35 968 Intrekking van de Archiefwet 1995 en vervanging door een nieuwe Archiefwet (Archiefwet 20..)

G NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET TWEEDE VERSLAG

Ontvangen 13 april 2026

Ik dank de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de nadere schriftelijke inbreng bij het wetsvoorstel tot intrekking van de Archiefwet 1995 en vervanging door een nieuwe Archiefwet (hierna: het wetsvoorstel). De regering heeft met veel belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA. Hieronder volgt de beantwoording van de gestelde vragen. Daarbij is zoveel mogelijk de volgorde en indeling van het verslag gevolgd.

Deze nota naar aanleiding van het tweede verslag wordt gegeven mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Strategische samenloop, governance en fasering

De fractieleden van GroenLinks-PvdA constateren dat de Archiefwet eerder in werking treedt dan de verdere materialisatie van de Nationale Digitaliseringsstrategie. Zij vragen de regering uiteen te zetten hoe de strategische samenloop wordt geborgd, zodat keuzes in de NDS (waaronder: cloudstrategie, datasamenwerking of data spaces, Artificiële Intelligentie (AI), algoritmegebruik en interoperabiliteit) in lijn zijn met, en normerend en uitvoerbaar landen binnen de Archiefwetverplichtingen.

De Archiefwet is een kaderwet met algemene regels voor informatiebeheer die voor alle overheidsorganisaties van toepassing zijn, inclusief regels voor het toezicht op de uitvoering van de wet. De Nederlandse Digitalisering Strategie (hierna: NDS) is beleid op basis waarvan dat de Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen als één overheid gaan werken aan zes met elkaar samenhangende prioriteiten binnen de digitalisering om knelpunten weg te nemen, doorbraken te realiseren en de digitale transitie te versnellen. Bij de verdere uitwerking van de NDS wordt uiteraard rekening gehouden met relevante (Europese) wet- en regelgeving, waaronder met name ook de Archiefwet.

Zij vragen voorts, of de regering bereid is een integrale realisatieagenda te publiceren met harde mijlpalen, afhankelijkheden, verantwoordelijkheden en begrotingsbronnen (voor zowel Rijk als medeoverheden), inclusief een ex-ante uitvoerbaarheidstoets en interbestuurlijke governance (rolverdeling Rijk – Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNGH – Interprovinciaal Overleg – Unie van Waterschappen) die dubbelloop, vertraging en afwenteling van kosten voorkomt?

De NDS bevat interventies om de implementatie van digitale wet- en regelgeving in het algemeen te ondersteunen door bijvoorbeeld kennisdeling, maar bevat geen specifieke interventies gericht op de implementatie van de Archiefwet. Voor wat betreft de implementatie van de Archiefwet, heeft de regering aan de Tweede Kamer toegezegd dat er 2,5 jaar na inwerkingtreding een tussentijdse beoordeling zal plaatsvinden. Daarbij wordt nauw samengewerkt tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: OCW), het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK), de decentrale overheden, vertegenwoordigd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), het Interprovinciaal Overleg (hierna: IPO), de Unie van Waterschappen (hierna: UvW), de Koninklijke Vereniging Archiefsector Nederland (hierna: KVAN), het Nationaal Archief (hierna: NA) en de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (hierna: de Inspectie).

Daarnaast heeft de toenmalige Minister van BZK mede namens mijn ambtsvoorganger op 19 december 2025 de meerjarenplannen digitale informatiehuishouding 2026–2030 aan uw Kamer aangeboden.1 Deze plannen hebben betrekking op de wijze waarop bestuursorganen hun digitale overheidsinformatie duurzaam toegankelijk maken.2 Om deze plannen uit te voeren zullen de Staatssecretaris van BZK en ik de komende jaren gezamenlijk optrekken. We werken hierbij ook in lijn met de doelstelling van de NDS, nu belegd bij het Ministerie van EZK, waarin een overheidsbrede aanpak centraal staat.

Standaarden, inkoop en leveranciersonafhankelijkheid

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen hoe de regering gaat borgen dat landelijke open standaarden voor duurzame toegankelijkheid (bestandsformaten, metadata, Application Programming Interface’s, koppelvlakken, audit- en logeisen) bindend worden voor alle overheidslagen en leveranciers. Worden deze eisen verplicht opgenomen in inkoop- en beheervoorwaarden (inclusief lifecycle-management, migratieplichten en exit-clausules) om vendor lock-in te vermijden en duurzame overbrenging te garanderen, zo vragen zij?

Met de modernisering van de Archiefwet worden ook het Archiefbesluit (een algemene maatregel van bestuur) en de Archiefregeling (een ministeriële regeling) vernieuwd. In deze lagere regelgeving, die onderdelen van het wetsvoorstel uitwerkt, worden onder andere nadere eisen gesteld aan duurzame toegankelijkheid, bestandsformaten en metadata. Deze eisen gelden voor alle overheidsorganisaties, en voor private organisaties voor zover zij met openbaar gezag zijn bekleed. Indien overheidsorganisaties gebruikmaken van diensten van een leverancier, dan moet daarbij worden voldaan eisen die de Archiefwetgeving stelt. Bij inkoop moeten overheidsorganisaties altijd rekening houden met wet- en regelgeving en zijn zij ervoor verantwoordelijk dat zij daar aan voldoen, ongeacht of er ingekocht of uitbesteed wordt.

Voorts vragen zij hoe de NDS-keuzes zich verhouden tot digitale soevereiniteit (gegevensopslag binnen de Europese Unie, versleuteling, portabiliteit) en hoe dit wordt gehandhaafd, ook bij overnames in de markt. Is de regering bereid om een uniform normenkader te publiceren waarmee decentrale overheden en toezichthouders naleving eenduidig kunnen toetsen?

Eén van de prioriteiten van de NDS is het versterken van de digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid. Zo komt er onder andere beleid om de gezamenlijke digitale autonomie te vergroten. Op 18 december 2025 is de visie op digitale autonomie en soevereiniteit voor de digitale overheid aan de Tweede Kamer gezonden.3 De visie biedt richting aan de vraag wat digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid betekent, waarom de overheid haar digitale autonomie moet versterken en ongewenste afhankelijkheden moet verminderen, en welke principes en bouwstenen hier leiding en richting aan geven. Eén van de strategische bouwstenen is datasoevereiniteit. Datasoevereiniteit wordt gerealiseerd door data enkel binnen Nederlandse of Europese jurisdictie te houden, juridische controle te waarborgen en veilige infrastructuren te ontwikkelen voor opslag, verwerking en analyse. Deze visie wordt momenteel verder uitgewerkt in beleids- en toezichtsproducten. Deze vallen buiten de reikwijdte van het wetsvoorstel voor de Archiefwet 20...

Risicobeheersing, monitoring en tijdelijke voorzieningen

De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen ook welke key performance indicators (KPI’s) en indicatoren de regering hanteert om duurzame toegankelijkheid, beveiliging en overdracht te monitoren (inclusief onafhankelijke audits en interbestuurlijke rapportage).

De Inspectie heeft voor de Archiefwet en -regelgeving een toetsingskader uitgewerkt. Dit toetsingskader bevat criteria en indicatoren op het gebied van onder andere duurzame toegankelijkheid, beveiliging en tijdige overbrenging. Momenteel werkt de Inspectie aan een vernieuwd toetsingskader om aan te sluiten bij nieuwe Archiefwet en -regelgeving. De Inspectie gebruikt het toetsingskader als basis voor het uitvoeren van onafhankelijk toezicht via reguliere inspecties, thema-inspecties en incidentinspecties. Daarnaast voert de Inspectie tweejaarlijks een monitor uit om een beeld te krijgen van de naleving van de Archiefwet door alle organisaties onder haar toezicht. In het kader van het implementatieprogramma dat gekoppeld is aan de nieuwe Archiefwet, is de inrichting van de belangrijkste indicatoren die nodig zijn voor een goede wetsevaluatie cruciaal. Daarom worden de indicatoren van de Inspectie verder uitgebreid, bijvoorbeeld met een indicator voor openbaarheid na overbrenging. Dit is vervolgens ook input die kan worden gebruikt voor de tussentijdse beoordeling na 2,5 jaar.

Het wetsvoorstel bevat daarnaast de verplichting om op decentraal niveau ten minste tweejaarlijks verslag te doen van de bevindingen van het toezicht door de gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders, of het dagelijks bestuur van het waterschap aan provinciale staten, de gemeenteraad, onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kritieke prestatie-indicatoren (hierna: KPI’s), die zijn ontwikkeld door de VNG ten behoeve van de horizontale verantwoording van de zorg over en het beheer van archieven.4 Deze KPI’s zien onder andere op lokale regelingen voor archiefbeheer, middelen en mensen, interne kwaliteitszorg en toezicht, ordening en duurzame toegankelijkheid, vervanging, conversie, migratie, selectie, vernietiging, vervreemding van archiefbescheiden, overbrenging en toegang tot overgebracht archief. Deze KPI’s kunnen worden gebruikt bij de horizontale verantwoording aan de gemeenteraad, provinciale staten of het bestuur van het waterschap en, in tweede instantie, bij het interbestuurlijk toezicht.

Deze leden vragen voorts welke no-regret maatregelen en tijdelijke landelijke voorzieningen de regering treft indien NDS-bouwstenen later gereed zijn dan de Archiefwet verlangt, zodat decentrale overheden tijdig en aan hun verplichtingen kunnen voldoen zonder disproportionele extra lasten.

Het is niet zo dat NDS-bouwstenen noodzakelijk zijn om aan de nieuwe Archiefwet te kunnen voldoen. Wel kunnen deze bouwstenen als zij gereed zijn overheidsorganisaties helpen om makkelijker te voldoen aan de doelstellingen van de Archiefwet, omdat deze bouwstenen specifiek worden ontwikkeld met standaardisatie en herbruikbaarheid als uitgangspunt. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op een soevereine clouddienst. In het implementatieprogramma van de Archiefwet 20.. wordt onderscheid gemaakt tussen zaken waar overheidsorganisaties en archiefdiensten als eerste aan moeten werken en zaken waarvoor meer tijd is om te voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving. Daarbij wordt ook afgestemd met de NDS.

Financiële materialisatie

De fractieleden van GroenLinks-PvdA merken op dat de Rijksoverheid in hun optiek aan de voorkant van de implementatie van de nieuwe Archiefwet dient te zorgen voor voldoende middelen om deze systemische verandering die de nieuwe wet vraagt, materieel gedegen te laten verlopen. Zij vragen of de regering deze stellingname deelt en hoe zij in dat verband haar financiële bijdrage aan lagere overheden apprecieert.

De regering deelt de stellingname niet dat het wetsvoorstel een systemische verandering vraagt. De meeste eisen uit het wetsvoorstel zijn nu ook al van toepassing op basis van de Archiefwet 1995. Met de modernisering van begrippen en procedures wordt beoogd de Archiefwet makkelijker toepasbaar te maken in de digitale wereld. De mate waarin overheden ingrijpende maatregelen moeten nemen om hun digitale informatie duurzaam toegankelijk te maken en houden is grotendeels afhankelijk van de achterstanden in hun informatiebeheer. Dat geldt ook voor de decentrale overheden. De regering deelt wel de stellingname dat een goede implementatie om inspanning vraagt aan de voorkant. Daartoe wordt samen met de (decentrale) overheden gewerkt aan het implementatieprogramma.

Deze fractieleden wijzen erop dat de regering in de nota naar aanleiding van het verslag het belang van ondersteuning erkent, en dat zij een implementatieprogramma aankondigt met middelen voor kennisontwikkeling en scholing.5 De fractieleden van GroenLinks-PvdA hebben sterke twijfels of dit afdoende is. De fractieleden vragen of de regering deze mening deelt en zo nee, waarom niet.

Het implementatieprogramma richt zich op kennis van de eisen die de gemoderniseerde Archiefwet stelt en kunde in de toepassing ervan, zodat iedere organisatie zelf in haar specifieke situatie de gemoderniseerde wet (beter) kan toepassen.6 Daarnaast wordt ingezet op versterking van het toezicht en op structurele versterking van bij- en nascholing. Om aan de zorgen over (te) grote inspanning bij inwerkingtreding van de wet tegemoet te komen, krijgen archiefvormers tijd om zich aan te passen aan de eisen van de gemoderniseerde wet. De regering erkent bijvoorbeeld dat systemen niet eenvoudig direct kunnen worden aangepast: voor de aanpassing van systemen kan worden aangesloten bij natuurlijke momenten zoals vervanging of (grootschalige) aanpassing. De regering verwacht dat met deze maatregelen archiefvormers, archiefdiensten en toezichthouders goed op weg worden geholpen om de implementatie van de nieuwe Archiefwet ter hand te nemen.

In de nota naar aanleiding van het verslag geeft de regering volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie terecht aan dat de VNG hier een belangrijke rol in kan spelen, maar zij lezen ook dat er voor de waterschappen en provincies geen middelen beschikbaar zijn gesteld. De fractieleden van GroenLinks-PvdA achten dit onwenselijk. Zij vragen of de regering bereid is om ook middelen voor de provincies en waterschappen voor de archiefwet beschikbaar te stellen. Zo ja, welke middelen en zo nee, waarom niet?

De middelen voor de VNG zijn aan hen toegekend op basis van hun uitvoeringstoets voor de Archiefwet 20.. en bestemd voor ondersteuning door de VNG bij implementatie van de wet.7 Decentrale overheden zijn verder zelf verantwoordelijk voor een goede implementatie van de nieuwe Archiefwet en -regelgeving. De regering vindt daarbij wel van belang om te investeren in opleidingsaanbod waarmee (aangewezen) archivarissen hun kennis en kunde kunnen uitbreiden. Er wordt gesproken met verschillende partijen voor het samenstellen van een passend opleidingsaanbod voor de nieuwe Archiefwet, waaronder met de VNG, het IPO en de UvW.8

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA wijzen erop dat de regering uitgaat van een implementatietijd van tien jaar. Gelet op de geopolitieke context en het maatschappelijk belang van betrouwbare informatievoorziening is het volgens de fractieleden van GroenLinks-PvdA belangrijk op korte termijn al stappen te zetten richting een meer robuuste en toekomstgerichte informatiehuishouding. Zij vragen of de regering deze stellingname deelt en hoe zij dan haar financiële bijdrage aan lagere overheden apprecieert.

De regering deelt de opvatting van de fractieleden van GroenLinks-PvdA dat het belangrijk is om op korte termijn stappen te zetten richting een meer robuuste en toekomstgerichte informatiehuishouding. Dit is ook de reden dat dit jaar met de betrokken organisaties9 is gestart met de inrichting van het implementatieprogramma voor de nieuwe Archiefwet, een jaar voor de beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

Er is sprake van een disbalans tussen de verschillende decentrale bestuurslagen, aldus de fractieleden van GroenLinks-PvdA. Zij vragen of de regering 2 miljoen euro voldoende acht voor een implementatieprogramma bij de VNG. Meer in het bijzonder vragen zij of de regering kan aangeven waarom die 2 miljoen euro in verhouding staat tot de omvang van de opgave. Kan de regering aangeven waarop dat bedrag is gebaseerd en waarom dit voldoende zou moeten zijn, inclusief onderverdeling van de middelen?

De € 2 miljoen die ten tijde van het opstellen van het wetsvoorstel is toegezegd aan de VNG is gebaseerd op de door de VNG uitgevoerde uitvoeringstoets op het wetsvoorstel.10 Deze middelen zijn bedoeld voor een implementatie- en ondersteuningsprogramma bij de VNG en niet om de Archiefwet bij de decentrale bestuurslagen te implementeren. Het doel van dit programma is om middels voorlichting en handreikingen op specifieke vraagstukken gemeenten voor te bereiden op de implementatie van de nieuwe Archiefwet en om gemeenten te helpen bij de algemene opgave om de informatiehuishouding te verbeteren. Met de VNG zal structureel overleg plaatsvinden over de vraag of de toegekende middelen voldoende zijn om de gemeenten deze ondersteuning te bieden. Inmiddels zijn ook middelen gereserveerd voor het gehele implementatieprogramma, zoals uiteengezet in de nota naar aanleiding van het verslag.11

Deze leden vragen voorts hoe het beschikbare bedrag van 2 miljoen euro voor de VNG zich verhoudt tot de oproep van de koepels van medeoverheden dat er tenminste 533 miljoen euro nodig is voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en het uitvoeren van de Archiefwet.12 Kan de regering een appreciatie geven van het bedrag van 533 miljoen euro in algemene zin en in verhouding tot de 2 miljoen euro die de regering beschikbaar stelt, zo vragen zij?

De oproep van de koepels van medeoverheden over het op orde brengen van de informatiehuishouding is gebaseerd op de Maatschappelijke Kosten en Batenanalyse (MKBA) op het gewijzigde wetsvoorstel voor de Wet open overheid (hierna: Woo) in 2018.13 De kosten voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en het wegwerken de achterstanden vloeit echter niet voort uit het wetsvoorstel voor de Archiefwet 20.. of de Woo. Het voorliggende wetsvoorstel heeft juist als doel deze opgave te verkleinen door de wetgeving op dit gebied beter toepasbaar te maken op digitale informatie. De € 2 miljoen die in 2021 is toegezegd aan de VNG is gebaseerd op de uitvoeringstoets van de VNG op het wetsvoorstel (zie hierover nader het antwoord op de voorgaande vraag van de fractieleden van GroenLinks-PvdA).

De fractieleden van GroenLinks-PvdA wijzen erop dat uit meerdere onderzoeken (de MKBA op het wetsvoorstel WOO14 en VNG-uitvoeringstoetsen op de WOO15 en de Archiefwet16) blijkt dat de decentrale overheden forse investeringen moeten doen in hun systemen, processen en personele capaciteiten om te kunnen voldoen aan de nieuwe normen voor duurzame toegankelijkheid. De fractieleden van GroenLinks-PvdA vragen of de regering deze onderzoeken kent en of zij deze conclusies deelt. Ook horen zij graag waarom de regering deze conclusie al dan niet deelt.

De regering kent deze onderzoeken. Uit de uitvoeringstoetsen van de decentrale overheden die zijn uitgevoerd voor het wetsvoorstel voor de Archiefwet 20.. en voor de lagere regelgeving (Archiefbesluit en Archiefregeling) komt niet het beeld naar voren dat er forse investeringen noodzakelijk zijn, indien deze wet- en regelgeving wordt vastgesteld. Wel kwam uit de uitvoeringstoetsen van de VNG naar voren dat als gemeenten daadwerkelijk de doelstellingen moeten bereiken zoals beoogd met de archiefregelgeving, dat daarvoor de informatiehuishouding van gemeenten op orde moet worden gebracht. Zoals tevens is geantwoord op de voorgaande vraag van de fractieleden van GroenLinks-PvdA, vloeien de kosten voor het op orde brengen van de informatiehuishouding echter niet voort uit het wetsvoorstel voor de Archiefwet 20.., en heeft dit wetsvoorstel juist tot doel deze opgave te verkleinen door de wetgeving duidelijker en beter toepasbaar te maken.

De VNG ziet het op orde brengen van de informatiehuishouding als randvoorwaardelijk voor het goed uit kunnen voeren van de archiefregelgeving, maar ook cultuurverandering zien zij daarbij als een belangrijk aspect. Gemeenten geven aan dat hier in de ondersteuning rekening mee moet worden gehouden. De implementatie zal zich daarom niet alleen richten op de operationele inrichting van de normen uit de regelgeving, maar ook op bij- en nascholing. De uitvoerbaarheid van de normen voor duurzame toegankelijkheid zal worden meegenomen in de (tussentijdse) evaluatie. Overigens hebben de VNG, de UvW en het IPO in aanloop naar het debat in de Tweede Kamer over het wetsvoorstel ook via een position paper ertoe opgeroepen de nieuwe Archiefwet zo snel mogelijk vast te stellen.17

Deze fractieleden wijzen er voorts op dat er grote achterstanden zijn ontstaan, doordat de hoeveelheid informatie die de overheid creëert de afgelopen 20 jaar explosief is toegenomen en de middelen en mensen hier niet in zijn meegegroeid. Om deze achterstanden weg te werken moet er meer structurele financiering beschikbaar worden gesteld voor informatiebeheer, aldus deze leden. Zij vragen of de regering deze achterstanden herkent en de noodzaak tot wegwerking. Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat de regering dit probleem oplossen?

De regering herkent dat er achterstanden zijn in de informatiehuishouding en dat deze mede zijn ontstaan door de groei van de hoeveelheid informatie. Het is daarom belangrijk om overheidsbreed de informatiehuishouding te verbeteren. Daarom heeft de (toenmalig) Minister van BZK mede namens mij op 19 december 2025 de meerjarenplannen digitale informatiehuishouding 2026–2030 aan uw Kamer aangeboden.18 Zoals hierboven ook beschreven hebben de Staatssecretaris van BZK en ik als verantwoordelijke bewindspersonen voor de Archiefwet en de Woo op grond van artikel 6.2 van de Woo de wettelijke taak om een meerjarenplan op te stellen over de wijze waarop bestuursorganen hun digitale overheidsinformatie duurzaam toegankelijk maken. De meerjarenplannen van het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen zijn de actualisatie van de meerjarenplannen die in 2023 met uw Kamer zijn gedeeld.19 Naast de meerjarenplannen van de verschillende overheidslagen, gericht op ieders eigen opgaven, is met de koepels van medeoverheden een gezamenlijke oplegger opgesteld. Alle bestuurslagen vinden het belangrijk om op het gebied van open overheid en informatiehuishouding samen te werken en te innoveren.

Waar het rijk voor het programma Open op Orde 800 miljoen euro ontving om de informatiehuishouding op orde te brengen, ontbreekt een vergelijkbare compensatie voor decentrale overheden, zo stellen de fractieleden van GroenLinks-PvdA. Zij vragen of de regering kan aangeven waarom.

De € 787 miljoen voor de verbetering van de informatiehuishouding van het Rijk vloeide voort uit de conclusies van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). In het rapport van deze commissie20 werd geconcludeerd dat de informatiehuishouding bij de Rijksoverheid onvoldoende op orde was. Om die reden heeft het toenmalige kabinet besloten extra financiële middelen vrij te maken voor het op orde brengen van de informatiehuishouding bij de Rijksoverheid.

Het op orde hebben van de informatiehuishouding betreft een reguliere taak van overheidsorganisaties en geen nieuwe verplichting. De kosten voor het op orde houden van hun informatiehuishouding moeten decentrale overheden dan ook zelf uit bestaande middelen financieren. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de nieuwe verplichtingen die voortvloeiden uit de Woo, waarvoor decentrale overheden wel financiële compensatie hebben ontvangen.21

In de optiek van deze leden dreigt de wet in de praktijk niet uitvoerbaar te zijn voor de decentrale overheden, ondanks de goede intenties en juridische helderheid. Zij missen de rekenschap hiervan door de regering en vragen de regering hier alsnog op te reflecteren en aan te geven hoe zij de uitvoerbaarheid denkt vlot te trekken. Graag ontvangen de fractieleden van GroenLinks-PvdA een uitgebreide reactie op het onderdeel van de uitvoerbaarheid voor de verschillende overheidslagen.

Uit de uitvoeringstoetsen voor gemeenten en voor provincies en waterschappen voor zowel het wetsvoorstel als de uitwerking van enkele onderdelen daarvan in het Archiefbesluit 20.. en de Archiefregeling 20.. komt het beeld naar voren dat de impact beperkt is en dat de consequenties voor de uitvoering meevallen. Daarnaast lost het wetsvoorstel en de concept-lagere regelgeving enkele uitvoeringsproblemen op en komt in de toetsen naar voren dat een verhelderde wet die niet of zeer beperkt voor meerdere uitleg vatbaar is ook kosten bespaart.

Een belangrijk doel van de modernisering van de Archiefwet is dan ook om de wet aan te passen aan de digitale ontwikkelingen waardoor de wet beter uitvoerbaar wordt. Het is juist de huidige Archiefwet die voor problemen in de uitvoering zorgt waarbij het wetsvoorstel verbetering kan aanbrengen. Het is hierbij de ambitie dat de Archiefwet 20.. bijdraagt aan de verbetering van de informatiehuishouding, zowel bij het Rijk als de decentrale overheden. Om de overgang naar de Archiefwet 20.. zo goed mogelijk te laten verlopen wordt samen met de bestuurlijke en professionele belanghebbenden22 een meerjarig implementatieprogramma opgezet, en wordt structureel geïnvesteerd in het toezicht op de Archiefwet, een selectiedatabase, en in het scholings- en onderwijsaanbod voor archief- en informatieprofessionals.23

De fractieleden van GroenLinks-PvdA vragen voorts, hoe het versterken van de positie van de archivaris zich verhoudt tot het niet compenseren van gemeenten voor het verplicht aanstellen van een archivaris.

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel is over dit vraagstuk toegelicht dat de regering voor het versterken van de positie van de archivaris wil inzetten op uitbreiding van kennis en kunde door middel van investeren in opleidingen.24 Met de VNG zal structureel overleg plaatsvinden over de vraag of de door OCW aan de VNG toegekende middelen voldoende zijn om gemeenten op dit vlak te ondersteunen.

Deze fractieleden vragen voorts, hoe de regering gaat voorkomen dat de invoering van de nieuwe Archiefwet en de verkorting van de overbrengingstermijn tot extra financiële druk bij de decentrale overheden gaat leiden.

Om te voorkomen dat de verkorting van de overbrengingstermijn direct voor extra werkdruk zorgt wordt deze niet met terugwerkende kracht ingevoerd. De verkorte overbrengingstermijn van tien jaar zal gaan gelden voor alle documenten die ná inwerkingtreding van de wet worden opgemaakt of ontvangen. Zo hebben overheidsorganisaties en archiefdiensten nog ruim de tijd om zich voor te bereiden op de verkorting en kunnen ze deze werklast spreiden in de tijd.

De regering is voorts van mening dat juist voor digitale documenten de verkorting van de overbrengingstermijn belangrijk is met het oog op uitvoerbaarheid, omdat het voor het behoud van digitale documenten – veel meer dan bij papieren documenten – essentieel is dat tijdig beheersmaatregelen worden getroffen. Een kortere overbrengingstermijn draagt hieraan bij en voorkomt dat digitale documenten door nalatig beheer verloren gaan, of dat bij overbrenging na een langere termijn verhoudingsgewijs een veel grotere investering gedaan moet worden om de digitale documenten duurzaam toegankelijk te kunnen houden. De regering verwacht hiermee de juiste maatregelen te hebben genomen voor een goede implementatie en verwacht positieve effecten in de uitvoering.

De verkorting van de overbrengingstermijn en de voorbereiding daarbij zullen een belangrijk onderdeel van het implementatieprogramma van dit wetsvoorstel zijn. Het is belangrijk dat de archiefvormende organisaties en archiefdiensten de aanlooptijd tot de verkorting samen gebruiken als voorbereiding. De verkorting van de overbrengingstermijn loopt ongeveer gelijk op met de reeds lopende transitie van overbrenging van voornamelijk analoog (papieren) archief naar digitaal gevormd archief. Vanuit de overheidsbrede rol van het Nationaal Archief als expertisecentrum voor archivering en duurzame toegankelijkheid van overheidsinformatie zal het ook decentrale overheden adviseren en vragen van decentrale overheden ten aanzien van de verkorting van de overbrengingstermijn beantwoorden.

Zij vragen voorts, welke concrete maatregelen de regering neemt om de decentrale overheden te ondersteunen bij het borgen van duurzame toegankelijkheid van digitale informatie, inclusief algoritmen, zonder dat dit leidt tot disproportionele extra lasten.

De inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal worden begeleid door een implementatieprogramma. Dit implementatieprogramma is gericht op het ondersteunen van alle overheidsorganisaties die te maken hebben met de Archiefwet, zowel archiefvormende overheidsorganisaties en toezichthouders alsook archiefdiensten. Het programma ontwikkelt kennisproducten, hulpmiddelen, voorlichting, nader uitgewerkte kaders en normen. Daarnaast is een structurele intensivering van het leer- en ontwikkelaanbod voor archivarissen en informatieprofessionals een belangrijk onderdeel van de aanpak. In het implementatieprogramma wordt er ook rekening mee gehouden dat organisaties tijd nodig hebben om zich aan te passen aan de nieuwe regels. Binnen het implementatieprogramma werk ik als Minister van OCW samen met andere bestuurlijke en professionele belanghebbenden, zoals het NA, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Inspectie, de VNG, KVAN, en verschillende onderwijsinstellingen. Specifiek de Inspectie werkt op dit moment aan normuitleg en kennisopbouw over het archiveren van algoritmes, waar ook de decentrale overheden van kunnen profiteren. De implementatie van de verkorting van de overbrengingstermijn is een belangrijk onderdeel van dit implementatieprogramma.

Op welke wijze gaat de regering decentrale overheden ondersteunen bij de inkoop en het in beheer nemen van applicaties die zij afnemen van leveranciers, zodat wordt voldaan aan de eisen van duurzame toegankelijkheid, zowel voor als na overbrenging, zo vragen de leden van de fractie van GroenLinks-PvdA.

De regering gaat decentrale overheden niet ondersteunen bij de inkoop van applicaties. Het staat decentrale overheden uiteraard vrij om hier onderling of met behulp van de VNG, IPO en UvW samen in op te trekken om synergievoordelen te behalen.

Vanuit de NDS wordt in bredere zin wel gewerkt aan het bundelen van de inkoopkracht overheidsbreed, als één van de interventies. Doel hierbij is om risicogebaseerd, verantwoord en uniform beslissingen te nemen over wat wordt ingekocht en wie wordt gecontracteerd. Dit verbetert de continuïteit van de IT-dienstverlening, vergroot open strategische autonomie, verhoogt de weerbaarheid en bevordert een efficiënt gebruik van IT-diensten.

De fractieleden van GroenLinks-PvdA lezen in de nota naar aanleiding van het verslag dat de regering een versterking van de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed (IOE) aankondigt. Decentrale en interbestuurlijke toezichthouders profiteren hier echter niet van mee, waardoor verschillen in naleving en kwaliteit tussen bestuurslagen kunnen ontstaan. Deze leden vragen of de regering deze disbalans ziet. Zo nee, waarom niet? Zo ja, is de regering bereid hier beter naar te kijken en te zorgen dat het inspectieniveau voor de gehele overheid op punt blijft staan? Ziet de regering in dit verband een risico voor de rechtsgelijkheid en bestaat het gevaar dat de hernieuwde inspectie op de lagere niveaus in de praktijk een dode letter blijft, zo vragen zij?

Een deel van de versterking van de Inspectie op de inrichting van het interbestuurlijk toezicht op de provincies, wat daarmee een impuls is voor het decentrale toezicht. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van het debat over het wetsvoorstel een motie aangenomen die de regering verzoekt om onderzoek te doen naar het toezicht bij decentrale overheden en om daarbij met name te onderzoeken hoe er een duidelijke scheiding komt tussen de rol van de archivaris en de rol van de toezichthouder, zodat onafhankelijk toezicht gewaarborgd is.25 De regering zal dit onderzoek ook gebruiken om inzicht te bieden in de punten waarop het (decentrale) toezicht in algemene zin nog te verbeteren valt.

Ik hecht er in dit verband aan nog een correctie aan te brengen op hetgeen mijn voorganger in de nota naar aanleiding van het verslag van 30 oktober 2025 aan uw Kamer heeft medegedeeld. In dat verslag stond ten onrechte dat de decentrale archivaris geen toezicht kan uitoefenen op de overgebrachte documenten, omdat hij ook verantwoordelijk is voor het beheer ervan.26 Op basis van het wetsvoorstel ligt het toezicht echter wel degelijk bij de archivaris, zij het dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid ligt bij de gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders, of het dagelijks bestuur van het waterschap.27

Functiescheiding, cloudgebruik en bijblijven digitale realiteit

De leden van de fractie van GroenLinks-PvdA vragen of de regering kan toezeggen dat het onderzoek naar functiescheiding tussen archivaris en toezichthouder vóór de tussentijdse evaluatie (na 2,5 jaar) wordt afgerond.

Ja.

Ook vragen zij hoe de regering gaat borgen dat cloudgebruik door de overheid voor het opslaan van informatie niet leidt tot afhankelijkheid van buitenlandse aanbieders en risico’s voor informatiebeveiliging. Komt er een expliciete norm of verbod op opslag buiten de Europese Unie? En wat kan de overheid doen wanneer Europese leveranciers worden opgekocht door een Amerikaans bedrijf?

De concept-Archiefregeling 20.. bevat, mede vanwege recente ontwikkelingen rond digitale autonomie, een bepaling op grond waarvan de opslag en verwerking van documenten moet plaatsvinden binnen het grondgebied van de Europese Unie, in landen binnen de Europese Economische Ruimte, of binnen landen waarvoor de Europese Commissie een adequaatheidsbesluit heeft genomen, tenzij het verantwoordelijk overheidsorgaan vanwege zijn taak op grond van internationale verdragen hiervan moet afwijken. De concept-Archiefregeling 20.. geeft hiermee richting en biedt nadrukkelijk ook de ruimte voor overheden om een strikter beleid te voeren. Zo werkt het Ministerie van BZK momenteel aan een herziening van het cloudbeleid waarin de vereisten verder worden aangescherpt voor de Rijksoverheid. Een wettelijk verbod voor alle overheden (de archiefwet ziet tenslotte op regels voor alle overheidslagen) grijpt te veel in in de beleidsruimte die overheden hierin nodig hebben en de decentrale autonomie die de medeoverheden hierin hebben.

In een tijd waarin archieven bijna uitsluitend analoog waren, reproductietechnieken zich beperkten tot microfiche en -film lag het voor de hand archieven dichtbij te bewaren en was een dergelijke bepaling niet nodig. Door de digitalisering is dit veranderd.

Wat betreft de VS gebruikt de Nederlandse overheid het EU-US Data Privacy Framework (DPF) (sinds 10 juli 2023) als wettelijke basis voor het veilig doorgeven van persoonsgegevens naar gecertificeerde Amerikaanse organisaties. Voor een nadere toelichting op doorgifte op basis van het EU-US Data Privacy Framework verwijs ik gaarne naar de Kamerbrief d.d. 17 maart 2025 van de Staatssecretaris van BZK.28

Ten slotte vragen deze leden hoe het streven van de nieuwe Archiefwet om aan te sluiten op de digitale realiteit zich verhoudt tot vasthouden aan het begrip «document» voor alle typen overheidsinformatie, dus ook voor gestructureerde gegevens.

De regering erkent dat de term document niet bij iedereen associaties met gestructureerde gegevens zal oproepen. Er is in het wetsvoorstel voor de term document gekozen omdat daarmee aangesloten wordt op de Woo die ook spreekt van documenten. Op basis van het wetsvoorstel gebruiken de Archiefwet en de Woo straks hetzelfde begrip «document» en dezelfde definitie van wat documenten zijn die onder de Archiefwet en de Woo vallen. Dit is één van de manieren waarop de Archiefwet en de Woo straks beter op elkaar aansluiten, hetgeen de uitvoering ten goede komt en wat één van de doelen van de modernisering was. Hierbij wordt in beide wetten benadrukt dat het documentbegrip techniekneutraal is. Dit betekent dat een document onder de reikwijdte van het wetsvoorstel valt, ongeacht de vorm van het document en ongeacht de drager waarop of waar het document is opgeslagen. Door een verdergaande digitalisering van de informatiehuishouding bij de overheid zal de term document naar verwachting steeds minder analoge of papieren associaties oproepen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert


X Noot
1

Kamerstukken I 2025/26, 32 802, nr. C.

X Noot
2

Kamerstukken I 2023/24, 32 802, nr. B.

X Noot
3

Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1450.

X Noot
4

Vgl. de Handreiking Horizontale verantwoording Archiefwet 1995 via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) van de VNG (derde geactualiseerde versie april 2020), te raadplegen via: https://vng.nl/publicaties/horizontale-verantwoording-archiefwet-1995-via-kritische-prestatieindicatoren-kpis.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 35 968, nr. D, p. 9–10.

X Noot
6

Bij voorjaarsnota zijn zowel in 2024 als in 2025 middelen gereserveerd voor het implementatieprogramma, zie Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
7

Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 3, p. 62.

X Noot
8

Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
9

Waaronder het NA, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Inspectie, de VNG, KVAN, en verschillende onderwijsinstellingen.

X Noot
10

VNG Realisatie – Uitvoeringstoets Archiefwet 2021, te raadplegen via: https://vng.nl/

sites/default/files/2022–04/Uitvoeringstoets_gemoderniseerde_archiefwet.pdf.

X Noot
11

Kamerstukken I 2025/26, 35 968, nr. D, p. 12 en Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
12

Inbreng VNG, IPO en UvW Kamerdebat Archiefwet (3 blz.), te raadplegen op: https://vng.nl/

nieuws/inbreng-vng-ipo-en-uvw-kamerdebat-archiefwet (p. 3).

X Noot
13

Kamerstukken I, 2018/19, 33 328, L, bijlage 2 (ECORYS – MKBA concept-aanpassing wet Open Overheid – Eindrapportage.

X Noot
14

Kamerstukken I, 2018/19, 33 328, L, bijlage 2 (ECORYS – MKBA concept-aanpassing wet Open Overheid – Eindrapportage (62 blz.).

X Noot
15

VNG Realisatie – Uitvoeringstoets Wet Open Overheid (108 blz.), te raadplegen op:

https://vng.nl/sites/default/files/2021-07/rapportage_uitvoeringstoets_woo.pdf.

X Noot
16

VNG Realisatie – Uitvoeringstoets Archiefwet 2021 (64 blz.), te raadplegen op: https://vng.nl/

sites/default/files/2022–04/Uitvoeringstoets_gemoderniseerde_archiefwet.pdf.

X Noot
17

VNG, IPO, UvW inbreng debat over de Archiefwet 30 januari, te raadplegen via: https://vng.nl/brieven/vng-ipo-uvw-inbreng-debat-over-de-archiefwet-30-januari.

X Noot
18

Kamerstukken I 2025/26, 32 802, C.

X Noot
19

Kamerstukken I 2023/24, 32 802, B.

X Noot
20

Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 2.

X Noot
21

Bijlage bij Kamerstuk II 2020/21, 35 510, nr. 4.

X Noot
22

Waaronder het NA, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Inspectie, de VNG, KVAN, en verschillende onderwijsinstellingen.

X Noot
23

Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
24

Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 3, p. 61–62.

X Noot
25

Kamerstukken II 2025/26, 35 968, nr. 33.

X Noot
26

Kamerstukken I 2025/26, 35 968, D, p. 23.

X Noot
27

Zie hierover tevens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 3, p. 43–44.

X Noot
28

Kamerstukken II 2024/25, 32 761, nr. 316.


X Noot
1

Kamerstukken I 2025/26, 32 802, nr. C.

X Noot
2

Kamerstukken I 2023/24, 32 802, nr. B.

X Noot
3

Bijlage bij Kamerstukken II 2025/26, 26 643, nr. 1450.

X Noot
4

Vgl. de Handreiking Horizontale verantwoording Archiefwet 1995 via Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) van de VNG (derde geactualiseerde versie april 2020), te raadplegen via: https://vng.nl/publicaties/horizontale-verantwoording-archiefwet-1995-via-kritische-prestatieindicatoren-kpis.

X Noot
5

Kamerstukken I 2025/26, 35 968, nr. D, p. 9–10.

X Noot
6

Bij voorjaarsnota zijn zowel in 2024 als in 2025 middelen gereserveerd voor het implementatieprogramma, zie Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
7

Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 3, p. 62.

X Noot
8

Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
9

Waaronder het NA, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Inspectie, de VNG, KVAN, en verschillende onderwijsinstellingen.

X Noot
10

VNG Realisatie – Uitvoeringstoets Archiefwet 2021, te raadplegen via: https://vng.nl/

sites/default/files/2022–04/Uitvoeringstoets_gemoderniseerde_archiefwet.pdf.

X Noot
11

Kamerstukken I 2025/26, 35 968, nr. D, p. 12 en Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
12

Inbreng VNG, IPO en UvW Kamerdebat Archiefwet (3 blz.), te raadplegen op: https://vng.nl/

nieuws/inbreng-vng-ipo-en-uvw-kamerdebat-archiefwet (p. 3).

X Noot
13

Kamerstukken I, 2018/19, 33 328, L, bijlage 2 (ECORYS – MKBA concept-aanpassing wet Open Overheid – Eindrapportage.

X Noot
14

Kamerstukken I, 2018/19, 33 328, L, bijlage 2 (ECORYS – MKBA concept-aanpassing wet Open Overheid – Eindrapportage (62 blz.).

X Noot
15

VNG Realisatie – Uitvoeringstoets Wet Open Overheid (108 blz.), te raadplegen op:

https://vng.nl/sites/default/files/2021-07/rapportage_uitvoeringstoets_woo.pdf.

X Noot
16

VNG Realisatie – Uitvoeringstoets Archiefwet 2021 (64 blz.), te raadplegen op: https://vng.nl/

sites/default/files/2022–04/Uitvoeringstoets_gemoderniseerde_archiefwet.pdf.

X Noot
17

VNG, IPO, UvW inbreng debat over de Archiefwet 30 januari, te raadplegen via: https://vng.nl/brieven/vng-ipo-uvw-inbreng-debat-over-de-archiefwet-30-januari.

X Noot
18

Kamerstukken I 2025/26, 32 802, C.

X Noot
19

Kamerstukken I 2023/24, 32 802, B.

X Noot
20

Kamerstukken II 2020/21, 35 510, nr. 2.

X Noot
21

Bijlage bij Kamerstuk II 2020/21, 35 510, nr. 4.

X Noot
22

Waaronder het NA, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Inspectie, de VNG, KVAN, en verschillende onderwijsinstellingen.

X Noot
23

Kamerstukken II 2023/24, 36 550 VIII, nr. 2 en Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 2.

X Noot
24

Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 3, p. 61–62.

X Noot
25

Kamerstukken II 2025/26, 35 968, nr. 33.

X Noot
26

Kamerstukken I 2025/26, 35 968, D, p. 23.

X Noot
27

Zie hierover tevens de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel, Kamerstukken II 2021/22, 35 968, nr. 3, p. 43–44.

X Noot
28

Kamerstukken II 2024/25, 32 761, nr. 316.

Naar boven