35 925 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2022

B VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 november 2021

De Eerste Kamer maakt periodiek de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door bewindspersonen aan de Kamer zijn gedaan.

Naar aanleiding hiervan is op 16 juli 2020 een brief gestuurd aan zowel de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Zorg en Sport als aan de Minister voor Medische Zorg en Sport. Voorts is op 28 september 2021 een brief gestuurd aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 5 november 2021 op deze brieven gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 16 juli 2020

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 juli 2020 is verstreken. Daarbij treft u tevens, ter informatie, een overzicht aan van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn op 1 januari 2021 verloopt. Beide lijsten zijn terug te vinden via de volgende links:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlae9guonmo5&ministerie=vghyngkof7kq

Vooruitblik: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlaeabtl6vrs&ministerie=vghyngkof7kq

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 4 september 2020 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen. Het betreft daarbij voornamelijk de toezeggingen waarvan de deadline reeds is verstreken.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Met vriendelijke groet,

J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister voor Medische Zorg en Sport

Den Haag, 16 juli 2020

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 juli 2020 is verstreken. Daarbij treft u tevens, ter informatie, een overzicht aan van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn op 1 januari 2021 verloopt. Beide lijsten zijn terug te vinden via de volgende links:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlae9guonmo5&ministerie=vkjhlvjn3wum

Vooruitblik: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlaeabtl6vrs&ministerie=vkjhlvjn3wum

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 4 september 2020 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen. Het betreft daarbij voornamelijk de toezeggingen waarvan de deadline reeds is verstreken.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Met vriendelijke groet,

J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL

Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Den Haag, 28 september 2021

De Eerste Kamer maakt halfjaarlijks de stand van zaken op ten aanzien van de toezeggingen die door de bewindspersonen aan deze Kamer zijn gedaan.

Door middel van deze brief attendeer ik u op het gebruikelijke halfjaarlijkse overzicht van openstaande en deels voldane toezeggingen. Vandaag ontvangt u digitaal een overzicht van de toezeggingen waarvan de termijn volgens onze informatie op 1 juli 2021 is verstreken. Daarbij treft u tevens, ter informatie, een overzicht aan van de openstaande of deels voldane toezeggingen waarvan de termijn op 1 januari 2022 verloopt. Beide lijsten zijn terug te vinden via de volgende links:

Rappel: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlmhl5pqzxmt&ministerie=vghyngkof7kq

Vooruitblik: https://www.eerstekamer.nl/rappel?rappel=vlmhnafgn0wb&ministerie=vghyngkof7kq

Teneinde een geactualiseerd overzicht aan de verantwoordelijke commissie(s) voor te kunnen leggen, verneemt de Kamer graag vóór vrijdag 5 november 2021 eventuele correcties en een prognose van de termijnen waarop de toezeggingen zullen worden nagekomen. Het betreft daarbij voornamelijk de toezeggingen waarvan de deadline reeds is verstreken.

De Eerste Kamer tracht de toezeggingenregistratie zo actueel mogelijk te houden. De Kamer en de regering zijn er derhalve bij gebaat als brieven, nota’s en dergelijke, die samenhangen met toezeggingen aan de Eerste Kamer, rechtstreeks aan deze Kamer worden gezonden, onder vermelding van het toezeggingenregistratienummer.

Met vriendelijke groet,

J.A. Bruijn

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 november 2021

In reactie op uw brieven van met kenmerken 168624.09u, 167139.07u, 167139.10u zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, een overzicht met daarin de actuele stand van zaken van de door u gerappelleerde toezeggingen aan de Eerste Kamer.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

Toezegging:

Voordat een formeel wetgevingstraject zal worden ingegaan, zal de Minister van VWS met de Kamer bespreken of er voldoende lessen zijn getrokken uit de decentralisaties in het sociaal domein, bijvoorbeeld naar aanleiding van de contourennota, die rond de zomer gestuurd zal worden, en/of de conceptwetgeving met aanpassingen van de Jeugdwet, die voor de zomer in consultatie zal gaan ( T02833, 21 januari 2020).

Stand van zaken:

Aan deze toezegging – uit het mondeling overleg op 21 januari 2020 met de Minister van VWS1 is gevolg geven met het debat op 2 februari 2021 met de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van VWS over het jeugdstelsel2. Verder wordt de Kamer met periodieke voortgangsbrieven geïnformeerd over de ontwikkelingen in het gedecentraliseerde jeugdstelsel. Bij brief van 17 september 2021 is recent een aantal nadere vragen van de Eerste Kamer beantwoord3.

Toezegging:

De Minister voor Medische Zorg en Sport zal de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Don, op de hoogte houden van de ontwikkelingen omtrent de ratificatie van het Verdrag inzake orgaanhandel (T02594, 30-1-2018).

Stand van zaken:

Op 30 januari 2018 heeft toenmalig Minister voor Medische Zorg en Sport tijdens de behandeling van het Initiatief wetsvoorstel-Pia Dijkstra over het opnemen van een actief donorregistratiesysteem (33 506) aan het lid Don toegezegd de stand van zaken betreffende ratificatie van het Verdrag tegen handel in menselijke organen van de Raad van Europa door te geven. Over de ondertekening en ratificatie van dit Verdrag vindt overleg plaats tussen de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), van Justitie en Veiligheid (JenV) en Buitenlandse Zaken (BZ). Er wordt een brief voorbereid om uw Kamer hierover uiterlijk Q4 van 2021 te informeren.

Toezegging:

De Minister van Algemene Zaken zegt, naar aanleiding van een vraag van het lid Rosenmöller (GroenLinks), toe dat in de voortgangsbrieven aan de Kamer regelmatig aandacht zal worden besteed aan de positie van jongeren en de wijze waarop hun visie beter bij het coronabeleid kan worden betrokken (T03264, 27-10-2020).

Stavaza:

Het afgelopen jaar is met regelmaat aandacht besteed aan de positie van jongeren, en de wijze waarop hun visie beter bij het coronabeleid kan worden betrokken. Meerdere leden van het kabinet hebben de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met jongeren om meer inzicht te krijgen in hun beleving en ideeën over het coronabeleid en hebben daar ook opvolging aan gegeven. Zo hebben op basis van het advies «En nu ... daden» van de Jongeren Denktank Coronacrisis (een samenwerkingsverband tussen het SER Jongerenplatform en Denktank-Y) gesprekken met jongeren plaatsgevonden over toekomstperspectief voor jongeren in en na coronatijd (onderwijs, stage en werk), over mentaal welzijn en over de mogelijkheden voor jongeren op de woningmarkt. Deze gesprekken met jongeren hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de aanpak voor herstel en perspectief voor de jeugd4, met als doel om de negatieve effecten van de coronacrisis voor jongeren op de korte termijn te beperken, en de uitgangspositie van jongeren op de lange termijn te versterken.

Onderdeel van het beperken van de negatieve effecten van de coronacrisis voor jongeren op de korte termijn zijn de steunpakketten; in de voortgangsbrief van december 20205 is een steunpakket van € 58,5 mln. aangekondigd om met jongeren een impuls te geven aan het organiseren van kleinschalige evenementen t.b.v. de mentale weerbaarheid van jongeren te versterken, en in de voortgangsbrief van februari 20216 is er een steunpakket van € 40 mln. aangekondigd voor de intensivering van de initiatieven t.b.v. het welzijn voor de jeugd.

Ook het komende jaar worden jongeren betrokken bij het beleid, door jongeren structureel bij overleggen aan te laten sluiten. Er wordt een jongerenpanel mentale gezondheid opgericht. Daarnaast is het kabinet met jongeren van verschillende (culturele) achtergronden het traject «Democratie en Jongeren» gestart, om duurzame vormen van jongereninspraak te ontwikkelen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn dat de ideeën en behoeften van jongeren centraal staan en dat jongereninspraak vorm krijgt op basis van gelijkwaardigheid.

Toezegging:

De Minister van Algemene Zaken zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Bredenoord (D66), toe dat zij eind 2020 de rapportage van het programma (Ont)Regel de Zorg zal ontvangen (T03265, 27-10-2020).

Stavaza:

Op 14 december 2020 heeft toenmalig Minister voor Medische Zorg en Sport de betreffende rapportage van het programma [Ont]Regel de Zorg aan de Tweede Kamer gezonden7. Deze rapportage voeg ik ook toe als bijlage 2 bij deze reactie, waarmee ik verwacht aan de toezegging te hebben voldaan.

Toezegging:

De Minister van Algemene Zaken zegt, naar aanleiding van vragen van de leden Van Rooijen (50PLUS) en Bredenoord (D66), toe dat de Kamer geïnformeerd zal worden over het oordeel van het kabinet over het draaiboek van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Artsenfederatie KNMG (T03266, 27 oktober 2020).

Stavaza:

Naar aanleiding van vragen van de leden Van Rooijen (50PLUS) en Bredenoord (D66) bericht ik u over het kabinetsstandpunt over het draaiboek van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en de Artsenfederatie KNMG. Het draaiboek «Triage op basis van niet-medische overwegingen voor IC-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19 pandemie» (zie bijlage 3) ziet op de situatie dat de landelijke IC-capaciteit zodanig tekortschiet dat op basis van niet-medische criteria een selectie moet worden gemaakt tussen patiënten die wel of geen IC-zorg krijgen. Het gaat dan over fase 3, stap C, waarin ook ná de aangescherpte medische triage een tekort aan IC-plekken bestaat. Op basis van medische overwegingen is er dan geen onderscheid meer te maken tussen verschillende mensen die een IC-plek nodig hebben. Er moet dan worden overgegaan op triage op andersoortige ethische overwegingen. In dit draaiboek wordt in de uiterste situatie van fase 3, stap C, gekozen voor het gebruik van leeftijdscohorten als selectiecriterium, voorafgaand aan loting. Deze keuze is gebaseerd op het «fair-innings»-argument dat zegt dat iedereen in de loop van zijn of haar leven zoveel mogelijk gelijke kansen («opportunities») moet hebben om de verschillende levensfases te doorlopen. Het kabinet had zich in de brief van 4 januari 20208 op het standpunt gesteld dat voor dit kabinet elk leven gelijkwaardig is. Als er geen andere rechtvaardige selectiecriteria meer over zijn, is loten, hoe tragisch ook, het meest rechtvaardige, ultieme selectiecriterium. Na een debat met de Tweede Kamer op 5 januari 2021 heeft het kabinet dit standpunt heroverwogen. In de brief van 11 januari 20219 heeft het kabinet geconstateerd dat er inmiddels naast het draagvlak onder de zorgverleners zelf en een aantal ouderenorganisaties, ook een brede politieke steun bestaat voor het gebruik van leeftijdscohorten als selectiecriterium zoals beschreven in het door de KNMG en FMS opgestelde draaiboek. Juist die brede maatschappelijke en politieke steun voor zorgverleners bij het maken van dergelijke ontzettend moeilijke keuzes is voor de standpuntbepaling van het kabinet van essentieel belang. Om die redenen steunt het kabinet alsnog het in het draaiboek beschreven gebruik van leeftijdscohorten.

Toezegging:

De Minister voor Medische Zorg en Sport zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Dittrich (D66) en Bikker (ChristenUnie), toe in de aanvullende preventieaanpak van drugsgebruik expliciet aandacht te hebben voor kwetsbare groepen en jongeren (T02813, 5-11-2019).

Stavaza:

In het experiment gesloten coffeeshopketen wordt bekeken of en hoe een gereguleerde gesloten coffeeshopketen mogelijk is. Binnen het experiment wordt op verschillende wijzen aandacht besteed aan preventie: via afstemming met deelnemende gemeenten, eisen in de wet- en regelgeving en aanvullende voorlichtings- en preventiemaatregelen, waaronder de inzet op kwetsbare groepen jongeren of jongvolwassenen met multiproblematiek. Hierbij verwijs ik u naar de brief stand van zaken die op 16 april 2021 aan de Tweede Kamer is verzonden10.

Toezegging:

De Minister van VWS zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Kluit (GroenLinks) en Van der Voort (D66), toe om proportionaliteit onderdeel te maken van het plan van aanpak en daarbij in te gaan op de vraag hoe om te gaan met toegangstesten op langere termijn: in welke situaties is dat proportioneel, wanneer zijn toegangstesten niet meer nodig of moeten juist weer worden ingezet (de zgn. aan-en-uitknop) en wat is de drempelwaarde daarvoor? (T03143, 25-05-2021)

In de «Aanpak najaar» die ik de Tweede Kamer op 14 september jl. toezond heb ik de kaders geschetst voor de inzet van CTB als instrument11. De grilligheid van het virus maakt dat er geen specifieke signaalwaarden zijn die de inzet van coronatoegangsbewijzen (CTB) bepalen. Inzet van CTBs gebeurt na zorgvuldige afweging van de epidemiologische situatie, aan de hand van adviezen van het OMT, en de bestuurlijke afweging op basis van andere adviezen (SCP, CPB, gedragsunit RIVM en de departementen in de Trojka). Die gezamenlijke adviezen publiceren we in de corona stand van zaken brief, als sociaal, maatschappelijke en economische reflectie, de zogeheten SMER. Verder is in de Twm opgenomen dat bij maatregelen de proportionaliteit moet worden gewogen. De Twm zegt daarover dat de ernst van de bedreiging van de volksgezondheid noodzakelijk in de afweging is, maatregelen in overeenstemming moeten zijn met de uitgangspunten van de democratische rechtsstaat en dat in het kader van bescherming van de volksgezondheid de beperking van grondrechten zo min mogelijk beperkt mogen zijn en evenredig moeten zijn aan genoemd doel. Dit gebeurt in het proces van totstandkoming van maatregelen en wordt via de voorhangprocedure ook aan de Tweede Kamer voorgelegd.

Conform het 127e OMT-advies, wordt het coronatoegangsbewijs ingezet om de risico’s op de verspreiding van het coronavirus te mitigeren. Met de toepassing van het coronatoegangsbewijs is het mogelijk om de 1,5m-regel op een veilige manier los te laten en de verspreiding van het virus te mitigeren. De inzet van CTBs, en proportionaliteit daarvan, zal op regelmatige basis blijven worden getoetst. Hiermee voldoe ik aan de toezegging aan het lid Kluit (GroenLinks) en Van der Voort (D66) om proportionaliteit onderdeel te maken van het plan van aanpak en daarbij in te gaan op de vraag hoe om te gaan met toegangstesten op langere termijn.


X Noot
1

Kamerstukken I 2019/20, 31 839, V.

X Noot
2

Kamerstukken I 2020/21, 31 839, S.

X Noot
3

Kamerstukken I 2020/21, 31 839, U.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2020/21, 35 883, nr. 1.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2020/21, 25 295, nr. 771.

X Noot
6

Kamerstukken II, 2020/21, 25 295, nr. 988.

X Noot
7

Kamerstukken II, 2020/21, 29 515, nr. 452.

X Noot
8

Kamerstukken II, 2020/21, 25 295, nr. 873.

X Noot
9

Kamerstukken II, 2020/21, 25 295, nr. 901.

X Noot
10

Kamerstukken II 2020/21, 24 077, nr. 472.

X Noot
11

Kamerstukken II 2021/22, 25 295, nr. 1422.

Naar boven