Vragen van het lid Van Rooijen (50PLUS) medegedeeld aan de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen inzake de aanvullende voorwaarden zoals herverdelingseffecten bij de wet toekomst pensioenen (ingezonden 19 juli 2023).

Vragen

In het Besluit toekomst pensioenen van 22 juni 20231 worden aanvullende voorwaarden gegeven met betrekking tot de Wet toekomst pensioenen. In artikel 1d wordt het onderwerp Herverdelingseffecten behandeld. In de toelichting bij dit artikel wordt expliciet gesteld dat alleen voor het doel van gelijke aanpassingen van uitkeringen in een collectieve uitkeringsfase kan worden afgeweken van het principe van vermijden van herverdelingsaspecten. Dit zou betekenen dat bij gebruik van een collectieve uitkeringsfase geen hoger projectierendement mag worden gebruikt dan de risicovrije rentetermijnstructuur omdat dit zou leiden tot additionele herverdeling binnen dat collectief.

Vraag 1

Is de Minister het met mij eens dat deze voorwaarde dermate ingrijpend is voor het verloop van het proces van het invaren dat de Eerste Kamer daarover had moeten worden geïnformeerd tijdens de behandeling van het wetsontwerp?

Vraag 2

Is de Minister het met mij eens dat de huidige rente ontwikkeling, mede door de diverse recente ingrepen van de Europese Centrale Bank, dermate volatiel is dat het gebruiken van de risicovrije rentetermijn structuur allerlei ongewenste herverdelingseffecten kan genereren tijdens de invaarprocedure? En dat daarmee het (grote) risico ontstaat dat de uitkomsten voor de gepensioneerden sterk op een loterij zullen gaan lijken?

Vraag 3

Waarom kan de Minister niet volstaan met de algemene voorwaarde van het vermijden van herverdelingseffecten en het overlaten aan de pensioenuitvoerders om hieraan te voldoen – binnen de kaders van hun eigen verantwoordelijkheden?

Vraag 4

Is de Minister zich ervan bewust dat in het flexibele contract wel de mogelijkheid bestaat van een collectieve uitkeringsfase met een hoger projectierendement dan de risicovrije rentetermijn-structuur?

Vraag 5

Waarom acht de Minister de herverdelingseffecten van een hoger projectierendement bij de flexibele contract geen probleem en bij het solidaire contract wel?

Vraag 6

Is de Minister bereid de voorwaarde, zoals vastgelegd in het Besluit toekomst pensioenen, in te trekken?

Vraag 7

Wilt u toelichten waarom u het niet evenwichtig zou vinden dat in de collectieve uitkeringsfase een hoger projectierendement wordt gebruikt, en waarom het wel evenwichtig zou zijn om dezelfde generatie een deel van de inhaalindexatie te onthouden bij het invaren?

Vraag 8

Wilt u toelichten waarom u het niet evenwichtig zou vinden dat in de collectieve uitkeringsfase een hoger projectierendement wordt gebruikt, en waarom het wel evenwichtig zou zijn om gepensioneerden via een compensatiedepot te laten bijdragen aan een compensatie voor een verschijnsel waaraan zij part noch deel hadden.

Naar boven