Vragen van het lid Voortman (GroenLinks) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitzending van Nieuwsuur over Inburgering en de zijn brief over diverse onderwerpen betreffende inburgering (ingezonden 7 september 2015)

Vraag 1

Bent u bekend met de uitzending «Minder nieuwkomers burgeren in»?1

Vraag 2

Herkent u het beeld dat inburgeraars niet goed de weg vinden naar informatie over inburgeren en proefexamens?

Vraag 3

Begrijpt u dat inburgeraars die het Nederlands of Engels (nog) niet voldoende beheersen, moeite hebben met begrijpen wat van hen verwacht wordt en het vinden van de juiste informatie over het inburgeringsexamen, cursussen en alles wat daarmee samenhangt, wanneer de overheid en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) alleen informatie in het Nederlands en Engels verstrekken?

Vraag 4

Denkt u dat het proces van inburgering bevorderd kan worden door informatie over inburgering in meer talen te verstrekken, zodat mensen in hun eigen taal kunnen lezen wat van hen wordt verwacht?

Vraag 5

Kunt u aangeven wat de slagingspercentages zijn voor de verschillende onderdelen van het inburgeringsexamen, waar u in uw brief van 3 september 2015 aan refereert?2

Vraag 6

Is bij het onderzoek naar de leesvaardigheidstoets ook onderzocht of het aantal teksten en de lengte van de teksten van het leesvaardigheidsexamen reëel zijn voor de tijd die ervoor staat, en passen bij het gevraagde niveau, of is alleen gekeken naar de moeilijkheidsgraad van de teksten en/of vragen?

Vraag 7

Klopt het dat in het Europese Referentiekader geen criteria staan over het aantal teksten en de lengte van de teksten?

Vraag 8

Zou het kunnen dat de examenteksten dusdanig lang zijn dat mensen door tijdgebrek in de problemen komen en niet voldoende goede antwoorden kunnen geven?

Vraag 9

Hoe verhoudt zich het aantal teksten, de lengte van de teksten en aantal opgaven in het Nederlandse leesvaardigheidsexamen zich tot deze elementen in leesvaardigheidsexamens van hetzelfde niveau in andere talen?

Vraag 10

Per wanneer is of wordt het examenonderdeel leesvaardigheid aangepast conform wat u in genoemde brief hebt aangegeven?

Vraag 11

Bent u bereid de Kamer te informeren over de ontwikkeling van het slagingspercentage voor het leesvaardigheidsexamen nadat de aanpassingen zijn doorgevoerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer?

Vraag 12

Klopt het dat de Kamer tot op heden nog niet de rapportage heeft ontvangen inzake het onderzoek naar het examen leesvaardigheid, die u conform uw toezegging in uw brief van 30 maart 2015 toe zou zenden aan de Kamer en waarop de voorgestelde aanpassingen in uw brief van 2 september gebaseerd zijn?3

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Karabulut (SP), ingezonden 7 september 2015 (vraagnummer 2015Z15886)


X Noot
2

Kamerstuk 32 824, nr. 105

X Noot
3

Kamerstuk 32 824, nr. 90

Naar boven