Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035470-III nr. 1

Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 470 III Jaarverslag en slotwet Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2019

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN, HET KABINET VAN DE KONING EN DE COMMISSIE VAN TOEZICHT OP DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN (III)

Ontvangen 20 mei 2020

Vergaderjaar 2019–2020

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1.000). Totaal € 66.433.000

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1.000). Totaal € 6.340.000

A. ALGEMEEN

1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het departementale jaarverslag van het Ministerie van Algemene Zaken, het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (III) over het jaar 2019 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Algemene Zaken decharge te verlenen over het in het jaar 2019 gevoerde financieel beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • a. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • b. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • c. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • d. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • e. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2019;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2019 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2019, alsmede over de saldibalans over 2019 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016.

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,M.Rutte

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Zoals bij de aanbieding is opgemerkt, bestaat begroting III uit drie begrotingsstaten:

  • 1. het Ministerie van Algemene Zaken;

  • 2. het Kabinet van de Koning (KvdK) en

  • 3. de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD).

Deze driedeling is in navolgend jaarverslag terug te vinden in onderdeel B.

Onderdeel C bevat de jaarrekening en onderdeel D bevat de bijlagen.

In onderdeel B van het jaarverslag wordt voor het Ministerie van Algemene Zaken achtereenvolgens ingegaan op de realisatie van de beleidsprioriteiten voor 2019, op het beleidsartikel «Eenheid van het algemeen regeringsbeleid» en op de bedrijfsvoering. In afwijking van de rijksbegrotingsvoorschriften wordt niet afzonderlijk ingegaan op de gerealiseerde maatschappelijke effecten of op de mate van doelbereiking; zie hiervoor de brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2006 (de zgn. ‘comply or explain brief’; Kamerstukken II 2005/06 29 949, nr. 53). Het Ministerie van Algemene Zaken heeft geen beleidsdoorlichtingen en geen risicoregelingen. 

Ook worden de uitgevoerde taken van het Kabinet van de Koning toegelicht, de financiële consequenties daarvan en de bedrijfsvoering.

Verder wordt kort ingegaan op de wettelijke taken van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, de daarbij horende financiële realisatie en de bedrijfsvoering.

Onderdeel C bevat de jaarrekening, met daarin de verantwoordingsstaten, de saldibalansen met toelichting, de verantwoording van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC) en de verantwoording op de Wet normering topinkomens.

Onderdeel D bevat de bijlagen.

In de begroting van Algemene Zaken is geen centraal apparaatsartikel opgenomen. Dit is conform de Rijksbegrotingsvoorschriften.

In de toelichting bij de budgettaire tabel wordt op bondige wijze ingegaan op opmerkelijke verschillen tussen de ontwerpbegroting en de realisatie in het verslagjaar. Hierbij worden afwijkingen boven de 5% toegelicht. Om inzicht te geven in de uitputting van de begroting, wordt zo nodig ook beneden deze norm een toelichting gegeven.

In de toelichtende tabellen kan door afronding het totaal afwijken van de som der onderdelen.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van de begroting 2019 zijn er nauwelijks aanpassingen.

B. BELEIDSVERSLAG

3. Beleidsprioriteiten

Voor het Ministerie van Algemene Zaken en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan centraal. Het regeerakkoord is daarbij leidend. Hieronder worden enkele in 2019 relevante onderwerpen toegelicht. Een groot deel van het werk van het ministerie en de Minister-President werd ook het afgelopen jaar bepaald door de voorbereiding van de besluitvorming over tal van onderwerpen van het regeringsbeleid in de ministerraad en zijn onderraden. Daarnaast houdt het ministerie zich bezig met toelichting en verantwoording over het beleid in parlement, aan media en aan het publiek, en het ondersteunen van nationale en internationale optredens van de Minister-President. Het kabinet zet zich in voor het versterken van de Nederlandse economie. De Nederlandse economie heeft zich in 2019 positief ontwikkeld. De economische groei in 2019 valt weliswaar iets lager uit dan in 2018, met 1,8%. De werkloosheid is teruggelopen naar 3,4%, het laagste percentage sinds 2008. Het kabinet spant zich bovendien onverminderd in om Nederland veiliger te maken. Met de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) worden de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in staat gesteld om ongeacht de verdere technologische ontwikkelingen effectiever op te kunnen treden. De inzet van deze extra bevoegdheden is met waarborgen omkleed, zodat op verantwoorde wijze met balans tussen veiligheid en privacybescherming kan worden omgegaan. Voorts werd in overleg met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie de evaluatie van de Wiv 2017 voorbereid onder meer met de inrichting van een evaluatiecommissie. 2019 was ook het jaar waarin het kabinet in samenspraak met maatschappelijke partners kwam tot akkoorden en plannen voor het toekomstbestendig maken van ons pensioenstelsel en de aanpak van klimaatverandering en haar gevolgen. Voorts kwamen eerste kabinetsbrede pakketten van maatregelen tot stand om op korte termijn de problemen te beperken gerelateerd aan de uitstoot van voor natuur en milieu schadelijke stoffen als stikstof, CO2 en PFAS.

De Minister-President heeft in 2019 voorts een groot aantal succesvolle handelsmissies geleid en buitenlandse werkbezoeken afgelegd (onder meer Vietnam, Verenigde Staten, China, Nigeria, Indonesië, Australië en Nieuw-Zeeland). Ook heeft de Minister-President in 2019 een bezoek gebracht aan Caribisch Nederland. De Minister-President nam in 2019 deel aan de G20top in Osaka in Japan. Zeker voor Nederland – als open en internationaal georiënteerde economie is de G20 van groot belang. Nederland heeft zich in 2019 opnieuw gecommitteerd aan internationale samenwerking en zich een actieve en betrouwbare internationale partner betoond om resultaten te boeken op de grote thema’s van deze tijd die landen niet alleen kunnen bereiken. Ook in 2019 stond een groot deel van de agenda van de Minister-President in het teken van de Nederlandse inzet in de Europese Unie. Medio 2019 werd de nieuwe strategische agenda voor de EU voor 2019-2024 vastgesteld. Daarin zijn de vijf Nederlandse prioriteiten (migratie, veiligheid, economie, klimaat en extern beleid) goed weergegeven. Naast deze thema’s, waarvoor de Minister-President zich heeft ingezet, waren in 2019 de onderhandelingen omtrent het toekomstig meerjarig financieel kader, de versterking van de Economische en Monetaire Unie en de Brexit belangrijke thema’s. Voorts ging de nodige aandacht uit naar de besluitvorming omtrent de benoeming van een nieuwe Europese Commissie.

4. Beleidsartikel

Artikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Algemene Zaken coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (art. 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor «het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid». Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich jaarlijks over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publieks-communicatie. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

C. Beleidsconclusies

Qua uitvoering en beoogde resultaten hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 1 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

50.736

55.654

57.639

60.045

62.034

62.303

‒ 269

        

Uitgaven

56.962

55.654

57.639

60.045

62.034

62.303

‒ 269

        

Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD) apparaatsuitgaven

1.652

1.597

1.510

1.562

1.703

2.171

‒ 468

        

Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR) apparaatsuitgaven

583

520

510

529

660

594

66

        

Apparaatsuitgaven

30.004

29.004

29.999

31.619

32.537

33.112

‒ 575

Personele uitgaven

18.322

18.854

18.595

20.618

23.596

*

 

waarvan eigen personeel

16.583

16.885

17.045

18.034

18.946

*

 

waarvan inhuur externen

219

496

212

958

2.982

*

 

waarvan overige personele uitgaven

1.520

1.473

1.338

1.626

1.668

*

 

Materiële uitgaven

11.682

10.150

11.404

11.001

8.941

*

 

waarvan ICT

3.810

2.486

2.577

2.085

2.479

*

 

waarvan bijdrage aan SSO's

4.246

4.962

5.409

5.655

3.523

*

 

waarvan overige materiële uitgaven

3.626

2.702

3.418

3.261

2.939

*

 
        

Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB)

0

0

298

446

671

605

66

        

Bijdrage aan het agentschap Dienst Publiek en Communicatie

24.723

24.533

25.322

25.889

26.463

25.821

642

        

Ontvangsten

4.307

4.111

3.767

3.622

3.804

4.439

‒ 635

E. Toelichting op de instrumenten

Uitgaven

In de eerste suppletoire begrotingswet zijn de loon-en prijsbijstelling, de eindejaarsmarge en een aantal overboekingen verwerkt (per saldo met € 2,1 miljoen verhoogd). In de tweede suppletoire begrotingswet zijn de uitgaven op artikel 1 neerwaarts bijgesteld met circa € 1,2 miljoen, hiervan betreft € 1 miljoen een verschuiving van 2019 naar 2020. Indien rekening wordt gehouden met bovenstaande mutaties is er een aanvullende onderuitputting van circa € 1,3 miljoen bij de uitgaven. In totaal is er een neerwaartse bijstelling van € 0,3 miljoen ten opzichte van de vastgestelde begroting.

Oorzaken van de onderuitputting van circa € 1,3 miljoen zijn onder andere een aantal meevallers bij vertraagde innovatieprojecten bij de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD), vertraging bij een aantal ICT-projecten en een personele onderbezetting bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de RVD. De hogere bijdrage aan het agentschap Dienst Publiek en Communicatie betreft met name de toedeling van de loon- en prijsbijstelling voor 2019 aan het agentschap.

Ontvangsten

Dit betreft met name de bij Miljoenennota 2020 reeds gemelde neerwaartse bijstellingen van de ontvangsten, omdat de raming niet meer actueel was.

Beleidsmatige informatie

Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid 

De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) ondersteunt de Minister-President in zijn coördinerende rol op het terrein van de overheidscommunicatie en ondersteunt de Voorlichtingsraad (VoRa). De VoRa, onder voorzitterschap van de directeur-generaal RVD, is het ambtelijke adviesorgaan van het kabinet op het gebied van de overheidscommunicatie. De VoRa, waarvan de directeuren communicatie van alle departementen lid zijn, ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie en vervult de opdrachtgeversrol naar de Dienst Publiek en Communicatie (DPC). Het hoofdstuk «Agentschap Dienst Publiek en Communicatie» geeft een breder overzicht van de gemeenschappelijke communicatie in 2019.

VoRa-Jaarprogramma Communicatie

Veel activiteiten in het kader van de coördinatie van de overheidscommunicatie zijn samengebracht in het VoRa-Jaarprogramma. De uitvoering hiervan is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de departementen, de RVD en DPC. Het VoRa-Jaarprogramma 2019 bevatte gezamenlijke activiteiten op thema’s als: Informatie op Maat (de mens centraler stellen in onze informatievoorziening en dienstverlening en het op maat aanbieden van informatie en dienstverlening), het toepassen van gedragskennis, dilemmalogica (het in een vroegtijdig stadium erkennen van zorgen, mensen beter meenemen in de afwegingen en ruimte bieden aan uiteenlopende perspectieven), beeldcommunicatie en het versterken van de interdepartementale samenwerking op communicatiegebied.

Rijks- en kabinetsbrede communicatie

Met het oog op eenduidige, herkenbare en toegankelijke overheidscommunicatie werken de directies Communicatie op verschillende terreinen intensief samen. Dit krijgt onder meer gestalte in het beheer van de rijkshuisstijl, communicatie via massamediale campagnes, de verdere ontwikkeling en het beheer van www.rijksoverheid.nl, het rijksbrede intranet (Rijksportaal) en het Platform Rijksoverheid Online dat ruimte biedt aan honderden overheidswebsites. Samenwerking is voorts gericht op het opvangen en duiden van signalen uit de samenleving. Zo voert het Sociaal Cultureel Planbureau in opdracht van de VoRa elk kwartaal het Continu Onderzoek Burgerperspectieven uit. Met het project «Informatie op Maat» streeft de VoRa naar het aanbieden van toegankelijke publieksinformatie op voor individuele burgers relevante momenten en kanalen.

Burgerbrieven

In 2019 heeft het Ministerie van Algemene Zaken 2.067 burgerbrieven ontvangen. In 2018 ontving het ministerie 1.938 brieven. In 2019 was de gemiddelde behandeltijd 16 dagen (tegen 15 dagen in 2018).

Tabel 2 Behandeltermijn burgerbrieven
 

2019

2018

< 3 weken

62%

73%

3 weken ‒ 6 weken

36%

24%

> 6 weken

2%

3%

Verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Wet hergebruik van Overheidsinformatie (Who), klaagschriften en bezwaarschriften.

Wob-verzoeken

In 2019 heeft het ministerie 45 verzoeken op grond van artikel 3 van de Wet openbaar van bestuur (Wob) ontvangen. In 2019 zijn 44 Wob-besluiten genomen, 6 besluiten hiervan hadden betrekking op verzoeken ingediend in 2018 en één besluit op één verzoek ingediend in 2016.

Drie verzoeken zijn op grond van artikel 4 van de Wob in zijn geheel doorgezonden naar andere bestuursorganen. Op 17 verzoeken werd - al dan niet met instemming van de verzoeker - buiten de wettelijke beslistermijn besloten. Een aantal hiervan betreft een reeks omvangrijke Wob-verzoeken uit een eerdere periode, dan wel omvangrijke interdepartementale verzoeken waarbij interdepartementale coördinatie was vereist.

Wiv 2017-verzoeken

In 2019 zijn 9 Wiv-besluiten genomen, 8 besluiten hiervan hadden betrekking op verzoeken ingediend in 2018, 1 besluit op een verzoek ingediend in 2019.

AVG-verzoeken

In 2019 heeft het ministerie 7 verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ontvangen. In 2019 zijn 2 besluiten genomen en 1 verzoek is begin 2020 afgehandeld. Alle verzoeken betroffen de dienstverlening van DPC/Informatie Rijksoverheid. Bij de overige 4 verzoeken werden door het ministerie van Algemene Zaken van de verzoekers geen gegevens verwerkt en is verzoeker schriftelijk of mondeling doorverwezen naar de juiste instantie.

Who-verzoeken

Het ministerie heeft in 2019 één verzoek op grond van de Wet hergebruik overheidsinformatie (Who) ontvangen. Dit verzoek is in overleg met verzoeker met overschrijding van de wettelijke beslistermijn afgedaan.

Klaagschriften

Het ministerie heeft in 2019 geen klachten ontvangen.

Bezwaarschriften

In 2019 heeft het ministerie 7 bezwaarschriften ontvangen naar aanleiding van besluiten op grond van de Wob. Eén bezwaarschrift is naderhand ingetrokken.

Er zijn geen bezwaarschriften binnengekomen naar aanleiding van besluiten op basis van de Wiv 2017, de Who en de AVG.

Het leveren van bijdragen aan de lange termijn beleidsontwikkeling

Algemeen

De ontwikkeling van het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) draagt hier op een wetenschappelijk gefundeerde manier aan bij. De Raad heeft tot taak tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden en te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, probleemstellingen te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te dragen. De WRR kan zich bezighouden met alle gebieden van (potentieel) regeringsbeleid.

Publicaties

In 2019 publiceerde de WRR verschillende publicaties waaronder twee adviesrapporten aan de regering en een verkenning.

Op 17 januari 2019 presenteerde de WRR het rapport Geld en schuld: de publieke rol van banken. Het rapport is tijdens een bijeenkomst overhandigd aan de minister van Financiën, Wopke Hoekstra. De steeds belangrijkere rol van giraal geld, het verdwijnen van een publieke betaal- en spaaroptie en de concentratie en toegenomen uniformiteit in het bankwezen hebben geleid tot een situatie waarin geld en schuld gemakkelijker uit de hand kunnen lopen. Ook heeft het geleid tot een onbalans tussen publieke en private belangen. De WRR beveelt daarom aan om te zorgen voor meer diversiteit in het stelsel, meer werk te maken van het temmen van de schuldengroei, beter voorbereid te zijn op de volgende crisis en te zorgen voor een stevigere verankering van de publieke dimensie van het bankwezen.

In het Vredespaleis organiseerde de WRR een conferentie over de Verkenning Filantropie op de grens van overheid en markt. De bijeenkomst vond plaats op 21 februari.

Op 9 september 2019 is het rapport Voorbereiden op Digitale Ontwrichting uitgebracht. Het rapport maakt duidelijk dat Nederland is voorbereid op verschillende rampenscenario’s. Maar wat te doen bij een digitale ontwrichting? Wie grijpt dan in? Met welke bevoegdheid? Hoe bereiden we ons voor? Nu cyber steeds verder verknoopt raakt met fysieke infrastructuren en met het sociale weefsel van onze samenleving, is cybersecurity alleen niet langer voldoende. De WRR concludeert in het rapport dat een betere voorbereiding van de overheid, bedrijven en de samenleving op digitale ontwrichting nodig is. Secretaris-Generaal van Justitie en Veiligheid nam het rapport namens de minister in ontvangst.

Voor het vergroten van de zichtbaarheid en vindbaarheid van zijn Engelstalige publicaties is de WRR in samenwerking met uitgever Springer gestart met een open access Engelstalige reeks: Research for Policy – Studies by the Netherlands Council for Government Policy. De eerste publicatie die in deze Springerreeks verscheen op 25 september: Why knowing what to do is not enough, de vertaling van het rapport Weten is nog geen doen.

Verder is de raad in 2019 een verkenning van nieuwe onderwerpen voor de huidige raadsperiode gestart. Het betreft a) Collectieve arrangementen voor sociale zekerheid, b) Klimaattransitie en c) Onderneming en maatschappij. Ook heeft de WRR in 2019 het RIVM gevraagd om een vooronderzoek uit te voeren ten behoeve van het adviestraject over de Houdbaarheid van de zorg. Dit wordt in 2020 opgeleverd en zal mede ten grondslag liggen aan het rapport over dit thema.

Overige bijdragen aan de beleidsdialoog

De WRR adviseert over lange termijn vraagstukken die van groot belang zijn voor het regeringsbeleid. Daarnaast wil de WRR de meningsvorming ook direct stimuleren. Daarom organiseert hij, mede naar aanleiding van publicaties onder meer mondelinge briefings voor het kabinet en de beide Kamers, expertmeetings, workshops en ook conferenties en bijeenkomsten voor een groter publiek. De WRR levert daarnaast een actieve bijdrage aan de synergie van het kennis- en adviesstelsel. Naast het organiseren van de periodieke overlegbijeenkomsten met de strategische adviesraden, onderhoudt hij een liaison met het Strategieberaad Rijksbreed en met de planbureaus.

De debatreeks Hollands Spoor, een initiatief van de WRR en het Strategieberaad Rijksbreed, is een concrete uitkomst van deze samenwerkingen. In deze debatreeks gaan wetenschap, beleid en samenleving met elkaar in gesprek. In 2019 zijn twee Hollands Spoor bijeenkomsten georganiseerd: op 2 september over de toekomst van de multilaterale orde en op 5 november over Houdbare zorg. Een debatbijeenkomst kan leiden tot een publicatie. In 2019 verscheen het Working Paper Internationaal AI-beleid. Domme data, slimme computers en wijze mensen dat voortvloeide uit de Hollands Spoor bijeenkomst over AI in 2018.

24 januari 2019 vond de jaarlijkse WRR-lecture plaats in De Nieuwe Kerk. De keynote werd verzorgd door prof. dr. Ute Frevert, wetenschappelijk lid van het Max Planck Institute en mede-directeur van het Max Planck Institute for Human Development te Berlijn. Frevert reflecteerde op de rol van emoties in de politiek.

16 december 2019 heeft de WRR Beleidsthema’s voor de lange termijn; memo aan de programmacommissies uitgebracht. Weloverwogen beleidskeuzes maken voor de lange termijn vraagt om een gedegen voorbereiding en analyse in het hier en nu. Met dit memo ondersteunt de WRR de programmacommissies bij de formulering van een doordachte visie op de grote vraagstukken van de komende jaren. Op basis van eigen werk van de afgelopen jaren identificeert de raad zes beleidsthema’s die van belang zijn voor Nederland op de lange termijn. De thema’s zijn 1) flexibiliteit en zekerheid, 2) samenleven in verscheidenheid, 3) veerkrachtige en duurzame economie, 4) digitalisering en overheidsbeleid, 5) waardegedreven openbaar bestuur en 6) internationale coördinatie en veiligheid in een multipolaire wereld. In welke concrete uitwerking dan ook, zullen deze thema’s in de volgende kabinetsperiode hoog op de agenda staan. Door ze al ruim voor de hectiek van verkiezingsdebatten en formatie onder de aandacht van programmacommissies te brengen, geeft de WRR invulling aan zijn taak als onafhankelijk strategisch adviseur gericht op de lange termijn. Het memo biedt geen kant-en-klare beleidsopties of maatregelen, maar beoogt richting te geven aan de keuzes waar de nieuwe Tweede Kamer voor komt te staan. De gepresenteerde inzichten zijn gebaseerd op recente analyses en rapporten en verwijzen terug naar deze publicaties.

Prestatiegegevens

De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige thema’s en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms ‘leeft’ een thema al bij de start van een WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct een meetbare invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat. De tabel biedt een kwantitatief overzicht van de output.

Tabel 3 WRR prestatiegegevens
 

Begroting 2019

Realisatie 2019

Rapporten, Verkenningen, Policy Briefs

7

7

Overige publicaties

4

4

Mondelinge briefings voor en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden

15

24

Overige briefings met beleidsmakers

15

27

Conferenties, workshops, expertmeetings

15

39

Lezingen en debatten

70

55

Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv2017) is er een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), die belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De commissie bestaat uit een voorzitter en twee leden en wordt ondersteund door een secretaris en plaatsvervangend secretaris.

De Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en de TIB zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & controlcyclus. De TIB is gehuisvest op een zelfstandige locatie binnen het pand van het Ministerie van Algemene Zaken. Op deze wijze kan gebruik worden gemaakt van de beveiligingsschil en andere facilitaire zaken van het ministerie, maar beschikken ze wel over een eigenstandige kantoorruimte die alleen voor hen toegankelijk is.

Op 25 april 2019 heeft de TIB haar eerste Jaarverslag gepubliceerd met haar bevindingen en werkzaamheden in de periode van 1 mei 2018 tot 1 april 2019. Ook heeft de TIB op 20 maart 2019 gereageerd op een brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie over de reikwijdte van de rechtmatigheidstoets (www.tib-ivd.nl/documenten).

F. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Informatiebeveiliging

In 2019 heeft het Ministerie van Algemene Zaken (AZ) acties en projecten uitgevoerd aan de hand van een jaarplan informatiebeveiliging en een Plan-Do-Check-Act cyclus. Niet alle acties konden volledig binnen planning worden gerealiseerd. AZ prioriteert op basis van risicomanagement, zo ook in dit soort gevallen. Over het jaar 2019 is AZ in control geweest, hierover is een verklaring afgegeven door het ministerie. Er is bij AZ sprake van een beheerste situatie.

In 2018 heeft de Algemene Rekenkamer een onvolkomenheid in de Informatiebeveiliging van het ministerie van Algemene Zaken geconstateerd.

Er zijn maatregelen ingezet met als gevolg dat het volwassenheidniveau van het ministerie van Algemene Zaken in 2019 aantoonbaar is verhoogd. In 2020 wordt deze lijn onverkort voortgezet.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

  • 1. MenO-risico’s en ontwikkelingen betreffende het M&O-beleid

    De begroting van Algemene Zaken bevat geen subsidies of uitkeringen, zoals dit bij andere departementen wel het geval kan zijn. Dit hangt samen met de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld. Frauderisico’s en risico’s bij misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen hebben zich niet geoperationaliseerd bij het Ministerie van Algemene Zaken.

  • 2. Grote lopende ICT-projecten

    Het Ministerie van Algemene Zaken heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd of gestart in 2019.

  • 3. Gebruik open standaarden en open source software

    Er zijn geen bijzonderheden te melden.

  • 4. Betaalgedrag

    De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald.

  • 5. Audit Committee

    Het Audit Committee (AC) van het Ministerie van Algemene Zaken heeft in 2019 drie keer vergaderd. Centrale onderwerpen betroffen de inrichting en uitvoering van het departementale toezicht, de beheersing van de risico’s in de bedrijfsvoering, de (interim)rapporten van de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer inclusief de ingezette verbetermaatregelen naar aanleiding hiervan en de bevindingen uit de interne audits en onderzoeken door de Directie Financieel-Economische Zaken.

    Daarnaast zijn rijksbrede thema’s op het gebied van de bedrijfsvoering behandeld en zijn als specifieke onderwerpen presentaties gegeven over de informatiebeveiliging bij AZ en de stand van zaken ICT-ontwikkelingen bij AZ gericht op de toekomst.

    Tot slot is in 2019, conform de regeling audit committees van het Rijk, een zelfevaluatie uitgevoerd op het functioneren van het AC. Dit heeft geleid tot enkele aanbevelingen zoals in het bijzonder meer aandacht te besteden aan specifieke aangelegenheden zoals ICT-onderwerpen en renovatie Binnenhof.

  • 6. Departementale checks and balances

    Niet van toepassing.

  • 7. Normenkader financieel beheer

    Niet van toepassing.

Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

5. Kabinet van de Koning (IIIB)

A. Algemene doelstelling

Ondersteunen van de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeren als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het Kabinet van de Koning. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en het Kabinet van de Koning zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & controlcyclus. Het Kabinet van de Koning valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.

C. Beleidsconclusies

In 2019 zijn de volgende taken uitgevoerd:

  • informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het koninkrijk en werkbezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Bezoeken van de Koning omvatten, naast de genoemde buitenlandse bezoeken, onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;

  • tijdig en in correcte vorm aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;

  • opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;

  • behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden op het Kabinet aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein en

  • registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en koninklijke besluiten.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

2.354

2.410

2.422

2.485

2.532

2.492

40

        

Uitgaven

2.354

2.410

2.422

2.485

2.532

2.492

40

        

Ontvangsten

2.355

2.429

2.422

2.489

2.534

2.492

42

E. Toelichting op de instrumenten

Indien naast de uitkomsten in bovenstaande tabel rekening wordt gehouden met de mutaties die reeds in de eerste suppletoire begrotingswet is verwerkt, te weten een bijstelling van € 97.000, is er sprake van een onderuitputting van € 57.000. Dit wordt deels veroorzaakt door lagere uitgaven aan personeel als gevolg van vacatures en deels door lagere materiële uitgaven.

F. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2 – Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

  • 1. MenO-risico’s en ontwikkelingen betreffende het M&O-beleid

    De begroting van het Kabinet van de Koning bevat geen subsidies of uitkeringen. Frauderisico’s en risico’s bij misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen hebben zich niet geoperationaliseerd bij het Kabinet van de Koning.

  • 2. Grote lopende ICT-projecten

    Het Kabinet van de Koning heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd of gestart in 2019.

  • 3. Gebruik open standaarden en open source software

    Er zijn geen bijzonderheden te melden.

  • 4. Betaalgedrag

    De financiële administratie van het Kabinet van de Koning is inbesteed bij het Ministerie van Algemene Zaken. De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald.

  • 5. Audit Committee

    Het Kabinet van de Koning is agendalid van het Audit Committee van het Ministerie van Algemene Zaken.

  • 6. Departementale checks and balance

    Niet van toepassing.

  • 7. Normenkader financieel beheer

    Niet van toepassing.

Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

6. Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

A. Algemene doelstelling

Toezicht houden op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) en Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo), adviseren aan de betrokken ministers over zaken die voortvloeien uit deze wetten en klachten, alsmede meldingen over misstanden, onderzoeken en behandelen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Algemene Zaken is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de CTIVD. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de daarop van toepassing zijnde planning & controlcyclus. De CTIVD valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.

C. Beleidsconclusies

Om uitvoering te geven aan haar taak voert de afdeling toezicht van de CTIVD onderzoeken uit waarover zij, via de betrokken ministers, rapporteert aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. In 2019 heeft de Commissie 5 toezichtsrapporten vastgesteld. Het betrof onderzoeken naar de volgende onderwerpen:

  • feitenonderzoek op verzoek van de CIVD naar de ‘Balie casus’ (nr. 61);

  • de toepassing van filters bij OOG-interceptie door de AIVD en de MIVD (nr. 63);

  • de inzet van de bijzondere bevoegdheid tot selectie door de AIVD en de MIVD (nr. 64);

  • het verstrekken van ongeëvalueerde gegevens aan buitenlandse diensten door de AIVD en de MIVD (nr. 65) en

  • de gegevensverstrekking door de AIVD over het Cornelius Haga Lyceum (nr. 67).

Daarnaast heeft de CTIVD in 2019 een start gemaakt met onderzoeken naar:

  • de verwerving van bulkdatasets met de hackbevoegdheid;

  • de verwerking van passagiersgegevens van luchtvaartmaatschappijen;

  • de inzet van bijzondere bevoegdheden ter ondersteuning van een goede taakuitvoering en

  • het handelen van de AIVD en de MIVD in het kader van intrekking van het Nederlanderschap.

Hierover zal in 2020 worden gerapporteerd.

Ook heeft de CTIVD de voortgang van de implementatie van de Wiv 2017 gemonitord teneinde het parlementaire en maatschappelijke debat inhoudelijk te voeden. Dit omvatte naast het monitoren van de voortgang, ook het verrichten van een nulmeting en enkele technische steekproeven. De resultaten hiervan zijn in 2019 gepubliceerd in de tweede en derde voorgangsrapportage over de invoering van de wet (nr. 62 en nr. 66). De vierde en afsluitende voortgangsrapportage zal in mei 2020 worden vastgesteld.

De afdeling klachtbehandeling van de CTIVD is belast met de (externe) behandeling van klachten en meldingen van misstanden. In 2019 heeft de afdeling 72 klachten ontvangen, waarvan 10 klachten in behandeling zijn genomen. Klachten die hebben geleid tot een beslissing van de afdeling klachtbehandeling, zijn vermeld op de website van de CTIVD: www.ctivd.nl/klachtbehandeling/beslissingen. De overige klachten zijn niet in behandeling genomen omdat artikel 120, 121 of 122 van de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv2017) van toepassing was.

D. Budgettaire gevolgen van beleidsartikel

Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

1.272

1.263

1.509

1.943

1.867

2.551

‒ 684

        

Uitgaven

1.272

1.263

1.509

1.943

1.867

2.551

‒ 684

        

Ontvangsten

70

18

11

39

2

0

2

E. Toelichting op de instrumenten

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Deze Commissie bestaat uit twee afdelingen, de afdeling toezicht en de afdeling klachtbehandeling.

De afdeling toezicht is belast met:

  • het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken is gesteld;

  • het gevraagd en ongevraagd inlichten en adviseren van Onze betrokken Ministers aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen. Desgewenst kan de commissie Onze betrokken Ministers vragen deze inlichtingen en adviezen ter kennis van een of beide kamers der Staten-Generaal te brengen, waarbij de werkwijze zoals beschreven in artikel 113 van overeenkomstige toepassing is;

  • het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers ter zake van de uitvoering van artikel 59.4 en

  • het toezicht op de toepassing van de bevoegdheid van artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, waarbij in het bijzonder aandacht wordt geschonken aan de doelmatigheid en proportionaliteit van de toepassing van deze bevoegdheid.

De afdeling klachtbehandeling is belast met:

  • het onderzoeken en beoordelen van klachten en

  • het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.

Met ingang van 2019 is het budget van de CTIVD structureel verlaagd met € 300.000 door lagere uitgaven aan facilitaire voorzieningen. Deze lagere uitgaven vloeien voort uit de huisvesting van de CTIVD bij de Raad van State per eind 2018, waarbij de CTIVD deels gebruik maakt van de facilitaire voorzieningen van de Raad van State. De kosten hiervan zijn lager dan wanneer de CTIVD op een eigenstandige locatie zou worden gehuisvest. De verlaging van het budget heeft geen effect op de capaciteit en de werkzaamheden van de CTIVD. De onderuitputting wordt verder verklaard doordat de formatie aan het begin van het jaar nog niet volledig bezet was.

F. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Paragraaf 1 - uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen

Rechtmatigheid

Er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties overschrijden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

Paragraaf 2 – Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

  • 1. MenO-risico’s en ontwikkelingen betreffende het M&O-beleid

    De begroting van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten bevat geen subsidies of uitkeringen. Frauderisico’s en risico’s bij misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen hebben zich niet geoperationaliseerd bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten.

  • 2. Grote lopende ICT-projecten

    De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten heeft geen grote ICT-projecten van meer dan € 5 miljoen uitgevoerd of gestart in 2019. 

  • 3. Gebruik open standaarden en open source software

    Er zijn geen bijzonderheden te melden.

  • 4. Betaalgedrag

    De financiële administratie van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is inbesteed bij het Ministerie van Algemene Zaken. De rijksbrede norm om 95% van de facturen binnen 30 dagen te betalen is gehaald. 

  • 5. Audit Committee

    De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is agendalid van het Audit Committee van het Ministerie van Algemene Zaken.

  • 6. Departementale checks and balances

    Niet van toepassing.

  • 7. Normenkader financieel beheer

    Niet van toepassing.

Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Er hebben zich geen bijzonderheden voorgedaan.

C. JAARREKENING

7. Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 6 Departementale verantwoordingsstaat 2019 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA) (bedragen x € 1.000)
  

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

62.303

62.303

4.439

62.034

62.034

3.804

‒ 269

‒ 269

‒ 635

           
 

Beleidsartikel

         

1

Bevorderen van de eenheid van het algemeen regeringsbeleid

62.303

62.303

4.439

62.034

62.034

3.804

‒ 269

‒ 269

‒ 635

           
 

Niet-beleidsartikel

         

3

Nominaal en Onvoorzien

Tabel 7 Verantwoordingsstaat 2019 van het Kabinet van de Koning (IIIB) (bedragen x € 1.000)
  

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

2.492

2.492

2.492

2.532

2.532

2.534

40

40

42

           
 

Artikel

         

1

Kabinet van de Koning

2.492

2.492

2.492

2.532

2.532

2.534

40

40

42

Tabel 8 Verantwoordingsstaat 2019 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) (bedragen x € 1.000)
  

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

2.551

2.551

0

1.867

1.867

2

‒ 684

‒ 684

2

           
 

Artikel

         

1

Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

2.551

2.551

0

1.867

1.867

2

‒ 684

‒ 684

2

8. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschap

Tabel 9 Samenvattende verantwoordingsstaat 2019 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Algemene Zaken (bijdragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2018

Baten en lastenagentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC)

    
     

Totale baten

92.012

126.403

34.391

108.178

Totale lasten

92.012

126.896

34.884

108.354

Saldo van baten en lasten

0

‒ 493

‒ 493

‒ 176

     

Totale kapitaaluitgaven

0

0

0

0

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

0

De Regeling agentschappen en de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 laten enige ruimte voor interpretatie ten aanzien van de vraag wat als omzet van een baten-lastenagentschap kan of dient te worden aangemerkt. In bepaalde gevallen is hieraan daarom via de begrotingswet nadere invulling gegeven. Bij de herziening van de Regeling agentschappen in 2020 zullen verduidelijkingen worden aangebracht, zodat voortaan alleen bedragen die een directe relatie hebben met geleverde producten/diensten als omzet kunnen worden verantwoord en het niet meer nodig is in de begrotingswet nadere duiding te geven aan het begrip omzet. Om dit over 2020 mogelijk te maken, zullen door de regering voorstellen worden ingediend om de inmiddels door de Staten-Generaal goedgekeurde begrotingen bij suppletoire wet aan te passen in lijn met deze voorgenomen herziening van de Regeling agentschappen. Om ook over 2019 een transparant beeld te geven, is in de toelichting bij de jaarrekening van elk agentschap een nadere specificatie opgenomen van de gerealiseerde omzet, waaruit aard en omvang duidelijk blijken.

De hogere baten ten opzichte van de vastgestelde begroting worden veroorzaakt door de hogere media-opbrengsten met name in het laatste kwartaal. Dit leidt ook tot hogere lasten bij de materiële kosten.

9. Jaarverantwoording agentschap per 31 december 2019

Tabel 10 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap 2019 (bedragen x € 1.000)
     

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2018

Baten

    

Omzet

    

waarvan omzet moederdepartement

25.821

27.440

1.619

25.805

waarvan omzet overige departementen

38.741

76.266

37.526

59.769

waarvan omzet derden

27.451

22.693

‒ 4.758

22.506

Vrijval voorzieningen

0

0

0

92

Bijzondere baten

0

4

4

5

Rentebaten

0

0

0

0

Totaal baten

92.012

126.403

34.391

108.178

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

- Personele kosten

12.668

14.492

1.824

13.640

waarvan eigen personeel

11.668

13.471

1.803

11.875

waarvan inhuur externen

1.000

441

‒ 559

1.042

waarvan overige personele kosten

0

580

580

723

- Materiële kosten

79.344

112.246

32.902

94.647

waarvan apparaat ICT

6.445

6.336

‒ 109

9.769

waarvan bijdrage aan SSO’s

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

72.899

105.909

33.010

87.878

     

Afschrijvingskosten

    

- Materieel

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

- Immaterieel

0

0

0

0

Dotaties voorzieningen

0

153

153

0

Overige kosten

0

0

0

0

Bijzondere lasten

0

6

6

67

Rentelasten

0

0

0

0

Totaal lasten

92.012

126.896

34.884

108.354

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsvoering

0

‒ 493

‒ 493

‒ 176

Agentschapsdeel Vpb-lasten*

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 493

‒ 493

‒ 176

* Agentschap DPC valt niet onder de VPB plicht

    

Toelichting:

Media Inkoop is de belangrijkste component binnen de totale baten en daarmee samenhangende hogere lasten.

DPC heeft in 2019 een negatief saldo behaald van € 493.000. Het verlies is grotendeels in de normale bedrijfsvoering gerealiseerd. Dit had met name te maken met een verlies wat DPC op zich genomen heeft in het kader van overgang van publieksvoorlichting van het vorig gecontracteerde contactcenter naar het nieuwe. Het saldo van baten en lasten zal ten laste worden gebracht van de exploitatiereserve en in het lopende jaar wordt gestreefd de kosten volledig te laten dekken uit de opbrengsten. Hiermee blijft het eigen vermogen onder de grens van 5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen drie jaar, die is voorgeschreven in de Regeling Agentschappen.

Omzet moederdepartement

De opbrengst van het moederdepartement heeft met name betrekking op de Taakbijdrage Gemeenschappelijke Diensten. Dit betreft de bijdrage aan DPC, zoals deze in de het jaarverslag van Algemene Zaken onder begrotingsartikel 1 is opgenomen. Hier tegenover worden de prestatie geleverd door het agentschap aan alle opdrachtgevers. Ook de media-inkopen voor het moederdepartement zijn in deze baten opgenomen.

Tabel 11 Toelichting bij de post omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

Omzet moederdepartement

27.440

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

27.440

Omzet overige departementen en derden

Naast de Taakbijdrage wordt een deel van de kosten in rekening gebracht bij de afnemers. Dit betreft specifieke tarieven (mediafee, deelnemerstarief) en het doorbelasten van ingekochte materiële kosten. Ook de doorberekende media-inkopen voor de overige departementen zijn in deze baten meegenomen. De hogere omzet in 2019 ten opzichte van de oorspronkelijk raming wordt veroorzaakt doordat met name in het laatste kwartaal de mediaopbrengsten fors zijn gestegen ten opzicht van de eerdere ramingen.

De omzet derden betreft het deel van de kosten dat in rekening is gebracht aan organisaties buiten de rechtspersoon van de Staat der Nederlanden. Dit betreft specifieke tarieven (mediafee, deelnemerstarief) en het doorbelasten van ingekochte materiële kosten. Ook de doorberekende media-inkopen zijn in deze baten meegenomen. De lagere omzet in 2019 ten opzicht van de oorspronkelijk raming wordt veroorzaakt door een daling in de media-inkoop bij derden.

Personele kosten

Voor 2019 gold oorspronkelijk het goedgekeurde formatieplan 2019 met een fte kader van 147,6 fte op basis van de begroting 2019. Eind 2019 was de werkelijke bezetting 156,6 fte. Met de opdrachtgevers en de eigenaar zijn afspraken gemaakt dat DPC wordt uitgebreid met een vaste interne communicatiepool voor de gehele rijksoverheid. Deze is voor een deel in 2019 opgebouwd en zal in 2020 het maximale aantal bereiken van 15 fte.

Materiële kosten

De materiële kosten bevatten tevens de kosten in het kader van de media-omzet. Door hogere media-omzet zijn de materiële kosten hoger dan geraamd.

Bijzondere baten

De bijzondere baten hebben met name betrekking op een verrekening van loonkosten.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten betreffen nagekomen facturen uit 2018 waar geen reservering tegenover stond.

Dotatie aan voorzieningen

De enige voorziening bij DPC in 2019 is de voorziening voor «reorganisatiekosten». Voor 2019 gelden nog de afspraken die in het kader van «Van werk naar werk» zijn opgenomen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) in de art. 49r ‒ 49aaa. In 2019 zijn voor de twee medewerkers, die eerder waren opgenomen in de voorziening, maar die tijdelijk in de afgelopen twee jaar hieruit waren gehaald opnieuw dotaties geboekt. Dit omdat zij nog steeds onder de «Van werk naar werk» afspraken vallen.

Negatief resultaat

Het negatieve resultaat van € 493.000 zal ten laste worden gebracht van de exploitatiereserve.

Tabel 12 Balans per 31 december 2019 (bedragen x € 1.000)
 

Balans31-12-2019

Balans31-12-2018

Activa

  

Vaste activa

  

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

  

- Grond en gebouwen

0

0

- Installaties en inventarissen

0

0

- Projecten in uitvoering

0

0

- Overige materiële vaste activa

0

0

Vlottende activa

  

Voorraden en onderhanden projecten

0

0

Vorderingen

0

0

- Debiteuren

8.816

7.590

- Overige vorderingen en overlopende activa

4.203

4.072

Liquide middelen

27.669

27.768

Totaal activa:

40.688

39.430

Passiva

  

Eigen vermogen

  

- Exploitatiereserve

4.097

4.273

- Onverdeeld resultaat

‒ 493

‒ 176

Voorzieningen

282

186

Langlopende schulden

  

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

  

- Crediteuren

5.384

4.608

- Schulden bij het Rijk

0

0

- Belastingen en premies sociale lasten

0

0

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

- Overige schulden en overlopende passiva

31.418

30.539

Totaal passiva

40.688

39.430

Toelichting

Tabel 13 Specificatie debiteuren / Overige vorderingen en overlopende activa (bedragen x € 1.000)
 

Debiteuren

Overige vorderingen en overlopende activa

Media-inkoop*

8.627

0

Algemene Zaken (kerndepartement)

0

0

Overige departementen

176

225

Overige agentschappen

0

7

Derden

12

3.971

Totaal

8.816

4.203

* Niet onder te verdelen

  

Liquide middelen

Het betreft hier uitsluitend de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën. Het hoge liquiditeitssaldo wordt, zoals ook in 2018, veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media omzet in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daarop volgende jaar.

Eigen vermogen

Met een gemiddelde omzet van € 106,1 miljoen over de laatste drie jaar mag het eigen vermogen maximaal € 5,3 miljoen bedragen. Door het negatieve resultaat van € 493.000 in 2019 daalt het eigen vermogen naar € 3,6 miljoen. Daarmee blijft het eigen vermogen € 1,7 miljoen onder het maximum.

Voorzieningen

Voorzieningen bij DPC worden getroffen voor juridische of feitelijke verplichtingen die hun oorzaak vinden op of voor de balansdatum, waarbij voor afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen zal gaan plaatsvinden waarvan de omvang nog niet vaststaat, maar die wel op betrouwbare wijze kan worden geschat. In het kader van reorganisaties wordt een voorziening getroffen in het kader van de in 2019 nog geldende «van werk naar werk afspraken». In navolgende tabel wordt het verloop van deze voorziening weergegeven.

Tabel 14 Ontwikkeling voorziening (bedragen x € 1.000)
 

2019

2018

Stand per 1 januari

186

319

-/- Onttrekkingen

57

40

-/- Vrijval

0

92

+/+ Dotaties

153

0

Stand per 31 december

282

186

Tabel 15 Specificatie crediteuren /Overige schulden en overlopende passiva (bedragen x € 1.000)
 

Crediteuren

Overige schulden en overlopende passiva

Media-inkoop*

2.673

20.799

VORA (opdrachtgever)*

0

625

Algemene Zaken (kerndepartement)

234

0

Overige departementen

370

8.251

Overige agentschappen

0

0

Derden

2.106

712

Personeel DPC

0

1.031

Totaal

5.384

31.418

* Niet onder te verdelen

  

Media-inkoop nog te betalen media-exploitanten

De kosten voor radio en tv-campagnes van december 2019 alsmede de printplaatsingen in en last minute-online campagnes uit de laatste week van december worden in januari 2020 gefactureerd. Tevens bevat dit saldo openstaande facturen voor plaatsingen, die nog niet in rekening gebracht zijn door de media-exploitanten (NTO) bij het rijksmediabureau.

Tabel 16 Kasstroomoverzicht over 2019 (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2019 + stand depositorekeningen

20.979

27.768

6.789

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

92.012

135.393

43.381

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

92.012

135.491

43.479

2.

Totaal operationele kasstroom

0

‒ 98

‒ 98

 

Totaal investeringen (-/-)

0

0

0

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2019 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale roodstand is 0,5 miljoen €.

20.979

27.669

6.691

Toelichting

De stand van de rekening-courant bij de Rijkshoofdboekhouding per 31 december is hoger dan de stand per 1 januari. De ontvangsten operationele kasstroom en de uitgaven operationele kasstroom hangen grotendeels samen met de media-inkopen en media-verkopen van de departementen en derden die via DPC lopen. Hoewel DPC hierop niet direct kan sturen, vormen zij een belangrijk onderdeel van de totale omzet van DPC alsmede van de operationele kasstroom. Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media-omzet in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daarop volgende jaar. Om die reden was met ingang van de begroting 2019 de in- en uitgaande operationele kasstroom gelijk verondersteld aan de omzet.

Tabel 17 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2019
 

Realisatie

   

Vastgestelde begroting

 

2016

2017

2018

2019

2019

Omschrijving generiek deel

     

Saldo baten en lasten %

‒ 0,4%

0,2%

‒ 0,2%

‒ 0,4%

0,0%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

134,7

131,7

136,1

156,6

Max 147,6

Ziekteverzuimpercentage

3,6%

2,8%

4,5%

3,1%

2,6%

Specifieke doelmatigheidsindicator

     

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

238.340

216.412

198.710

169.243

230.000

Service niveau telefonie

82,3%

83,4%

82%

81,8

80% binnen 40 sec.

Burgertevredenheid telefonie

4,3

4,5

4,5

4,4

4,0

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

89.073

71.479

73.590

79.758

89.000

Service niveau e-mail

99,0%

99,9%

99,6%

79,7%

95% binnen 2 werkdagen

Burgertevredenheid e-mail

3,2

3,6

3,6

3,3

3,0

Media-index RTV

33,9%

28,7%

19,3%

33,9%

25,0%

Media-index Interactieve Media

19,3%

10,2%

9,6%

10,1%

10,0%

Media-index Print

33,1%

17,6%

19,5%

15,7%

15,0%

Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

82%

83%

75%

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

99,95%

99,98%

100%

99,98%

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

54.875.781

57.283.874

64.717.934

55.000.000

Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl

7,0

7,3

7,1

7,0

Content toegankelijkheid Rijksoverheid.nl

78%

100%

75%

Aantal bezoeken platformwebsites

40.663.880

45.867.561

60.939.582

41.000.000

Toelichting

  • Saldo van baten en lasten

    Over 2019 heeft DPC verlies gemaakt.

  • Fte totaal

    DPC hanteert een formatie van 147,6 fte. Er heeft personeelsuitbreiding plaatsgevonden ten behoeve van een interne communicatiepool.

  • Ziekteverzuimpercentage

    Het feitelijk ziekteverzuim is niet binnen de norm gebleven, hetgeen grotendeels wordt veroorzaakt door een aantal langdurig zieken, die thans deels zijn hersteld.

  • Aantal beantwoorde vragen per telefoon

    Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.

  • Service niveau telefonie

    Deze indicator geeft aan dat 81,8% van de telefoongesprekken binnen 40 seconden is opgenomen.

  • Burgertevredenheid telefonie

    Resultaat van een continue uitgevoerd burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld en gemeten op een 5-puntsschaal waarbij 1 zeer ontevreden en 5 zeer tevreden is.

  • Aantal beantwoorde vragen per e-mail

    Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.

  • Service niveau e-mail

    Deze indicator geeft aan dat 79,7% van de via e-mail gestelde vragen binnen twee werkdagen correct is afgehandeld. Vanwege de overstap naar naar het nieuwe contactcenter en de benodigde opstarttijd is in de beginperiode een langere afhandeltijd geweest, die het percentage negatief heeft beïnvloed.

  • Burgertevredenheid e-mail

    Resultaat van een continue uitgevoerd burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld en gemeten op een 5-puntsschaal waarbij 1 zeer ontevreden en 5 zeer tevreden is.

  • Media-Index RTV

    Door met name de groei van radio in de RTV-bestedingen in 2019 ten opzichte van 2018 is het behaalde voordeel fors gestegen. Daarvoor zijn een aantal reden te noemen:

    • De radio-exploitanten hebben de groei in bestedingen gehonoreerd met fors hogere kortingen.

    • Eén van de exploitanten heeft haar inkoopsysteem aangepast, waardoor hogere bestedingen, in tegenstelling tot 2018, wel worden beloond met extra kostenvoordelen.

    • Een kleinere tv-exploitant, die de reclamezendtijd op een groot aantal kleinere zenders verzorgde, heeft deze werkzaamheden ondergebracht onder gebracht bij de grootste exploitant. Het grotere totaalvolume heeft tot een verbetering van de inkoopcondities geleid.

  • Media-Index Interactieve media

    Hoewel de bestedingen in 2019 wederom sterk zijn gestegen (+30%) is het inkoopvoordeel nagenoeg gelijk gebleven. Daarvoor zijn een aantal redenen te noemen. Een aantal voor de rijksoverheid belangrijke media-exploitanten hanteert vaste prijzen voor de media-inzet en er is daarom geen extra volumevoordeel te behalen. Daarnaast wordt steeds meer online-volume middels een veiling aangeboden, waardoor er eveneens geen inkoopvoordeel te behalen valt. Vraag en aanbod bepalen in dit systeem immers het tarief. Tot slot worden er steeds vaker vaste tarief afspraken gemaakt met exploitanten om zekerheid te hebben over de kwaliteit van de levering (zichtbaarheid uiting en tijdspanne dat de uiting wordt bekeken).

  • Media-Index Print

    Het mediavolume print is in 2019 ten opzichte van 2018 gestegen. Toch heeft dit extra mediavolume niet geleid tot een groter inkoopvoordeel. De belangrijkste reden hiervoor is dat het aantal exploitanten in dit segment snel afneemt door overnames en fusies. De afnemende concurrentie leidt tot kleinere te behalen voordelen.

Doordat in de loop van 2018 is overgestapt op een meer consistente en zinvolle set van specifieke doelmatigheidsindicatoren voor het Platform Rijksoverheid Online zijn er voor 2016 geen realisatiegegevens beschikbaar. Deze nieuwe indicatoren zijn opgenomen in de ontwerpbegroting 2019 (Kamerstukken II 2018/19 35 000 III, nr. 2, blz. 15).

  • Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

    Het Platform Rijksoverheid Online wordt jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid geïnspecteerd door een kundige en onafhankelijke partij. De webpagina’s die worden getest zijn gebaseerd op een steekproef, aangevuld met pagina’s die na de laatste inspectie in technisch-functionele zin zijn aangepast. Het percentage komt tot stand door het aantal criteria waaraan wordt voldaan te delen door het totale aantal criteria waarop wordt getoetst. In 2018 is geen audit uitgevoerd omdat nog niet alle bevindingen van 2017 waren verholpen. In 2019 is een rijksbrede audit (quick scan) uitgevoerd in opdracht van Logius. Deze audit bevatte niet alle technische-functionele aspecten van het Platform Rijksoverheid Online en is daarmee niet volledig.

  • Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

    Deze indicator staat voor de toegang tot informatie voor bezoekers op het Platform. Hierop staan Rijksoverheid.nl en vele websites van de ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties.

  • Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

    Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan de website Rijksoverheid.nl, de gemeenschappelijke website van de ministeries met uitleg over beleid en wet- en regelgeving. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting. De aantallen zijn gebaseerd op de geautomatiseerde rapportages van het online statistiekenprogramma Piwik.

  • Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl

    Dit is het resultaat van onafhankelijke meting via een continu uitgevoerd online burgertevredenheidsonderzoek (BTO). In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit het perspectief van de bezoeker beoordeeld. Dit gebeurt op een 10-puntsschaal waarbij 1 zeer ontevreden en 10 zeer tevreden is.

  • Content Toegankelijkheid Rijksoverheid.nl

    De website Rijksoverheid.nl wordt jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid geïnspecteerd door een kundige en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden direct verwerkt. De webpagina’s die worden getest, zijn gebaseerd op een steekproef. De steekproef wordt aangevuld met een set van pagina’s waarvoor specifieke voorwaarden voor toegankelijkheid gelden, zoals gebruik van tabellen, taalwissels, foto’s en infographics. Dit om er zeker van te zijn dat de eisen voor toegankelijkheid correct worden toegepast. Voor het uitdrukken van de toegankelijkheidsscore is in de jaarrekening gekozen voor een percentage, omdat dit meer inzicht geeft dan de term ‘Goed’. Het percentage voor toegankelijkheid van content komt tot stand door het aantal criteria waaraan wordt voldaan te delen door het totale aantal criteria waarop wordt getoetst. Een 100% score is in de praktijk vaak niet mogelijk en niet iedere webpagina kan getest worden. In 2018 is geen audit uitgevoerd omdat nog niet alle bevindingen van 2017 waren verholpen. In 2019 is een rijksbrede audit (quick scan) uitgevoerd in opdracht van Logius. Deze audit omvatte een beperkte hoeveelheid content op Rijksoverheid.nl en is daarmee niet volledig.

  • Aantal bezoeken Platformwebsites

    Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan het Platform Rijksoverheid Online exclusief de bezoeken aan de website Rijksoverheid.nl. Op het Platform staat een groot aantal specifieke websites van ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.

10. Saldibalans

1 Saldibalans per 31 december 2019 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)

Tabel 18 Saldibalans per 31 december 2019 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2019

 

31-12-2018

 

Passiva

31-12-2019

 

31-12-2018

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

62.034

 

60.045

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

3.804

 

3.622

3

Liquide middelen

3

 

6

     

4

Rekening-courant RHB1

45.482

 

44.596

4a

Rekening-courant RHB

102.527

 

99.999

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a

Begrotingsreserves

0

 

0

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

157

 

131

7

Schulden buiten begrotingsverband

1.345

 

1.157

8

Kas-transverschillen

0

 

0

     

Subtotaal intra-compatabel

107.676

 

104.778

Subtotaal intra-comptabel

107.676

 

104.778

          

Extra-comptabele posten

       

9

Openstaande rechten

0

 

0

9a

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10

Vorderingen

0

 

0

10a

Tegenrekening vorderingen

0

 

0

11a

Tegenrekening schulden

0

 

0

11

Schulden

0

 

0

12

Voorschotten

417

 

441

12a

Tegenrekening voorschotten

417

 

441

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

0

 

0

14

Andere verplichtingen

0

 

0

15

Deelnemingen

0

 

0

15a

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

Subtotaal extra-comptabel

417

 

441

Subtotaal extra-comptabel

417

 

441

          

Totaal

108.093

 

105.219

Totaal

108.093

 

105.219

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2019 van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA)

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2019 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

4) Rekening courant de Koning, Kabinet van de Koning (KvdK) en Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)

Tabel 19 Rekening courant (bedragen x € 1.000)

De Koning

43.734

Kabinet van de Koning

‒ 59

Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

1.807

Totaal

45.482

6) Vorderingen buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de vorderingen buiten begrotingsverband:

Tabel 20 Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vorderingen

Kas- en reisvoorschotten

1

Salarisuitgaven

44

Overige vorderingen

112

Totaal

157

Salarisuitgaven

Dit bedrag bestaat uit vorderingen op (ex)-personeel en een voorschot die nog verrekend moeten worden.

Overige vorderingen

Het betreft hier uitgaven ten behoeve van met name derden waarvoor het ministerie (nog) vorderingen heeft ingesteld (moet instellen).

7) Schulden buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:

Tabel 21 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Schulden

Netto salarissen

1.309

Diverse ontvangsten

36

Totaal

1.345

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2019 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP zijn in januari 2020 betaald.

12) Voorschotten

12a) Tegenrekening voorschotten

Overeenkomstig de afgesproken gedragslijn zijn de betalingen aan APG ad € 417.000 opgenomen onder de voorschotten, voor zover het betalingen betreft waarvoor de controlerende instantie nog geen verklaring heeft kunnen afgeven. Afwikkeling van deze voorschotten zal plaatsvinden in 2020. In 2019 is aan voorschotten voor wachtgelden en uitvoeringskosten 2018, € 441.000 afgerekend met APG.

Tabel 22 Tegenrekening voorschotten (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

Stand 01-01-2019

Verstrekt in 2019

Afgerekend in 2019

Stand 31-12-2019

2018

441

0

‒ 441

0

2019

0

417

0

417

Totaal

441

417

‒ 441

417

2 Saldibalans per 31 december 2019 van het Kabinet van de Koning (IIIB)

Tabel 23 Saldibalans per 31 december 2019 van het Kabinet van de Koning (IIIB) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2019

 

31-12-2018

 

Passiva

31-12-2019

 

31-12-2018

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

2.532

 

2.485

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

2.534

 

2.489

3

Liquide middelen

0

 

0

     

4

Rekening-courant RHB1

59

 

70

4a

Rekening-courant RHB

0

 

0

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a

Begrotingsreserves

0

 

0

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

2

 

2

7

Schulden buiten begrotingsverband

59

 

68

8

Kas-transverschillen

0

 

0

     

Subtotaal intra-compatabel

2.593

 

2.557

Subtotaal intra-comptabel

2.593

 

2.557

          

Extra-comptabele posten

       

9

Openstaande rechten

0

 

0

9a

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10

Vorderingen

0

 

0

10a

Tegenrekening vorderingen

0

 

0

11a

Tegenrekening schulden

0

 

0

11

Schulden

0

 

0

12

Voorschotten

0

 

0

12a

Tegenrekening voorschotten

0

 

0

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

0

 

0

14

Andere verplichtingen

0

 

0

15

Deelnemingen

0

 

0

15a

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

Subtotaal extra-comptabel

0

 

0

Subtotaal extra-comptabel

0

 

0

          

Totaal

2.593

 

2.557

Totaal

2.593

 

2.557

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2019 van het Kabinet van de Koning (IIIB)

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten 2019 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

7) Schulden buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:

Tabel 24 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Schulden

Netto salarissen

59

Totaal

59

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2019 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP zijn in januari 2020 betaald.

3 Saldibalans per 31 december 2019 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

Tabel 25 Saldibalans per 31 december 2019 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2019

 

31-12-2018

 

Passiva

31-12-2019

 

31-12-2018

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

1.867

 

1.943

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

3

 

39

3

Liquide middelen

0

 

0

     

4

Rekening-courant RHB1

0

 

0

4a

Rekening-courant RHB

1.807

 

1.861

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a

Begrotingsreserves

0

 

0

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

3

 

2

7

Schulden buiten begrotingsverband

60

 

45

8

Kas-transverschillen

0

 

0

     

Subtotaal intra-comptabel

1.870

 

1.945

Subtotaal intra-comptabel

1.870

 

1.945

          

Extra-compatbele posten

       

9

Openstaande rechten

0

 

0

9a

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10

Vorderingen

0

 

0

10a

Tegenrekening vorderingen

0

 

0

11a

Tegenrekening schulden

0

 

0

11

Schulden

0

 

0

12

Voorschotten

0

 

0

12a

Tegenrekening voorschotten

0

 

0

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

0

 

0

14

Andere verplichtingen

0

 

0

15

Deelnemingen

0

 

0

15a

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

Subtotaal extra-comptabel

0

 

0

Subtotaal extra-comptabel

0

 

0

          

Totaal

1.870

 

1.945

Totaal

1.870

 

1.945

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Toelichting bij de Saldibalans per 31 december 2019 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC)

1 en 2) Begrotingsuitgaven en begrotingsontvangsten

Verrekening van de begrotingsuitgaven 2019 zal plaatsvinden nadat de Slotwet door de Staten-Generaal is vastgesteld.

7) Schulden buiten begrotingsverband

Nadere specificatie van de schulden buiten begrotingsverband:

Tabel 26 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Schulden

Netto salarissen

60

Totaal

60

Netto salarissen

De op de salarissen van december 2019 ingehouden loonheffing ten behoeve van de Belastingdienst en de premie-inhoudingen ten behoeve van het ABP zijn in januari 2020 betaald.

11. WNT-verantwoording 2019 Ministerie van Algemene Zaken

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2019 € 194.000.

Naast de hierna vermelde functionarissen, zijn er geen andere functionarissen die in 2019 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2019 geen ontslaguitkeringen betaald, die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd. Er zijn in 2019 geen leidinggevende topfunctionarissen die op grond van de WNT in verband met de cumulatie van dienstbetrekkingen dienen te worden gerapporteerd. Er zijn geen uitkeringen geweest wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Tabel 27 Bezoldiging van topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Functie

Datum aanvang dienstverband (indien van toepassing)

Datum einde dienstverband (indien van toepassing)

Dienstverband in FTE (+ tussen haakjes omvang in 2018)

Op externe inhuur-basis (nee; < = 12 kalender-mnd; > 12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoeding (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Totale bezoldiging in 2019 (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

Motivering (indien overschrijding)

KvdK

Drs. C. Breedveld

directeur

 

1-8-2019

1,00 (1,00)

nee

100.781 (175.941)

12.460 (19.715)

113.241 (195.656)

113.401 (189.000)

nvt

KvdK

Mr. C. Jonker

directeur

1-8-2019

 

1,00 (0)

nee

58.365 (0)

8.389 (0)

66.754 (0)

81.321 (0)

nvt

CTIVD

Mr. H.N. Brouwer

voorzitter

 

1-11-2019

0,89 (0,89)

nee

115.899 (141.551)

0 (0)

115.899 (141.551)

143.625 (168.000)

nvt

CTIVD

Dr. N.A.N.M. van Eijk

voorzitter

1-11-2019

 

0,89 (0)

nee

20.217 (0)

3.036 (0)

23.253 (0)

28.819 (0)

nvt

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Overzichtstabel rwt’s en zbo’s

Het ministerie van Algemene Zaken heeft geen rwt's en zbo's en er is geen sprake van bijdrage aan rwt's en zbo’s van andere ministeries.

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Tabel 28 Artikel 1 - Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Artikel 1 - Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

  

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

niet van toepassing

 

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Jaarevaluatie campagnes Rijksoverheid 2018

 
 

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes/jaarevaluatie-campagnes

 
 

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes/documenten/rapporten/2018/05/16/samenvatting-jaarevaluatie-campagnes-rijksoverheid-2017

1-4-2019

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

niet van toepassing

 

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

niet van toepassing

 

3. Overig onderzoek

niet van toepassing

 

Bijlage 3: Inhuur externen

Tabel 29 Ministerie van Ministerie van Algemene Zaken Verslagjaar 2019 (bedragen x € 1.000)

Programma- en apparaatskosten

  

1.

Interim-management

51

2.

Organisatie- en Formatieadvies

0

3.

Beleidsadvies

0

4.

Communicatieadvisering

630

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

 

681

5.

Juridisch Advies

87

6.

Advisering opdrachtgevers automatisering

2.349

7.

Accountancy, financiën en administratieve organisatie

21

(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)

 

2.457

8.

Uitzendkrachten (formatie & piek)

285

Ondersteuning bedrijfsvoering

 

285

Totaal uitgaven inhuur externen

 

3.423

Tabel 30 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten

Inhuur externen buiten raamovereenkomsten

 

2019

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief

 

0

Toelichting

  

Toelichting (bedragen x € 1.000): 

De totale uitgaven voor inhuur externen bedroeg in 2019 € 3.423. De totale uitgaven voor het ambtelijk personeel van het Ministerie van Algemene Zaken (inclusief DPC) inclusief de uitgaven voor het extern ingehuurde personeel bedroeg € 37.421. Het inhuurpercentage in 2019 is 9,15% (€ 3.423/ € 37.421 x 100%).