36 917 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau

32 827 Toekomst mediabeleid

A1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 mei 2026

Lokale publieke omroepen zijn essentieel voor de samenleving. Ze vervullen een informerende, controlerende en verbindende functie in onze lokale gemeenschappen. Het kabinet blijft daarom inzetten op de versterking van lokale publieke omroepen. Dit is een belangrijk onderdeel van het integrale mediabeleid waar dit kabinet voor staat.2

Met deze brief informeer ik uw Kamer over twee zaken. Ten eerste de stand van zaken van het wetsvoorstel ter versterking van de lokale publieke omroepen. In uitvoering van de motie-Ceder c.s. geef ik daarbij ook inzicht in de verwachte bedragen die voor de lokale omroepen beschikbaar zijn bij de voorziene start van het nieuwe stelsel in 2028.3 Ook beschrijf ik de uitkomsten van een inventarisatie die de VNG heeft uitgevoerd over de (toekomstige) bekostiging van lokale publieke omroepen door gemeenten. Ten tweede informeer ik uw Kamer over de meest recente periodieke rapportage van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) over de bekostiging van lokale publieke omroepen in de periode 2022–2024.

Deze brief verstuur ik in identieke vorm naar de Tweede Kamer.

Stand van zaken wetsvoorstel en bekostiging lokale publieke omroepen

Stand van zaken en planning wetsvoorstel versterking lokale publieke omroepen

Ik heb het wetsvoorstel ter versterking van de lokale publieke omroepen (hierna: het wetsvoorstel) op 24 maart jl. aan de Tweede Kamer aangeboden.4 Met het pakket aan maatregelen in het wetsvoorstel beoog ik de uitvoering van de publieke media-opdracht door de lokale publieke omroepen fundamenteel te verstevigen. Dat doe ik onder meer door de bekostiging van de gemeenten over te brengen naar de mediabegroting, en aan het overgehevelde bedrag een structurele investering toe te voegen. Ook worden de gebieden waarvoor lokale publieke omroepen media-aanbod verzorgen groter, en in samenhang daarmee gaat het aantal lokale publieke omroepen terug van ruim 220 nu naar maximaal 80 in de toekomst.

Het streven is dat het nieuwe stelsel op 1 januari 2028 van start gaat. Zoals ik in een eerdere brief aan de Tweede Kamer schreef, is het daartoe noodzakelijk dat het wetsvoorstel uiterlijk op 1 november 2026 in werking treedt.5 Dit vanwege de voorbereidingen die nodig zijn in de aanloop naar het nieuwe stelsel.

Inzicht in toekomstige bekostiging lokale publieke omroepen

De afgelopen periode bleek dat er in de sector en, blijkens de genoemde motie-Ceder c.s., bij het parlement behoefte is aan meer inzicht in zowel het totaalbudget als de verwachte budgetten per lokaal verzorgingsgebied vanaf 1 januari 2028.

In het wetsvoorstel staat dat er per 1 januari 2028 een totaalbedrag is voorzien van circa € 31 miljoen. In mijn Beleidsbrief 2026–2030 kondigde ik aan dat het kabinet dat bedrag ophoogt met een extra investering van € 3,4 miljoen.6 Het voorziene totaalbedrag per 1 januari 2028 komt daarmee op € 34,5 miljoen euro. Van dat totaalbedrag is per 2028 op basis van de huidige ramingen van de NLPO en het Commissariaat € 3,5 miljoen bestemd voor de verwachte structurele extra uitvoeringslasten voor de NLPO en het Commissariaat. Het resterende voorziene bedrag van circa € 31 miljoen is per 2028 bestemd voor de lokale publieke omroepen.

Vanaf 1 januari 2028 wordt dit voorziene totaalbudget van circa € 31 miljoen volgens een verdeelsleutel verdeeld over de lokale verzorgingsgebieden. Het wetsvoorstel beschrijft deze verdeelsleutel in algemene zin. In de consultatieversie van de bijbehorende aanpassing van het Mediabesluit 2008 staat de precieze uitwerking van de verdeelsleutel, evenals de voorgestelde indeling in 80 verzorgingsgebieden.7 Met deze variabelen (het totaalbudget, de verdeelsleutel en de indeling in verzorgingsgebieden) heb ik in bijgevoegde tabel een berekening gemaakt van het bedrag dat vanaf 1 januari 2028 jaarlijks voorzien is per lokaal verzorgingsgebied.

Ik hecht eraan te benadrukken dat dit een voorlopige berekening is, bedoeld om de sector en uw Kamer meer inzicht te geven in de voorziene bedragen per 1 januari 2028. Indien de Tweede Kamer en uw Kamer akkoord gaan met het wetsvoorstel, zal ik in een latere publicatie de bedragen per verzorgingsgebied actualiseren. Die later te publiceren bedragen zijn bedoeld voor (kandidaat-)lokale publieke omroepen om te gebruiken tijdens de aanwijzingsprocedure die na inwerkingtreding van de wet van start gaat.

De motie Ceder c.s. spreekt uit dat voorkomen moet worden dat lokale publieke omroepen vanaf 2028 per saldo minder ontvangen dan nu. Ook verzoekt de motie de regering om duidelijkheid te geven over hoe geborgd wordt dat lokale publieke omroepen over voldoende budget blijven beschikken. Het is begrijpelijk dat lokale publieke omroepen het voorziene budget vanuit het Rijk per 2028 vergelijken met hun huidige begrotingen. En dan is niet uit te sluiten dat voor een lokale publieke omroep de huidige optelsom van de structurele bekostiging door gemeenten en eventuele aanvullende tijdelijke middelen vanuit gemeenten of bijvoorbeeld het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (hierna: SvdJ) hoger uitvalt dan het structurele bedrag dat per 2028 in een lokaal verzorgingsgebied beschikbaar is vanuit het Rijk.

Tegelijkertijd acht ik het van belang daar een nuancering bij te plaatsen. Aanvullende gemeentelijke subsidies zijn vaak tijdelijk van aard. Ook de subsidies van het SvdJ betreffen tijdelijke middelen. De subsidies van het SvdJ die sinds 2023 ingezet worden, hebben het karakter van een transitiesubsidie, met als doel om lokale publieke omroepen in aanloop naar het nieuwe stelsel te ondersteunen bij hun professionalisering.8 De regeling van het SvdJ stopt met de start van het nieuwe stelsel per 1 januari 2028. Vanaf dat moment worden de bijbehorende middelen structureel verdeeld volgens de voorgestelde verdeelsleutel. Met andere woorden: de middelen die in de jaren 2023 tot en met 2027 nog tijdelijk ingezet worden via het SvdJ hebben dezelfde omvang en komen uit dezelfde bron als de structurele middelen die per 2028 volgens de verdeelsleutel verdeeld worden onder lokale publieke omroepen.

Het is daarom in mijn ogen passender om de toekomstige bekostiging vanuit het Rijk te vergelijken met de huidige, structurele bekostiging van lokale publieke omroepen door gemeenten. Op basis van de bijgevoegde meest recente cijfers van het Commissariaat bedroeg de structurele gemeentelijke bekostiging van lokale publieke omroepen in 2024 in totaal € 21,9 miljoen. De hoogte van de aanvullende gemeentelijke subsidies bedroeg in 2024 in totaal € 3,7 miljoen.9 Dat betekent dat de per 2028 voorziene bekostiging vanuit het Rijk van circa € 31 miljoen hoger ligt dan de optelsom van structurele en aanvullende bekostiging vanuit de gemeenten, op basis van de meest recente cijfers van het Commissariaat.

Bovendien is er in het nieuwe stelsel per 2028 meer voorspelbaarheid en continuïteit van de bekostiging voor lokale publieke omroepen dan nu het geval is. In het nieuwe stelsel is voor de start van de vijfjaarlijkse aanwijzingsprocedure voor ieder lokaal verzorgingsgebied duidelijk wat het voorziene beschikbare budget voor de gehele komende aanwijzingsprocedure van vijf jaar is. Daarentegen betrof in de periode 2022–2024 de bekostigingsperiode door gemeenten in gemiddeld 85% van de gevallen slechts één jaar.

Met het oog op bovenstaande zie ik het gehele pakket maatregelen uit het wetsvoorstel, inclusief de nieuwe bekostiging, als een stevige impuls voor de lokale publieke omroepen, en voorzie ik dat er vanaf 2028 in alle lokale verzorgingsgebieden genoeg budget is om de basis van 3 journalistieke fte mogelijk te maken die het SvdJ adviseert.10

Aanvullende bekostiging gemeenten in het nieuwe stelsel

De hoogte van de jaarlijkse bekostigingsbijdrage door gemeenten is niet vastgelegd in de Mediawet 2008. Wel geldt er vanuit de VNG een zogeheten richtsnoerbedrag per huishouden. In 2026 is het richtsnoerbedrag € 1,68 per huishouden. Gemeenten zorgen op dit moment op meerdere plekken voor aanvullende ondersteuning voor hun lokale publieke omroepen. Soms door ervoor te kiezen om meer te bekostigen dan het richtsnoerbedrag, soms door lokale omroepen met aanvullende projectsubsidies te helpen bij de transitie naar het nieuwe stelsel. Dat waardeer ik; gemeenten tonen daarmee betrokkenheid bij hun lokale omroep en vervullen zo een waardevolle rol bij de stelselherziening

Ik vind het van belang dat gemeenten ook in het nieuwe stelsel aanvullend op het Rijk kunnen blijven bekostigen. Daarom behouden zij in het nieuwe stelsel de mogelijkheid om financieel aanvullend bij te dragen aan hun lokale publieke omroep. Zo blijft er vanaf 2028 ruimte voor maatwerk, en kunnen gemeenten blijven inspelen op lokale omstandigheden en wensen, bovenop de solide basis die er vanuit het Rijk straks ligt.

De motie-Ceder c.s. verzoekt mij om in kaart te brengen in hoeverre gemeenten ook vanaf 2028 bereid blijven om aanvullend bij te dragen aan hun lokale publieke omroep. Hiertoe heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) in overleg met mijn ministerie een enquête uitgezet onder alle gemeenten.

142 van de 342 gemeenten reageerden op de enquête. Van die gemeenten verwacht circa 16% in het nieuwe stelsel aanvullend te bekostigen, bovenop de bijdrage van het Rijk. Circa 45% verwacht niet aanvullend te bekostigen in het nieuwe stelsel. Circa 39% weet het nog niet. Relevant om hierbij te benoemen is dat uit het bijgevoegde rapport van het Commissariaat blijkt dat in 2024 25% van de gemeenten meer dan het richtsnoerbedrag toekenden aan hun lokale omroep. Met andere woorden: ook in 2024 leverde een relatief beperkt deel van de gemeenten een aanvullende bijdrage. Eveneens van belang om te melden is dat de enquête is uitgevoerd tijdens de vorige bestuursperiode van gemeenten, voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart jl.

Naast de enquête van de VNG staat mijn ministerie ook in contact met de VNG en individuele gemeenten. Uit die gesprekken blijkt dat gemeenten het van groot belang vinden om inzicht te krijgen in de voorziene bedragen vanuit het Rijk die vanaf 2028 per lokaal verzorgingsgebied beschikbaar zijn. Zij achten dat inzicht noodzakelijk alvorens zij tot besluitvorming overgaan over eventuele aanvullende bekostiging. Dat gewenste inzicht beoog ik met deze brief en de bijgevoegde tabel te bieden.

Ik ben gemeenten en de VNG dankbaar voor de samenwerking tot nu toe, en blijf de komende tijd in nauw overleg met hen over de overgang naar het nieuwe stelsel, en in het bijzonder de rol die gemeenten kunnen blijven spelen vanaf 2028.

Evaluatie bekostiging lokale publieke omroepen 2022–2024

Hierbij bied ik uw Kamer de evaluatie aan die het Commissariaat uitvoerde van de bekostiging van de lokale publieke omroepen gedurende de periode 2022–2024. U ontvangt deze evaluatie conform artikel 2.170b, vijfde lid, van de Mediawet 2008. Het Commissariaat voert deze evaluatie elke drie jaar uit. Hieronder beschrijf ik een aantal conclusies uit het rapport.

Eind 2024 verzorgden 225 lokale publieke omroepen het media-aanbod in 334 gemeenten. Als hierboven beschreven is de hoogte van de jaarlijkse bekostigingsbijdrage niet vastgelegd in de Mediawet 2008. Wel geldt er vanuit de VNG een richtsnoerbedrag per huishouden. In de periode 2022–2024 kende gemiddeld circa 42% van de gemeenten een relatief lage bijdrage toe (dat wil zeggen minder dan 95% van het richtsnoerbedrag). Dat was in de vorige periode van 2019–2021 gemiddeld 37% van de gemeenten.11 Een nuancering die het Commissariaat hierbij plaatst, is dat dit percentage in 2024 daalde naar 30%. Gemiddeld 22% van de gemeenten kende tijdens de evaluatieperiode een relatief hoge bijdrage toe (dat wil zeggen meer dan 105% van het richtsnoerbedrag). Dat was in de vorige periode van 2019–2021 gemiddeld 25% van de gemeenten. Als eerder benoemd betrof in de periode 2022–2024 de bekostigingsperiode door gemeenten in gemiddeld 85% van de gevallen slechts één jaar, ten opzichte van gemiddeld 83% van de gevallen in de periode 2019–2021.

Ook de financiële gezondheid van lokale publieke omroepen blijft een aandachtspunt, zo blijkt uit de evaluatie. Gedurende de evaluatieperiode werd de financiële positie van gemiddeld 31% van de lokale publieke omroepen als ongezond aangemerkt, ten opzichte van 25% in de vorige periode.

De resultaten van deze evaluatie onderstrepen de blijvende noodzaak en urgentie om onze lokale publieke omroepen te versterken. Dat doe ik met het wetsvoorstel dat momenteel in de Tweede Kamer ligt. Ik zie uit naar de verdere behandeling van het wetsvoorstel door het parlement.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

BIJLAGE: VOORLOPIGE RAMINGEN VAN BEDRAGEN PER LOKAAL VERZORGINGSGEBIED VANAF 1 JANUARI 2028

Gebruikmakend van de volgende variabelen:

  • voorzien totaalbudget van circa € 31 miljoen per 2028 voor lokale publieke omroepen;

  • verdeelsleutel als beschreven in consultatieversie Mediabesluit 200812;

  • indeling als beschreven in consultatieversie van Mediabesluit 2008; en

  • gebruikte CBS-gegevens met peildatum 2025.

Dit betreft een voorlopige berekening is, bedoeld om de sector en het parlement meer inzicht te geven in de voorziene bedragen per 1 januari 2028.

Verzorgingsgebied

Percentage totaalbudget

Geraamd bedrag per 2028

Almere

1,04%

€ 322.541

Alphen en omgeving

1,12%

€ 346.810

Amstelland

1,48%

€ 460.011

Amsterdam

2,94%

€ 911.418

Arnhem en De Liemers

1,71%

€ 529.208

Betuwe

1,54%

€ 477.227

Achterhoek

1,79%

€ 554.650

Baronie van Breda

1,72%

€ 534.069

De Bevelanden

1,15%

€ 356.302

De Friese Meren

0,82%

€ 253.545

De Kempen

1,33%

€ 412.264

De Meierij

1,66%

€ 513.072

De Peel

1,00%

€ 310.931

De Werven

1,15%

€ 356.779

Zuidwesthoek

1,34%

€ 416.921

Delft

1,12%

€ 346.145

Drechtsteden en Dordrecht

1,85%

€ 574.456

Duin- en Bollenstreek

1,08%

€ 335.116

Eemland

1,25%

€ 386.622

Eindhoven en omgeving

1,55%

€ 480.402

Flevopolder

0,96%

€ 297.356

Food Valley

1,37%

€ 424.163

Goeree-Overflakkee

0,86%

€ 266.159

Gooi- en Vechtstreek

1,30%

€ 403.744

Gouwe en Hollandse IJssel

1,51%

€ 467.478

Groningen Stad

1,11%

€ 344.090

Hart van Brabant

1,89%

€ 584.626

Vechtdal

1,11%

€ 343.383

Heuvelland Maastricht

1,31%

€ 404.797

Hoeksche Waard

1,10%

€ 341.725

IJmond

0,91%

€ 283.270

IJsseldelta

1,09%

€ 339.371

Kop van Noord-Holland

1,20%

€ 373.036

Land van Cuijk

0,93%

€ 287.332

Leeuwarden

0,89%

€ 274.387

Lekstroom

0,97%

€ 299.504

Midden-Groningen

0,79%

€ 246.117

Midden-Limburg

1,59%

€ 493.599

Noord- en Midden-Drenthe

1,15%

€ 357.960

Noord-Groningen

1,00%

€ 310.511

Noord-Kennemerland en Alkmaar

1,44%

€ 446.964

Noord-Limburg

1,68%

€ 522.154

Noordoost-Friesland

1,21%

€ 375.377

Noordoostpolder en Urk

0,79%

€ 243.567

Noord-Veluwe

1,45%

€ 448.178

Oost-Brabant

1,77%

€ 549.282

Oost-Groningen

0,93%

€ 287.058

Parkstad

1,32%

€ 409.755

Rijk van Nijmegen

1,87%

€ 578.388

Rijnland

1,42%

€ 440.028

Rotterdam

2,22%

€ 687.276

Salland

0,98%

€ 304.454

Schouwen-Duiveland

0,73%

€ 226.759

’s-Gravenhage

1,92%

€ 593.708

Twente

2,37%

€ 733.795

Utrecht Stad

1,43%

€ 442.226

Utrechtse Heuvelrug

1,27%

€ 393.436

Vecht en Venen

0,92%

€ 285.437

Veenkoloniën

0,86%

€ 265.208

Veluwerand

1,51%

€ 468.469

Voorne-Putten

1,07%

€ 330.491

Waadhoeke en Harlingen

0,84%

€ 260.461

Waddeneilanden

0,78%

€ 241.102

Walcheren

0,99%

€ 307.403

Waterland

1,00%

€ 310.564

Waterweg-Noord

0,92%

€ 284.702

West-Brabant Zuid

1,16%

€ 359.235

Westelijke Mijnstreek

0,89%

€ 274.878

Westerkwartier

0,96%

€ 296.304

West-Friesland

1,29%

€ 401.217

Westland en Midden Delfland

0,96%

€ 296.130

Zaanstreek

1,03%

€ 318.720

Zeeuws-Vlaanderen

1,13%

€ 350.325

Zoetermeer en omgeving

0,99%

€ 305.595

Zuid-Hollandse IJssel

0,94%

€ 292.501

Zuid-Kennemerland

1,19%

€ 368.672

Zuidoost-Drenthe

1,13%

€ 350.877

Zuidoost-Friesland

1,06%

€ 327.079

Zuidwest-Drenthe en Kop van Overijssel

1,03%

€ 318.612

Zuidwest-Friesland

0,91%

€ 282.511

Totaal

100,00%

€ 31.000.000


X Noot
1

De letter A heeft alleen betrekking op 36 917.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 148.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 67.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025/26, 36 917.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025/26, 36 917, nr. 5.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 148.

X Noot
7

De wijziging van het Mediabesluit 2008 is eind 2025 in consultatie gebracht en wordt na aanvaarding van het wetsvoorstel door uw Kamer voorgelegd aan de Raad van State. Zie de wetgevingskalender: https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK026595.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 16, p. 8.

X Noot
9

Evaluatie bekostiging lokale publieke media-instellingen 2022–2024, Commissariaat voor de Media, april 2026, p. 45.

X Noot
10

Eindevaluatie Pilot professionalisering lokale publieke mediadiensten, SvdJ, april 2022.

X Noot
11

Kamerstukken II, 2022/23, 32 827, nr. 282.


X Noot
1

De letter A heeft alleen betrekking op 36 917.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 148.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 67.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2025/26, 36 917.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025/26, 36 917, nr. 5.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 148.

X Noot
7

De wijziging van het Mediabesluit 2008 is eind 2025 in consultatie gebracht en wordt na aanvaarding van het wetsvoorstel door uw Kamer voorgelegd aan de Raad van State. Zie de wetgevingskalender: https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK026595.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VIII, nr. 16, p. 8.

X Noot
9

Evaluatie bekostiging lokale publieke media-instellingen 2022–2024, Commissariaat voor de Media, april 2026, p. 45.

X Noot
10

Eindevaluatie Pilot professionalisering lokale publieke mediadiensten, SvdJ, april 2022.

X Noot
11

Kamerstukken II, 2022/23, 32 827, nr. 282.

Naar boven