 34.081

Cuijk

€ 54.040

Culemborg

€ 54.673

Dalfsen

€ 81.880

Dantumadiel

€ 57.840

De Bilt

€ 90.535

De Marne

€ 60.906

De Ronde Venen

€ 95.363

De Wolden

€ 98.179

Delft

€ 135.530

Delfzijl

€ 73.205

Den Helder

€ 98.457

Deurne

€ 74.497

Deventer

€ 181.035

Diemen

€ 40.685

Dinkelland

€ 83.233

Dirksland

€ 25.732

Doesburg

€ 21.562

Doetinchem

€ 108.950

Dongen

€ 51.133

Dongeradeel

€ 95.222

Dordrecht

€ 199.101

Drechterland

€ 53.901

Drimmelen

€ 63.964

Dronten

€ 116.046

Druten

€ 43.825

Duiven

€ 58.382

Echt-Susteren

€ 73.538

Edam-Volendam

€ 52.626

Ede

€ 261.460

Eemnes

€ 23.203

Eemsmond

€ 67.601

Eersel

€ 55.151

Eijsden

€ 27.601

Eindhoven

€ 306.222

Elburg

€ 55.356

Emmen

€ 253.443

Enkhuizen

€ 31.158

Enschede

€ 264.170

Epe

€ 88.772

Ermelo

€ 60.842

Etten-Leur

€ 73.911

Ferwerderadiel

€ 37.298

Franekeradeel

€ 63.100

Gaasterlan-Sleat

€ 50.657

Geertruidenberg

€ 37.624

Geldermalsen

€ 68.141

Geldrop-Mierlo

€ 66.468

Gemert-Bakel

€ 73.016

Gennep

€ 42.195

Giessenlanden

€ 49.193

Gilze en Rijen

€ 56.793

Goedereede

€ 40.242

Goes

€ 75.378

Goirle

€ 42.616

Gorinchem

€ 58.861

Gouda

€ 124.465

Graafstroom

€ 44.609

Graft-De Rijp

€ 20.105

Grave

€ 28.717

Groesbeek

€ 45.153

Groningen

€ 255.222

Grootegast

€ 47.265

Gulpen-Wittem

€ 61.475

Haaksbergen

€ 60.811

Haaren

€ 39.817

Haarlem

€ 219.920

Haarlemmerliede Spaarnw.

€ 18.101

Haarlemmermeer

€ 315.064

Halderberge

€ 67.942

Hardenberg

€ 173.754

Harderwijk

€ 81.515

Hardinxveld-Giessendam

€ 38.439

Haren

€ 41.496

Harenkarspel

€ 52.814

Harlingen

€ 30.664

Hattem

€ 25.850

Heemskerk

€ 70.178

Heemstede

€ 44.822

Heerde

€ 51.077

Heerenveen

€ 114.505

Heerhugowaard

€ 99.639

Heerlen

€ 127.766

Heeze-Leende

€ 45.156

Heiloo

€ 40.296

Hellendoorn

€ 85.996

Hellevoetsluis

€ 69.476

Helmond

€ 152.488

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 49.847

Hengelo

€ 140.589

Het Bildt

€ 43.781

Heumen

€ 40.063

Heusden

€ 87.647

Hillegom

€ 36.383

Hilvarenbeek

€ 46.421

Hilversum

€ 135.975

Hof van Twente

€ 92.293

Hoogeveen

€ 128.434

Hoogezand-Sappemeer

€ 68.036

Hoorn

€ 117.909

Horst aan de Maas

€ 96.862

Houten

€ 114.376

Huizen

€ 80.159

Hulst

€ 90.170

IJsselstein

€ 67.180

Kaag en Braassem

€ 73.242

Kampen

€ 119.999

Kapelle

€ 32.426

Katwijk

€ 119.412

Kerkrade

€ 64.261

Koggenland

€ 77.547

Kollumerland en Nieuwkruisl.

€ 52.603

Korendijk

€ 38.549

Krimpen a/d IJssel

€ 50.526

Laarbeek

€ 50.264

Landerd

€ 41.160

Landgraaf

€ 57.526

Landsmeer

€ 28.580

Langedijk

€ 54.884

Lansingerland

€ 110.772

Laren

€ 18.635

Leek

€ 47.674

Leerdam

€ 45.576

Leeuwarden

€ 150.748

Leeuwarderadeel

€ 29.502

Leiden

€ 169.446

Leiderdorp

€ 48.995

Leidschendam-Voorburg

€ 109.507

Lelystad

€ 156.033

Lemsterland

€ 42.289

Leudal

€ 101.316

Leusden

€ 64.777

Liesveld

€ 31.671

Lingewaal

€ 37.843

Lingewaard

€ 88.754

Lisse

€ 42.493

Lith

€ 25.696

Littenseradiel

€ 72.700

Lochem

€ 103.298

Loenen

€ 26.490

Loon op Zand

€ 48.879

Lopik

€ 62.160

Loppersum

€ 54.573

Losser

€ 56.018

Maarssen

€ 81.463

Maasdonk

€ 34.395

Maasdriel

€ 68.411

Maasgouw

€ 52.840

Maassluis

€ 50.444

Maastricht

€ 162.733

Margraten

€ 44.381

Marum

€ 36.737

Medemblik

€ 82.590

Meerssen

€ 43.748

Menameradiel

€ 48.075

Menterwolde

€ 38.181

Meppel

€ 65.573

Middelburg

€ 87.682

Middelharnis

€ 42.068

Midden Drenthe

€ 140.818

Midden-Delfland

€ 51.388

Mill en Sint Hubert

€ 33.893

Millingen a/d Rijn

€ 12.368

Moerdijk

€ 107.874

Montferland

€ 85.384

Montfoort U

€ 36.060

Mook en Middelaar

€ 21.840

Muiden

€ 17.860

Naarden

€ 36.646

Neder-Betuwe

€ 71.291

Nederlek

€ 36.431

Nederweert

€ 47.254

Neerijnen

€ 47.160

Niedorp

€ 44.545

Nieuwegein

€ 96.714

Nieuwkoop

€ 83.205

Nieuw-Lekkerland

€ 26.816

Nijefurd

€ 46.324

Nijkerk

€ 92.019

Nijmegen

€ 237.660

Noord-Beveland

€ 40.891

Noordenveld

€ 97.112

Noordoostpolder

€ 155.268

Noordwijk

€ 46.598

Noordwijkerhout

€ 39.071

Nuenen c.a.

€ 46.034

Nunspeet

€ 79.343

Nuth

€ 33.725

Oegstgeest

€ 41.050

Oirschot

€ 49.544

Oisterwijk

€ 52.383

Oldambt

€ 114.785

Oldebroek

€ 63.465

Oldenzaal

€ 55.636

Olst-Wijhe

€ 56.995

Ommen

€ 73.989

Onderbanken

€ 21.162

Oost Gelre

€ 74.669

Oosterhout

€ 102.410

Oostflakkee

€ 33.901

Ooststellingwerf

€ 92.012

Oostzaan

€ 21.790

Opmeer

€ 38.435

Opsterland

€ 110.059

Oss

€ 151.350

Oud-Beijerland

€ 46.700

Oude IJsselstreek

€ 96.867

Ouder-Amstel

€ 29.005

Ouderkerk

€ 27.600

Oudewater

€ 26.663

Overbetuwe

€ 111.411

Papendrecht

€ 53.902

Peel en Maas

€ 107.908

Pekela

€ 32.151

Pijnacker-Nootdorp

€ 104.954

Purmerend

€ 131.520

Putten

€ 64.270

Raalte

€ 98.697

Reeuwijk

€ 45.067

Reimerswaal

€ 68.653

Renkum

€ 59.989

Renswoude

€ 12.691

Reusel-De Mierden

€ 38.217

Rheden

€ 83.854

Rhenen

€ 48.400

Ridderkerk

€ 70.113

Rijnwaarden

€ 31.695

Rijnwoude

€ 52.895

Rijssen-Holten

€ 94.230

Rijswijk

€ 60.771

Roerdalen

€ 57.046

Roermond

€ 98.035

Roosendaal

€ 148.517

Rotterdam

€ 917.744

Rozenburg

€ 20.967

Rozendaal

€ 7.044

Rucphen

€ 44.574

Schagen

€ 32.673

Schermer

€ 29.320

Scherpenzeel

€ 20.175

Schiedam

€ 119.799

Schiermonnikoog

€ 9.173

Schijndel

€ 45.029

Schinnen

€ 27.180

Schoonhoven

€ 22.521

Schouwen-Duiveland

€ 111.333

’s-Gravenhage

€ 747.539

’s-Hertogenbosch

€ 221.563

Simpelveld

€ 20.457

Sint-Anthonis

€ 41.479

Sint-Michielsgestel

€ 63.935

Sint-Oedenrode

€ 44.325

Sittard-Geleen

€ 150.762

Skarsterlan

€ 103.644

Sliedrecht

€ 42.315

Slochteren

€ 63.551

Sluis

€ 98.057

Smallingerland

€ 118.273

Sneek

€ 63.165

Soest

€ 87.345

Someren

€ 46.590

Son en Breugel

€ 34.066

Spijkenisse

€ 118.991

Stadskanaal

€ 87.292

Staphorst

€ 60.016

Stede Broec

€ 40.360

Steenbergen

€ 64.156

Steenwijkerland

€ 153.234

Stein

€ 43.441

Strijen

€ 28.337

Ten Boer

€ 30.248

Terneuzen

€ 148.577

Terschelling

€ 32.352

Texel

€ 75.456

Teylingen

€ 81.927

Tholen

€ 80.503

Tiel

€ 80.685

Tilburg

€ 325.224

Tubbergen

€ 74.419

Twenterand

€ 87.813

Tynaarlo

€ 98.429

Tytsjerksteradiel

€ 105.961

Ubbergen

€ 27.443

Uden

€ 78.362

Uitgeest

€ 25.703

Uithoorn

€ 50.205

Urk

€ 51.647

Utrecht

€ 446.855

Utrechtse Heuvelrug

€ 118.051

Vaals

€ 24.756

Valkenburg a/d Geul

€ 35.933

Valkenswaard

€ 55.819

Veendam

€ 58.540

Veenendaal

€ 118.637

Veere

€ 78.059

Veghel

€ 88.094

Veldhoven

€ 74.350

Velsen

€ 126.106

Venlo

€ 189.063

Venray

€ 122.309

Vianen

€ 44.242

Vlaardingen

€ 106.834

Vlagtwedde

€ 64.779

Vlieland

€ 10.580

Vlissingen

€ 72.109

Vlist

€ 34.812

Voerendaal

€ 31.306

Voorschoten

€ 40.482

Voorst

€ 77.315

Vught

€ 50.871

Waalre

€ 32.109

Waalwijk

€ 83.698

Waddinxveen

€ 50.178

Wageningen

€ 55.743

Wassenaar

€ 52.587

Waterland

€ 49.221

Weert

€ 91.947

Weesp

€ 32.533

Werkendam

€ 73.968

Wervershoof

€ 25.118

West Maas en Waal

€ 54.660

Westerveld

€ 103.047

Westervoort

€ 29.280

Westland

€ 191.059

Weststellingwerf

€ 94.770

Westvoorne

€ 34.983

Wierden

€ 59.290

Wieringen

€ 26.068

Wieringermeer

€ 50.008

Wijchen

€ 86.758

Wijdemeren

€ 62.526

Wijk bij Duurstede

€ 52.358

Winsum

€ 50.361

Winterswijk

€ 76.595

Woensdrecht

€ 51.280

Woerden

€ 110.894

Wormerland

€ 37.175

Woudenberg

€ 27.299

Woudrichem

€ 43.551

Wunseradiel

€ 69.507

Wymbritseradiel

€ 72.846

Zaanstad

€ 246.646

Zaltbommel

€ 76.295

Zandvoort

€ 28.164

Zederik

€ 51.066

Zeevang

€ 33.602

Zeewolde

€ 75.659

Zeist

€ 113.634

Zevenaar

€ 66.892

Zijpe

€ 48.985

Zoetermeer

€ 205.497

Zoeterwoude

€ 24.966

Zuidhorn

€ 69.774

Zuidplas

€ 97.968

Zundert

€ 52.673

Zutphen

€ 83.057

Zwartewaterland

€ 60.980

Zwijndrecht

€ 74.630

Zwolle

€ 210.337

Totaal

€ 35.000.002

Bijlage 29kk, genoemd in artikel 29kk. Vrouwenopvang

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 61.372

Almere

€ 59.281

Amersfoort

€ 53.853

Amsterdam

€ 160.090

Apeldoorn

€ 67.829

Arnhem

€ 98.779

Breda

€ 96.529

Delft

€ 43.338

Den Helder

€ 22.459

Dordrecht

€ 57.285

Ede

€ 31.571

Eindhoven

€ 74.667

Emmen

€ 65.644

Enschede

€ 88.182

Gouda

€ 34.148

Groningen

€ 79.045

Haarlem

€ 78.663

Heerlen

€ 34.844

Helmond

€ 28.373

Hilversum

€ 35.601

Leeuwarden

€ 86.661

Leiden

€ 72.867

Maastricht

€ 48.692

Nijmegen

€ 71.190

Rotterdam

€ 137.706

’s-Gravenhage

€ 125.192

’s-Hertogenbosch

€ 89.305

Spijkenisse

€ 41.837

Tilburg

€ 61.982

Utrecht

€ 125.170

Venlo

€ 68.424

Vlaardingen

€ 28.565

Vlissingen

€ 52.156

Zaanstad

€ 46.993

Zwolle

€ 71.708

Totaal

€ 2.400.001

Bijlage 29ll, genoemd in artikel 29ll. Wachtlijsten kinderopvang

Gemeente

Uitkering 2010

Amersfoort

€ 143.728

Amsterdam

€ 761.450

Ede

€ 106.913

Haarlem

€ 148.408

Nijmegen

€ 161.687

Rotterdam

€ 588.407

’s-Gravenhage

€ 484.729

Utrecht

€ 304.677

Totaal

€ 2.699.999

Bijlage 29mm, genoemd in artikel 29mm. Winkelstraatmanagement

Gemeente

Uitkering 2010

Apeldoorn

€ 120.000

Arnhem

€ 205.000

De Bilt

€ 82.500

Deurne

€ 120.000

Dordrecht

€ 40.000

Groningen

€ 120.000

Leeuwarden

€ 116.000

Maastricht

€ 70.000

Nijmegen

€ 120.000

Roermond

€ 120.000

Rotterdam

€ 36.000

Utrecht

€ 120.000

Venlo

€ 120.000

Totaal

€ 1.389.500

Bijlage 29nn, genoemd in artikel 29nn. Uitvoeringskosten Wet werk en inkomen kunstenaars

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 52.320

Amsterdam

€ 850.200

Arnhem

€ 222.360

Assen

€ 26.160

Breda

€ 65.400

Eindhoven

€ 156.960

Enschede

€ 52.320

Groningen

€ 222.360

Haarlem

€ 52.320

Hilversum

€ 52.320

Leeuwarden

€ 91.560

Lelystad

€ 26.160

Maastricht

€ 130.800

Middelburg

€ 26.160

Rotterdam

€ 392.400

’s-Gravenhage

€ 340.080

’s-Hertogenbosch

€ 91.560

Tilburg

€ 78.480

Utrecht

€ 392.400

Zwolle

€ 104.640

Totaal

€ 3.426.960

Bijlage 31a, genoemd in artikel 31a. Alle troeven in handen

Gemeente

Uitkering 2010

Arnhem

€ 23.077

Delft

€ 33.462

Deventer

€ 46.154

Dordrecht

€ 17.143

Eindhoven

€ 85.714

Groningen

€ 42.148

Haarlem

€ 46.154

Haarlemmermeer

€ 23.077

Leeuwarden

€ 23.077

Leidschendam-Voorburg

€ 23.077

Maastricht

€ 85.714

Nijmegen

€ 23.077

Rotterdam

€ 46.154

’s-Gravenhage

€ 23.077

’s-Hertogenbosch

€ 46.154

Sittard-Geleen

€ 39.231

Smallingerland

€ 11.538

Veenendaal

€ 16.247

Zaanstad

€ 45.992

Totaal

€ 700.267

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 46.154

Fryslân

€ 46.154

Utrecht

€ 42.857

Noord-Holland

€ 42.857

Zeeland

€ 42.857

Totaal

€ 220.879

Bijlage 31b, genoemd in artikel 31b. Bedrijventerreinen (Topperprojecten)

Gemeente

Uitkering 2010

Almelo

€ 1.834.429

Enschede

€ 1.670.466

Maastricht

€ 4.395.000

Nijmegen

€ 2.400.000

Roosendaal

€ 1.237.655

Schiedam

€ 4.421.942

Tilburg

€ 2.400.000

Totaal

€ 18.359.492

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 1.811.057

Fryslân

€ 2.047.282

Drenthe

€ 1.811.057

Overijssel

€ 3.779.598

Gelderland

€ 4.960.722

Utrecht

€ 1.968.541

Noord-Holland

€ 5.315.060

Zuid-Holland

€ 5.078.834

Zeeland

€ 1.535.462

Noord-Brabant

€ 5.629.282

Limburg

€ 4.488.272

Flevoland

€ 1.574.833

Totaal

€ 40.000.000

Bijlage 31c, genoemd in artikel 31c. Bodemsanering

Gemeente

Uitkering 2010

Alkmaar

€ 410.384

Almelo

€ 458.042

Amersfoort

€ 393.717

Amsterdam

€ 9.542.040

Arnhem

€ 460.493

Breda

€ 531.243

Deventer

€ 437.354

Dordrecht

€ 409.731

Eindhoven

€ 432.824

Emmen

€ 667.336

Enschede

€ 539.558

Groningen

€ 540.210

Haarlem

€ 947.992

Heerlen

€ 424.591

Helmond

€ 379.759

Hengelo O

€ 492.116

Leeuwarden

€ 451.609

Leiden

€ 425.680

Maastricht

€ 479.837

Nijmegen

€ 425.075

Rotterdam

€ 6.397.123

Schiedam

€ 391.539

’s-Gravenhage

€ 1.409.508

’s-Hertogenbosch

€ 2.064.007

Sittard-Geleen

€ 2.991

Tilburg

€ 674.035

Utrecht

€ 391.243

Venlo

€ 517.894

Zaanstad

€ 1.305.241

Zwolle

€ 403.113

Totaal

€ 32.406.285

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 2.239.912

Fryslân

€ 3.665.481

Drenthe

€ 1.246.209

Overijssel

€ 3.755.347

Gelderland

€ 9.567.039

Utrecht

€ 1.392.144

Noord-Holland

€ 6.546.112

Zuid-Holland

€ 9.169.293

Zeeland

€ 475.963

Noord-Brabant

€ 26.424.074

Limburg

€ 726.865

Flevoland

€ 230.640

Totaal

€ 65.439.079

Bijlage 31d, genoemd in artikel 31d. Krimp

Gemeente

Uitkering 2010

Heerlen

€ 14.750.000

Sluis

€ 1.500.000

Totaal

€ 16.250.000

Bijlage 31e, genoemd in artikel 31e. Regiospecifiek pakket Zuiderzeelijn

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 8.102.319

Fryslân

€ 17.948.095

Drenthe

€ 1.727.426

Flevoland

€ 1.658.329

Totaal

€ 29.436.169

Bijlage 31f, genoemd in artikel 31f. Stimulering lokale klimaatinitiatieven (SLOK)

Gemeente

Uitkering 2010

Aa en Hunze

€ 72.956

Aalburg

€ 15.414

Aalsmeer

€ 26.966

Aalten

€ 41.082

Abcoude

€ 14.800

Albrandswaard

€ 14.386

Alkmaar

€ 69.036

Almelo

€ 73.367

Alphen a/d Rijn

€ 70.366

Alphen-Chaam

€ 18.949

Amersfoort

€ 128.567

Amstelveen

€ 74.439

Amsterdam

€ 640.546

Andijk

€ 14.800

Anna Paulowna

€ 26.088

Apeldoorn

€ 193.641

Appingedam

€ 14.800

Arnhem

€ 138.489

Assen

€ 69.495

Asten

€ 20.613

Baarle-Nassau

€ 14.800

Baarn

€ 18.618

Barendrecht

€ 40.163

Barneveld

€ 75.429

Bedum

€ 14.511

Beek

€ 17.918

Beesel

€ 14.800

Bellingwedde

€ 21.190

Bergeijk

€ 27.994

Bergen NH

€ 44.404

Bergen op Zoom

€ 56.576

Berkelland

€ 63.510

Bernheze

€ 41.585

Bernisse

€ 13.796

Best

€ 14.058

Beuningen

€ 29.900

Beverwijk

€ 22.261

Bladel

€ 29.714

Bloemendaal

€ 20.356

Bodegraven

€ 23.374

Bolsward

€ 14.800

Borne

€ 17.332

Borsele

€ 45.176

Boskoop

€ 14.800

Boxmeer

€ 28.186

Boxtel

€ 37.157

Breda

€ 166.923

Breukelen

€ 21.270

Brielle

€ 14.899

Bronckhorst

€ 84.618

Capelle a/d IJssel

€ 57.757

Castricum

€ 39.440

Cranendonck

€ 31.461

Cuijk

€ 23.985

Dalfsen

€ 53.033

Dantumadiel

€ 26.440

De Bilt

€ 37.306

De Marne

€ 42.701

De Ronde Venen

€ 44.686

Delft

€ 84.555

Delfzijl

€ 48.365

Deurne

€ 48.598

Deventer

€ 105.957

Diemen

€ 22.656

Dirksland

€ 20.677

Doetinchem

€ 61.944

Dongen

€ 21.147

Dongeradeel

€ 40.490

Dordrecht

€ 117.924

Drechterland

€ 30.522

Drimmelen

€ 33.927

Dronten

€ 89.752

Duiven

€ 21.964

Ede

€ 149.127

Eemsmond

€ 49.404

Eersel

€ 30.529

Eindhoven

€ 192.529

Elburg

€ 30.835

Enkhuizen

€ 22.444

Enschede

€ 156.102

Ermelo

€ 29.450

Etten-Leur

€ 34.838

Ferwerderadiel

€ 25.660

Gaasterlan-Sleat

€ 35.012

Geertruidenberg

€ 17.943

Geldrop-Mierlo

€ 37.565

Gennep

€ 23.469

Gilze en Rijen

€ 27.202

Goedereede

€ 29.847

Goes

€ 39.843

Goirle

€ 26.347

Gorinchem

€ 26.043

Gouda

€ 62.935

Graft-De Rijp

€ 14.800

Groningen

€ 167.989

Haaksbergen

€ 30.563

Haarlem

€ 129.362

Haarlemmermeer

€ 150.329

Halderberge

€ 38.527

Hardenberg

€ 107.374

Harderwijk

€ 44.254

Hardinxveld-Giessend

€ 14.800

Haren

€ 20.465

Harenkarspel

€ 23.486

Hattem

€ 14.800

Heemskerk

€ 23.846

Heemstede

€ 15.064

Heerde

€ 29.973

Heerenveen

€ 61.803

Heerhugowaard

€ 49.205

Heerlen

€ 68.694

Heiloo

€ 21.966

Hellendoorn

€ 55.942

Hellevoetsluis

€ 41.605

Helmond

€ 82.358

Hendrik-Ido-Ambacht

€ 18.328

Hengelo O

€ 79.797

Het Bildt

€ 16.161

Heumen

€ 16.812

Heusden

€ 51.006

Hillegom

€ 19.535

Hilversum

€ 78.813

Hoogeveen

€ 69.536

Hoorn

€ 67.093

Horst aan de Maas

€ 56.189

Houten

€ 49.160

Huizen

€ 39.515

Kaag en Braassem

€ 34.530

Kampen

€ 71.337

Katwijk

€ 56.140

Kerkrade

€ 45.054

Koggenland

€ 33.354

Kollumerland en Nieuwkruisl.

€ 32.507

Krimpen a/d IJssel

€ 25.770

Laarbeek

€ 28.637

Landgraaf

€ 23.988

Landsmeer

€ 12.040

Lansingerland

€ 50.665

Leek

€ 27.986

Leeuwarden

€ 93.087

Leeuwarderadeel

€ 14.800

Leiden

€ 102.950

Leiderdorp

€ 24.173

Leidschendam-Voorburg

€ 67.753

Lelystad

€ 164.329

Lemsterland

€ 34.248

Leudal

€ 61.362

Leusden

€ 28.401

Lisse

€ 21.431

Littenseradiel

€ 33.591

Lochem

€ 67.460

Loenen

€ 14.800

Loppersum

€ 11.079

Maarssen

€ 38.784

Maassluis

€ 28.380

Maastricht

€ 111.040

Marum

€ 15.493

Medemblik

€ 55.366

Menameradiel

€ 24.528

Menterwolde

€ 20.838

Meppel

€ 36.632

Middelburg

€ 38.953

Middelharnis

€ 25.193

Midden Drenthe

€ 92.023

Midden-Delfland

€ 18.440

Moerdijk

€ 52.674

Montferland

€ 49.133

Montfoort U

€ 14.800

Nederweert

€ 32.683

Niedorp

€ 21.687

Nieuwkoop

€ 39.501

Nijefurd

€ 22.995

Nijkerk

€ 37.387

Nijmegen

€ 145.767

Noordoostpolder

€ 51.708

Noordwijk

€ 27.326

Noordwijkerhout

€ 17.168

Nuenen c.a.

€ 20.628

Nunspeet

€ 46.235

Nuth

€ 19.432

Oegstgeest

€ 19.929

Oirschot

€ 25.834

Oisterwijk

€ 27.369

Oldambt

€ 56.095

Oldebroek

€ 37.400

Oldenzaal

€ 24.109

Ommen

€ 39.163

Oost Gelre

€ 45.418

Oosterhout

€ 58.259

Oostflakkee

€ 28.365

Ooststellingwerf

€ 51.875

Oostzaan

€ 14.800

Opmeer

€ 12.040

Opsterland

€ 66.883

Oss

€ 83.659

Oude IJsselstreek

€ 59.106

Ouder-Amstel

€ 14.800

Oudewater

€ 14.800

Overbetuwe

€ 46.790

Papendrecht

€ 18.380

Pekela

€ 15.701

Pijnacker-Nootdorp

€ 43.048

Putten

€ 35.496

Raalte

€ 47.218

Reeuwijk

€ 19.887

Renswoude

€ 12.040

Reusel-De Mierden

€ 24.910

Rheden

€ 40.931

Rhenen

€ 23.733

Ridderkerk

€ 20.406

Rijnwoude

€ 26.446

Rijssen-Holten

€ 39.175

Rijswijk

€ 42.183

Roerdalen

€ 34.276

Roermond

€ 37.496

Roosendaal

€ 66.554

Rotterdam

€ 540.570

Rozenburg

€ 10.490

Rucphen

€ 23.751

Schagen

€ 19.600

Schermer

€ 13.190

Schiedam

€ 66.799

Schijndel

€ 21.913

Schouwen-Duive

€ 84.354

’s-Gravenhage

€ 413.697

’s-Hertogenbosch

€ 130.780

Sint-Anthonis

€ 21.329

Sint-Michielsgestel

€ 26.847

Sint-Oedenrode

€ 20.286

Sittard-Geleen

€ 95.723

Skarsterlan

€ 62.765

Sliedrecht

€ 14.554

Slochteren

€ 31.560

Smallingerland

€ 56.497

Sneek

€ 34.091

Soest

€ 46.674

Someren

€ 23.148

Son en Breugel

€ 17.746

Spijkenisse

€ 67.637

Stadskanaal

€ 31.800

Staphorst

€ 28.934

Stede Broec

€ 16.579

Steenbergen

€ 37.018

Steenwijkerland

€ 77.785

Stein

€ 26.321

Ten Boer

€ 14.800

Terschelling

€ 12.138

Teylingen

€ 35.613

Tholen

€ 51.161

Tilburg

€ 191.036

Twenterand

€ 48.075

Tynaarlo

€ 43.858

Tytsjerksteradiel

€ 56.949

Uden

€ 46.246

Uitgeest

€ 12.040

Uithoorn

€ 20.784

Utrecht

€ 260.565

Utrechtse Heuvelrug

€ 53.517

Veendam

€ 38.148

Veenendaal

€ 55.484

Veere

€ 44.666

Veghel

€ 45.422

Veldhoven

€ 42.246

Velsen

€ 42.421

Venlo

€ 108.343

Venray

€ 65.620

Vianen

€ 15.415

Vlaardingen

€ 64.952

Vlagtwedde

€ 34.080

Vlieland

€ 14.800

Voorschoten

€ 21.277

Voorst

€ 32.825

Waalre

€ 14.800

Waalwijk

€ 50.859

Waddinxveen

€ 27.177

Wageningen

€ 35.940

Wassenaar

€ 19.792

Waterland

€ 22.048

Weesp

€ 15.283

Werkendam

€ 34.208

Wervershoof

€ 14.800

Westland

€ 98.086

Westvoorne

€ 22.648

Wierden

€ 28.575

Wijchen

€ 37.426

Wijk bij Duurstede

€ 23.519

Winsum

€ 30.691

Winterswijk

€ 50.193

Woensdrecht

€ 26.831

Woerden

€ 57.479

Wormerland

€ 17.614

Woudrichem

€ 16.586

Wunseradiel

€ 67.464

Wymbritseradiel

€ 32.742

Zaanstad

€ 134.095

Zaltbommel

€ 29.599

Zandvoort

€ 12.782

Zeevang

€ 15.504

Zeist

€ 48.526

Zijpe

€ 27.677

Zoetermeer

€ 105.971

Zoeterwoude

€ 11.379

Zuidhorn

€ 39.210

Zuidplas

€ 21.833

Zundert

€ 30.257

Zutphen

€ 47.078

Zwijndrecht

€ 26.811

Zwolle

€ 118.303

Totaal

€ 15.220.017

Provincie

Uitkering 2010

Groningen

€ 108.690

Fryslân

€ 128.256

Drenthe

€ 108.131

Overijssel

€ 141.117

Gelderland

€ 193.693

Utrecht

€ 123.034

Noord-Holland

€ 200.712

Zuid-Holland

€ 232.486

Zeeland

€ 70.956

Noord-Brabant

€ 155.326

Limburg

€ 128.766

Flevoland

€ 100.835

Totaal

€ 1.692.002

Bijlage 31g, genoemd in artikel 31g. Tijdbeleid

Gemeente

Uitkering 2010

Achtkarspelen

€ 50.000

Amersfoort

€ 50.000

Borger-Odoorn

€ 50.000

Cuijk

€ 50.000

De Wolden

€ 50.000

Emmen

€ 50.000

Hellendoorn

€ 50.000

Tynaarlo

€ 50.000

Tytsjerksteradiel

€ 50.000

Totaal

€ 450.000

Provincie

Uitkering 2010

Drenthe

€ 50.000

Overijssel

€ 100.000

Zeeland

€ 50.000

Totaal

€ 200.000

NOTA VAN TOELICHTING

A. Algemeen

Inleiding

Het voorliggende wijzigingsbesluit stelt de verdeling vast van een groot aantal decentralisatie- en integratie-uitkeringen uit het provincie- en gemeentefonds (hierna: de fondsen) op grond van artikel 13, eerste lid, van de de Financiële-verhoudingswet (Fv-wet) voor het jaar 2010. Het gaat hierbij om uitkeringen die uit de fondsen worden verstrekt, maar geen deel uitmaken van de algemene uitkering. Deze uitkeringen maken het mogelijk af te wijken van de verdeelmaatstaven die gelden voor de algemene uitkering uit de fondsen conform het Besluit financiële verhouding 2001.

Systematiek decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Met de laatste wijziging van de Fv-wet (Stb. 2008, 312) is er een belangrijke wijziging opgetreden ten aanzien van het verstrekken van uitkeringen uit de fondsen naast de algemene uitkering. In artikel 5, tweede lid, van de Fv-wet is, naast de al langer bestaande integratie-uitkering, de decentralisatie-uitkering toegevoegd. Een integratie-uitkering heeft als kenmerk dat de uitkering op termijn altijd wordt opgenomen in de algemene uitkering en deze heeft daarom een beperkte duur. Een decentralisatie-uitkering hoeft daarentegen niet op te gaan in de algemene uitkering. Omdat de decentralisatie-uitkering vaak wordt gebruikt voor tijdelijke uitkeringen, heeft deze in de praktijk veelal een korte looptijd van enkele jaren. Deze uitkeringen worden toegevoegd aan de algemene middelen van de provincie of gemeente (artikel 13, tweede lid, van de Fv-wet). Omdat er over de besteding van een decentralisatie- of integratie-uitkering geen afzonderlijke financiële verantwoording wordt gevraagd – in tegenstelling tot de specifieke uitkering – kan de decentralisatie-uitkering een instrument zijn om de administratieve lasten voor decentrale overheden terug te dringen. De decentralisatie-uitkering biedt het Rijk de mogelijkheid om maatwerk te leveren. De decentralisatie-uitkering maakt het mogelijk om extra financiële middelen te verstrekken aan provincies en gemeenten voor specifieke beleidsdoelen voor een beperkte tijd. Dit was vaak de reden voor het verstrekken van specifieke uitkeringen. In het terugdringen van het aantal specifieke uitkeringen kan de decentralisatie-uitkering een belangrijke rol spelen.

Het is uitdrukkelijk de intentie van de regering om zo min mogelijk bestedingsvoorwaarden aan de decentralisatie-uitkeringen te koppelen. De uiteindelijke situatie zal moeten zijn dat de bestedings- en verantwoordingsvrijheid niet wordt ingeperkt door nadere actieplannen, convenanten, kaders, etcetera. Weliswaar worden in de fase van de verstrekking van de uitkering momenteel soms nog voorwaarden aan de uitkering verbonden, maar de winst zit hem in de verminderde verantwoordingslasten van de decentrale overheden.

Er kan geen afzonderlijke financiële verantwoordingsinformatie worden gevraagd over de besteding van vastgestelde uitkeringen. Evenmin kunnen uitkeringen worden teruggevorderd vanwege het niet nakomen van de afspraken. Het gaat hier immers om financiële middelen die voor een gemeente vrij besteedbaar zijn.

Consultatie

Al deze uitkeringen zijn in een eerder stadium bekendgemaakt aan alle provincies en gemeenten middels de circulaires voor het provinciefonds en het gemeentefonds. Tevens zijn veel van deze uitkeringen een uitvloeisel van bestuurlijke afspraken tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Provincies en gemeenten zijn ruimschoots betrokken geweest bij het vaststellen van deze uitkeringen. Een formele consultatieronde bij het Interprovinciaal overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is daarom niet noodzakelijk geacht.

B. Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Onderdeel A

De artikelen 2a, 2b, 2d, 19, 26, 29b, 29e tot en met 29h, 29n, 29p, 29q en 29s en de bijlagen 27a, 29a tot en met 29d, 29f, 29g, 29i tot en met 29p, 29r en 29s vervallen.

De uitkeringen genoemd in de artikelen 2b, 29e t/m 29h, 29n en 29s waren eenmalige uitkeringen. De uitkering genoemd in artikel 19 is afgelopen. De uitkering in artikel 26 vindt zijn vervolg in de uitkeringen in de artikelen 29 aa t/m 29 cc. De uitkeringen genoemd in de artikelen 2a, 2d, 29b, 29p en 29q zijn verplaatst naar paragraaf 3 daar dit uitkeringen betreft die aan zowel provincies als gemeenten zijn verstrekt.

Onderdeel B
Regionale luchthavens

Als gevolg van de wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur (Stb. 2008, 561) zijn de provincies het bevoegd gezag geworden voor de gedecentraliseerde luchthavens. In 2006 zijn afspraken gemaakt over verdeling van de kosten tussen de provincies en het Rijk. Voor 2010 bedraagt de toevoeging aan het provinciefonds € 968.000. Verdeling over de provincies vindt plaats op basis van het aantal luchthavens per provincie zoals bij de berekening in 2005 is gehanteerd. Voor 2010 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2c, tweede lid, en de daarbij behorende bijlage 2c-2.

Onderdeel C
Archeologische structuur

Als een bijdrage in het behoud en benutting van de archeologische structuur ontvangt de provincie Utrecht in 2010 een eenmalige bijdrage van € 207.000. Dit ter ondersteuning van het interprovinciale plan «Limes samenwerking 2010–2014». Het geld is in de vorm van een decentralisatie-uitkering aan het provinciefonds toegevoegd. De samenwerking tussen de provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland richt zich op behoud en benutting van de Romeinse Rijksgrens de Limes, de grootste archeologische structuur van Nederland. Voor 2010 is de bijdrage vastgesteld in artikel 2e.

Elektrisch varen

Door de provincie Fryslân is een proeftuin voor elektrisch varen ontwikkeld om via een geïntegreerde aanpak de transitie naar elektrisch vervoer, waaronder elektrisch varen, te stimuleren. Onderdeel van die proeftuin vormt een stimuleringsregeling voor (om)bouw van elektrische vaartuigen. Door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wordt in het kader van de uitvoering van het plan van aanpak voor elektrisch rijden een bijdrage geleverd aan de financiering van deze regeling. De bijdrage wordt in 2010 uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering van € 175.000 en is geregeld in artikel 2f van het onderhavige besluit.

Personeelsvoorziening procestechniek nieuwe energie

Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft in 2010 ten behoeve van de provincie Limburg via de decentralisatie-uitkering € 621.177 in het provinciefonds gestort als bijdrage aan de uitvoering van het Projectplan Personeelsvoorziening voor procestechniek/nieuwe energie in Limburg. Bovenstaande uitkering aan de provincie Limburg in 2010 is geregeld in artikel 2g van het onderhavige besluit.

Restauratie Rijksmonumenten

Provincies en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap investeren gezamenlijk € 38 miljoen in de restauratie van rijksmonumenten over de periode 2009, 2010 en 2011. Het doel is het behoud van werkgelegenheid in de bouw met het oog op de economische crisis en tegelijkertijd wordt een bijdrage gegeven aan de instandhouding van cultureel erfgoed. Hiervoor is eenmalig € 19 miljoen in 2010 aan het provinciefonds toegevoegd. De bijdrage die provincies krijgen bestaat deels uit een vast bedrag dat voor iedere provincie gelijk is en deels uit een bedrag dat is gebaseerd op het aantal rijksmonumenten per provincie (verdeelsleutel). De verdeling van de uitkering aan de provincies is voor het jaar 2010 geregeld in artikel 2h van onderhavig besluit en de daarbij behorende bijlage 2h.

Onderdeel D
Compensatie derving OZB op bedrijfswoningen

Deze uitkering compenseert gemeenten voor de inkomensderving die is ontstaan vanwege het afschaffen van de onroerende zaakbelasting (OZB) voor onroerende zaken die deels als woning worden gebruikt. Het gaat hier met name om panden die deels als bedrijf en tegelijk als woning worden gebruikt. De afschaffing had ten doel om ook de bewoners van panden die niet uitsluitend, maar wel een zekere woonbestemming hebben, mee te laten profiteren van de afschaffing van het gebruikersdeel van de OZB. Om de gemeenten niet te belasten met de financiële gevolgen van deze wetswijziging heeft het Rijk de toezegging gedaan de opgetreden derving van inkomsten te compenseren. Daartoe hebben gemeenten een opgave kunnen doen van de inkomstenderving die door deze wetswijziging is opgetreden. Op basis van deze gegevens is de uitkering vastgesteld zoals in de bijlage van dit besluit is vastgesteld. Tijdelijk wordt deze uitkering verstrekt middels een integratie-uitkering uit het gemeentefonds. Vanaf 2011 wordt deze uitkering geïntegreerd in de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten is voor het jaar 2010 geregeld in artikel 10 van onderhavig besluit en de daarbij behorende bijlage 10c.

Onderdeel E
Nationaal actieplan sport en bewegen

Vanaf 2008 stelt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport € 38 miljoen beschikbaar voor de Impuls Nationaal actieplan sport en bewegen (NASB). Hiervan is € 18 miljoen gereserveerd voor de 1e tranche (2008 t/m 2010) en € 20 miljoen voor de 2e tranche (2010 t/m 2012). Gemeenten die sport- en beweegactiviteiten gaan opzetten zullen in aanvulling op de Rijksbijdrage eenzelfde bedrag co-financieren vanuit eigen middelen, zodat er in totaal € 76 miljoen beschikbaar is voor een actievere leefstijl. De Rijksbijdrage komt in twee tranches beschikbaar voor in totaal 100 gemeenten met naar verwachting de grootste gezondheidsachterstand. De bijlage 14-2, behorend bij artikel 14 van onderhavig besluit is voor het jaar 2010 aangepast.

Onderdeel F
Pilot toezicht Drank- en Horecawet

Voor deelname aan een experiment met gemeentelijk toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 17-2, behorende bij artikel 17, tweede lid, in 2010 de in die bijlage genoemde uitkering.

Het is de bedoeling dat het toezicht op de naleving van de Drank- en Horecawet wordt overgedragen aan gemeenten. Het toezicht is nu belegd bij de Voedsel en Warenautoriteit. In vijftien (regio’s van) gemeenten werd daartoe in de jaren 2008 en 2009 een pilot uitgevoerd. In 2010 is deze pilot verlengd. Het doel van de pilot is om inzicht te krijgen in de ervaringen van verschillende gemeenten met het uitvoeren van de toezichtstaak. De gemeenten die deelnemen worden met deze middelen in de gelegenheid gesteld om toezichthouders aan te stellen. Ter compensatie van de kosten wordt aan de deelnemende gemeenten deze uitkering verstrekt. Het uitgekeerde bedrag is gebaseerd op twee voltijd toezichthouders per gemeente, met uitzondering van de gemeente Drimmelen die een uitkering krijgt voor het aanstellen van één toezichthouder.

Onderdeel G
Pilot gemengde scholen

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft deze middelen via het gemeentefonds beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van pilots om segregatie in het basisonderwijs tegen te gaan. De gemeenten experimenteren met het opzetten van samenwerkingsverbanden tussen scholen om daarmee de contacten tussen leerlingen met verschillende achtergronden te bevorderen. Daarnaast zullen ouderinitiatieven worden gestimuleerd, zal de schoolkeuzevoorlichting aan ouders worden verbeterd en komen er in enkele gemeenten vaste aanmeldmomenten. Ook de gemeente Almelo ontvangt voor de jaren 2010 en 2011 middelen in het kader van deze pilot. De betaling vindt plaats in de vorm van een decentralisatie-uitkering. De bijlage 18, behorend bij artikel  8 van het onderhavige besluit, is voor de jaren 2010 en 2011 aangepast.

Onderdeel H
Polarisatie en radicalisering

Ter ondersteuning van gemeentelijke actieplannen om polarisatie en radicalisering tegen te gaan ontvangen gemeenten genoemd in bijlage 20a, voor de jaren 2010 en 2011 het in die bijlage genoemde bedrag. Deze uitkering komt voort uit het actieplan Polarisatie en radicalisering. (Kamerstukken II, 2006/07, 29 754, nr. 103). De uitkering betreft een gedeeltelijke financiering van deze gemeentelijke actieplannen. De bijlage, behorend bij artikel 20 van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen, is voor de jaren 2010 en 2011 aangepast.

Onderdeel I
Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)

In artikel 27, het nieuwe onderdeel c, wordt de verdeling van het WMO-budget 2008 onder alle gemeenten vastgesteld. Vanaf 2008 wordt de verdeling van de middelen berekend aan de hand van objectieve criteria. Analoog aan de algemene uitkering van het gemeentefonds zijn daarvoor in onderdeel b van dit artikel maatstaven vastgelegd, die de WMO kostenstructuur van de gemeente weergeven. Het gaat hier om maatstaven als leeftijdsopbouw van de bevolking, huishoudensamenstelling, inkomen, aantal uitkeringsontvangers, aantal minderheden, aantallen bedden in verschillende zorginstellingen en de mate van stedelijkheid. Voor de vastgestelde uitkeringen in het jaar 2008 wordt hiervoor bijlage 27c toegevoegd.

Onderdeel J
Aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren

Vanuit het integratiebudget is voor 2010 een bedrag van € 12,4 miljoen beschikbaar gesteld ten behoeve van de inzet van straatcoaches en gezinsmanagers. De verdeling van het geld vindt plaats op basis van ingediende plannen van de betrokken gemeenten. De gemeenten zetten in op het terugdringen van de oververtegenwoordiging van de Marokkaans-Nederlandse jongeren bij voortijdige schoolverlaten, jeugdwerkloosheid, overlast en criminaliteit. De verdeling van de uitkering over gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29a, tweede lid, van onderhavig besluit en de daarbij behorende bijlage 29a-2.

Onderdeel K
Antillianengemeenten

De periode vanaf 2010 wordt gebruikt om enerzijds de problematiek van Antilliaanse risicojongeren verder terug te dringen en anderzijds de benodigde specifieke kennis en deskundigheid bij reguliere instanties onder te brengen. Hiervoor is in 2010 een bijdrage van € 4,485 miljoen beschikbaar gesteld. De gemeenten zetten in op het terugdringen van de oververtegenwoordiging van de Antilliaans-Nederlandse jongeren bij voortijdig schoolverlaten, jeugdwerkloosheid, overlast en criminaliteit. De verdeelsleutel is het aantal Antilliaans-Nederlandse jongeren onder de 25 jaar. De verdeling is voor 2010 in artikel 29c, tweede lid, en de daarbij genoemde bijlage 29c-2 vastgesteld.

Onderdeel L
Budget 40+wijken

Voor het preventiebudget voor problemen in wijken buiten de veertig aandachtswijken1 wordt in de periode 2009–2010 een budget van € 60 miljoen vrijgemaakt. Dit budget is in twee tranches opgedeeld. In artikel 29d, tweede lid, en de daarbij behorende bijlage 29d-2 is nu voor 2010 de tweede tranche van € 30 miljoen van het preventiebudget ter beschikking gesteld.

Onderdeel M
Herbestemming aandachtswijken

Het budget voor de herbestemming aandachtswijken wordt in twee tranches uitgekeerd aan gemeenten. 14 gemeenten ontvangen in de tweede tranche in 2010 op grond van artikel 29i, tweede lid, en de daarbij behorende bijlage 29i-2 van in totaal € 1,996 miljoen.

Onderdeel N
Artikel 29j. Herstructurering bedrijventerreinen

Voor de herstructurering van bedrijventerreinen, met als randvoorwaarden dat mede-overheden voor tenminste een gelijkwaardig bedrag mee-investeren en dat het project binnen drie jaar tot uitvoering komt, ontvangen de gemeenten op grond van artikel 29j, tweede lid, voor 2010 de in de daarbij behorende bijlage 29j-2 genoemde uitkeringen.

Onderdeel O
Impuls brede scholen combinatiefuncties

In 2008 is de eerste tranche van dertig gemeenten gestart (G30). Zie hiervoor het Besluit van 22 februari 2010, houdende regels over de verdeling van diverse decentralisatie- en integratie-uitkeringen aan provincies en gemeenten (Stb. 2010, 114), artikel 9. Per 1 januari 2009 is de tweede tranche gemeenten gestart. De samenstelling van deze tweede tranche en ook de derde tranche is bepaald op basis van het gemeentelijke inwoneraantal onder de 18 jaar. Het totale bedrag dat op grond van artikel 29k, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29k-2, vanuit het Rijk beschikbaar is gesteld voor 2010, bedraagt voor de tweede tranche € 28,286 miljoen.

Onderdeel P
Innovatietrajecten inburgering

Voor de wijkgerichte inburgering ontvangen gemeenten genoemd in de bij in artikel 29l, tweede lid, behorende bijlage 29l-2 in 2010 uitkeringen van totaal € 1,4 miljoen.

Onderdeel Q
Jeugdwerkloosheid

Om de jeugdwerkloosheid te bestrijden is er incidenteel voor regionale plannen € 153 miljoen beschikbaar voor 2009–2011. Voor 2010 is er € 70,2 miljoen beschikbaar. De verdeling voor het jaar 2010 is geregeld op basis van artikel 29m, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29m-2 en is gerelateerd aan het aantal schoolverlaters tot en met MBO-niveau en het aantal jeugdwerklozen in de regio, waarbij beide indicatoren even zwaar wegen.

Onderdeel R
Spoorse doorsnijdingen tweede tranche

Voor het opheffen of verminderen van de barrièrewerking van het spoor, ook wel spoorse doorsnijdingen genoemd, ontvangen gemeenten, genoemd in bijlage 29o-2, behorend bij artikel 29o, tweede lid, in 2010 de in die bijlage genoemde uitkering.

Onderdeel S
Veilige publieke taak

Ten behoeve van een gedeeltelijke financiering van de totstandkoming, invoering en borging van veiligheidsbeleid op het gebied van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak ontvangen negen gemeenten in 2010 in totaal € 160.960 uitgekeerd voor het uitvoeren van de door hen ingediende veiligheidsprojecten. Een en ander is geregeld in artikel 29r, tweede lid, van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29r-2.

Onderdeel T
WMO Maatregelen psychosociale problemen

In twee stappen is de grondslag «psychosociaal probleem» geschrapt in de AWBZ:

  • 1) Met ingang van 1 januari 2008 is de grondslag geschrapt voor de functie ondersteunende begeleiding algemeen (OB-a). In 2008 hebben zorgkantoren de inkoop nog gedaan zodat gemeenten tijd hadden zich op de gevolgen van deze maatregel voor te bereiden (maatregel 2008).

  • 2) Met ingang van 1 januari 2009 is de grondslag geschrapt voor de functies ondersteunende begeleiding in dagdelen (OB-dag) en persoonlijke verzorging (maatregel 2009).

De verwachting is dat als gevolg van het schrappen van de grondslag psychosociale problematiek burgers met psychosociale problemen vaker een beroep op door gemeenten gefinancierde voorzieningen zullen doen. Daarom worden gemeenten via het gemeentefonds financieel gecompenseerd voor de gevolgen voor cliënten van instellingen voor thuiszorg, welzijnswerk ouderen, activeringscentra en ggz-instellingen. Ter compensatie van de maatregel 2009 kregen de gemeenten jaarlijks een bedrag van € 6,4 miljoen. Dat bedrag is berekend op basis van een inventarisatie door ActiZ, GGZ Nederland, de MO-groep en een aantal activeringsinstellingen. In 2009 en in 2010 wordt het bedrag verdeeld op basis van deze inventarisatie en vanaf 2011 via de maatsstaven van het cluster Maatschappelijke Zorg. Van dat bedrag is in 2009 15% beschikbaar gekomen voor gemeenten, omdat in 2009 nog sprake was van overgangsmaatregelen. Vanaf 2010 is het gehele bedrag beschikbaar gekomen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2009 en 2010 is geregeld in artikel 29t van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29t.

Onderdeel U
WMO compensatie pakketmaatregel AWBZ nadeelgemeenten

In het Bestuurlijk financieel overleg Bofv van 31 augustus 2009 is afgesproken dat de compensatie voor de Awbz-pakketmaatregel ad € 127 miljoen verdeeld wordt over de algemene uitkering en de integratie-uitkering Wmo. In 2010 wordt € 102 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering en € 25 miljoen aan de integratie-uitkering Wmo. In 2010 wordt uit deze € 102 miljoen op verzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een bedrag van € 34 miljoen specifiek verdeeld over die gemeenten die bij de overgang van het historische naar het objectieve verdeelmodel Wmo een negatief herverdeeleffect hadden van meer dan € 5 per inwoner. Hiervoor is een aparte integratie-uitkering « nadeelgemeenten Wmo» opgesteld. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29u van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29u.

Arbeidsparticipatie alleenstaande ouders

Op 1 januari 2009 is het experiment Alleenstaande ouders van start gegaan. Het gaat om een experiment met een regeling die werken in deeltijd financieel aantrekkelijk maakt voor alleenstaande ouders met sollicitatieplicht. Het gaat om een experiment in het kader van artikel 83 Wet werk en bijstand (WWB) waarin bij amvb kan worden afgeweken van een aantal bepalingen van de WWB. Gemeenten nemen op vrijwillige basis deel aan het experiment. De aan het experiment deelnemende gemeenten kunnen tot en met 31 december 2010 de inkomstenvrijlating en het instrument scholing (in combinatie met werk) inzetten binnen het experiment. Voor dit experiment is in 2010 € 2,6 miljoen beschikbaar. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29v van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29v.

Drugspilots

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de voormalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie hebben voor de jaren 2010 en 2011 een bedrag beschikbaar gesteld via het gemeentefonds ter vermindering van overlast en verloedering gerelateerd aan coffeeshops. In 2010 en 2011 wordt aan negen – van de vijftien – gemeenten die een pilotvoorstel hadden ingediend, een decentralisatie-uitkering uitgekeerd. Deze bedraagt in 2010 een bedrag van in totaal € 2,694 miljoen. Aan de gemeente Lelystad en de gemeente Maastricht wordt de decentralisatie-uitkering over twee jaren uitgekeerd, tenzij aan de pilotvoorstellen in 2011 geen verdere uitvoering kan worden gegeven. De uitkomsten van de pilotvoorstellen kunnen mogelijk als input dienen voor het kabinet om toekomstig drugsbeleid vorm te geven. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29w van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29w.

Emancipatie Duizend en één kracht

Om de maatschappelijke participatie van vrouwen uit etnische minderheden te bevorderen is in 2008 in de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Breda en Nijmegen het project Duizend en één Kracht als pilots gestart. In 2008 zijn 19 nieuwe gemeenten gestart met Duizend en één Kracht. De pilot liep – in tegenstelling tot het programma in de 19 nieuwe gemeenten die langer doorlopen – tot 2010. De ministeries van OCW, SZW, VWS en (toenmalig) VROM willen de samenwerking met de zes pilotgemeenten continueren om nog meer vrouwen te kunnen bereiken. Daarom komen deze gemeenten in aanmerking voor een rijksbijdrage van € 0,15 miljoen per jaar voor 2010 en 2011 om Duizend en één Kracht voort te zetten. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29x van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29x.

Gezond in de stad

De middelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor Gezond in de stad (totaal € 5 miljoen per jaar) worden vanaf 2010 via een decentralisatie-uitkering voor de G31 beschikbaar gesteld. Hiermee blijven deze steden extra middelen ontvangen voor uitvoering van de gemeentelijke taken in het kader van de Wet publieke gezondheid. Daarmee kunnen de steden zich extra inzetten om gezondheidsachterstanden zoveel mogelijk terug te dringen via een wijkgerichte integrale aanpak gericht op gezonde bewoners, gezonde leefomgeving en een samenhangende eerstelijnszorg met preventief aanbod. Gemeenten kunnen daarbij verbindingen leggen met andere activiteiten in het kader van het stedenbeleid, waaronder integratie, veiligheid en leefbaarheid. Gemeenten kunnen daarbij gebruik maken van de ervaringen, aanpak en resultaten bij de experimenten Gezonde wijk in de krachtwijken. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29ij van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ij.

Hogeschool Almere

De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en (toenmalig) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de provincie Flevoland, de gemeenten Almere en Lelystad en de Christelijke Hogeschool Windesheim brengen gezamenlijk een netto contant bedrag van € 72 miljoen bijeen voor de dekking van aanlooptekorten die samenhangen met de realisatie van een hogeschool in Flevoland. Via het gemeentefonds wordt in 2010 aanvullend € 10 miljoen beschikbaar gesteld aan Almere. Dit is geregeld in artikel 29z van het onderhavige besluit.

Inburgering (instapcursussen)

In de brief van de voormalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 25 augustus 2009 aan de Tweede Kamer – de zogenaamde maatregelenbrief inburgering – heeft het kabinet aangekondigd te onderzoeken of in 2010 financiële middelen beschikbaar kunnen worden gesteld voor de organisatie van instapcursussen voorafgaand aan het inburgeringtraject. Inmiddels is bij gemeenten geïnventariseerd, of en zo ja hoeveel, instapcursussen zij in 2010 wilden organiseren. Aan 146 gemeenten is een decentralisatie-uitkering ter compensatie van de kosten ter beschikking gesteld. De verdeling van de uitkering van € 14,211 miljoen aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29aa van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29aa.

Inburgering (knelpunten)

Om meer inburgeraars, met name meer vrijwillige inburgeraars voor het inburgeringaanbod te interesseren. ontvangen gemeenten als extra tegemoetkoming in de kosten van de voormalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie in 2010 extra middelen. Gemeenten van wie de ambitie gelijk is aan of hoger is dan hun aandeel in de 47.000 inburgeraars, waarvoor via het participatiebudget al middelen beschikbaar zijn gesteld, kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage. Bij de berekening van de bijdrage wordt (als extra tegemoetkoming) niet uitgegaan van het verschil tussen de gemeentelijke ambitie en het gemeentelijk aandeel in de 47.000 inburgeraars, maar van het verschil tussen de gemeentelijke ambitie en het gemeentelijk aandeel in 43.000 inburgeraars. De bijdrage per extra inburgeraar bedraagt € 3.846. De verdeling van de uitkering van € 47,475 miljoen aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29bb van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29bb.

Inburgering (uitvoeringskosten)

Aan die gemeenten die een bijdrage leveren aan de gewenste volumeverhoging van het aantal inburgeringvoorzieningen wordt een extra bijdrage verstrekt voor de uitvoeringskosten. De extra middelen zijn in 2010 verstrekt via een decentralisatie-uitkering van in totaal € 10,440 miljoen2. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29cc van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29cc.

Jeugd

Vanaf 2010 worden de middelen voor het preventieve lokale jeugdbeleid gefaseerd aan het gemeentefonds toegevoegd via de decentralisatie-uitkering Jeugd (DU-Jeugd). Deze uitkering is vooralsnog bedoeld voor de G 31 aangevuld met vier van de vijf zogenoemde Ortega-gemeenten (Apeldoorn, Zoetermeer, Ede, Almere). Met de DU-Jeugd kan het preventieve lokale jeugdbeleid in brede zin vorm worden geven. Als in 2012 de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) landelijk dekkend zijn, worden middelen uit de brede doeluitkering Centra voor Jeugd en Gezin (structureel maximaal € 350 miljoen) hierin ook opgenomen. Dan vindt uitbreiding van de DU-Jeugd naar alle gemeenten plaats.

De DU Jeugd is in 2010 gestart met de € 21,7 miljoen die in 2009 zijn uitgekeerd als onderdeel van de Brede Doeluitkering Sociaal Integratie en Veiligheid (BDU SIV) voor tegengaan Voortijdig Schoolverlaters in het kader van het Grote Stedenbeleid (GSB). Deze middelen voor het tegengaan van Voortijdig Schoolverlaters liepen in 2009 af. Het Rijk heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om deze middelen beschikbaar te houden voor gemeenten. Op die manier kunnen zij de aanpak van overbelaste jongeren op het niveau van het vmbo en mbo meer sluitend maken opdat meer jongeren hun schoolloopbaan succesvol kunnen afronden. In vergelijking met de aanpak voortijdig schoolverlaten worden de middelen nu toegespitst op een sluitende zorg- en hulpaanbod voor overbelaste jongeren. Hiervoor wordt als indicator gebruikt het aantal vmbo-deelnemers in leerjaar 3 en 4 en mbo-deelnemers niveau 1 en 2 uit armoedeprobleemcumulatiegebieden. Deze toegespitste indicator heeft in vergelijking met de uitkering in de BDU SIV een herverdeling tot gevolg richting gemeenten waarin de problematiek zowel absoluut als relatief het grootst is. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29dd van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29dd.

Leefbaarheid en veiligheid

De veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen worden in 2010 en 2011 onder 40 gemeenten verdeeld. Het betreft de G31, de Ortega-gemeenten (Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer, Zoetermeer) en 4 gemeenten met ernstige problematiek inzake overlastgevende Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren (Culemborg, Gouda, Veenendaal en Zeist). Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het voormalig Ministerie van Wonen, Wijken en Integeratie hebben op 9 juli 2009 in het Strategisch Beraad Veiligheid met de VNG afgesproken dat bij de inzet van de veiligheids- en leefbaarheidsmiddelen in 2010 en 2011 focus wordt aangebracht op de aanpak van sociale overlast en fysieke verloedering. Tevens zijn de middelen die het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Gouda heeft toegezegd voor het aanstellen van gezinsmanagers (op basis van het nu geschrapte artikel 29h) in 2010 en 2011 toegevoegd aan deze uitkering. Het gaat hier om een bedrag van € 300.000 per jaar.

De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29ee van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ee. De verdeling is gebaseerd op de verdeelsleutel zoals die ook al tot en met 2009 van toepassing was binnen de Brede doeluitkering Sociaal Integratie en Veiligheid.

Loondispensatie

In de pilot Loondispensatie krijgen gemeenten de mogelijkheid het instrument loondispensatie in te zetten voor hun inwoners van 23 jaar en ouder die bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren en die langdurig of structureel verminderd arbeidsproductief zijn als gevolg van een lichamelijke, verstandelijke, psychische of psychosociale beperking. De deelnemende gemeenten krijgen een tegemoetkoming in de uitvoeringskosten. Het is een tegemoetkoming in de kosten en is dus nadrukkelijk geen volledige vergoeding van alle door de gemeente gemaakte kosten in het kader van de pilot. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29ff van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ff.

Onderwijsachterstandenbeleid

De middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid worden voor de G31 in 2010 uitgekeerd via een decentralisatie-uitkering. Voor 2010 is hier € 173,21 miljoen mee gemoeid. Voor alle gemeenten zal de verdeelsleutel die werd gebruikt van 2006 t/m 2009 gehandhaafd blijven. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29gg van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29gg.

Rolstoelvoorzieningen Arnhem

Betreft een uitkering aan de gemeente Arnhem voor extra uitgaven waarmee de gemeente zich geconfronteerd zag vanwege het verstrekken van rolstoelvoorzieningen aan bewoners in AWBZ-instellingen op grond van het per 1 april 2003 gewijzigde artikel 15 BZA/AWBZ. Vanwege de aanwezigheid van grootschalige AWBZ-instellingen voor zowel lichamelijk als verstandelijk gehandicapten neemt Arnhem voor wat betreft de gevolgen van de wijziging een uitzonderingspositie in. Arnhem ontvangt daarom € 1,4 miljoen in 2010 en € 0,3 miljoen in 2011 en 2012. De uitkering aan de gemeente Arnhem in 2010 is geregeld in artikel 29hh van het onderhavige besluit.

Vadercentra

De minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en de voormalige minister voor Wonen, Wijken en Integratie hebben zich gezamenlijk ingezet voor de realisatie van nieuwe vadercentra in Nederland, om de emancipatie en integratie van allochtone mannen en vaders te bevorderen. Aan de hand van een aanvraagprocedure onder de 56 grootste gemeenten met het hoogste aandeel minderheden plus de gemeenten die vallen onder de «Samenwerkingsgemeenten aanpak Marokkaans-Nederlandse probleemjongeren» zijn 14 gemeenten geselecteerd voor een bijdrage van maximaal € 50.000 per jaar voor de periode 2010 tot en met 2012. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29ii van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ii.

Versterking peuterspeelzaalwerk

De Wet OKE (Ontwikkelkansen door Kwaliteit en Educatie) is op 1 augustus 2010 inwerking getreden. Zij beoogt voor jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilige, stimulerende omgeving te creëren waarbij medewerkers in staat zijn om een risico op een taalachterstand in het Nederlands te signaleren en dat effectief aan te pakken. Door harmonisatie van de wet- en regelgeving over de kwaliteit van peuterspeelzalen met die van kindercentra ontstaat een kwaliteitsimpuls. Door deze investering worden peuterspeelzalen in een betere positie gebracht om de laagdrempelige voorziening te kunnen behouden. Er wordt € 35 miljoen (structureel) voor kwaliteitsverbetering van peuterspeelzalen aan het gemeentefonds toegevoegd. De verdeling vindt plaats met de maatstaven jongeren 75%, aantal kernen 15% en oppervlakte 10%. De middelen worden toegevoegd als een decentralisatie-uitkering.

Vooralsnog zijn alle gemeenten opgenomen in de decentralisatie-uitkering. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29jj van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29jj.

Vrouwenopvang

De specifieke uitkering vrouwenopvang wordt per 2011 omgevormd naar een decentralisatie-uitkering. In totaal wordt structureel € 88,9 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds. De decentralisatie-uitkering heeft dezelfde omvang en verdeling als de specifieke uitkering. Centrumgemeenten ontvangen in 2010 via het gemeentefonds eenmalig middelen (€ 2,4 miljoen) in het kader van «Beschermd en Weerbaar». Deze middelen zijn bestemd voor onderstaande activiteiten:

  • 1. Voorbereiding op de voorgenomen invoering van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

  • 2. Versterken van de regierol bij uitvoering van de Wet tijdelijk huisverbod, met name bij de overdracht naar de hulpverlening na de eerste 10 dagen.

De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29kk van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29kk.

Wachtlijsten kinderopvang

8 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners, die werk maken van het inkorten van hun wachtlijsten in de kinderopvang, ontvangen daarvoor in 2010 een financiële ondersteuning van het Rijk van in totaal € 2,7 miljoen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29ll van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29ll.

Winkelstraatmanagement

Om een goede lokale samenwerking tot stand te brengen tussen ondernemers onderling en van ondernemers met de gemeente en andere betrokkenen ten behoeve van de bestrijding van criminaliteit tegen ondernemers, krijgen 13 gemeenten een bijdrage voor het inhuren van winkelstraatmanagers. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29mm van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29mm.

Uitvoeringskosten Wet werk en inkomen kunstenaars

In de memorie van toelichting bij de met ingang van 1 januari 2010 in werking getreden Wet bundeling van uitkeringen inkomensvoorziening aan gemeenten is opgenomen dat de middelen voor de uitvoeringskosten van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) worden verdeeld over de 20 WWIK-centrumgemeenten door middel van een decentralisatie-uitkering. Voor het jaar 2010 betreft het een totaalbedrag van € 3,4 miljoen. Voor de verdeling van de middelen is zoveel mogelijk aangesloten bij de voormalige declaratiesystematiek van de uitvoeringskosten WWIK, hetgeen betekent dat het macrobedrag voor de uitvoeringskosten in een jaar over de WWIK-centrumgemeenten wordt verdeeld naar rato van het aantal WWIK-gerechtigden per 31 december twee jaar ervoor. Het jaar 2010 is een overgangsjaar waarin de verdeling één jaar later bekend wordt gemaakt dan gebruikelijk is in de systematiek van de decentralisatie-uitkering. Om deze reden is voor de verdeling van de uitkeringskosten 2010 dezelfde, op dit moment meest actuele, verdeelmaatstaf gebruikt als voor de verdeling van de uitkeringskosten 2011, namelijk het aantal WWIK-gerechtigden per 31 december 2009. Als gegevensbron voor de verdeling wordt gebruikgemaakt van de bijstandsuitkeringenstatistiek van het CBS. Het belangrijkste voordeel hiervan is dat de jaarlijkse uitvraag van het aantal WWIK-gerechtigden via de SISA-bijlage met ingang van 2010 kan komen te vervallen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten in 2010 is geregeld in artikel 29nn van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 29nn.

Onderdeel V
Alle troeven in handen

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap investeert in emancipatieprojecten ter versterking van het lokale emancipatiebeleid van gemeenten en provincies ten aanzien van het emancipatieproces van kwetsbare vrouwen. In totaal stelt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in 2010 een bedrag van € 0,7 miljoen beschikbaar aan gemeenten en € 0,221 miljoen aan provincies. Hiertoe zijn 18 best practices geselecteerd uit de projecten die op basis van de subsidieregeling emancipatieprojecten 2004–2007 gesubsidieerd zijn. Gemeenten met meer dan 50.000 inwoners en provincies (namens meerdere kleinere gemeenten) konden hiervoor een aanvraag in te dienen. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies is geregeld in artikel 31a en de daarbij behorende bijlage 31a.

Bedrijventerreinen (Topperprojecten)

In december 2009 hebben het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gementen (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) het convenant bedrijventerreinen 2010–2020 ondertekend. Dit convenant legt de afspraken tussen het Rijk, provincies en gemeenten vast over o.a. regionale samenwerking, zorgvuldige behoefteraming, de uitvoering van de herstructureringsopgave 2009–2013 inclusief de afspraken over rijksfinanciering en decentralisatie van de TOPPER-middelen om te komen tot nieuw bedrijventerreinen-beleid. Met betrekking tot de rijksfinanciering is in het convenant afgesproken om de TOPPER-middelen te decentraliseren naar de gemeenten en provincies via een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds en het provinciefonds. De te decentraliseren TOPPER-middelen 2009–2013 bedragen bruto € 107,6 miljoen. In 2009 zijn 3 TOPPER-projecten (alle 3 in Noord-Brabant) reeds via een specifieke uitkering gefinancierd. Tijdens het bestuurlijk overleg met IPO, VNG en Rijk op 25 november 2009 is bovendien afgesproken dat de kosten voor de inzet van ambassadeurs regionale samenwerking van in totaal € 500.000 naar rato in mindering worden gebracht op de te decentraliseren rijksgelden. Er resteert een netto te decentraliseren bedrag aan rijksmiddelen van € 101.126.000. In 2010 is het gemeentefonds incidenteel met € 18,359 miljoen en het provinciefonds incidenteel met € 40 miljoen verhoogd in verband met het herstructureren van bedrijventerreinen via de Topperregeling. De verdeling van de uitkering aan de gemeenten en provincies in 2010 is geregeld in artikel 31b van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31b.

Bodemsanering

Het convenant Bodemontwikkelingsbeleid en Aanpak Spoedlocaties wordt in de periode 2010–2014 tot uitvoer gebracht. Met dit convenant verandert het bodembeleid ingrijpend en de verantwoordelijkheden van het Rijk verschuiven naar de provincies en gemeenten. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De verantwoordelijkheid voor de aanpak van spoedlocaties, grootschalige grondwaterverontreiniging en de ruimtelijke ontwikkeling van de ondergrond komt bij de gemeente- of provinciebestuurders te liggen.

  • Toenemende samenhang van het bodembeleid met het energie- en waterbeleid en het beleid voor de ondergrond. Samenhang en samenwerking tussen de verschillende beleidsdoelen zijn noodzakelijk voor een efficiënte en effectieve uitvoering van het nieuwe bodemontwikkelingsbeleid.

  • Verdere integratie van het bodemsaneringsbeleid in een gebiedsgerichte benadering mede in het kader van het ruimtelijke ordeningsbeleid.

  • Het onder milieuhygiënische randvoorwaarden accommoderen van het toenemend gebruik van de bodem als gevolg van ruimtedruk. De ondergrond moet duurzaam kunnen worden gebruikt, maar wel met oog voor de kwetsbaarheid van het bodemsysteem.

De verdeling van het budget voor bodemsanering aan gemeenten en provincies in 2010 is geregeld in artikel 31c van onderhavig besluit en de daarbij behorende bijlage 31c. Daarbij is rekening gehouden met de toekenning van geld aan een aantal specifieke knelpunten, zoals asbestproblematiek. Daarnaast zijn de totale projectmiddelen van het bij het convenant Bodemontwikkelingsbeleid behorende uitvoeringsprogramma in mindering gebracht op de originele budgetverdeling op basis van de verdeelsleutel «apparaatskostenvergoeding».

Krimp

Met het interbestuurlijk actieplan bevolkingsdaling «Krimpen Met Kwaliteit» geven de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en het Rijk richting aan een gezamenlijke beleidsaanpak van bevolkingsdaling. Naast een gezamenlijke analyse van de problematiek worden concrete acties aangekondigd. Daarbij zijn in eerste instantie vooral gemeenten en provincies aan zet. Door de samenwerking en besluitvorming op regionaal niveau moet worden voorkomen dat individuele gemeentelijke belangen voor het gezamenlijk regionaal belang gaan.

In het actieplan zijn de volgende regio’s als krimpregio aangemerkt: Parkstad Limburg, Eemsdelta en Zeeuws Vlaanderen. Voor een effectieve aanpak van de krimpproblematiek moet aan drie basisvoorwaarden worden voldaan. Dit zijn: tijdige lokale bewustwording, duidelijke bestuurlijke rolverdeling en regionale bestuurskracht en een effectieve bekostigingssystematiek.

Ter voorkoming van de verwachte structurele leegstand tussen 2010 en 2020 stelt het rijk voor de genoemde gebieden eenmalig in 2010 € 31 miljoen ter beschikking.

De rijksbijdrage is op basis van bestuurlijke afspraken als volgt verdeeld: Parkstad Limburg en Eemsdelta elk € 14,75 miljoen en Zeeuws Vlaanderen € 1,5 miljoen. Dit geld wordt in 2010 toegevoegd als decentralisatie-uitkering aan het gemeentefonds (stadsregio Parkstad Limburg en Zeeuws-Vlaanderen) dan wel het provinciefonds (Eemsdelta). Het geld voor Parkstad Limburg wordt aan de centrumgemeente Heerlen uitgekeerd. Het geld voor Zeeuws-Vlaanderen wordt beschikbaar gesteld aan de gemeente Sluis ten behoeve van het krimp-experiment Oostburg. Voor Eemsdelta wordt het geld beschikbaar gesteld aan de provincie Groningen. Voor alle drie de regio’s geldt dat de rijksbijdrage is bedoeld voor de aanpak van de krimpproblematiek en dat ervan wordt uitgegaan dat de rijksbijdrage beschikbaar komt voor de betreffende uitvoeringsorganisatie. De verdeling van bovenstaande uitkering aan de gemeenten en de provincie Groningen in 2010 is geregeld in artikel 31d van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31d.

Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

In juni 2008 is het Convenant Regiospecifiek Pakket (RSP) Zuiderzeelijn ondertekend door het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat, de Stuurgroep Zuiderzeelijn en de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland. De projecten uit het RSP richten zich op versterking van de ruimtelijke en economische structuur in Noord-Nederland en het verbeteren van de bereikbaarheid van deze regio, via openbaar vervoer en weg. De gelden voor de RSP onderdelen Ruimtelijk- economisch Programma en Concrete bereikbaarheidsprojecten worden uitgekeerd middels de decentralisatie-uitkering. Het doel van deze uitkering is tweeledig:

  • overmaken vanuit het Provinciefonds van dat deel van de REP-middelen waarvoor de regio verantwoordelijk is. Het betreft de provincies Fryslân, Groningen, Drenthe en Flevoland;

  • overmaken van het financiële deel van de concrete bereikbaarheidsprojecten waarvoor de betreffende decentrale overheid (provincie of gemeente) de contracterende partij is.

De uitkering beperkt zich vooralsnog tot de in het convenant vastgelegde middelen voor 2009 en 2010, in zijn geheel uit te keren in 2010. De uitkering aan de gemeente Assen en de betrokken provincies in 2010 is geregeld in artikel 31e van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31e.

Stimulering lokale klimaatinitiatieven (SLOK)

Deze uitkering betreft middelen die door de voormalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu beschikbaar zijn gesteld aan gemeenten en provincies in het kader van structurele initiatieven voor duurzame en efficiënte energievoorziening en de reductie van broeikasgassen. De verdeling van de middelen is gebaseerd op de uitkomsten van een aanvraagprocedure. Voor 2010 is de bijdrage vastgesteld in artikel 31f en de daarbij behorende bijlage 31f.

Tijdbeleid

De ontvangende gemeenten en provincies zijn koplopers op het terrein van flexibilisering van openings- en arbeidstijden van de dienstverlening zoals de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang, gezondheidszorg, vervoer in hun gebied en ambiëren een verdergaande rol in het organiseren van een flexibel aanbod van dienstverlening in de eigen gemeente en provincie. Zij vervullen een voorbeeldfunctie. Ter ondersteuning van de flexibilisering van het tijdbeleid ontvangt iedere deelnemende gemeente en provincie op grond van artikel 31g van het onderhavige besluit en de daarbij behorende bijlage 31g een eenmalig bedrag.

Artikel II

Inwerkingtreding

Dit besluit werkt voor een uitkering terug tot en met 1 januari 2008. Dat is uitkering die aan de gemeenten wordt verstrekt ten behoeve van de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Op grond van de maatstaven in artikel 27, onderdeel b, is de verdeling onder alle gemeenten van het WMO-budget voor het jaar 2008 vastgesteld. Voor een andere uitkering werkt het besluit terug tot en met 1 januari 2009, namelijk de uitkering WMO Maatregelen psychosociale problemen (artikel 29t). Voor alle overige uitkeringen betreft het besluit het jaar 2010 en voor twee uitkeringen (artikel 18. Pilot gemengde scholen en artikel 20. Polarisatie en radicalisering) ook het jaar 2011. Terugwerkende kracht levert geen nadeel op voor de provincies en de gemeenten. Zij hebben de uitkeringen reeds bij voorschot ontvangen op basis van artikel 15 van de Financiële-verhoudingswet. Over de voorlopig vastgestelde omvang ervan waren zij reeds bij circulaires voor de fondsen op de hoogte gesteld.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J. W. E. Spies


X Noot
1

De veertig aandachtswijken zijn in maart 2007 door de toenmalige Minster voor Wonen, Wijken en Integratie bekend gemaakt. In april 2007 zijn voorts de 40+ wijken aangewezen. (Kamerstukken II, 2006/07, 30 995, nrs 1, 2 en 3).

X Noot
2

In het bedrag voor de gemeente Gouda is een bedrag van € 8.000 voor proeftuinen inburgeringstrajecten meegenomen. In zowel het bedrag voor Amsterdam als het bedrag voor Rotterdam is € 300.000 opgenomen voor een pilot Extra impuls op en via werkpleinen inburgering en voor Rotterdam daarnaast nog € 200.000 voor een pilot Inburgering in de gevangenis.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven