Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201834930 nr. 3

34 930 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en het Burgerlijk Wetboek BES houdende de omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van houders van deze aandelen (Wet omzetting aandelen aan toonder)

Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

I. Algemeen deel

1. Inleiding

Dit wetsvoorstel maakt de identificatie van alle houders van aandelen aan toonder mogelijk in Europees Nederland en in Bonaire, Eustatius en Saba («BES»). Fysieke toonderstukken die aandeelhouders zelf bewaren, worden afgeschaft. Aandelen aan toonder kunnen na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel alleen nog worden verhandeld via een effectenrekening aangehouden bij een intermediair, zoals een bank of een beleggingsonderneming. De effectenrekening staat op naam waardoor anonieme overdracht van toonderstukken niet meer mogelijk is. Vanwege het ontbreken van de mogelijkheid tot het giraal houden van een verzamelbewijs worden voor de BES aandelen aan toonder in het geheel afgeschaft.

Aandelen aan toonder die (nog) niet giraal worden verhandeld worden door de vennootschap omgezet in aandelen op naam. Opsporingsinstanties en toezichthouders kunnen bij intermediairs gegevens vorderen van de houders van effectenrekeningen voor de bestrijding van belastingontduiking, witwassen, de financiering van terrorisme of andere vormen van financieel-economische criminaliteit. Aandeelhouders op naam zijn via het register van de vennootschap te identificeren.

Dit wetsvoorstel geeft daarmee opvolging aan de aanbevelingen van het Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes1 (hierna: Global Forum) en van de Financial Action Task Force (hierna: FATF), die zich richten op de bestrijding van belastingontduiking, witwassen en de financiering van terrorisme.2 Deze organisaties hebben (Caribisch) Nederland herhaaldelijk aanbevolen houders van aandelen aan toonder te identificeren of tot afschaffing van dit soort aandelen over te gaan.

In de eerste plaats wordt voor Europees Nederland voorgesteld dat aandelen aan toonder alleen nog kunnen worden uitgegeven door middel van een verzamelbewijs. Een verzamelbewijs is een document waarin alle aandelen aan toonder van één soort zijn belichaamd. Fysieke toonderstukken die individuele aandelen belichamen, worden afgeschaft. Het verzamelbewijs wordt gehouden door een intermediair in een verzameldepot of door het centraal instituut (Euroclear Nederland) in een girodepot. Een intermediair houdt in het verzameldepot alle aandelen die zijn cliënten bij hem in bewaring hebben gegeven. Een intermediair die is aangesloten bij het centraal instituut (een «aangesloten instelling»), kan de aandelen van zijn cliënten ook stallen in het girodepot. Houders van aandelen aan toonder kunnen hun aandelen in een verzamel- of girodepot houden met behulp van een effectenrekening die ze aanhouden bij een intermediair. De aandelen aan toonder die zij houden worden bijgeschreven op het verzamelbewijs. De effectenrekening zorgt voor identificatie van de aandeelhouder. Uitlevering van toonderstukken uit een verzamel- of girodepot door een intermediair of het centraal instituut is vervolgens niet meer mogelijk, behalve in bijzondere omstandigheden.3 Uitlevering van een verzamelbewijs is alleen mogelijk ter opname in een verzameldepot van een andere intermediair of ter opname in een depot van een instelling in het buitenland. Levering van individuele toonderstukken, die niet zijn belichaamd in een verzamelbewijs, via het girodepot is niet mogelijk op basis van de Wet giraal effectenverkeer («Wge»).

In de tweede plaats regelt dit wetsvoorstel dat houders van aandelen aan toonder, in zowel Europees Nederland als de BES, die reeds zijn uitgegeven maar die niet zijn geregistreerd op een verzamelbewijs, kunnen worden geïdentificeerd. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om toonderstukken die door aandeelhouders thuis worden bewaard («thuisbewaarders») en die niet in bewaring bij een intermediair zijn gegeven. Deze aandelen aan toonder moeten door de vennootschap voor 1 januari 2020 via een statutenwijziging worden omgezet in aandelen op naam. Aandeelhouders zullen met deze statutenwijziging moeten instemmen. Wanneer deze wijziging niet voor 1 januari 2020 heeft plaatsgevonden, komen aandelen aan toonder van rechtswege op naam te luiden. Het overgangsrecht van dit wetsvoorstel bepaalt dat vennootschappen bij de eerstvolgende statutenwijziging na inwerkingtreding van de wet hun statuten in overeenstemming moeten brengen met de wet.

Thuisbewaarders kunnen vervolgens tot 1 januari 2021 hun aandeelbewijs inleveren bij de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven en zich laten registreren als aandeelhouder. Totdat de aandeelhouders hun toonderstuk hebben ingeleverd kunnen aandeelhouders de aan een toonderaandeel verbonden rechten niet uitoefenen. De namen van de aandeelhouders worden door de vennootschap ingeschreven in haar aandeelhoudersregister.

Het wetsvoorstel bevat een aantal maatregelen om thuisbewaarders te bewegen hun toonderstukken in te leveren. Na de statutaire omzetting van de aandelen aan toonder in aandelen op naam door de vennootschap, kan de aandeelhouder zijn rechten alleen nog uitoefenen als hij zijn toonderstuk inlevert bij de vennootschap. Daarnaast verkrijgt de vennootschap de aandelen op naam, waarvan de corresponderende toonderstukken niet voor 1 januari 2021 bij de vennootschap zijn ingeleverd. Deze aandelen worden door de vennootschap om niet verkregen.

Nadien heeft de aandeelhouder nog wel het recht op een vervangend aandeel op naam van de vennootschap, wanneer hij zich binnen vijf jaar na de verkrijging door de vennootschap alsnog meldt met zijn toonderstuk. De niet uitgeoefende rechten die verbonden zijn aan zijn eerdere aandeel zijn dan wel vervallen. Op 1 januari 2026 vervalt het recht om een vervangend aandeel op naam te krijgen.

Wie

Actie

Datum

Vennootschap

Statutaire omzetting aandelen op naam.

Voor 1 januari 2020

Rechtswege

Omzetting niet-omgezette aandelen aan toonder in aandelen op naam

Op 1 januari 2020

Aandeelhouder

Inleveren aandelen aan toonder

Voor 1 januari 2021

Vennootschap

Verkrijging aandelen op naam om niet, waarvan het toonderbewijs niet is ingeleverd.

Op 1 januari 2021

Aandeelhouder

Verkrijging vervangend aandeel op naam na het toonderstuk alsnog in te leveren.

Voor 2 januari 2026

2. Achtergrond en hoofdlijnen van het wetsvoorstel

2.1 Aandelen aan toonder

Aandelen in een naamloze vennootschap kennen twee verschijningsvormen. Aandelen op naam en aandelen aan toonder (artikel 2:82 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Kenmerkend voor aandelen aan toonder is dat het recht van het aandeel belichaamd is in een toonderpapier. Levering van een aandeel aan toonder vindt plaats door terhandstelling van dit papier (artikel 3:93 BW).

Klassieke aandelen aan toonder («K-stukken») bestonden uit een mantel en een serie dividendbewijzen. Een mantel is het eigenlijke aandeel, terwijl de genummerde dividendbewijzen kunnen worden ingeleverd om het recht op dividend uit te oefenen. Later zijn «CF»-stukken geïntroduceerd, die slechts bestaan uit een mantel en één dividendblad. Het doel van deze stukken was de dividendbetaling te vergemakkelijken zonder dat aandeelhouders hiervoor dividendbewijzen moeten knippen en inleveren. Het dividendblad van een CF-stuk werd bewaard bij een professionele bewaarder en centraal geadministreerd bij het, inmiddels opgeheven, Centrum voor Fondsenadministratie («CF»). Dit centrum administreerde ook de uitbetaling van de dividenden.

Door de groei van de beurshandel leidde de levering van toonderaandelen al snel tot aanzienlijke administratieve lasten in de verwerking. Daarom werd de girale levering van effecten geïntroduceerd. Een intermediair, zoals een bank, beheerde de effecten en voerde boekingen op een effectenrekening uit. Sinds 1977 is de girale levering van aandelen aan toonder en andere effecten daarom geregeld in de Wge. De Wge regelt dat effecten aan toonder ter opname in een verzamel- of girodepot in bewaring kunnen worden gegeven bij een aangesloten instelling (Stb. 1977, 333). Het centraal instituut regelt welke partijen als aangesloten instelling kunnen worden aangewezen en bepaalt welke effecten tot een girodepot kunnen behoren.

De aangesloten instelling houdt een verzameldepot aan. Een verzameldepot omvat alle effecten van de betreffende soort die bij de aangesloten instelling of het centraal instituut worden bewaard. De aangesloten instelling zelf houdt een rekening aan bij het centrale instituut. Op deze rekening wordt bijgehouden welke effecten van een bepaalde soort door een aangesloten instelling in bewaring zijn gegeven bij het centraal instituut. Dit is het girodepot. Het centraal instituut houdt een girodepot aan voor iedere soort effecten. Het aandeel dat een aangesloten instelling aanhoudt in het girodepot maakt deel uit van het verzameldepot dat door die instelling wordt gehouden. De deelgenoten van een verzameldepot bij de aangesloten instellingen zijn ook de gerechtigden tot het girodepot.

Levering tussen deelgerechtigden die niet bij dezelfde aangesloten instelling hun effectenrekening aanhouden, kan plaatsvinden via het girodepot. Wanneer de deelgerechtigde een effectenrekening heeft bij dezelfde aangesloten instelling kan levering plaatsvinden binnen het verzameldepot.

Sinds de wetswijziging van 2 november 2000 (Stb. 2000, 485) is het mogelijk om giraal aandelen aan toonder en andere effecten te leveren, zonder dat er een fysiek, individueel stuk bestaat waarin het recht wordt belichaamd. Dit is kenmerkend voor dematerialisatie. Op deze datum trad een wijziging van de Wge in werking, waarbij verzamelbewijzen in het systeem van giraal effectenverkeer konden worden opgenomen. Dit schiep de mogelijkheid om individuele toonderstukken te laten vervallen.

Daarnaast introduceerde die wetswijziging de mogelijkheid om effecten op naam via de Wge te verhandelen. Aandelen op naam en andere effecten op naam kunnen worden geleverd aan een aangesloten instelling ter opname in een verzamel- of girodepot. De effectenhouder die reeds effecten houdt in het verzamel- of girodepot, verkrijgt een aandeel in het verzameldepot of, via de aangesloten instelling, in het girodepot naar evenredigheid van de ingebrachte effecten. De ingebrachte effecten behoeven niet meer individueel geadministreerd te woorden.

Bij de wetswijziging uit 2011 is vervolgens geregeld dat afzonderlijke toonderstukken niet langer worden toegelaten tot het girale systeem, maar uitsluitend verzamelbewijzen. Bestaande individuele toonderstukken zijn omgezet in verzamelbewijzen of effecten op naam. Levering van een individueel aandeel aan toonder binnen een verzamel- of girodepot is daarom vanaf 1 januari 2013 niet meer toegestaan en alleen nog mogelijk via een verzamelbewijs.

Eén van de redenen om in 2011 tot de verdergaande dematerialisatie over te gaan was gelegen in de aanbeveling van de FATF om tot afschaffing van aandelen aan toonder over te gaan. Toonderaandelen kunnen worden gebruikt voor witwassen, omkoping, het financieren van terroristische activiteiten en het ontwijken van belasting. Daarom is het volgens de FATF noodzakelijk dat landen maatregelen nemen om misbruik van dit soort aandelen te voorkomen (aanbeveling 24).4

2.2 Onvoldoende mogelijkheden tot identificatie van aandeelhouders aan toonder in Nederland

De wetswijziging van de Wge uit 2011 heeft geleid tot verplichte dematerialisatie van giraal verhandelde effecten aan toonder in Nederland. Dit zijn in de regel beursgenoteerde effecten, omdat Euronext de afwikkeling van aandelentransacties (settlement) via Euroclear verplicht heeft gesteld (Euronext Rule book I- 4601). Euronext heeft deze bevoegdheid op basis van artikel 5:32 Wet financieel toezicht. Deze dematerialisatie heeft ervoor gezorgd dat houders van giraal verhandelde effecten aan toonder via de effectenrekening kunnen worden geïdentificeerd.

Houders van effecten aan toonder in naamloze vennootschappen die niet beursgenoteerd zijn, zijn evenwel niet verplicht hun stukken giraal te verhandelen. De wetswijziging uit 2011 laat daarmee de mogelijkheid in stand voor houders van aandelen aan toonder om individuele stukken thuis te bewaren. Deze aandeelhouders kunnen daardoor niet eenvoudig geïdentificeerd worden. De wetswijziging uit 2011 heeft wel ertoe geleid dat de toonderstukken die niet door middel van een verzamelbewijs in bewaring zijn gegeven, niet via het girale systeem aan het centraal instituut of aan een andere intermediair kunnen worden geleverd. Evenmin maken ze deel uit van het verzameldepot (artikel 8 Wge). Daardoor vallen ze niet onder de bescherming die de Wge tegen faillissement biedt, tenzij het individuele toonderstukken betreft die ten name van een intermediair in het buitenland worden bewaard om te voldoen aan de daar geldende regelgeving.

Ook verhindert de wetswijziging uit 2011 niet dat individuele stukken die thuis worden bewaard, worden geleverd buiten het girale systeem om. Levering van aandelen aan toonder kan nog steeds plaatsvinden via de terhandstelling van toonderstukken (artikel 3:93 BW). Dit kan bijvoorbeeld doordat de ene thuisbewaarder zijn stukken aan de andere thuisbewaarder ter hand stelt of doordat een intermediair een toonderstuk aan een andere intermediair ter hand stelt.

In de peer review rapporten over Nederland van 2013 concludeerde het Global Forum daarom dat (Caribisch) Nederland nog onvoldoende wettelijke mechanismen heeft om de identiteit te achterhalen van de houders van aandelen aan toonder.5 De FATF heeft de Nederlandse wetgeving geëvalueerd op mogelijke misbruikrisico’s. Daarbij heeft zij ook getoetst of de verdergaande dematerialisatie van aandelen aan toonder, zoals bij de wetswijziging in 2011 geïntroduceerd, voldoende effectief is om misbruik van dit soort aandelen te voorkomen.6 De FATF kwam tot de conclusie dat dit nog niet het geval is en dat het voor houders van niet-beursgenoteerde aandelen aan toonder nog steeds mogelijk was om fysieke stukken te houden. De FATF oordeelde daarom dat de dematerialisatie nog niet geheel in lijn was met haar aanbevelingen.

In 2017 en 2020 beoordeelt het Global Forum onderscheidenlijk de FATF Nederland opnieuw. Maatregelen die leiden tot de identificatie van houders van aandelen aan toonder dragen positief bij aan deze beoordelingen. Hiermee laat Nederland zien dat het stappen zet bij het vergroten van transparantie als middel tegen financiering van terrorisme, witwassen, belastingontduiking en andere vormen van criminaliteit.

2.3 Aandelen aan toonder in Bonaire, Eustatius en Saba

Evenals als in Europees Nederland kennen aandelen in een naamloze vennootschap op de BES twee verschijningsvormen. Aandelen op naam en aandelen aan toonder (artikel 2:100 BES BW). Levering van een aandeel aan toonder vindt plaats door terhandstelling van dit papier (artikel 3:93 BW BES).

Op de BES-eilanden kan een naamloze vennootschap bij de oprichting alleen aandelen op naam uitgeven (artikel 2:105 BW BES). Het BW BES biedt wel de mogelijkheid om de aandelen op naam op verzoek van de aandeelhouder om te wisselen in aandelen aan toonder (artikel 2:104 lid 2 BW BES). Na deze omwisseling kan niet meer worden achterhaald wie de houder van de aandelen is. Er is geen regeling voor de girale verhandeling van aandelen. De aanbevelingen van het Global Forum met betrekking tot de identificatie van aandeelhouders aan toonder richten zich mede op de Caribische delen van Nederland.

2.4 Maatregelen omringende landen

Recent hebben ons omringende landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland Luxemburg en België, maatregelen genomen om houders van toonderaandelen te identificeren, mede naar aanleiding van aanbevelingen van het Global Forum en de FATF.

België: afschaffing effecten aan toonder

In België zijn effecten aan toonder bij wet afgeschaft.7 De afschaffing geldt niet voor obligaties en effecten die uitsluitend in het buitenland worden aangeboden of door buitenlands recht worden beheerst. De wet voerde een verbod in om vanaf 1 januari 2008 nieuwe aandelen aan toonder uit te geven of uit te leveren in België, behalve wanneer deze effecten via een verzamelbewijs of individueel aan een centraal instituut of een intermediair werden aangeleverd in het kader van dematerialisatie. Vanaf 1 januari 2008 zijn ook alle effecten aan toonder van beursgenoteerde vennootschappen die zich reeds op een effectenrekening bevonden, omgezet in gedematerialiseerde effecten of effecten op naam.8 Houders van effecten aan toonder in niet-beursgenoteerde vennootschappen kregen tot 1 januari 2013 de tijd om hun effecten te dematerialiseren of op naam te stellen. Vanaf 1 januari 2014 zijn deze effecten aan toonder van rechtswege omgezet in aandelen op naam. Wanneer een rechthebbende zich niet had gemeld voor 30 november 2015 zijn de effecten in het openbaar te koop aangeboden. De opbrengst is gestort in een consignatiekas, waarvan de effectenhouder de opbrengst kan opeisen, onder betaling van een met de tijd oplopende boete.

Verenigd Koninkrijk: afschaffing aandelen aan toonder

In 2015 heeft het Verenigd Koninkrijk de aandelen aan toonder afgeschaft.9 Houders van aandelen aan toonder van zowel beurs- als niet-beursgenoteerde vennootschappen waren verplicht om hun aandelen te laten omzetten in aandelen op naam, binnen een termijn van één maand na inwerkingtreding van de wet op 26 mei 2015. De vennootschap moest deze omruil publiekelijk aankondigen. Zeven maanden na inwerkingtreding van de wet konden aandelen aan toonder niet langer worden verhandeld en werden de daaraan verbonden rechten opgeschort. Vennootschappen konden vervolgens aandelen aan toonder waarvoor zich geen aandeelhouder had gemeld, laten vernietigen bij de rechtbank op voorwaarde dat een bedrag gelijk aan de nominale waarde van een aandeel bij de rechtbank werd betaald. De vennootschap diende vervolgens het maatschappelijk kapitaal te verminderen met de waarde van de vernietigde aandelen. Wanneer het maatschappelijk kapitaal daarmee onder de minimumkapitaaleisen voor naamloze vennootschappen was gezakt, had de vennootschap daarvoor toestemming nodig van de rechter of moest zich omzetten in een besloten vennootschap.

Duitsland: dematerialisatie van aandelen aan toonder

In Duitsland is eind 2015 de Aktienrechtnovelle 2016 aangenomen. Deze wet verplicht Duitse niet-beursgenoteerde ondernemingen om alleen nog aandelen aan toonder uit te geven als de uitlevering van individuele stukken wordt verboden en gebruik wordt gemaakt van een verzamelbewijs dat bij een centraal instituut of een intermediair is ondergebracht. Anders mogen niet-beursgenoteerde vennootschappen alleen nog aandelen op naam houden.10

Luxemburg: verplichte inbewaargeving en registratie aandelen aan toonder

In Luxemburg is op 28 juli 2014 een wet in werking getreden die houders van aandelen aan toonder verplicht hun toonderstukken in bewaring te geven. Dit kon onder andere bij een financiële instelling, accountant, advocaat of notaris. Deze partijen zijn verplicht om een register bij te houden waarin de namen van de aandeelhouders zijn geregistreerd. Voor houders van bestaande aandelen aan toonder werd de vennootschap verplicht om een intermediair aan te wijzen die de aandelen in bewaring nam en registreerde. De rechten verbonden aan een aandeel aan toonder konden alleen nog worden uitgeoefend wanneer de aandelen waren geregistreerd. Aandelen die niet binnen 18 maanden na inwerkingtreding van de wet waren geregistreerd, vervielen. Het bedrag corresponderend met de waarde van deze vervallen aandelen moest door de vennootschap worden gestort in een consignatiekas.

Omringende landen BES

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State ga ik hier in op de maatregelen die de omringende landen van de BES hebben genomen om te komen tot identificatie van houders van aandelen aan toonder. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn zelfstandig lid van het Global Forum en de Caribische FATF (hierna: CFATF).11

Ook ten aanzien van deze landen hebben het Global Forum en de CFATF aanbevolen toonderaandelen af te schaffen of de houders te identificeren. Aruba heeft haar wetgeving op 1 februari 2012 aangepast zodat daar sinds die datum geen nieuwe toonderaandelen meer kunnen worden uitgegeven. Voor bestaande toonderaandelen gold een wettelijke verplichting voor de houder om zich voor 1 februari 2015 te registreren. Curaçao kreeg in 2015 de aanbeveling van het Global Forum om het toezicht op dematerialisatie van toonderaandelen aan te scherpen en heeft hier inmiddels opvolging aan gegeven door houders van toonderaandelen te laten identificeren. Sint Maarten heeft in 2015 eveneens maatregelen in gang gezet om aandelen aan toonder te dematerialiseren.

Ten slotte kunnen ook op de Kaaiman eilanden sinds 1 mei 2016 geen aandelen aan toonder meer worden uitgegeven. De Kaaiman Eilanden hebben daarmee opvolging gegeven aan eerdere aanbevelingen van het Global Forum en de CFATF. De Kaaiman Eilanden hanteerden een termijn van minder dan één jaar voor de verplichte omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam.

2.5 Noodzaak maatregelen

In de afgelopen periode zijn er, naast de aanbevelingen van de FATF en het Global Forum, verschillende andere ontwikkelingen geweest die bijdragen aan de noodzaak om maatregelen te nemen. Ten eerste zijn er in het kader van het voorkomen en bestrijden van witwassen, terrorismefinanciering of andere vormen van financieel-economische criminaliteit in Europees en nationaal verband verschillende wetgevingstrajecten gestart om registers in te richten die een bijdrage leveren aan centrale registratie van eigendom en zeggenschapsrecht (centraal aandeelhoudersregister) en van uiteindelijk belanghebbenden bij vennootschappen en andere juridische entiteiten (UBO-register).12 De mogelijkheid om registratie in deze registers te omzeilen door middel van de uitgifte van aandelen aan toonder die niet beursgenoteerd zijn, kan het gebruik van dit soort aandelen ongewenst stimuleren.

Ten tweede maakt de verhoogde prioriteit voor de aanpak van terrorisme dat de verdergaande dematerialisatie op zijn plaats is nu het risico op misbruik van aandelen aan toonder voor de financiering van dit soort activiteiten hoger is bij niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen.13

Dit laatste is eveneens de reden dat in het wetsvoorstel maatregelen worden voorgesteld voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba die tot doel hebben misbruik van aandelen aan toonder te voorkomen.14

2.6 Voorgestelde maatregelen

Het wetsvoorstel introduceert maatregelen die zich richten op de identificatie van houders van aandelen aan toonder bij niet-beursgenoteerde vennootschappen.

Het is niet noodzakelijk om houders van andere effecten dan aandelen door middel van het verval van hun stukken te bewegen hun stukken in te leveren, omdat alleen aandeelhouders de mogelijkheid hebben om stemrecht uit te oefenen in de algemene vergadering van een naamloze vennootschap. Daarmee zijn deze stukken het meest gevoelig voor witwassen en misbruik.15 Ook de aanbevelingen van het Global Forum en de FATF beperken zich tot aandelen.

Het wetsvoorstel regelt dat alle aandelen aan toonder die worden uitgegeven na inwerkingtreding van deze wet alleen nog via een verzamelbewijs in bewaring kunnen worden gegeven. Dit verzamelbewijs moet aan een intermediair in bewaring worden gegeven. Dit betekent dat houders van effecten na inwerkingtreding van de wet altijd identificeerbaar zullen zijn via hun effectenrekening. Daarom wordt een wijziging van artikel 2:82 BW voorgesteld. In het verlengde van deze identificatie van aandeelhouders wordt voorgesteld om de uitgifte van certificaten van aandelen aan toonder te verbieden.

Daarnaast bevat het wetsvoorstel een regeling voor bestaande aandelen aan toonder die niet giraal worden verhandeld. De vennootschap moet deze aandelen via een statutenwijziging voor 1 januari 2020 hebben omgezet in aandelen op naam. Wanneer de statuten op deze datum niet gewijzigd zijn, vindt een omzetting van rechtswege plaats. Vervolgens kunnen houders van aandelen aan toonder hun toonderstukken tot 1 januari 2021 inleveren bij de vennootschap.

Voor de BES wordt voorgesteld om de aandelen aan toonder af te schaffen, vanwege het ontbreken van een regeling voor girale levering. Voor het overige is aangesloten bij de regelgeving voor Europees Nederland.

2.7 Maatregelen voor niet-inbewaargeving

Het wetvoorstel bevat maatregelen voor houders van aandelen aan toonder die hun stukken niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de wet bij de vennootschap inleveren. Dit zorgt ervoor dat thuisbewaarders worden aangemoedigd hun toonderstukken in te leveren. Het wetsvoorstel schort de uitoefening van alle rechten verbonden aan het aandeel op, zolang de houders van aandelen aan toonder na de omzetting van hun aandelen hun stukken niet hebben ingeleverd bij de vennootschap. Dit zijn bijvoorbeeld het stemrecht, het recht op uitkeringen, en het recht op deelname aan de algemene vergadering. Hetzelfde geldt wanneer de aandeelhouder nog certificaten aan toonder heeft uitstaan. Het gewijzigde artikel 2:82 BW en het nieuwe artikel 2:92b bevatten daarvoor een wettelijke regeling.

Aandeelbewijzen die niet voor 1 januari 2021 zijn aangeboden aan de vennootschap worden van rechtswege om niet verkregen door de vennootschap. De vennootschap zal zich vervolgens als aandeelhouder moeten registreren. De vennootschap kan, gelet op het bepaalde in artikel 2:64 BW, niet alle aandelen in de vennootschap verkrijgen. Daarom voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid om één aandeel op naam toe te kennen aan de gezamenlijke bestuurders.

Aandeelhouders die hun aandelen niet tijdig inleveren kunnen zich binnen vijf jaar na de verkrijging door de vennootschap alsnog bij de vennootschap melden. In dat geval heeft de aandeelhouder recht op een vervangend aandeel op naam van de vennootschap. Voor de BES-eilanden is een soortgelijke regeling voorgesteld. Deze regeling vervalt op 1 januari 2026.

De voorgestelde regeling bevat daarmee een evenwicht tussen het verval van het vermogensrecht en het individuele recht van een aandeelhouder op een onbeperkt genot van dit recht. Het verval van dit vermogensrecht is een ultimum remedium dat slechts onder strikte voorwaarden kan plaatsvinden. Er staat weliswaar geen geldelijke compensatie tegenover het verval, maar er is sprake van een overgangstermijn. Bovendien heeft de aandeelhouder gedurende een overgangsperiode nog recht op een vervangende aandeel. Ten slotte is het verval vanwege de aangekondigde termijn waarop dit gaat plaatsvinden voldoende voorzienbaar. Aldus voldoet de regeling aan de vereisten voor de bescherming van het recht op eigendom als bedoeld in Artikel 1, Eerste Protocol, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.16

Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State merk ik op dat de beperking van rechten verbonden aan een aandeel eveneens in overeenstemming is met Artikel 1, Eerste Protocol, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Artikel 17 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Strikt genomen is geen sprake van verlies van rechten, maar van opschorting van rechten verbonden aan een aandeel. Dit is slechts anders voor de opschorting van stemrecht. Het gaat daarom niet zozeer over de ontneming van eigendom, maar over de regulering daarvan. Ook de regulering van eigendom is onderworpen aan artikel 1, Eerste Protocol.17 Daarmee geldt dat dit slechts onder strikte voorwaarden kan plaatsvinden. De opschorting van rechten is voorzienbaar doordat de ingangsdatum van de opschorting van rechten in dit wetsvoorstel is aangekondigd. De aandeelhouder heeft de mogelijkheid de gevolgen van de opschorting van zijn rechten zoveel mogelijk te beperken door zijn aandelenbewijs direct na omzetting van de statuten bij de vennootschap in te leveren en zich te laten registreren als aandeelhouder. Ook wanneer hij zijn stukken op een later moment inlevert, kan hij de beperking van zijn rechten grotendeels ongedaan maken. Dit is slechts anders voor het stemrecht, dat vanwege zijn aard zal vervallen.

De opschorting van rechten is minder verstrekkend dan het verval van een recht op een vervangend aandeel. Daarom is het proportioneel dat het voorstel op dit punt voorziet in een korte overgangsperiode van een jaar vanaf inwerkingtreding van de wet. Deze regeling is in overeenstemming met de bestaande bepaling uit artikel 2:82 lid 4 BW. Dit lid bevat thans al een regeling waarbij de naamloze vennootschap vrijwillig tot omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam kan overgaan.

De vennootschap die de aandelen aan toonder heeft uitgegeven, wordt gedurende zeven jaar na inwerkingtreding van deze wet verplicht om in het bestuursverslag aandeelhouders erop te wijzen dat hun verplichtingen zijn of worden opgeschort dan wel dat de aandelen zijn vervallen. Voor de BES is aansluiting gezocht bij de bestaande systematiek van bekendmaking in de Staatscourant.

Ten slotte kan een aandeelhouder na het verval van het aandeel geen beroep meer doen op de duplicaatsregeling uit artikel 2:86d BW om de vennootschap hem alsnog een nieuw stuk te laten verschaffen.

3. Effecten van het voorstel

3.1 Effecten van het voorstel

Het voorstel heeft tot gevolg dat burgers en bedrijven die houders van aandelen aan toonder hun aandelen aan toonder moeten inwisselen om de rechten verbonden aan de aandelen te kunnen blijven uitoefenen. De aandeelhouder kan alleen aanspraak maken op opgeschorte rechten, zoals winstuitkeringen, tot het moment waarop de aandelen om niet door de vennootschap zijn verkregen. Bedrijven (NV’s) die aandelen aan toonder hebben uitgegeven zullen toonderstukken moeten innemen en omzetten naar aandelen op naam. Daarvoor zullen de statuten in een voorkomend geval gewijzigd moeten worden. De meeste vennootschappen zullen zelf hun statuten wijzigen en aandeelhouders zullen met de wijziging van de statuten instemmen, omdat zij de rechten verbonden aan hun aandeel willen blijven uitoefenen. Daarom is de verwachting dat omzetting van rechtswege zich slechts in een beperkt aantal gevallen zal gaan voordoen. Dit geldt te meer, omdat de vennootschap er geen geldelijk voordeel mee kan behalen, omdat zij op basis van het overgangsrecht bij de eerstvolgende wijziging van de statuten na inwerkingtreding van de wet alsnog deze wijziging alsnog zal moeten doorvoeren. Voor opsporingsdiensten heeft het voorstel als voordeel dat inzichtelijker is wie de eigenaar is van een aandeel, wanneer dit is ingezet voor witwassen, de financiering van terrorisme of andere vormen van criminaliteit.

3.2 Regeldruk

Aandelen aan toonder kunnen alleen worden uitgegeven door naamloze vennootschappen. Op dit moment zijn er in Nederland ongeveer 4.050 naamloze vennootschappen. Daarvan zijn er ongeveer 4.000 niet-beursgenoteerd. Uit een onderzoek van de Erasmus Universiteit uit 2001 bleek dat van de destijds niet-beursgenoteerde naamloze vennootschappen ongeveer 18 procent van deze onderzochte vennootschappen beschikte over aandelen aan toonder.18 In ongeveer 60 procent van de onderzochte gevallen werden de aandelen aan toonder gehouden door een beperkt aantal, onderling samenwerkende, aandeelhouders. Naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is de omvang van het gebruik van aandelen aan toonder in Nederland nader onderzocht. Daarvoor is door de Belastingdienst door middel van zoektermen gezocht in alle aktes van naamloze vennootschappen (statutenwijziging, oprichting en inbreng) die vanaf 1 januari 2017 tot 15 november 2017 zijn gepasseerd door notarissen in Nederland. Dit waren in totaal 258 aktes. In deze aktes is vervolgens nader gezocht of er nog sprake was van een mogelijkheid om papieren aandelen aan toonder uit te geven. Vijf naamloze vennootschappen bleken nog over de mogelijkheid te beschikken om aandelen aan toonder uit te geven. In 37 gevallen hebben naamloze vennootschappen de mogelijkheid om certificaten aan toonder uit te geven.

Geëxtrapoleerd naar het huidige aantal naamloze vennootschappen betekent dit dat rond de 75 vennootschappen mogelijk aandelen aan toonder hebben. Rond de 600 naamloze vennootschappen hebben certificaten aan toonder, waarvan een deel eveneens aandelen aan toonder heeft.

Het merendeel van deze vennootschappen zal een beperkt aantal aandeelhouders hebben. Een deel van de vennootschappen dient als gevolg van dit voorstel de statuten te wijzigen omdat de statuten nog niet de mogelijkheid bieden om bestaande aandelen aan toonder om te zetten in aandelen op naam. De akte voor de statutenwijziging zal bij de notaris moeten worden gepasseerd en de notaris zal de akte moeten opstellen. De kosten worden hiervoor geschat op circa 450 euro per vennootschap. Aangezien niet duidelijk is bij hoeveel vennootschappen een statutenwijziging noodzakelijk is, kan geen inschatting worden gemaakt van de totale kosten. Indien ervan uit wordt gegaan dat de statutenwijziging noodzakelijk is voor alle vennootschappen die beschikken over aandelen aan toonder, komen de totale nalevingskosten als gevolg van de statutenwijziging neer op 270.000 (450 x 600) euro. Naar verwachting is het waarschijnlijker dat statutenwijziging slechts noodzakelijk is voor een deel van de vennootschappen die beschikken over aandelen aan toonder. Daarnaast zullen sommige vennootschappen niet tijdig hun statuten gewijzigd hebben. In dat geval luiden de aandelen aan toonder van rechtswege op naam en zullen de statuten moeten worden aangepast bij de eerstvolgende wijziging van de statuten na inwerkingtreding van de wet.

Een omzetting zal enige voorbereiding vragen voor de jurist van de onderneming. Daarnaast zal de vennootschap de toonderstukken moeten innemen en de houder als eigenaar op naam moeten registreren. Veelal zal het om een beperkt aantal toonderstukken gaan, omdat de meeste vennootschappen een beperkt aantal aandeelhouders hebben. Voor het organiseren van de aandeelhoudersvergadering in verband met de voorgestelde statutenwijziging worden geen kosten berekend, omdat de statutenwijziging kan meelopen met de jaarlijkse algemene vergadering van de vennootschap.

Afhankelijk van het aantal aandelen aan toonder dat door een vennootschap is uitgegeven zal het voorbereiden, innemen en registreren van de aandelen aan toonder een (jurist van een) vennootschap naar verwachting een uur tot enkele dagdelen kosten. Ervan uitgaande dat de helft van de vennootschappen maximaal vier dagdelen nodig heeft en de rest van de vennootschappen slechts een uur nodig heeft voor het voorbereiden, innemen en registreren van de aandelen zullen de totale kosten neerkomen op 168.300 euro (33x600/2 + 16x33x600/2) en gemiddeld 281 euro per vennootschap.19 Ook zal een vennootschap gedurende 7 jaar een passage over de inwisseling van de toonderstukken in het jaarverslag moeten opnemen. De kosten daarvan zijn te verwaarlozen.

Houders van de aandelen aan toonder (burgers) zullen ook kosten moeten maken om hun toonderstukken bij de vennootschap te kunnen inleveren. De totale kosten voor burgers kunnen niet worden ingeschat, omdat onbekend is hoeveel aandelen aan toonder er in circulatie zijn. De verwachting is dat dit aantal tamelijk gering zal zijn, gelet op de eerdere dematerialisatie van het overgrote deel van de aandelen aan toonder. Ook is niet in te schatten welke kosten de burger moet maken om de aandelen aan toonder voor omzetting fysiek aan te bieden aan de vennootschap.

Voor de BES zijn er geen specifieke gegevens bekend, maar wordt eveneens ingeschat dat de administratieve lasten beperkt zullen zijn.

4. Advies en consultatie20

Op 3 oktober 2016 hebben twee stakeholdersbijeenkomsten plaatsgevonden waarin een aantal mogelijkheden voor wetgeving zijn besproken ten behoeve van de identificatie van alle aandeelhouders aan toonder. Op deze stakeholdersbijeenkomsten waren onder andere vertegenwoordigers aanwezig van opsporingsdiensten, toezichthouders, ondernemers, non-gouvernementele organisaties en vertegenwoordigers uit de advocatuur en het notariaat.

Naar aanleiding van de stakeholdersbijeenkomst is niet gekozen voor een volledige afschaffing van toonderaandelen. Dit zou tot gevolg hebben dat het verzamelbewijs niet meer in stand kan worden gehouden en dit heeft mogelijk negatieve consequenties voor de girale verhandeling van aandelen die op een dergelijk bewijs zijn geregistreerd. Daarom is in het voorontwerp gekozen voor een systeem waarbij de houder van een aandeel aan toonder zijn aandelen bij een intermediair inlevert. Niet-ingeleverde aandelen zouden vervallen. De vennootschap was verplicht om de prijs van de niet-ingeleverde aandelen te consigneren aan de consignatiekas of de aandelen om te zetten in aandelen op naam. Vervolgens is een eerste versie van het voorontwerp besproken met de Commissie vennootschapsrecht. Naar aanleiding hiervan is het voorontwerp aangepast en is de memorie van toelichting gewijzigd. Van 11 april tot 11 mei 2017 is een voorontwerp geconsulteerd op internet. Er zijn 5 reacties ontvangen. Daarnaast is een advies van de Raad voor de rechtspraak ontvangen. Over het algemeen was er steun voor het doel van het wetsvoorstel. Naar aanleiding van de reacties is het voorontwerp aangepast. In het bijzonder bleek uit de consultatie dat banken in de regel niet meer beschikken over een loket waar aandelen aan toonder kunnen worden ingeleverd en dat er onevenredig hoge kosten met de herinrichting van deze loketten zouden zijn gemoeid. Daarom is afgezien van het voorstel uit het voorontwerp om de toonderstukken verplicht bij een intermediair in te leveren en is voorgesteld om de vennootschap de toonderstukken te laten innemen. De voorgestelde regeling waarin de prijs van niet ingewisselde aandelen in de consignatiekas zouden worden gestort, is eveneens herzien. Daarmee wordt voorkomen dat vermogen uit de vennootschap stroomt wanneer aandelen niet zijn ingeleverd en dat de minimumkapitaaleisen uit de Tweede kapitaalbeschermingsrichtlijn worden doorbroken.21 De Commissie vennootschapsrecht heeft op 31 oktober 2017 advies uitgebracht over het voorontwerp na consultatie. Naar aanleiding van dit advies is het voorstel aangepast voor die gevallen waarin de statuten niet door de vennootschap worden gewijzigd ten behoeve van de omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam. Deze verplichte wettelijke omzetting kan in de praktijk niet door vennootschappen worden doorgevoerd vanwege het ontbreken van instemming van aandeelhouders of doordat het bestuur van de vennootschap zelf inactief is gebleven. Aanvankelijk was voorzien in een procedure waarbij het bestuur van de vennootschap een statutenwijziging tot stand kon brengen door indiening van een verzoekschrift bij de Ondernemingskamer. De Commissie vennootschapsrecht heeft er op gewezen dat dit geen oplossing biedt voor de gevallen waarin het bestuur inactief blijft. De Commissie adviseert dat zou moeten worden overwogen om een omzetting van rechtswege van aandelen aan toonder in aandelen op naam te bewerkstelligen. Dit advies is overgenomen. De regeling bij de Ondernemingskamer geschrapt. Er is voorzien in een omzetting van rechtswege. Ook de overige adviezen van de Commissie vennootschapsrecht zijn overgenomen. In de artikelsgewijze toelichting is toegelicht op welke onderdelen dit tot wijzigingen van het voorstel heeft geleid.

Daarnaast is een ontwerpregeling voor de BES aldaar geconsulteerd bij de Orde van Advocaten en het plaatselijke notariaat. De reactie is meegenomen bij het opstellen van het wetsvoorstel voor de BES.

5. Overgangsrecht en inwerkingtreding

De vennootschap die geconfronteerd wordt met een omzetting van rechtswege van aandelen aan toonder in aandelen op naam is op basis van het overgangsrecht verplicht deze omzetting in de statuten te verwerken bij de eerstvolgende statutenwijziging na inwerkingtreding van het wetsvoorstel.

Ten aanzien van de inwerkingtreding vervalt de verplichting van de vennootschap om een vermelding in het bestuursverslag op te nemen zeven jaar na inwerkingtreding van deze wet, omdat de procedure voor identificatie van aandeelhouders aan toonder dan is afgerond. Daarnaast vervalt zeven jaar na inwerkingtreding van de wet artikel 86d. Dit artikel is niet meer noodzakelijk, na het verval van papieren aandelen aan toonder. Hetzelfde geldt voor artikel 105 leden 6 en 7 BW BES.

II. Artikelsgewijs

Artikel I

A

Artikel 2:82

Lid 1

Dit artikellid regelt dat naamloze vennootschappen na inwerkingtreding van dit wetsvoorstel geen individuele aandelen aan toonder meer kunnen uitgeven. De uitgifte van deze stukken kan alleen nog plaatsvinden door middel van een verzamelbewijs dat ter bewaargeving wordt aangeboden bij een intermediair of het centraal instituut als bedoeld in de Wge. De intermediair wordt aangewezen door de uitgevende instelling. Introductie van de voorgestelde wettelijke bepaling leidt ertoe dat regelingen in de statuten die hiermee in strijd zijn, vanaf de inwerkingtreding van deze wet ongeldig zijn. De beperking van de uitgifte van aandelen aan toonder heeft eveneens consequenties voor de bestaande leden 2 en 3 van artikel 82 van Boek 2 BW. De mogelijkheid die lid 2 van dit artikel geeft om een aandeel op naam om te zetten in een aandeel aan toonder is na de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel beperkt tot de bijschrijving op een verzamelbewijs. De tekst van het artikellid zelf hoeft daarvoor niet gewijzigd te worden. Het bestaande lid 3 van artikel 2:82 BW regelt dat individuele bewijzen van aandelen aan toonder alleen mogen worden afgegeven als ze zijn volgestort, kan vervallen. Aandelen aan toonder worden na inwerkingtreding van deze wet niet meer aan een aandeelhouder afgegeven.

Lid 3 (nieuw)

Het bestaande lid 3 vervalt. Het voorgestelde lid 3 verplicht vennootschappen om uiterlijk op 31 december 2019 aandelen aan toonder die niet in bewaring zijn gegeven bij een intermediair, als bedoeld in de Wge, om te zetten in een aandeel op naam. Het wetsvoorstel wijzigt de mogelijkheid om deze aandelen in bewaring te geven niet. Voor zover deze aandelen niet in bewaring zijn gegeven, dient een omzetting plaats te vinden doordat de vennootschap de niet in bewaring gegeven aandelen aan toonder omzet in aandelen op naam. Een deel van de vennootschappen zal reeds in de statuten de mogelijkheid hebben opgenomen dat de vennootschap aandelen aan toonder kan omzetten in aandelen op naam. Een ander deel zal deze mogelijkheid nog niet kennen. In dat geval is een statutenwijziging noodzakelijk om de aandelen aan toonder om te zetten in aandelen op naam. Voor een statutenwijziging is de instemming van aandeelhouders vereist. De verwachting is dat aandeelhouders hiermee zullen instemmen, omdat zij de rechten verbonden aan hun aandeel willen blijven uitoefenen. Wanneer de aandeelhouder zijn goedkeuring aan de statutenwijziging onthoudt, vindt een omzetting in de aandelen op naam van rechtswege plaats zoals voorgesteld in het nieuwe lid 4. De statuten van de vennootschap zijn in dat geval niet meer in overeenstemming met de wet en dienen op basis van het overgangsrecht bij de eerstvolgende wijziging na inwerkingtreding van deze wet te worden aangepast.

Ten slotte is de vennootschap verplicht om in een landelijk verspreid dagblad de omzetting van aandelen aan toonder aan te kondigen en de aandeelhouders te wijzen op de voorwaarden uit lid 5 tot en met 8. Dit is overeenstemming met het advies van de Commissie vennootschapsrecht om naast de vermelding in het bestuursverslag een additionele informatieverplichting in de wet op te nemen.

Daarnaast zal de Kamer van Koophandel deze verplichtingen op haar website bekendmaken. Daarmee is het advies van de Commissie vennootschapsrecht gevolgd om naamloze vennootschappen tijdig te informeren over deze omzetting.

Lid 4

Dit lid regelt dat aandelen aan toonder van rechtswege worden omgezet in aandelen op naam. Dit is noodzakelijk wanneer de aandeelhoudersvergadering niet voor 1 januari 2020 een goedkeurend besluit neemt over een voorgestelde statutenwijziging. Dit kan omdat het bestuur van de vennootschap niet tijdig een statutenwijziging heeft voorgelegd of dat aandeelhouders niet tijdig met een voorgestelde statutenwijziging hebben ingestemd.

Daarmee is opvolging gegeven aan het advies van de Commissie vennootschapsrecht om te onderzoeken of een omzetting van rechtswege mogelijk is. Het uitgangspunt blijft dat vennootschappen zelf hun statuten wijzigen, omdat een statutenwijziging primair een zaak is van de vennootschap en de aandeelhouders. Daarnaast vergroot een wijziging voorgesteld door de vennootschap ook de kenbaarheid voor aandeelhouders van de omzetting. Tijdige wijziging van de statuten door de vennootschap is in het belang van aandeelhouders aan toonder. Zij kunnen op deze manier hun aandeelbewijzen tijdig inleveren en hun rechten blijven uitoefenen. Voor die gevallen waarin geen statutenwijziging plaatsvindt, is nu voorzien in een omzetting in aandelen op naam van rechtswege. Dit neemt het zorgpunt van de Commissie weg dat juist in gevallen van misbruik van toonderaandelen de vennootschap geen actie zal ondernemen om de statuten te wijzigen.

Lid 5

Dit artikellid bevat het bestaande artikel 2:82 lid 4 BW dat een regeling bevat voor de uitoefening van rechten van aandelen aan toonder die door middel van een statutenwijziging zijn omgezet in aandelen op naam. Het artikellid regelt dat de rechten verbonden aan een aandelen op naam niet kunnen worden uitgeoefend totdat de houder van een aandeel aan toonder zijn aandeelbewijs bij de vennootschap inlevert. Bij de totstandkoming van deze bepaling is destijds voor een volledige opschorting van rechten gekozen in plaats van een opschorting van het stemrecht, het recht op uitkeringen of deelname aan de algemene vergadering (Kamerstukken II, 1999/2000, 26 277, nr. 6). Een dergelijke algehele opschorting van de rechten van de aandeelhouder werd op zijn plaats geacht in de gevallen waar de vennootschap niet bekend was met haar aandeelhouders terwijl de aandelen op naam luiden. Een opschorting van rechten kan soms resulteren in verval. Dit is bijvoorbeeld het geval voor het recht om een algemene vergadering bij te wonen dat zal moeten wijken voor het belang dat anderen hebben bij het tijdig houden van een algemene vergadering en een correcte besluitvormingsprocedure. In dat geval zal de mogelijkheid om de vergadering bij te wonen niet later alsnog kunnen worden uitgeoefend. In andere gevallen van opschorting zoals bij het recht op winstuitkering kan de uitoefening van dit recht op een later moment relatief eenvoudig herleven doordat opgeschorte winstuitkeringen alsnog worden uitbetaald (Kamerstukken II, 1999/2000, 26 277, nr. 5). Nieuw in het voorgestelde lid is dat deze regeling ook van toepassing is wanneer er geen sprake is van een statutenwijziging, maar van een omzetting in aandelen op naam van rechtswege.

Voorts is het bestuur van de vennootschap verplicht het omgewisselde aandeel te registreren in het register van de naamloze vennootschap op basis van artikel 2:85 BW. Dit zorgt ervoor dat de aandeelhouder geïdentificeerd kan worden.

Lid 6

Het voorgestelde lid 6 regelt dat de aandelen aan toonder waarvan de aandelenbewijzen niet uiterlijk op 31 december 2020 zijn ingeleverd bij de vennootschap of in bewaring zijn gegeven bij een intermediair om niet worden verkregen door de vennootschap. De vennootschap is verplicht de verkregen stukken om niet te behouden totdat de termijn is verlopen waarin een aandeelhouder een vervangend aandeel kan vorderen. Deze regeling geldt ongeacht of de statuten een dergelijke verkrijging uitsluiten of beperken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de statuten de overdraagbaarheid van aandelen op naam beperken (artikel 2:87 BW) of wanneer de vennootschap de mogelijkheid tot verkrijging van aandelen statutair heeft beperkt of uitgesloten. Eerder opgeschorte rechten gaan door de verkrijging om niet eveneens over op de vennootschap. De Commissie vennootschapsrecht adviseert om in de toelichting nader in te gaan op de jaarrekeningrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten van de verkrijging om niet door de vennootschap.

Op basis van artikel 2:378 BW zal de vennootschap in de jaarrekening melding moeten maken van de verkrijging van de eigen aandelen om niet. De verkregen aandelen om niet mogen niet van het geplaatst kapitaal worden afgetrokken (artikel 2:385, lid 5 BW). Aangezien de aandelen om niet zijn verkregen door de vennootschap hoeven de reserves niet te worden verminderd. De aandelen mogen gedurende de termijn waarop een aandeelhouder nog een vervangend recht op een aandeel kan uitoefenen niet worden vervreemd door de vennootschap. Wanneer de aandelen na deze termijn door de vennootschap vervreemd worden, wordt de opbrengst in de overige reserves op de balans opgenomen. Fiscaalrechtelijk zijn er geen bijzondere consequenties aan deze verkrijging en vervreemding verbonden.

De vennootschap wordt geregistreerd als aandeelhouder in het vennootschapsregister. Een notariële akte is in dit uitzonderlijke geval niet vereist omdat de verkrijging op basis van de wet plaatsvindt (art. 3:80, lid 3 BW).

Lid 7

Dit artikel regelt dat de vennootschap in afwijking van het bepaalde in artikel 2:98a lid 3 BW meer dan een tiende van het geplaatste kapitaal in eigen aandelen kan houden. Dit voorkomt dat de vennootschap aandelen moet vervreemden aan het bestuur of aandelen moet intrekken, wanneer zij door de verkrijging om niet meer dan een tiende van de aandelen houdt.

Lid 8

Een soortgelijke regeling als in artikel 2:98a lid 3 BW is opgenomen voor het geval de vennootschap door de verkrijging om niet alle aandelen in handen krijgt. In dat geval gaat één aandeel van rechtswege over op de gezamenlijke bestuurders. De vennootschap kan daarvoor een aandeel aanwijzen en vervolgens kunnen de gezamenlijke bestuurders als aandeelhouder van dit aandeel in het vennootschapsregister worden geregistreerd op de datum dat de vennootschap de overige aandelen om niet verkrijgt. Dit voorkomt dat de vennootschap in strijd handelt met het bepaalde in artikel 2:64 BW. De Commissie vennootschapsrecht adviseerde om in de toelichting nader in te gaan op de wijze waarop misbruik van de deze overgang kan worden tegengegaan en op de vraag hoe de aanspraken van bestuurders op de aandelen geduid moeten worden. Naar aanleiding hiervan is in dit lid opgenomen dat bestuurders na de verkrijging tegenover de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de waarde van het aandeel (« de verkrijgingsprijs») vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van de verkrijging. Het aandeelhouderschap van de bestuurders hangt samen met hun functie en dient bij terugtreden van een bestuurder te worden overgedragen op een opvolgend bestuurder volgens de reguliere wijze van overdracht van aandelen. De Commissie vennootschapsrecht vraag daarnaast in haar advies om in de toelichting nader in te gaan op de jaarrekeningrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten van de verkrijging door de gezamenlijke bestuurders. De verkrijging van de gezamenlijke bestuurders heeft verder geen gevolgen voor de jaarrekening van de vennootschap omdat deze aandelen om niet zijn verkregen en ook weer om niet worden overgedragen aan de gezamenlijke bestuurders. Ook zijn er geen bijzondere fiscaalrechtelijke consequenties.

De Afdeling advisering van de Raad van State vroeg of de afzonderlijke bestuurders ook in privé een aanspraak hebben op het gezamenlijk te houden aandeel. Ook vroeg de Afdeling of de aandelen en de bedoelde rechten vatbaar zijn voor beslag en of die in voorkomende gevallen tot een failliete boedel kunnen gaan behoren indien één van de bestuurders failliet wordt verklaard (of ingeval van surséance van betaling). Daarnaast vroeg de Afdeling van welke waarde van de aandelen moet worden uitgegaan; nominaal of intrinsiek.

De waarde van het aandeel is de intrinsieke waarde van het aandeel op het moment van verkrijging. Het aandeel is gemeenschappelijk eigendom van de bestuurders; ieder voor een gelijk deel (artikel 3:166 BW). Er is sprake van een algemene gemeenschap. Bestuurders kunnen onderling een beheersregeling afspreken met bijzondere afspraken over het genot, gebruik en beheer. De verkrijging van het gezamenlijk aandeel vanuit de hoedanigheid van bestuurder zorgt ervoor dat een bestuurder niet zonder instemming van de andere bestuurders over zijn deel kan beschikken (Kamerstukken II, 1970–1971, 3770, nr. 5, p. 206–207). Het ligt voor de hand dat de vennootschap vastlegt of de bestuurders onderling vastleggen hoe met de situatie moet worden omgegaan dat een bestuurder bijvoorbeeld vertrekt of overlijdt. In dat soort gevallen kan worden bepaald dat het aandeel in het gemeenschappelijke aandeel van de defungerende bestuurder moet worden aangeboden aan de opvolgende of achterblijvende bestuurders. Dit voorkomt enerzijds dat een derde (die geen band heeft met de vennootschap) toetreedt tot de gemeenschap en anderzijds dat aftredende bestuurder (of diens erfgenamen) niet met zijn deel van het gezamenlijk te houden aandeel blijft zitten. Datzelfde geldt voor het bijzondere geval dat een derde beslag legt op het aandeel in de gemeenschap vanwege de schulden van een individuele bestuurder of dat die bestuurder zelfs failliet gaat. Ook dan is het wenselijk dat het aandeel in de gemeenschap wordt aangeboden aan de zittende bestuurders.

Hoewel schuldeisers het aandeel van de bestuurder in de gemeenschap kunnen uitwinnen (artikel 3:175 lid 3 BW), geeft de Parlementaire Geschiedenis van boek 3 BW aan dat de overige bestuurders ter gelegenheid van de executie zelf een bod op het uit te winnen aandeel kunnen doen (Kamerstukken II, 1970–1971, 3770, nr. 5, p. 207–208). Daarmee kan worden voorkomen dat een deelgenoot toetreedt tot de gemeenschap, die geen hoedanigheid van bestuurder heeft.

Overigens merk ik op dat mijn verwachting is dat een van de laatstgenoemde situaties zich in de praktijk niet of hoogst zelden zal voordoen. Er zijn slechts enkele vennootschappen die nog over papieren aandelen aan toonder beschikken. Een dergelijke situatie kan vervolgens alleen ontstaan wanneer er uitsluitend papieren aandelen aan toonder zijn en geen enkele aandeelhouder zich meldt voor omwisseling van zijn stukken. Slechts in dat geval wordt de vennootschap eigenaar van alle aandelen en zou één aandeel op de gemeenschappelijke bestuurders overgaan.

Lid 9

Lid 9 bevat een regeling voor de houder van een voormalig toonderaandeel dat is omgezet in een aandeel op naam, die zich binnen vijf jaar na de verkrijging door de vennootschap alsnog meldt met een toonderbewijs. Een aandeelhouder die zich uiterlijk op 1 januari 2026 alsnog meldt bij de vennootschap met een aandeelbewijs heeft recht op een vervangend aandeel op naam van de vennootschap. De termijn van vijf jaar komt overeen met de verjaringstermijn die thans gebruikelijk is vorderingen (artikel 3:307 BW). Deze regeling zorgt er enerzijds voor dat wordt voorzien dat een aandeelhouder gedurende een overgangsperiode alsnog zijn eigendomsrecht kan uitoefenen. De regeling is een alternatief voor de regeling in het voorontwerp waarbij de vennootschap de prijs van de aandelen na het verval in één keer in de consignatiekas moest storten. Deze regeling had als nadeel dat vermogen de vennootschap verlaat en dat de vennootschap daardoor mogelijk niet meer aan de minimumkapitaaleisen uit de Tweede kapitaalbeschermingsrichtlijn voldoet. Het vervangend recht op een aandeel is een vorderingsrecht waardoor de vennootschap ermee kan volstaan een soortgelijk aandeel te verschaffen als het aandeel van de aandeelhouder. De Commissie vennootschapsrecht adviseert nader in te gaan op de vraag of verkregen aandelen aan toonder moeten worden ingetrokken of van rechtswege vervallen en of het recht op een vervangend aandeel uitgifte van een nieuw aandeel vergt, of aan die intrekking en uitgifte een besluit van een orgaan van de vennootschap ten grondslag moet liggen, en zo ja, welk orgaan daartoe dan bevoegd is, alsmede hoe storting op nieuw uit te geven aandelen dient plaats te vinden. De vennootschap is verplicht de verkregen stukken om niet te behouden totdat de termijn is verlopen waarin een aandeelhouder een vervangend aandeel kan vorderen. Intrekking of vervreemding is in deze periode niet mogelijk, omdat in lid 6 is bepaald dat de vennootschap om niet verkregen aandelen houdt totdat de vijfjaarstermijn is verstreken. De vennootschap is niet verplicht de aandeelhouder die een beroep doet op zijn vorderingsrecht hetzelfde aandeel te verschaffen als het aandeel dat zij om niet heeft verkregen. De vennootschap kan één van de aandelen overdragen aan de aandeelhouder.

De aandeelhouder kan alleen aanspraak maken op opgeschorte rechten, zoals winstuitkeringen, tot het moment waarop de aandelen om niet door de vennootschap zijn verkregen.

Lid 10

Dit artikellid regelt dat vennootschappen waarvan de aandelen aan toonder van rechtswege in aandelen op naam worden omgezet, bij de eerstvolgende wijziging van de statuten na de inwerkingtreding van deze wet deze wijziging ook doorvoeren in de statuten.

B

Artikel 86d dat regelt dat de vennootschap aan de houder van een aandeel aan toonder een duplicaat kan verschaffen. Dit artikel is na de afschaffing van de individuele aandelen aan toonder niet meer noodzakelijk en is daarom geschrapt.

C

Dit artikel zorgt ervoor dat certificaten aan toonder van aandelen in een naamloze vennootschap na de inwerkingtreding van de wet niet meer in omloop mogen zijn. De uitgifte van certificaten op naam wordt niet verhinderd door dit artikel. De uitgifte van certificaten aan toonder is nietig. De houder van aandelen aan toonder kan zijn rechten niet uitoefenen zolang er certificaten aan toonder van zijn aandelen uitstaan. Dit is overeenkomstig de regeling voor besloten vennootschappen (artikel 2:202 BW). De introductie van een dergelijke beperking is noodzakelijk om te voorkomen dat de identificatie van aandeelhouders aan toonder er in resulteert dat personen die niet identificeerbaar willen zijn voor opsporingsautoriteiten in de toekomst hun toevlucht gaan zoeken in de handel in certificaten aan toonder. Daarmee is opvolging gegeven aan het advies van de Commissie vennootschapsrecht.

D

Artikel 2:391 lid 2 BW

De toevoeging van deze zin in lid 2 van artikel 391 BW regelt dat een naamloze vennootschap in het bestuursverslag mededeling doet van de opschorting van de rechten van houders van aandelen aan toonder en het verval van hun aandelen. Dit zorgt ervoor dat aandeelhouders kennis kunnen nemen van de mogelijkheid dat hun aandelen vervallen. Naast deze mededeling kan de vennootschap eveneens ervoor kiezen om haar aandeelhouders via andere kanalen te informeren, zoals via een website, indien beschikbaar, of agendering op de algemene vergadering.

Artikel II

Dit artikel wijzigt Boek 2 BW van Bonaire, Eustatius en Saba («BES»), zodat houders van aandelen aan toonder ook daar geïdentificeerd kunnen worden. Dit is noodzakelijk, omdat de aanbevelingen van het Global Forum zich mede op het Caraïbisch deel van Nederland richten. De Wet giraal effectenverkeer is niet van toepassing op de BES. Het is niet noodzakelijk de mogelijkheid tot afgifte van een verzamelbewijs in stand te laten met het oog op de girale levering van aandelen. Aandelen aan toonder kunnen zodoende op de BES in het geheel worden afgeschaft.

A

Artikel 104

Lid 2

De tweede zin van dit artikellid komt te vervallen. Deze zin regelde dat in de akte van oprichting van een naamloze vennootschap wordt voorzien in de mogelijkheid om aandelen op naam op verzoek van de aandeelhouder om te zetten in aandelen aan toonder door afgifte van een aandeelbewijs wordt geschrapt. Het gevolg is dat in de toekomst alleen nog aandelen op naam in een naamloze vennootschap kunnen worden gehouden.

Lid 3

Dit lid is niet meer nodig, omdat er geen aandelen aan toonder meer kunnen worden uitgegeven.

B

Dit artikel stelt een nieuw artikel 105 voor.

Lid 1

Het bestaande lid 2 van artikel 105 is vernummerd in lid 1 en de eerste zin van het artikellid is aangepast. De gewijzigde eerste zin regelt dat de vennootschap door een statutenwijziging aandelen aan toonder omzet in aandelen op naam. De omzetting dient uiterlijk op 31 december 2019 plaats te vinden. De verplichting wordt bekendgemaakt via een oproep in de Staatscourant (artikel 2:130 BW BES). Een verplichting om deze omwisseling, net als in Europees Nederland, in de toelichting bij de jaarrekening op te nemen, is daarom niet meer noodzakelijk. Na de omzetting kunnen aandeelhouders hun rechten niet uitoefenen totdat het aandeelbewijs is ingeleverd bij de vennootschap en de aandeelhouder is ingeschreven in het aandeelhoudersregister (artikel 2:301 lid 5 BW BES).

Lid 2

Dit lid regelt dat aandelen aan toonder van rechtswege in de statuten worden omgezet in aandelen op naam. Dit is noodzakelijk wanneer de aandeelhoudersvergadering niet voor 1 januari 2020 een goedkeurend besluit neemt over een voorgestelde statutenwijziging en deze wijziging door de vennootschap is doorgevoerd. Dit kan omdat de vennootschap niet tijdig een statutenwijziging heeft voorgelegd of dat aandeelhouders niet tijdig met een voorgestelde statutenwijziging hebben ingestemd. Dit neemt het zorgpunt van de Commissie weg dat juist in gevallen van misbruik van toonderaandelen de vennootschap geen actie zal ondernemen om de statuten te wijzigen.

Lid 3

Lid 3 regelt dat de aandelen waarvan de toonderstukken niet uiterlijk op 31 december 2020 zijn ingeleverd bij de vennootschap om niet worden verkregen door de vennootschap. Dit geldt ongeacht of de statuten een dergelijke verkrijging uitsluiten of beperken. Een akte is in dit uitzonderlijke geval niet vereist omdat de verkrijging op basis van de wet plaatsvindt (art. 3:80, lid 3 BW BES).

Boek 2 BW BES bevat verder geen specifieke wettelijke beperkingen met betrekking tot het houden van eigen aandelen door de vennootschap. Artikel 110 bevat wel de mogelijkheid om de levering van aandelen op naam in de statuten te beperken of uit te sluiten. Daarom is de zinssnede «ongeacht of de statuten de verkrijging van eigen aandelen toestaan» gehandhaafd. Dit voorkomt dat een statutaire beperking of uitsluiting van de levering van aandelen in de weg staat aan de levering van de omgezette aandelen aan toonder aan de vennootschap.

Lid 4

Dit artikellid bevat een regeling voor het geval de vennootschap door de verkrijging om niet alle aandelen in de vennootschap houdt. In dat geval gaat één aandeel over op de gezamenlijke bestuurders. De vennootschap kan daarvoor een aandeel aanwijzen en vervolgens kunnen de gezamenlijke bestuurders als aandeelhouder van dit aandeel in het vennootschapsregister worden geregistreerd op de datum dat de vennootschap de overige aandelen om niet verkrijgt. Dit voorkomt dat de vennootschap in strijd handelt met het bepaalde in artikel 2:100 BW BES. Bestuurders zijn na de verkrijging tegenover de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de vergoeding van de verkrijgingsprijs vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van verkrijging. Het aandeelhouderschap van de bestuurders hangt samen met hun functie en dient bij terugtreden te worden overgedragen op een opvolgend bestuurder volgens de reguliere wijze van overdracht van aandelen.

Lid 5

Lid 5 bevat een regeling voor het verval van een voormalig toonderaandeel dat is omgezet in een aandeel op naam, maar waarvoor zich binnen vijf jaar na verval alsnog een aandeelhouder meldt met een aandeelhoudersbewijs. Een aandeelhouder die zich na het verval van zijn aandeel maar uiterlijk voor 2 januari 2026 alsnog meldt bij de vennootschap met een aandeelbewijs ontvangt een vervangend aandeel op naam. Deze vordering vervalt na vijf jaar. Dit komt overeen met de verjaringstermijn die thans gebruikelijk is voor vorderingen (artikel 3:307 BW BES). Deze regeling zorgt ervoor dat een aandeelhouder ook na verval van zijn aandeel gedurende een overgangsperiode nog zijn aandeelhoudersrechten kan uitoefenen. De aandeelhouder kan alleen aanspraak maken op opgeschorte rechten, zoals winstuitkeringen, tot het moment waarop de aandelen om niet door de vennootschap zijn verkregen.

Lid 6

Dit artikellid vervalt, omdat het niet noodzakelijk meer is na de afschaffing van de aandelen aan toonder. Tot die tijd kunnen aandeelhouders zich nog beroepen op het verlies van een aandeelbewijs. Dit is de reden dat dit lid niet vervalt bij de inwerkingtreding van de wet, maar pas op het moment dat de aandelen aan toonder vervallen. In artikel IV is hiervoor een regeling opgenomen.

Lid 7

Lid 7 bevat de tekst van het huidige lid 1 van artikel 105 BW BES. Dit artikellid is niet meer nodig, omdat er geen aandelen aan toonder meer kunnen worden uitgegeven. Bestaande aandelen aan toonder moeten worden ingeleverd. Niet ingeleverde aandelen vervallen. Tot die tijd kunnen aandeelhouders zich nog beroepen op de goede trouw bij de verkrijging van een toonderstuk. Dit is de reden dat dit lid niet vervalt bij de inwerkingtreding van de wet, maar pas op het moment dat de aandelen aan toonder vervallen. In artikel IV is hiervoor een regeling opgenomen. Vanwege het beoogde verval van dit artikellid is er voor gekozen dit lid te verplaatsen naar het laatste lid van artikel 105. De bestaande leden van dit artikel hoeven zodoende bij het verval van dit lid niet vernummerd te worden.

Lid 8

Dit artikellid regelt dat vennootschappen waarvan de aandelen aan toonder van rechtswege in aandelen op naam worden omgezet, bij de eerstvolgende wijziging van de statuten na de inwerkingtreding van deze wet deze wijziging ook doorvoeren in de statuten.

C

Dit artikel zorgt ervoor dat certificaten aan toonder van aandelen in een naamloze vennootschap na de inwerkingtreding van de wet niet meer in omloop mogen zijn. Voor de toelichting wordt naar de soortgelijke regeling in het BW verwezen.

Artikel III

Dit artikel regelt dat artikel 391, lid 2, derde zin van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die krachtens artikel I onderdeel C is toegevoegd, vervalt. Artikel V regelt dat dit zeven jaar na inwerkingtreding gebeurt. Dit beperkt de lasten voor vennootschappen die aandelen aan toonder hebben uitgegeven.

Artikel IV

Dit artikel regelt dat artikel 2:105, lid 7, BW BES op hetzelfde moment vervalt als bestaande aandelen aan toonder, die niet zijn omgezet in aandelen op naam. Dit geldt eveneens voor de regeling met betrekking tot verkrijging van toonderstukken ter goeder trouw uit artikel 2:105, lid 8, BW BES.

Artikel V

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de artikelen I tot en met III. Zeven jaar na inwerkingtreding van de wet vervalt artikel 86d, omdat dit artikel niet meer noodzakelijk is na het verval van aandelen aan toonder. Hetzelfde geldt voor artikel 105 leden 6 en 7 BW BES. Ten slotte regelt dit onderdeel dat de verplichte vermelding van de regeling voor de inwisseling van aandelen aan toonder in het jaarverslag van de vennootschap na zeven jaar kan vervallen, omdat de procedure voor identificatie van aandeelhouders aan toonder dan is afgerond.

Artikel VI

Dit artikel bevat de citeertitel.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Het Global Forum is een multilateraal samenwerkingsverband van meer dan 100 jurisdicties dat toeziet op de implementatie van de door de G-20 voorgeschreven internationale standaard op het gebied van transparantie en informatie-uitwisseling voor belastingdoeleinden.

X Noot
2

De FATF is een internationaal orgaan dat samen met de zusterorganisaties van de FATF ruim 190 jurisdicties bestrijkt. Doel van de FATF is om op mondiaal niveau het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en andere hieraan verwante bedreigingen voor de integriteit van het internationale financiële stelsel te voorkomen en te bestrijden. De FATF heeft hiertoe 40 aanbevelingen ontwikkeld waarin internationale standaarden zijn vastgelegd die landen geacht worden te implementeren in hun nationale wet- en regelgeving en beleid – beter bekend als de FATF-aanbevelingen. Het FATF evalueert regelmatig of landen in hun wet- en regelgeving opvolging hebben gegeven aan de aanbevelingen.

X Noot
3

Artikel 26 juncto 45 Wge. Uitlevering uit een verzamel- en girodepot is alleen mogelijk aan een centraal instituut, zoals Euroclear Nederland, in het buitenland.

X Noot
4

Tot 2012 aanbeveling 33, thans aanbeveling 24, The Financial Action Task Force, International Standards on Combatting Money Laundering and the Financing of Terrorism & Proliferation, The FATF Recommendations, 2012, http://www.fatf-gafi.org/media/fatf/documents/recommendations/pdfs/FATF_Recommendations.pdf

X Noot
5

OESO, Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes, Peer Review Report, 2011, The Netherlands, p. 119 en OESO Global Forum on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes, Peer Review Report, 2013, The Netherlands, p. 121.

X Noot
6

FATF, Mutual Evaluation of the Netherlands, 2nd Follow up report, 2014, p.40.

X Noot
7

Wet van 14 december 2005 houdende de afschaffing van de effecten aan toonder, BS 23 december 2005.

X Noot
8

Art. 5, Wet afschaffing van de effecten aan toonder.

X Noot
9

Artikel 84, Small Business, Enterprise and Employment Act 2015.

X Noot
10

Artikel 1, Gesetz zu änderung des Aktiengesetz, Bundesgesetzblatt 2015, nr. 55.

X Noot
11

De CFATF is een van de negen zogeheten «FATF Style Regional Bodies». Dit een regionale »zusterorganisatie» van de FATF. Zie https://www.cfatf-gafic.org/

X Noot
12

Kamerstukken II, 2015/2016, 31 477, nr. 10.

X Noot
13

Ernst & Young Forensic Services B.V., Misbruik van Toondereffecten, September 2001, p. 40.

X Noot
14

De aanbevelingen van de FATF en van het Global Forum hebben ook betrekking op de andere landen in het Koninkrijk der Nederlanden, te weten Curaçao, Sint Maarten en Aruba. Het wetsvoorstel heeft geen betrekking op de regelgeving van deze landen.

X Noot
15

Ernst & Young Forensic Services B.V., Misbruik van Toondereffecten, September 2001, p. 40.

X Noot
16

EHRM, 12 oktober 1982, nr. 8588/79 en 8589/79 (Bramelid en Malström t. Zweden).

X Noot
17

EHRM, 9 oktober 2008, nr. 38238/04 (Forminster Enterprises Limited v. Czech Republic)

X Noot
18

Ministerie van Financiën, interim-rapportage, «Werkgroep Effecten aan Toonder», december 2001, p. 6.

X Noot
19

Bijlage 5,Tabel uurtarieven bedrijven en professionals, Handboek meting regeldruk, 2014.

X Noot
20

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
21

Richtlijn 2017/1132/EU van het Europees parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht. Pb. 2017, L 169, p. 46.