Dit besluit bevat de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding – te weten 1 oktober 2010 – van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht (hierna: de Wabo), het Besluit omgevingsrecht, de daarbij behorende invoeringsregelgeving, zijnde de Invoeringswet
Wabo en het Invoeringsbesluit Wabo, alsmede die onderdelen van de wet van 29 april 2010 tot kleine wijzigingen en reparaties
in diverse wetten op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (Stb. 187) die verband houden met de Wabo.
Voor de datum van 1 oktober 2010 is gekozen in overleg met het IPO, de VNG en de UvW. Met de keuze voor deze datum wordt gebruikgemaakt
van de uitzondering die het systeem van vaste verandermomenten biedt ten aanzien van regelgeving, bij spoedige inwerkingtreding
waarvan de doelgroepen gebaat zijn en waarvan de voorbereiding gepaard is gegaan met uitgebreide voorlichtingstrajecten en
afspraken met die doelgroepen (Kamerstukken II 2009/2010, 29 515, nr. 309).
Met het kiezen van deze datum is er nog tijd beschikbaar om met het digitale systeem dat het Ministerie van VROM heeft ontwikkeld
om de vergunningaanvraag en -verlening te automatiseren, te oefenen en in de eigen organisaties in te regelen. Hiermee is
gekozen voor een invoeringsdatum voor de Wabo waarop een zorgvuldige en verantwoorde invoering mogelijk is.
De Wabo, het Besluit omgevingsrecht, de Invoeringswet Wabo en het Invoeringsbesluit Wabo treden op genoemde datum volledig
in werking, behoudens één onderdeel van het Besluit omgevingsrecht en een drietal onderdelen van de Invoeringswet Wabo.
Van het Besluit omgevingsrecht treedt nog niet in werking artikel 4.1, tweede lid, waarin voor ondernemingen en personen die
een zelfstandig beroep uitoefenen de verplichting is opgenomen om de aanvraag om een omgevingsvergunning elektronisch in te
dienen. Voor de reden hiervoor wordt verwezen naar hetgeen daarover is opgemerkt in de nota van toelichting bij het Besluit
omgevingsrecht (Stb. 2010, 143, pag. 86).
Van de Invoeringswet Wabo treedt in de eerste plaats nog niet in werking artikel 9.10, onderdeel E. In dat onderdeel is uitgegaan
van de tekst van artikel 2.16 van de Wet milieubeheer, zoals dat artikel komt te luiden na de inwerkingtreding van artikel
I, onderdeel C, voor zover dat het hiervoor bedoelde artikel 2.16 betreft, van de Implementatiewet EG-richtlijn handel in
broeikasgasemissierechten. Dat onderdeel van de implementatiewet is echter nog niet in werking getreden. Om die reden kan
eveneens artikel 9.10, onderdeel E, van de Invoeringswet Wabo nog niet in werking treden.
Daarnaast treedt artikel 9.15, onderdelen X en Y, van de Invoeringswet Wabo nog niet in werking. Op grond van deze onderdelen
vervallen in de artikelen 70c, vierde lid, en 75, tweede lid, van de Woningwet de begrippen woonwagen en standplaats. Inmiddels
is gebleken dat deze begrippen in de desbetreffende artikelonderdelen nog niet kunnen worden gemist. In het kader van de thans
in voorbereiding zijnde wetgeving met betrekking tot de herziening van het woningcorporatiestelsel zullen deze artikelonderdelen
nader worden bezien. Naar verwachting zullen de begrippen woonwagen en standplaats bij die gelegenheid uit de desbetreffende
artikelonderdelen vervallen.