Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 juni 2024
Met deze brief wordt invulling gegeven aan twee toezeggingen die tijdens het Begrotingsdebat
op 2 april jl. zijn gedaan aan het lid Van Aelst-den Uijl.
Toezegging T03859: PFAS-vergunningen
Er is verzocht om het overzicht van PFAS-lozingen en het hieraan ten grondslag liggende
rapport met de Kamer te delen. Dit rapport is op 25 oktober 2023 aan de Tweede Kamer
toegezonden.1 Deze brief en bijlage zijn als bijlage 1 en 2 bij de nu voorliggende brief toegevoegd.
Tijdens het commissiedebat Leefomgeving op 26 oktober 2023 is toegezegd de Tweede
Kamer te informeren over de namen van bedrijven aan wie de gemelde PFAS-vergunningen
zijn verleend.2 De betreffende brief waarmee aan deze toezegging invulling is gegeven, is op 25 januari
2024 aan de Tweede Kamer toegezonden3 en als bijlage 3 toegevoegd.
Toezegging T03860: Herziening lozingsvergunningen
In het begrotingsdebat is aan de Kamer toegezegd om een stand van zaken van het bezien
en herzien van de lozingsvergunningen van Rijkswaterstaat (RWS) te sturen. Rijkswaterstaat
(RWS) is het bevoegde gezag voor in totaal circa 727 lozingsvergunningen. Het betreft
lozingen die plaatsvinden op de rijkswateren.
RWS is bezig met het bezien en indien nodig herzien van deze vergunningen. Dit is
een wettelijke verplichting. Bij het bezien van een vergunning wordt beoordeeld of
de vergunde situatie nog goed aansluit bij de huidige praktijk van het bedrijf en
of de lozing nog voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving, waaronder de Kaderrichtlijn
Water (KRW) en de Beste Beschikbare Technieken (BBT).
Óf een vergunning moet worden herzien wordt pas duidelijk bij het bezien van de vergunning.
Soms is herzien niet noodzakelijk, omdat een vergunning nog steeds actueel is.
RWS kampt – net zoals veel andere overheden en de marktpartijen – met een capaciteitsgebrek
voor het bezien en herzien van lozingsvergunningen. Het bezien en herzien van lozingsvergunningen
is een arbeidsintensief en langlopend traject, waarvoor specialistische kennis en
kunde benodigd is. Het gaat in de regel om grote vergunningen (tientallen tot honderden
pagina’s), die technisch en juridisch complex zijn. Daarom wordt extra ingezet op
werving en behoud van medewerkers, en een opleidingsprogramma. Er wordt dit jaar gestart
met een nieuw opleidingsprogramma en met een specifieke wervingscampagne voor vergunningverleners
op het gebied van waterkwaliteit.
Prioritering bezien/herzien lozingsvergunningen i.r.t. de KRW
Bij het bezien/herzien geeft RWS prioriteit aan de lozingsvergunningen die het meest
relevant zijn voor het behalen van de KRW-doelen in 2027. De vergunningen, die hieraan
in de weg kunnen staan, worden tijdig vóór eind 2027 bezien en indien nodig herzien.
Voor de overige vergunningen geldt dat deze uiterlijk eind 2029 zijn bezien en uiterlijk
in 2033, waar nodig, zijn herzien.
De relevante vergunningen voor het behalen van de KRW-doelen zijn vastgesteld op basis
van expertsessies binnen het ministerie. Dit zijn de lozingsvergunningen van IPPC-bedrijven
(de grotere industriële lozers die vallen onder de Richtlijn Industriële Emissies)
en de vergunningen van kleinere afvalverwerkers.
Ook vindt lopend onderzoek naar KRW-probleemstoffen in KRW-waterlichamen plaats. Daaruit
kunnen later dit jaar mogelijk nog vergunningen in beeld komen die relevant zijn voor
het behalen van de KRW-doelen in 2027. Deze vergunningen krijgen dan – naast de vergunningen
van IPPC-bedrijven en kleinere afvalverwerkers – ook prioriteit bij het bezien en
indien nodig herzien.
Er zijn nu in totaal 211 IPPC-vergunningen, waarvan er 172 zijn bezien (ruim 80%).
Van die 172 zijn er tot nu toe 60 herzien, of is geconcludeerd dat de vergunning nog
actueel is. Voor de overige 516 vergunningen zijn er in totaal 94 bezien. Van die
94 zijn er tot nu toe 61 actueel bevonden of inmiddels herzien.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
M.G.J. Harbers