35 572 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2021)

Nr. 30 VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 9 november 2020

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

In de in artikel XXIX, onderdeel M, subonderdeel 2, voorgestelde wijziging van artikel 14a, derde lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 wordt «1 januari 2021» vervangen door «1 januari 2022».

2

Artikel XLII wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel k, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel j door een punt.

2. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. In afwijking van het eerste lid treden artikel XXVI, onderdelen Aa, Ab en Ba tot en met Bc, artikel XXVID en artikel XXXVII, onderdeel B, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat daarbij tevens kan worden bepaald dat de wijzigingen met betrekking tot de voorwaartse verliesverrekening, in afwijking van de tot en met 31 december 2021 geldende tekst van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, toepassing vinden met betrekking tot verliezen die zijn geleden in boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2013, voor zover deze verliezen worden verrekend met belastbare winsten of Nederlandse inkomens genoten in boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2022.

3. In het derde lid (nieuw) vervalt «artikel XXIX, met uitzondering van onderdeel G van dat artikel, «.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. In afwijking van het eerste lid treedt artikel XXIX, met uitzondering van onderdeel G van dat artikel, in werking met ingang van 1 januari 2022.

TOELICHTING

In deze nota van wijziging zijn twee wijzigingen opgenomen. Dit betreft ten eerste een aanpassing van de inwerkingtreding van de aanpassing van het belastbaar feit en de belastingplichtige voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm). Ten tweede betreft dit een aanpassing van de inwerkingtreding van de wijziging van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.

1. Aanpassen van de belastingplichtige voor de belasting van personenauto's en motorrijwielen

In het oorspronkelijk wetsvoorstel is voorgesteld dat de datum van inwerkingtreding de aanpassing van het belastbaar feit en de belastingplichtige voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) plaatsvindt bij koninklijk besluit. Het streven van inwerkingtreding daarbij is 1 juli 2021, hoewel er, om uitvoeringstechnische redenen, rekening moet worden gehouden met een uitloop naar 1 januari 2022.

Het kabinet acht de onzekerheid rondom het inwerkingtredingsmoment bij nader inzien onwenselijk voor de belastingplichtigen in de bpm, omdat de aanpassing tijdig in de systemen van de importeurs en dealers moeten worden verwerkt. In deze nota van wijziging wordt daarom voorgesteld dat de aanpassing van het belastbaar feit en de belastingplichtige voor de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) in werking treedt op 1 januari 2022. Daarmee wordt zekerheid verschaft wanneer deze wijzigingen in werking treden. Voor het aanpassen van de inwerkingtreding van het belastbaar feit geldt dat de door de Belastingdienst eerder uitgebrachte uitvoeringstoets onverkort van kracht is.

2. Aanpassen van de inwerkingtredingsbepaling van de wijziging van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting

Zoals is aangekondigd in de brief van 29 oktober 20201 wordt voorgesteld om de bij nota van wijziging van 5 oktober 2020 voorgestelde wijziging van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting2 door middel van een koninklijk besluit in werking te laten treden aangezien de uitvoeringstoets op de wijziging van de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting nog niet gereed is. De beoogde inwerkingtredingsdatum blijft 1 januari 2022. Mochten op basis van de uitvoeringstoets uitvoeringstechnische belemmeringen naar voren komen, dan kan dit aanleiding zijn voor een aanpassing van de voorgestelde maatregel om die belemmeringen alsnog weg te nemen.

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Kamerstukken II 2020/21, 35 572, nr. 23. p. 40.

X Noot
2

Kamerstukken II 2020/21, 35 572, nr. 12.

Naar boven