Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35295 nr. AS |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35295 nr. AS |
Vastgesteld 14 mei 2024
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken1 heeft kennisgenomen van de brief2 van de Minister en Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 december 2023, waarin zij nadere vragen hebben beantwoord over de hernieuwde Rijksbrede strategie voor het beschermen van het vrije en open publieke debat tegen desinformatie. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de PvdD hebben naar aanleiding hiervan gezamenlijk nog een aantal vervolgvragen.
Naar aanleiding hiervan is op 16 februari 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De Minister heeft op 4 maart 2024 een uitstelbericht gestuurd en op 13 mei 2024 samen met de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, inhoudelijk gereageerd.
De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.
De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, Bergman
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Den Haag, 16 februari 2024
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft met belangstelling kennisgenomen van de brief3 van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en u van 19 december 2023, waarin u nadere vragen heeft beantwoord over de hernieuwde Rijksbrede strategie voor het beschermen van het vrije en open publieke debat tegen desinformatie. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de PvdD hebben naar aanleiding hiervan gezamenlijk nog een aantal vervolgvragen.
Naar aanleiding van recente berichtgeving in de media, onder andere in Het Parool4 en bij de NOS5, met betrekking tot gerede zorgen over de verspreiding van desinformatie rond de komende Europese verkiezingen in juni aanstaande, hebben de fractieleden van GroenLinks-PvdA en de PvdD een aantal vervolgvragen naar aanleiding van uw antwoorden. Gezien de berichtgeving zijn de vragen, op enkele na (de vragen in de twee direct hierna volgende paragrafen), vooral toegespitst op de weerbaarheid van de samenleving en het tegengaan van desinformatie rondom verkiezingen.
In de beantwoording van vraag 2, waarin werd gevraagd waarom een onafhankelijke autoriteit niet zou kunnen optreden zoals bedoeld in die vraag, stelt u dat het niet aan het parlement is om specifieke mis- of desinformatie te identificeren en te beoordelen welke dreiging deze informatie met zich brengt.6 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de PvdD begrijpen dat u deze rol niet ziet als taak van de overheid. Desondanks vragen deze fractieleden zich af of het beoordelen van de dreiging van (des)informatie wel binnen de verantwoordelijkheid van de overheid valt. In dit verband herhalen zij nogmaals de eerder gestelde vraag: waarom zou de aanpak van desinformatie niet worden toevertrouwd aan een onafhankelijke autoriteit?
Naar aanleiding van vraag 3, waarin gevraagd werd naar de «Finse methode» met betrekking tot de versterking van de weerbaarheid tegen desinformatie7, vragen de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de PvdD hoe u de Finse methode beoordeelt en of u mogelijkheden ziet om op dit gebied een systematische kennisuitwisseling met Finland op te zetten en te onderzoeken of deze methode ook in Nederland zou kunnen worden toegepast.
U heeft in uw brief aangegeven dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zich richt op actieve communicatie over het verkiezingsproces om burgers te informeren en weerbaarder te maken tegen desinformatie en misinformatie. U constateert echter dat er ruimte is voor verbetering en verdieping in deze communicatieaanpak.8 Wat zijn de specifieke maatregelen die u van plan bent te nemen, met name met het oog op de aanstaande Europese verkiezingen? En hoe denkt u op lange termijn deze kwestie te verbeteren?
U verwijst in uw beantwoording naar de Kamerbrief over weerbaarheid inzake het verkiezingsproces betreffende de Tweede Kamerverkiezing van 22 november 2023. De brief gaat in op het probleem van de intrekking van de trusted flagger-status voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op het platform X.9 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de PvdD hebben hierbij de volgende vragen. Is er inmiddels zicht op welke manier het ontbreken van deze status de strijd tegen de verspreiding van desinformatie bemoeilijkt? En welke alternatieven heeft u hiervoor op het oog?
In voornoemde Kamerbrief schrijft u ook over de verschillende recente initiatieven rondom het tegengaan van desinformatie. U schrijft: «De vraag is of dit voldoende [is] om alle burgers in staat te stellen zichzelf weerbaar te maken tegen desinformatie over dit proces. Ik laat onderzoeken of alle betrokken partners nog voldoende zijn toegerust om de samenleving te bereiken.»10 Kunt u aangeven wat de status is van dit onderzoek? En kan dit onderzoek met de Kamer worden gedeeld?
In uw antwoord op vraag 1d geeft u aan dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst geen onderzoek mag doen naar complottheorieën op zich. Bevoegdheden van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst komen volgens u pas in beeld als er personen, organisaties of landen in het geding zijn waarvan een mogelijke dreiging uitgaat.11 Er is dus een hiaat. Welke belangen staan eraan in de weg om een van de overheid onafhankelijke autoriteit de taak te geven om door haar als complottheorieën aangemerkte theorieën op zich te monitoren en verslag van haar onderzoek te doen?
In uw antwoord op vraag 2b geeft u aan dat wanneer de nationale veiligheid, volksgezondheid, maatschappelijke en/of economische stabiliteit in het geding is, de overheid kan optreden en des- of misinformatie kan tegenspreken.12 Wat zou er tegen zijn als de in de vorige vraag bedoelde autoriteit mede de taak krijgt om informatie die door haar als complottheorie wordt aangemerkt, op een door haar te bepalen wijze tegen te spreken op delende media waarop die complottheorie wordt opgevoerd?
Uw antwoorden op de subvragen van vraag 7 (het scenario van razendsnelle ontwikkelingen naar aanleiding van fake news over ABN AMRO) zijn niet concreet en betreffen algemene opmerkingen over taken en bevoegdheden van de door u aangegeven instanties.13 Kunt u aangeven welke instanties concrete maatregelen hebben voorbereid om «tegengas» te geven als het geschetste scenario realiteit zou zijn?
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken ziet met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangt deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontvangt een gelijkluidende brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken, I.M. Lagas MDR
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 maart 2024
Hierbij deel ik u mede dat de nadere vragen over de hernieuwde Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de PvdD (ingezonden 16 februari 2024 met het kenmerk 172562.09u) niet binnen de verzochte termijn van vier weken kunnen worden beantwoord. De reden van het uitstel is dat er vanwege de benodigde interdepartementale afstemming meer tijd nodig is. Uw Kamer ontvangt de antwoorden zo snel mogelijk, maar uiterlijk eind maart.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.M. de Jonge
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2024
Hierbij bieden wij u, mede namens de Minister van Financiën, de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld door de fractieleden van GroenLinks-PvdA en de PvdD over de hernieuwde Rijksbrede strategie effectieve aanpak van desinformatie. Deze vragen werden ingezonden op 16 februari 2024, met kenmerk 172562.08u.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, H.M. de Jonge
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties – Digitalisering en Koninkrijksrelaties, A.C. van Huffelen
Vraag 1
In de beantwoording van vraag 2, waarin werd gevraagd waarom een onafhankelijke autoriteit niet zou kunnen optreden zoals bedoeld in die vraag, stelt u dat het niet aan het parlement is om specifieke mis- of desinformatie te identificeren en te beoordelen welke dreiging deze informatie met zich brengt.14 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de PvdD begrijpen dat u deze rol niet ziet als taak van de overheid. Desondanks vragen deze fractieleden zich af of het beoordelen van de dreiging van (des)informatie wel binnen de verantwoordelijkheid van de overheid valt. In dit verband herhalen zij nogmaals de eerder gestelde vraag: waarom zou de aanpak van desinformatie niet worden toevertrouwd aan een onafhankelijke autoriteit?
Antwoord vraag 1
Desinformatie kan schadelijke effecten hebben op het publieke debat en op de democratische processen. Het kabinet ziet het daarom zeker wel als zijn verantwoordelijkheid om deze gevolgen van desinformatie tegen te gaan. De Rijksbrede strategie bevat daarom een uitgebreide analyse van dreiging die desinformatie vormt voor onze samenleving. De huidige strategie richt zich met name op de rol van het maatschappelijk middenveld en op zo min mogelijk overheidsinterventie. Daarbij is dus niet gekozen voor het instellen van een onafhankelijke autoriteit. Voor een verdere toelichting op die keuze verwijzen wij u naar eerdere antwoorden.15
Het kabinet volgt echter ook de recente berichtgeving over een Russisch beïnvloedingsnetwerk in Europa en de gebeurtenissen in de landen om ons heen. Waar desinformatiecampagnes en buitenlandse inmenging in andere landen het publieke debat kunnen verstoren, kan dit ook in Nederland gebeuren. Wij maken ons daar als kabinet zorgen over en zien dat er meer zicht nodig is wat de impact van desinformatie is op de Nederlandse democratie. Wij zijn aan het verkennen wat hiervoor nodig is en of er nieuwe maatregelen moeten komen. Uw Kamer wordt hier binnenkort over geïnformeerd in de Voortgangsbrief Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie.
Vraag 2
Naar aanleiding van vraag 3, waarin gevraagd werd naar de «Finse methode» met betrekking tot de versterking van de weerbaarheid tegen desinformatie16, vragen de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA en de PvdD hoe u de Finse methode beoordeelt en of u mogelijkheden ziet om op dit gebied een systematische kennisuitwisseling met Finland op te zetten en te onderzoeken of deze methode ook in Nederland zou kunnen worden toegepast.
Antwoord vraag 2
Het versterken van de weerbaarheid van burgers is onderdeel van de inzet van de rijksbrede strategie effectieve aanpak van desinformatie. Daarin zetten wij al goede stappen: uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat 67% van de bevolking van 12 jaar en ouder op internet wel eens informatie ziet of leest die volgens hen niet waar was. Daarnaast controleren Nederlandse burgers t.o.v. andere Europese burgers verreweg het vaakst informatie die zij tegenkomen.
De weerbaarheid van burgers tegen desinformatie moet hoog blijven, zeker gezien nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de opkomst van generatieve AI. Daarom gaan wij nieuwe maatregelen aankondigen om onze aanpak tegen desinformatie te verstevigen. Hierin kijken wij ook naar de acties die andere landen nemen, zoals Finland. Wij onderhouden regelmatig bilaterale contacten met Finland en kijken wij waar we van elkaar kunnen leren en daarbij goed kijken wat in de Nederlandse context toepasbaar is. Ook is Nederland actief in expertgroepen in Europees verband om ervaringen met andere landen uit te wisselen, bijvoorbeeld in de Media Literacy Expert Group.
Vraag 3
U heeft in uw brief aangegeven dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zich richt op actieve communicatie over het verkiezingsproces om burgers te informeren en weerbaarder te maken tegen desinformatie en misinformatie. U constateert echter dat er ruimte is voor verbetering en verdieping in deze communicatieaanpak.17 Wat zijn de specifieke maatregelen die u van plan bent te nemen, met name met het oog op de aanstaande Europese verkiezingen? En hoe denkt u op lange termijn deze kwestie te verbeteren?
Antwoord vraag 3
De zin «Echter is er steeds ruimte voor verdere uitbreiding en verdieping van de aanpak van de overheid» betreft de gehele Rijksbrede strategie. Gezien de nieuwe verschillende technologische ontwikkelingen (zoals generatieve AI) en maatschappelijke veranderingen (zoals een stijging in extremistische handelingen mede veroorzaakt door complottheorieën) ziet het kabinet dat er meer concrete acties moeten komen tegen de creatie en verspreiding van desinformatie. Over deze maatregelen en verdere uitbreiding en verdieping van de Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie wordt uw Kamer binnenkort geïnformeerd in de Voortgangsbrief over deze strategie.
Vraag 4
U verwijst in uw beantwoording naar de Kamerbrief over weerbaarheid inzake het verkiezingsproces betreffende de Tweede Kamerverkiezing van 22 november 2023. De brief gaat in op het probleem van de intrekking van de trusted flagger-status voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op het platform X.18 De fractieleden van GroenLinks-PvdA en de PvdD hebben hierbij de volgende vragen. Is er inmiddels zicht op welke manier het ontbreken van deze status de strijd tegen de verspreiding van desinformatie bemoeilijkt? En welke alternatieven heeft u hiervoor op het oog?
Antwoord vraag 4
Voor X wordt sinds deze verkiezingen gebruik gemaakt van een Urgent Escalation Channel. Het Ministerie van BZK hanteert voor dit kanaal dezelfde standaard werkwijze als bij vergelijkbare trusted flagger statussen bij andere sociale media platformen.19
Vraag 5
In voornoemde Kamerbrief schrijft u ook over de verschillende recente initiatieven rondom het tegengaan van desinformatie. U schrijft: «De vraag is of dit voldoende [is] om alle burgers in staat te stellen zichzelf weerbaar te maken tegen desinformatie over dit proces. Ik laat onderzoeken of alle betrokken partners nog voldoende zijn toegerust om de samenleving te bereiken.»20 Kunt u aangeven wat de status is van dit onderzoek? En kan dit onderzoek met de Kamer worden gedeeld?
Antwoord vraag 5
Uw Kamer wordt binnenkort geïnformeerd over de status van dit onderzoek in de Voortgangsbrief over de Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie. In deze voortgangsbrief zal ook op deze vraag worden ingegaan.
Vraag 6
In uw antwoord op vraag 1d geeft u aan dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst geen onderzoek mag doen naar complottheorieën op zich. Bevoegdheden van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst komen volgens u pas in beeld als er personen, organisaties of landen in het geding zijn waarvan een mogelijke dreiging uitgaat.21 Er is dus een hiaat. Welke belangen staan eraan in de weg om een van de overheid onafhankelijke autoriteit de taak te geven om door haar als complottheorieën aangemerkte theorieën op zich te monitoren en verslag van haar onderzoek te doen?
Antwoord vraag 6
Zie voor een antwoord op de vraag over het al dan niet oprichten van een onafhankelijke autoriteit ook het antwoord op vraag 1. Dat geldt zowel voor desinformatie als voor complottheorieën.
Om complottheorieën online te ontdekken zou een onafhankelijke autoriteit de online omgeving moeten monitoren. Zo’n algehele monitoringsmogelijkheid verhoudt zich niet goed tot de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Daarnaast zou het een zogenoemd chilling effect hebben op de vrijheid van meningsuiting. Deze inbreuken op onze grondrechten zijn alleen toegestaan als deze voldoen aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit. Daarbij speelt een rol dat er niet altijd kwade intenties achter de verspreiding van complottheorieën zitten, maar ook zorgen en vragen van burgers.
Wel ziet het kabinet een rol voor zichzelf om de weerbaarheid van burgers tegen onjuiste narratieven te versterken. Daarom werken wij aan verschillende acties via de rijksbrede strategie desinformatie waaronder acties om de weerbaarheid van burgers te versterken. Zo geven wij een financiële bijdrage aan www.isdatechtzo.nl. Deze website publiceert onder meer artikelen die aansluiten op actualiteiten en nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld de Europese verkiezingen. Op verzoek van de Staatssecretaris voor OCW is het Netwerk Mediawijsheid in 2023 begonnen met het project Dichterbijnieuws. Dit project heeft als doel om nieuwswijsheid en het besef van het belang van de onafhankelijke journalistiek te vergroten bij jongeren en volwassenen.
Zoals reeds vermeld gaan wij binnenkort nieuwe maatregelen aankondigen om onze aanpak tegen desinformatie te verstevigen. Uw Kamer wordt hier binnenkort over geïnformeerd in de Voortgangsbrief Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie.
Vraag 7
In uw antwoord op vraag 2b geeft u aan dat wanneer de nationale veiligheid, volksgezondheid, maatschappelijke en/of economische stabiliteit in het geding is, de overheid kan optreden en des- of misinformatie kan tegenspreken.22 Wat zou er tegen zijn als de in de vorige vraag bedoelde autoriteit mede de taak krijgt om informatie die door haar als complottheorie wordt aangemerkt, op een door haar te bepalen wijze tegen te spreken op delende media waarop die complottheorie wordt opgevoerd?
Antwoord vraag 7
Zie de antwoorden op vragen 1 en 6.
Vraag 8
Uw antwoorden op de subvragen van vraag 7 (het scenario van razendsnelle ontwikkelingen naar aanleiding van fake news over ABN AMRO) zijn niet concreet en betreffen algemene opmerkingen over taken en bevoegdheden van de door u aangegeven instanties.23 Kunt u aangeven welke instanties concrete maatregelen hebben voorbereid om «tegengas» te geven als het geschetste scenario realiteit zou zijn?
Antwoord vraag 8
De Nederlandsche Bank (DNB) volgt het nieuws om tijdig en adequaat op relevante ontwikkelingen te kunnen reageren. Mocht DNB hiermee worden geconfronteerd, dan bekijkt DNB onmiddellijk welke reactie in het betreffende geval gepast is om de berichtgeving te ontkrachten. Hierbij heeft DNB verschillende communicatiemiddelen (o.a. sectornieuwsbrief, persbericht, persconferentie) en -kanalen (o.a. website, sociale media) tot haar beschikking. DNB onderhoudt nauwe contacten met media, financiële instellingen, koepelorganisaties en overheidsinstellingen. Hierdoor kan DNB corrigerende berichtgeving indien gewenst snel breed verspreiden. In het reguliere contact met financiële instellingen brengt DNB de risico’s van desinformatie proactief ter sprake en stimuleert zij instellingen om aan hun weerbaarheid te werken. Mocht een situatie escaleren tot een crisiscommunicatiesituatie dan bestaat de mogelijkheid om het intern crisismanagementteam (CMT) in te schakelen en in het geval desinformatie het betalingsverkeer raakt, kan geëscaleerd worden naar de Tripartiete Crisismanagement Operationeel (TCO), een crisisstructuur bestaande uit de AFM, DNB, het Ministerie van Financiën en de sector.
Daarnaast ziet DNB ook zorgvuldig toe op de algemene weerbaarheid van financiële instellingen tegen mogelijke (financiële) gevolgen van desinformatie en het algehele vertrouwen in de sector. Zo participeert DNB actief in internationale discussies omtrent lessons learned exercities n.a.v. de bankenonrust van maart 2023. Hierbij wordt gekeken of bijvoorbeeld het huidige liquiditeitsraamwerk voldoende effectief is. Qua communicatiestrategie is het voor DNB zoals in een eerder antwoord gezegd belangrijk om effectief en objectief te communiceren omtrent het depositogarantiestelsel zodat duidelijk is dat spaargeld tot EUR 100.000,– veilig is. Daarnaast moeten banken als onderdeel van hun reguliere risicomanagement ook het risico meenemen dat deposito’s in extreme scenario’s zeer snel kunnen wegstromen, bijvoorbeeld als mogelijk gevolg van sociale media en digitalisering.
De Autoriteit Financiële Markt (AFM) houdt toezicht op de handel in financiële instrumenten in of vanuit Nederland. Zij monitort de markten waarop deze handel plaatsvindt en kan meldingen ontvangen van verdachte of afwijkende transacties, die marktpartijen en exploitanten van handelsplatformen verplicht zijn te melden aan de AFM. Op basis hiervan, of naar aanleiding van signalen van onjuiste informatie of beleggingsaanbevelingen, kan de AFM een (voor)onderzoek starten. Dit kan resulteren in de constatering van marktmanipulatie of ander marktmisbruik, waarop de AFM handhavend kan optreden. Naast het eerder beschreven toezicht op marktmanipulatie heeft de AFM in het geval van desinformatie geen specifieke strategie hoe om te gaan met desinformatie die betrekking heeft op uitgevende instellingen. Als het nieuws niet in lijn is met de werkelijkheid zal de instelling een afweging moeten maken of er een publieke reactie, al dan niet via een persbericht, zal worden gecommuniceerd. Belangrijk hierbij is dat het ook de verantwoordelijkheid is van de instelling dat het beleggend publiek niet wordt misleid.
Ten slotte erken ik de zorgen van de vragenstellers dat risico’s van desinformatie in de huidige tijd steeds belangrijker worden. In dat kader heeft het Ministerie van Financiën tijdens het Financieel Stabiliteitscomité (FSC) van 15 maart jongstleden aandacht gevraagd voor de vragen van de PvdD met betrekking tot risico’s van desinformatie. De FSC-leden bespraken dat een specifieke (communicatie)strategie, toegespitst op desinformatie, in de huidige tijd steeds belangrijker wordt, met name gezien de potentiële impact op financiële stabiliteit en het vertrouwen in de sector. Het FSC benadrukt in dit verband het nut van crisismanagementoefeningen, zowel op nationaal als Europees niveau. De ervaring op basis van eerdere stresssituaties leert dat het tripartiet schakelen goed verloopt. Door in goede tijden gezamenlijk crisissituaties te blijven oefenen kunnen AFM, DNB en het Ministerie van Financiën wanneer het nodig is snel en adequaat handelen.
Samenstelling:
Kemperman (BBB), Lagas (BBB) (voorzitter), Kroon (BBB),Van Langen-Visbeek (BBB), Lievense (BBB), Fiers (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Janssen-Van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Roovers (GroenLinks-PvdA), Geerdink (VVD), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD) (ondervoorzitter), Doornhof (CDA), Prins (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66), Van Meenen (D66), Van Hattem (PVV), Nicolaï (PvdD), Nanninga (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Dessing (FVD), Schalk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35295-AS.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.