Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135527 nr. 14

35 527 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie richtlijnen elektronische handel)

Nr. 14 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 februari 2021

Hierbij bied ik u de uitvoeringstoets noodspoor aan voor het wetsvoorstel implementatie richtlijnen elektronische handel1.

Ik ben verheugd dat de Belastingdienst het wetsvoorstel per 1 juli 2021 kan uitvoeren door middel van het noodspoor. Zonder het noodspoor zou het Nederlandse bedrijfsleven niet bij de Belastingdienst terecht kunnen en zouden we alle ondernemers moeten verwijzen naar een buitenlandse belastingdienst. Bovendien is dan ook een inbreukprocedure of boete door de Europese Commissie een reëel risico. Dat acht ik ongewenst. Met het noodspoor wordt, zoals ik uw Kamer eerder heb aangegeven, een adequate voorziening getroffen. Het is van het grootste belang dat wordt voorkomen dat Nederlandse ondernemers voor hun btw-verplichtingen naar andere lidstaten moeten worden verwezen.

Zoals al eerder aangegeven (Kamerstuk 35 527, nr. 8) wordt bij het noodspoor meer dan gemiddeld gebruikgemaakt van handmatige processen en tijdelijke IV-voorzieningen. Inherent zal hierdoor de interactie op een lager niveau zijn in vergelijking met een reguliere implementatie met permanente voorzieningen. Dat wordt ook gesignaleerd in de uitvoeringstoets. Uit de toets blijkt logischerwijs ook dat hier risico’s aan verbonden zijn, maar deze risico’s worden nauwgezet gemonitord en zoveel mogelijk gemitigeerd. Dat is ook al eerder aangegeven in de Nota naar aanleiding van het nader verslag (Kamerstuk 35 527, nr. 11). De uitvoeringskosten zullen worden gedekt binnen de begroting van Financiën.

Ik acht de inzet van het noodspoor met een goede monitoring en mitigatie van de risico’s verre te prefereren boven het alternatief zonder noodspoor. Zonder noodspoor is het namelijk zeker dat we in een situatie komen waarin we Nederlandse bedrijven naar het buitenland moeten verwijzen. Uiteraard zal ik uw Kamer op de hoogte houden indien zich nieuwe ontwikkelingen voordoen.

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl