Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juni 2019
Op verzoek van de vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (van 17 april
jongstleden) informeer ik u hierbij over het gesprek dat ik met de Kinderombudsvrouw
heb gehad, naar aanleiding van haar brief «Zorgen over integrale aanpak voor hulp
aan kwetsbare kinderen en jongeren» van 26 maart jongstleden.
In dat gesprek hebben we stilgestaan bij de signalen uit genoemde brief. Ik deel de
zorgen van de ombudsvrouw dat er nog te veel kwetsbare kinderen tussen wal en schip
vallen. Het moet en het kan ook beter. De signalen uit haar brief passen in het beeld
van de Evaluatie van de Jeugdwet (Kamerstuk 34 880, nr. 1) en het antwoord dat daarop is geformuleerd in het actieprogramma Zorg voor de Jeugd
(Kamerstuk 34 880, nr. 3). In dit programma werken gemeenten, aanbieders, beroepsverenigingen, cliëntenorganisaties
en Rijk samen om de transformatie van de jeugdhulpsector te versnellen en te ondersteunen.
De daadwerkelijke transformatie in de jeugdhulp is nog niet klaar en kost tijd en
energie. Daarvoor is nauwe samenwerking, doorzettingsvermogen en een lange adem nodig.
Zeker voor een aantal taaie vraagstukken zoals rondom de arbeidsmarkt, inkoop en regeldruk,
waarvoor ook in andere programma’s gerichte aandacht is. We moeten heel praktisch
en concreet aan de slag: samen met kinderen, jongeren en ouders, met de professionals,
met de gemeenten en de aanbieders. Het programma Zorg voor de Jeugd is een jaar geleden
gestart. Onze inspanningen zijn – zo besef ik – nog niet meteen merkbaar en meetbaar
voor kinderen, jongeren en gezinnen. In de Voortgangsrapportage over het Programma
Zorg voor de Jeugd, die uw Kamer binnenkort zal ontvangen, zal ik uitgebreid ingaan
op de voortgang van alle activiteiten.
Voorts heb ik met de Kinderombudsvrouw besproken dat elk kind het recht heeft om in
een gezonde en veilige omgeving op te groeien en zich zo optimaal te mogen ontwikkelen.
Het belang van het kind staat daarbij centraal. De Kinderombudsvrouw legt op dit moment,
samen met kinderen en jongeren, de laatste hand aan een handreiking die onder andere
professionals helpt de juiste keuzes te maken in het belang van het kind. Deze handreiking
(zowel in volwassen als kindertaal) geeft de professional aan de hand van vragen inzicht
in alles wat een kind belangrijk vindt, pas dan zou de professional een besluit over
het kind mogen nemen. De Kinderombudsvrouw gaat in overleg met betrokken partijen,
waaronder de beroepsverenigingen, over de implementatie van deze handreiking, in samenhang
met de actielijn vakmanschap.
Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge