Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36067 nr. CP |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36067 nr. CP |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juni 2026
Op 17 december 2025 is uw Kamer geïnformeerd over het vrijwillig voortzetten van het nabestaandenpensioen.1 Om de groep onbedoeld onverzekerden voor het nabestaandenpensioen te verminderen, zijn er destijds zes mogelijke maatregelen onderzocht. De onderzochte maatregelen dragen bij om de groep onbedoeld onverzekerden te beperken, waarbij de groep onbewust oververzekerden ook niet zal toenemen. In deze brief informeer ik uw Kamer over de implementatie van de maatregelen.
In het eerste deel van deze Kamerbrief wordt een korte schets gegeven van het nabestaandenpensioen vóór pensioendatum. In het tweede deel volgt een nadere uitwerking van de zes mogelijke maatregelen.
Het nabestaandenpensioen (partner- dan wel wezenpensioen) is een belangrijk onderdeel van de pensioenregeling, welke bijdraagt aan de bestaanszekerheid van nabestaanden na het overlijden van de (gewezen) deelnemer. Een overlijden van een naaste is een persoonlijk verlies voor de nabestaanden. Voor nabestaanden is het juist van belang dat er in moeilijke, persoonlijke omstandigheden financiële zekerheid is. Daarom is het nabestaandenpensioen in de Wet toekomst pensioenen (Wtp) gewijzigd met als doel om ervoor te zorgen dat het nabestaandenpensioen meer wordt gestandaardiseerd, adequater en begrijpelijker wordt en dat de risico’s voor nabestaanden worden verkleind.2 Het nabestaandenpensioen in de Wtp is vormgegeven door uniformering van het partnerbegrip, de verbetering van het wezenpensioen, het partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum op opbouwbasis en het partnerpensioen bij overlijden vóór pensioendatum enkel nog op risicobasis toe te staan. Ook zijn het partnerpensioen vóór pensioendatum en het wezenpensioen een percentage van het pensioengevend salaris3 en diensttijdonafhankelijk.
Bij het nabestaandenpensioen vóór pensioendatum geldt het volgende: op het moment dat niet langer sprake is van deelnemerschap in de pensioenregeling vervalt de standaarddekking. Om het risico te verkleinen dat iemand die tussen twee dienstverbanden in zit of iemand die werkloos of zelfstandige wordt, tijdelijk geen of een lagere dekking voor partnerpensioen heeft, is in het nieuwe pensioenstelsel een aantal waarborgen opgenomen. Zo is een verplichte dekking van het nabestaandenpensioen na einde dienstverband geïntroduceerd4 en wordt na afloop daarvan de mogelijkheid van vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen aangeboden.5
De afgelopen periode heeft mijn ministerie de zes voorgestelde maatregelen uit de Kamerbrief van 17 december 2025 verder uitgewerkt in samenspraak met uitvoeringspartijen. Hieronder volgt de actuele stand van zaken van deze zes maatregelen.
Bij de beëindiging van de deelname aan een pensioenregeling ontvangt de deelnemer van de pensioenuitvoerder informatie die voor de deelnemer specifiek in het kader van de beëindiging relevant is.6 In de praktijk wordt dit vaak een stopbrief genoemd.7 De keuze voor vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen na einde deelname is aan de orde na afloop van de verplichte voorzettingsperiode of na de voortzetting van de risicodekking gedurende de Werkloosheidswet- of Ziektewetperiode.
De stop- en herhalingsbrieven zijn laagdrempelige manieren om de bewustwording van (keuzes bij) het nabestaandenpensioen te verhogen. In de stopbrief kunnen pensioenuitvoerders de keuze voor vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen voorleggen aan de gewezen deelnemer. Het doel van de stopbrief is onder andere dat de gewezen deelnemer op de hoogte is van de keuzemogelijkheid om de dekking voor het nabestaandenpensioen vrijwillig voor te zetten en zich bewust is van de risico’s na afloop van de verplichte voortzettingsperiode.
Deze maatregel is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere uitwerking in regelgeving.8 Het wordt wettelijk verplicht om de volgende informatie in de stopbrief op te nemen. De stopbrief wordt uitgebreid met de relevante kwalitatieve informatie over het vrijwillig voortzetten van het nabestaandenpensioen. Hierdoor kan de gewezen deelnemer een goede afweging maken. Belangrijke aspecten daarbij zijn dat de gewezen deelnemer begrijpt wanneer, binnen welke termijn en de wijze waarop hij/zij gebruik kan maken van de keuze voor vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen.9
Pensioenuitvoerders hebben de mogelijkheid om naast de stopbrief ook een herhalingsbrief te versturen om de gewezen deelnemer te attenderen op het keuzerecht voor vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen. Door deze herhalingsbrief krijgt de gewezen deelnemer belangrijke informatie opnieuw. Dit verhoogt de kans dat de gewezen deelnemer actie onderneemt en/of tijdig reageert. Dit is tevens relevant voor gewezen deelnemers die een uitkering ingevolgde de Werkloosheids- of Ziektewet ontvangen. Voor hen kan de dekking namelijk doorlopen tot maximaal twee jaar per uitkering. Pensioenuitvoerders hebben ook de mogelijkheid om bij de herhalingsbrief een responsformulier toe te voegen, waarbij de gewezen deelnemer kan aangeven of hij het keuzerecht van vrijwillige voortzetting wel of niet accepteert. Ook bij het gebruik van een responsformulier is de keuzebegeleidingsnorm van toepassing.10 De pensioenuitvoerder moet de deelnemer in staat stellen een passende keuze te maken door de deelnemer op een adequate wijze begeleiden bij het maken van deze keuze en een keuzeomgeving in te richten. Daarbij moet de pensioenuitvoerder bevorderen dat de informatie inzicht geeft in de gevolgen van de keuze op het pensioen.
De maatregel «herhalingsbrief» is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere uitwerking in regelgeving. In de toelichting van het Ontwerpbesluit zal aandacht worden besteed aan de herhalingsbrief en een responsformulier (acceptatie/afwijzen van vrijwillig voortzetten).
Bij de start van een nieuw dienstverband én deelname aan een pensioenregeling krijgt de deelnemer een startbrief van de pensioenuitvoerder. In de startbrief ontvangt de deelnemer informatie van de pensioenuitvoerder over de belangrijkste kenmerken van de nieuwe pensioenregeling, de uitvoering van de pensioenregeling en over keuzemogelijkheden waarvoor een actie van de (gewezen) werknemer wordt verwacht. In de huidige wet- en regelgeving11 moet de uitvoerder bij de start van de deelname reeds informatie verstrekken over de keuzemogelijkheden van de (gewezen) deelnemer waarin de pensioenregeling voorziet. Hieronder valt informatie over vrijwillig voortzetting van het partnerpensioen.
In het Ontwerpbesluit wordt hieraan toegevoegd dat de pensioenuitvoerder informatie verstrekt over een eventuele samenloop van het nabestaandenpensioen bij een vorige pensioenuitvoerder. Daarbij wordt gewezen op de mogelijkheid om hierover informatie op te vragen bij een voorgaande uitvoerder. De werknemer kan een voorgaande uitvoerder in ieder geval vinden op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Door de toevoeging van een mogelijke samenloop van het nabestaandenpensioen wordt de deelnemer ook via dit instrument geactiveerd om bij een voorgaande uitvoerder informatie op te vragen. Op deze wijze kan een eventuele vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen bij een voorgaande uitvoerder door de deelnemer worden stopgezet. De financiering voor de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen komt ten laste van het pensioenvermogen van de gewezen deelnemer.
Deze maatregel is inmiddels opgepakt en bevindt zich momenteel in de fase van nadere uitwerking in regelgeving. Het wordt wettelijk verplicht om deze informatie in de startbrief op te nemen. Het vermelden van de keuzemogelijkheid van vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen als ook de vermelding van een eventuele samenloop van het nabestaandenpensioen dragen bij aan een laagdrempelige manier om de bewustwording van (keuzes bij) het nabestaandenpensioen te verhogen.12
Naast het vergroten van de bewustwording over de keuze van vrijwillige voortzetting via start-, stop- en herhalingsbrieven, kan er ook ingezet worden op andere kanalen. Een van de mogelijkheden is een notificatie op mijnpensioenoverzicht.nl (MPO) in het geval dat een persoon niet actief pensioen opbouwt. Hierin wordt de persoon erop gewezen dat hij of zij mogelijk geen nabestaandenpensioen heeft en dat dit eventueel bij een vorige pensioenuitvoerder voortgezet kan worden. Om de notificatie zo beknopt mogelijk te houden, kan de persoon doorklikken om meer informatie te ontvangen.
Sinds eind maart 2026 verschijnt een dergelijke notificatie met aanvullende informatie op MPO wanneer de persoon inlogt en dit voor hem of haar van toepassing is. Ik ben Stichting Pensioenregister (SPR) zeer erkentelijk dat zij dit spoedig hebben weten te realiseren. Dit draagt bij aan de bewustwording voor de groep onbewust on(der)verzekerden.
Als vierde maatregel is geïnventariseerd of het mogelijk is om via een functionaliteit van SPR de oude pensioenuitvoerder te kunnen notificeren wanneer de deelnemer bij een andere pensioenuitvoerder actieve pensioenopbouw heeft. SPR heeft in de gesprekken met het ministerie aangegeven dat dit technisch mogelijk is. Deze functionaliteit dient ervoor te zorgen dat de oude pensioenuitvoerder sneller op de hoogte is van opbouw in een nieuwe pensioenregeling. Op deze manier kan de oude pensioenuitvoerder op een passend moment de gewezen deelnemer wijzen op de vrijwillige voortzetting van het nabestaandenpensioen.
Om deze functionaliteit goed te laten werken, is het van belang dat pensioenuitvoerders tijdig aan SPR doorgeven wanneer deelname aan een pensioenregeling aanvangt en wordt beëindigd. De werkgever geeft deze informatie door aan de pensioenuitvoerder. Pensioenuitvoerders dienen deze informatie binnen 4 maanden nadat deze is verwerkt in hun eigen administratie door te geven aan SPR. Momenteel actualiseert 4 op de 10 pensioenuitvoerders binnen 1 maand de lijst met (gewezen) deelnemers via de Verwijsindex.13 De overige pensioenuitvoerders werken hun gegevens op kwartaalbasis bij. Dit leidt ertoe dat momenteel binnen twee tot maximaal zes maanden na uitdiensttreding, de relevante gegevens beschikbaar zijn in mijnpensioenoverzicht.nl voor de pensioenuitvoerder. Als het dienstverband niet aansluitend is of de werkgever de pensioenuitvoerder later informeert, dan kan deze termijn langer zijn. Dit hangt onder meer af van hoe snel de oude en nieuwe werkgever de administratieve wijzigingen doorgeven aan de pensioenuitvoerder en vervolgens de termijnen die pensioenuitvoerders hanteren voor de informatieaanlevering aan MPO. De termijn van twee tot maximaal zes maanden waarbij de informatie beschikbaar komt bij MPO is hiermee niet altijd passend om de gewezen deelnemer te informeren over de keuze voor vrijwillige voortzetting van het partnerpensioen. De keuzetermijn bij de oude uitvoerder zal dan al verstreken zijn. Mijn ministerie blijft in gesprek met SPR en pensioenuitvoerders om te bevorderen dat door meer uitvoerders een snellere aanlevertermijn wordt gedaan. Voor hen geldt dat het aanpassen van de aanleverfrequentie van gegevens tijdens de transitie niet uitvoerbaar is vanwege het beslag op de IT-capaciteit.
Verder wordt momenteel in kaart gebracht wat de meerwaarde is van een dergelijke functionaliteit van SPR ten opzichte van de verbeterde gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders en het UWV. Pensioenuitvoerders zijn volop bezig met de transitie en alle capaciteit is daarop gericht. Mijn ministerie blijft in gesprek met Stichting Pensioenregister, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars om een dergelijke functionaliteit in de toekomst mogelijk te maken.
Als vijfde maatregel is gekeken naar de gegevensuitwisseling tussen pensioenuitvoerders en het UWV. Pensioenuitvoerders kunnen gebruik maken van de gegevensuitwisseling tussen hen en het UWV om het passende moment te bepalen waarop het aanbod van of de keuze van vrijwillige voortzetting wordt voorgelegd. De gegevensuitwisseling is hiervoor een goed instrument.
Sinds de Kamerbrief van 17 december 2025 heeft mijn ministerie vinger aan de pols gehouden met betrekking tot de voortgang van de geautomatiseerde gegevensuitwisseling. Het UWV heeft het proces voor gegevensuitwisseling vanuit de Loonaangifteketen succesvol afgerond. De loonaangifteketen bevat onder meer gegevens over de datum van een aanvang van een inkomstenopgave, een sectorindeling en het ontvangen van een uitkering. Deze gegevens worden geautomatiseerd beschikbaar gesteld aan pensioenuitvoerders (afnemers) die een gebruikersovereenkomst hebben afgesloten met het UWV.
Momenteel is het UWV bezig met een vervolgproduct (WTP-Product), waarbij ook gegevensuitwisseling vanuit de eigen claimsystemen mogelijk wordt. Bij dit product wordt het ontvangen van uitkering uitgebreid met informatie over de (maximale) duur van de Werkloosheids- en Ziektewetuitkering, en informatie over gedeeltelijke werkhervatting. Naar verwachting wordt dit vervolgproduct begin volgend jaar operationeel. In de tussentijd dienen pensioenuitvoerders op een andere wijze te borgen dat deelnemers die dit betreft tijdig de keuze voor vrijwillige voortzetting aangeboden krijgen, rekening houdend met een keuzetermijn en het uitgangspunt dat deelnemers niet onbedoeld ongedekt zijn. Pensioenuitvoerders hebben hiervoor reeds een passende werkwijze ontwikkeld.
Het is niet wettelijk voorgeschreven dat uitvoerders gebruikmaken van de gegevensuitwisseling met het UWV. Pensioenuitvoerders dienen hiervoor zelf een gebruikersovereenkomst af te sluiten met het UWV. Er zijn inmiddels vijftien pensioenuitvoerders die een gebruikersovereenkomst hebben ondertekend of zeer binnenkort zullen ondertekenen en drie pensioenuitvoerders waarvan één aanvraag in behandeling is.14 De pensioenuitvoeringsorganisaties gaven bij het UWV aan dat het ontwikkelde product op basis van loonaangiftegegevens voldoet aan de verwachtingen. Ik ben blij dat dit is gelukt en wil UWV bedanken voor de inzet die ze hebben getoond om dit mogelijk te maken.
De informatie kan pensioenuitvoerders helpen om te bepalen wanneer ze het aanbod of de keuze voor vrijwillige voortzetting aan de gewezen deelnemers moeten voorleggen. Ik roep de overige pensioenuitvoerders op om ook gebruik te maken van de gegevensuitwisseling met het UWV. In alle gevallen is het de verantwoordelijkheid van pensioenuitvoerders om deze keuze tijdig aan deelnemers voor te leggen.
Als laatste maatregel is een sectorbrede regeling onderzocht om de groep onbedoeld onverzekerden zoveel mogelijk te beperken. Na overleg tussen mijn ministerie en de Pensioenfederatie kan ik melden dat de Pensioenfederatie een algemene werkwijze voor beperking van het aantal onbedoeld onverzekerden zal vastleggen en uitdragen aan haar leden. De algemene werkwijze voorziet in een dekking bij overlijden van de gewezen deelnemer die gedurende de keuzetermijn nog geen keuze heeft gemaakt of wanneer er nog geen aanbod is gedaan. In die situatie zal het pensioenfonds (na onderzoek) overgaan tot uitkering van het partnerpensioen alsof er wel een dekking zou zijn geweest. De algemene werkwijze zal binnenkort worden gepubliceerd voor haar leden. Na de publicatie zal de Pensioenfederatie dit sectorbreed onder de aandacht brengen via een nieuwsbrief en een kennissessie. In overleg met de Pensioenfederatie wordt vinger aan de pols gehouden met betrekking tot de implementatie van deze algemene werkwijze. Ook zal via de Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP) gemonitord worden of er klachten zijn met betrekking tot onbedoeld onverzekerden. Op die manier kan bezien worden of een aanvullende actie is vereist.
Het Verbond van Verzekeraars onderschrijft het belang van het beperken van onbedoelde onverzekerdheid ook en zet zich in voor een effectieve aanpak. Het Verbond van Verzekeraars beziet momenteel of en zo ja hoe een gezamenlijke invulling kan worden gegeven. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is bereid om een eventuele self-assessment over de mededingingsrechtelijke ruimte voor verzekeraars te toetsen.
De ACM geeft – hoewel zij hier geen onderzoek naar heeft gedaan – in algemene zin aan dat bezwaren kunnen worden vermeden als de voordelen van de afspraken terecht komen bij een kwetsbare groep, deze groep beperkt van omvang is, er daarnaast tussen verzekeraars geen onderlinge concurrentie plaatsvindt over deze groep personen en de hoogte van het nabestaandenpensioen door een gezamenlijke werkwijze niet wijzigt.
Via gesprekken op regelmatige basis met het Verbond van Verzekeraars wordt vinger aan de pols gehouden met betrekking tot de voortgang en de eventuele te nemen vervolgstappen.
Het nabestaandenpensioen is een belangrijk onderdeel van de pensioenregeling, welke bijdraagt aan de bestaanszekerheid van nabestaanden na het overlijden van de (gewezen) deelnemer. De onderzochte en uitgewerkte maatregelen dragen bij om de groep onbedoeld onverzekerden te beperken, terwijl de groep onbewust oververzekerden ook niet zal toenemen.
De eerste twee maatregelen worden opgepakt via wetgeving. De derde maatregel is sinds eind maart 2026 operationeel. Op het moment dat er ontwikkelingen zijn met betrekking tot de overige maatregelen, zal ik uw Kamer informeren. Er is afgesproken om de vormgeving van het nabestaandenpensioen in de Wtp zo snel mogelijk te evalueren en te monitoren. De gevraagde evaluatie en monitoring gaan mee in de monitoring van de Wtp.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Voor het partnerpensioen is dit percentage maximaal 50% en voor het wezenpensioen is dit maximaal 40% voor volle wezen en 20% voor halve wezen.
De uitloopperiode start rechtstreeks na beëindiging van de deelneming als er geen sprake is van een aansluitend dienstverband of een WW/ZW-uitkering. De uitloopperiode duurt drie of zes maanden (als in de pensioenovereenkomst een periode van zes maanden is opgenomen) maar stopt eerder op het moment van een nieuw dienstverband of de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.
In het Wetsvoorstel toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen is opgenomen dat ook de dekking voor wezenpensioen na afloop van de verplichte dekking vrijwillig kan worden voortgezet.
Artikel 39 van de Pensioenwet respectievelijk artikel 50 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 6 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Voor de leesbaarheid wordt de term stopbrief gebruikt. De informatie kan echter ook op andere wijze, zoals in de MijnOmgeving, worden gegeven.
Ontwerpbesluit toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen (hierna: Ontwerpbesluit). Deze wordt binnenkort ter internetconsultatie gebracht.
Zie ook Beleidsregel Informatieverstrekking, AFM 2024. Bij de beoordeling of informatie tijdig verstrekt of beschikbaar gesteld is, kijkt de AFM in ieder geval of de termijn de deelnemer in staat stelt de informatie tot zich te nemen en hierover eventueel advies in te winnen, de deelnemer voldoende tijd krijgt om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen en de termijn tegemoet komt aan het handelingsperspectief dat de deelnemer wordt geboden.
Artikel 21 Pensioenwet en artikel 2 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
De Verwijsindex van Stichting Pensioenregister is een database van alle pensioenuitvoerders met daarbij per pensioenuitvoerder alle BSN-nummers van deelnemers die een pensioenaanspraak- of recht hebben.
Per april 2026 zijn er in totaal 32 pensioenfondsen/-kringen overgestapt en ingevaren naar de nieuwe regeling. Deze 32 pensioenfondsen/-kringen vertegenwoordigen ruim 10 miljoen gepensioneerden en (gewezen) deelnemers die over zijn naar het nieuwe stelsel.
Voor het partnerpensioen is dit percentage maximaal 50% en voor het wezenpensioen is dit maximaal 40% voor volle wezen en 20% voor halve wezen.
De uitloopperiode start rechtstreeks na beëindiging van de deelneming als er geen sprake is van een aansluitend dienstverband of een WW/ZW-uitkering. De uitloopperiode duurt drie of zes maanden (als in de pensioenovereenkomst een periode van zes maanden is opgenomen) maar stopt eerder op het moment van een nieuw dienstverband of de ingangsdatum van het ouderdomspensioen.
In het Wetsvoorstel toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen is opgenomen dat ook de dekking voor wezenpensioen na afloop van de verplichte dekking vrijwillig kan worden voortgezet.
Artikel 39 van de Pensioenwet respectievelijk artikel 50 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en artikel 6 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
Voor de leesbaarheid wordt de term stopbrief gebruikt. De informatie kan echter ook op andere wijze, zoals in de MijnOmgeving, worden gegeven.
Ontwerpbesluit toezeggingen Wtp en andere pensioenonderwerpen (hierna: Ontwerpbesluit). Deze wordt binnenkort ter internetconsultatie gebracht.
Zie ook Beleidsregel Informatieverstrekking, AFM 2024. Bij de beoordeling of informatie tijdig verstrekt of beschikbaar gesteld is, kijkt de AFM in ieder geval of de termijn de deelnemer in staat stelt de informatie tot zich te nemen en hierover eventueel advies in te winnen, de deelnemer voldoende tijd krijgt om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen en de termijn tegemoet komt aan het handelingsperspectief dat de deelnemer wordt geboden.
Artikel 21 Pensioenwet en artikel 2 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.
De Verwijsindex van Stichting Pensioenregister is een database van alle pensioenuitvoerders met daarbij per pensioenuitvoerder alle BSN-nummers van deelnemers die een pensioenaanspraak- of recht hebben.
Per april 2026 zijn er in totaal 32 pensioenfondsen/-kringen overgestapt en ingevaren naar de nieuwe regeling. Deze 32 pensioenfondsen/-kringen vertegenwoordigen ruim 10 miljoen gepensioneerden en (gewezen) deelnemers die over zijn naar het nieuwe stelsel.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36067-CP.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.