Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35295 nr. AR |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2023-2024 | 35295 nr. AR |
Vastgesteld 13 mei 2024
De vaste commissie voor Europese Zaken1 en Justitie en Veiligheid2 hebben kennisgenomen van de kabinetsappreciatie over het Rechtsstaatrapport 2023 van de Europese Commissie3. In het kader van de behandeling van het rechtsstaatrapport hebben de commissies een deskundigenbijeenkomst gehouden4 en een gesprek gevoerd met Eurocommissaris Didier Reynders5. Naar aanleiding hiervan hadden de leden van de fracties van Groenlinks-PvdA en JA21 nog een aantal vragen en opmerkingen.
Naar aanleiding hiervan is op 13 maart 2024 een brief gestuurd aan de Minister van Buitenlandse Zaken
De Minister heeft op 17 maart 2023 gereageerd.
De commissies brengen bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.
De griffier voor dit verslag, Van den Driessche
Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Den Haag, 13 maart 2024
De leden van de vaste commissies voor Europese Zaken en Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsappreciatie over het Rechtsstaatrapport 2023 van de Europese Commissie6. In het kader van de behandeling van het rechtsstaatrapport hebben de commissies een deskundigenbijeenkomst gehouden7 en een gesprek gevoerd met Eurocommissaris Didier Reynders8. Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de fracties van Groenlinks-PvdA en JA21 nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de Groenlinks-PvdA-fractie constateren dat de rechtsstaat steeds vaker onder druk staat door heel Europa. Hoewel de lidstaten meer dan de helft van de aanbevelingen uit het rechtsstaatsrapport 2022 hebben opgevolgd blijven er nog steeds zorgen bestaan, aldus deze leden. Zij vinden het daarom belangrijk om een scherp oog te hebben op de staat van de Rechtsstaat in Europa. De leden van de Groenlinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van de kabinetsappreciatie een aantal vragen over verschillende delen van de reactie en het rapport.
Hongarije
In zijn reactie spreekt het kabinet zijn zorgen uit over de rechtsstaat in Hongarije en geeft uitleg over zijn huidige aanpak richting Hongarije en de zorgen over de rechtsstaat in dat land. Deze leden maken zich zorgen over de rechtsstaat in Hongarije en het aankomende EU-voorzitterschap van dit land en stellen daarom de volgende vragen:
− Is het kabinet bekend met de Hongaarse wet ter bescherming van de nationale soevereiniteit, aangenomen op 12 December 2023? Zo ja, kan het kabinet zijn standpunt over deze wet delen?
− De Europese Commissie neemt juridische stappen tegen de wet ter bescherming van de nationale soevereiniteit. Ondersteunt het kabinet deze actie?
− Wat zou deze wet betekenen voor Nederlandse NGO’s en burgers die in Hongarije werken? Hoe heeft dit effect op het recht van burgers en de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging in Hongarije? Welke stappen neemt het kabinet voor hun bescherming?
− In het geval dat Hongarije tijdens het EU-voorzitterschap zijn verantwoordelijkheden niet na komt, welke stappen heeft u voor ogen?
De democratische spelregels worden voor iedere verkiezing in Hongarije in voordeel voor de regering veranderd, wat zorgt voor een ongelijke verhouding tussen de partijen en voor oneerlijke verkiezingen, aldus de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Gezien de aankomende EU-verkiezingen en de parlementaire verkiezingen van 2026 in Hongarije hebben deze leden de volgende vragen:
− Welke effecten heeft het veranderen van verkiezingswetgeving tussen iedere verkiezing op de rechtsstaat en rechtszekerheid? Welke zorgen brengt dit voor de burger en deelt het kabinet deze zorgen? Wat betekent dit voor de mogelijkheid van een machtswisseling na verkiezingen?
− Welke maatregelen zijn er beschikbaar als het blijkt dat de EU-verkiezingen door het uitholen van de democratisch spelregels oneerlijk is verlopen? Is het kabinet bereid hierop te sturen als het blijkt dat dit het geval is? Wat zouden de effecten hiervan zijn op het EU-voorzitterschap van Hongarije?
Rechtelijke macht in Polen
In het rechtsstaatrapport wordt er verwezen naar de zorgen over de onafhankelijkheid van rechters in de EU. Behalve zorgen over de onafhankelijkheid van rechters, zijn er zorgen van het reparatie-proces hiervan. Als voorbeeld wijzen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar Polen waar dit proces nu naar inziens van deze leden met moeite verloopt, terwijl in de Poolse Grondwet deze onafhankelijkheid sterk verankerd was.
− Hoe weerbaar is de Nederlandse Grondwet en rechtsstaat voor aanvallen hierop zoals in Polen?
− Welke maatregelen heeft de regering om een afbreuk van rechtelijke onafhankelijkheid terug te draaien? Welke lessen neemt de regering van het proces in Polen en hoe implementeert ze deze lessen?
Maatschappelijk middenveld
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat er niet alleen in Hongarije zorgen zijn over het maatschappelijke middenveld. In zijn rapport constateert de Commissie dat het maatschappelijk middenveld steeds vaker te maken krijgt met een krimpende publieke ruimte9. Verder staat publieke participatie onder druk in meerdere lidstaten voor zowel journalisten, activisten als burgers10. Het recht tot publieke participatie via verschillende manieren is belangrijk en zonder een sterk maatschappelijk middenveld is dit niet mogelijk, aldus deze leden. Zij hebben daarover de volgende vragen.
− In zijn reactie spreekt het kabinet niet over het maatschappelijke middenveld en de zorgen hierover. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarom hier meer toelichting over.
− Deze leden zijn van mening dat de vrijheid van meningsuiting en het recht van demonstratie van activisten en burgers steeds vaker wordt beperkt, zoals bijvoorbeeld in Duitsland waar protesten voor Gaza van tevoren werden verboden11. Dit gebeurde ook in Zwitserland en Frankrijk12. Zij vragen of het kabinet de zorgen van activisten en burgers hierover begrijpt en bereid is om het gesprek aan te gaan binnen de Raad over het beschermen van het recht van vrijheid van meningsuiting (EVRM artikel 10) en het recht van vrijheid vergadering en vereniging (EVRM Artikel 11) in het geval van demonstraties.
− Ondanks de voorgestelde richtlijn tot bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures vinden de leden van de Groenlinks-PvdA-fractie grensoverschrijdende strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPPS) nog steeds zorgelijk. Deze leden vragen of het kabinet op de hoogte is of er zulke rechtszaken in het afgelopen jaar waren en zo ja, hoeveel. Op welke manier ondersteunt de regering personen in Nederland die met dit soort rechtszaken te maken hebben?
Mediavrijheid en pluralisme in de EU
Het rapport spreekt over zorgen van het gebruik van spyware tegen burgers, journalisten, politici en advocaten13. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen over het grensoverschrijdend gebruik van dit soort spyware bij publieke participatie betrokken personen. Deze leden vragen of het kabinet bekend is met zulke gevallen en welke middelen het kabinet in zijn instrumentarium heeft om dit soort gebruik tegen te gaan.
Inzake de normen, regels en aanbevelingen met betrekking tot pluriformiteit, onafhankelijkheid, toegankelijkheid en financiering van de media in de lidstaten, vragen de leden van de JA21-fractie in hoeverre het kabinet het van belang acht om hierin mee te wegen dat iedere lidstaat op dit gebied een eigen nationale traditie, cultuur en/of regelgeving heeft die op punten af mag wijken van de normen en aanbevelingen die in Europees verband zijn vastgesteld of worden gehanteerd.
Deze leden vragen of er naar oordeel van het kabinet voldoende ruimte is voor een nationale in plaats van Europese invulling van voornoemde zaken.
Zij vragen in hoeverre de aanbevelingen die de commissie aan de lidstaten doet met betrekking tot media en pers zwaarder zouden moeten wegen dan nationale of lokale (fatsoens)normen, gewoontes, tradities of gevoeligheden.
Het rapport doet uitspraken en aanbevelingen ten aanzien van diverse lidstaten aangaande het toekennen van uitzendmachtigingen bij publieke media. De leden van de JA21-fractie vragen of het kabinet van oordeel is dat het toezicht hierop/oordelen hierover bij de Europese Commissie zou moeten berusten en niet bij de nationale parlementen. Zo nee, waarom niet?
De leden van de vaste commissie voor Europese Zaken en Justitie en Veiligheid zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk vier weken na dagtekening van deze brief.
De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, E.B. van Apeldoorn
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, B.O. Dittrich
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 mei 2024
De leden van de vaste commissies voor Europese Zaken en Justitie en Veiligheid hebben per brief van 13 maart jl. vragen gesteld naar aanleiding van de kabinetsappreciatie over het Rechtsstaatrapport 2023 van de Europese Commissie, en in het kader van de behandeling van dit rapport gehouden deskundigenbijeenkomst en gevoerde gesprek met Eurocommissaris Didier Reynders. Hierbij ontvangt uw Kamer, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister voor Rechtsbescherming, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de beantwoording van de gestelde vragen.
De Minister van Buitenlandse Zaken, H.G.J. Bruins Slot
De leden van de vaste commissies voor Europese Zaken en Justitie en Veiligheid hebben met belangstelling kennisgenomen van de kabinetsappreciatie over het Rechtsstaatrapport 2023 van de Europese Commissie14. In het kader van de behandeling van het rechtsstaatrapport hebben de commissies een deskundigenbijeenkomst gehouden15 en een gesprek gevoerd met Eurocommissaris Didier Reynders16. Naar aanleiding hiervan hebben de leden van de fracties van Groenlinks-PvdA en JA21 nog een aantal vragen en opmerkingen.
De leden van de Groenlinks-PvdA-fractie constateren dat de rechtsstaat steeds vaker onder druk staat door heel Europa. Hoewel de lidstaten meer dan de helft van de aanbevelingen uit het rechtsstaatsrapport 2022 hebben opgevolgd blijven er nog steeds zorgen bestaan, aldus deze leden. Zij vinden het daarom belangrijk om een scherp oog te hebben op de staat van de Rechtsstaat in Europa. De leden van de Groenlinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van de kabinetsappreciatie een aantal vragen over verschillende delen van de reactie en het rapport.
Hongarije
In zijn reactie spreekt het kabinet zijn zorgen uit over de rechtsstaat in Hongarije en geeft uitleg over zijn huidige aanpak richting Hongarije en de zorgen over de rechtsstaat in dat land. Deze leden maken zich zorgen over de rechtsstaat in Hongarije en het aankomende EU-voorzitterschap van dit land en stellen daarom de volgende vragen:
– Is het kabinet bekend met de Hongaarse wet ter bescherming van de nationale soevereiniteit, aangenomen op 12 December 2023? Zo ja, kan het kabinet zijn standpunt over deze wet delen?
– De Europese Commissie neemt juridische stappen tegen de wet ter bescherming van de nationale soevereiniteit. Ondersteunt het kabinet deze actie?
Antwoord
Het kabinet is bekend met deze wet. De Europese Commissie heeft deze wet tegen het licht gehouden en geconstateerd dat deze in strijd is met belangrijk primair en secundair Unierecht, waaronder democratische waarden, kiesrecht van burgers en vrijheid van meningsuiting.17 Daarom is de Commissie in februari jl. een infractieprocedure tegen Hongarije gestart. Het kabinet steunt deze stap en deelt de zorgen van de Commissie.
− Wat zou deze wet betekenen voor Nederlandse NGO’s en burgers die in Hongarije werken? Hoe heeft dit effect op het recht van burgers en de vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging in Hongarije? Welke stappen neemt het kabinet voor hun bescherming?
Antwoord
Wat de exacte impact van deze wet gaat zijn, onder andere voor Nederlandse NGO’s en burgers aldaar, is nog niet vast te stellen. De reikwijdte van de wet is breed en de bepalingen zijn weinig gedetailleerd geformuleerd. Ook deze onzekerheid kan op zichzelf al als beperkend worden ervaren. Het kabinet blijft de situatie volgen en steunt de Commissie in de stappen die zij zet.
− In het geval dat Hongarije tijdens het EU-voorzitterschap zijn verantwoordelijkheden niet na komt, welke stappen heeft u voor ogen?
Antwoord
Aan het EU-voorzitterschap is een aantal verantwoordelijkheden en verwachtingen verbonden die onder meer voortvloeien uit het Reglement van Orde van de Raad, waaronder het waarborgen van de continuïteit van de Europese agenda en het opereren als honest broker. Het kabinet heeft tot nu toe geen signalen ontvangen dat Hongarije de verantwoordelijkheden van het EU-voorzitterschap niet serieus neemt. Het kabinet zal daarbij onverminderd blijven inzetten op een effectieve en duurzame aanpak van de rechtsstaat- en corruptieproblemen in Hongarije. Het aanstaande Hongaarse EU-voorzitterschap doet niets af aan deze inzet.
De democratische spelregels worden voor iedere verkiezing in Hongarije in voordeel voor de regering veranderd, wat zorgt voor een ongelijke verhouding tussen de partijen en voor oneerlijke verkiezingen, aldus de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Gezien de aankomende EU-verkiezingen en de parlementaire verkiezingen van 2026 in Hongarije hebben deze leden de volgende vragen:
− Welke effecten heeft het veranderen van verkiezingswetgeving tussen iedere verkiezing op de rechtsstaat en rechtszekerheid? Welke zorgen brengt dit voor de burger en deelt het kabinet deze zorgen? Wat betekent dit voor de mogelijkheid van een machtswisseling na verkiezingen?
Antwoord
Het Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR) van de OVSE heeft naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van april 2022 in Hongarije, waarbij ODIHR een volledige waarnemingsmissie uitvoerde, geconcludeerd dat de verkiezingen weliswaar vrij, maar niet eerlijk zijn verlopen. Daarbij heeft ODIHR heldere aanbevelingen gedaan18, die onder andere zien op zorgen over kieswetgeving, kiezersregistratie, financiering van verkiezingscampagnes en de media. De Commissie, het Europees Parlement en ook Nederland roepen Hongarije blijvend op deze aanbevelingen te implementeren. Het kabinet kan niet vooruitlopen op het verloop en de uitslag van aankomende Europese verkiezingen.
Welke maatregelen zijn er beschikbaar als het blijkt dat de EU-verkiezingen door het uitholen van de democratisch spelregels oneerlijk is verlopen? Is het kabinet bereid hierop te sturen als het blijkt dat dit het geval is? Wat zouden de effecten hiervan zijn op het EU-voorzitterschap van Hongarije?
Antwoord
Voor de democratische legitimiteit van het Europees Parlement is het van cruciaal belang dat de Europese Parlementsverkiezingen vrij en eerlijk verlopen in elk van de 27 EU-lidstaten. EU-lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie van de EP-verkiezingen in hun land. Na de verkiezingen moet op nationaal niveau worden nagegaan of de verkiezingen rechtmatig zijn verlopen, waarna de uitslag wordt doorgegeven aan het EP. Vervolgens onderzoekt het EP de geloofsbrieven van de verkozen leden van het Europees Parlement waarnaast, aan de hand van eventuele ingediende bezwaren, ook gekeken zou kunnen worden naar de vraag of de verkiezingen vrij zijn verlopen (zie artikel 12 gelezen in samenhang met artikel 1, lid 3, van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen). Verder is relevant dat de Commissie op 12 december 2023 het Defence of Democracy pakket presenteerde. Doelstelling van dit pakket is de versterking van de Europese democratie en bevordering van vrije, eerlijke en veerkrachtige verkiezingen. De Commissie stelt onder meer voor dat EU-lidstaten na de EP-verkiezingen informatie bij de Commissie aanleveren over hoe de verkiezingen zijn verlopen. Zoals ook vermeld in het BNC-fiche, verwelkomt het kabinet de inzet van de Commissie en steunt het kabinet een betrouwbaar, integer, transparant en controleerbaar verkiezingsproces.19 Daarbij onderstreept het kabinet dat elke lidstaat zich hiervoor moet inspannen. Voor het Hongaarse EU-voorzitterschap wordt verwezen naar bovenstaand antwoord.
Rechtelijke macht in Polen
In het rechtsstaatrapport wordt er verwezen naar de zorgen over de onafhankelijkheid van rechters in de EU. Behalve zorgen over de onafhankelijkheid van rechters, zijn er zorgen van het reparatie-proces hiervan. Als voorbeeld wijzen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie naar Polen waar dit proces nu naar inziens van deze leden met moeite verloopt, terwijl in de Poolse Grondwet deze onafhankelijkheid sterk verankerd was.
− Hoe weerbaar is de Nederlandse Grondwet en rechtsstaat voor aanvallen hierop zoals in Polen?
Antwoord
Het kabinet merkt op dat cruciale onderdelen om de rechterlijke onafhankelijkheid te garanderen zijn opgenomen in de Grondwet. Zo is bijvoorbeeld de levenslange benoeming van rechters, waarmee de rechterlijke benoeming van rechters wordt gegarandeerd, opgenomen in artikel 117 van de Grondwet. Ook is in dat artikel van de Grondwet opgenomen dat rechters alleen op eigen verzoek, wegens het bereiken van een bepaalde leeftijd of in speciale gevallen die in de wet zijn aangewezen kunnen worden ontslagen. Bovendien is in artikel 116, vierde lid, van de Grondwet geregeld dat het toezicht op de ambtsvervulling van rechterlijke ambtenaren enkel kan plaatsvinden door rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast en dat toezicht bij de wet moet worden geregeld. Het kabinet merkt daarbij verder op dat een grondwetswijziging alleen kan plaatsvinden na twee lezingen in beide Kamers. Bovendien is in de tweede lezing een twee derde meerderheid in beide Kamers vereist.20
Het kabinet leest in het rechtsstaatrapport dat de Nederlandse samenleving nog steeds een hoog niveau van vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.
De Venetië Commissie doet eenzelfde constatering in het rapport dat in oktober 2023 verscheen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.21 De Venetië Commissie constateert dat Nederland een goed functionerende staat is, met sterke democratische instituties en rechtsstatelijke waarborgen. De Venetië Commissie wijst er ook op dat de Nederlandse rechters steevast kunnen rekenen op een zeer hoge mate van vertrouwen in hun onafhankelijke oordeelsvorming. Niettemin zijn er volgens de Venetië Commissie op enkele onderdelen verbeteringen mogelijk, en doet daartoe enkele aanbevelingen.22 Deze zien met name op de verbetering van (de transparantie van) benoemingsprocedures bij de rechtspraak.
Het kabinet komt voor de zomer van 2024 met een reactie op de aanbevelingen van de Venetië Commissie. Daarnaast heeft de Minister voor Rechtsbescherming aan de Tweede Kamer toegezegd een wetgevingstraject voor te bereiden dat ziet op een beperking van de rol van de Minister in de benoemingsprocedure van leden van de Raad voor de rechtspraak.23
Het is een grote verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat dit vertrouwen zo sterk blijft. Het kabinet is zich er terdege van bewust dat het belangrijk is om blijvende aandacht te hebben voor zaken die fundamenteel zijn voor het behoud van de rechtsstaat en om altijd mogelijke verbeteringen te onderzoeken.
Om de Grondwet, de democratie en de rechtsstaat te versterken heeft het kabinet recent enkele initiatieven aangekondigd. Zo heeft het kabinet naar aanleiding van het regeerakkoord de uitwerking van constitutionele toetsing ex post ter hand genomen. Momenteel wordt een wetsvoorstel voor de wijziging van artikel 120 van de Grondwet voorbereid om constitutionele toetsing van wetten door de rechter mogelijk te maken. Het doel hiervan is de individuele rechtsbescherming van burgers te versterken. Onlangs heeft het kabinet een drietal brieven aan de Kamer gestuurd inzake constitutionele toetsing.24 Voorts heeft het kabinet onlangs het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen naar de Raad van State gestuurd voor advies. Het wetsvoorstel bevat een aantal maatregelen om de democratie te beschermen en te versterken. Zo maakt het wetsvoorstel onder andere mogelijk dat een partij door de Hoge Raad verboden kan worden wanneer de partij een daadwerkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn wanneer een partij de onafhankelijkheid van de rechtspraak ongedaan wil maken of verkiezingen frustreert. Tot slot werkt de staatscommissie rechtsstaat momenteel aan een rapport over de rechtsstaat in Nederland. In dat kader doet de staatscommissie onderzoek naar het functioneren van de wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende macht. Daarbij kijkt de staatscommissie zowel naar deze drie machten afzonderlijk als naar hun onderlinge wisselwerking. Een goede bescherming van burgers tegen besluiten van de overheid en effectieve rechtsbescherming van burgers zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. De staatscommissie zal in juni 2024 haar advies aanbieden aan regering, parlement en rechtspraak.
− Welke maatregelen heeft de regering om een afbreuk van rechtelijke onafhankelijkheid terug te draaien? Welke lessen neemt de regering van het proces in Polen en hoe implementeert ze deze lessen?
Antwoord
Het kabinet is zich er terdege van bewust dat het belangrijk is om blijvende aandacht te hebben voor zaken die fundamenteel zijn voor het behoud van de rechtsstaat en om altijd mogelijke verbeteringen te onderzoeken.
Zo wordt momenteel de benoemingsprocedure voor leden van de Raad voor de Rechtspraak en de gerechtsbesturen en de rol van de Minister daarin onderzocht. Ook is in 2022 een wetsontwerp ingediend dat voorziet in de onverenigbaarheid tussen de positie van rechter en lidmaatschap van het Nationale of Europese Parlement. Dit wetsvoorstel is op 10 april jl. in de Tweede Kamer behandeld.25 Beide ontwikkelingen kwamen mede voort uit kritiek en/of aanbevelingen van o.a. GRECO en het rechtsstaatrapport.26 Op 2 april jl. sprak de Minister voor Rechtsbescherming met de Poolse Minister van Justitie, een belangrijke les die werd meegegeven is om waakzaam te blijven ten aanzien van ontwikkelingen die de rechtsstaat kunnen aantasten. Een van de elementen waar Nederland van kan leren is het versterken van de band tussen de rechtspraak en de burger zodat de waarde van onafhankelijke rechtspraak in de maatschappij verankerd raakt. Dit sluit aan bij de inzet van het kabinet om de toegang tot het recht te verbeteren en people-centered justice te kunnen garanderen.27 Ook de inzet van de Rechtspraak om rechterlijke procedures eenvoudiger, laagdrempeliger en meer oplossingsgericht te maken dragen daar aan bij.
Maatschappelijk middenveld
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat er niet alleen in Hongarije zorgen zijn over het maatschappelijke middenveld. In zijn rapport constateert de Commissie dat het maatschappelijk middenveld steeds vaker te maken krijgt met een krimpende publieke ruimte28. Verder staat publieke participatie onder druk in meerdere lidstaten voor zowel journalisten, activisten als burgers29. Het recht tot publieke participatie via verschillende manieren is belangrijk en zonder een sterk maatschappelijk middenveld is dit niet mogelijk, aldus deze leden. Zij hebben daarover de volgende vragen.
− In zijn reactie spreekt het kabinet niet over het maatschappelijke middenveld en de zorgen hierover. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen daarom hier meer toelichting over.
Antwoord
In een gezonde democratische rechtsstaat is het van groot belang dat checks and balances goed kunnen functioneren, en dat het maatschappelijk middenveld de ruimte en middelen heeft om zijn kritische rol te vervullen. De Commissie constateert in haar rechtsstaatrapport 2023 dat er in een aantal EU-lidstaten op dit vlak positieve stappen zijn gezet, onder meer gericht op het beter betrekken van het maatschappelijk middenveld bij besluitvormingsprocessen. De Commissie wijst er echter ook op dat maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers steeds vaker geconfronteerd worden met het inkrimpen van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld. De Commissie heeft in het rechtsstaatrapport 2023 over Hongarije en Polen serieuze zorgen uitgesproken op dit terrein. Het kabinet deelt de zorgen van de Commissie, en heeft dit in de Raad Algemene Zaken ook verschillende keren opgebracht.30 Daarnaast blijft het kabinet zich bilateraal, zowel politiek als financieel, inzetten voor ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in EU-lidstaten waar zorgen bestaan over de rechtsstaat.
− Deze leden zijn van mening dat de vrijheid van meningsuiting en het recht van demonstratie van activisten en burgers steeds vaker wordt beperkt, zoals bijvoorbeeld in Duitsland waar protesten voor Gaza van tevoren werden verboden31. Dit gebeurde ook in Zwitserland en Frankrijk32. Zij vragen of het kabinet de zorgen van activisten en burgers hierover begrijpt en bereid is om het gesprek aan te gaan binnen de Raad over het beschermen van het recht van vrijheid van meningsuiting (EVRM artikel 10) en het recht van vrijheid vergadering en vereniging (EVRM Artikel 11) in het geval van demonstraties.
Antwoord
Het kabinet neemt deze zorgen zeer serieus. Aan de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht wordt in Nederland een hoge mate van bescherming toegekend door onder andere de Grondwet en het EVRM. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de Minister van Justitie en Veiligheid hebben onlangs een brief aan de Tweede Kamer gestuurd die ingaat op uiteenlopende kwesties met betrekking tot het demonstratierecht en de bescherming daarvan.33 In deze brief worden alle verzoeken, moties en toezeggingen op het gebied van het demonstratierecht integraal behandeld. Het kabinet zal onderzoeken of er binnen de thematische reikwijdte van de rechtsstaatdialogen, mogelijkheden zijn om in algemene zin aandacht voor dit onderwerp te vragen.
Ondanks de voorgestelde richtlijn tot bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures vinden de leden van de Groenlinks-PvdA-fractie grensoverschrijdende strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPPS) nog steeds zorgelijk. Deze leden vragen of het kabinet op de hoogte is of er zulke rechtszaken in het afgelopen jaar waren en zo ja, hoeveel. Op welke manier ondersteunt de regering personen in Nederland die met dit soort rechtszaken te maken hebben?
Antwoord
Het kabinet beschikt niet over concrete gegevens over SLAPPs in Nederland. De rechtspraak registreert deze gegevens niet als zodanig. Nederland heeft op 19 maart jl. ingestemd met de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures. De (voorbereiding) van de implementatie van deze richtlijn en de aanbeveling tegen SLAPPs van de Commissie van 27 april 2022 is ter hand genomen. De indruk van het kabinet is steeds geweest dat er nauwelijks of geen SLAPPs in Nederland zijn en dat de problematiek van het voeren van juridische procedures louter om journalisten en mensenrechtenverdedigers te bedreigen of te intimideren in Nederland minder speelt. Er zijn recente signalen vanuit de sector dat (juridische) intimidatie van journalisten ook in Nederland toeneemt, waaronder enkele rechtszaken die mogelijk als SLAPPs te beschouwen zijn. Deze signalen worden betrokken bij de afwegingen over de wijze van implementatie van de hiervoor genoemde instrumenten. Het recht op vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn grondrechten en verwezenlijking van grondrechten heeft de bijzondere aandacht van het kabinet. Waarborgen tegen het misbruik van procesrecht door middel van SLAPPs zijn belangrijk teneinde die grondrechten te beschermen en effectief te kunnen laten zijn. Voor een toelichting bij de verdere ondersteuning die aan journalisten wordt geboden in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), wordt verwezen naar de brief aan de Tweede Kamer van 29 juni 2022.34 Over het voorstel voor een implementatiewet zal eerst een internetconsultatie worden gehouden. Vervolgens zal het wetsvoorstel na advies van de Raad van State naar verwachting in 2025 bij de Tweede Kamer worden ingediend. Hiernaast bestudeert het kabinet momenteel de aanbeveling van de Raad van Europa op dit thema.
Mediavrijheid en pluralisme in de EU
Het rapport spreekt over zorgen van het gebruik van spyware tegen burgers, journalisten, politici en advocaten35. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben vragen over het grensoverschrijdend gebruik van dit soort spyware bij publieke participatie betrokken personen. Deze leden vragen of het kabinet bekend is met zulke gevallen en welke middelen het kabinet in zijn instrumentarium heeft om dit soort gebruik tegen te gaan.
Antwoord
Als spyware vanuit het buitenland wordt ingezet tegen burgers, journalisten, politici of advocaten zal de Nederlandse overheid hier doorgaans niet van op de hoogte zijn, tenzij dit door het slachtoffer gemeld wordt. Gezien de aard van spyware is het echter ook niet vanzelfsprekend dat het slachtoffer hier zelf weet van zal hebben. Als er in het strafrecht sprake is van een dergelijk geval, kan bijvoorbeeld onderzocht worden of er sprake is van computervredebreuk. Hiernaast is het mogelijk dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten inzet van spyware in het kader van hun onderzoeken ontdekken. Hierover kunnen echter in het openbaar geen uitspraken worden gedaan. Dit geldt ook voor de vraag óf dergelijke ontdekkingen zijn gedaan. Over welke middelen de diensten in het instrumentarium hebben om spyware tegen te gaan kunnen eveneens in het openbaar geen uitspraken worden gedaan.
De ontwikkeling van spyware vormt in algemene zin een risico voor de Nederlandse digitale veiligheid. Het is voorstelbaar dat landen met tegengestelde belangen aan Nederland dergelijke spyware-capaciteiten inkopen of ontwikkelen, en inzetten tegen Nederlandse burgers, journalisten, politici of advocaten. Daarnaast kunnen criminelen dergelijke software inzetten. Onderdelen van het nationale cyberveiligheidsbeleid zijn er op gericht om bij gebruikers alertheid op onveilig gebruik van ICT te ontwikkelen, en zijn bijvoorbeeld gericht op het gebruik van steeds beter beveiligde hard- en software.
Inzake de normen, regels en aanbevelingen met betrekking tot pluriformiteit, onafhankelijkheid, toegankelijkheid en financiering van de media in de lidstaten, vragen de leden van de JA21-fractie in hoeverre het kabinet het van belang acht om hierin mee te wegen dat iedere lidstaat op dit gebied een eigen nationale traditie, cultuur en/of regelgeving heeft die op punten af mag wijken van de normen en aanbevelingen die in Europees verband zijn vastgesteld of worden gehanteerd.
Deze leden vragen of er naar oordeel van het kabinet voldoende ruimte is voor een nationale in plaats van Europese invulling van voornoemde zaken.
Antwoord
Inzake de normen, regels en aanbevelingen met betrekking tot pluriformiteit, onafhankelijkheid, toegankelijkheid en financiering van de media in de EU-lidstaten stelt de EU alleen een kader voor een functionerende mediamarkt waarin media en journalisten onafhankelijk en veilig kunnen opereren en waarin pluriform aanbod tot stand komt. EU-lidstaten hebben hierbij voldoende ruimte om een eigen systeem in te richten conform eigen tradities. Zo kent Nederland een stevige journalistieke sector met weinig overheidsingrijpen, wordt er in Nederland bijvoorbeeld vaak ingezet op zelfregulering in de journalistiek en kent Nederland een ander stelstel voor de publieke omroep dan andere EU-lidstaten. Het kabinet erkent deze belangen en neemt deze altijd mee in onderhandelingen over nieuwe EU-regelgeving.
Zij vragen in hoeverre de aanbevelingen die de commissie aan de lidstaten doet met betrekking tot media en pers zwaarder zouden moeten wegen dan nationale of lokale (fatsoens)normen, gewoontes, tradities of gevoeligheden.
Antwoord
Sinds 2022 neemt de Commissie ook concrete aanbevelingen op in de landenhoofdstukken. Het kabinet steunt het doel van de Commissie om hiermee de lidstaten nog gerichter te ondersteunen bij het versterken van de rechtsstaat en waar nodig systematische gebreken aan te kaarten. De aanbevelingen zijn niet bindend, maar bieden handvatten om het rapport meer relevantie en betekenis te geven, concreter met lidstaten in gesprek te gaan en beter te waarborgen dat het rapport passend wordt opgevolgd. Het is vervolgens aan de betrokken lidstaat om hierop te reageren waarbij rekening kan worden gehouden met nationale of lokale normen, gewoontes en tradities of gevoeligheden.
Het rapport doet uitspraken en aanbevelingen ten aanzien van diverse lidstaten aangaande het toekennen van uitzendmachtigingen bij publieke media. De leden van de JA21-fractie vragen of het kabinet van oordeel is dat het toezicht hierop/oordelen hierover bij de Europese Commissie zou moeten berusten en niet bij de nationale parlementen. Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het rechtsstaatsrapport is een belangrijk preventief instrument om de staat van de Europese rechtsstaat structureel te monitoren en eventuele problemen in een vroeg stadium te signaleren, te bespreken en gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. In het kader van de rechtsstaat is een onafhankelijke publieke omroep een vereiste voor een democratische samenleving. Primair is het aan EU-lidstaten en daarmee ook de nationale parlementen om het systeem van de publieke omroep vorm te geven, en aan de onafhankelijke nationale toezichthouder om hier toezicht op te houden. De Commissie rapporteert in haar rechtsstaatrapport over de invulling die lidstaten hieraan geven, en kan hierover aanbevelingen doen.
Samenstelling:
Oplaat (BBB), Lievense (BBB), Panman (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Van Ballekom (VVD), Van den Berg (VVD), Vogels (VVD), Van Toorenburg (CDA), Bovens (CDA), Aerdts (D66), Dittrich (D66), Van Hattem (PVV), Visseren-Hamakers (PvdD), Nanninga (JA21), Van Apeldoorn (SP) (voorzitter), Huizinga-Heringa (CU), Dessing (FVD) (ondervoorzitter), De Vries (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL).
Samenstelling:
Croll (BBB) (ondervoorzitter), Marquart Scholtz (BBB), Heijnen (BBB), Griffioen (BBB), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kluit (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Martens (GroenLinks-PvdA), Vogels (VVD), Van den Berg (VVD), Meijer (VVD), Doornhof (CDA), Van Toorenburg (CDA), Dittrich (D66) (voorzitter), Belhirch (D66), Bezaan (PVV), Nicolaï (PvdD), Van Bijsterveld (JA21), Janssen (SP), Talsma (CU), Van den Oetelaar (FVD), Schalk (SGP), Hartog (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)
Zie voor meer informatie het persbericht van de Commissie: February infringement package: key decisions (europa.eu).
Gezamenlijk advies van de Commissie van Venetië en het Directoraat-Generaal Mensenrechten en Rechtsstaat van de Raad van Europa inzake wettelijke waarborgen voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht van de uitvoerende macht van 11 oktober 2023, goedgekeurd door de Commissie van Venetië op haar 136e zitting
Corruption prevention in respect of members of parliament, judges and prosecutors, Fourth Evaluation Round, The Netherlands», 18 juli 2013.
Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-02, nr. 2775 en Kamerstukken II, 2023–2024, 21 501-02, nr. 2788.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-35295-AR.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.