Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-20 nr. 851

21 501-20 Europese Raad

Nr. 851 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 maart 2014

Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister-President, het verslag van de Europese Raad van 20 en 21 maart 2014.

Onder verwijzing naar uw brief van 18 maart jl. stuur ik u hierbij tevens reactie van het kabinet op het verzoek van het lid Omtzigt.

Tijdens het Algemeen Overleg RAZ/Europese Top op 13 maart jl. lag het zwaartepunt van de discussie bij het klimaat- en energiebeleid. Gezien haar verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid heeft het kabinet daarop besloten Staatssecretaris Mansveld aanwezig te laten zijn bij het Verslag van het Algemeen Overleg. Zij was ook voorbereid om andere vragen van uw Kamer n.a.v. het AO van 13 maart te beantwoorden.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Verslag van de Europese Raad van 20-21 maart 2014

De Europese Raad sprak, zoals gebruikelijk tijdens de voorjaarsraad, over de economische prioriteiten in het kader van het Europees Semester. Daarnaast vond een discussie plaats over klimaat en energie. Voorts werd stilgestaan bij het industrieel concurrentievermogen. De Europese Raad heeft vooral uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkelingen rond Oekraïne.

De bijeenkomst begon met de traditionele gedachtewisseling met de voorzitter van het Europees parlement, Martin Schulz (toespraak bijgevoegd1).

Oekraïne

Tijdens het diner op donderdagavond spraken de staatshoofden en regeringsleiders over de situatie in Oekraïne. Zij herbevestigden hun steun aan het Oekraïense volk en hun recht om hun eigen toekomst te bepalen. De EU steunt de Oekraïense regering in haar inspanningen om Oekraïne te stabiliseren en hervormingen uit te voeren. In dit verband tekenden de staatshoofden en regeringsleiders tijdens een speciale ceremonie op 21 maart de politieke onderdelen van het Associatieakkoord. De Europese Raad bevestigde gecommitteerd te blijven aan ondertekening en afronding, te zijner tijd, van het gehele Associatieakkoord en Deep and Comprehensive Free Trade Area (DCFTA). De Europese Raad heeft het doel herbevestigd de Associatieakkoorden en DCFTA’s met Georgië en Moldavië niet later dan augustus dit jaar te tekenen.

De EU complimenteerde Oekraïne voor de weloverwogen reactie op de ontwikkelingen tot dusverre. De Europese Raad moedigde de Oekraïense regering aan de representativiteit en inclusiviteit van overheidsstructuren te waarborgen, minderheden te beschermen, grondwettelijke hervormingen door te voeren, mensenrechtenschendingen en geweld te onderzoeken en extremisme te bestrijden. De EU hecht er in dit verband tevens aan dat de Presidentsverkiezingen van 25 mei ordentelijk verlopen. Deze vormen immers een belangrijke stap in het politieke transitieproces.

Het herstel van de macro-economische stabiliteit in Oekraïne is een prioriteit voor de EU. De Europese Raad riep de Oekraïense regering op om snel een ambitieus programma met structurele hervormingen aan te nemen inclusief corruptiebestrijding en transparantie van belastingtransacties. De Europese Raad riep de Raad en het Europees Parlement op het voorstel voor de Autonome tariefpreferenties voor Oekraïne snel aan te nemen. De staatshoofden en regeringsleiders vroegen de Raad om snel overeenstemming te vinden over macro-financiële steun aan Oekraïne zodra een overeenkomst met IMF is gesloten. Onder verwijzing naar de toezegging die de Minister van Buitenlandse Zaken deed tijdens het algemeen overleg over Oekraïne van 20 maart jl. wordt verwezen naar de Geannoteerde Agenda ten behoeve van de Eurogroep en Ecofin Raad van 1 en 2 april 2014. Daarin wordt opgemerkt dat de EUR 1 mld. macro financiële assistentie waartoe de Commissie op 19 maart jl. een voorstel deed, deel uitmaakt van de op 6 maart jl. aan de Europese regeringsleiders gepresenteerde inventarisatie van mogelijkheden om Oekraïne te steunen (zie Kamerbrief van 5 maart jl.). Naar verwachting zal de Raad in april a.s. een besluit nemen over deze macro financiële assistentie ad EUR 1 mld. Voorwaarde voor uitkering van deze steun is een overeengekomen IMF-programma en commitment van de Oekraïense regering aan de met het IMF overeengekomen hervormingen en de condities die worden vastgelegd in het Memorandum of Understanding (MoU) tussen de Europese Commissie en de Oekraïense autoriteiten. Gezien de huidige economische situatie in Oekraïne steunt Nederland de voorgestelde macro financiële assistentie. Het kabinet benadrukt dat de steun conditioneel is aan een IMF programma en dat Oekraïne structurele hervormingen moet doorvoeren, waaronder het aanpakken van corruptie.

De staatshoofden en regeringsleiders veroordeelden de inlijving van de Krim door de Russische Federatie in de sterkste bewoordingen. De EU zal het referendum op de Krim niet erkennen en beschouwt dit als een schending van de Oekraïense grondwet. In dit verband heeft de Europese Raad de Commissie verzocht de juridische consequenties van de annexatie van de Krim te onderzoeken en om voorstellen te doen voor economische, financiële en handelsmaatregelen met betrekking tot de Krim.

Vanwege het uitblijven van stappen in de richting van de-escalatie door Rusland heeft de Europese Raad besloten 12 personen aan de lijst2 toe te voegen waarvoor een reisverbod naar de EU en bevriezing van tegoeden van toepassing is. Tevens heeft de Europese Raad besloten de EU-Rusland top die in juni in Sotsji plaats zou vinden te annuleren en nam er nota van dat lidstaten voorlopig geen reguliere bilaterale toppen met Rusland zullen houden. Zij steunden de G7-bijeenkomst die in Den Haag zal plaatsvinden in de marge van de Nuclear Security Summit evenals het opschorten van de toetredingsonderhandelingen van Rusland tot OESO en IEA.

De Europese Raad betreurde tevens dat onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland nog niet zijn gestart en herhaalde het aanbod de dialoog te faciliteren met het oog op een politieke oplossing. De ER spoorde OVSE-landen aan snel overeenstemming te bereiken over het inzetten van een monitoringsmissie in Oekraïne als bijdrage aan een stabilisatie van de situatie en vroeg Hoge Vertegenwoordiger Asthon te bezien op welke wijze de EU hieraan kan bijdragen. Indien het niet lukt tot een geloofwaardige OVSE-missie te besluiten in de komende dagen, zal de EU een EU-monitoringsmissie samenstellen.

De staatshoofden en regeringsleiders herhaalden de boodschap van 6 maart waarin zij hebben aangegeven paraat te staan om aanvullende en verregaande consequenties te verbinden aan een breed palet aan economische terreinen tussen de EU en de lidstaten aan de ene kant en de Russische Federatie aan de andere kant, indien Rusland verdere stappen tot destabilisering van de situatie in Oekraïne zet. In dit verband heeft de Europese Raad de Commissie en lidstaten verzocht mogelijke gerichte maatregelen voor te bereiden.

Europees Semester

De Europese Raad sprak over het Europees Semester aan de hand van het recent verschenen synthese-rapport waarin de bespreking van de Annual Growth Survey in de vakraden door het Voorzitterschap is samengevat. Voor het semester 2014 legde de Europese Raad in het bijzonder nadruk op het vergroten van de concurrentiekracht van Europese economieën, het creëren van banen, het bestrijden van (jeugd) werkloosheid en het doorvoeren van hervormingen op arbeidsmarkten. De Minister-President benadrukte in dit verband het belang van het versterken van het groeivermogen door het doorvoeren van structurele hervormingen, hetgeen gedegen implementatie van de landen specifieke aanbevelingen vergt. De Europese Raad besprak tevens de stand van zaken met betrekking tot de Europa 2020 strategie op basis van de Commissie mededeling terzake. Geconstateerd werd dat de economische crisis geleid heeft tot een vertraging in het bereiken van de vijf hoofddoelstellingen van de strategie. De Europese Raad heeft opgeroepen de inspanningen in dit verband te vergroten. In 2015 zal een evaluatie van de Europa 2020 strategie plaatsvinden.

Industrieel concurrentievermogen

De Europese Raad voerde een beleidsdebat over industrieel concurrentievermogen op basis van de Commissie-mededeling «For a European Industrial Renaissance». De Europese Raad heeft het belang van een sterke industriële basis benadrukt voor het creëren van economische groei en banen. Teneinde het concurrentievermogen van de Europese industrie te versterken dienen de Europese economieën te worden gemoderniseerd waarbij investeringen en innovatie dienen te worden gestimuleerd. De Commissie is uitgenodigd om een roadmap terzake te ontwikkelen. Nederland heeft gepleit voor het systematisch en gericht monitoren van de effecten van voorgenomen regelgeving op de concurrentiekracht van het bedrijfsleven. Nederland heeft zich met succes sterk gemaakt voor een substantiële verwijzing naar deze zogenaamde «competitiveness proofing» in de ER-conclusies. Daarnaast is op voorstel van Minister-President Rutte een verwijzing opgenomen naar het belang van de digitale economie. Verschillende lidstaten gaven aan dat het vergroten van concurrentievermogen eerst en vooral een verantwoordelijkheid van de lidstaten is. Er zijn echter ook terreinen waar actie op Europees niveau kan bijdragen aan het vergroten van de concurrentiekracht, zoals versterking van de interne markt en stimulering van onderzoek en innovatie door middel van Europese budgetten (zoals Horizon 2020, COSME en de Europese Structuur en Investeringsfondsen).

Klimaat en energie

De Europese Raad sprak over klimaat- en energievraagstukken op basis van het door de Europese Commissie gepubliceerde witboek Een beleidskader voor klimaat en energie in de periode 2020–2030. Zoals beschreven in de kabinetsreactie op het witboek onderschrijft Nederland het Commissie-voorstel voor een bindend doel voor de uitstoot van broeikasgassen van tenminste 40% in 2030 t.o.v. 1990 en voor een bindend doel op EU-niveau voor het aandeel hernieuwbare energie van 27% in 2030. Gezien de terughoudendheid van een aantal lidstaten bleek het op deze Europese Raad nog niet mogelijk overeenstemming te bereiken over concrete doelstellingen. Wel werd vastgesteld dat het beleidsraamwerk moet worden uitgewerkt op basis van de Commissie mededeling. Nederland heeft met een aantal andere lidstaten ervoor gepleit dat de EU uiterlijk in oktober 2014 een beslissing neemt over een nieuw beleidsraamwerk, inclusief het vaststellen van een broeikasreductiedoel. Dit met het oog op de onderhandelingen die in 2015 in Parijs (COP21) moeten leiden tot een globaal klimaatakkoord. Dit tijdspad is in de ER-conclusies vastgelegd.

Daarnaast heeft de Europese Raad gesproken over de interne energiemarkt op basis van de Commissie mededeling inzake energieprijzen en concurrentiekracht. Nederland heeft erop gewezen dat een goed werkende energiemarkt noodzakelijk is om het concurrentievermogen te vergroten en leveringszekerheid te waarborgen. Dit vraagt onder meer om regionale oplossingen voor leveringszekerheid en betere coördinatie van steunregelingen voor hernieuwbare energie.

De crisis in Oekraïne plaatste de discussie over energievraagstukken in een zeer actueel kader. De Commissie is opgedragen een grondige studie uit te voeren naar energie voorzieningszekerheid en in juni 2014 een uitgebreid plan voor het verminderen van de energie-afhankelijkheid van de EU te presenteren.

Overige onderwerpen

De Europese Raad verwelkomde het akkoord dat de Raad en het EP hebben bereikt over de verordening inzake het Europees resolutiemechanisme.

De Europese Raad verwelkomde verder de voortgang in de onderhandelingen met Europese derde landen inzake belasting op spaartegoeden en riep op deze onderhandelingen voor het einde van het jaar af te ronden. In dit licht zal de Raad nog deze maand overgaan tot vaststelling van de aangepaste Spaartegoedenrichtlijn. De twee lidstaten die een akkoord hierover blokkeerden (Oostenrijk en Luxemburg) gaven tijdens de Europese Raad aan nu hun instemming te kunnen geven. Wanneer ook de Richtlijn inzake Administratieve Samenwerking voor het einde van het jaar wordt aangenomen voldoet de Europese Unie volledig aan de global standard van de OESO inzake automatische gegevensuitwisseling.

De Europese Raad sprak over de voorbereiding van de EU-Afrika top van 2 en 3 april aanstaande en bevestigde de inzet gericht op het bouwen van een partnerschap met Afrika en het versterken van de samenwerking in een groot aantal domeinen zoals handel, ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten en migratie. Speciale aandacht ging uit naar internationale steun voor Afrikaanse partners op het gebied van veiligheid. De Europese Unie zal operationele steun middels civiele crisismanagement missies en militaire operaties voortzetten. In deze context onderstreepte de Europese Raad het belang van financiering van de Internationale Missie in de Centraal Afrikaanse Republiek (MISCA) en herbevestigde het voornemen de operatie EUFOR CAR in de komende weken van start te laten gaan. Uw Kamer ontvangt binnenkort de Nederlandse inzet voor deze Top.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
2

Sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor het ondermijnen van de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne, zoals vastgesteld tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 17 maart jl.