36 600 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën

29 628 Politie

AK1 VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 27 maart 2026

De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid2 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Justitie en Veiligheid over de toezegging Openen van innovatieve politieloketten. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 3 februari 2026.

  • De antwoordbrief van 23 maart 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, De Graag

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Minister van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 3 februari 2026

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 9 januari 20263 over de zichtbaarheid en nabijheid van de politie, waaronder de huisvesting. In deze brief gaat u tevens in op de toezegging Openen van innovatieve politieloketten.4 Naar aanleiding hiervan, en mede in het licht van (de kabinetsreactie op) het adviesrapport «Elke regio telt!»,5 hebben de leden van de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA, BBB, D66, CDA, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt en Fractie-Visseren-Hamakers gezamenlijk een aantal vervolgvragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA, BBB, D66, CDA, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt en Fractie-Visseren-Hamakers gezamenlijk

De leden van de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA, BBB, D66, CDA, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt en Fractie-Visseren-Hamakers vragen wat de actuele stand van zaken is betreffende de prioriteit van de regering dat er meer «zichtbare aanwezigheid en meer politie en politieposten in wijken, in buurten, in de regio» gaan komen.6 Welke afrekenbare doelen zijn al wel of niet behaald en welke concrete acties zijn hiertoe ondernomen? Hoever is het overleg gevorderd rond de realisering van een eigen opkomstlocatie in Wolvega?

Kunt u uiteenzetten wat de formele positie van het lokaal gezag is bij besluiten over politiehuisvesting? Betreft dit een instemmingsrecht, een adviesrecht of overleg zonder beslissingsbevoegdheid?

Wie is uiteindelijk verantwoordelijk en beslissingsbevoegd indien politie en lokaal gezag van mening verschillen over het behoud, de sluiting of de inrichting van een politielocatie?

Deze leden vragen op welke wijze de gemeenteraden worden betrokken bij, dan wel geïnformeerd over, de afstemming tussen politie en lokaal gezag inzake besluiten over politiehuisvesting.

Hoe wordt voorkomen dat verschillen in bestuurskracht of onderhandelingspositie van lokaal gezag leiden tot ongelijke uitkomsten in politieaanwezigheid en -bereikbaarheid tussen gemeenten of regio’s?

Op welke wijze wordt de vindbaarheid en herkenbaarheid van de politie gewaarborgd nu vaste politiebureaus in toenemende mate plaatsmaken voor alternatieve opkomstlocaties, zoals pop-upbureaus, politiewijkbussen, spreekuren van wijkagenten in gemeentehuizen, informatietafels op markten en in winkelcentra, en mobiele medialabs?

Voornoemde leden vragen welke inhoudelijke criteria het lokaal gezag minimaal dient te betrekken bij zijn oordeel over politiehuisvesting, zoals bereikbaarheid, veiligheidsbeleving, reistijd en publieksfunctie, en op welke wijze wordt geborgd dat deze criteria daadwerkelijk worden meegewogen.

Kunt u toelichten hoe uw ministeriële verantwoordelijkheid zich verhoudt tot besluiten over politiehuisvesting die in overleg met het lokaal gezag tot stand komen, en in welke situaties u aanleiding ziet om hierin in te grijpen?

Voor de ontwikkeling van de innovatieve politieloketten is (vanuit het Hoofdlijnenakkoord) een investering van 22,5 mln. euro beschikbaar gesteld.7 Welke randvoorwaarden verbindt u aan de beschikbaarstelling van deze incidentele middelen voor innovatieve politieloketten?

Is het beschikbaar stellen van een ruimte, in bijvoorbeeld een gemeentehuis of andere geschikte locatie, door gemeenten op zich aanvaardbaar? Zo ja, aan welke minimale eisen moet een dergelijke locatie voldoen?

In verschillende gemeenten worden de politieloketten (deels) betaald uit de gemeentelijke begroting. Ten slotte vragen de leden van de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA, BBB, CDA, D66, SP, ChristenUnie, PvdD, JA21, Volt en Fractie-Visseren-Hamakers of gemeenten gecompenseerd worden voor hun eventuele eigen bijdrage of wordt de financiering van de politieloketten gezien als cofinanciering.

De leden van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag uiterlijk vóór 3 maart 2026.

Voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich

BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 maart 2026

In antwoord op uw brief van 3 februari jl., nr. 179676, deel ik u mede dat de vragen van de fracties van OPNL, GroenLinks-PvdA, BBB, D66, CDA, SP, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, JA21, Volt, en Fractie-Visseren-Hamakers over het openen van innovatieve politieloketten worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage van deze brief.

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

Vraag 1

Wat is de actuele stand van zaken betreffende de prioriteit van de regering dat er meer «zichtbare aanwezigheid en meer politie en politieposten in wijken, in buurten, in de regio» gaan komen. Welke afrekenbare doelen zijn al wel of niet behaald en welke concrete acties zijn hiertoe ondernomen?

Antwoord op vraag 1

Net als het vorige zet ook het huidige kabinet in op de zichtbaarheid, bereikbaarheid en nabijheid van de politie. Het is de ambitie om meer wijkagenten op te leiden en in te zetten op meer politieposten. Deze inzet wordt de komende periode nader geconcretiseerd, met name ook in de context van de toekomstbestendige doorontwikkeling van de politieorganisatie, waarover de korpschef en ik in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie doorlopend en fundamenteel het gesprek met de gezagen voeren. Daarbij gelden nog steeds de contouren voor een zichtbare en bereikbare politie, zoals geschetst in mijn brief van 21 februari 2025. Dat betekent, kort gezegd, dat er gezocht wordt naar de juiste combinatie van fysiek contact op straat, contact vanuit permanente fysieke locaties (teambureaus en politieposten), mobiele vormen van fysiek contact, innovatieve loketten, digitale kanalen en andere manieren om in contact te komen met de politie. Agenten in de gebiedsgebonden politie («gewone» agenten en wijkagenten samen) geven in de basisteams met elkaar invulling aan de zichtbaarheid en aanwezigheid van politie in de wijk. Belangrijke en meetbare elementen in dit verband zijn de aanwezigheid van voldoende agenten in de basisteams in brede zin, en daarbinnen ook een voldoende aantal wijkagenten. Die twee houden ook met elkaar verband: hoe meer de bezetting in de gehele gebiedsgebonden politie op orde is, hoe minder wijkagenten hoeven in te springen voor werkzaamheden die buiten hun eigenlijk taak vallen. In iedere regionale eenheid is hard gewerkt om vacatures in de gebiedsgebonden politie, inclusief voor wijkagenten, in te vullen. We zien dat de bezetting in de gebiedsgebonden politie weer wat aantrekt, de bezetting wijkagenten is met ruim 3.600 fte substantieel hoger dan een jaar geleden en aan de wettelijke norm van 1 wijkagent per 5.000 inwoners is voldaan8. Twee keer per jaar informeer ik de Tweede Kamer via de halfjaarberichten politie over actuele cijfers. Ten aanzien van huisvesting geldt het uitgangspunt dat er tenminste één teambureau per basisteam is, ondersteund door kleine of grote politieposten. Zie hierover ook het antwoord op vraag 7.

Vraag 2

Hoever is het overleg gevorderd rond de realisering van een eigen opkomstlocatie in Wolvega?

Antwoord op vraag 2

Zoals ik uw Kamer eerder heb bericht, is in 2025 gewerkt aan een verdere uitwerking en concretisering van de afspraken over het politiebureau/opkomstlocatie in Wolvega. De realisatie van de politiepost is gepland voor dit jaar. Het behoud van een opkomstlocatie in Wolvega en het effect daarvan op de huisvestingsprojecten in de rest van het teamgebied zijn afgestemd met het lokaal gezag. De locatie is inmiddels te koop aangeboden aan de gemeente. De gemeenteraad van Weststellingwerf heeft op 2 maart jl. toestemming gegeven om het gebouw over te nemen. Er is één miljoen euro vrijgemaakt voor de aankoop en verbouw.

Vraag 3

Kunt u uiteenzetten wat de formele positie van het lokaal gezag is bij besluiten over politiehuisvesting? Betreft dit een instemmingsrecht, een adviesrecht of overleg zonder beslissingsbevoegdheid?

Antwoord op vraag 3

Onderdeel van de beheersverantwoordelijkheid van de korpschef is te bepalen hoe de huisvesting van politie wordt ingericht binnen het door de Minister van Justitie en Veiligheid gestelde financiële kader. Waar dit de taakuitvoering raakt en daarmee het gezag over de taakuitvoering, zoekt de politie de afstemming met het lokaal gezag in de driehoek, op regionaal niveau of in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP), met als doel om in goed overleg tot een voor ieder aanvaardbare uitkomst te komen. Over het algemeen lukt dit ook (zie ook het antwoord op vraag 2 over de locatie in Wolvega).

Vraag 4

Wie is uiteindelijk verantwoordelijk en beslissingsbevoegd indien politie en lokaal gezag van mening verschillen over het behoud, de sluiting of de inrichting van een politielocatie?

Antwoord op vraag 4

De uiteindelijke verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid ligt bij de korpschef, maar zoals ook bij vraag 3 aangegeven komen de politiechef en het lokaal gezag er in de praktijk in goed overleg met elkaar uit. Het is belangrijk om zich daarbij te realiseren dat ook in de komende jaren nog wordt gewerkt aan het realiseren van regionale huisvestingsplannen die al in 2015 door de politiechef van iedere regionale eenheid met de betrokken burgemeesters en regioburgemeester zijn overeengekomen. In dat proces heeft zorgvuldige afstemming plaatsgevonden over bijvoorbeeld de keuze van locaties en benodigde nieuwbouw of verbouw. In de realisatiefase wordt hierbij de afstemming met burgemeesters en regioburgemeesters blijvend gezocht en waar nodig geïntensiveerd, zeker ook wanneer er een wijziging van het oorspronkelijke plan aan de orde is.

De korpschef legt over het gevoerde huisvestingsbeleid verantwoording af aan de Minister van Justitie en Veiligheid.

Vraag 5

Op welke wijze worden de gemeenteraden betrokken bij, dan wel geïnformeerd over, de afstemming tussen politie en lokaal gezag inzake besluiten over politiehuisvesting.

Antwoord op vraag 5

De burgemeester is over het door hem uitgeoefende gezag over de taakuitvoering van de politie verantwoording schuldig aan de gemeenteraad. Hieronder valt zijn rol bij de afstemming over de huisvesting van de politie in zijn gemeente. De wijze waarop dit gebeurt is aan de burgemeester en gemeenteraad.

Vraag 6

Hoe wordt voorkomen dat verschillen in bestuurskracht of onderhandelingspositie van lokaal gezag leiden tot ongelijke uitkomsten in politieaanwezigheid en -bereikbaarheid tussen gemeenten of regio’s?

Antwoord op vraag 6

In ons politiebestel is het gezag over de taakuitvoering van de politie lokaal belegd. Over de invulling van die rol, ook waar het gaat om de afstemming met politie over beheersaangelegenheden, gaan burgemeesters zelf. Een constellatie waarin zij onderling de diverse belangen kunnen bespreken en afwegen, of de krachten bundelen, is bijvoorbeeld het regionale overleg onder voorzitterschap van de regioburgemeester, met alle andere burgemeesters van die regio, de hoofdofficier van justitie en de politiechef van de betreffende regionale eenheid. Als het gaat over politiebureaus geldt in iedere eenheid het landelijke uitgangspunt van in ieder geval één teambureau per basisteam.

Vraag 7

Op welke wijze wordt de vindbaarheid en herkenbaarheid van de politie gewaarborgd nu vaste politiebureaus in toenemende mate plaatsmaken voor alternatieve opkomstlocaties, zoals pop-upbureaus, politiewijkbussen, spreekuren van wijkagenten in gemeentehuizen, informatietafels op markten en in winkelcentra, en mobiele medialabs?

Antwoord op vraag 7

De aanname dat politiebureaus in toenemende mate plaats maken voor pop-upbureaus, politiewijkbussen, spreekuren van wijkagenten in gemeentehuizen, informatietafels op markten en in winkelcentra en mobiele medialabs is niet juist. Zoals ook in het antwoord op vraag 4 aangegeven, wordt nu en in de komende jaren gewerkt aan het realiseren van regionale huisvestingsplannen die al in 2015 zijn overeengekomen. Centraal uitgangspunt onder die plannen is om één teambureau te hebben voor ieder basisteam, waar nodig ondersteund met politieposten van verschillende omvang. Dit kunnen grote of kleine posten zijn met verschillende faciliteiten en functionaliteiten, zoals opkomstlocatie en publieksfunctie (bijvoorbeeld om aangifte te komen doen). Het betreft officiële politielocaties. Om aanwezigheid in de wijk flexibel vorm te geven, wordt in alle eenheden daarnaast gebruik gemaakt van alternatieve en creatieve manieren om fysiek in contact te komen met burgers, zoals de voorbeelden die worden genoemd in de vraag. Basisteams kennen de situatie in hun werkgebied het best en maken, in overleg met het lokaal gezag, dan ook zelf de keuzes over inzet hiervan en de wijze waarop hieraan bekendheid wordt gegeven.

Vraag 8

Kunt u toelichten hoe uw ministeriële verantwoordelijkheid zich verhoudt tot besluiten over politiehuisvesting die in overleg met het lokaal gezag tot stand komen, en in welke situaties u aanleiding ziet om hierin in te grijpen?

Antwoord op vraag 8

De Minister van Justitie en Veiligheid is (politiek) eindverantwoordelijk voor het beheer van de politie. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie en legt hierover verantwoording af aan de Minister. Het hierboven genoemde centraal uitgangspunt en de betaalbaarheid van de huisvesting zijn belangrijke elementen waarop ik toezie.

Vraag 9

Ontwikkeling van de innovatieve politieloketten is (vanuit het hoofdlijnenakkoord 2023) een investering van 22,5 mln. euro beschikbaar gesteld. Welke randvoorwaarden verbindt u aan de beschikbaarstelling van deze incidentele middelen voor innovatieve politieloketten?

Antwoord op vraag 9

De politie heeft de bij het hoofdlijnenakkoord van het vorige kabinet beschikbaar gestelde middelen nader uitgewerkt in bestedingsplannen, waaronder een plan van aanpak voor de innovatieve politieloketten. Deze ontwikkeling bevindt zich thans nog in de pilotfase. Op basis van het plan van aanpak is voor 2025 en 2026 respectievelijk 7,5 en 10 mln. euro als bijzondere bijdrage aan de politie toegekend. De verantwoording over deze middelen vindt plaats op basis van de reguliere Planning en Control Cyclus (PenC cyclus), tussen de Nationale Politie en mijn departement. Dit is het proces om beleidsdoelen te koppelen aan budgetten en de realisatie daarvan te monitoren. Op basis van deze PenC cyclus vindt periodiek overleg plaats tussen het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de politie, waarbij zo nodig wordt bijgestuurd. Met de jaarverantwoording van de politie zal u in mei 2026 geïnformeerd worden over de uitgaven van 2025. Begin 2027 is de bespreking en toekenning van de rest van de middelen (vanaf 2028 structureel) aan de orde. Dit is afhankelijk van de resultaten uit de pilotfase.

Vraag 10

Is het beschikbaar stellen van een ruimte, in bijvoorbeeld een gemeentehuis of andere geschikte locatie, door gemeenten op zich aanvaardbaar? Zo ja, aan welke minimale eisen moet een dergelijke locatie voldoen?

Antwoord op vraag 10

De ontwikkeling van innovatieve politieloketten, waar burgers met politie in contact komen via moderne techniek en innovatie, is nog in de pilotfase. Er zijn plannen om een of meer pilots in te richten op locaties waar burgers in hun dagelijks leven komen, bijvoorbeeld een gemeentekantoor. Of het een aanvaardbare locatie is, komt tot stand in goed overleg met het lokaal gezag.

Vraag 11

Worden gemeenten gecompenseerd worden voor hun eventuele eigen bijdrage of wordt de financiering van de politieloketten gezien als cofinanciering?

Antwoord op vraag 11

De middelen voor de ontwikkeling en beproeving van innovatieve loketten zijn aan de politiebegroting toegevoegd. De verdeling van kosten en verantwoordelijkheden wordt per pilot vastgelegd tussen politie en de locatiehouder.


X Noot
1

De letters AK hebben alleen betrekking op 36 600.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 36 600/29 628, AH.

X Noot
4

T03934.

X Noot
5

Kamerstukken II 2022/23, 29 697, nr. 114; Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Raad voor het Openbaar Bestuur, Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2023), Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s, Den Haag, digitale uitgave, maart 2023.

X Noot
6

HOOP, LEF EN TROTS – Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 van PVV, VVD, NSC en BBB, p. 20.

X Noot
7

Politie, Begroting en beheerplan 2026–2030, 12 augustus 2025, p. 9 en 32.

X Noot
8

Alles peildatum eind augustus 2025, zie ook bijlage «kerncijfers» bij halfjaarbericht politie d.d. december 2025


X Noot
1

De letters AK hebben alleen betrekking op 36 600.

X Noot
2

Samenstelling:

Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Van Bijsterveld (JA21), Croll (D66), Dittrich (D66) (voorzitter), Doornhof (CDA), Van Gasteren (BBB), Van der Goot (OPNL), Hartog (Volt), Janssen (SP), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van der Linden (VVD), Marquart Scholtz (BBB) (ondervoorzitter), Martens (GroenLinks-PvdA), Meijer (VVD), Nicolaï (PvdD), Van den Oetelaar (FVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Talsma (ChristenUnie), Van Toorenburg (CDA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Vogels (VVD), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
3

Kamerstukken I 2025/26, 36 600/29 628, AH.

X Noot
4

T03934.

X Noot
5

Kamerstukken II 2022/23, 29 697, nr. 114; Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Raad voor het Openbaar Bestuur, Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2023), Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s, Den Haag, digitale uitgave, maart 2023.

X Noot
6

HOOP, LEF EN TROTS – Hoofdlijnenakkoord 2024–2028 van PVV, VVD, NSC en BBB, p. 20.

X Noot
7

Politie, Begroting en beheerplan 2026–2030, 12 augustus 2025, p. 9 en 32.

X Noot
8

Alles peildatum eind augustus 2025, zie ook bijlage «kerncijfers» bij halfjaarbericht politie d.d. december 2025

Naar boven