Vragen van het lid Leijten (SP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het vergroten van de Lotto-inkomsten voor de sport (ingezonden 10 januari 2011).

Vraag 1

Hoe beoordeelt u de wens van de Lotto dat sportverenigingen actief moeten worden betrokken bij het vergroten van de Lotto-inkomsten?1 Kunt u hierop een toelichting geven?

Vraag 2

Vindt u het een gewenste ontwikkeling als sportclubs actief deelname aan een kansspel gaan promoten? Is dit wettelijk toegestaan?

Vraag 3

Bent u van mening dat de afhankelijkheid van sportbonden en sportverenigingen van de Lottogelden mag leiden tot de eis dat de bonden en verenigingen Lotto-leden gaan werven? Kunt u hierop een toelichting geven?

Vraag 4

Is het noodzakelijk voor een goede sportbeoefening in Nederland om het gokken aan te jagen?

Vraag 5

Levert het aanjagen van gokken het goede Olympische klimaat op, in het licht van een eventueel bid op de Olympische Spelen in 2028?

Vraag 6

Bent u bereid de basisinfrastructuur van de sport te garanderen in het kader van een eventueel bid op de Olympische Spelen?2 Wilt u de situatie dat deze basisinfrastructuur afhankelijk is van gokgelden in stand houden? Zo ja, waarom? Zo nee, bent u bereid extra te investeren in de basisinfrastructuur van de sport om deze afhankelijkheid te beëindigen?

Vraag 7

Bent u van mening dat gokken op sportwedstrijden moet worden bevorderd of juist in de hand moet worden gehouden? Kunt u uw antwoord toelichten?

Vraag 8

Bent u van plan om het illegale gokken op sportwedstrijden op internet aan te pakken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke manier gaat u dit doen?

Vraag 9

Bent u van mening dat gokken op randverschijnselen, zoals de eerste ingooi of de eerste gele kaart, omkoping in de hand werkt? Bent u van plan om het verbod hierop te handhaven?


XNoot
1

Trouw, «De Lotto is het hart van de sport», 5 januari 2011.

XNoot
2

Kamerstuk 31 700, XVI, nr. 26.

Naar boven