Aanhangsel van de Handelingen
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 9 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Nummer | Datum ontvangst |
|---|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2021-2022 | 9 |
Op maandag 20 juni 2022 kondigde u in een persconferentie aan dat de productiebeperkingen voor kolencentrales per direct worden opgeheven en dat er een wetsvoorstel tot intrekking van de productiebeperking met terugwerkende kracht vanaf 20 juni 2022 in werking zal treden; op welke momenten, voorafgaande aan dit besluit, heeft u of uw ministerie hierover overleg gevoerd met de bedrijven die deze kolencentrales in Nederland exploiteren?
Kunt u aangeven hoe vaak, met wie en met welke inhoud er gesprekken zijn geweest met RWE en Uniper ten aanzien van het mogelijk intrekken van de productiebeperking?
Medio mei heeft de directeur-generaal Klimaat en Energie op boardniveau gesproken met RWE, Uniper en Onyx. Van de kant van het departement waren de directeur-generaal en de meest betrokken ambtenaren aanwezig. Van de kant van Uniper nam de heer Bryson, COO, deel, evenals de directeur Uniper Nederland, mevrouw Rietveld. Bij het gesprek met RWE nam Roger Miesen deel, CEO RWE Generation SE. Dit betroffen inventariserende gesprekkem over de gevolgen van een eventuele intrekking van de productiebeperking, voor een goede besluitvorming, mocht later blijken dat intrekken nodig zou zijn. In de overleggen met de centrales is onder meer ter sprake gekomen dat de bedrijven na een opheffing van de productiebeperking opstarttijd nodig hebben om maximaal te kunnen draaien, onder meer om een voldoende kolenvoorraad hiervoor aan te leggen. In het gesprek is aangegeven dat de Minister van Klimaat en Energie gezien de gascrisis in Europa alle mogelijke maatregelen overwoog, waaronder het opheffen van de tijdelijke productiebeperking. Aan de drie bedrijven is de vraag gesteld of, en zo ja, onder welke condities productie weer zou kunnen hervat. Uniper heeft daarover mondeling in het gesprek en kort daarna ook schriftelijk informatie aan het departement verstrekt.
Op de dag van bekendmaking van het besluit tot intrekking van de productiebeperking, kort voor de verzending van de brief aan de Tweede Kamer en de persconferentie hierover, heeft de directeur-generaal Klimaat en Energie de directeuren van Onyx, RWE en Uniper, telefonisch op de hoogte gesteld van het besluit van de Minister.
Het was niet mogelijk het besluit eerder te delen, omdat het deel uitmaakte van de crisisbesluitvorming, en het bovendien beursgevoelige informatie betreft.
Bent u bekend met de pleitnota van de Nederlandse Staat over de kolencentrales van RWE en Uniper van 21 en 23 juni 20221?
Hebt u kennisgenomen van de uitspraak van landsadvocaat Pels Rijcken in de pleitnota van 23 juni 2022 waar de landsadvocaat aangeeft: «Overigens heeft het Ministerie bijna wekelijks contact en overleg met RWE en Uniper over allerlei zaken die hen aangaan. Zo zijn de bedrijven ook op de hoogte gehouden ten aanzien van de dilemma’s ten aanzien van de tijdelijke productiebeperking – over het wel of niet intrekken van deze wet – en is met hen besproken wat voor hen de gevolgen zouden zijn en of zij bij intrekking meteen weer zouden kunnen produceren of niet.»
Hoe verhoudt deze uitspraak over «bijna wekelijks contact» zich met de uitspraak van mevrouw Rietveld, Managing Director van Uniper, bij het tv-programma OP1 dat zij zich «verrast» voelde2 door de uitspraak van de Minister op 20 juni 2022 over de onmiddellijke opheffing van de beperking op CO2-uitstoot van de kolencentrales?
Voor het verloop van het contact met de kolencentrales over het intrekken van de productiebeperking verwijs ik u naar het antwoord op vraag 1. Ook mevrouw Rietveld nam deel aan deze overleggen. Naast het contact over de productiebeperking is met de drie eigenaren van de kolencentrales regelmatig overleg over allerlei zaken, waaronder de productiebeperking, maar ook bijvoorbeeld over lopende en toekomstige subsidies.
Over welke andere zaken heeft de landsadvocaat het als hij het heeft over «allerlei andere zaken»? Kunt u ook aangeven hoe vaak, met wie en met welke inhoud deze gesprekken zijn geweest met RWE en Uniper?
Deze uitspraak van de landsadvocaat is gedaan in het kader van de rechtszaak over de rechtmatigheid van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie. De Staat maakt in dat kader weliswaar inzichtelijk wat zij in de juridische procedures inbrengt, maar doet geen uitspraken die de procedure bij de rechtbank zou kunnen doorkruisen of beïnvloeden. In dat kader volstaat hier dat de landsadvocaat deze uitspraak heeft gedaan in reactie op stellingnames van de kolencentrales waaruit zou blijken dat de Staat blind zou zijn geweest voor de belangen van Uniper en RWE en er geen enkel contact is geweest met de centrales. In dat kader heeft de landsadvocaat bij de Rechtbank toegelicht dat er niet alleen contact is geweest met de centrales over wettelijke trajecten over het gebruik van kolen, maar ook over andere zaken zoals bredere samenwerking in het Havengebied, subsidies voor alternatieve brandstoffen of informatie over toekomstige technische ontwikkelingen. Daar zijn verschillende afdelingen en uitvoeringsorganisaties van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), maar ook andere ministeries, bij betrokken.
Hoe verhouden de gesprekken over andere zaken, zoals genoemd door de landsadvocaat, zich met uw uitspraak in uw brief van 20 juni 2022 (Kamerstukken II, 2021–22, 29 023, 312), waarin u aangeeft: «Een gesprek over of, en zo ja welke, concrete ondersteuning nodig is om die alternatieve mogelijkheden te versnellen is alleen mogelijk wanneer de lopende juridische procedures van tafel gaan.»
De eigenaren van de kolencentrales kunnen, net als ieder ander bedrijf, beroep doen op het bestaande instrumentarium voor de verduurzaming van de elektriciteitssector. Dit doen zij ook, bijvoorbeeld door aanspraak te maken op subsidies voor de opwek van duurzame energie (SDE++). Maar daar waar de Staat er voor kiest om met andere grote industriële vervuilers extra stappen te zetten door, bovenop het bestaande generieke instrumentarium, maatwerkafspraken te maken om de CO2-uitstoot te verminderen, is een dergelijke aanpak nu niet aan de orde met de kolencentrales. In een eerder stadium is met RWE en Uniper reeds gesproken over de gevolgen van de wet verbod op kolen en de toekomstperspectieven voor de centrales. Toen is ook gekeken naar maatwerk, maar dit heeft niet tot een eindresultaat geleid. Een van de kolencentrales had een subsidie voor sluiting, maar heeft hier als bekend om haar moverende redenen uiteindelijk geen gebruik van gemaakt. Gegeven deze situatie en de nog lopende procedures blijft het generieke instrumentarium beschikbaar voor de drie bedrijven, maar liggen aanvullende maatwerkafspraken nu niet in de rede.
Beseft u dat door het wispelturige Jojo-beleid ten aanzien van het voornemen tot sluiten en nu weer heropenen van de kolencentrales en de manier waarop u met de eigenaren van de kolencentrales omspringt de betrouwbaarheid van de Nederlandse overheid bij binnenlandse en buitenlandse investeerders wordt geschaad en het zogenaamde «political risk» voor investeerders in Nederland aanmerkelijk toeneemt met zeer schadelijke gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat?
Toen deze centrales zijn gebouwd, was bekend dat CO2-reductie bij kolencentrales noodzakelijk was om klimaatverandering tegen te gaan en de doelen van het klimaatbeleid te halen. Tegen die achtergrond is er door de producenten een keuze gemaakt om te investeren in de bouw van een kolencentrale. De Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie was dus voorzienbaar. Het realiseren van CO2-reductie is daarom geen politiek risico voor investeerders in Nederland, maar een bedrijfsrisico waar investeerders rekening mee dienen te houden.
U vraagt naar het sluiten en heropenen van de centrales. Het is belangrijk te benadrukken dat het besluit tot intrekken van de productiebeperking niets verandert aan de sluiting van de centrales in 2030. De productiebeperking was een extra maatregel bovenop de sluiting in 2030. Het besluit tot intrekken van de productiebeperking is niet lichtzinnig genomen, maar in de context van de complexe geopolitieke situatie en de gasleveringszekerheid in Nederland en Europa.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-ek-20212022-9.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.