35 925 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2022

Nr. 84 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 juni 2022

Hierbij informeer ik u graag over de voortgang van de uitvoering van de motie van het lid Valstar c.s. zoals aangenomen op 10 mei jl. (Kamerstuk 35 925 X, nr. 70). In de motie is gevraagd om pilots buiten het DMP om in te zetten ten einde zo snel mogelijk nieuw materiaal aan te schaffen en onderhoudsachterstanden weg te werken. Ik zie de meerwaarde van deze motie en onderzoek de verschillende mogelijkheden. Daarnaast informeer ik uw Kamer graag in bredere zin over de verschillende verbeterinitiatieven die binnen de invloedsfeer van Defensie zijn opgepakt om onze wendbaarheid te vergroten.

Ik ben mij ervan bewust dat het realiseren van de plannen uit de Defensienota 2022 een grote en complexe opgave betreft. Nederland en Europa moeten sterker worden en dus is snelheid geboden om met concrete resultaten te komen. Defensie voelt en ziet als geen ander de noodzaak om ons realisatievermogen te vergroten en zet zich hier dan ook ten volle voor in. Tegelijkertijd kost herstel en opbouw van de krijgsmacht tijd. Daarbij realiseer ik mij dat we uit een tijd van krimp naar groei gaan. Dit betekent iets voor onze cultuur, werkwijze en leiderschap.

Naast het culturele aspect dat deze groei met zich meebrengt werkt Defensie dagelijks aan het vergroten van de wendbaarheid van de interne processen van het «voorzien-in proces». Met het voorzien-in proces wordt de keten bedoeld die loopt van de behoeftestelling tot en met de levering van producten of diensten, inclusief de nazorg. Binnen het voorzien-in proces worden alle producten en diensten voor de defensieorganisatie ingekocht of aanbesteed. Onderstaande initiatieven richten zich met name op de investeringsprojecten. Hoewel dit geen specifieke pilots zijn komen deze initiatieven wel tegemoet aan de achterliggende notie achter de motie. Ik informeer u graag eerst over de initiatieven die al gestart zijn, vervolgens welke begrenzingen hiermee gemoeid zijn en tot slot licht ik toe welke stappen ik verder wil zetten om ons realisatievermogen zo groot mogelijk te maken.

Lopende initiatieven

Bij investeringsprojecten die volgens het Defensie Materieel Proces (DMP) worden uitgevoerd zijn voor Defensie een aantal principes leidend. Ten eerste dienen verworven producten en diensten bij te dragen aan de gestelde operationele behoefte. Ten tweede dient het product of dienst direct of indirect bij te dragen aan de operationele gereedheid en slagkracht van de krijgsmacht. Het DMP waarborgt dat uw Kamer tijdig en transparant wordt geïnformeerd over en betrokken is bij de projecten boven de 25 miljoen euro. Het DMP wordt in samenspraak met uw Kamer geactualiseerd. Ik streef ernaar medio 2023 met u hierover te spreken.

Op diverse gebieden zijn initiatieven genomen die leiden, of gaan leiden tot verbeteringen. Interne teams, de zogenoemde Tiger Teams, kijken welke operationele behoeftes snel te realiseren zijn en welke randvoorwaarden hiervoor geregeld moeten worden, zonder dat dit negatief effect heeft op de inzetbaarheid. Doel is zo snel mogelijk te beschikken over de juiste systemen voor onze operationele eenheden. Daarbij wordt specifiek gekeken naar de mogelijkheden die verwerving van de plank en internationale samenwerking hiervoor kunnen bieden.

Ook geeft toepassing van Fast Track Procurement (FTP) – binnen het DMP – mogelijkheden tot versnelling. Op 22 april jl. heb ik u geïnformeerd over toepassing van FTP voor de versnelde aanvulling inzetvoorraad munitie. Ik onderzoek of en zo ja, in welke situaties FTP vaker kan worden toegepast. Met de actualisatie van het DMP informeer ik u over de uitkomsten.

In de brief van 1 april jl. (Kamerstuk 34 225, nr. 35) heb ik u geïnformeerd over de voortgang van het programma vervanging onderzeebootcapaciteit. Ik heb daarin aangegeven welke maatregelen ik heb genomen om de tekortkomingen in dit programma te verbeteren. Bijvoorbeeld op het gebied van versimpeling van de governance-structuur, betere sturing en communicatie, versterking van het projectteam, en professionalisering van de planning en het risicomanagement. Voor een nadere toelichting verwijs ik u naar de reactie op het ADR-rapport bij de Voortgangsrapportage VOZBT (Kamerstuk 34 225, nr, 38).

Ter ondersteuning van de hiervoor genoemde verbeterinitiatieven laat ik kwantitatief onderzoek doen naar de doorlooptijden van DMP-projecten en de onderscheiden fasen daarin. De resultaten worden, na analyse, gebruikt bij de reeds genoemde actualisatie van het DMP en geven inzicht in welke verbeteringen nog mogelijk zijn. Ook hierin nemen we nadrukkelijk de suggestie mee uit de motie van het lid Valstar c.s. (Kamerstuk 35 925 X, nr. 70).

De crisis in Oekraïne heeft tot gevolg dat Defensie fors meer moet inkopen, ook om onder andere tegemoet te komen aan verzoeken van de NAVO. De huidige crisis heeft mede tot gevolg dat de prijzen van grondstoffen en goederen enorm zijn gestegen en dat de doorlooptijden oplopen. Dit maakt dat de maximale waarde van de bestaande raamovereenkomsten gelet op de omstandigheden mogelijk zal worden overschreden in een periode dat nog gewerkt wordt aan nieuwe raamovereenkomsten. Versnellen en opschalen kan daarmee conflicteren met rechtmatigheidsaspecten. Indien dit het geval is dan informeer ik u daarover in de bedrijfsvoeringsparagraaf in het Jaarverslag met het aantal dossiers en het bedrag waarvoor de escalatieprocedure is gelopen. Daarbij wil ik benadrukken dat daar altijd een transparante afweging aan ten grondslag ligt of het operationeel belang van het versneld besteden van het budget opweegt tegen de mogelijke risico’s op rechtmatigheidsaspecten. Uiteindelijk blijft het uitgangspunt dat we op een beheerste manier zo snel mogelijk onze Krijgsmacht versterken.

Begrenzing van het realisatievermogen

Alle werkzaamheden binnen het voorzien-in proces zijn erop gericht om de krijgsmacht te voorzien van het beste product voor de beste prijs en, waar mogelijk en doelmatig, met een zo groot mogelijke betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven, zoals vastgelegd in de Defensie Industrie Strategie. Bovendien is het versterken van de Europese samenwerking vanuit de positie van de industrie een expliciet doel in de Defensienota 2022 (Bijlage bij Kamerstuk 36 124, nr. 1). Een transparante aanbestedingsprocedure kost echter tijd. Zoals in de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Eppink (JA21) over versoepeling van de aanbestedingsregels (Aanhangsel Handelingen II 2021/22, nr. 3208) gesteld, wordt ruimte gezocht naar de mogelijkheden binnen het voorzien-in proces. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om de nationale en Europese aanbestedingsregels aan te passen indien dat nodig is. Dit zal echter pas op langere termijn tot resultaat leiden.

Defensie ondervindt daarnaast hinder van de krapte op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld als het gaat om het aantrekken van inkoop- en projectmanagement capaciteit. Met de recente voorgestelde verbeteringen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de komst van een nieuw Human Resources (HR)-model evenals het uitvoeringsplan Boeien, Binden en Behouden dat ik aan het ontwikkelen ben, investeert Defensie in haar (toekomstig) personeel. Dit alles moet onder meer leiden tot zowel een hoger behoud van personeel als een betere uitgangspositie op de arbeidsmarkt en daarmee uiteindelijk versterking van de capaciteit in de voorzien-in keten.

Benodigde vervolgstappen voor meer wendbaarheid

Defensie moet zich sneller kunnen aanpassen, zelfstandig en in internationaal verband. Dat vereist ook verbeterinitiatieven die buiten de directe invloedsfeer van Defensie liggen. In het coalitieakkoord (Bijlage bij Kamerstuk 35 788, nr. 77) is reeds opgenomen dat bij Rijksbrede regels en beleid rekening gehouden wordt met de bijzondere positie van Defensie. Dit is voor Defensie een stap in de goede richting.

Verdere stappen in het kader van het realiseren van meer wendbaarheid neem ik graag in samenwerking met onze (binnenlandse) partners, Europese en internationale bondgenoten. Een al lopend voorbeeld daarvan is het organiseren van gezamenlijke inkoop in NAVO-verband, wat ook ten goede komt aan de interoperabiliteit. In lijn met de motie van het lid Valstar c.s. (Kamerstuk 35 925 X, nr. 70) die het kabinet ook oproept de achterstanden samen met de industrie weg te werken voer ik reeds gesprekken met de industrie en zal dit ook blijven doen. Met de B-brief (Kamerstuk 27 830, nr. 361) van 16 juni jl. «vervanging hulpvaartuigen» informeerde ik uw Kamer in dit kader dat Defensie bij dit project ook de instandhouding wil opnemen in het contract om daarmee de onderhoudstaken van de Koninklijke Marine te verminderen. Daarnaast kijk ik ook naar meer armslag in wet- en regelgeving en ruimte bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de uitgaven. Tot slot onderzoek ik het verruimen van de mandaatgrenzen voor investeringsprojecten en kijk ik graag samen met uw Kamer naar mogelijkheden tot snellere parlementaire behandeling van DMP-brieven.

Het bouwen aan een sterkere krijgsmacht zal na de eerdere bezuinigingen veel vragen van onze mensen en werkwijze. Dit heeft mijn nadrukkelijke aandacht. Zoals ook aangegeven in de Defensienota stropen we de mouwen op om de plannen tot uitvoering te brengen en daarmee te beschermen wat ons dierbaar is.

De Staatssecretaris van Defensie, C.A. van der Maat

Naar boven