36 067 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten in verband met herziening van het pensioenstelsel, standaardisering van het nabestaandenpensioen, aanpassing van de fiscale behandeling van pensioen en enige andere wijzigingen ten aanzien van pensioen (Wet toekomst pensioenen)

CW VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 18 september 2026

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitwerking van de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 7 juli 2026.

  • • De antwoordbrief van 18 september 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 7 juli 2026

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met waardering kennisgenomen van uw brief met betrekking tot de beantwoording van de vragen over de uitwerking van de motie Oomen-Ruijten over de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen.2 De leden van de CDA-fractie, gezamenlijk met het lid van de fractie OPNL willen hier een aantal nadere vragen over stellen. Het lid van de fractie-Van-Gasteren sluit zich graag aan bij deze vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van CDA en het lid van de fractie OPNL

De leden van de CDA-fractie en het lid van de fractie OPNL constateren dat in de brief uitgebreid wordt ingegaan op zes maatregelen die erop gericht zijn dat in geval van overlijden van een pensioendeelnemer vóór pensioendatum de nabestaanden zo maximaal mogelijk in de gelegenheid worden gesteld de pensioenregeling vrijwillig voort te zetten. Een automatische voortzetting is immers blijkbaar niet mogelijk.3

Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel verdient deze problematiek extra aandacht.

  • 1. Deze leden blijven graag op de hoogte van de voortgang op de geschetste maatregelen, en vragen derhalve om een aparte brief over de stand van zaken in december 2026 én mei 2027.

  • 2. Kunt u toezeggen dat na mei 2027 in de periodieke rapportages over de invoering van het nieuwe pensioenstelsel aandacht wordt besteed aan het aantal nabestaanden dat wel of niet gebruik maakt van de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting?

De leden van de CDA-fractie hebben gevraagd om een sectorbrede coulance-regeling.4 De Minister meldt dat vele pensioenfondsen bezig zijn met het opstellen van reglementen in die geest.5 Om een woordenspel te vermijden stellen de aan het woord zijnde leden nog een vervolgvraag.

  • 3. Beschouwt u de afzonderlijke inspanningen van diverse pensioenfondsen om coulance-maatregelen te nemen als de door de Eerste Kamer gevraagde sectorbrede coulanceregeling? Bent u bereid om met de pensioensector desgewenst aanvullende afspraken te maken?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. van Gurp

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2026

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de nadere vragen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in de brief van 7 juli 2026 over de uitwerking van de vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen (kenmerk 181750). Vanwege het zomerreces was het niet mogelijk om zoals verzocht te reageren binnen vier weken.

Ik ben erkentelijk voor de getoonde belangstelling en de vervolgvragen van de leden van de fractie CDA en het lid van de fractie OPNL en het lid van de fractie-Van Gasteren die zich graag aansluit bij deze vragen. In deze brief beantwoord ik de gestelde vragen. De oorspronkelijke tekst van de nadere vragen is integraal overgenomen en cursief weergegeven. Na de passages met de vragen volgt telkens de reactie.

De leden van de CDA-fractie en het lid van de fractie OPNL constateren dat in de brief uitgebreid wordt ingegaan op zes maatregelen die erop gericht zijn dat in geval van overlijden van een pensioendeelnemer vóór pensioendatum de nabestaanden zo maximaal mogelijk in de gelegenheid worden gesteld de pensioenregeling vrijwillig voort te zetten. Een automatische voortzetting is immers blijkbaar niet mogelijk.6 Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel verdient deze problematiek extra aandacht.

1. Deze leden blijven graag op de hoogte van de voortgang op de geschetste maatregelen, en vragen derhalve om een aparte brief over de stand van zaken in december 2026 én mei 2027.

Antwoord

Het nabestaandenpensioen is een belangrijk onderdeel van de pensioenregeling en heeft als doel om de nabestaanden van een overleden werknemer financieel te ondersteunen.

De urgentie en het belang van dit onderwerp deel ik met de leden van de CDA-fractie en het lid van de fractie OPNL.

Ik zeg de kamer toe per brief te informeren over de stand van zaken van de genoemde zes maatregelen en deze brief in december 2026 én mei 2027 te doen toekomen.

2. Kunt u toezeggen dat na mei 2027 in de periodieke rapportages over de invoering van het nieuwe pensioenstelsel aandacht wordt besteed aan het aantal nabestaanden dat wel of niet gebruik maakt van de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting?

Antwoord

Als ik de vraag mag interpreteren als een verzoek om te monitoren hoeveel gewezen deelnemers wel of niet gebruik maken van de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen, dan kan ik dat de Kamer toezeggen. Vanaf mei 2027 zullen deze gegevens jaarlijks worden meegenomen in de periodieke rapportages over de invoering van het nieuwe pensioenstelsel, gedurende de looptijd van deze rapportages.

Verder is in een eerder aangenomen motie van de leden Ceder (CU) en Stoffer (SGP) de regering verzocht om de nieuwe vormgeving van het nabestaandenpensioen te evalueren en de totstandkoming van de nieuwe pensioenregeling van het nabestaandenpensioen door sociale partners nauwgezet te monitoren.7 In het kader van deze motie zal de uitvraag over het nabestaandenpensioen vanaf de voortgangsrapportage van de zomer van 2027 uitgebreid worden met vragen over de vrijwillige voortzetting. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de duur van de standaard uitloopperiode en op welke wijze de deelnemer geïnformeerd wordt over de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen.

De leden van de CDA-fractie hebben gevraagd om een sectorbrede coulance-regeling.8 De Minister meldt dat vele pensioenfondsen bezig zijn met het opstellen van reglementen in die geest.9 Om een woordenspel te vermijden, stellen deze fracties nog een vervolgvraag.

3. Beschouwt u de afzonderlijke inspanningen van diverse pensioenfondsen om coulance-maatregelen te nemen als de door de Eerste Kamer gevraagde sectorbrede coulanceregeling? Bent u bereid om met de pensioensector desgewenst aanvullende afspraken te maken?

Antwoord

Als maatregel is een sectorbrede regeling onderzocht om de groep onbedoeld onverzekerden zoveel mogelijk te beperken. Mijn ministerie heeft zich samen met de Pensioenfederatie ingespannen om een sectorbrede coulanceregeling bij pensioenfondsen te bewerkstelligen. Ik beschouw de algemene werkwijze voor beperking van het aantal onbedoeld onverzekerden die de Pensioenfederatie voor haar leden vastlegt en uitdraagt aan haar leden, als invulling van de door de Eerste Kamer gevraagde sectorbrede coulanceregeling.

De algemene werkwijze van pensioenfondsen voorziet in een dekking bij overlijden van de gewezen deelnemer die gedurende de keuzetermijn nog geen keuze heeft gemaakt of wanneer er nog geen aanbod is gedaan. In die situatie zal het pensioenfonds (na onderzoek) overgaan tot uitkering van het partnerpensioen alsof er wel een dekking zou zijn geweest.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (PRO), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (PRO) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (PRO), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (PRO), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CR.

X Noot
3

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CP.

X Noot
4

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CP, p.2.

X Noot
5

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CP, p.4.

X Noot
6

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CP.

X Noot
7

Kamerstukken II, 2021/2022, 36 067, nr. 158.

X Noot
8

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CP, p. 2.

X Noot
9

Kamerstukken I, 2025/2026, 36 067, CP, p. 4.

Naar boven