35 300 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2020

Nr. 66 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2019

In de Comptabiliteitswet 2016 is bepaald dat subsidieregelingen een vervaltermijn van maximaal vijf jaren bevatten. De subsidiemodule Borgstelling MKB-landbouwkredieten (BL) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies heeft een vervaldatum van 31 december 2019. In overeenstemming met artikel 4.10, zevende lid, van de Comptabiliteitswet 2016 is de regeling die strekt tot wijziging van het tijdstip, waarop voormelde subsidiemodules vervallen, aan uw Kamer voorgelegd bij brief d.d. 21 november 2019 (Kamerstuk 35 300 XIV, nr. 64). De regeling dient dan niet eerder vastgesteld te worden dan 30 dagen na verzending van deze brief. De termijn van 30 dagen wordt bereikt op vrijdag 20 december 2019. Echter, op die dag begint tevens het Kerstreces van uw Kamer.

Op grond van de memorie van toelichting bij artikel 4.10 van de Comptabiliteitswet worden voor het bepalen van de termijn van 30 dagen van de voorhangprocedure de recesdagen in beginsel niet meegeteld. Een Minister kan echter de Tweede Kamer der Staten-Generaal laten weten dat uitstel van het vaststellen van de regeling niet in het belang van de Staat is en de Tweede Kamer verzoeken binnen 30, inclusief recesdagen, uitsluitsel te geven over haar standpunten.

Graag doe ik een beroep op deze mogelijkheid om de recesdagen te doen gelden binnen de 30 dagen van de voorhangprocedure. In dit geval gaat het om één dag dat in de recesperiode valt. Indien rekening gehouden zou worden met de recesdagen, zal de BL komen te vervallen per 1 januari a.s. Dat betekent dat er vanaf die datum geen subsidie meer verleend kan worden aan de agrarische sector die doelgroep is van deze regeling.

Gegeven de grote transitieopgaven waarvoor de agrarische sector zich op dit moment gesteld ziet, is een discontinuering van de BL zeer ongewenst. Dit geldt temeer daar in de recente evaluatie van garantstelling landbouw over de periode 2010–2016 geconcludeerd wordt dat het instrument garantstelling maatschappelijke doelen dient, waaronder investeringen in vernieuwing en verduurzaming van de agrarische sector. Discontinuering van de BL zou ook betekenen dat de op 4 september 2019 gepubliceerde wijziging van de subsidiemodule BL vanwege uitbreiding met de subsidiemodule Vermogensversterkend Krediet (VVK) voor jonge boeren op 1 januari 2020 niet in werking kan treden.1 De borgstelling VVK geeft invulling aan het in het Regeerakkoord aangekondigde Bedrijfsovernamefonds Jonge Boeren.

Om de hierboven genoemde overwegingen en vanuit de verantwoordelijkheid als overheid om zich als betrouwbare partner op te stellen, ben ik van mening dat verlenging van de BL per 1 januari 2020 een breder landsbelang dient.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Stcrt. 2019, nr. 48546 van 4 september 2019

Naar boven