Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935000-III nr. 2

35 000 III Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2019

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Inhoudsopgave

A.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

2

     

B.

BEGROTINGSTOELICHTING

3

       
 

1.

LEESWIJZER

3

       
 

2.

MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

4

 

2.1

De Beleidsagenda

4

 

2.2

Beleidsartikel

6

 

2.3

Begroting agentschap

11

       
 

3.

KABINET VAN DE KONING

18

 

3.1

Algemene doelstelling

18

 

3.2

Rol en verantwoordelijkheid

18

 

3.3

Beleidswijzigingen

18

 

3.4

Budgettaire gevolgen

18

 

3.5

Toelichting

18

       
 

4.

COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN

20

 

4.1

Algemene doelstelling

20

 

4.2

Rol en verantwoordelijkheid

20

 

4.3

Beleidswijzigingen

20

 

4.4

Budgettaire gevolgen

21

 

4.5

Toelichting

21

       
 

5.

BIJLAGEN

22

   

Bijlage 1 Verdiepingshoofdstuk

22

   

Bijlage 2 Moties en toezeggingen

24

   

Bijlage 3 Evaluatie- en overig onderzoek

25

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaat/begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, M. Rutte

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

Deze memorie van toelichting betreft de begrotingsstaten voor het jaar 2019 van het Ministerie van Algemene Zaken (inclusief die van het agentschap Dienst Publiek en Communicatie), van het Kabinet van de Koning en van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Bedoelde begrotingen komen in de hoofdstukken 2 tot en met 4 aan de orde.

Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan het beleid van het ministerie (paragraaf 2.2) en het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (paragraaf 2.3).

In de toelichting bij de begroting van het Kabinet van de Koning wordt achtereenvolgens ingegaan op de algemene doelstelling en de taken (paragraaf 3A) en de budgettaire gevolgen (paragraaf 3D).

In de toelichting bij de begroting van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten wordt kort aandacht besteed aan de doelstelling van de Commissie (paragraaf 4A) en aan de budgettaire gevolgen (paragraaf 4D).

Voor wat betreft het verstrekken van beleidsinformatie wordt opgemerkt dat de begroting van het Ministerie van Algemene Zaken, gelet op de aard van de werkzaamheden en het ontbreken van een specifiek beleidsveld, geen aanknopingspunten biedt tot het benoemen van maatschappelijke effecten. Dit neemt niet weg, dat in de AZ-begroting ieder jaar zo goed en zo concreet als mogelijk inzicht wordt gegeven in de activiteiten. Waar mogelijk en zinvol zijn deze gevat in output-indicatoren.

In deze begroting zijn alle begrotingsartikelen ingevuld volgens de actuele Rijksbegrotingsvoorschriften, exclusief het voorschrift voor een centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven maken – in afwijking van de voorschriften en met instemming van de Minister van Financiën – onderdeel uit van de programma-artikelen.

In de tabellen budgettaire gevolgen van beleid is geen informatie opgenomen over de budgetflexibiliteit, omdat het grotendeels apparaatsuitgaven betreft.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van vorig jaar zijn de budgettaire tabellen bij het Kabinet van de Koning en de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten meer in lijn gebracht met de Rijksbegrotingsvoorschriften. Ook zijn er tabellen opgenomen in de verdiepingsbijlage voor beide onderdelen en zijn de doelstellingen van de artikelen korter en bondiger beschreven. De meer uitgebreide taakbeschrijvingen staan nu onder de toelichting bij de tabellen budgettaire gevolgen.

2. MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN

2.1 De Beleidsagenda

Voor het Ministerie van Algemene Zaken en de Minister-President staan, overeenkomstig artikel 45 van de Grondwet, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan, centraal. In 2019 zijn in dat kader de volgende onderwerpen relevant.

Groei en hervorming

Met een voorziene economische groei van 2,6% blijft de Nederlandse economie in 2019 goed presteren De werkloosheid daalt volgend jaar naar verwachting tot 3,5%. De mensen gaan dit merken in de portemonnee: de koopkracht stijgt, evenals het besteedbaar inkomen. Dat vormt een goede basis voor het kabinet om de komende jaren te investeren in een ambitieuze hervormingsagenda, waarmee het kabinet inspeelt op de grote trends van vergrijzing, globalisering en klimaatverandering. Daarmee bieden we onzekerheden het hoofd en geven we burgers en bedrijven kansen. We investeren in onderwijs en veiligheid en hervormen de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel. De energietransitie en de aanstaande uitwerking van en besluitvorming over het klimaatakkoord zullen de manier waarop we in Nederland leven en werken wezenlijk gaan veranderen. Dergelijke grote systeemveranderingen geeft het kabinet vorm in dialoog met degenen die het betreft. Daarbij gaat het om de georganiseerde belangen in de polder, maar vooral ook heeft het kabinet de belangen van individuele burgers voor ogen.

Veiligheid

De terrorismedreiging is in de wereld, Europa en ook in Nederland onverminderd van belang. Zij is complexer en veranderlijker dan enkele jaren geleden. De dreiging voor onze nationale veiligheid houdt direct verband met de ontwikkelingen in de rest van de wereld. De voortdurende onrust aan de buitengrenzen van Europa en de conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika hebben een directe en indirecte weerslag op de veiligheidssituatie in Nederland.

Met het steeds verder terugdringen van ISIS in Syrië, de mede daardoor te verwachten terugkomst van uitreizigers en met het uitzitten van hun straf door in Nederland veroordeelde jihadisten wordt problematiek van de terugkeer in de Nederlandse samenleving pregnanter. Een gezamenlijk overheidsoptreden, dat reikt van strafvervolging, detentie en- waar aangewezen – de intrekking van het Nederlanderschap tot begeleiding, deradicalisering en re-integratie, is daarbij essentieel. De inspanningen strekken er uiteraard ook overigens onverminderd toe om het risico op terroristische aanslagen te verkleinen en Nederland, Europa en de wereld veiliger te maken. Het kabinet staat voor een integrale aanpak waarbij preventie, informatie-uitwisseling, internationale samenwerking, bescherming en beheersing evenals strafrechtelijke vervolging in onderlinge samenhang aan de orde zijn.

Door de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv 2017), die op 1 mei 2018 in werking is getreden, worden de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in staat gesteld om ongeacht de verdere technologische ontwikkelingen effectiever op te kunnen treden. In vervolg op de uitslag van het raadgevend referendum over deze wet is door het kabinet een aantal maatregelen genomen ten aanzien van de uitvoering van de wet. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wiv 2017 is ook de toetsing op de rechtmatigheid van het handelen van en het onafhankelijk toezicht op de veiligheidsdiensten versterkt. Zo is de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden opgericht en aan de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) een afdeling Klachtbehandeling toegevoegd.

Buitenland

Nederland kan, als relatief klein en open land, zijn nationale belang slechts goed behartigen in internationale samenwerking. Vanuit dat uitgangspunt zet Nederland in op het veilig stellen van de eigen belangen door een constructieve houding in de VN, de NAVO, de EU en in multi- en bilaterale samenwerkingsverbanden.

2019 zal een belangrijk jaar voor de EU worden. In de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement (EP) in mei 2019 zal de discussie over de toekomst van Europa actueel blijven. De nieuwe samenstelling van het EP en de te vormen Europese Commissie zullen van groot belang zijn voor de strategische koers van de EU. Eind maart 2019 zal het Verenigd Koninkrijk naar verwachting formeel uit de EU treden. Daarbij kan nu niet met zekerheid worden gesteld dat er sprake zal zijn van een ordentelijke uittreding, met een uittredingsverdrag, overeenkomst over een transitiefase en eenduidig perspectief op een stabiele, toekomstige relatie. Tijdens de vergaderingen van de Europese Raad zal naast de Brexit en de nieuwe strategische agenda van de EU, de focus naar verwachting liggen op de onderhandelingen over het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK) na 2020 en de verdere vormgeving en implementatie van het Europese migratiebeleid. Daarnaast zullen ook klimaat, duurzaamheid en energie, de vervolmaking van de interne markt, rechtsstatelijkheid, terrorismebestrijding en het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid aandacht vragen.

Voorts neemt Nederland in 2018 voor het tweede jaar op rij als gast deel aan de G20. Dit houdt onder meer in dat de Minister-President de G20-top bijwoont in november en december 2018 in Buenos Aires.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Art.nr

Naam artikel (€ tot. uitg. art.)

Juridisch verplichte uitgaven

Niet-juridische verplichte uitgaven

Bestemming van de niet juridisch verplichte uitgaven

1

Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (€ 62.303)

€ 62.303 (100%)

€ 0 (0%)

overig

         
 

Totaal aan niet verplichte uitgaven

 

€ 0

 

2.2 Beleidsartikel

2.2.1 Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

A. Algemene doelstelling

Het Ministerie van Algemene Zaken coördineert het algemene regeringsbeleid. Doel is de Minister-President en de ministerraad adequaat te ondersteunen door beleidsinhoudelijke voorbereiding en afstemming en de woordvoering en communicatie hierover.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President is als voorzitter van de ministerraad (artikel 45, lid 2 en 3 Grondwet) verantwoordelijk voor «het bevorderen van de eenheid van het algemene regeringsbeleid». Dat komt op verschillende manieren tot uitdrukking. Zo spreekt de Minister-President na afronding van het formatieproces namens het nieuwe kabinet de regeringsverklaring uit en gaat hij daarover met de Tweede Kamer in debat. Voorts verantwoordt de Minister-President zich jaarlijks over het algemene regeringsbeleid tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag. De Minister-President is ook verantwoordelijk voor het in stand houden en zo nodig aanpassen van het stelsel van overleg en besluitvorming, zoals dat vorm krijgt in de ministerraad en onderraden. Voorts is de Minister-President verantwoordelijk voor coördinatie van het algemene communicatiebeleid, zoals het bevorderen van de eenheid in presentatie en adequate publiekscommunicatie. Daarnaast is de Minister-President verantwoordelijk voor het in stand houden van de onafhankelijke positie van de WRR als adviesorgaan voor de langere termijn ontwikkelingen en vraagstukken die de samenleving beïnvloeden. Het Ministerie van Algemene Zaken ondersteunt de Minister-President in zijn rol als voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden van de ministerraad alsmede in zijn rol als lid van de Europese Raad en als verantwoordelijke voor de coördinatie van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Tevens is de Minister-President verantwoordelijk voor het onafhankelijk toezicht en toetsing op de veiligheidsdiensten (AIVD en MIVD) bestaande uit de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB).

De Minister-President heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van buitenlands beleid. Deze houden onder meer verband met zijn lidmaatschap van de Europese Raad. Voorts vertegenwoordigt de Minister-President Nederland op diverse internationale bijeenkomsten, zoals topontmoetingen van de VN en de NAVO. Ook brengt hij, in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken, bezoeken aan landen en regio’s indien het bredere Nederlandse belang daarmee is gediend. Verder heeft de Minister-President een bijzondere verantwoordelijkheid ten aanzien van het Koninklijk Huis. Alle ministers dragen op grond van artikel 42 van de Grondwet ministeriële verantwoordelijkheid, maar in de praktijk is het in de eerste plaats de Minister-President die daarover in de Kamer verantwoording aflegt, eventueel met één of meer andere betrokken ministers.

C. Beleidswijzigingen

Niet van toepassing.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleidsartikel Eenheid van het algemeen regeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Verplichtingen

57.639

62.913

62.303

62.308

64.147

66.301

66.320

                 
 

Uitgaven

57.639

62.913

62.303

62.308

64.147

66.301

66.320

 

Waarvan juridisch verplicht (percentage)

   

100%

       
                 

1

Coördinatie van het algemeen communicatie- en regeringsbeleid (RVD) apparaatsuitgaven

1.510

2.090

2.171

2.176

2.849

4.954

4.973

                 

2

Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling (WRR) apparaatsuitgaven

510

594

594

594

594

594

594

                 

3

Apparaatsuitgaven

29.999

33.725

33.112

33.112

34.279

34.328

34.328

 

Personele uitgaven

18.595

           
 

– waarvan eigen personeel

17.045

           
 

– waarvan externe inhuur

212

           
 

– waarvan overige personele uitgaven

1.338

           
 

Materiële uitgaven

11.404

           
 

– waarvan ICT

2.577

           
 

– waarvan bijdrage aan SSO's

5.409

           
 

– waarvan overige materiële uitgaven

3.418

           
                 

4

Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) apparaatsuitgaven

298

604

605

605

605

605

605

                 
 

Bijdrage aan agentschap

             

5

Dienst Publiek en Communicatie

25.322

25.900

25.821

25.821

25.820

25.820

25.820

                 
 

Ontvangsten

3.767

4.439

4.439

4.439

4.439

4.439

4.439

E. Toelichting

De in het verleden overgedragen bijdrage voor het categoriemanagement Vakliteratuur en Abonnementen aan het Ministerie van Financiën loopt in 2021 af. Dit verklaart het verschil tussen het budget in de jaren 2021 en 2022.

1 Coördinatie van het algemene communicatie- en regeringsbeleid RVD (apparaatsuitgaven)

Algemeen Regeringsbeleid

Beraadslaging en besluitvorming over het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid van beleid is de taak van de ministerraad. Deze staat onder voorzitterschap van de Minister-President. Het Kabinet van de Minister-President ondersteunt de Minister-President in deze taak in nauwe samenwerking met de Rijksvoorlichtingsdienst.

Uit het oogpunt van taakverdeling en efficiënte besluitvorming worden voorstellen waarover de ministerraad dient te besluiten veelal eerst voorgelegd aan een onderraad van de ministerraad. Een dekkend stelsel van onderraden bestrijkt het gehele terrein van rijksbeleid. De Minister-President is voorzitter van alle onderraden. Naast de ministerraad functioneert de ministerraad van het Koninkrijk (de zogeheten rijksministerraad). Aan de vergaderingen van de rijksministerraad nemen naast de leden van de ministerraad gevolmachtigde ministers van Aruba, Curaçao en Sint Maarten deel. In de vergadering van de rijksministerraad komen alle aangelegenheden van het Koninkrijk aan de orde die meer dan één van de landen raken.

Gemeenschappelijk Communicatiebeleid

De woordvoering van de Minister-President en de ministerraad is een taak van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Daarnaast werken de Rijksvoorlichtingsdienst en de directies Communicatie van de ministeries intensief samen om het gemeenschappelijke communicatiebeleid van de rijksoverheid vorm te geven en uit te voeren. In de Voorlichtingsraad (VoRa) komen alle directeuren Communicatie samen. De VoRa ontwikkelt initiatieven op het vlak van overheidscommunicatie, adviseert de ministerraad hierover (gevraagd en ongevraagd) en bundelt de uitvoering via het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC).

De Rijksvoorlichtingsdienst coördineert voorts het algemene communicatiebeleid van de rijksoverheid. Hiertoe zijn alle departementen vertegenwoordigd in de VoorlichtingsRaad (VoRa). Leidende kernbegrippen zijn eenheid in presentatie naar inhoud en vorm, adequate beschikbaarheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid van informatie en het duiden en gebruiken van signalen uit de samenleving.

Rijks- en kabinetsbrede communicatie

Het communicatiebeleid is geënt op drie kernbegrippen: eenduidigheid, herkenbaarheid en toegankelijkheid. Deze krijgen concreet vorm in bijvoorbeeld afstemming tussen publieks- en persvoorlichters, persberichten over ministerraadsbesluiten, het beheer van de rijksbrede huisstijl, communicatie in campagnes, rijksbrede interne communicatie en de verdere ontwikkeling en het beheer van de rijksbrede website www.rijksoverheid.nl.

De VoRa stelt elk jaar een gemeenschappelijk jaarprogramma op voor efficiënte en effectieve communicatie van kabinet en rijksoverheid. In het jaarprogramma staan meerjarige ambities op het gebied van gemeenschappelijke communicatie: duidelijke communicatie over kabinetsbeleid, een behulpzame overheid door mensen centraal te zetten en een participerende rijksoverheid die vaker naast andere partijen staat en minder erboven en maatschappelijke initiatieven de ruimte geeft.

Binnen deze drie meerjarige ambities worden jaarlijks projecten vastgesteld die onder de verantwoordelijkheid van de VoRa worden uitgevoerd, bijvoorbeeld het opstellen van rijksbrede richtlijnen voor online en sociale media, het beter benutten van gedragskennis, en het beter in kaart brengen van de omgeving, bijvoorbeeld door signalen uit de samenleving op te vangen en beschikbaar te stellen voor beleidsontwikkeling. Voorts past de VoRa in het project Informatie op Maat mogelijkheden toe om overheidsinformatie beter aan te laten sluiten op de context van mensen en informatie overheidsbreed aan te bieden.

2 Bijdrage aan de lange termijn beleidsontwikkeling WRR (apparaatsuitgaven)

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) geeft de regering gevraagd en ongevraagd advies over maatschappelijke vraagstukken die onderwerp zijn of kunnen worden van het regeringsbeleid. Het regeringsbeleid is gebaat bij inzichten in ontwikkelingen en vraagstukken die op langere termijn de samenleving beïnvloeden. De WRR draagt op een wetenschappelijk gefundeerde manier aan dergelijke inzichten bij. De raad heeft tot taak tijdig te wijzen op tegenstrijdigheden in en te verwachten knelpunten voor het regeringsbeleid, dilemma’s te formuleren over de grote beleidsvraagstukken en beleidsalternatieven aan te dragen. De raad kan zelfstandig en onafhankelijk onderwerpen agenderen die naar zijn oordeel een grote mate van urgentie en maatschappelijke relevantie bezitten. Tegelijkertijd staat de raad in nauwe verbinding met de ambtelijke en politieke instanties die betrokken zijn bij de totstandkoming van het regeringsbeleid. De raad stelt zijn voorgenomen activiteiten vast in een werkprogramma, na overleg met de Minister-President, gehoord de ministerraad.

Werkterrein en voorgenomen activiteiten

Door zijn oriëntatie op de langere termijn, multidisciplinaire aanpak en focus op sector overstijgende vraagstukken vormt de WRR een verbindende schakel tussen kennis en beleid en draagt daarmee bij aan de eenheid van het regeringsbeleid. De WRR houdt zich vanuit dit perspectief bezig met een aantal brede thema’s die als volgt kunnen worden geformuleerd: 1) Welvaart en welzijn, 2) Burger en overheid, 3) Nederland in de wereld en 4) Digitalisering.

De WRR concretiseert deze thema’s in zijn werkprogramma. Ook heeft de WRR twee adviesaanvragen ontvangen die vanaf 2018 zijn opgenomen in het werkprogramma. Het betreft een aanvraag inzake «Kosten van de zorg» en er is een aanvraag over publieke waarden van kunstmatige intelligentie aangekondigd. Voor de inhoudelijke beschrijvingen van de projecten wordt verwezen naar de website van de WRR: www.wrr.nl.

Werkwijze

De WRR hanteert een werkwijze die uitgaat van productdifferentiatie en maatwerk. Naast advisering via schriftelijke rapportages aan de regering, verkennende studies, artikelen, essays en internetbijdragen organiseert de raad ook mondelinge briefings en bijdragen aan een gerichte beleidsdialoog met het kabinet en de beide Kamers. Behalve de regering, het parlement, de ambtelijke en bestuurlijke wereld benutten ook andere partijen in de samenleving de inzichten van de WRR, zoals non-profitorganisaties, de media en het bedrijfsleven. De raad organiseert expertmeetings, conferenties, workshops en debatten, vaak ook in samenwerking met universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere adviesraden en de planbureaus. Ter bevordering van de «netwerksynergie» met de adviescolleges van de Kaderwet Adviescolleges en de planbureaus, voert de raad regulier overleg met de voorzitters en secretarissen van deze instellingen. Op deze wijze draagt de raad bij aan het verbinden van de werelden van wetenschap, advisering en beleid, en aan het actief agenderen van maatschappelijke vraagstukken in het publieke debat.

Prestatiegegevens

De WRR heeft de taak complexe, weerbarstige onderwerpen en beleidsdilemma’s te agenderen. Soms «leeft» een onderwerp al bij de start van WRR-project en hebben de bijdragen van de raad direct en meetbaar invloed, soms gaat er geruime tijd overheen voordat ze doorwerking hebben in het beleid of het maatschappelijke debat. De tabel biedt een kwantitatief overzicht van de output.

Prestatiegegevens

2019

Rapporten, Verkenningen, Policy Briefs

7

Overige publicaties

4

Mondelinge briefings voor, en gesprekken met bewindslieden en Kamerleden

15

Overige briefings met beleidsmakers

15

Conferenties, workshops, expertmeetings

15

Lezingen en debatten

70

3 Apparaatsuitgaven

De apparaatsuitgaven van het Ministerie van Algemene Zaken bestaan uit uitgaven ten behoeve van het bureau van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Rijksvoorlichtingsdienst, het Kabinet van de Minister-President, de directie Bedrijfsvoering en de directie Financieel-Economische Zaken.

4 Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) apparaatsuitgaven

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), die belast is met het toetsen van de rechtmatigheid van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de Minister van Defensie gegeven toestemming tot het inzetten van bijzondere bevoegdheden door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) respectievelijk de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de TIB.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wiv 2017 per 1 mei 2018 is de TIB opgericht. De commissie zal zich in het eerste jaar, naast haar wettelijke taak, ook richten op het nader uitwerken van de werkprocessen. De TIB zal voor 1 mei 2019 haar eerste jaarverslag publiceren. Met de TIB zal zoveel mogelijk worden omgegaan als ware het een met de CTIVD vergelijkbaar college.

5 Bijdrage aan agentschap Dienst Publiek en Communicatie

Dit betreft de bijdrage van het Ministerie van Algemene Zaken aan het agentschap Dienst Publiek en Communicatie. Voor verdere toelichting zie paragraaf 2.3 agentschap Dienst Publiek en Communicatie.

2.3 Begroting agentschap

Agentschap Dienst Publiek en Communicatie

2.3.1 Begroting van baten en lasten

De kwaliteit van het rijksbeleid staat of valt bij de uitvoering ervan. Voor de communicatiediscipline is die uitvoering door het Rijk belegd bij het agentschap Dienst Publiek en Communicatie (DPC). Het baten-lastenagentschap DPC is belast met:

  • a. ondersteunen van de rijksoverheid bij het gezamenlijk verbeteren van de communicatie met publiek en professionals;

  • b. ontwikkelen en in stand houden van gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van de overheidscommunicatie en

  • c. rijksbreed adviseren, begeleiden en inkoop van communicatiebestedingen als Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC) en aankoopcentrale voor de categorie communicatie.

Begroting van baten-lastenagentschap DPC voor het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)
 

2017 Stand Slotwet

2018 Vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

Baten

             

Omzet moederdepartement

25.873

23.574

25.821

25.821

25.820

25.820

25.820

Omzet overige departementen

40.696

38.873

38.741

38.399

38.443

38.443

38.443

Omzet derden

17.290

26.956

27.451

27.451

27.451

27.451

27.451

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval uit voorzieningen

0

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

39

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

83.897

89.402

92.012

91.670

91.713

91.713

91.713

               

Lasten

             

Apparaatskosten

             

– personele kosten

13.172

11.878

12.668

12.551

12.489

12.489

12.489

waarvan eigen personeel

11.180

10.878

11.668

11.551

11.489

11.489

11.489

– waarvan externe inhuur

1.334

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

– waarvan overige personele kosten

657

0

0

0

0

0

0

– materiële kosten

70.456

77.524

79.344

79.119

79.225

79.225

79.225

– waarvan apparaat ICT

6.513

7.008

6.445

6.578

6.693

6.693

6.693

– waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan overige materiële kosten

63.943

70.516

72.899

72.542

72.532

72.532

72.532

               

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

0

– materieel

0

0

0

0

0

0

0

– waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

0

– immaterieel

0

0

0

0

0

0

0

Overige kosten

             

– dotaties voorzieningen

108

0

0

0

0

0

0

– bijzondere lasten

9

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

83.745

89.402

92.012

91.670

91.713

91.713

91.713

               

Saldo van baten en lasten

152

0

0

0

0

0

0

Baten

Omzet moederdepartement

Dit betreft de vergoeding c.q. bijdrage van het moederdepartement voor opdrachten voortkomend uit de uitvoering van gemeenschappelijke taken voor de (in de VoRa) samenwerkende departementen. Deze post bevat de bijdrage voor producten die gefinancierd worden vanuit de taakbijdrage.

Product

Taakbijdrage per product 2019

Taakbijdrage per product realisatie 2017

Inkoopadvies

1.538

2.043

Campagnes

1.550

1.423

Media-inkoop

0

0

Beeldadvies

1.194

1.135

Professionalisering

1.111

1.304

Communicatiecapaciteit

597

110

Communicatieonderzoek

1.613

1.585

Rijksportaal

631

621

Vraagbeantwoording

2.996

2.612

Rijksoverheid.nl

4.123

4.083

Online advies

10.467

10.957

Totaal

25.821

25.873

Omzet overige departementen

De omzet bevat tevens de media-inkoop van de overige departementen die via DPC plaatsvindt. Het gaat hierbij om een geraamd bedrag van ruim € 25 miljoen in 2019 met name media-inkoop verricht door alle ministeries. Dit betreft dus geen reguliere bijdragen van de departementen. De kosten die hiermee samenhangen zijn terug te vinden binnen de materiële kosten.

Omzet derden

Naast de departementen en de daaronder ressorterende organisaties kunnen ook zbo’s, rwt’s, staatsdeelnemingen en medeoverheden gebruik maken van de complete mediadienstverlening.

Het aandeel in de totale mediaomzet van deze derden bedraagt ongeveer de helft van het totale volume van circa € 50 miljoen. Door de bijdrage van deze derden in de omzet is DPC in staat betere tarieven te verkrijgen bij de media-exploitanten. Op deze manier draagt de omzet van deze derden bij aan lagere uitgaven voor de rijksoverheid voor de inkoop van mediaruimte.

Lasten

Personele kosten

De post personeelskosten omvat de kosten van ambtelijk personeel en uitzendkrachten. De formatie van DPC bedraagt in 2019 147,6 fte.

Materiële kosten

Het grootste deel van de materiële kosten worden bepaald door de inkoop van mediaruimte. In 2019 wordt een lichte stijging verwacht. De dienst is gehuisvest in panden van het Ministerie van Algemene Zaken. De uitgaven voor de gebruikerszaken lopen via de begroting van dit ministerie en worden voor een deel aan het moederdepartement betaald via de vergoeding voor ontvangen diensten. De huisvesting van Algemene Zaken maakt geen deel uit van het rijkshuisvestingsstelsel.

Saldo van baten en lasten

De verwachting is dat de kosten volledig gedekt worden door de opbrengsten.

2.3.2 Kasstroomoverzicht
Kasstroomoverzicht over het jaar 2019 (bedragen x € 1.000)
   

2017 Stand Slotwet

2018 Vastgestelde begroting

2019

2020

2021

2022

2023

 

Rekening courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

21.556

21.556

20.979

20.979

20.979

20.979

20.979

1.

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

90.144

89.402

92.012

91.670

91.713

91.713

91.713

 

–/– totaal uitgaven operationele kasstroom

90.721

89.402

92.012

91.670

91.713

91.713

91.713

2.

Totaal operationele kasstroom

– 577

0

0

0

0

0

0

 

–/– Totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ Totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

 

–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

–/– aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB stand 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

20.979

21.556

20.979

20.979

20.979

20.979

20.979

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de kapitaaluitgaven en -ontvangsten en geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar komen c.q. zijn gekomen (de herkomst van middelen) en op welke wijze gebruik wordt of is gemaakt van deze kasmiddelen (de besteding van middelen). De ontvangsten operationele kasstroom en de uitgaven operationele kasstroom hangen grotendeels samen met de media-inkopen en media-verkopen van de departementen en derden die via DPC lopen. Hoewel DPC hierop niet direct kan sturen, vormen zij een belangrijk onderdeel van de totale omzet van DPC alsmede van de operationele kasstroom, die om die reden gelijk wordt verondersteld aan de omzet.

Het liquiditeitssaldo wordt veroorzaakt doordat het saldo van de nog te betalen facturen aan media-exploitanten neerslaat bij DPC als liquide middelen. Daarnaast leidt een vaak relatief hoge media omzet in het vierde kwartaal tot een hoger liquiditeitssaldo. Dit effect loopt echter weg in de eerste maand van het daarop volgende jaar.

2.3.3 Overzicht doelmatigheidsindicatoren

In onderstaande tabel is informatie weergegeven over de doelmatigheidsindicatoren van DPC.

Generieke doelmatigheidsindicator

Realisatie 2017

Norm 2018

Norm 2019

Saldo baten en lasten

0,2%

0,0%

0,0%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

131,7

Max 147,6

Max 147,6

Ziekteverzuimpercentage

2,8%

3,8%

2,6%

Specifieke doelmatigheidsindicator

     

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

216.412

230.000

230.000

Service niveau telefonie

83,4%

80% binnen 40 sec.

80% binnen 40 sec.

Burgertevredenheid telefonie

4,5

4,0

4,0

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

71.479

89.000

89.000

Service niveau e-mail

99,9%

95% binnen 2 werkdagen

95% binnen 2 werkdagen

Burgertevredenheid e-mail

3,6

3,0

3,0

Media-index RTV

28,7%

25,0%

25,0%

Media-index Interactieve Media

10,2%

10,0%

10,0%

Media-index Print

17,6%

32,0%

15,0%

Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

82%

75%

75%

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

99,95%

99,90%

99,98%

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

54.875.781

55.000.000

55.000.000

Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl

7,0

7,0

7,0

Content toegankelijkheid Rijksoverheid.nl

78%

75%

75%

Aantal bezoeken platformwebsites

40.663.880

41.000.000

41.000.000

Toelichting

Naast de generieke indicatoren geven de specifieke indicatoren inzicht in de dienstverlening van DPC met het grootste deel van de totale omzet.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten als percentage van de totale baten. DPC streeft ernaar kostendekkend te zijn.

Fte-totaal (exclusief externe inhuur)

Deze indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van DPC zich in fulltime equivalenten (fte) ontwikkelt en geeft het maximum aantal in te zetten fte weer. Naast inzet van ambtelijke fte’s is tevens sprake van externe inhuur.

Ziekteverzuimpercentage

Het ziekteverzuim wordt uitgedrukt in een voortschrijdend jaargemiddeld percentage per kalenderjaar. DPC streeft ernaar om onder de Verbaannorm te blijven.

Aantal beantwoorde vragen per telefoon

Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal telefonie. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.

Service niveau telefonie

Deze indicator geeft aan welk percentage van de telefonisch gesprekken binnen 40 seconden is opgenomen.

Burgertevredenheid telefonie

Resultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de telefonische vraagbeantwoording vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Aantal beantwoorde vragen per e-mail

Deze indicator geeft het aantal beantwoorde vragen voor het kanaal e-mail. Hiervoor geldt geen norm, alleen een verwachting.

Service niveau e-mail

Deze indicator geeft aan welk percentage van de via e-mail gestelde vragen binnen twee werkdagen correct afgehandeld dient te worden.

Burgertevredenheid e-mail

Resultaat van het burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de vraagbeantwoording via e-mail vanuit burgerperspectief beoordeeld.

Media-index RTV

Deze index geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op radio en televisie in plaats van per individuele opdrachtgever. De tarieven voor individuele opdrachtgevers worden bepaald op basis van een benchmark, waarover het rijksmediabureau beschikt.

Media-index Interactieve Media

De index interactieve media geeft het netto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte op alle interactieve media. Er wordt geen inkoopvoordeel behaald wanneer mediaruimte is verkregen door middel van een veiling. De norm is daarom vanaf 2017 neerwaarts aangepast omdat interactieve media steeds vaker wordt ingekocht met behulp van veilingen.

Media-index Print

Deze index geeft het bruto inkoopvoordeel weer dat behaald wordt door het collectief inkopen van mediaruimte in alle printtitels en out-of-home mogelijkheden. Beide mediumtypen zijn nog steeds grotendeels traditioneel georganiseerd en hanteren een (bruto-)tariefkaart als uitgangspunt voor de tarief bepaling in tegenstelling tot vrijwel alle andere mediumtypen. Het inkoopvoordeel staat om een aantal redenen onder druk: het inkoopvolume print daalt vrijwel ieder jaar, er komen steeds minder aanbieders – en dus onderhandelmogelijkheden – en bruto tarieven worden realistischer vastgesteld. Daarom is de norm neerwaarts aangepast en dit blijkt ook uit de realisatie van 2017.

Technisch-functionele toegankelijkheid Platform Rijksoverheid Online

DPC laat het Platform Rijksoverheid Online jaarlijks, en bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen. Een 100% score is in de praktijk niet mogelijk en niet iedere webpagina kan getest worden.

Beschikbaarheid Platform Rijksoverheid Online

Deze indicator staat voor de beschikbaarheid van het Platform Rijksoverheid Online en daarmee de toegang tot informatie voor de bezoekers op het Platform. Hierop staan Rijksoverheid.nl en vele websites van de ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties.

Aantal bezoeken Rijksoverheid.nl

Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan de website Rijksoverheid.nl, de gemeenschappelijke website van de ministeries met uitleg over beleid en wet- en regelgeving. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.

Bezoekerstevredenheid Rijksoverheid.nl

Resultaat van een onafhankelijke meting via het online Burgertevredenheidsonderzoek. In dit onderzoek wordt de kwaliteit van de website Rijksoverheid.nl vanuit bezoeker perspectief beoordeeld.

Content toegankelijkheid Rijksoverheid.nl

DPC laat Rijksoverheid.nl jaarlijks, of bij significante wijzigingen, op toegankelijkheid inspecteren door een kundige- en onafhankelijke partij. De bevindingen uit deze inspecties worden omgaand verholpen. Een 100% score is in de praktijk niet mogelijk en niet iedere webpagina kan getest worden.

Aantal bezoeken Platform Rijksoverheid Online

Deze indicator geeft het aantal bezoeken per jaar aan het Platform Rijksoverheid Online exclusief de bezoeken aan de website Rijksoverheid.nl. Op het Platform staat een groot aantal specifieke websites van ministeries inclusief uitvoeringsorganisaties. Het Platform biedt veiligheid, voldoen aan toegankelijkheid en efficiency. Voor het aantal bezoeken geldt geen norm, alleen een verwachting.

3. KABINET VAN DE KONING

3.1 Algemene doelstelling

Ondersteunen van de Koning ten behoeve van de uitoefening van diens constitutionele taken en fungeren als schakel tussen de Koning en de overige leden van de regering en bestuurlijke autoriteiten.

3.2 Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en het Kabinet van de Koning zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening van het ministerie en de van toepassing zijnde planning & control cyclus. Het Kabinet van de Koning valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.

3.3 Beleidswijzigingen

Niet van toepassing.

3.4 Budgettaire gevolgen

Tabel Budgettaire gevolgen Kabinet van de Koning (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

2.422

2.514

2.492

2.495

2.496

2.496

2.497

               

Uitgaven

2.422

2.514

2.492

2.495

2.496

2.496

2.497

Apparaat

2.422

2.514

2.492

2.495

2.496

2.496

2.497

               

Ontvangsten

2.422

2.514

2.492

2.495

2.496

2.496

2.497

3.5 Toelichting

Het Kabinet van de Koning is een kleine, eigenstandige overheidsorganisatie, die de Koning ondersteunt. Het bestaat uit 24,5 fte. De taken van het Kabinet van de Koning omvatten met name:

  • a. informeren van de Koning ten behoeve van zijn gesprekken met binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staats- en andere buitenlandse bezoeken, bezoeken aan andere landen van het koninkrijk en werkbezoeken. Voorbeelden van ontvangsten zijn het aanbieden van geloofsbrieven door ambassadeurs van andere landen en het beëdigen van hoge functionarissen waarvoor in de wet is vastgelegd dat dit geschiedt ten overstaan van de Koning. Bezoeken van de Koning omvatten, naast de genoemde buitenlandse bezoeken, onder meer werkbezoeken met ministers en staatssecretarissen en streekbezoeken;

  • b. tijdig en in correcte vorm aan de Koning ter tekening voorleggen van alle door de ministeries en de Staten-Generaal aangeboden stukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;

  • c. opstellen en overbrengen van boodschappen aan andere staatshoofden en aan internationale autoriteiten;

  • d. behandelen en doorgeleiden van aan de Koning gerichte verzoekschriften. Deze brieven worden bij het Kabinet van de Koning aan de hand van een analyse van de onderhavige problematiek overgedragen aan de bewindspersoon die verantwoordelijk is voor het beleidsterrein en

  • e. registreren, bewaren en aan het Nationaal Archief overdragen van wetten en koninklijke besluiten.

De uitgaven van het Kabinet van de Koning worden rechtstreeks doorbelast naar de begroting van de Koning. Deze doorbelasting leidt tot ontvangsten op de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning.

4. COMMISSIE VAN TOEZICHT BETREFFENDE DE INLICHTINGEN- EN VEILIGHEIDSDIENSTEN

4.1 Algemene doelstelling

Toezicht houden op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) en Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo), adviseren aan de betrokken ministers over zaken die voortvloeien uit deze wetten en klachten, alsmede meldingen over misstanden, onderzoeken en behandelen.

4.2 Rol en verantwoordelijkheid

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is verantwoordelijk voor het beheer van de begrotingsstaat van de CTIVD. Tussen het Ministerie van Algemene Zaken en de CTIVD zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening op het gebied van de bedrijfsvoering door het ministerie en de van toepassing zijnde planning & control cyclus. De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken.

4.3 Beleidswijzigingen

Nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) op 1 mei 2018 is de rol van de CTIVD als volgt aangevuld:

  • de CTIVD is als zelfstandige onafhankelijke klachtinstantie gepositioneerd, die tot voor de desbetreffende Minister bindende klachtoordelen kan komen en

  • de CTIVD is belast met de behandeling van meldingen van medewerkers uit de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in verband met vermoede misstanden (klokkenluidersregeling).

Hiertoe zijn bij de CTIVD twee afdelingen ingesteld: een afdeling toezicht en een afdeling klachtbehandeling. De memorie van toelichting van het wetsontwerp zegt hierover:

«De afdeling toezicht bestaat uit drie leden, onder wie de voorzitter, daarbij wordt het voorzitterschap vervuld door de voorzitter van de CTIVD. De afdeling klachtbehandeling bestaat uit een voorzitter en ten minste twee andere leden. De voorzitter van de afdeling klachtbehandeling is tevens lid van de CTIVD, de andere leden van de afdeling klachtbehandeling zijn dat niet. De CTIVD is aldus uit vier leden komen te bestaan.» (artikel 98, eerste lid, Wiv 2017).

De bestaande regeling voor het toezicht door de CTIVD is ongewijzigd gebleven. De uitbreiding van de reikwijdte van de onderzoeksbevoegdheden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in de Wiv 2017 heeft echter wel gevolgen voor de omvang van het toezicht van de CTIVD. De ruimere mogelijkheid tot verwerving en verwerking van gegevens door de AIVD en de MIVD, de technologische ontwikkelingen bij beide diensten en de intensivering van de samenwerking van de AIVD en de MIVD met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten vergen een versterking van de informatiedeskundigheid van de afdeling toezicht van de CTIVD. Hier wordt zoveel mogelijk reeds in voorzien vanaf de inwerkingtreding van de Wiv 2017.

4.4 Budgettaire gevolgen

Tabel Budgettaire gevolgen Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (bedragen x € 1.000)
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Verplichtingen

1.509

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

               

Uitgaven

1.509

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

Apparaat

1.509

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

               

Ontvangsten

11

0

0

0

0

0

0

4.5 Toelichting

Op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) is er een Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). De CTIVD bestaat uit een afdeling toezicht en een afdeling klachtbehandeling.

De afdeling toezicht is belast met:

  • a. het toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van hetgeen bij of krachtens de Wiv 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) is gesteld;

  • b. het gevraagd of ongevraagd inlichten en adviseren van de bij de Wiv 2017 betrokken ministers (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie en Algemene Zaken) aangaande de door de commissie geconstateerde bevindingen en

  • c. het ongevraagd adviseren van de betrokken ministers over het uitbrengen van verslag aan personen, ten aanzien van wie bepaalde bevoegdheden zijn uitgeoefend door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) of de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

De afdeling klachtbehandeling is belast met:

  • a. het onderzoeken en beoordelen van klachten en

  • b. het onderzoeken en beoordelen van een melding van een vermoeden van een misstand.

5. BIJLAGEN

Bijlage 1 Verdiepingshoofdstuk

Eenheid van het algemeen regeringsbeleid

Uitgaven beleidsartikel (bedragen x € 1.000)
   

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Stand ontwerpbegroting 2018

58.308

58.338

58.346

60.090

62.154

 

Mutatie Nota van Wijziging 2018

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

 

Mutatie amendement 2018

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

1.825

1.242

1.240

1.268

1.301

1.301

 

Nieuwe mutaties:

           

1

Extrapolatie

62.154

2

Overboekingen van en naar overige ministeries

– 285

– 342

– 343

– 276

– 219

– 200

3

Loon en prijsbijstelling

65

65

65

65

65

65

 

Stand ontwerpbegroting 2019

62.913

62.303

62.308

64.147

66.301

66.320

Ontvangsten beleidsartikel (bedragen x € 1.000)
   

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Stand ontwerpbegroting 2018

4.402

4.402

4.402

4.402

4.402

 

Mutatie Nota van Wijziging 2018

 

Mutatie amendement 2018

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

37

37

37

37

37

37

 

Nieuwe mutaties:

           

1

Extrapolatie

4.402

 

Stand ontwerpbegroting 2019

4.439

4.439

4.439

4.439

4.439

4.439

Kabinet van de Koning

Opbouw uitgaven (bedragen x € 1.000)
   

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Stand ontwerpbegroting 2018

2.431

2.433

2.436

2.437

2.437

 

Mutatie Nota van Wijziging 2018

 

Mutatie amendement 2018

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

84

60

60

60

60

60

 

Nieuwe mutaties:

           

1

Extrapolatie

2.437

2

Overboeking naar een ander ministerie

– 1

– 1

– 1

– 1

– 1

 

Stand ontwerpbegroting 2019

2.514

2.492

2.495

2.496

2.496

2.497

Opbouw ontvangsten (bedragen x € 1.000)
   

2018

2019

2020

2021

2022

2023

 

Stand ontwerpbegroting 2018

2.431

2.433

2.436

2.437

2.437

 

Mutatie Nota van Wijziging 2018

 

Mutatie amendement 2018

 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

84

60

60

60

60

60

 

Nieuwe mutaties:

           

1

Extrapolatie

2.437

2

Overboeking naar een ander ministerie

– 1

– 1

– 1

– 1

– 1

 

Stand ontwerpbegroting 2019

2.514

2.492

2.495

2.496

2.496

2.497

Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

Opbouw verplichtingen/ uitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018

2.494

2.494

2.494

2.494

2.494

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

57

57

57

57

57

57

Nieuwe mutaties:

           

Extrapolatie

2.494

Stand ontwerpbegroting 2019

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

2.551

Opbouw ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Stand ontwerpbegroting 2018

0

0

0

0

0

0

Mutatie Nota van Wijziging 2018

Mutatie amendement 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Nieuwe mutaties:

Extrapolatie

Stand ontwerpbegroting 2019

0

0

0

0

0

0

Bijlage 2 Moties en toezeggingen

Omschrijving van de motie of toezegging

Vindplaats

Stand van zaken

Het ligt zeer voor de hand om bij de eerstvolgende benoeming van een minister van Staat oog te hebben voor de benoeming van een vrouw, mits het geen resultaatverplichting is dat het per se een vrouw moet zijn.

Begrotingsbehandeling 2018, 19 december 2017

De toezegging is uitgevoerd.

De Minister-President zal de huidige regeling in het licht van de discussie over een aangewezen overlever bezien en nagaan waar, in extreme situaties, lacunes zitten. Hij zet dit op een rij en brengt in beeld welke verschillende varianten er zijn.

Begrotingsbehandeling 2018, 19 december 2017

De toezegging wordt uitgevoerd voor de begrotingsbehandeling van de begroting van Algemene Zaken.

Het kabinet zal, in de geest van de ingediende motie-Sneller (34 775, nr.7), bezien of het maximale wordt gedaan om openbaarheid te betrachten over de uitkomsten van de ministerraad. Het kabinet is daarbij geen voorstander van openbaarmaking van de MR-agenda.

Begrotingsbehandeling 2018, 19 december 2017

De website van de rijksoverheid bevat hierover informatie.

Het sturen van de uitgebreide kabinetsreactie op het WRR-rapport «Weten is nog geen doen» voor begin 2018.

Begrotingsbehandeling 2018, 19 december 2017

De toezegging is uitgevoerd (Kamerstukken II 2017–2018, 34 775 VI, nr. 88).

De hele lijst met televisiecampagnes in 2018 wordt voor 1 januari gepubliceerd op de website rijksoverheid.nl.

Begrotingsbehandeling 2018, 19 december 2017

De toezegging is uitgevoerd. Zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes/voorgenomen-campagnes-2018

Bijlage 3 Evaluatie- en overig onderzoek

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Artikel

Start

Afronding

Vindplaats

1. Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

         

1b. Ander onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Jaarevaluatie campagnes 2017

1

1-1-2017

16-5-2018

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/campagnes/documenten/kamerstukken/2018/05/16/aanbieding-jaarevaluatie-campagnes-rijksoverheid-2017

1b. Ander onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Evaluatie TIB

1

2020

2020