Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201935165 nr. 9

35 165 Verkiezingen

Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 juni 2019

In 2019 wordt de verworvenheid van 100 jaar algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen herdacht. Onder het motto «Ik vier mijn stem» vinden onder organisatie van de Tweede Kamer verschillende activiteiten plaats. Het is een mooie bijkomstigheid dat 2019 met recht een verkiezingsjaar kan worden genoemd. In totaal waren er zes verkiezingen in de afgelopen periode. Op 20 maart 2019 zijn in Europees Nederland gecombineerd de verkiezingen voor provinciale staten en voor de waterschappen gehouden en in Caribisch Nederland de verkiezingen voor de eilandsraden (met uitzondering van Sint Eustatius) en – voor het eerst in de geschiedenis – voor kiescolleges. Op 23 mei 2019 vond de Europees Parlementsverkiezing plaats en op 27 mei 2019 de verkiezing voor de Eerste Kamer.

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft mij bij brief van 26 maart jl. gevraagd ruim voor het zomerreces de evaluatie van de verkiezingen voor provinciale staten en waterschappen aan de Kamer te doen toekomen. Ik heb daarop gereageerd bij brief van 18 april jl. (Kamerstuk 35 165, nr. 2) Op dezelfde dag is mij verzocht om een appreciatie van de verkiezing van het Europees Parlement naar de Kamer te sturen, spoedig nadat de verkiezing heeft plaatsgevonden, zodat deze geagendeerd kan worden voor het algemeen overleg Kiesrecht op 19 juni 2019 (Kamerstuk 35 165, nr. 7). Met deze brief voldoe ik versneld aan de verzoeken van uw Kamer, en ga ik ook in op de verkiezingen in Caribisch Nederland.

In de bijlagen treft u de evaluatie aan, aangevuld met externe rapportages en (deel)evaluaties1. Nog niet alle onderzoeken naar de Europees Parlementsverkiezing konden in dit tijdsbestek worden afgerond2. Deze zal ik uiterlijk voor het einde van het zomerreces aan uw Kamer zenden.

In deze brief ga ik op enkele onderwerpen nader in. Deze onderwerpen zijn deels ook onderdeel van de bredere Vernieuwings- en veranderagenda die ik u bij de vorige evaluatie, in 2018, heb doen toekomen3 en welke ik aan het uitvoeren ben.

2. Algemeen beeld verloop verkiezingen

Met waardering constateer ik dat gemeenten en openbaar lichamen samen met tienduizenden vrijwilligers veel inspanningen hebben geleverd om de verkiezingen goed te laten verlopen. Bijzondere waardering wil ik uiten voor de gemeente Utrecht, die vanwege de tijdelijke afsluiting van openbare gebouwen als gevolg van de aanslag op 18 maart jl., extra inspanningen heeft moeten leveren om de stemlokalen tijdig in te richten en de verkiezingen op goede wijze doorgang te laten vinden. Ik verwelkom ook dat internationale waarnemers bij zowel de verkiezingen van 20 maart als die van 23 mei jl. aanwezig zijn geweest. Hun rapportages zijn, voor zover reeds beschikbaar, bijgevoegd4.

De verkiezingen zijn goed verlopen. De Kiesraad komt ook tot dat oordeel. Zoals na elke verkiezing blijkt ook nu weer dat er verbeteringen mogelijk zijn. Daarom is het ook belangrijk steeds opnieuw te evalueren.

Doorbroken is de neergaande trend in de opkomst van zowel de provinciale staten- (56,16%, hoogste sinds 1987) als de Europees Parlementsverkiezingen (41,9%, hoogste sinds 1989). Ook de opkomst van de waterschapsverkiezingen (51,25%) is gestegen. Naar aanleiding van de motie van de leden Buitenweg (GroenLinks) en Jetten (D66)5 heeft het Ministerie van BZK voor de Europees Parlementsverkiezing extra ingezet op advertenties in huis-aan-huis bladen en regionale kranten en op buitenreclame op stations en winkelcentra.

In de aanloop naar de verkiezingen is er mede op verzoek van uw Kamer extra aandacht geschonken aan mogelijke beïnvloeding van onze verkiezingen. Het stemmen, dat wil zeggen de wijze waarop de kiezer in het stemhokje met een rood potlood zijn keuze maakt op een papieren stembiljet, is niet kwetsbaar voor digitale dreigingen. In mijn brief van 14 maart 2019 (Kamerstuk 35 165, nr. 1)ben ik ingegaan op het gebruik van de programmatuur voor de optellingen die nodig zijn om de uitslag en de zetelverdeling te berekenen. Ik heb momenteel geen aanwijzingen dat er bij onze verkiezingen door statelijke actoren grootschalig desinformatie is verspreid. Naar de impact van social media op deze verkiezingen doet momenteel, naar aanleiding van de motie van de leden Middendorp (VVD) en Verhoeven (D66)6, de Universiteit van Amsterdam nog onderzoek. De uitkomsten daarvan verwacht ik in juli 2019 en hierover zal ik uw Kamer informeren7. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat de impact van desinformatie in Nederland onder meer door het pluriforme medialandschap en nieuwsaanbod gering is. Bewustwording en mediawijsheid zijn belangrijke preventieve pijlers in Nederland.

3. Transparantie en controleerbaarheid

Transparantie en controleerbaarheid zijn essentiële waarborgen in het verkiezingsproces. Een aantal maatregelen kunnen daar verder aan bijdragen.

a. Het tellen van de stemmen

De wet moet meer gelegenheid bieden om (tel)fouten tijdig voorafgaand aan de vaststelling van de uitslag te constateren en te corrigeren.8 Onder de huidige Kieswet kunnen eventuele fouten die stembureaus bij het tellen van de stemmen maken, nauwelijks worden gecorrigeerd. Alleen het centraal stembureau (in het kader van de uitslagvaststelling) en het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing is gehouden (in het kader van de beoordeling van de geldigheid van de stemming) kunnen besluiten tot een hertelling van de stemmen die in een of meer stembureaus zijn uitgebracht (Handelingen II 2018/19, nr. 90, item 6). Het centraal stembureau kan dat op grond van de wet alleen als er fouten zijn gemaakt die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling. Het is niet goed voor het vertrouwen in de door het centraal stembureau vastgestelde uitslag als die fouten bevat, die echter niet kunnen worden gecorrigeerd omdat zij geen invloed hebben op de zetelverdeling. Ook bij de afgelopen Europees Parlementsverkiezing was hier sprake van. Uw Kamer heeft op 6 juni jl. besloten tot hertelling van de stemmen die in een drietal stembureaus zijn uitgebracht, vanwege (forse) verschillen tussen aantallen uitgebrachte stemmen en toegelaten kiezers (Kamerstuk 35 217, nr. 1). Dergelijke verschillen zouden echter al ruim vóór de uitslagvaststelling moeten kunnen worden onderzocht en, zo nodig, worden gecorrigeerd. In april jl. heb ik het wetsvoorstel nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in consultatie gebracht. Dat wetsvoorstel regelt de invoering van een gemeentelijk stembureau, dat de taak krijgt om al daags na de stemming eventuele door stembureaus gemaakte fouten te corrigeren.

De evaluatie van de experimenten die in maart zijn gehouden9 met een centrale opzet van de stemopneming (centraal tellen) wijst uit dat de experimenten over het algemeen goed zijn verlopen. Wel zijn er kanttekeningen ten aanzien van de belasting in de organisatie.

Omdat deze manier van tellen bijdraagt aan transparantie en controleerbaarheid van het telproces, heb ik in april jl. het eerdergenoemde wetsvoorstel in consultatie gebracht waarin centraal tellen in de Kieswet wordt geregeld. Ik bestudeer de ontvangen adviezen en betrek deze, samen met de uitkomsten van de evaluatie van de experimenten die in maart en mei jl. zijn gehouden, bij de verdere voorbereiding van het wetsvoorstel. Het is mijn streven het wetsvoorstel na het zomerreces zo spoedig mogelijk voor advies aan te bieden aan de Afdeling advisering van de Raad van State. Tot aan inwerkingtreding blijft er voor gemeenten de mogelijkheid om te experimenteren met centraal tellen.10

Het is heel belangrijk dat individuen, journalisten, maatschappelijke organisaties, en anderen gebruik maken van de mogelijkheid om te controleren of de uitslag van de verkiezingen op een juiste wijze tot stand komt en wordt berekend. Mede op verzoek van het lid Krol (50PLUS) heb ik in aanloop naar de verkiezingen gemeenten gevraagd kiezers op deze mogelijkheid te attenderen. Het is jammer dat de animo om aanwezig te zijn bij de telling van de stemmen gering is. Voor de komende verkiezing van de leden van de Tweede Kamer zal ik een oproep om bij de telling aanwezig te zijn ook een plek geven in de voorlichtingscampagne.

b. Openbaarmaking processen-verbaal

Transparantie en controleerbaarheid van de uitslag zijn van essentieel belang om vertrouwen te kunnen hebben en houden in de uitslag van de verkiezingen. Daarom geldt sinds maart 2019 de wettelijke verplichting om de processen-verbaal van de stembureaus (N 10) en van de opgaven van de burgemeester met de stemtotalen van de gemeente (N 11) openbaar te maken op internet. Ik heb de gemeenten verschillende keren gewezen op deze verplichting, en hen gevraagd om ook het bestand op hun website te publiceren dat wordt gegenereerd door digitale hulpmiddelen die gemeenten gebruiken bij de uitslagberekening. Dat zogenoemd csv-bestand (opendata-bestand) bevat alle uitslagen van de gemeente, op kandidaats- en stembureauniveau.

Ik heb u eerder gemeld dat de naleving door gemeenten bij de provinciale statenverkiezingen onvoldoende is geweest, dat ik hen voorafgaand aan de Europees Parlementsverkiezing opnieuw zal wijzen op de nieuwe wettelijke regels, en dat ik ook op naleving zal toezien.11 De Kiesraad onderschrijft dat voornemen in zijn evaluatie. In overleg met de VNG en de NVVB zijn een aantal acties ingezet om publicatie te bereiken, waaronder een handreiking van de VNG voor gemeenten.

Gemeenten hebben hun processen moeten aanpassen om te voldoen aan de wettelijke verplichting. Ik heb met tevredenheid geconstateerd dat een groot deel van de gemeenten na de Europees Parlementsverkiezing direct heeft voldaan aan publicatie. Gemeenten die dat nog niet hadden gedaan zijn gericht benaderd. Er is tot op heden nog één gemeente die zich niet aan de wettelijke verplichting heeft gehouden. Ik heb de burgemeester van deze gemeente aangeschreven om hier alsnog aan te voldoen. Voor de toekomst kijk ik naar verdere verbeteringen in de uniformiteit en tijdigheid van deze publicaties. Een wettelijke verplichting tot publicatie van het csv-bestand heb ik opgenomen in het hiervoor genoemde wetsvoorstel.

Het lid Bisschop (SGP) heeft eerder aandacht gevraagd voor de databank verkiezingsuitslagen van de Kiesraad. Op advies van de Staatscommissie Parlementair Stelsel en de Kiesraad zal ik in het genoemde wetsvoorstel een grondslag creëren voor de verstrekking van deze gegevens aan de Kiesraad voor alle verkiezingen tot op stembureauniveau.

c. Digitale hulpmiddelen voor uitslagberekening

In mijn brief van 14 maart 2019 heb ik aangekondigd dat een grote transitie nodig is om de Kiesraad in staat te stellen de verantwoordelijkheid te dragen voor de digitale hulpmiddelen die in het verkiezingsproces worden gebruikt bij de berekening van de uitslag van de verkiezingen. Inmiddels is een programmadirecteur aangesteld die leiding gaat geven aan deze transitie.

Onderdeel van de transitie is de ontwikkeling van een nieuw digitaal hulpmiddel om de uitslag van de verkiezingen te berekenen. Dit nieuwe digitale hulpmiddel zal de programmatuur (OSV) gaan vervangen die de Kiesraad thans beschikbaar stelt aan gemeenten. Verder moet in de transitiefase een wetsvoorstel worden gemaakt waarin de verantwoordelijkheden en de betrouwbaarheidseisen voor de digitale hulpmiddelen en het gebruik daarvan worden verankerd. De transitiefase zal zeker tot eind 202012 duren.

4. Toegankelijkheid

De toegankelijkheid van het verkiezingsproces is van groot belang. Iedere kiezer die dat wil, moet zoveel mogelijk in staat worden gesteld om zelfstandig zijn of haar stem uit te brengen. Mede naar aanleiding van de motie van het lid Özütok (GroenLinks)13 is de monitoring van de toegankelijkheid van het verkiezingsproces een onderdeel van de rapportage van de Minister van VWS over uitvoering van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-verdrag handicap)14. Tijdens de afgelopen verkiezingen heb ik onder meer de toegankelijkheid van de stemlokalen laten evalueren. Uit de rapportages blijkt een groei in het aantal toegankelijke stemlokalen. Wel blijkt er echter een verschil in de evaluatie van de gemeenten en de in opdracht van het Ministerie van BZK uitgevoerde evaluatie van PBT Consult (een adviesbureau gespecialiseerd in advisering over en toetsing van de fysieke toegankelijkheid van de gebouwde omgeving). Uit het rapport van PBT Consult kan worden geconcludeerd dat de norm van 100% volledig toegankelijke stemlokalen bij lange na niet wordt gehaald.

Uit de evaluatie van PBT Consult blijkt dat er nog veel relatief eenvoudige en goedkope maatregelen te treffen zijn in de daadwerkelijke toepassing in de stemlokalen, waaronder het goed toepassen van tijdelijke voorzieningen om hoogte te overbruggen, goede bewegwijzering, het zichtbaar neerleggen van de leesloep en het plaatsen van voldoende stoelen met armleuningen. In de instructie van stembureauleden is het van groot belang hier extra aandacht voor te hebben.

Ik vind het van belang dat de toegankelijkheid van de stemlokalen verder toeneemt en dat de checklist toegankelijkheid goed uitvoerbaar is. Ik wil daarom door onafhankelijke deskundigen een review laten doen naar de checklist met als doel met aanbevelingen te komen die de praktische toepasbaarheid en toegankelijkheid verhogen.

Ik blijf mij ook inzetten voor de toegankelijkheid van de verkiezingen in brede zin. Dan gaat het bijvoorbeeld om zaken als het beter gebruik van bestaande hulpmiddelen, voorlichting aan kiezers met een beperking en voorlichting aan stembureauleden. In gezamenlijk overleg met de VNG, NVVB, Ministerie van VWS en Kiesraad bekijk ik op welke wijze de toegankelijkheid verder te vergroten is. Ik betrek daar vanzelfsprekend ook de belangenorganisaties bij.

Rapport «Iedereen mag stemmen!»

De vaste Kamercommissie heeft mijn reactie gevraagd op het rapport «Iedereen mag stemmen! Een kwalitatief onderzoek naar de bekendheid rondom het stemrecht van mensen met een verstandelijke beperking» van ASVZ, Philadelphia, Reinaerde en Syndion. In dit rapport wordt geconcludeerd dat het vergroten van de bekendheid van het stemrecht van mensen met een verstandelijke beperking niet alleen zit in het informeren maar ook in het verdiepen in de belangen en beleving van deze kiezers. Voor deze taak hebben verschillende betrokken partijen een rol: politieke partijen, gemeenten, zorgorganisaties en de rijksoverheid.

De aanbeveling in het rapport om het stembiljet aan te passen zie ik als steun voor mijn voorstellen voor nieuwe stembiljetten. Een nieuw stembiljet is wenselijk, omdat het huidige stembiljet (te) groot is en daardoor zowel voor de stembureaus als voor veel kiezers lastig hanteerbaar is. Dat geldt ook in het kader van toegankelijkheid. Door zijn omvang is het huidige stembiljet niet voor alle kiezers goed leesbaar en ook met hulpmiddelen (zoals een mal voor blinden en slechtzienden) moeilijk te gebruiken. Voor logo’s van de partijen is op het huidige stembiljet geen ruimte, terwijl logo’s het stembiljet voor laaggeletterde kiezers toegankelijker maken. Ik wil zo snel als mogelijk een voorstel voor een experimentenwet indienen om het mogelijk te maken dat in 2021 het eerste experiment met de nieuwe stembiljetten kan plaatsvinden.15

Voorts heb ik op 15 oktober 2018 aan uw Kamer gemeld dat ik een wetsvoorstel ga voorbereiden dat experimenten mogelijk maakt met early voting en hulp bij het stemmen voor kiezers met een verstandelijke beperking (Kamerstukken 31 142 en 33 829, nr. 87). In de context van early voting kunnen de omstandigheden gecreëerd worden om kiezers met een beperking te ondersteunen en waar nodig te helpen om te kunnen stemmen.

5. Verkiezingen Caribisch Nederland

Nederlanders op Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben via de verkiezing van de kiescolleges indirect invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de Eerste Kamer. Uit de opkomstcijfers trek ik een voorlopige conclusie dat de combinatie met de eilandsraadsverkiezingen opkomstbevorderend werkt.

De Kiesraad wijst erop dat voor wat betreft Caribisch Nederland in het verkiezingsproces binnen zekere grenzen meer rekening kan worden gehouden met specifieke eigenheden van de eilanden. Ik onderschrijf dat, in het bijzonder ten aanzien van de volmachtregeling. Deze regeling, die op 10 oktober 2010 (10-10-10) is ingevoerd voor Caribisch Nederland, stuit op terugkerende bezwaren van de bestuurscolleges, eilandsraden en internationale waarnemers.

Geruchten over het ronselen van volmachtstemmen hebben zich bij eerdere verkiezingen voorgedaan en in maart is het Openbaar Ministerie op Bonaire een onderzoek gestart naar een aantal verdachte volmachtverzoeken. Waarnemingsmissies wijzen, ook eerder, op de kwetsbaarheden van de volmachtregeling in Caribisch Nederland. In de politiek in de openbare lichamen is eerder een wens tot aanpassing geuit. De Kiesraad vraagt eveneens om een adequate oplossing.

Het afschaffen van de mogelijkheid om een andere kiezer een volmacht te geven leidt tot een inperking van de toegankelijkheid. Voor sommige kiezers kan het de enige mogelijkheid zijn om deel te nemen aan de verkiezingen. Tegelijkertijd wil ik een oplossing vinden voor bovengenoemde kwetsbaarheden. Ik heb daarom het voornemen om na consultatie van de openbare lichamen een wetsvoorstel voor te bereiden in aanloop naar de eilandsraadsverkiezingen van 2023, waarmee de volmachtregeling in Bonaire, Saba en Sint Eustatius binnen de wettelijke kaders wordt beperkt tot de mogelijkheid van het aanvragen van een schriftelijke volmacht.

In de voorbereiding van dat wetsvoorstel wordt, zoals eerder door de Kiesraad en het lid Bisschop (SGP) is verzocht, ook de verduidelijking c.q. aanscherping van enkele gerelateerde strafbepalingen ter hand genomen, in het bijzonder artikel

Z 8 van de Kieswet.

6. Nederlandse kiezers in het buitenland

In de bijgevoegde evaluatie ga ik uitgebreid in op de verkiezingen voor de kiezers in het buitenland en mogelijke verbeteringen daarbij. Sinds de invoering, in 2017, van de permanente registratie is het aantal geregistreerde kiezers voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement aanzienlijk toegenomen. Het totaal aantal geregistreerde kiezers stagneert.

Ik ga, mede ter uitvoering van de motie van de leden Den Boer en Sjoerdsma (D66)16, in de tweede helft van 2019 samen met de gemeente Den Haag een poging doen om in kaart te brengen waarom niet meer Nederlanders die uit Nederland vertrekken zich laten registreren om te kunnen stemmen vanuit het buitenland. Aan de hand van de uitkomsten moet volgend jaar bezien worden of er maatregelen te nemen zijn, bijvoorbeeld betere voorlichting, die eventuele belemmeringen voor registratie wegnemen ten behoeve van de Tweede Kamerverkiezing in maart 2021.

7. Onderzoek naar kennis en vaardigheden voorzitters en andere leden stembureaus

Op 15 juni 2018 heb ik in een brief aan uw Kamer nader onderzoek aangekondigd naar het verbeteren van de deskundigheid en vaardigheden van voorzitters en leden van stembureaus.17 Hierbij bied ik in de bijlage het afgeronde onderzoek aan. Aan het onderzoek, uitgevoerd door adviesbureau Leeuwendaal, hebben 22.163 voorzitters, stembureauleden en tellers meegewerkt en 308 gemeenten. Mede door deze hoge cijfers kan het onderzoek als representatief worden beschouwd. Het rapport concludeert dat de bemensing van stembureaus met vrijwilligers een grote opgave is en dat dit over het geheel genomen goed gaat. De stembureaus worden bemenst, de verkiezingsdag loopt over het algemeen goed en het aantal klachten en knelpunten is in relatie tot de omvang en complexiteit van de dag beperkt.

Er bestaat op onderdelen ruimte voor verbetering. Dit heeft met name betrekking op het vernieuwen en verversen van het bestand met potentiële voorzitters, stembureauleden en tellers. Het is goed om leden langer te binden en hun ervaring te benutten, maar tegelijkertijd is regelmatig verversing nodig om niet vast te roesten in oude patronen, om het bestand vitaal te houden en aansluiting te houden bij een redelijke afspiegeling van de maatschappij.

Uit een pilot voor een selectietool voor stembureauvoorzitters van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), waarvan de resultaten zijn meegenomen in dit onderzoek, komt naar voren dat hoger opgeleiden tot 40 jaar een voorname kansrijke doelgroep zijn voor de voorzittersfunctie; zij melden zich gemiddeld genomen vaker aan voor de functie en scoren gemiddeld hoger op de tests.18

In het rapport heeft Leeuwendaal als handreiking aan gemeenten profielen opgenomen met de belangrijkste taken, eisen en vaardigheden van (plaatsvervangend) voorzitters, overige leden van stembureaus en tellers.

De aanbevelingen uit het onderzoek zijn toegespitst op zowel het Rijk als gemeenten. Ik zal in overleg gaan met de NVVB en de VNG om te bezien op welke wijze de aanbevelingen kunnen worden opgevolgd. Daarbij betrek ik ook de opmerkingen van de Kiesraad over het kennisniveau van de betrokkenen bij het verkiezingsproces.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Zoals de enquête onder gemeenten waarin ook aandacht is voor de registratie van niet-Nederlandse EU-burgers voor de Europees Parlementsverkiezingen, waarover op 13 juni 2019 schriftelijke vragen van het lid Den Boer (D66) zijn beantwoord (Aanhangsel Handelingen II 2018/19, nr. 3089).

X Noot
3

Kamerstukken 31 142 en 33 829, nr. 83.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Kamerstuk 35 078, nr. 15. Deze motie verzocht de regering zich in te zetten voor een zo hoog mogelijke opkomst bij de komende Europese verkiezingen.

X Noot
6

Kamerstuk 35 000 VII, nr. 14.

X Noot
7

Kamerstuk 30 821, nr. 74.

X Noot
8

Zie Kamerstukken 31 142 en 33 829, nr. 83, blz. 1 en 2.

X Noot
9

Zie bijlage bij deze brief. Van de experimenten die zijn gehouden bij de Europees Parlementsverkiezing in mei jl. is nog geen evaluatie beschikbaar.

X Noot
10

Op basis van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming.

X Noot
11

Kamerstuk 35 165, nr. 3.

X Noot
12

In de verkenning die eerder is uitgevoerd (Briefadvies Verkenning pagina 15: bijlage bij Kamerstuk 35 165, nr. 1) is een inschatting gemaakt van de duur van de transitie, namelijk circa een tot anderhalf jaar.

X Noot
13

Kamerstuk 31 142, nr. 86.

X Noot
14

Kamerstuk 24 170, nr. 192.

X Noot
15

Zie Kamerstuk 35 165, nr. 4.

X Noot
16

Kamerstuk 35 012, nr. 7.

X Noot
17

Kamerstukken 31 142 en 33 829, nr. 83.