Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 36090 nr. D |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2022-2023 | 36090 nr. D |
Vastgesteld 7 oktober 2022
Op 29 juni 2022 heeft de vaste commissie voor Financiën1 een brief gestuurd aan de Minister van Financiën over de voorstellen inzake het Bankenpakket 2021 (COM(2021)663, COM(2021)664 en COM(2021)665) van het Europees Parlement en de Raad2 en het BNC-fiche3 daarover. De leden van de fractie van de PvdD hadden nog nadere vragen en opmerkingen naar aanleiding van eerder schriftelijk overleg4.
De Minister heeft op 30 september 2022 gereageerd, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Financiën, De Man
Aan de Minister van Financiën
Den Haag, 29 juni 2022
De leden van de vaste commissie voor Financiën hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 29 april 20225 in reactie op hun brief met vragen van 22 maart 2022 over de voorstellen inzake het Bankenpakket 2021 (COM(2021)663, COM(2021)664 en COM(2021)665) van het Europees Parlement en de Raad6 en het BNC-fiche hierover.7 De leden van de fractie van de PvdD hebben nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de PvdD danken de Minister voor de beantwoording van de eerdere vragen. Dienaangaande wensen zij het volgende naar voren te brengen. U geeft aan dat u denkt dat het veel waarschijnlijker is dat de volgende zoönosepandemie buiten Nederland ontstaat dan binnen Nederland.8 Waarop baseert u dit? En gaat het dus volgens u om de relatieve, niet absolute kans? Zijn Nederland en Europa niet juist grote «kanshebbers» op een gemuteerde vogelgriep? Zou Nederland niet alles moeten doen om de kans op een gevaarlijke zoönose die binnen ons land ontstaat te verkleinen? U noemt in relatie tot Nederland als zoönosehotspot het grote aantal transportbewegingen van mens en dier dat voortvloeit uit onze handel, doorvoer en export. Zal dit aantal transportbewegingen toenemen als gevolg van handelsverdragen? Ziet u zoönoserisico behalve als een Environmental, Social and Governance (ESG) risico ook als een puur financieel risico voor banken en verzekeraars? Antibioticaresistentie viel buiten de taakopdracht aan de Expertgroep zoönosen, die onder voorzitterschap stond van de heer Bekedam.9 Ziet u hierin een risico voor banken en verzekeraars? Deze leden zien uit naar uw antwoorden.
De leden van de vaste commissie voor Financiën zien uw reactie met belangstelling en bij voorkeur
binnen vier weken na dagtekening van deze brief tegemoet.
Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, P.H.J. Essers
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 september 2022
Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de beantwoording van de Kamervragen die de Eerste Kamer op 29 juni jl. heeft gesteld over het BNC-fiche Wijziging verordening en richtlijn kapitaalvereisten.
De Minister van Financiën, S.A.M. Kaag
U geeft aan dat u denkt dat het veel waarschijnlijker is dat de volgende zoönosepandemie buiten Nederland ontstaat dan binnen Nederland.10 Waarop baseert u dit? En gaat het dus volgens u om de relatieve, niet absolute kans? Zijn Nederland en Europa niet juist grote «kanshebbers» op een gemuteerde vogelgriep?
Deze uitspraak is gedaan op basis van de bevindingen die staan in het rapport «Zoönosen in het vizier» dat door de expertgroep zoönosen onder leiding van de heer Bekedam is opgesteld. Zij geven aan dat in absolute zin de kans veel groter is dat de volgende grote uitbraak buiten Nederland ontstaat dan binnen Nederland. Deze uitspraak ziet op de urgentie om maatregelen en acties op het gebied van preventie, detectie en bestrijding van zoönosen op internationaal vlak af te stemmen. Samenwerken tegen grensoverschrijdende gezondheidsdreigingen is noodzakelijk en internationale samenwerking is dan ook een cruciaal onderdeel van het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid dat op 6 juli jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd. Maar uiteraard is het daarnaast ook belangrijk om in Nederland maatregelen te treffen om uitbraken met zoönosen zoveel als mogelijk te voorkomen en vroegtijdig op te sporen en in te perken.
Zou Nederland niet alles moeten doen om de kans op een gevaarlijke zoönose die binnen ons land ontstaat te verkleinen?
Op 6 juli hebben de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Ernst Kuipers, Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Henk Staghouwer en Minister voor Natuur en Stikstof Christianne van der Wal het Nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid aan de Tweede Kamer toegestuurd (zie Kamerstuk 25 295, nr. 1935). In dit actieplan geeft het kabinet aan hoe de komende vier jaar het zoönosenbeleid verder wordt versterkt. Het actieplan strekt zich uit over de volle breedte van One Health (leefomgeving, veterinair en humaan), nationaal en internationaal, en richt zich op preventie, detectie en respons. Het doel van het actieplan is om de risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen in de toekomst verder te verkleinen en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak, ook in Nederland. Een leven zonder risico op zoönosen bestaat niet. Bij keuzes voor maatregelen moeten dan ook proportionele afwegingen worden gemaakt tussen de verschillende beleidsdoelen voor onder andere klimaat, biodiversiteit en dier- en volksgezondheid.
U noemt in relatie tot Nederland als zoönosehotspot het grote aantal transportbewegingen van mens en dier dat voortvloeit uit onze handel, doorvoer en export. Zal dit aantal transportbewegingen toenemen als gevolg van handelsverdragen?
In de Europese regelgeving zijn verschillende eisen opgenomen voor de intracommunautaire en internationale handel (invoer uit derde landen) van levende dieren die bijvoorbeeld zien op de borging van gezondheid. Het doel is om de verspreiding van dierziekten, waaronder zoönosen, bij landbouwhuisdieren (en andere dieren) te voorkomen. Vanuit het perspectief van dierenwelzijn zet Nederland zich al in voor het verminderen van lange afstandstransporten van landbouwhuisdieren. Voor de aankomende herziening van de Europese transportverordening pleit Nederland samen met een aantal gelijkgestemde lidstaten voor een verbod op lange transporten van onder andere jonge kalveren die bestemd zijn voor de kalverhouderij. De gevolgen die handelsverdragen op het aantal transportbewegingen hebben is niet bekend.
Ziet u zoönoserisico behalve als een Environmental, Social and Governance (ESG) risico ook als een puur financieel risico voor banken en verzekeraars? Antibioticaresistentie viel buiten de taakopdracht aan de Expertgroep zoönosen, die onder voorzitterschap stond van de heer Bekedam. Ziet u hierin een risico voor banken en verzekeraars?
Het onderscheid dat de PvdD-fractie maakt tussen ESG-risico’s en pure financiële risico’s voor banken en verzekeraars herken ik niet. Zoals ik aangaf in mijn eerdere beantwoording, verwacht ik in het algemeen van financiële instellingen dat zij allerhande ESG-factoren meenemen die mogelijk een materieel financieel risico vormen binnen hun leningportefeuille. Dit is de doelstelling van het prudentiële raamwerk. Risico’s worden gemitigeerd middels het prudente raamwerk waarin voldoende rekenschap dient te worden gegeven aan sectorspecifieke risico’s (zoals uitbraken met (zoönotische) ziektekiemen of antibioticaresistentie-problematiek).
Samenstelling:
Essers (CDA) (voorzitter), Prast (PvdD), Backer (D66), Ester (CU), Faber-van de Klashorst (PVV), Van Apeldoorn (SP), Van Strien (PVV), Jorritsma-Lebbink (VVD), N.J.J. van Kesteren (CDA), Schalk (SGP), Van Rooijen (50PLUS), Vos (VVD), Van Ballekom (VVD), Berkhout (Fractie-Nanninga), Crone (PvdA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Karimi (GL) (ondervoorzitter), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Otten (Fractie-Otten), Rietkerk (CDA), Rosenmöller (GL), De Boer (GL), Van der Voort (D66), Raven (OSF) en Fiers (PvdA).
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s, en tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU – COM(2021)663, E-dossier 210034 op www.europapoort.nl; Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft vereisten inzake kredietrisico, risico van aanpassing van de kredietwaardering, operationeel risico, marktrisico en de output floor – COM(2021)664, E-dossier 210035 op www.europapoort.nl en het Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/59/EU wat betreft de prudentiële behandeling van groepen van mondiaal systeemrelevante instellingen met een multiple-point-of-entry-afwikkelingsstrategie en een methodiek voor de indirecte plaatsing van voor het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva in aanmerking komende instrumenten – COM(2021)665, E-dossier 210036 op www.europapoort.nl.
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s, en tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU – COM(2021)663, E-dossier 210034 op www.europapoort.nl; Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft vereisten inzake kredietrisico, risico van aanpassing van de kredietwaardering, operationeel risico, marktrisico en de output floor – COM(2021)664, E-dossier 210035 op www.europapoort.nl en het Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 en Richtlijn 2014/59/EU wat betreft de prudentiële behandeling van groepen van mondiaal systeemrelevante instellingen met een multiple-point-of-entry-afwikkelingsstrategie en een methodiek voor de indirecte plaatsing van voor het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva in aanmerking komende instrumenten – COM(2021)665, E-dossier 210036 op www.europapoort.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36090-D.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.