Vragen van het lid Omtzigt (CDA), Verhoeven (D66) en Voordewind (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de voorlopige inwerkingtreding van het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne (ingezonden 5 januari 2016).

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de mededeling van de Europese Commissie dat «The trade part of the EU-Ukraine Association Agreement becomes operational on 1 January 2016»1, waarin gesteld wordt dat het hele verdrag nu voorlopig van kracht is?2

Vraag 2

Kunt u precies per artikel aangeven welke van de 486 artikelen op of voor 1 januari 2016 voorlopig in werking getreden zijn?

Vraag 3

Hoeveel procent van het verdrag (hoeveel procent van de artikelen) van het associatieverdrag met Oekraïne wordt nu voorlopig toegepast?

Vraag 4

Kunt u aangeven welke van de artikelen, die voorlopig worden toegepast, vallen onder de exclusieve competentie van de Europese Unie en waarover de Europese Unie dus een verdrag met Oekraïne had kunnen sluiten zonder dat de Lidstaten het ieder afzonderlijk hadden hoeven te ratificeren?

Vraag 5

Kunt u aangeven welke van de artikelen die voorlopig worden toegepast, vallen onder de competenties in artikelen 4, 5 en 6 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en waarover de Unie dus geen exclusieve bevoegdheid heeft? Kun u de lijst met artikelen van het verdrag die in werking getreden zijn, koppelen aan artikel 3, 4, 5 en 6 van het VWEU?

Vraag 6

Herinnert u zich dat u het parlement over deze voorlopige toepassing, die plaatsvond via de raadsbesluiten van 17 maart 2014 (2014/295, Pb L161) en 23 juni 2014 (2014/668/EU, Pb L 278), achteraf geïnformeerd heeft in Kamerstuk 34 116, nr. 3 en ook in Aanhangsel bij de Handelingen 20152016, nr. 425?

Vraag 7

Heeft Nederland ingestemd met beide raadsbesluiten? Wat was het stemgedrag van alle 28 Lidstaten bij deze besluiten?

Vraag 8

Was unanimiteit nodig bij elk van deze raadsbesluiten? Met andere woorden, had Nederland een veto recht en kon het bijvoorbeeld voorlopige toepassing van hoofdstukken blokkeren?

Vraag 9

Was het voornemen om een deel van het associatieakkoord al voorlopig van toepassing te verklaren bekend bij het opstellen van de geannoteerde agenda’s van de Europese Raden waarop dat gebeurde?

Vraag 10

Waarom wordt het voornemen om het associatieverdrag voorlopig van toepassing te laten zijn niet gemeld in de geannoteerde agenda’s van deze Europese Raden?3

Vraag 11

Waarom wordt in het verslag van de Europese Raad van 20 en 21 maart 2014, waar wel gemeld wordt dat de politieke onderdelen van het associatieverdrag zijn ondertekend, niet gemeld dat er ook een besluit genomen is over voorlopige toepassing van grote delen van dat akkoord?4

Vraag 12

Bent u bekend met het feit dat de Britse regering al in oktober 2012 een brief schreef over de voorstellen van tot voorlopige toepassing van het associatieverdrag met Oekraïne en dat het Britse Lagerhuis en de regering uitgebreid hierover overlegd hebben?5

Vraag 13

Op welke wijze heeft u de Tweede Kamer inzicht gegeven in de plannen om het associatieverdrag voor een groot deel voorlopig van toepassing te verklaren? Heeft u de Kamer de gelegenheid gegeven daar een oordeel over te geven, voordat u instemde met de

voorlopige toepassing?

Vraag 14

Klopt het dat om er eenparigheid van stemmen, dus unanimiteit, in de Europese Raad van alle 28 Lidstaten vereist is om de voorlopige toepassing van het akkoord te beëindigen, iets wat zo goed als onmogelijk is?6

Vraag 15

Is het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden nu gebonden aan een zeer groot deel van het associatieverdrag middels de voorlopige toepassing, die Nederland op geen enkele wijze eenzijdig terug kan draaien?

Vraag 16

Was instemming van de Staten-Generaal nodig voordat Nederland instemde met voorlopige toepassing, conform artikel 91 van de Grondwet, dat de Staten-Generaal instemmingsrecht verleent voor verdragen? Zo ja, hoe verkreeg de regering die instemming? Zo nee, waarom niet?

Vraag 17

Kunt u het proces beschrijven van onderhandeling tussen de Lidstaten over de voorlopige toepassing van het associatieverdrag? Kunt u de met de commissie gewisselde stukken daarover met de Kamer delen?

Vraag 18

Klopt het dat het deel van het associatieverdrag dat nu wordt toegepast, gewoon toegepast blijft worden, ook als Nederland het verdrag uiteindelijk niet ratificeert? Of vervalt dan ook de voorlopige toepassing?

Vraag 19

Bent u bekend met de wet Raadgevend referendum, die in artikel 13, lid 2, dat gaat over referenda over verdragen, bepaalt dat «indien een referendum is gehouden en onherroepelijk is vastgesteld dat dit heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing, zo spoedig mogelijk een voorstel van rijkswet wordt ingediend dat uitsluitend strekt tot intrekking of bekendmaking van de rijkswet»?

Vraag 20

Betekent artikel 13, lid 2, dat de regering bij een rechtsgeldige, negatieve uitslag van het referendum het associatieverdrag niet kan ratificeren, tenzij de Tweede en Eerste Kamer daartoe een wetsvoorstel hebben aangenomen?

Vraag 21

Wat gebeurt er met het verdrag indien er geen nieuwe wet ter intrekking of bekendmaking wordt aangenomen, bijvoorbeeld omdat de regering geen wet indient, of omdat de Eerste en Tweede Kamer beiden een verschillend standpunt innemen?

Vraag 22

Hoe dient artikel 16 van de wet op het Raadgevend referendum, dat stelt dat de regering wel mag instemmen met de binding aan een verdrag, zolang het maar een voorbehoud maakt op een mogelijk referendum, geïnterpreteerd en toegepast te worden nu het verdrag met Oekraïne getekend is voordat de wet op het raadgevend referendum van kracht werd?

Vraag 23

Kunt u deze vragen een voor een, zorgvuldig en binnen de reguliere termijn van drie weken beantwoorden?


X Noot
2

On 1 January 2016, the European Union (EU) and Ukraine will start applying the Deep and Comprehensive Free Trade Area (DCFTA) which forms part of the Association Agreement signed in June 2014. The rest of the Association Agreement has already been in force since November 2014

X Noot
4

Kamerstuk 21 501-20, nr. 851.

X Noot
5

House of Commons European Scrutiny Committee, Nineteenth report of session 2013–14.

X Noot
6

Aanhangsel-Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 425, antwoorden op vragen 4, 8 en 12

Naar boven