36 067 Wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten in verband met herziening van het pensioenstelsel, standaardisering van het nabestaandenpensioen, aanpassing van de fiscale behandeling van pensioen en enige andere wijzigingen ten aanzien van pensioen (Wet toekomst pensioenen)

CR VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 juni 2026

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de Stand van zaken betreffende vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • De uitgaande brief van 17 februari 2026.

  • De antwoordbrief van 8 juni 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Den Haag, 17 februari 2026

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief met betrekking tot de stand van zaken van de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen2, mede naar aanleiding van de Motie-Oomen-Ruijten c.s. over dit onderwerp.3 De leden van de CDA-fractie hebben enkele aanvullende vragen. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB, 50PLUS, OPNL, fractie-Walenkamp, en fractie-Beukering sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de CDA-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie CDA

U stelt in uw brief dat de voordelen van de in Motie-Oomen-Ruijten c.s. voorgestelde automatische voortzetting van het vrijwillige partnerpensioen met opt-out niet opwegen tegen de nadelen, omdat het voorkomen van onbewust onverzekerden onvermijdelijk leidt tot een grotere groep onbedoeld oververzekerden met gevolgen voor de hoogte van het pensioen.4 In uw brief zet u een aantal mogelijke maatregelen op een rij die tegemoetkomen aan de bezwaren. De leden van de CDA-fractie denken inderdaad dat al deze mogelijke maatregelen een goede bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de problematiek, waarmee de groep van onbedoeld onverzekerden zal afnemen. Uit uw brief is volgens voornoemde leden echter niet meteen helder welke maatregelen daadwerkelijk zijn genomen of welke maatregelen opties zijn. Waar sprake is van «veel pensioenfondsen»5, roept dit de vraag op of dit een substantieel deel van de fondsen en verzekerden betreft, of een minderheid? De leden van de CDA-fractie vragen zich daarbij af of de genoemde mogelijkheden bijvoorbeeld verankerd kunnen worden in een convenant of afsprakenbrief met de sector.

Daarnaast geeft u aan dit voorjaar te komen met nadere informatie over een mogelijke sectorbrede coulanceregeling.6 Voor de leden van de CDA-fractie is de totstandkoming van een dergelijke regeling een essentieel onderdeel van de oplossing. Mogen voornoemde leden uit de laatste passage van uw brief opmaken dat dit tevens uw standpunt is en daarmee ook inzet van het kabinetsbeleid?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken.

Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, R. van Gurp

BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2026

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in de brief van 17 februari 2026 over de stand van zaken betreffende vrijwillige voortzetting nabestaandenpensioen. Vanwege de afstemming met de uitvoeringspraktijk en de voorbereiding op nieuwe regelgeving was het niet mogelijk om zoals verzocht te reageren binnen vier weken. In deze brief beantwoord ik de gestelde vragen. De inbreng van de leden van de fractie CDA is in cursief opgenomen, waarbij de vragen genummerd zijn met het oog op een overzichtelijke beantwoording. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, BBB, 50PLUS, OPNL, fractie-Walenkamp, en fractie-Beukering sluiten zich aan bij de vragen van de leden van de CDA-fractie.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie CDA

Vraag 1

In uw brief zet u een aantal mogelijke maatregelen op een rij die tegemoetkomen aan de bezwaren. De leden van de CDA-fractie denken inderdaad dat al deze mogelijke maatregelen een goede bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de problematiek, waarmee de groep van onbedoeld onverzekerden zal afnemen. Uit uw brief is volgens voornoemde leden echter niet meteen helder welke maatregelen daadwerkelijk zijn genomen of welke maatregelen opties zijn.

In de kamerbrief van 17 december 2025 is uw kamer geïnformeerd over zes mogelijke maatregelen om (gewezen) deelnemers te helpen en te stimuleren om weloverwogen keuzes te maken inzake vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen. Hierna volgt per maatregel de stand van zaken.

  • 1. Stop- en herhalingsbrief

    Deze maatregel is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere uitwerking in regelgeving. Het doel van de stopbrief is dat de gewezen deelnemer informatie ontvangt die specifiek in het kader van de beëindiging relevant is. Daarmee wordt de gewezen deelnemer ook op de hoogte gesteld van de mogelijkheid om de dekking voor het nabestaandenpensioen vrijwillig voort te zetten.

    In het Ontwerpbesluit toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen (hierna: Ontwerpbesluit), dat binnenkort ter consultatie wordt voorgelegd, wordt de stopbrief uitgebreid met de relevante kwalitatieve informatie over de vrijwillige voortzetting. Hierbij is het belangrijk dat de gewezen deelnemer begrijpt wanneer, binnen welke de termijn en de wijze waarop hij/zij kenbaar kan maken van de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen gebruik te willen maken. Met deze informatie kan de gewezen deelnemer een goede afweging maken over de vrijwillige voortzetting van de risicodekking van het nabestaandenpensioen.

    De herhalingsbrieven zorgen ervoor dat de gewezen deelnemer belangrijke informatie opnieuw krijgt. Deze informatie verhoogt de kans dat de gewezen deelnemers actie onderneemt en/of tijdig reageert. In de toelichting van het Ontwerpbesluit zal hier ook aandacht aan worden gegeven.

  • 2. Startbrief

    Deelnemers ontvangen bij de start van een nieuwe baan en het starten met een pensioenregeling een startbrief van hun pensioenuitvoerder. De pensioenuitvoerder informeert over de belangrijkste kenmerken van de nieuwe pensioenregeling, de uitvoering van de pensioenregeling en over keuzemogelijkheden waarvoor een actie van de (gewezen) deelnemer wordt verwacht. Om de bewustwording over de keuzemogelijkheid van vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen te vergroten, wordt voorgesteld om de informatie in de startbrief uit te breiden.

    Deze maatregel is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere uitwerking in regelgeving. In het Ontwerpbesluit wordt geregeld dat de uitvoerder informatie verstrekt over een eventuele samenloop van het nabestaandenpensioen bij een vorige pensioenuitvoerder. Door de toevoeging van een mogelijke samenloop van het nabestaandenpensioen wordt de deelnemer geactiveerd om bij de voorgaande uitvoerder informatie op vragen. Deze maatregel draagt eraan bij om de bewustwording van het nabestaandenpensioen en de keuzemogelijkheden te verhogen en wordt wettelijk geregeld.

  • 3. Informatie en melding bij geen actieve pensioenopbouw op mijnpensioenoverzicht.nl

    Sinds eind maart 2026 verschijnt een notificatie met aanvullende informatie op mijnpensioenoverzicht.nl (MPO) wanneer een persoon inlogt en hij of zij op dat moment geen actieve pensioenopbouw heeft. Hierin wordt de persoon erop gewezen hij of zij mogelijk geen nabestaandenpensioen heeft en dat dit eventueel bij een vorige pensioenuitvoerder voortgezet kan worden. Stichting Pensioenregister (SPR) heeft dit voorstel spoedig weten te realiseren en dit draagt tevens bij aan de bewustwording voor de groep onbewust on(der)verzekerden.

  • 4. Gegevensuitwisseling via Stichting Pensioenregister (SPR)

    Uit de gesprekken met SPR blijkt dat het technisch mogelijk is om een systeem te bouwen waarbij de oude pensioenuitvoerder sneller op de hoogte is van een nieuw dienstverband met een pensioenregeling. Op deze manier kan de oude pensioenuitvoerder op een passend moment de gewezen deelnemer wijzen op de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen of erop wijzen dat deze de vrijwillige voortzetting eventueel stopgezet kan worden om oververzekering te voorkomen.

    Momenteel wordt in kaart gebracht wat de meerwaarde is van een dergelijke functionaliteit van SPR ten opzichte van de verbeterde gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders en het UWV. Mijn ministerie blijft in gesprek met Stichting Pensioenregister, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars om een dergelijke functionaliteit in de toekomst mogelijk te maken.

  • 5. Gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerder en UWV

    Als vijfde maatregel is gekeken naar de gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders en UWV. Pensioenuitvoerders kunnen gebruik maken van de gegevensuitwisseling tussen hen en het UWV om het passende moment te bepalen waarop de keuze van vrijwillige voortzetting wordt voorgelegd.

    Ter realisatie van de benodigde gegevensuitwisseling worden gegevens opgehaald uit twee databronnen: de Loonaangifteketen en de interne gegevensset (claimsystemen). Voor het inrichten van deze gegevensuitwisseling zijn twee trajecten opgestart. Het UWV heeft het proces voor gegevensuitwisseling vanuit de Loonaangifteketen succesvol afgerond en uitvoerders kunnen gebruikmaken van de beschikbare informatie. Pensioenuitvoerders dienen hiervoor zelf een gebruikersovereenkomst af te sluiten met het UWV. De gegevens uit de loonaangifteketen zijn voor pensioenuitvoerders een goed hulpmiddel bij het informeren over het aanbod voor vrijwillige voortzetting. Momenteel is UWV bezig met het mogelijk maken van gegevensuitwisseling vanuit de eigen claimsystemen (WTP-Product). Het nieuwe product met data vanuit de claimsystemen is in ontwikkeling en is naar verwachting begin volgend jaar operationeel.

  • 6. Dekking nabestaandenpensioen voor onbedoeld onverzekerden

    Als zesde maatregel is een sectorbrede regeling onderzocht om de groep onbedoeld onverzekerden zoveel mogelijk te beperken. Na overleg tussen mijn ministerie en de Pensioenfederatie kan ik melden dat de Pensioenfederatie een algemene werkwijze voor beperking van het aantal onbedoeld onverzekerden zal vastleggen en uitdragen aan haar leden. De algemene werkwijze voorziet in een dekking bij overlijden van de gewezen deelnemer die gedurende de keuzetermijn nog geen keuze heeft gemaakt of wanneer er nog geen aanbod gedaan is. In die situatie zal het pensioenfonds (na onderzoek) overgaan tot uitkering van het partnerpensioen alsof er wel een dekking zou zijn geweest. Het document zal zeer spoedig worden gepubliceerd voor haar leden. Na de publicatie zal de Pensioenfederatie de algemene werkwijze sectorbreed onder de aandacht brengen via een nieuwsbrief en een kennissessie. Met de Pensioenfederatie wordt vinger aan de pols gehouden met betrekking tot de implementatie van deze algemene werkwijze. Ook zal via de Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP) gemonitord worden of er klachten zijn met betrekking tot onbedoeld onverzekerden. Op die manier kan bezien worden of een aanvullende actie is vereist.

    Het Verbond van Verzekeraars onderschrijft het belang van het voorkomen van onbedoelde onverzekerdheid ook en zet zich in voor een effectieve aanpak. Het Verbond van Verzekeraars beziet momenteel of en zo ja hoe een gezamenlijke invulling kan worden gegeven.

    Via gesprekken op regelmatige basis met het Verbond van Verzekeraars wordt vinger aan de pols gehouden met betrekking tot de voortgang en de eventuele te nemen vervolgstappen.

Vraag 2

Waar sprake is van «veel pensioenfondsen»,7 roept dit de vraag op of dit een substantieel deel van de fondsen en verzekerden betreft, of een minderheid?

In de Kamerbrief van 17 december 2025 wordt aangegeven dat veel pensioenfondsen volgens de Pensioenfederatie een coulanceregeling hanteren of een beroep op de hardheidsclausule mogelijk maken bij overlijden van de gewezen deelnemer die gedurende de keuzetermijn nog geen keuze heeft gemaakt of wanneer er nog geen aanbod is gedaan.

Het gaat hierbij om een groot deel van de pensioenfondsen die overgestapt is naar het nieuwe pensioenstelsel en daarmee een substantieel deel van de (gewezen) deelnemers. Er zijn per april 2026 in totaal 32 pensioenfondsen/-kringen overgestapt en ingevaren naar de nieuwe regeling. Deze 32 pensioenfondsen/-kringen vertegenwoordigen ruim 10 miljoen gepensioneerden en (gewezen) deelnemers die over zijn naar het nieuwe stelsel.8

Vraag 3

De leden van de CDA-fractie vragen zich daarbij af of de genoemde mogelijkheden bijvoorbeeld verankerd kunnen worden in een convenant of afsprakenbrief met de sector.

Elk van de genoemde maatregelen uit de Kamerbrief van 17 december 2025 kent een eigen uitwerking en implementatie. Deze aanpak is in afstemming met uitvoeringspartijen tot stand gekomen. Uitvoerders hebben daarbij aangegeven het doel en de verschillende maatregelen te onderschrijven. Op basis daarvan zijn verschillende maatregelen uitgewerkt en worden tot uitvoering gebracht. Mijn ministerie zal samen met de uitvoeringspartijen de voortgang van de implementatie van de overeengekomen maatregelen monitoren. In mijn beantwoording van vraag 1 heb ik uitgebreid stilgestaan bij de implementatie van de zes maatregelen.

Vraag 4

Daarnaast geeft u aan dit voorjaar te komen met nadere informatie over een mogelijke sector brede coulanceregeling. Voor de leden van de CDA-fractie is de totstandkoming van een dergelijke regeling een essentieel onderdeel van de oplossing. Mogen voornoemde leden uit de laatste passage van uw brief opmaken dat dit tevens uw standpunt is en daarmee ook inzet van het kabinetsbeleid?

In de gesprekken met de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars is het belang van het voorkomen van onbedoelde onverzekerdheid onderstreept. Hierbij kan ik melden dat er een algemene werkwijze voor pensioenfondsen wordt vastgelegd en elke verzekeraar heeft afzonderlijk een praktische invulling gegeven, gericht op het hetzelfde doel. Ik ben me ervan bewust dat dit een belangrijke kwestie is en daarom heb ik in mijn antwoord op vraag 1 uitgebreid stilgestaan bij alle aspecten die hierbij komen kijken.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL

X Noot
3

Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, AS

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 4

X Noot
5

Bijvoorbeeld op: Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 7

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 8

X Noot
7

Bijvoorbeeld op: Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 7

X Noot
8

Kamerstukken I, 2025/26, 36 067, nr. CM en Kwartaalupdate voortgang transitie eerste kwartaal 2026 van DNB.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Bakker-Klein (CDA), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bezaan (PVV), Bovens (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Griffioen (D66), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Koffeman (PvdD), Lagas (BBB), Van der Linden (VVD), Moonen (D66) (ondervoorzitter), Van den Oetelaar (FVD), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp), Van Wijk (BBB)

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL

X Noot
3

Kamerstukken I, 2022/2023, 36 067, AS

X Noot
4

Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 4

X Noot
5

Bijvoorbeeld op: Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 7

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 8

X Noot
7

Bijvoorbeeld op: Kamerstukken I 2025/2026, 36 067, CL, pag. 7

X Noot
8

Kamerstukken I, 2025/26, 36 067, nr. CM en Kwartaalupdate voortgang transitie eerste kwartaal 2026 van DNB.

Naar boven