2019D06156

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 februari 2019

Hierbij doe ik u conform uw verzoek mijn antwoorden toekomen op

  • 1. de brief van Federatie Indische Nederlanders d.d. 26 november 2018,

  • 2. de brief van Stichting Indisch Platform 2.0 d.d. 18 november 2018,

  • 3. de mail van mw. De B. d.d. 8 oktober 2018.

  • 1. Op 5 november heb ik een brief gestuurd aan de Federatie Indische Nederlanders in reactie op een eerdere brief van 20 september jl.

    Ik heb in mijn reactie aangegeven dat de collectieve erkenning mede uitdrukking geeft aan de erkenning van wat Indische en Molukse Nederlanders destijds bij aankomst in Nederland hebben moeten ondergaan. De collectieve erkenning sluit aan bij de ambitie om het Nederlands-Indische verleden te verankeren in de Nederlandse samenleving. Met de term «Indisch en Moluks Nederland» wordt gedoeld op iedereen met wortels in voormalig Nederlands-Indië, die zelf of waarvan de voorouder(s) door oorlogsgeweld en na-oorlogse ontwikkelingen tot 1967 naar Nederland zijn gekomen. Zie ook de Kamerbrief van mijn ambtsvoorganger d.d. 11 augustus 2017 (Kamerstukken 26 049 en 20 454, nr. 84).

    Recent heb ik besloten de middelen voor de subsidieregeling Collectieve erkenning Indisch en Moluks Nederland in 2019 en 2020 te verdubbelen tot € 1 mln.

    De Federatie heeft overigens gelijk dat ik in die brief ten onrechte spreek over immigratie waar ik repatriëring bedoelde.

  • 2. IP 2.0 richt zich in bovengenoemde brief tot uw Kamer en geeft daarbij een mening over de wijze waarop uw Kamer het algemeen overleg van 8 november jl. (Kamerstuk 20 454, nr. 140) heeft gevoerd. Ik heb kennis genomen van deze brief.

  • 3. Mw. De B. onderschrijft de collectieve erkenning niet; het sluitstuk van de Regeling Backpay zoals met Uw Kamer besproken in de Algemene Overleggen van 14 oktober (Kamerstuk 20 454, nr. 118) en 10 december 2015 (Kamerstuk 20 454, nr. 122), en in het Voortgezet Algemeen Overleg van 14 januari 2016 (Handelingen II 2015/16, nr. 42, item 8). Ik heb kennis genomen van deze brief en betreur het feit dat een deel van de Indische Gemeenschap zich niet voldoende erkend voelt.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, P. Blokhuis

Naar boven