Vragen van de leden Oskam en Van Toorenburg (beiden CDA) aan de Minister van Veiligheid
en Justitie over het bericht «Nu al even veel drugsafval gedumpt als in heel 2013»
(ingezonden 14 juli 2014).
Vraag 1
Heeft u de speciale themasite van de Omroep Brabant bekeken over synthetische drugs
naar aanleiding van de vele dumpingen in deze provincie?1
2
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de inschattingen die zijn gemaakt met betrekking tot het aantal drugsdumpingen
en de daaraan gerelateerde kosten voor 2013 en 2014?
Vraag 3
Indien u van mening bent dat (een aantal van) deze inschattingen niet kloppen, kunt
u ze dan corrigeren?
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat vanaf 2014 jaarlijks 1,8 miljoen euro naar de Taskforce Brabant
Zeeland gaat?
Vraag 5
Hoeveel geld wordt vanaf 2014 jaarlijks besteed aan de Landelijke Faciliteit Ondersteuning
Ontmantelen (LFO)?
Vraag 6
Welke doelstelling legt u zichzelf op met betrekking tot de vermindering van het aantal
drugsdumpingen, zowel in Brabant als Limburg?
Vraag 7
Hoe wordt in de opsporing van drugslaboratoria rekening gehouden met de trend dat
deze labs steeds vaker mobiel van aard zijn?
Vraag 8
Hoe definieert u de door u vaak gebezigde term «topprioriteit»?
Vraag 9
Waarom verwijst u in de beantwoording op eerdere vragen over drugsdumpingen op uw
doelstelling dat eind 2014 het aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden
moet zijn verdubbeld? Niet ieder crimineel samenwerkingsverband is toch gelieerd aan
georganiseerde drugscriminaliteit en evenmin is toch niet iedere drugsdumping het
werk een criminele groepering?3
Vraag 10
Wat hebben de gesprekken met uw Duitse, Franse, Belgische en Luxemburgse ambtgenoten
om te bezien hoe de gezamenlijke inspanningen om de georganiseerde drugscriminaliteit
te bestrijden geïntensiveerd kunnen worden, tot nu toe opgeleverd en wanneer wordt
het gezamenlijke actieplan naar de Kamer gestuurd?4
Vraag 11
Kunt u een overzicht geven van het aantal verdachten, alsmede het aantal uiteindelijke
veroordelingen dat het onderzoek in de provincies Noord-Brabant en Limburg door de
politie en het Openbaar Ministerie (OM) naar daders van dumpingen, de afgelopen twee
jaar heeft opgeleverd?5
Vraag 12
Kunt u de meest actuele cijfers met betrekking tot het landelijke aantal drugszaken,
de afdoening daarvan en het aantal betrokken verdachten zoals deze jaarlijks gepubliceerd
worden in het Jaarbericht van de Nationale Drug Monitor, weergeven in de beantwoording
van deze vragen?
Vraag 13
Kunt u bedenken waarom het een meerwaarde heeft als behalve registratie in de Basisvoorziening
Handhaving (het zogenaamde BHV-systeem) ook het OM het dumpen van drugsafval als zodanig
gaat registreren?6
Vraag 14
Hoeveel geld stelt u beschikbaar aan Noord-Brabant, alsmede aan andere provincies,
ten behoeve van het vergroten van kennis over de aanpak van drugsdumpingen?7
Vraag 15
Waarom wilt u wel geld besteden aan het vergroten van kennis, maar weigert u extra
geld uit te geven aan extra capaciteit voor bestrijding van drugscriminaliteit alsmede
geld voor een bijdrage aan een waarborgfonds dat de provincie Noord-Brabant wil instellen?8
Vraag 16
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de totstandkoming van dit waarborgfonds?
Vraag 17
Waarom is het niet mogelijk om uit de registratiesystemen van het OM en de Raad voor
de rechtspraak gegevens te destilleren om de vraag te beantwoorden in hoeveel (straf)rechtszaken
in 2012 en 2013 door onherstelbaar vormverzuim strafvermindering of vrijspraak volgde
terwijl uit de bewijsmiddelen onomstotelijk is vast komen te staan dat er sprake was
van een hennepkwekerij? Behoort een indicatie aan de hand van bestudering van onlinegepubliceerde
uitspraken wel tot de mogelijkheden?9
Vraag 18
Waarom heeft het OM mede op grond van beperkte onderzoeksmogelijkheden geen hoger
beroep ingesteld tegen de vrijspraak van een hennepkwekerij10, terwijl uit de bewijsmiddelen onomstotelijk was vast komen te staan dat er sprake
was van een hennepkwekerij?11
X Noot
3Beantwoording vraag 1, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2465
X Noot
4Beantwoording vragen 6 en 7, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2465
X Noot
5Beantwoording vraag 8, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2465
X Noot
6Beantwoording vraag 9, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2465
X Noot
7Beantwoording vraag 14, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2465
X Noot
9Beantwoording vraag 5, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2359
X Noot
10Strafkamer rechtbank Arnhem, 28 januari 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:2984)
X Noot
11Beantwoording vraag 4, Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2359