Vragen van het lid Otten (Fractie-Otten) medegedeeld aan de Minister voor Klimaat en Energie inzake de intrekking van productiebeperkingen voor kolencentrales (ingezonden 15 juli 2022).

Vraag 1

Op maandag 20 juni 2022 kondigde u in een persconferentie aan dat de productiebeperkingen voor kolencentrales per direct worden opgeheven en dat er een wetsvoorstel tot intrekking van de productiebeperking met terugwerkende kracht vanaf 20 juni 2022 in werking zal treden; op welke momenten, voorafgaande aan dit besluit, heeft u of uw ministerie hierover overleg gevoerd met de bedrijven die deze kolencentrales in Nederland exploiteren?

Vraag 2

Bent u bekend met de pleitnota van de Nederlandse Staat over de kolencentrales van RWE en Uniper van 21 en 23 juni 20221?

Vraag 3

Hebt u kennisgenomen van de uitspraak van landsadvocaat Pels Rijcken in de pleitnota van 23 juni 2022 waar de landsadvocaat aangeeft:

«Overigens heeft het Ministerie bijna wekelijks contact en overleg met RWE en Uniper over allerlei zaken die hen aangaan. Zo zijn de bedrijven ook op de hoogte gehouden ten aanzien van de dilemma’s ten aanzien van de tijdelijke productiebeperking – over het wel of niet intrekken van deze wet – en is met hen besproken wat voor hen de gevolgen zouden zijn en of zij bij intrekking meteen weer zouden kunnen produceren of niet.»

Vraag 4

Hoe verhoudt deze uitspraak over «bijna wekelijks contact» zich met de uitspraak van mevrouw Rietveld, Managing Director van Uniper, bij het tv-programma OP1 dat zij zich «verrast» voelde2 door de uitspraak van de Minister op 20 juni 2022 over de onmiddellijke opheffing van de beperking op CO2-uitstoot van de kolencentrales?

Vraag 5

Kunt u aangeven hoe vaak, met wie en met welke inhoud er gesprekken zijn geweest met RWE en Uniper ten aanzien van het mogelijk intrekken van de productiebeperking?

Vraag 6

Over welke andere zaken heeft de landsadvocaat het als hij het heeft over «allerlei andere zaken»? Kunt u ook aangeven hoe vaak, met wie en met welke inhoud deze gesprekken zijn geweest met RWE en Uniper?

Vraag 7

Hoe verhouden de gesprekken over andere zaken, zoals genoemd door de landsadvocaat, zich met uw uitspraak in uw brief van 20 juni 2022 (Kamerstukken II, 2021–22, 29 023, 312), waarin u aangeeft: «Een gesprek over of, en zo ja welke, concrete ondersteuning nodig is om die alternatieve mogelijkheden te versnellen is alleen mogelijk wanneer de lopende juridische procedures van tafel gaan.»3

Vraag 8

Beseft u dat door het wispelturige Jojo-beleid ten aanzien van het voornemen tot sluiten en nu weer heropenen van de kolencentrales en de manier waarop u met de eigenaren van de kolencentrales omspringt de betrouwbaarheid van de Nederlandse overheid bij binnenlandse en buitenlandse investeerders wordt geschaad en het zogenaamde «political risk» voor investeerders in Nederland aanmerkelijk toeneemt met zeer schadelijke gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat?

Naar boven