36 200 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2023

P VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 12 mei 2023

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft op 16 maart 2023 brieven gestuurd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister voor Langdurige Zorg en Sport inzake de halfjaarlijkse stand van zaken ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan de Eerste Kamer zijn gedaan.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 11 mei 2023 mede namens de Minister voor Langdurige Zorg en Sport gereageerd.

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 16 maart 2023

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 januari 2023 is verstreken. Daarbij treft u tevens, ter informatie, een overzicht aan van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn op 1 juli 2023 verloopt. Beide lijsten zijn terug te vinden via de volgende links:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vm1ef7mfytuw&ministerie=vghyngkof7kq

Vooruitblik: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vm1eh7x81op9&ministerie=vghyngkof7kq

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 5 mei 2023 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen. Het betreft daarbij voornamelijk de toezeggingen waarvan de deadline reeds is verstreken.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister voor Langdurige Zorg en Sport

Den Haag, 16 maart 2023

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 januari 2023 is verstreken. De lijst is terug te vinden via de volgende link:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vm1ef7mfytuw&ministerie=vlpidja0qslh

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 5 mei 2023 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 mei 2023

In reactie op uw brieven met de kenmerken 172886.10U en 172886.16U zend ik u, mede namens de Minister voor Langdurig Zorg en Sport, en de Staatssecretaris van Volksgezondheid Welzijn en Sport, een overzicht met daarin de actuele stand van zaken van de door u gerappelleerde toezeggingen aan de Eerste Kamer.

Daarbij opmerkend dat de toezegging T03307, welke is gedaan door de toenmalige Staatssecretaris, reeds onder verantwoordelijkheid van de Minister voor Langdurige Zorg en Sport is voldaan.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.J. Kuipers

Minister VWS

Toezegging T02174:

De Minister van VWS zegt de Kamer, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Bruijn en Nooren, toe om de keuze voor en kosten van geschillenbeslechting, de juridische expertise bij geschillenbeslechting, de ontwikkeling van klachten en claims, en de regeldruk voor kleine zorgaanbieders bij de evaluatie − vijf jaar na inwerkingtreding van de wet − te betrekken. Op verzoek van het lid Bruijn zal de Minister de Kamer vooraf informeren over de opzet van de evaluatie.

Stand van zaken:

De Eerste Kamer heeft op 19 februari 2021 de evaluatie van de Wkkgz ontvangen. Daarin zijn de onderwerpen meegenomen zoals genoemd door de leden Bruijn en Nooren. Uw Kamer zal het vervolgonderzoek naar de geschilleninstanties ontvangen.2

Toezegging T03358:

De Minister van VWS zal de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Otten (Fractie-Otten), informeren over de uitwerking van de chief medical officer (CMO), zodra hier meer over bekend is.

Stand van zaken:

In het coalitieakkoord is opgenomen dat zal worden overwogen of een CMO kan bijdragen aan betere publieke zorg. Deze CMO zou vanuit technisch-inhoudelijke kennis moeten opereren. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan het aanstellen van een CMO in bepaalde fases van een crisis.

Eerder hebben zowel de Onderzoeksraad (eerste deel van het onderzoek naar de COVID-19-pandemie), als ook het expertteam COVID-zorg (rapport COVID-zorg in Ziekenhuizen) geconcludeerd dat in het kader van de sturing en regie verbeteringen nodig zijn. In reactie op bovengenoemde rapporten heeft de Minister van VWS aangegeven dat hij landelijke regie wettelijk gaat borgen en hiervoor de verschillende verantwoordelijkheden in de gezondheidszorg nader zal expliciteren. Dit onder meer ten behoeve van een betere inbedding van (centrale) sturing en regie in de zorgketen. Het Ministerie van VWS verkent op dit moment de (juridische) mogelijkheden hiertoe. De positie van een CMO moet altijd bezien worden vanuit de bredere invulling van sturing en regie in de zorg. De noodzaak, en eventuele invulling, van een CMO zal dan ook in bovengenoemde activiteiten worden meegenomen. Zodra meer over sturing en regie bekend zijn, zal de Minister van VWS u daarover informeren. De eerder gedane toezegging over het informeren van de Kamer over de voortgang wordt hiermee als afgedaan beschouwd.

Toezegging T03416:

De Minister van VWS zal, naar aanleiding van vragen van de leden Van der Voort (D66), Verkerk (ChristenUnie), Prins (CDA), Baay-Timmerman (50PLUS) en De Bruijn-Wezeman (VVD), onderzoeken of de opt-outregeling ook voor andere knelpunten dan de acute zorg, een oplossing kan bieden en breder kan worden ingezet.

Stand van zaken:

Deze toezegging is reeds voldaan met de brief inzake Heroriëntatie grondslagen van 13 april 2023.3

Toezegging T03466:

De Minister van VWS zegt, naar aanleiding van vragen van de leden Prins (CDA) en De Bruijn-Wezeman (VVD), toe de Tweede Kamer in het najaar te informeren over de uitwerking van de overige aanbevelingen van de tweede evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap en een afschrift hiervan naar de Eerste Kamer te sturen.

Stand van zaken:

De Minister van VWS zal in de kabinetsreactie op de Wafz nader ingaan op de uitwerking van de aanbevelingen van deze wetsevaluatie. Uw Kamer zal per afschrift de kabinetsreactie naar verwachting in juni 2023 ontvangen.

Toezegging T03496:

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), toe dat hij de Kamer zal informeren over de impact van advertenties en radiocommercials op meningsvorming over COVID-19, en de monitoring daarvan.

Stand van zaken:

Alle campagne-activiteiten zijn in het verleden onderzocht op effectiviteit en invloed op meningsvorming. Die onderzoeken zijn gedaan door de Dienst Publiek en Communicatie (DPC) en zijn allen gepubliceerd op rijksoverheid.nl (zie bijlage voor een voorbeeld uit december 2022).

Ook de RIVM-gedragsunit doet onderzoek naar meningsvorming. Hun onderzoeken zijn publiekelijk toegankelijk via de site van het RIVM. Meer specifiek adviseert de gedragsunit ook bij voorgenomen besluitvorming van het kabinet. Deze adviezen worden in die gevallen naar beide Kamers gestuurd.

De toezegging kan hiermee als afgehandeld worden beschouwd.

Toezegging T03497:

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Voort (D66), toe dat hij met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zal overleggen of de tweewekelijkse heroriëntatie van het RIVM over het vaccinatieadvies voor het publiek inzichtelijk kan worden gemaakt door deze bijvoorbeeld op een website te plaatsen.

Stand van zaken:

Om de twee weken stuurt het responsteam COVID-19 van het RIVM een duiding van de epidemiologische situatie aan het Ministerie van VWS. De duidingen worden op de website van het RIVM gepubliceerd: https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/actueel/responsteam.

Ook de adviezen die het responsteam geeft aan het ministerie staan op deze pagina. Zowel de duidingen als de adviezen van het responsteam zijn dus reeds publiek inzichtelijk.

De toezegging kan hiermee als afgehandeld worden beschouwd.

Minister LZS

Toezegging T03307:

Naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA) over de regionale doorzettingsmacht in relatie tot de wachttijden in de ggz, zegt de Staatssecretaris van VWS de Kamer toe de vraag naar helderheid over hoelang de stappen in het opschalingsmodel mogen duren, mee te geven aan betrokken partijen.

Stand van zaken:

De partijen uit de landelijke stuurgroep Toegankelijkheid en Wachttijden, en de toenmalige Staatssecretaris, hebben gezamenlijk een handreiking vastgesteld, waarin minimale procedurele afspraken staan beschreven, over wat regionale partijen (ggz-aanbieders, verzekeraars, etc.) moeten organiseren. Zo wordt onder andere van deze partijen verlangd dat ze afspraken maken over de voorwaarden, waaronder een casus kan worden opgeschaald, over de verdeling van verantwoordelijkheden, en over de termijn waarbinnen een casus behandeld moet zijn.4 De toezegging kan hiermee als afgehandeld worden beschouwd.

Toezegging T03498:

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Karakus (PvdA), toe dat de Kamer geïnformeerd zal worden over de uitkomsten van de interdepartementale verkenning van de ondersteuning van zorgverleners die in de eerste golf in hun werk met COVID-patiënten een COVID-infectie hebben opgelopen, en ondertussen langdurige post-COVID-klachten hebben en daardoor ontslagen zijn. Ook de post-COVID-gevallen uit andere sectoren, zoals het onderwijs, worden meegewogen bij de verkenning.

Stand van zaken:

In de tweede helft van 2022 heeft de interdepartementale verkenning van de ondersteuning aan zorgmedewerkers met langdurige post-COVID-klachten plaatsgevonden. De afgelopen maanden heeft de Minister voor Langdurige Zorg en Sport (LZS) hierover diverse brieven gestuurd naar de Tweede Kamer. Deze brieven bieden inzicht in de uitkomsten van de verkenning. In de brief van 26 september 2022 is de Kamer geïnformeerd dat de Afdeling Advisering van de Raad van State is verzocht om voorlichting ten aanzien van het voornemen van het kabinet om een onverplichte tegemoetkoming te verstrekken aan een specifieke groep zorgmedewerker.5 De voorlichting van de Afdeling Advisering is vervolgens op 5 december 2022 aangeboden aan de Tweede Kamer.6 Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet op 16 december 2022 de Kamer geïnformeerd dat het kabinet in gesprek gaat met de werkgevers- en werknemersorganisaties over een collectieve regeling voor een specifieke groep zorgmedewerkers.7 In deze brief is tevens toegelicht welke overige ondersteuning beschikbaar is voor zorgmedewerkers met langdurige post-COVID-klachten. In de brief van 1 februari 2023 zijn de uitkomsten van de gesprekken met de werkgeversorganisaties gedeeld met de Tweede Kamer, waarna is besloten dat alle voorbereidingen voor een regeling worden getroffen om een specifieke groep zorgmedewerkers aanvullend financieel te ondersteunen.8 Dit besluit ligt in lijn met het verzoek dat voortkomt uit de aangenomen motie van het lid Prast om zorgmedewerkers met post-COVID financieel te ondersteunen.9 Uw Kamer is op 28 april 2023 reeds geïnformeerd over de vormgeving van de regeling.10

Staatssecretaris VWS

Toezegging T03415:

De Staatssecretaris van VWS zal, naar aanleiding van een vraag van het lid Prins (CDA), onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor digitalisering in de jeugdzorg.

Stand van zaken:

De Staatssecretaris heeft een onderzoek uitgezet waarin de mogelijkheden van innovatie worden onderzocht. Hierin worden onder andere de kansen op het gebied van digitalisering in meegenomen. De resultaten van dit onderzoek worden voor de zomer 2023 verwacht, waarna deze gedeeld wordt met de Eerste Kamer.

Toezegging T03525:

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Karakus (PvdA, mede namens de fracties van GroenLinks, Fractie-Nanninga, CDA, OSF, VVD, SGP, D66 en ChristenUnie), toe de Kamer uiterlijk 1 maart 2023 te informeren over de uitkomsten van de onderhandelingen over de Hervormingsagenda Jeugd en de bijbehorende implicaties voor de financiering, kwaliteit en uitvoering van de jeugdzorg, conform de schriftelijke toezegging van 19 januari 2023 (36 200 XVI, J).

Stand van zaken:

Deze toezegging is reeds afgedaan met de brief Stand van zaken Hervormingsagenda Jeugd die uw Kamer op 20 februari heeft ontvangen.11


X Noot
1

Samenstelling:

Ganzevoort (GL), Gerkens (SP), Van Dijk (SGP), Van Hattem (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Rombouts (CDA), Bredenoord (D66), Koole (PvdA), De Bruijn-Wezeman (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Klip-Martin (VVD) (voorzitter), Vos (VVD), Dessing (FVD), Van Gurp (GL), Prast (PvdD), Van Pareren (Fractie-Nanninga) (ondervoorzitter), Prins (CDA), Krijnen (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van der Voort (D66), Keunen (VVD), Hermans (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA).

X Noot
2

Kamerstukken I 2022/2023, 32 402 AE.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2022/23, 27 529 U.

X Noot
4

Kamerstukken II 2021/2022, 25 424, nr. 606.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2022/23, 25 295, nr. 1943.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2022/23, 25 295, nr. 1972.

X Noot
7

Kamerstukken II, 2022/23, 25 295, nr. 1987.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2022/23, 25 295, nr. 2011.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2022/2023, 36 200 XVI, L.

X Noot
10

Kamerstukken I, 2022/2023, 36 200 / 25 295 XVI, O.

X Noot
11

Kamerstukken I, 2022/23, 31 839 / 36 200 XVI, AC.

Naar boven