Vragen van de leden Duisenberg (VVD) en Rog (CDA) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap over het artikel «Groepsaansprakelijkheid bij onrechtmatige daad: Het
blijft een bijzonder leerstuk» (ingezonden 12 november 2015).
Vraag 1
Kent u het artikel Groepsaansprakelijkheid bij onrechtmatige daad: Het blijft een
bijzonder leerstuk?1
Vraag 2
Deelt u de zienswijze dat de auteur van het artikel tot de conclusie komt dat in het
geval van de Maagdenhuisbezetting, de schade verhaalbaar is? Kunt u een toelichting
geven?
Vraag 3
Vertrouwt u het juridisch oordeel van deze auteur? Kunt u een toelichting geven?
Vraag 4
Kunt u aangeven hoeveel de totale schade bedraagt als gevolg van de bezetting van
het Maagdenhuis en van het Bungehuis?
Vraag 5
Kunt u aangeven welk bedrag de Universiteit van Amsterdam (UvA) aan extra kosten heeft
gemaakt door het geruime tijd niet kunnen gebruiken van de bezette panden?
Vraag 6
Op 30 september 2015 heeft u in antwoord op eerdere vragen aangegeven dat de UvA van
de verzekeraar alle schade vergoed heeft gekregen; heeft de verzekeraar ook de hiervoor
genoemde extra kosten vergoed?2
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat, zoals uit informatie3 blijkt, het eigen risico van de verzekering € 25.000 per gebeurtenis bedraagt? Zo
ja, wat is uw mening over het feit dat € 50.000 – wellicht verhoogd met extra kosten,
aan publiek geld is gebruikt om de schade te betalen? Zo nee, welk bedrag is er dan
wel voor rekening van de UvA gekomen?
Vraag 8
Op 30 september 20154 heeft u in uw antwoorden op eerdere vragen aangegeven van mening te zijn dat u de
motie Duisenberg c.s.5 heeft uitgevoerd, door met de UvA in gesprek te gaan maar met de conclusie dat er
niet voor is gekozen, zoals was gevraagd, om «binnen de juridische mogelijkheden,
de geleden schade, nu betaald uit publieke middelen, maximaal te verhalen op de bezetters»;
kunt u een uitgebreide toelichting geven over de manier waarop u deze motie uitgevoerd
heeft?
Vraag 9
In uw eerder genoemde antwoorden stelt u dat een onderzoek zowel studenten als ook
docenten zou betreffen die nu in een constructieve dialoog zijn met het college van
bestuur, en dat de kans op succes bij een dergelijke onderzoek buitengewoon klein
is, zeer veel lasten met zich meebrengt en dat studenten en docenten die niets met
de vernieling te maken hadden betrokken worden in het onderzoek; deelt u de mening
dat het, gezien het artikel in Assurantie Magazine, wel degelijk mogelijk is om de
verantwoordelijken aan te spreken en hen de schade te laten vergoeden?
Vraag 10
Bent u het eens met de vaststelling dat, naast de vernielers en de louter kritische
studenten en docenten, een derde categorie onderscheiden kan worden, zijnde de organisatoren
van de bezetting?
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat onvoldoende onderzocht is wat de verhaalsmogelijkheden zijn
op de organisatoren van de bezetting van wie de identiteit bekend is? Zo ja, wat weerhoudt
u van een dergelijk onderzoek? Zo nee, wat was de uitkomst van dit onderzoek?
Vraag 12
Deelt u de mening dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de aangerichte schade,
ongeacht de constructieve dialoog met het college van bestuur van de UvA, gezien de
bestaande juridische mogelijkheden, aangesproken dienen te worden voor vergoeding
van de schade?
Vraag 13
Deelt u de mening dat de UvA de verantwoordelijke personen wel kan, maar niet wenst
aan te spreken voor schadevergoeding en dat dit een verkeerd signaal is naar de samenleving?
Vraag 14
Kunt u aangeven waarom bij de recente Maagdenhuisbezetting geen gebruik wordt gemaakt
van verhaalsmogelijkheden, terwijl in andere gevallen, zoals de bezetting van de Informatiseringsbank
(1991)6, bij voetbalvandalisme (2006)7 en de ontruiming van de Ubica panden in Utrecht (2015)8, de overheid deze mogelijkheden wel heeft benut?
X Noot
2Aanhangselnummer 2015201600158.
X Noot
3Openbaar op het internet, dit in tegenstelling tot de beantwoording van de Minister
op vraag 4 van de onder voetnoot 2 bedoelde antwoorden