36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026

Nr. 148 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2026

Onderwijs, onderzoek, cultuur, media en emancipatie staan aan de basis van een goed opgeleide en weerbare samenleving en een goed functionerend en welvarend land. Ze vormen de motor voor vernieuwing en vooruitgang, en zorgen voor verbinding in de samenleving. In de huidige tijd van onzekerheid en groeiende spanningen in de wereld vergt die basis onderhoud en versterking. De internationale verhoudingen veranderen snel; de waarden en vrijheden die de pijlers vormen van onze democratische rechtsstaat worden uitgedaagd. De economische positie van Nederland en Europa vereist meer innovatie en strategische autonomie. Juist nu is investeren in kennis, vaardigheden, creativiteit en kritisch denken nodig. Als fundament voor vooruitgang, verbondenheid en een sterke economie.

In het debat over de regeringsverklaring heeft de Minister-President uw Kamer een beleidsbrief vanuit de afzonderlijke departementen toegezegd.1 Deze brief geeft inzicht in de opdrachten uit het coalitieakkoord op het terrein van het Ministerie van OCW.

Goed onderwijs leidt mensen op tot weerbare burgers. In het primair, voortgezet en speciaal onderwijs wordt de basis gelegd om later mee te kunnen doen in de maatschappij. Hier worden de talenten van de toekomst ontdekt en gevormd. Onderwijs is vooruitgang: een dag niet geleerd is een dag niet geleefd. Het vervolgonderwijs bouwt hierop voort, door talenten op te leiden voor al die sectoren die ons land sterk en zelfstandig houden. Van de zorg en het onderwijs, tot techniek en defensie en van werknemer tot ondernemer. Leren stopt niet als je eenmaal een diploma op zak hebt. Met Leven Lang Ontwikkelen stimuleren we dat mensen zich blijven ontwikkelen, ook tijdens hun loopbaan. Nederland staat internationaal bekend als een land van kennis, onderzoek en innovatie, die positie gaan we de komende jaren nog meer verstevigen. Met vernieuwend onderzoek kunnen we oplossingen vinden om de grote problemen als vergrijzing, klimaat en onveiligheid aan te pakken. Daarbij is kennis ook de drijvende kracht onder onze economische welvaart.

Cultuur en erfgoed zorgen ervoor dat mensen zich thuis voelen. Ze verbinden, bieden plek voor ontmoeting en geven uiting aan onze gedeelde identiteit. Cultuur en erfgoed bieden niet alleen inspiratie en hoop, maar leveren ook grote economische waarde. Met vrije en sterke media, lokaal, regionaal en landelijk borgen we dat alle stemmen gehoord worden. Onze academische, artistieke en journalistieke vrijheid houden ons scherp en zorgen voor de kritische controlemacht die elke democratie nodig heeft. Bovendien moet je in ons land vrij kunnen zijn om je eigen levenskeuzes te maken en moet iedereen een gelijkwaardige uitgangspositie hebben. Deze waarden zijn niet gratis en vragen om onderhoud. Nederland is een sterk en fijn land om in te wonen. Dat willen we zo houden.

In het coalitieakkoord hebben drie partijen – D66, VVD en CDA – afspraken gemaakt over de maatregelen die nodig zijn om Nederland weer vooruit te krijgen (bijlage bij Kamerstuk 36 848, nr. 31). Deze brief geeft specifiek inzicht in de opdrachten uit het coalitieakkoord op het terrein van het Ministerie van OCW. Dat laat onverlet dat de opgaven waar dit kabinet voor staat vragen om één overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. In gezamenlijkheid. Alleen door samen te werken kunnen we resultaten boeken waar mensen op rekenen. Daar is de inzet van de volledige Rijksdienst, de medeoverheden en de publieke dienstverleners keihard bij nodig. Hierbij hecht dit kabinet veel waarde aan de samenwerking met de Tweede en Eerste Kamer, medeoverheden en maatschappelijke organisaties.

In deze brief geven we een zo goed mogelijke inschatting van het tijdspad van onze nadere uitwerkingen. De precieze stappen kunnen variëren als gevolg van de benodigde afstemming met samenwerkingspartners, maar ook de effecten van de financiële taakstellingen op het ministerie. We gaan in deze brief eerst in op het funderend onderwijs, vervolgens op het mbo, hoger onderwijs en wetenschap. Daarna delen we onze plannen voor de cultuur- en mediasector en gaan we in op het emancipatiebeleid. Tot slot wordt een overzicht gegeven van de financiële investeringen van dit kabinet in de OCW-sectoren. Voor sommige maatregelen is de keuze gemaakt voor wettelijke verankering. Daarnaast heeft vereenvoudiging van wet- en regelgeving ook onze nadrukkelijke aandacht, in lijn met de ambities uit het coalitieakkoord. Met uw Kamer voeren we graag het gesprek over deze Beleidsbrief. We geven u graag de suggestie mee dit te doen in een hoofdlijnendebat, om nader van gedachten te wisselen over de prioriteiten voor de komende kabinetsperiode.

Wij kijken er naar uit om met ambitie te werken aan de opdrachten uit het coalitieakkoord. Dit doen we uiteraard samen met uw Kamer en de bovengenoemde partijen, maar bovenal met de mensen om wie het gaat; de leerlingen en ouders, studenten, docenten, onderzoekers, experts, journalisten en creatieve makers. In de afgelopen weken hebben wij al velen van hen gesproken. Bij al die kennismakingen ervaren wij veel positieve energie om samen verder te bouwen aan een sterk en welvarend Nederland. Aan de slag!

Betere basisvaardigheden in het funderend onderwijs

Het opleiden voor de toekomst van Nederland begint bij de ontwikkeling van leerlingen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Dit kabinet blijft de komende jaren prioriteit geven aan het verbeteren van de prestaties op lezen, schrijven en rekenen. De urgentie hiervoor is groot: de prestaties van leerlingen moeten na jaren van daling de komende jaren weer omhoog. En de kwaliteitsverschillen tussen scholen moeten kleiner. Een goede beheersing van de basisvaardigheden stelt jongeren en volwassenen in staat om volwaardig mee te kunnen doen in het vervolgonderwijs, op de arbeidsmarkt en in de samenleving.

Met het Masterplan basisvaardigheden zetten we hier vol op in: het is de ambitie dat aan het eind van schooljaar 2027–2028 bij alle leerlingen die uitstromen uit het primair en voortgezet onderwijs zowel de basis als de aansluiting op orde is. Dit betekent dat zij in ieder geval het fundamentele niveau behalen. Daarnaast behalen de leerlingen die dat nodig hebben voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs ook het streefniveau.

De urgentie is enorm, blijkt ook uit onder andere PISA-onderzoek. Een groeiende groep jongeren behaalt niet het leesvaardigheidsniveau dat nodig is om mee te kunnen komen in de samenleving. We moeten het tij keren. De subsidie basisvaardigheden voor scholen wordt per 2027 omgezet in structurele bekostiging. Zo kunnen scholen duurzame plannen maken. Gerichte bekostiging maakt het mogelijk om voorwaarden te stellen aan structurele bekostiging en om de grote verschillen tussen scholen (als het gaat om kwaliteit) te verkleinen. Ook werken we aan normen voor overhead en onderwijspersoneel, omdat niet altijd goed zicht is op de wijze waarop de bekostiging in het funderend onderwijs wordt ingezet. Hierbij betrekken we het onderzoek naar overhead dat uw Kamer heeft laten uitvoeren. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamer over al deze zaken geïnformeerd en ontvangt uw Kamer het wetsvoorstel voor de gerichte bekostiging.

Naast het Masterplan zetten we meer noodzakelijke stappen om de basisvaardigheden te verbeteren. Met het nieuwe curriculum is het voor scholen opportuun om hun onderwijs een kwaliteitsimpuls te geven. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de implementatie van het nieuwe curriculum. We zetten daarnaast extra in op leesvaardigheid en leesplezier door de Bibliotheek op school structureel te financieren. Tenslotte is het van belang dat leermiddelen kwalitatief goed en evidence-informed zijn. Voor het einde van het jaar informeren we uw Kamer over de maatregelen in dat kader, inclusief het in het coalitieakkoord genoemde keurmerk.

Hoe vroeger we achterstanden aanpakken, hoe beter. Daarom zetten we sterk in op goede voorschoolse en vroegschoolse educatie voor alle peuters en kleuters die dat nodig hebben. Om alle kinderen op tijd in beeld te krijgen en bij het onderwijs te betrekken, verkennen we een aanmeldplicht voor kinderen vanaf 4 jaar.

Praktijkgericht-, techniek-, en technologieonderwijs vormen een andere belangrijke inzet met het oog op de toekomst. We bouwen voort op bestaande aanpakken, zoals de verkenning naar een structurele, regionale financiering van Sterk Techniekonderwijs vanaf 2029 en het laten kennismaken van alle jongeren in het basis- en voortgezet onderwijs met techniek en technologie via het Nationaal Groeifondsprogramma Techkwadraat. Verder werken we aan het actualiseren van de kerndoelen en examenprogramma’s in het primair en voortgezet onderwijs, en in het bijzonder de vmbo-profielen, zodat het onderwijs beter aansluit op de veranderende samenleving, arbeidsmarkt en het vervolgonderwijs. Met praktijkgerichte vakken in vmbo gl/tl en op de havo stimuleren we praktijkgericht onderwijs in het hele funderend onderwijs. Voor de zomer van 2026 ontvangt uw Kamer over al deze onderwerpen meer informatie.

Investeren in vakmanschap en teamprofessionalisering

Een goede inspirerende leraar is van onmisbare waarde voor leerlingen om zich goed te kunnen ontwikkelen en te kunnen leren. En leraren zijn gebaat bij goede schoolleiders. Goed onderwijs begint dan ook bij professionele en lerende teams van leraren, schoolleiders en onderwijsondersteunend personeel die zich doorlopend blijven bijscholen en ontwikkelen. In de komende jaren moet het heel normaal worden dat onderwijspersoneel zich blijvend professionaliseert, nadrukkelijk in teamverband. Daarom investeren we structureel € 346 miljoen in de professionalisering van onderwijspersoneel op teamniveau. Met deze middelen investeren we ook in bepaalde randvoorwaarden en aanvullende maatregelen voor het funderend onderwijs. We gaan in gesprek met de sector hoe dit concreet en effectief invulling te geven. In 2027 zal € 46 miljoen beschikbaar zijn voor de opstart van de professionaliseringsambities, omdat we verwachten dat een groot deel van het budget nodig zal zijn voor de opvolging van de uitspraak in hoger beroep over de bekostiging in het primair onderwijs.

Daarnaast werken we aan landelijke professionele standaarden, loopbaanpaden, doorgroeimogelijkheden en inhoudelijke specialisaties voor leraren en bekwaamheidseisen voor schoolleiders. Eén van de doelen is dat alle studenten (100%) in 2029 binnen een onderwijsregio worden opgeleid volgens de systematiek van Samen opleiden (dat is nu 71%). We stimuleren een stevige onafhankelijke beroepsgroep die op termijn de verantwoordelijkheid neemt voor verplichte continue professionele ontwikkeling. Voor de zomer van 2026 ontvangt uw Kamer de halfjaarlijkse voortgangsbrief over de lerarenstrategie. Deze bevat een nadere uitwerking en beschrijft de voortgang van het wetsvoorstel waarmee we inspraak van leraren en schoolleiders versterken.

We nemen ook extra maatregelen voor het aantrekken en behouden van leraren en schoolleiders. Het tekort mag niet verder oplopen. Met de lerarenopleidingen hebben we als doel om de opleidingen aantrekkelijker te maken, de kwaliteit en de instroom te verhogen en de inzetbaarheid van leraren te vergroten. We willen daarom de lerarenopleidingen versterken door het creëren van één stevig, landelijk fundament voor de kwaliteit van startende leraren. Zo zorgen we dat de bekwaamheid aan het einde van elke opleidingsroute voor leraren op een gelijke manier getoetst wordt.

Ook zij-instroom maken we aantrekkelijker, met structureel € 88 miljoen. Het doel is een toename van het aantal zij-instromers met 15%: van 1.250 naar 1.450 zij-instromers per jaar in het funderend onderwijs. We bouwen voort op de ideeën van (ex-)zij-instromers, leraren en schoolleiders voor verbetering.

Leraren moeten volop kunnen blijven participeren. Bij onverhoopte werkloosheid is het van belang dat ze snel van werk naar werk worden geleid en ze te behouden voor het onderwijs. Het meer activerend maken van de bovenwettelijke werkloosheidsregelingen draagt daarmee bij aan de kwaliteit van het onderwijs. Daar is overeenstemming tussen werkgevers en werknemers voor nodig. Tot slot is het voor het aantrekken en behouden van leraren belangrijk dat de regeldruk lager wordt, waar mogelijk met behulp van digitalisering en innovatie. Samen met de Inspectie van het Onderwijs en het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming bespreken we de planlastcalculator en bekijken we welke onderdelen en aspecten relevant zijn voor de Nederlandse context.

Naast het blijven aantrekken en opleiden van nieuw onderwijspersoneel, is beter leren omgaan met personeelsschaarste belangrijk. Daarvoor zijn innovatie en goede samenwerking in de onderwijsregio’s het fundament. Goed werkgeverschap en ook goede schoolleiders zijn een randvoorwaarde. In december 2025 heeft de Raad van State advies uitgebracht over het Wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid en arbeidsmarktmaatregelen. We komen kort voor de zomer van 2026 met een integraal beeld van de uitwerking van alle voornemens rondom onderwijspersoneel.

Benutten van elk talent in het funderend onderwijs

Om ieder talent te benutten investeren we in de noodzakelijke voorwaarden voor leerlingen om te leren en het beste uit zichzelf te halen. We richten ons daarbij specifiek ook op jongeren die uitvallen of dreigen uit te vallen. Dit is in het belang van de leerling zelf, nu en als volwassene, en van de samenleving en de economie als geheel.

Daarom verhogen we de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen voor voor- en vroegschoolse educatie vanaf 2027 met structureel € 60 miljoen. Ook geven we leerlingen die dat het hardste nodig hebben extra leer- en ontwikkeltijd met het programma School & Omgeving. We investeren hier vanaf 2027 structureel € 121 miljoen voor het bereiken van circa 70.000 leerlingen extra. Vanaf 2029 worden de subsidies voor het programma School & Omgeving, de brugfunctionaris en schoolmaaltijden omgezet in structurele bekostiging. We starten de internetconsultatie van dit wetsvoorstel deze zomer. Daarnaast werkt de Minister van LVVN de komende tijd in afstemming met ons ministerie en het Ministerie van VWS uit op welke manier het gratis schoolfruit voor kinderen in het primair en voortgezet onderwijs beschikbaar wordt gesteld.

De ene leerling weet heel vroeg wat hij of zij wil en kan, en de ander heeft daar meer tijd voor nodig. Daarom zorgen we voor keuzevrijheid voor leerlingen om het onderwijs te kunnen volgen dat bij hen past. Dit kan door een goede regionale mix aan brede brugklassen en onderwijs in één richting. We investeren hierin vanaf 2027 structureel € 58 miljoen.

Ieder kind moet goed en passend onderwijs krijgen, met inclusief onderwijs waar mogelijk en gespecialiseerd onderwijs waar nodig. Zo worden meer kinderen beter ondersteund en neemt de instroom in het gespecialiseerd onderwijs af. Mentale gezondheid zoals angsten, trauma of depressie kunnen een rol spelen bij waarom kinderen vastlopen in het onderwijs. Datzelfde geldt voor neurodiversiteit of oorzaken in de thuissituatie, zoals financiële stress. We werken daarom samen met partners aan een pedagogische basis in en om de school. Professionals van het lokale team zijn bijvoorbeeld aanwezig en beschikbaar op school, waardoor leerlingen (en ouders), leraren en schoolteams beter worden ondersteund. Om dit te realiseren werken we er interdepartementaal, via de Sociale Agenda voor Nederland, aan om onder andere jeugdhulp en jeugdzorg, kinderopvang, schuldhulpverlening, onderwijs en GGZ vanuit de verschillende domeinen gezamenlijk op te pakken. Ook verbeteren we de zorgplicht van scholen zodat kinderen beter een school vinden waar ze terecht kunnen. We stimuleren dat er in elke regio voldoende onderwijsaanbod is voor neurodivergente leerlingen. Hierbij passen de vanaf 2026 reeds beschikbaar gestelde structurele middelen (€ 23 miljoen) aan samenwerkingsverbanden voor (hoog)begaafde leerlingen.

We kijken ook naar wat kinderen nodig hebben om zich te ontwikkelen en niet uit te vallen. Scholen moeten meer ruimte krijgen om in het belang van de leerling onderwijs digitaal, op een andere locatie of in combinatie met zorg mogelijk te maken. Rond de zomer van 2026 start daarom de internetconsultatie van het wetsvoorstel Maatwerkmogelijkheden funderend onderwijs. We onderzoeken de redenen voor langdurige uitval en verkennen wat nodig is om dit te voorkomen. Het streven is dat de wet Terugdringen Schoolverzuim op 1 januari 2027 in werking treedt. In mei 2026 wordt uw Kamer verder geïnformeerd over de stand van zaken van passend en inclusief onderwijs.

Met het programma Maatschappelijke Diensttijd ondersteunen we jongeren van 12 tot 30 jaar in hun persoonlijke ontwikkeling, ook buiten het onderwijs, én worden zij actief betrokken bij de samenleving. Zo vergroten we burgerschap, maken we de samenleving weerbaarder en kunnen jongeren hun talenten ontdekken. Uw Kamer heeft recent een brief ontvangen over hoe MDT de komende jaren wordt doorgezet.2

Veilig en vrij leren

De vrijheid van onderwijs is een groot goed. Tegelijkertijd mag de vrijheid van onderwijs geen reden zijn om de basiswaarden van de democratische rechtsstaat, vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, te ondermijnen. Daarom wordt via de wettelijke burgerschapsopdracht van scholen gevraagd dat ze nadrukkelijk aandacht besteden aan kennis over, en het waarderen en naleven van, deze basiswaarden. De wettelijke burgerschapsopdracht is geëvalueerd en voor de zomer van 2026 volgt een nadere inhoudelijke reactie op deze wetsevaluatie. We verkennen in dat licht ook hoeveel ruimte er is om tot nadere normstelling te komen ten aanzien van de spanning tussen het overdragen van een eigen mens- en maatschappijvisie binnen het bijzonder onderwijs en de gelijke behandeling. Hierover wordt uw Kamer in het najaar geïnformeerd. Ook werken we verder aan wetgeving om toezicht op informeel onderwijs mogelijk te maken en daarmee te voorkomen dat buitenlandse mogendheden informatie verspreiden die ingaat tegen de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en aanzet tot haat, geweld en/of discriminatie. Ook in deze onderwijsomgeving moet ieder individu zich vrij en veilig kunnen ontwikkelen.

Leren en ontwikkelen gaat over je veilig en gezien voelen. Dit vraagt om een veilig schoolklimaat, waaraan school, ouders en de omgeving van de school samenwerken. Met het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs wordt het zicht op de veiligheid op school en online verbeterd, zorgen we voor begeleiding en ondersteuning bij onveiligheid en voor een goede evaluatie en coördinatie van het veiligheidsbeleid.3 Het streven is dat deze wet 1 augustus 2027 in werking treedt. Het kabinet onderzoekt ook of continue screening van Verklaringen Omtrent het Gedrag in het funderend onderwijs daaraan bijdraagt. Bovendien komt er een wettelijke adviesplicht bij signalen van huiselijk geweld en andere schadelijke praktijken voor onderwijs- en zorgprofessionals.

Daarnaast nemen we in het vernieuwde curriculum kerndoelen digitale geletterdheid op. In het kader van het recent aangekondigde regieplan Digitalisering funderend onderwijs gaan we in gesprek met de vertegenwoordigers van leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders en bestuurders over aanscherping van de mobieltjesrichtlijn naar «thuis of in de kluis».4 Uw Kamer wordt voor de zomer van 2026 geïnformeerd over de voortgang van dit regieplan, daarin komt ook het belang van artificiële intelligentie voor onderwijs terug.

Randvoorwaarden voor goed funderend onderwijs

Voor goed onderwijs is het ook nodig dat randvoorwaarden, zoals huisvesting, op orde zijn. Veel schoolgebouwen zijn verouderd. Om sneller en kostenefficiënter betere schoolgebouwen te realiseren, ondersteunen we samen met de PO-Raad, VO-raad en de Verenging Nederlandse Gemeenten scholen en gemeenten bij het bouwen, renoveren en exploiteren van schoolgebouwen. Dat doen we met het wetsvoorstel Planmatige aanpak onderwijshuisvesting.5 Het streven is dat dit wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt. Daarnaast zijn we aan de slag met innovatie, standaardisering, kennisdeling en professionalisering bij scholenbouw. In het najaar van 2026 ontvangt uw Kamer hier een brief over. Daarin gaan we ook in op de rol van publiek-private samenwerking naar Vlaams voorbeeld.

Het scholenlandschap verandert door nieuwe en opgeheven scholen. Jaarlijks komen er circa 25 nieuwe scholen bij in het basis- en voortgezet onderwijs. Tegelijkertijd zitten er ongeveer 500 basisscholen onder de gemeentelijke opheffingsnorm. Wij willen dit scholenlandschap in zijn geheel bekijken. Dat betekent enerzijds de stichtingsprocedure voor nieuwe scholen verbeteren. Het Ministerie van OCW spreekt dit voorjaar met verschillende onderwijspartijen over de evaluatie van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Anderzijds zijn we van plan het stelsel van instandhouding en opheffing in het basisonderwijs te herzien. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamer over beide trajecten geïnformeerd.

Effectief toezicht is essentieel om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen borgen. Het coalitieakkoord spreekt de ambitie uit om de inspectie minimaal iedere vier jaar alle scholen te laten bezoeken. We investeren hierin structureel € 30 miljoen. Uw Kamer wordt in het najaar van 2026 nader geïnformeerd over de uitwerking van deze ambitie, de wijze waarop toezicht kan bijdragen aan het verbeteren van kwaliteit, het verkleinen van kwaliteitsverschillen en het tegengaan van regeldruk in alle sectoren. Dan wordt ook toegelicht hoe de beoogde investeringen worden ingezet in relatie tot de extra taken en inzet van de Inspectie van het Onderwijs. Parallel daaraan wordt al gewerkt aan verdere opschaling van het aantal schoolbezoeken binnen het toezicht in het funderend onderwijs, conform de inzet uit de Kamerbrief over toezicht van december 2025.6

In Caribisch Nederland werken wij met openbare lichamen, scholen, cultuurinstellingen en andere stakeholders aan een gelijkwaardig voorzieningenniveau en kansen, en kijken we bij nieuwe wetgeving conform het coalitieakkoord over de breedte van het beleid naar de toepasbaarheid voor Caribisch Nederland («comply or explain-principe»). De eerder met uw Kamer gedeelde onderwijsagenda’s, cultuuragenda’s en de emancipatienota bevatten hiervoor de concrete afspraken.

Goed onderwijs vraagt om permanent onderhoud met oog voor de lange termijn. We vragen een staatscommissie te onderzoeken wat er voor de lange termijn nodig is om te zorgen dat kinderen zich op 18-jarige leeftijd en daarna kunnen redden in de maatschappij, het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt. Dat kan gaan over (onderdelen van) ons onderwijsstelsel, maar ook gericht zijn op de raakvlakken met andere sectoren, zoals kinderopvang. Na de zomer van 2026 informeren we uw Kamer over de opdracht en inrichting van de staatscommissie.

Student: de juiste randvoorwaarden creëren voor het talent van de toekomst

Nederland heeft een kwalitatief hoogwaardig en toegankelijk stelsel van vervolgonderwijs. We vinden het belangrijk dat voor studenten in het mbo, hbo en wo de randvoorwaarden beschikbaar zijn om zichzelf te kunnen ontplooien en hun unieke talenten en vaardigheden te ontdekken en ontwikkelen waarmee ze hun plek in de samenleving vinden. Het maakt niet uit of je nu in het mbo, hbo of wo studeert. We beschouwen deze sectoren als gelijkwaardig en waarderen de unieke en cruciale wijze waarop de studenten uit deze sectoren bijdragen aan onze samenleving. Tegelijkertijd wordt een groot aantal studenten in mbo, hbo en wo geconfronteerd met financiële onzekerheid en ervaren prestatiedruk, met als gevolg onnodige uitval en zorgen om mentaal welzijn.7, 8 Dit kabinet zet daarom de komende jaren in op diverse maatregelen.

In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet inzet op het verbeteren van de financiële positie van studenten en een rentemaatregel voor studieleningen. Voor de eerste maatregel is structureel € 109 miljoen gereserveerd in een oplopende reeks, die start vanaf studiejaar 2028–2029. Daarmee kan een verhoging van de basisbeurs voor uitwonende studenten worden gerealiseerd van € 50. Voor de rentemaatregel voor studieleningen is een bedrag gereserveerd van structureel € 40 miljoen.9 Uw Kamer wordt voor de zomer van 2026 geïnformeerd over de nadere uitwerking van deze maatregelen. Wij gaan graag met uw Kamer in gesprek om een integrale weging te maken tegen de achtergrond van de bij de Kamer aanwezige wensen.10 Onze voorgangers hebben de Kamer op verschillende momenten hierover geïnformeerd.11

Het kabinet zet de integrale aanpak studentenwelzijn voort met de afspraken uit het Kader Studentenwelzijn 2023–2030 voor hogescholen en universiteiten en de diverse lopende programma’s op dit terrein, ook voor het mbo. Uw Kamer wordt voor de zomer van 2026 over de inzet geïnformeerd samen met de kabinetsreactie op het Onderwijsraadadvies over welzijn en onderwijs.12

In het coalitieakkoord is afgesproken uitval in het mbo te voorkomen. Dat gaat het kabinet onder andere doen met de uitvoering in de regio van de Wet van school naar duurzaam werk. Deze wet is ingegaan op 1 januari 2026. Scholen, gemeenten en doorstroompunten werken op grond van deze wet verplicht samen om jongeren naar school of werk te begeleiden. Verzuiminformatie kan daarbij helpen om te bepalen welke maatregelen nodig zijn en – zodra eenmaal geïmplementeerd – of die maatregelen ook helpen. Het versterkt daarmee de aanpak om voortijdig schoolverlaten in zowel het mbo als het funderend onderwijs te voorkomen. Uw Kamer wordt in het tweede kwartaal van 2026 geïnformeerd over de stand van zaken.

Zoals in het coalitieakkoord afgesproken zet het kabinet zich in om stagevergoedingen wettelijk te verankeren en stagediscriminatie tegen te gaan. Voor de zomer van 2026 informeren we uw Kamer over de verplichte stagevergoedingen in het vervolgonderwijs. Het kabinet zet zich onverminderd in voor het tegengaan van stagediscriminatie, via het stagepact mbo en het manifest tegengaan stagediscriminatie in het ho.13

De basis op orde in het vervolgonderwijs

De randvoorwaarden voor het vervolgonderwijs moeten nu en in de toekomst op orde zijn. Daarom werkt het kabinet aan stabiele financiering en onderwijskwaliteit.

Stabiele financiering voor toegankelijk onderwijs

De dalende studentenaantallen zetten het onderwijs in het mbo, hbo en wo onder druk met gevolgen voor onder meer de toegankelijkheid en de blijvende beschikbaarheid van onderwijs en onderzoek in de regio. Het kabinet werkt voor zowel het mbo als voor het hbo en wo aan een wijziging van de financiering waardoor deze minder afhankelijk is van fluctuaties in de studentenaantallen. Dit biedt instellingen meer stabiliteit en rust, vermindert de concurrentieprikkel tussen instellingen en vergroot de samenwerking. Het kabinet spreekt uitvoerig met het veld over de herziening. De beoogde inwerkingtreding van de nieuwe bekostigingssystematiek in het vervolgonderwijs is 2029. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd; daarbij wordt voor het mbo ook het onafhankelijke advies van de reviewcommissie onder leiding van Kees Vendrik meegenomen.

Kwaliteit en innovatie voor het mbo

Dit kabinet werkt aan beroepsonderwijs van topkwaliteit. Door vorige kabinetten is uitvoering gegeven aan een werkagenda voor het mbo waarin kwaliteit en innovatie ook een plek hebben. De komende periode willen wij samen met de sector met onverminderde energie doorwerken aan de doelstellingen uit de Werkagenda.14 Die loopt tot en met 2027. Uw Kamer wordt in het najaar geïnformeerd over de voortgang van en het vervolg op de Werkagenda na 2027.

Innovatie verdient een plek in het hart van het mbo én het midden- en kleinbedrijf. Het kabinet investeert structureel in regionale innovatie en de kracht van publiek-private samenwerking door het Regionaal Investeringsfonds weer terug te brengen op het oorspronkelijke niveau van structureel € 28 miljoen. We verkennen of een subsidieregeling daarvoor het meest geëigende instrument blijft. Het kabinet betrekt in die verkenning hoe innovatie, practoraten, toepassing van kennis en regionale publiek-private samenwerking elkaar in het mbo optimaal versterken. De Kamer wordt hierover begin 2027 geïnformeerd.

Ook zet het kabinet in op het verder versterken van de onderwijskwaliteit via de volgende maatregelen. Met het wetsvoorstel Vereisten mbo-docenten basisvaardigheden werkt het kabinet aan verbetering van taal-, reken- en burgerschapslessen. Uw Kamer ontvangt dit wetsvoorstel naar verwachting na de zomer van 2026. De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2027. Daarnaast wordt uw Kamer na de zomer van 2026 per brief geïnformeerd over docentprofessionalisering in het mbo. Dit kabinet gaat ook door met de Aanpak basisvaardigheden mbo. Uw Kamer ontvangt eind 2026 een brief waarin wordt ingegaan op de stand van zaken van de nieuwe taaleisen. Daarbij wordt ook ingegaan op hoe de examinering van Nederlands verder wordt uitgewerkt.

Met het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB geeft het kabinet invulling aan het verbeteren van het burgerschapsonderwijs. Uw Kamer ontvangt dit wetsvoorstel naar verwachting na de zomer van 2026. De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2027.

Talentstrategie: talent voor de arbeidsmarkt van morgen

Nederland heeft voldoende en goed opgeleid talent nodig voor de maatschappelijke opgaven en de toekomstige welvaart van Nederland. Dat vraagt gezamenlijke actie, waarin instrumenten voor het onderwijs, de arbeidsmarkt, productiviteit, fiscaliteit en gerichte migratie een plek krijgen. Uw Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 deze kabinetsbrede talentstrategie.15 Enkele onderwijsaspecten worden hieronder nader toegelicht, waarbij per onderwerp is aangegeven wanneer uw Kamer hier een separate brief over ontvangt.

Betere voorlichting over en aansluiting op arbeidsmarkt

Het kabinet versterkt de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het vervolgonderwijs, inclusief de aandacht voor arbeidsmarktperspectief en baankansen met extra aandacht voor prioritaire sectoren bij studiekeuze. Voor het funderend onderwijs richt de aanpak zich op brede oriëntatie met meer aandacht voor techniek- en technologieonderwijs, zoals eerder in deze brief aangegeven. Dat doen we onder andere door het verankeren van de praktijkgerichte vakken «maatschappij» en «technologie» in het havocurriculum. In het bijzonder is er aandacht nodig voor het vmbo. Dit doen we onder meer door het actualiseren van de vmbo-profielen.

Het kabinet werkt aan het mbo-Pact «Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst», zoals ook genoemd in het coalitieakkoord. Zo zorgen we ervoor dat het onderwijsaanbod beter aansluit op de (toekomstige) vraag naar talent op de arbeidsmarkt. We verwachten uw Kamer kort na de zomer van 2026 over het pact te kunnen informeren.

Met het Wetsvoorstel Verbetering aansluiting beroepsonderwijs-arbeidsmarkt zet het kabinet in op het flexibeler inrichten van het onderwijs in samenwerking met de arbeidsmarkt.16 Het streven is dat dit wetsvoorstel op 1 augustus 2026 in werking treedt, afhankelijk van het verloop van de verdere parlementaire behandeling. In het hbo en wo verkent het kabinet hoe via de heraccreditatie van opleidingen steviger kan worden getoetst op de aansluiting op de arbeidsmarkt. Na de zomer van 2026 wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.

Daarnaast is het van belang dat instellingen goed inspelen op de ontwikkeling van (generatieve) artificiële intelligentie in het vervolgonderwijs, en de studenten voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst. In het kader van het groeifondsprogramma Npuls werkt de sector gezamenlijk aan het duurzaam ontwikkelen van kennis en vaardigheden over AI én data bij zowel studenten (lerenden) als onderwijsprofessionals. Eind 2026 zullen we uw Kamer, in de brief over de voortgang van Npuls, hier nader over informeren.

In het Caribisch deel van het Koninkrijk werken we in 2026 aan de verbetering van de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in het kader van de Strategic Education Alliance, alsmede aan het vergroten van het studiesucces van de Caribische student. Ieder najaar wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.

Internationaal toptalent

Universiteiten en hogescholen krijgen meer mogelijkheden om internationaal toptalent aan te trekken en te behouden voor sectoren waar de maatschappelijke opgaven het meest urgent zijn en waarmee kennis- en innovatie ecosystemen in de regio behouden blijven. In het kader van de talentstrategie informeren wij u nader over welke opgaven dat voor het kabinet zijn. Het kabinet reserveert € 154 miljoen voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo. Om de blijfkans te verhogen is het van belang dat internationale studenten de Nederlandse taal leren en in verbinding worden gebracht met de Nederlandse arbeidsmarkt en maatschappij. Daarnaast wil het kabinet grip houden op de komst van internationale studenten in overleg en afstemming met de onderwijssectoren. Ruimte voor meer internationaal talent in specifieke sectoren betekent dat in andere sectoren het aantal anderstalige opleidingsplaatsen moet worden begrensd.

De universiteiten17 en hogescholen18 delen deze inzet van het kabinet en zetten onverminderd de afspraken door die zij onderling in het kader van de zelfregie hebben gemaakt. Deze afspraken zien onder meer op het terrein van capaciteit, Nederlandse taalvaardigheid, verbeteren van de blijfkans en huisvesting. Met uitzondering van de afspraken over de aanpassing van de onderwijstaal van Engels naar Nederlands, aangezien in het coalitieakkoord is afgesproken dat het bestaande anderstalige opleidingsaanbod behouden kan blijven. De afspraken over zelfregie vormen het vertrekpunt voor de op korte termijn te maken bestuurlijke afspraken. In lijn met het coalitieakkoord passen we daarnaast de Wet Internationalisering in Balans aan: de Toets Anderstalig Onderwijs voor nieuw en bestaand aanbod verdwijnt uit het wetsvoorstel en in samenhang daarmee bezien we op dit moment welke andere aanpassingen nodig zijn en welke onderdelen ongewijzigd in stand blijven (zoals onder andere de numerus fixus voor niet-EER studenten en de noodfixus voor bij onverwacht hoge aanmeldingen). Rond de zomer van 2026 wordt uw Kamer over de voortgang geïnformeerd.

Leven Lang Ontwikkelen

Het kabinet investeert in Leven Lang Ontwikkelen. Om- en bijscholing vergroot de kansen van mensen op de arbeidsmarkt en zorgt er voor dat mensen goed mee kunnen blijven komen in onze samenleving. Alleen met goed opgeleide mensen met de juiste kennis- en vaardigheden kunnen we iets doen aan de personeelstekorten in de zorg, kunnen we de energietransitie vormgeven en de woningen bouwen die we zo hard nodig hebben. Uw Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over Leven Lang Ontwikkelen namens de Ministers van SZW, OCW en EZK. Ook ontvangt uw Kamer voor de begrotingsbehandeling 2027 het Leer- en groeiplan taal, rekenen en digitaal voor volwassenen.

Onderzoek en innovatie als fundament voor vooruitgang

Dit kabinet investeert structureel € 428 miljoen in onderzoek en wetenschap. Daarnaast investeert het kabinet in innovatie. Daarmee komen we dichter bij de Lissabon-doelstelling, van minimaal 3% van het bbp uitgeven aan publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie. Nederland blijft zo een kennisgedreven samenleving. Wij richten dit bedrag op vier opgaven voor de intensivering van het Fonds onderzoek en wetenschap via bestaand instrumentarium: onderzoeksinfrastructuur, praktijkgericht onderzoek, Europese samenwerking en sectorplannen. Het bieden van continuïteit en stabiliteit zien wij als belangrijke uitgangspunten voor deze opdracht. Wij zijn daarin allereerst van plan om de bezuinigingen van het vorige kabinet op het Fonds onderzoek en wetenschap terug te draaien. Daarnaast doen wij aanzienlijke aanvullende investeringen. Bij deze verdeling zullen we ook lastige keuzes moeten maken. Wij vinden het belangrijk om met uw Kamer, de sector en andere belanghebbenden van gedachten te wisselen over de uitwerking van het hele pakket van voorgestelde investeringen voor onderzoek en innovatie. Uw Kamer wordt hierover voor de zomer van 2026 geïnformeerd.

Kennisketen

Het kabinet wil de investeringen inzetten voor de gehele kennisketen van onderzoek en innovatie. De volle breedte van alle wetenschappelijke disciplines is hierin belangrijk. Het kabinet wil ook regionale samenwerking tussen bedrijfsleven, mbo, hbo, wo en overheid stimuleren en daartoe waar nodig belemmeringen voor deze samenwerking wegnemen. Innovatieve campussen en de triple helix spelen bij deze samenwerking een belangrijke rol.

Onderzoekstalent

De investeringen van het kabinet stellen de hogescholen en universiteiten in staat om internationaal toptalent op het terrein van onderzoek aan te trekken en eigen onderzoekstalent te behouden. Daarmee kunnen zij toptalent in huis halen dat nodig is voor baanbrekend onderzoek, een stevige kennisbasis en innovaties. Daarvoor is een goede werkomgeving bij onze kennisinstellingen nodig. Het is belangrijk dat instellingen hun verantwoordelijkheid blijven nemen en ingezette verandertrajecten in hun organisaties verankeren. Het gaat hierbij om thema’s, zoals het breder erkennen en waarderen van wetenschappers en docenten; het terugdringen van aanvraag- en werkdruk; het verbeteren van sociale veiligheid; aandacht voor diversiteit en inclusie met oog op de kansengelijkheid. In lijn met de doelstelling uit het oorspronkelijke Fonds stelt het kabinet tot en met 2031 cumulatief € 378 miljoen beschikbaar voor instellingen om de werkdruk terug te dringen, waarna zij zelf dit op duurzame wijze moeten borgen.

Onderzoeksinfrastructuur

We gaan investeren in excellente en impactvolle onderzoeksinfrastructuren voor Nederland, zowel voor fundamenteel als toegepast onderzoek. Wij gaan ook investeren in nationale digitale infrastructuur, bijvoorbeeld via een extra eenmalige bijdrage aan de opvolger van de nationale supercomputer Snellius van € 185 miljoen. Wij verwachten van de instellingen dat zij hierna de verantwoordelijkheid nemen om zelf voldoende middelen jaarlijks apart zetten voor een eventuele opvolger. Ook zet het kabinet zich vol in om de Einstein Telescope naar de Euregio Maas-Rijn te halen, bijvoorbeeld via versterking ter hoogte van € 25 miljoen voor het R&D-centrum ET-Pathfinder. In de jaren 2027–2030 bedraagt deze tijdelijke extra investering in beide onderzoeksinfrastructuren cumulatief € 210 miljoen.

Dierproeven

Het doel van het kabinet blijft om het aantal proeven met niet-humane primaten zo snel als verantwoord af te bouwen. Het blijft echter van belang dat Nederland een bijdrage kan leveren aan onderzoek en innovatie, met name bij het bestrijden van (levensbedreigende) ziekten. Uw Kamer ontvangt uiterlijk voor de zomer van 2026 een brief over de uitvoering van het amendement-Kostić en amendement-Rajkowski.

Praktijkgericht onderzoek

Hogescholen en mbo-instellingen blijven mogelijkheden houden om de opgebouwde basis van praktijkgericht onderzoek voort te zetten en verder op te bouwen. Daarom investeert het kabinet structureel € 85 miljoen in praktijkgericht onderzoek dat van groot belang is onder andere voor regionale innovatie en snel te realiseren valorisatie. De internetconsultatie voor het wettelijk vastleggen van het professioneel doctoraat aan hogescholen vindt plaats voor de zomer van 2026. Over de doorontwikkeling van onderzoek door practoraten in het mbo laten wij ons adviseren door de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie. Wij verwachten dit advies rond de zomer van 2026.

Profilering en samenwerking

Wij willen dat instellingen in de gehele keten elkaar meer aanvullen in plaats van beconcurreren. Om te zorgen dat instellingen zich nog meer onderscheiden zetten wij in op profilering en samenwerking binnen universitair onderzoek en onderwijs op alle domeinen naar het model van sectorplannen. Samen met de sector gaan wij dit verder vormgeven, waarbij we ons richten op de kansen voor onze toekomstige welvaart en vestigingsklimaat, rekening houdend met een passende governance en een verantwoording die niet leidt tot onnodige administratieve lasten. Hierin investeert het kabinet structureel € 132 miljoen.

Europese onderzoek- en innovatieprogramma’s

Europa is voor Nederland van steeds groter belang, gegeven de geopolitieke ontwikkelingen. Binnen Europa zetten we ons in voor sterke programma’s die het Nederlandse en Europese concurrentievermogen bevorderen en bijdragen aan open strategische autonomie, door in te zetten op excellent en impactvol onderzoek over de breedte van de disciplines. Nederland is zeer succesvol in deelname aan deze programma’s. We blijven de toegang voor Nederland aan Europese onderzoek- en innovatieprogramma’s steunen. Dit doen we onder meer via voortzetting van de matching Horizon Europe en cofinanciering van relevante Europese partnerschappen. Hierin investeert het kabinet structureel € 127 miljoen.

Kennisveiligheid en cyberweerbaarheid

Vanuit het belang van weerbaarheid tegen ongewenste kennisoverdracht en digitale dreiging, zet het kabinet in op het verbeteren van kennisveiligheid in het hoger onderwijs en de wetenschap en de versterking van de cyberweerbaarheid binnen het vervolgonderwijs. Om instellingen op weg te helpen bij hun uitdagingen op het vlak van (kennis)veiligheid en weerbaarheid investeren wij tot en met 2031 € 80 miljoen. Hierna achten wij de instellingen in staat de kosten voor deze uitdagingen te kunnen financieren uit de bestaande middelen van de lumpsum op basis van het huidige beleid. Voor de zomer van 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de kabinetsbrede aanpak kennisveiligheid met het oog op toekomstig beleid en de verdere uitwerking van een uitvoerbare, effectieve en proportionele screening kennisveiligheid. Hierbij is van belang dat er gelijk wordt opgetrokken ten aanzien van kennisinstellingen en het innovatieve bedrijfsleven en dat rekening wordt gehouden met de internationale praktijk, vanwege een gelijk speelveld. Voor een Europees gelijk speelveld blijft het kabinet nauw samenwerken met de Europese Commissie. Ook wordt uw Kamer voor de zomer van 2026 geïnformeerd over de versterking van de cyberweerbaarheid in het vervolgonderwijs en de nadere uitwerking van de voorgenomen aanwijzing van hogescholen en universiteiten onder de Cyberbeveiligingswet.19

Cultuur

Cultuur is een heel sterke zachte waarde: het biedt schoonheid, verbinding met de ander, versterking van het sociaal weefsel, reflectie en identiteit. Maar de culturele en creatieve sector vertegenwoordigen ook een sterke harde waarde: zij zijn volgens het CBS goed voor een bijdrage van circa 3,3% aan het bbp en 4,1% van de werkgelegenheid.20 Juist in onzekere tijden helpen cultuur en erfgoed om je thuis te voelen in een gemeenschap, een dorp, een stad, een regio, ons land, ons Koninkrijk. Onze cultuur, in al zijn diversiteit, maakt ons tot wie wij zijn, verbindt ons over verschillen heen. Monumenten zijn de ankerpunten in onze leefomgeving al generaties lang. Wij zijn met elkaar verbonden door onze veelzijdige gezamenlijke geschiedenis, onze cultuur in al zijn diversiteit, onze gewoonten en gebruiken, gestoeld op fundamentele vrijheden, tolerantie en universele normen. Die verbondenheid maakt ons weerbaar. Dit onderhouden we door zorg voor ons erfgoed, ruimte voor andere perspectieven, en het stimuleren van creativiteit en innovatie. Rijk, provincies en gemeenten zijn in samenspel verantwoordelijk voor een landschap waarin iedereen cultuur kan bezoeken, kan meedoen en zich cultureel en creatief kan ontwikkelen.

De huidige inrichting van het cultuurbestel sluit echter niet meer goed aan op veranderingen in de samenleving en de sector. Het kabinet wil daarom culturele instellingen en makers langjarige zekerheid kunnen bieden, de financieringsstructuur herzien en de regeldruk in de culturele sector verminderen. Hierbij wordt ook gekeken naar talentontwikkeling en de spreiding van cultuur over het land. Zo werken we naar een toekomstbestendig cultuurbestel dat kan meebewegen met de samenleving en een optimale toegang tot cultuur binnen het Koninkrijk. De eerste stap in dit proces is het wijzigen van de Wet op het specifiek cultuurbeleid om een langere financieringsduur voor cultuursubsidies mogelijk te maken. Dit voorstel wordt in de loop van 2026 bij uw Kamer ingediend. Voor het vervolg voeren we gesprekken met de rijkscultuurfondsen, de sector en medeoverheden. Ook ontvangt uw Kamer na de zomer van 2026 een brief waarin nader wordt ingegaan op de inrichting van het cultuurbestel vanaf 2029.

Het kabinet heeft in het cultuurbeleid extra aandacht voor talentontwikkeling. Samen met het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging Nederlandse Gemeenten wordt verkend welke rol de muziekscholen en centra voor de kunsten hierin spelen. Tot slot wordt gewerkt aan een duurzamere en simpelere beleidsaanpak rond cultuureducatie op school, in samenspraak met de onderwijssector en culturele organisaties. In de zomer van 2027 wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van deze trajecten.

Erfgoed en leefomgeving

Op het terrein van ruimtelijke ontwikkelingen staat Nederland voor grote opgaven en het kabinet gaat hier voortvarend mee aan de slag. Het is belangrijk dat bewoners van nieuwe wijken straks gebruik kunnen maken van scholen, musea, theaters en andere voorzieningen die van belang zijn voor de kwaliteit van leven. Dit draagt ook bij aan de ambitie in het coalitieakkoord om aandacht te hebben voor de landelijke dekking van culturele voorzieningen.

Ook vindt het kabinet het belangrijk dat de transities in de leefomgeving worden gerealiseerd én dat de bestaande waarden daarbij worden benut. Erfgoed geeft onze leefomgeving een ziel, je kunt het benutten bij de aanleg van nieuwe wijken of door herbestemming van oude gebouwen. En als je nieuwe kwaliteit en toekomstige monumenten wilt creëren en geen huizen maar thuizen wilt bouwen, is de inzet van ontwerp onontbeerlijk. In de ontwerp-Nota Ruimte zijn de Aanpak Erfgoed en Leefomgeving en de inzet op het ontwikkelgericht werken in de 27 waardevolle cultuurlandschappen aangekondigd.21 Het kabinet werkt dit nu uit en voert hierover gesprekken met medeoverheden. Voor het geplande commissiedebat Erfgoed wordt uw Kamer nader geïnformeerd.

Creatieve Industrie

De creatieve industrie vormt een belangrijke schakel in onderzoek, innovatie en onderwijs en is een belangrijke economische sector in Nederland. Creatieve professionals dragen, samen met kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke partners, bij aan alle fasen van het innovatieproces. Voor de versterking van de creatieve industrie zetten wij in op programma’s als Creative Industries Immersive Impact Coalition22 voor talentontwikkeling, ecosysteemontwikkeling en het borgen van publieke waarden. Dit doen we met partners als het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, CLICKNL en PONT.

In het kader van de creatieve industrie richt het kabinet zich op twee groeimarkten uit het coalitieakkoord: Digitalisering/AI en Circulaire Economie met als doel Nederland te positioneren als Europees koploper in maatschappelijk verantwoorde innovatie. In dat verband zet het kabinet in op verkenning van continuering van de CIIIC en op een structurele inzet van de creatieve industrie in maatschappelijke transities en toekomstige welvaart, in lijn met de bredere aanpak ter versterking van het innovatie- en verdienvermogen van Nederland.

Bibliotheken

We versterken bibliotheken in heel Nederland. De openbare bibliotheek is een essentiële maatschappelijke voorziening, een belangrijke ontmoetingsplaats in de wijk, de stad of het dorp. Kinderen en volwassenen kunnen er niet alleen terecht voor hulp bij basisvaardigheden als lezen en digitale vaardigheden, ook ontstaan samenwerkingen op andere terreinen als het gaat om mentale gezondheid. Om het netwerk van bibliotheken te versterken en te garanderen dat iedere burger toegang heeft en houdt tot een bibliotheekvoorziening wordt de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen gewijzigd: er komt een zorgplicht voor gemeenten en provincies ten aanzien van bibliotheken. Ook wordt de samenwerking tussen bibliotheken en scholen verstevigd en krijgt de specifieke rol van bibliotheken bij leesbevordering een wettelijke basis. De wijzigingswet ligt nu bij uw Kamer, de beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2027.23

Archiefwet en Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR)

De Archiefwet wordt gemoderniseerd om digitale informatie goed te kunnen beheren. Met een gemoderniseerde wet en het toezicht daarop, kunnen overheidsorganisaties hun digitale informatie vanaf het moment van creatie effectief beheren. Dat draagt bij aan betrouwbare en toegankelijke overheidsinformatie voor burgers, journalisten, wetenschappers en de overheid zelf. Het Ministerie van OCW zet met partners in op een meerjarig implementatieprogramma. Ook wordt geïnvesteerd in de opleidingen en in bij- en nascholing van archief- en informatieprofessionals. Dit wetsvoorstel ligt nu ter behandeling voor in de Eerste Kamer en is beoogd om per 1 januari 2027 in werking te treden.24

Ten slotte werkt het kabinet aan een wijziging van de Archiefwet om het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging online toegankelijk te maken. Het wetsvoorstel heeft als doel om ruimte te bieden voor een belangenafweging tussen openbaarheid en privacy bij de (wijze van) verstrekking van (bijzondere en strafrechtelijke) persoonsgegevens door archiefdiensten. Deze wet ligt nu ter behandeling in uw Kamer, ons streven is deze wet zo spoedig mogelijk in werking te laten treden.

Integraal mediabeleid

Zoals in het coalitieakkoord is afgesproken, komt er integraal mediabeleid dat inzet op versterking van zowel de publieke als private mediapartijen en op samenwerking tussen deze partijen. Dit ten behoeve van een onafhankelijk, betrouwbaar, pluriform en kwalitatief media-aanbod. Integraal mediabeleid betekent niet alleen inzet op een sterk aanbod, maar ook op de vindbaarheid en zichtbaarheid van (Nederlandse) content in een medialandschap dat gekenmerkt wordt door een overweldigend aanbod van grote buitenlands platformen.

Voorwaarden voor een goed werkende mediasector zijn journalistieke vrijheid en de veiligheid van journalisten en makers. Zowel internationaal als nationaal staan deze onder druk. Uit de extra middelen voor media uit het coalitieakkoord stelt het kabinet € 1 miljoen per jaar beschikbaar voor een programma waarmee wordt ingezet op de versterking van journalistieke vrijheid, persveiligheid en de trajecten die worden gestart in navolging van het WRR-rapport.25 Na de zomer van 2026 wordt uw Kamer hierover nader geïnformeerd.

Dit kabinet herziet het stelsel van de landelijke publieke omroep. Het streven is om het wetsvoorstel rond de zomer van 2026 af te hebben en de internetconsultatie te starten. De bezuiniging op de rijksmediabijdrage van de landelijke publieke omroep wordt teruggedraaid, met structureel € 45 miljoen vanaf 2027. De verruiming van de reclamemogelijkheden van de publieke omroep die het vorige kabinet heeft aangekondigd, wordt teruggedraaid.

Het wetsvoorstel waarmee het stelsel van lokale omroepen wordt herzien is inmiddels bij uw Kamer ingediend. Het streven is het nieuwe stelsel per 1 januari 2028 van start te laten gaan.26 Uit de extra middelen voor media investeert het kabinet € 3 miljoen per jaar in de lokale publieke omroepen, bovenop de reeds beschikbare € 31 miljoen.

Artificiële intelligentie

Digitalisering en artificiële intelligentie veranderen ingrijpend hoe culturele en journalistieke content wordt gemaakt en verspreid. Dit biedt kansen voor nieuwe vormen van creatie en innovatie, maar zet ook verdienmodellen en de autonomie van makers onder druk, onder meer door het gebruik van content voor artificiële intelligentie zonder passende vergoeding. Het kabinet zet daarom in op een eerlijke digitale markt met goede auteursrechtelijke bescherming en ondersteunt makers in hun digitale ontwikkeling. Zo blijven zij een drijvende kracht achter verantwoorde en waardevolle toepassingen. De Raad voor Cultuur adviseert in de zomer van 2026 over artificiële intelligentie in de sector, waarna het kabinet met een reactie komt.

Gelijkwaardige positie vrouwen en lhbtiq+ personen

Als coördinerend bewindspersoon Emancipatie is de Staatssecretaris voor Onderwijs en Emancipatie verantwoordelijk voor het aanjagen en ondersteunen van de emancipatie van vrouwen en lhbtiq+ personen. Vanuit die rol werken wij aan een gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving: op het gebied van veiligheid, gezondheid en economische onafhankelijkheid. Dat is noodzakelijk, want de positie van vrouwen in de Nederlandse samenleving is nog steeds niet gelijkwaardig aan die van mannen. Samen met de Ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) zetten we ons daarvoor in, onder andere met een Nationaal Actieplan Stop Geweld tegen vrouwen, invoering van de wet loontransparantie en het voortbouwen op de Nationale Strategie Vrouwengezondheid.

Ook werken we samen met andere ministeries en maatschappelijke partners aan de acceptatie, (online) veiligheid, vrijheid en emancipatie van lhbtiq+ personen, zowel in binnen- als buitenland. De positie van deze groep staat onder druk. Daarom willen we met passende snelheid uitvoering geven aan de voorstellen in het Regenboogakkoord.

De Kamer wordt in de tweede helft van dit jaar via de Emancipatienota 2026–2030 nader geïnformeerd over de verschillende maatregelen en bijbehorende (extra) financiële middelen voor vrouwen- en lhbtiq+ emancipatie van dit kabinet. De inzet daarbij is dat iedereen op een volwaardige manier aan de samenleving kan deelnemen in vrijheid, veiligheid en goede gezondheid. Bij de totstandkoming van de Emancipatienota betrekken we relevante kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties.

Verdeling extra middelen OCW

Met dit coalitieakkoord komt er structureel € 1,5 miljard extra beschikbaar voor onderwijs en wetenschap. Onderstaande tabel toont de verdeling van deze middelen op de begroting van OCW op basis van de huidige inzichten. De verdeling wordt nader uitgewerkt, mede in overleg met uw Kamer en sectoren voor de zomer van 2026 en de verwerking van de middelen in de Ontwerpbegroting 2027 van OCW.

Bedragen x € 1.000.000

2027

2028

2029

2030

2031

struc.

Onderwijs & Wetenschap

           

Randvoorwaarden onderwijs en professionalisering onderwijspersoneel op teamniveau1

346

346

346

346

346

346

Zij-instroom aantrekkelijker maken

79

88

88

88

88

88

Terugdraaien bezuiniging Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

60

60

60

60

60

60

Terugdraaien bezuiniging school en omgeving

121

121

121

121

121

121

Hervorming subsidie brede brugklassen

58

58

58

58

58

58

Beter en regelmatig inspectietoezicht

5

11

21

30

30

Gerichte Talentstrategie/Taakstellende intensivering hbo & wo

67

119

156

154

154

154

Fonds Onderzoek en Wetenschap

222

329

366

442

428

428

– Infrastructuur: onderzoeksinfrastructuur

31

31

31

31

31

54

– Infrastructuur: toegepaste onderzoeksfaciliteiten

6

10

10

30

– Infrastructuur: nationale supercomputer en Einstein Telescope R&D-centrum

85

58

54

14

– Praktijkgericht onderzoek: hbo

10

20

20

20

20

68

– Praktijkgericht onderzoek: mbo

13

13

13

13

17

– Europese samenwerking: Europese partnerschappen

15

47

47

47

– Europese samenwerking: matching Horizon Europe

80

80

80

– Sectorplannen wo

107

107

131

131

132

– Veiligheid en weerbaarheid

20

20

20

10

10

– Terugdraaien bezuinigingen NWO en werkdrukmiddelen

70

70

96

96

96

Verhogen basisbeurs uitwonende studenten met € 50

5

15

25

44

109

Rentemaatregel studiefinanciering2

10

20

40

40

Regionale innovatie en publiek-private samenwerking in het mbo en mkb

14

34

33

28

28

28

Herinvesteren SPUK-korting VSV/RMC, Educatie

21

21

21

21

21

21

Media

Versterking van persveiligheid en journalistieke vrijheid

1

1

1

1

1

1

Terugdraaien verlaging rijksmediabijdrage landelijke publieke omroep

45

45

45

45

45

45

Lokale omroepen

3

3

3

3

3

3

DUO/RVO/NWO/DUSI/Toezicht/Monitoring/Evaluatie/Capaciteit

13

16

17

18

19

19

Totaal OCW-investeringen

1.050

1.250

1.350

1.450

1.485

1.550

X Noot
1

Een deel van de middelen van 2027 wordt in 2026 ingezet t.b.v. de rechtszaak bekostiging po.

X Noot
2

Dit bedrag is afhankelijk van de precieze vormgeving.

Zoals aangekondigd ontvangt uw Kamer over de verschillende maatregelen nog diverse Kamerbrieven. In die Kamerbrieven zal het kabinet de keuzes nader toelichten op basis van de werkwijze «Beleidskeuzes uitgelegd», zoals opgenomen in artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.

Wij realiseren ons dat financiële investeringen en wetten op zichzelf de praktijk niet veranderen. Het is onze uitdrukkelijke inzet om professionals in de praktijk in staat te stellen om zo goed mogelijk onderwijs te geven, en wij hopen bij te dragen aan de cultuur van leren die hiervoor steeds nodig is en blijft. Uiteraard zetten we daarbij ook in op blijvend evalueren welke overheidsinterventies effectief zijn. Immers, een dag niet geleerd is een dag niet geleefd.

Bij het uitvoeren van de maatregelen uit het coalitieakkoord zijn er kosten voor de uitvoering door onder andere DUO, RVO en NWO. Daarnaast is er geld gereserveerd voor toezicht, monitoring en evaluatie en capaciteit om de ambities uit dit coalitieakkoord te realiseren.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen


X Noot
1

Hiermee wordt ook toezegging TZ202603-198 beschouwd als afgedaan.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025–2026, 35 034, nr. 35.

X Noot
3

Kamerstukken II 2024–2025, 36 777, nr. 2.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025–2026, 32 034, nr. 72.

X Noot
5

Kamerstukken II 2024–2025, 36 692, nr. 2.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 293, nr. 865

X Noot
7

Monitor Mentale gezondheid, middelengebruik en brede gezondheidsindicatoren, studenten

mbo 2024–2025.

X Noot
8

Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik, studenten hbo en wo 2025.

X Noot
9

Dit bedrag is afhankelijk van de precieze vormgeving.

X Noot
10

Zoals onlangs met de aangenomen motie van het lid Straatman over studiefinancieringsrechten bij de doorstroom van een hbo-bachelor naar een wo-master. Tweede Kamer 2025–2026, 36 800 VIII-106.

X Noot
11

Onder andere met de brief «Het vervolgonderwijs als waaier» (Kamerstukken II, 2023–2024, 31 288, nr. 1111) en de brief «Verschillen normbedragen studiefinanciering en restitutie les- en cursusgeld» (Kamerstukken II, 2025–2026, 24 724, nr. 249).

X Noot
15

Ook wordt gewerkt aan een herijking van de Internationale Kennis- en Talentstrategie.

X Noot
16

Kamerstukken II 2024–2025, 36 670, nr. 2.

X Noot
17

De universiteiten spreken af dat zij de internationale bachelorinstroom gaan begrenzen op 16.766 studenten (een daling van ruim 11% ten opzichte van de maximale instroom in het piekjaar 2022–2023). De procentuele daling zal bij sommige universiteiten en disciplines hoger liggen, wat ruimte creëert voor behoud van internationale instroom in krimpregio’s, grensregio’s en voor strategische groei in de tekortsectoren.

X Noot
18

De hogescholen beschrijven in het zelfregieplan van maart 2024 dat zij zich in de zelfregie inzetten voor het behoud van de Nederlandse taal door de taalvaardigheid van studenten en docenten te ondersteunen, is voornemens fixus instrumenten gericht in te zetten voor anderstalige opleidingen en trajecten en streeft naar een gerichte, intelligente werving van internationale studenten waarbij expliciet aandacht zal zijn voor huisvesting.

X Noot
19

Kamerstukken II 2024–2025, 31 288, nr. 1189

X Noot
21

Kamerstukken II 2025–2026, 29 435, nr. 269.

X Noot
22

De Creative Industries Innovation Impact Coalition (CIIIC, looptijd 2024–2029) is een door het NGF gefinancierd programma dat tot doel heeft om Nederland koploper te maken op het gebied van immersieve ervaringen (IX), met als hoofddoelstelling: de vorming van een arbeidsmarkt voor deze nieuwe technologie.

X Noot
23

Kamerstukken II 2025–2026, 36 902, nr. 2.

X Noot
24

Kamerstukken I 2024–2025, 35 968 onder A

X Noot
25

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024). Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies. WRR-rapport 111. Den Haag: WRR.

X Noot
26

Kamerstukken II 2025–2026, 36 917, nr. 2.


X Noot
1

Hiermee wordt ook toezegging TZ202603-198 beschouwd als afgedaan.

X Noot
2

Kamerstukken II 2025–2026, 35 034, nr. 35.

X Noot
3

Kamerstukken II 2024–2025, 36 777, nr. 2.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025–2026, 32 034, nr. 72.

X Noot
5

Kamerstukken II 2024–2025, 36 692, nr. 2.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2025–2026, 31 293, nr. 865

X Noot
7

Monitor Mentale gezondheid, middelengebruik en brede gezondheidsindicatoren, studenten

mbo 2024–2025.

X Noot
8

Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik, studenten hbo en wo 2025.

X Noot
9

Dit bedrag is afhankelijk van de precieze vormgeving.

X Noot
10

Zoals onlangs met de aangenomen motie van het lid Straatman over studiefinancieringsrechten bij de doorstroom van een hbo-bachelor naar een wo-master. Tweede Kamer 2025–2026, 36 800 VIII-106.

X Noot
11

Onder andere met de brief «Het vervolgonderwijs als waaier» (Kamerstukken II, 2023–2024, 31 288, nr. 1111) en de brief «Verschillen normbedragen studiefinanciering en restitutie les- en cursusgeld» (Kamerstukken II, 2025–2026, 24 724, nr. 249).

X Noot
15

Ook wordt gewerkt aan een herijking van de Internationale Kennis- en Talentstrategie.

X Noot
16

Kamerstukken II 2024–2025, 36 670, nr. 2.

X Noot
17

De universiteiten spreken af dat zij de internationale bachelorinstroom gaan begrenzen op 16.766 studenten (een daling van ruim 11% ten opzichte van de maximale instroom in het piekjaar 2022–2023). De procentuele daling zal bij sommige universiteiten en disciplines hoger liggen, wat ruimte creëert voor behoud van internationale instroom in krimpregio’s, grensregio’s en voor strategische groei in de tekortsectoren.

X Noot
18

De hogescholen beschrijven in het zelfregieplan van maart 2024 dat zij zich in de zelfregie inzetten voor het behoud van de Nederlandse taal door de taalvaardigheid van studenten en docenten te ondersteunen, is voornemens fixus instrumenten gericht in te zetten voor anderstalige opleidingen en trajecten en streeft naar een gerichte, intelligente werving van internationale studenten waarbij expliciet aandacht zal zijn voor huisvesting.

X Noot
19

Kamerstukken II 2024–2025, 31 288, nr. 1189

X Noot
21

Kamerstukken II 2025–2026, 29 435, nr. 269.

X Noot
22

De Creative Industries Innovation Impact Coalition (CIIIC, looptijd 2024–2029) is een door het NGF gefinancierd programma dat tot doel heeft om Nederland koploper te maken op het gebied van immersieve ervaringen (IX), met als hoofddoelstelling: de vorming van een arbeidsmarkt voor deze nieuwe technologie.

X Noot
23

Kamerstukken II 2025–2026, 36 902, nr. 2.

X Noot
24

Kamerstukken I 2024–2025, 35 968 onder A

X Noot
25

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2024). Aandacht voor media. Naar nieuwe waarborgen voor hun democratische functies. WRR-rapport 111. Den Haag: WRR.

X Noot
26

Kamerstukken II 2025–2026, 36 917, nr. 2.

Naar boven