Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Jaargang 2010
Nr. 290

Gepubliceerd op 16 juli 2010 09:00
Toon volledige inhoudsopgave

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken over dossier



Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 en enkele andere wetten in verband met de versterking van de positie van de referent in het reguliere vreemdelingenrecht en versnelling van de vreemdelingenrechtelijke procedure (Wet modern migratiebeleid)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de positie van de referent in het reguliere vreemdelingenrecht te versterken en de reguliere vreemdelingenrechtelijke procedure te versnellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Vreemdelingenwet 2000 wordt gewijzigd als volgt:

A

Voor artikel 1 wordt het opschrift «Afdeling 1. Definities» geplaatst.

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel h komt te luiden:

  • h. machtiging tot voorlopig verblijf: het door een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst, het land van bestendig verblijf of, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba na voorafgaande machtiging van Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan de vreemdeling in persoon afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden;.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r door een punt komma worden drie onderdelen toegevoegd, luidende:

s. referent:

degene die overeenkomstig artikel 2a een verklaring heeft afgelegd of als zodanig is aangewezen;

t. erkende referent:

de referent die krachtens artikel 2c als zodanig is erkend;

u. ambtenaren belast met het toezicht op referenten:

de ambtenaren, bedoeld in artikel 47a.

C

Voor artikel 2 wordt het opschrift «Afdeling 2. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken» geplaatst.

D

Na artikel 2 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 3. DE REFERENT

Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 2a
  • 1. Ten behoeve van het verblijf van een vreemdeling in Nederland, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, kan in ieder geval als referent optreden:

    • a. een Nederlander, die in Nederland verblijft of met die vreemdeling in Nederland gaat verblijven;

    • b. een vreemdeling, die rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onder a tot en met e of l, of die voor verblijf langer dan drie maanden in Nederland mag verblijven en met die vreemdeling in Nederland gaat verblijven;

    • c. een onderneming of rechtspersoon, dan wel een vestiging daarvan, die is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007,

    die ten behoeve van het voorgenomen verblijf op grond van een machtiging tot voorlopig verblijf of het verblijf op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van een vreemdeling een schriftelijke verklaring heeft afgelegd, of die door Onze Minister als referent is aangewezen.

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:

    • a. worden nadere regels gesteld omtrent de natuurlijke personen en organisaties, die als referent kunnen optreden;

    • b. wordt ten aanzien van referenten voorzien in zorgplichten jegens de vreemdeling;

    • c. kunnen regels worden gesteld omtrent de aanwijzing als referent.

  • 3. Onze Minister stelt het model van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vast.

Artikel 2b
  • 1. Het referentschap eindigt in ieder geval, indien:

    • a. ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling in Nederland een ander als referent optreedt;

    • b. de verblijfsvergunning van de vreemdeling is gewijzigd;

    • c. de vreemdeling in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20;

    • d. de vreemdeling Nederlander wordt of krachtens enige wet als Nederlander moet worden behandeld;

    • e. de referent aan Onze Minister overeenkomstig door Onze Minister gestelde regels naar waarheid mededeling heeft gedaan van de beëindiging van diens aan het referentschap ten grondslag liggende relatie tot de vreemdeling, dan wel van het definitieve vertrek van de vreemdeling uit Nederland;

    • f. de vreemdeling is overleden.

  • 2. Onze Minister stelt de gewezen referent in kennis van de beëindiging van diens referentschap.

  • 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de beëindiging van het referentschap.

Paragraaf 2. Erkenning als referent
Artikel 2c
  • 1. Onze Minister is bevoegd:

    • a. de aanvraag tot erkenning als referent in te willigen, af te wijzen, dan wel niet in behandeling te nemen, en

    • b. de erkenning als referent te schorsen, in te trekken dan wel te wijzigen.

  • 2. De erkenning als referent houdt verband met het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland wil verblijven.

  • 3. De erkenning als referent geldt voor onbepaalde tijd.

  • 4. De beschikking op een aanvraag omtrent de erkenning als referent wordt gegeven binnen drie maanden, welke termijn kan worden verlengd voor ten hoogste zes maanden, indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beoordeling van de aanvraag advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie, dan wel een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, nodig is.

  • 5. De aanvrager is in door Onze Minister te bepalen gevallen en volgens door Onze Minister te geven regels leges verschuldigd terzake van de afdoening van een aanvraag omtrent de erkenning als referent. Artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

  • 6. Onze Minister houdt een openbaar register van erkende referenten.

Artikel 2d
  • 1. Gegevens en bescheiden die van belang zijn voor de aanvraag omtrent de erkenning als referent, worden niet verkregen van de aanvrager, voor zover Onze Minister die gegevens of bescheiden kan verkrijgen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties, tenzij hierdoor een goede uitvoering van de wet wordt belet.

  • 2. Overeenkomstig bij regeling van Onze Minister gestelde regels verstrekt de aanvrager Onze Minister op diens verzoek en al dan niet in persoon alsnog de gegevens en bescheiden, die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 3. Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald voor welke gegevens en bescheiden het eerste lid van toepassing is en kunnen administraties of delen daarvan worden aangewezen, waarvoor het eerste lid tijdelijk niet van toepassing is.

Artikel 2e
  • 1. Onze Minister kan de aanvraag tot erkenning als referent of tot wijziging van de erkenning als referent afwijzen, indien:

    • a. de aanvrager, voor zover vereist op grond van de Handelsregisterwet 2007, niet is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet;

    • b. de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming, rechtspersoon of organisatie onvoldoende is gewaarborgd;

    • c. de betrouwbaarheid van de aanvrager of van de direct of indirect bij die onderneming, rechtspersoon of organisatie betrokken natuurlijke of rechtspersonen of ondernemingen onvoldoende vast staat;

    • d. de erkenning als referent van de aanvrager of van de direct of indirect bij die onderneming, rechtspersoon of organisatie betrokken rechtspersonen of ondernemingen binnen een periode van vijf jaar direct voorafgaand aan de aanvraag is ingetrokken;

    • e. de aanvrager niet voldoet aan de vereisten die verband houden met het doel waarvoor de vreemdeling in Nederland verblijft of wil verblijven, waaronder in ieder geval kan worden verstaan de aansluiting bij en naleving van een gedragscode.

  • 2. Natuurlijke personen worden niet als referent erkend.

  • 3. Overeenkomstig bij regeling van Onze Minister gestelde regels, legt de aanvrager desgevraagd een verklaring omtrent het gedrag over, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 2f
  • 1. Onze Minister kan de erkenning als referent schorsen op grond van ernstige vermoedens dat er grond bestaat om toepassing te geven aan artikel 2g.

  • 2. De schorsing van de erkenning als referent eindigt op de dag na de dag waarop de beschikking omtrent de intrekking is bekendgemaakt of de dag waarop sedert de schorsing drie maanden zijn verstreken.

  • 3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan worden verlengd, indien naar het oordeel van Onze Minister advies van of onderzoek door derden of het openbaar ministerie nodig is.

  • 4. Schorsing van de erkenning heeft tot gevolg dat de referent voor de duur van de schorsing niet als erkend referent wordt aangemerkt.

Artikel 2g

Onze Minister kan de erkenning als referent intrekken, indien:

  • a. de erkenning is verleend op grond van onjuiste of onvolledige gegevens;

  • b. de erkende referent niet langer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning;

  • c. de erkende referent zich niet heeft gehouden aan zijn verplichtingen als referent, of

  • d. de erkende referent daarom verzoekt.

Artikel 2h

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:

  • a. de toepassing van deze paragraaf, waarbij beperkingen als bedoeld in artikel 14, derde lid, kunnen worden aangewezen waarvoor erkenning als referent niet mogelijk is;

  • b. de indiening en behandeling van een aanvraag omtrent de erkenning als referent en de door de aanvrager te verstrekken gegevens.

E

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden als volgt:

  • c. een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op aanvraag of ambtshalve te wijzigen wegens veranderde omstandigheden;.

2. In het eerste lid, onderdeel e, wordt na «verlenen» toegevoegd: dan wel de geldigheidsduur ervan te verlengen.

3. Het tweede en derde lid worden vernummerd tot het derde en vierde lid.

4. Er wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Onze Minister verleent de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf binnen twee weken nadat deze zich overeenkomstig artikel 54, eerste lid, onder e, heeft aangemeld, ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder dezelfde beperking als die waaronder de machtiging tot voorlopig verblijf is verleend.

5. In de derde volzin van het derde lid wordt «de beperkingen en voorschriften» vervangen door: de ambtshalve verlening, wijziging en verlenging, de beperkingen en de voorschriften.

F

In artikel 15 wordt «beperking verband houdende met gezinshereniging en gezinsvorming» vervangen door: beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid.

G

In artikel 16, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een punt komma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • i. ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring van een referent is overgelegd als bedoeld in artikel 2a, eerste lid.

H

In artikel 16a wordt «artikel 16, eerste lid, onder b tot en met g» vervangen door: artikel 16, eerste lid, onder b tot en met g, en i.

I

In artikel 18, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt door een punt komma in onderdeel g een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • h. ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring van een referent is overgelegd als bedoeld in artikel 2a, eerste lid.

J

Artikel 23 komt te luiden:

Artikel 23

  • 1. De aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning wordt ingediend door de vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn referent.

  • 2. In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen ingediend door de vreemdeling, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn erkende referent.

  • 3. In afwijking van artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht en in afwijking van het eerste en tweede lid, wordt de aanvraag in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon.

K

Artikel 24, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. het al dan niet in persoon door de vreemdeling, diens wettelijk vertegenwoordiger of diens referent verstrekken van gegevens welke van belang zijn voor de aanvraag;.

2. Onderdeel c wordt verletterd tot onderdeel d.

3. In onderdeel d wordt «aan de vreemdeling of aan andere belanghebbenden» vervangen door: aan de vreemdeling, de referent of aan andere belanghebbenden.

L

Na artikel 24 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 24a

  • 1. Gegevens en bescheiden worden niet verkregen van de vreemdeling of diens referent, voor zover:

    • a. Onze Minister die gegevens of bescheiden kan verkrijgen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties, tenzij hierdoor een goede uitvoering van de wet wordt belet, of

    • b. de aanvraag is ingediend door de erkende referent, en deze omtrent die gegevens en bescheiden eigen verklaringen heeft overgelegd.

  • 2. De eigen verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden volledig en naar waarheid opgesteld.

  • 3. De aanvrager verstrekt Onze Minister op diens verzoek en al dan niet in persoon alsnog de gegevens en bescheiden, die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de gegevens en bescheiden waarop het eerste lid, onder a, van toepassing is, en kunnen regels worden gesteld omtrent:

    • a. de administraties of delen daarvan waarvoor het eerste lid, onder a, tijdelijk niet van toepassing is;

    • b. de eigen verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onder b,

    • c. de toepassing van het derde lid.

M

Het opschrift van hoofdstuk 4 komt te luiden:

HOOFDSTUK 4. HANDHAVING

N

Het opschrift van afdeling 1 komt te luiden:

AFDELING 1. TOEZICHT OP DE NALEVING

O

Na artikel 47 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 47a

  • 1. Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan worden bepaald dat met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten tevens zijn belast de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993, in welk geval artikel 47, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is.

P

In artikel 48, tweede lid, tweede volzin, wordt «de ambtenaren, bedoeld in artikel 47, eerste lid» vervangen door: de ambtenaren, bedoeld in de artikelen 47, eerste lid, en 47a.

Q

In artikel 52, eerste lid, wordt «De ambtenaren, belast met de grensbewaking, en de ambtenaren, belast met het toezicht op vreemdelingen» vervangen door: Onze Minister, de ambtenaren, belast met de grensbewaking, en de ambtenaren, belast met het toezicht op vreemdelingen.

R

Het opschrift van afdeling 2 komt te luiden:

Paragraaf 3. Maatregelen van toezicht

S

Artikel 54 wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «Bij algemene maatregel van bestuur» vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

2. In onderdeel b van het eerste lid wordt voor «verstrekken van gegevens» ingevoegd: al dan niet in persoon.

3. Onder vernummering van het tweede tot het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt ten aanzien van referenten en gewezen referenten voorzien in verplichtingen tot:

    • a. het al dan niet in persoon verstrekken van gegevens en bescheiden welke van belang kunnen zijn voor de toepassing van de bij of krachtens deze wet gestelde regels, en

    • b. het administreren en beheren van gegevens en bescheiden als bedoeld onder a.

T

Na artikel 55 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 3. BESTUURLIJKE BOETE

Artikel 55a
  • 1. Onze Minister kan bij een overtreding van de verplichtingen neergelegd in artikelen 2a, tweede lid, onder b, 24a, tweede en derde lid, 54, eerste lid, onder a tot en met e en g, en tweede lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 3000 voor ondernemingen, rechtspersonen en andere organisaties en € 1500 voor natuurlijke personen. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de hoogte van de bestuurlijke boete.

  • 2. Het rapport vermeldt in ieder geval de bij het beboetbare feit betrokken persoon of personen.

  • 3. Onze Minister kan de bestuurlijke boete verhogen met 50%, indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd.

U

Artikel 66 komt te luiden:

Artikel 66

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de toepassing van de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk. Daarbij wordt in ieder geval voorzien in de mogelijkheid van verhaal van de kosten van uitzetting op de referent of de gewezen referent van de vreemdeling, op de vreemdeling zelf en, indien hij minderjarig is, op degenen die het wettelijk gezag over hem uitoefenen of uitoefenden.

  • 2. Het terzake van uitzetting verschuldigde bedrag kan worden ingevorderd bij dwangbevel.

V

In artikel 70, eerste lid, wordt «zijn bijzondere gemachtigde of een advocaat» gewijzigd in: zijn bijzondere gemachtigde, zijn referent of een advocaat.

W

Aan artikel 72, derde lid, wordt een zinsdeel toegevoegd, luidende:, waaronder begrepen het niet verlenen van de verblijfsvergunning overeenkomstig artikel 14, tweede lid.

X

Artikel 107 komt te luiden:

Artikel 107

  • 1. Er is een vreemdelingenadministratie, die wordt beheerd door Onze Minister. De vreemdelingenadministratie bevat:

    • a. persoons- en verwijsgegevens van vreemdelingen die volgens door Onze Minister vastgestelde werkwijze zijn geïdentificeerd en geregistreerd;

    • b. andere gegevens, waaronder persoonsgegevens, die van belang zijn voor de uitvoering van deze wet en de Rijkswet op het Nederlanderschap.

  • 2. De vreemdelingenadministratie heeft tot doel de verwerking van de in het eerste lid bedoelde gegevens, voor zover dat noodzakelijk is voor:

    • a. het ter verificatie, controle en verwijzing beschikbaar stellen van de identificatie- en verwijsgegevens van vreemdelingen;

    • b. de uitvoering van deze wet, de Rijkswet op het Nederlanderschap en andere, bij regeling van Onze Minister aan te wijzen wettelijke voorschriften;

    • c. de evaluatie van bestaand beleid en de voorbereiding van nieuw beleid.

  • 3. Aan een vreemdeling wordt in de vreemdelingenadministratie een uniek vreemdelingennummer toegekend.

  • 4. Uit de vreemdelingenadministratie worden aan bestuursorganen die gegevens en inlichtingen verstrekt, die zij behoeven voor de uitvoering van hun taak, waaronder in ieder geval gegevens omtrent de verblijfsrechtelijke positie van de vreemdeling.

  • 5. Bestuursorganen zijn bevoegd uit eigen beweging en desgevraagd verplicht Onze Minister de gegevens en inlichtingen te verstrekken die Onze Minister behoeft voor de uitvoering van deze wet en de Rijkswet op het Nederlanderschap. Deze bestuursorganen kunnen daarbij gebruik maken van het vreemdelingennummer, het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, en van andere, bij regeling van Onze Minister aangewezen nummers.

  • 6. De in het vierde en vijfde lid bedoelde gegevensverstrekking vindt niet plaats, indien de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad.

  • 7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:

    • a. de in de vreemdelingenadministratie op te nemen gegevens, de doorlevering van die gegevens en de vernietiging daarvan;

    • b. de gevallen, waarin en de wijze waarop in ieder geval gegevens en inlichtingen dienen te worden verstrekt, en

    • c. de gevallen, waarin de verstrekking van gegevens en inlichtingen anders dan kosteloos geschiedt.

  • 8. Voor de toepassing van het vierde en vijfde lid worden met bestuursorganen gelijkgesteld instellingsbesturen van uit de openbare kas bekostigde instellingen en bevoegde gezagsorganen van uit de openbare kas bekostigde scholen en instellingen.

  • 9. Met betrekking tot de vreemdelingenadministratie is Onze Minister de verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onder d, van de Wet bescherming persoonsgegevens.

Y

Artikel 108, wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na de zinsnede «overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste en tweede lid,» ingevoegd: 24a, tweede en derde lid,.

2. In het eerste lid wordt na de zinsnede «dan wel handelen in strijd met een verplichting opgelegd bij of krachtens de artikelen» ingevoegd: 2a, tweede lid onder b,.

Z

De artikelen 115 tot en met 123 vervallen.

ARTIKEL II

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt gewijzigd als volgt:

1. Artikel 7.52, achtste lid, komt te luiden:

  • 8. Het instellingsbestuur van een universiteit of hogeschool verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een student of extraneus ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.

2. Artikel 7.52a, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Onze Minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

ARTIKEL III

De Wet op het voortgezet onderwijs wordt gewijzigd als volgt:

1. Artikel 103b, tiende lid, komt te luiden:

  • 10. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een leerling ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.

2. Artikel 103c, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Onze Minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

ARTIKEL IV

De Wet op de expertisecentra wordt gewijzigd als volgt:

1. Artikel 164a, tiende lid, komt te luiden:

  • 10. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een leerling ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.

2. Artikel 164b, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Onze Minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

ARTIKEL V

De Wet educatie en beroepsonderwijs wordt gewijzigd als volgt:

1. Artikel 2.3.6a, achtste lid, komt te luiden:

  • 8. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.

2. Artikel 2.5.5a, tiende lid, komt te luiden:

  • 10. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, anders dan ter nakoming van verplichtingen als referent in de zin van artikel 1 van die wet.

3. Artikel 2.5.5b, vierde lid, komt te luiden:

  • 4. Onze Minister en de inspectie verstrekken ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen gegevens die zij op grond van het derde lid hebben ontvangen, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

ARTIKEL VI

Artikel 9e, twaalfde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank komt te luiden:

  • 12. De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister geen persoonsgebonden nummer van een leerling, deelnemer, student of extraneus ter uitvoering van artikel 107, vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

ARTIKEL VII

In artikel 28, derde lid, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 wordt na «Europese naamloze vennootschap» toegevoegd: of ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000.

ARTIKEL VIII

1. Indien het bij koninklijke boodschap van 5 augustus 2008 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen (Kamerstukken 2007/2008, 31 549, nrs. 1–3) tot wet is of wordt verheven en eerder in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze wet, wordt de Vreemdelingenwet 2000 gewijzigd als volgt:

A. Artikel 1b vervalt.

B. De artikelen 2a tot en met 2u worden vernummerd tot de artikelen 2i tot en met 2cc.

C. In artikel 2cc (hernummerd), eerste lid, wordt «aan de vreemdeling of aan andere belanghebbenden» vervangen door: aan de vreemdeling, de referent of aan andere belanghebbenden.

D. In artikel 2k (hernummerd), onderdeel b, vervalt «van de houder ervan».

E. Artikel 2m (hernummerd) wordt gewijzigd als volgt:

1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Deze voorschriften kunnen in ieder geval strekken tot het stellen van zekerheid.

2. Onderdeel a van het derde lid komt te luiden:

  • a. op aanvraag;.

F. In de aanhef van artikel 2n (hernummerd), eerste lid, wordt «de vreemdeling» vervangen door: de aanvrager.

G. In artikel 2p (hernummerd), eerste lid, wordt «de vreemdeling die heeft aangetoond of ten behoeve van wie is aangetoond dat hij voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden voor toegang» vervangen door: de vreemdeling ten aanzien van wie is aangetoond dat hij voldoet aan de vereisten voor toegang.

H. In artikel 2q (hernummerd), eerste lid, wordt «indien de vreemdeling niet heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2h» vervangen door: indien ten aanzien van de vreemdeling niet is aangetoond dat deze voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2p.

I. In artikel 2r (hernummerd), tweede lid, tweede volzin, wordt «de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 heeft gedaan» vervangen door: ten behoeve van de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 is ingediend of een dergelijke verblijfsvergunning ambtshalve is verleend.

J. Artikel 2s (hernummerd) wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De aanvraag omtrent de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ingediend:

    • a. bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf dan wel, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling, of

    • b. bij Onze Minister door de referent, dan wel in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen door de erkende referent van de vreemdeling.

2. Het tweede en derde lid worden vernummerd tot het derde en vierde lid.

3. Er wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht en in afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon.

K. Artikel 2t (hernummerd) komt te luiden:

Artikel 2t

  • 1. Gegevens en bescheiden worden niet verkregen van de vreemdeling of diens referent, voor zover:

    • a. Onze Minister die gegevens of bescheiden kan verkrijgen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties, tenzij hierdoor een goede uitvoering van de wet wordt belet, of

    • b. de aanvraag is ingediend door de erkende referent, en deze omtrent die gegevens en bescheiden eigen verklaringen heeft overgelegd.

  • 2. De eigen verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden volledig en naar waarheid opgesteld.

  • 3. De aanvrager verstrekt Onze Minister op diens verzoek en al dan niet in persoon alsnog de gegevens en bescheiden, die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de gegevens en bescheiden waarop het eerste lid, onder a, van toepassing is, en kunnen regels worden gesteld omtrent:

    • a. de administraties of delen daarvan waarvoor het eerste lid, onder a, tijdelijk niet van toepassing is;

    • b. de eigen verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onder b,

    • c. de toepassing van het derde lid.

2. Indien het bij koninklijke boodschap van 5 augustus 2008 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen (Kamerstukken 2007/2008, 31 549, nrs. 1–3) tot wet is of wordt verheven en eerder in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze wet, wordt artikel I van deze wet gewijzigd als volgt:

A. Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel h komt te luiden:

  • h. ambtenaren belast met het toezicht op referenten: de ambtenaren, bedoeld in artikel 47a;.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel r door een punt komma worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

s. referent:

degene die overeenkomstig artikel 2a een verklaring heeft afgelegd of als zodanig is aangewezen;

t. erkende referent:

de referent die krachtens artikel 2c als zodanig is erkend.

B. Onderdeel G wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «onderdeel i» vervangen door: onderdeel j.

2. De aanduiding «j.» wordt vervangen door: k.

C. In onderdeel H wordt «artikel 16, eerste lid, onder b tot en met g en i» vervangen door: artikel 16, eerste lid, onder b tot en met g en k.

D. Onderdeel T komt te luiden:

T

Na artikel 55 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:

AFDELING 3. BESTUURLIJKE BOETE

Artikel 55a
  • 1. Onze Minister kan bij een overtreding van de verplichtingen neergelegd in artikelen 2a, tweede lid, onder b, 2t, tweede en derde lid, 24a, tweede en derde lid, 54, eerste lid, onder a tot en met e en g, en tweede lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 3000 voor ondernemingen, rechtspersonen en andere organisaties en € 1500 voor natuurlijke personen. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de hoogte van de bestuurlijke boete.

  • 2. Het rapport vermeldt in ieder geval de bij het beboetbare feit betrokken persoon of personen.

  • 3. Onze Minister kan de bestuurlijke boete verhogen met 50%, indien op de dag van het constateren van de overtreding nog geen 24 maanden zijn verstreken nadat een eerdere overtreding van eenzelfde wettelijke verplichting is geconstateerd.

E. Subonderdeel 1 van onderdeel Y komt te luiden:

  • 1. In het eerste lid wordt «overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 5, eerste en tweede lid,» vervangen door: overtreding van een voorschrift, vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2t, tweede en derde lid, 5, eerste en tweede lid, 24a, tweede en derde lid,.

3. Indien het bij koninklijke boodschap van 5 augustus 2008 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en enkele andere onderwerpen (Kamerstukken 2007/2008, 31 549, nrs. 1–3) tot wet is of wordt verheven en later in werking is getreden of treedt dan, onderscheidenlijk op dezelfde datum in werking treedt als deze wet, wordt artikel I van die wet gewijzigd als volgt:

A. Onderdeel A komt te luiden:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel h komt te luiden:

  • h. ambtenaren belast met het toezicht op referenten: de ambtenaren, bedoeld in artikel 47a;.

2. De punt komma aan het slot van onderdeel t wordt vervangen door een punt.

3. Onderdeel u vervalt.

B. Onderdeel B wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «worden twee artikelen ingevoegd» vervangen door: wordt een artikel ingevoegd.

2. Artikel 1b vervalt.

C. Onderdeel C wordt gewijzigd als volgt:

1. De artikelen 2a tot en met 2u worden vernummerd tot de artikelen 2i tot en met 2cc.

2. In artikel 2cc (hernummerd), eerste lid, wordt «aan de vreemdeling of aan andere belanghebbenden» vervangen door: aan de vreemdeling, de referent of aan andere belanghebbenden.

3. In artikel 2k (hernummerd), onderdeel b, vervalt «van de houder ervan».

4. Artikel 2m (hernummerd) wordt gewijzigd als volgt:

1°. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Deze voorschriften kunnen in ieder geval strekken tot het stellen van zekerheid.

2°. Onderdeel a van het derde lid komt te luiden:

  • a. op aanvraag;.

5. In de aanhef van artikel 2n (hernummerd), eerste lid, wordt «de vreemdeling» vervangen door: de aanvrager.

6. In artikel 2p (hernummerd), eerste lid, wordt «de vreemdeling die heeft aangetoond of ten behoeve van wie is aangetoond dat hij voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden voor toegang» vervangen door: de vreemdeling ten aanzien van wie is aangetoond dat hij voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden voor toegang.

7. In artikel 2q (hernummerd), eerste lid , wordt «indien de vreemdeling niet heeft aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2h» vervangen door: indien ten aanzien van de vreemdeling niet is aangetoond dat deze voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2p.

8. In artikel 2r (hernummerd), tweede lid, tweede volzin, wordt «de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 heeft gedaan» vervangen door: ten behoeve van de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 is ingediend of een dergelijke verblijfsvergunning ambtshalve is verleend.

9. Artikel 2s (hernummerd) wordt gewijzigd als volgt:

1°. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. De aanvraag omtrent de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ingediend:

    • a. bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst of van bestendig verblijf dan wel, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling, of

    • b. bij Onze Minister door de referent, dan wel in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen door de erkende referent van de vreemdeling.

2°. Het tweede en derde lid worden vernummerd tot het derde en vierde lid.

3°. Er wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. In afwijking van artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht en in afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon.

10. Artikel 2t (hernummerd) komt te luiden:

Artikel 2t

  • 1. Gegevens en bescheiden worden niet verkregen van de vreemdeling of diens referent, voor zover:

    • a. Onze Minister die gegevens of bescheiden kan verkrijgen uit bij regeling van Onze Minister aan te wijzen administraties, tenzij hierdoor een goede uitvoering van de wet wordt belet, of

    • b. de aanvraag is ingediend door de erkende referent, en deze omtrent die gegevens en bescheiden eigen verklaringen heeft overgelegd.

  • 2. De eigen verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden volledig en naar waarheid opgesteld.

  • 3. De aanvrager verstrekt Onze Minister op diens verzoek en al dan niet in persoon alsnog de gegevens en bescheiden, die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag.

  • 4. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de gegevens en bescheiden waarop het eerste lid, onder a, van toepassing is, en kunnen regels worden gesteld omtrent:

    • a. de administraties of delen daarvan waarvoor het eerste lid, onder a, tijdelijk niet van toepassing is;

    • b. de eigen verklaringen, bedoeld in het eerste lid, onder b,

    • c. de toepassing van het derde lid.

D. Onderdeel D wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef wordt «onderdeel h» vervangen door: onderdeel i.

2. De aanduiding «i.» wordt vervangen door: j.

3. De aanduiding «j.» wordt vervangen door: k.

ARTIKEL IX

Indien het bij koninklijke boodschap van 8 mei 2009 ingediende voorstel van wet tot intrekking van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank en wijziging van diverse wetten in verband met de oprichting van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) (Kamerstukken II 2008/09, 31 944, nrs. 1–3) voor deze wet tot wet wordt verheven en in werking treedt, komt artikel VI te luiden:

ARTIKEL VI

De Wet op het onderwijstoezicht wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 24f, dertiende lid, komt te luiden:

  • 13. Onze Minister verstrekt uit het basisregister onderwijs geen persoonsgebonden nummer van een leerling, deelnemer, student of extraneus ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

2. Artikel 24k, zesde lid, komt te luiden:

  • 6. Onze Minister verstrekt uit het meldingsregister relatief verzuim geen persoonsgebonden nummers ter uitvoering van artikel 107, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij deze gegevens noodzakelijk zijn voor nakoming van verplichtingen als referent in de zin van die wet dan wel voor het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot referenten in de zin van die wet.

ARTIKEL X

Indien het bij koninklijke boodschap van 11 mei 2009 ingediende voorstel tot wijziging van onder meer Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet documentatie vennootschappen in verband met het vervallen van de verklaring van geen bezwaar en het verbeteren en uitbreiden van de controle op rechtspersonen met het oog op de voorkoming en bestrijding van misbruik van rechtspersonen (Kamerstukken II 20-08/09, 31 948, nrs. 1–3) voor deze wet tot wet wordt verheven en in werking treedt, komt artikel VII te luiden:

ARTIKEL VII

In artikel 28, derde lid, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007 wordt na «de taak, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet controle op rechtspersonen» toegevoegd: of ten behoeve van de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000.

ARTIKEL XI

  • 1. Op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt als referent in de zin van artikel 2c van de Vreemdelingenwet 2000 erkend de onderneming of rechtspersoon waarmee Onze Minister voor de inwerkingtreding van deze wet een convenant met betrekking tot de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 heeft gesloten, voor zover in de periode van een jaar direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet ter uitvoering van dat convenant een machtiging tot voorlopig verblijf of een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend.

  • 2. Met Onze Minister gesloten convenanten als bedoeld in het eerste lid zijn met ingang van het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, beëindigd.

  • 3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met convenant gelijk gesteld de verklaring, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.

  • 4. Onze Minister stelt de onderneming of rechtspersoon, met wie een convenant als bedoeld in het eerste lid, is gesloten of die een verklaring als bedoeld in het derde lid heeft afgelegd, binnen vier weken na inwerkingtreding van deze wet in kennis van diens positie als erkend referent.

ARTIKEL XII

  • 1. Op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, wordt de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen persoon of organisatie referent van de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet.

  • 2. Gedurende vijf jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is het eerste lid niet van toepassing, indien de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de verblijfsvergunning is ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld tijdstip, met dien verstande dat de kosten van uitzetting, bedoeld in artikel 66 van de Vreemdelingenwet 2000, kunnen worden verhaald op de persoon of organisatie, bedoeld in het eerste lid, die in de periode van vijf jaar voordat deze kosten zijn gemaakt, ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling een garantverklaring heeft ondertekend.

  • 3. Het tweede lid is niet van toepassing, indien de referent voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een convenant als bedoeld in artikel XI, eerste lid, van deze wet heeft gesloten, dan wel een verklaring als bedoeld in artikel XI, derde lid, heeft afgelegd.

  • 4. Onze Minister stelt de persoon of organisatie, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na inwerkingtreding van deze wet in kennis van diens positie als referent.

ARTIKEL XIII

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de invoering van deze wet.

ARTIKEL XIV

Onze Minister zendt vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de onderdelen van deze wet.

ARTIKEL XV

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan en voor de verschillende verblijfsdoelen verschillend kan zijn.

ARTIKEL XVI

Deze wet wordt aangehaald als: Wet modern migratiebeleid.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 7 juli 2010

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Uitgegeven de zestiende juli 2010

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 32 052


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl