34 880 Evaluatie Jeugdwet

B BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2018

In navolging op onze brief van 30 januari jl.1 ontvangt u hierbij, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, het programma «Zorg voor de Jeugd»2 en de vierde jaarrapportage van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ)3. Uw Kamer heeft ons tevens verzocht om in te gaan op een aantal lopende moties en toezeggingen. Met deze brief voldoen wij aan dat verzoek.

Programma Zorg voor de Jeugd

Bij brief van 30 januari jl.4 hebben wij u aangegeven dat wij uw Kamer onze beleidsreactie op de tussenevaluatie van de Jeugdwet in april zouden doen toekomen in de vorm van een nieuw programma Zorg voor de Jeugd.

De afgelopen tijd zijn we hard aan de slag gegaan om te kijken wat nodig is. De uitkomsten van de evaluatie en de acties in het bijgevoegde programma hebben we besproken tijdens rondetafelbijeenkomsten, landelijk en regionaal en een 24-uursbijeenomst op 22 maart 2018 samen met cliëntvertegenwoordigers, en verschillende organisaties en sleutelpersonen die werken met en voor de jeugd. Wij zijn hen zeer erkentelijk voor hun inbreng en inspiratie. Bijgevoegd ontvangt u gebundeld de verslagen5 van die bijeenkomsten.

We hebben gezamenlijk zes concrete doelen geformuleerd:

  • 1. betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen;

  • 2. meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien;

  • 3. alle kinderen de kans bieden zich optimaal te ontwikkelen;

  • 4. kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden;

  • 5. jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt;

  • 6. investeren in vakmanschap van jeugdprofessionals.

Deze doelen willen we bereiken met zes inhoudelijke actielijnen die in het bijgevoegde programma zijn uitgewerkt. Voor het realiseren van deze actielijnen zijn veel partijen nodig: lokaal, regionaal en landelijk.

Voor de periode 2018 tot en met 2020 is een bedrag van € 108 miljoen via het Transformatiefonds beschikbaar (kabinet 54 mln. en gemeenten 54 mln.) om de vernieuwing en verbetering van de jeugdhulp te ondersteunen. Om voor een bijdrage in aanmerking te komen worden «Regionale deals Jeugd» gesloten. Daarvoor stellen jeugdhulpregio’s een driejarig transformatieplan op dat aansluit op de actielijnen van het programma «Zorg voor de Jeugd». Het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ) gaat gemeenten – in vervolg op de TAJ en het programma zorglandschap – hierbij ondersteunen en adviseren.

De lokale en regionale aanpak ondersteunen we ook met aanpassingen van het wettelijk kader. Een wetsvoorstel inzake de vermindering van de uitvoeringslasten en de regionale samenwerking is reeds ingediend.6 De aanpassing van het woonplaatsbeginsel van de Jeugdwet en het centraliseren van de functies van de kindertelefoon en het vertrouwenswerk jeugd zijn op dit moment in voorbereiding. Uit het voorliggende programma kunnen daarnaast verschillende nieuwe wetswijzigingen voortvloeien, zoals het verlengen van de pleegzorg naar 21 jaar en de harmonisatie van de rechtspositie jeugd in gesloten instellingen.

De resultaten van het programma gaan we volgen en meten. Met een enquête vragen we jongeren en gezinnen zelf of ze zich merkbaar beter ondersteund voelen. Mede om leren in de praktijk te stimuleren zal het OZJ ontwikkelingen in de jeugdhulp volgen en, waar nodig en gewenst, aanvullend onafhankelijk onderzoek uitzetten.

Samen met de VNG, de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) en de landelijke cliëntenorganisaties bespreken we de voortgang van het programma periodiek in bestuurlijk overleg en zoeken we samen naar oplossingen voor knelpunten die zich voordoen bij de uitvoering. Wij zullen uw Kamer twee maal per jaar informeren over de voortgang van de acties en resultaten van het programma. Dat gebeurt in het voorjaar (mei) en in het najaar (november) op basis van de actuele CBS-cijfers en beschikbare nadere onderzoeken.

Voor de zomer dit jaar zullen de Minister van VWS en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media (BVOM) een brief aan de Tweede Kamer sturen over hun ambities op het gebied van de combinatie van onderwijs en zorg.

TAJ rapportage

In haar vierde jaarrapportage7 stelt de TAJ dat de Jeugdwet hoge ambities heeft die breed worden gedragen. Tijdens de transitie zijn grote veranderingen doorgevoerd in de toegang, structuren en samenwerkingsrelaties. Ook is er groot draagvlak bij alle betrokken partijen om de veranderopgave die voortvloeit uit de decentralisatie op te pakken. Wel stelt de TAJ dat ook drie jaar na de inwerkingtreding van de Jeugdwet deze veranderopgave nog onverminderd groot is en de beoogde transformatie meer tijd vergt dan vooraf werd gedacht. Kortom, tussen droom en daad staat niet de Jeugdwet in de weg, maar wel de weerbarstige praktijk. Daarbij merkt de TAJ op dat de transformatie nog te beperkt wordt ingezet, namelijk alleen op het jeugdstelsel zelf. De leefwereld van ouders en kinderen beperkt zich echter niet tot het jeugdstelsel, maar spreidt zich ook uit over andere domeinen als onderwijs, veiligheid en huisvesting. De TAJ stelt dat het nog onvoldoende is gelukt om te transformeren over het domein van de Jeugdwet heen. De TAJ vindt het hierbij noodzakelijk dat:

  • alle betrokkenen gezamenlijk concreet maken wat ze bedoelen met «passende jeugdhulp» en zorgvernieuwing, en dat als uitgangspunt nemen bij contractering: het moet gaan over de maatschappelijke opgave;

  • hardnekkige knelpunten, ondermeer rondom inkoop, verantwoording en betaling doortastend worden aangepakt;

  • de transformatie realistisch en stap voor stap wordt aangepakt.

Het bijgevoegde programma Zorg voor de Jeugd haakt in op de door de TAJ geconstateerde knelpunten. Doordat het programma in gezamenlijkheid is opgesteld met cliënten, gemeenten en aanbieders kunnen we de komende jaren de slag maken om het jeugdhulpstelsel beter aan te laten sluiten op de (zorg)behoeften van kinderen en ouders.

Moties en toezeggingen

Uw Kamer heeft ons verzocht om u per brief op de hoogte te stellen van een aantal moties en toezeggingen die bij de behandeling van de Jeugdwet aan de orde zijn gekomen. Hierbij voldoen wij aan dat verzoek.

Beschikbaarheid Landelijk Werkende Instellingen

Het lid Kuiper heeft via een motie8 gevraagd om een regeling te treffen voor Landelijk Werkende Instellingen (LWI’s) om de beschikbaarheid van deze zorg te waarborgen en een zachte landing in het nieuwe stelsel te bewerkstelligen. Aan deze motie is op twee wijzen invulling gegeven. Allereerst heeft de VNG landelijke inkoopafspraken gemaakt voor die vormen van zeer specialistische jeugdhulp waarvan zelfs op landelijk niveau slechts beperkt behoefte aan is. Inkoop op gemeentelijk, regionaal of zelfs bovenregionaal niveau is in deze gevallen kwetsbaar, omdat zelfs op bovenregionaal niveau slechts sporadisch gebruik hoeft te worden gemaakt van deze specialistische jeugdhulpvormen.

Daarnaast is in 2014 de Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) opgericht. De TAJ heeft door middel van haar bemiddelende rol veel betekend voor de zachte landing van de LWI’s en bovenregionaal werkzame jeugdhulpaanbieders en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) in het nieuwe stelsel. Daarnaast heeft de TAJ de taak om aanvragen o.b.v. de subsidieregeling bijzondere transitiekosten Jeugdwet te beoordelen, en de ministeries van VWS en JenV te adviseren over het toekennen van een subsidie aan een jeugdhulpaanbieder. Deze regeling biedt specifiek voor instellingen die voor een groot aantal gemeenten werkzaam zijn, waaronder de LWI’s, de mogelijkheid om liquiditeitssteun te ontvangen indien de bekostiging van gemeenten op zich laat wachten.

De TAJ en de subsidieregeling zouden respectievelijk per 1 april 2018 en 1 januari 2018 ophouden te bestaan, maar zowel de TAJ als het onderdeel 2c uit de subsidieregeling (liquiditeitssteun) is verlengd tot 1 januari 2019.

Meldpunt voor ouders, professionals en gemeenten

Bij de behandeling van de Jeugdwet heeft het lid Beuving per motie9 gevraagd om een meldpunt in te richten waar ouders, professionals en gemeenten terecht kunnen met vragen, signalen en suggesties over het overhevelen van de Jeugd-GGZ naar gemeenten. Van 1 januari 2015 tot 31 december 2016 heeft VWS de Monitor Transitie Jeugd gesubsidieerd. Deze Monitor is door cliëntenorganisaties in de jeugdhulp uitgevoerd, onder coördinatie van het Landelijk Platform GGZ (thans MIND). Aan de Monitor konden signalen over de veranderingen in de jeugdhulp, inclusief de geestelijke gezondheidszorg, worden doorgegeven. In totaal hebben ouders en jongeren meer dan 1000 signalen doorgegeven over hun ervaringen. Deze zijn met gemeenten, rijk en jeugdhulporganisaties besproken.

Kwaliteit en toegankelijkheid

Het lid Beuving heeft via een motie10 verzocht om de Kamer jaarlijks te informeren over kwaliteit en toegankelijkheid van het jeugdhulpsysteem in relatie tot de financiële randvoorwaarden voor de gemeenten. In het gesprek met gemeenten en jeugdhulpaanbieders zijn de twee door het Kamerlid Beuving aan elkaar gekoppelde onderwerpen in deze motie veelvuldig onderwerp van discussie en gesprek. Ook in de correspondentie met uw Kamer en met de Tweede Kamer is de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan deze onderwerpen. Onlangs is aan uw Kamer de tussenevaluatie van de Jeugdwet verstuurd. Hier is eveneens nadrukkelijk aandacht besteed aan zowel de kwaliteit en toegankelijkheid van het stelsel als aan de financiële randvoorwaarden. In de volgende evaluatie van de Jeugdwet zal hier wederom aandacht voor zijn.

Pilots praktijkmodellen

Bij de behandeling van de Jeugdwet11 op 11 februari 2014 heeft de toenmalige Staatssecretaris van VWS uw Kamer toegezegd om in samenwerking met gemeenten, de Jeugd-GGZ, huisartsen, cliëntorganisaties en zorgverzekeraars een pilot te organiseren om praktijkmodellen uit te werken voor de organisatie en de bekostiging van de Jeugd-GGZ. Over deze toezegging is al gerapporteerd in de commissiebrief inzake het halfjaarlijks rappel toezeggingen en het overzicht welke op 12 maart 2018 aan uw Kamer is verstuurd12.

Domeinoverstijgende gegevensuitwisseling

Met de invoering van de Jeugdwet zijn door het Ministerie van Justitie en Veiligheid diverse activiteiten ondernomen om de praktijk te ondersteunen, waaronder het organiseren van masterclasses voor gemeenteambtenaren, het mede-organiseren van de privacyconferentie «In goed vertrouwen» en het ontwikkelen van de privacy-app voor professionals en burgers. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft vorig jaar ook het handvat gegevensdeling in het zorg- en veiligheidsdomein opgesteld en trainingen ontwikkeld. Deze trainingen worden momenteel gegeven.

Toch zijn er aanhoudende signalen over onduidelijkheden in de regelgeving – enerzijds over het feit dat er te ruime gegevensuitwisseling plaatsvindt, anderzijds dat wetgeving te weinig ruimte biedt aan professionals om gegevensuitwisseling mogelijk te maken. De regels rond privacy staan integrale hulp en ondersteuning van gezinnen met multiproblemen in de weg, zo wordt gemeld in de ronde

tafelbijeenkomsten bij de evaluatie van de Jeugdwet. De toenmalig Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft uw Kamer bij de behandeling van de Jeugdwet op 11 februari 2014 toegezegd om domeinoverstijgende gegevensuitwisseling wettelijk mogelijk te maken, indien de noodzaak hiertoe bestaat. De departementen gaan in het kader van het programma Sociaal Domein, onder regie van de Minister van BZK (als coördinerend departement voor de decentralisaties) en samen met andere betrokkenen aan de slag met de wetgeving ten aanzien van de gegevensuitwisseling.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstukken II 2017–2018 34 880, nr.1

X Noot
2

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 162925.

X Noot
3

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 162925.

X Noot
4

Kamerstukken II 2017–2018 34 880, nr.1

X Noot
5

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 162925.

X Noot
6

Kamerstukken II 2017/18, 34 857, nrs. 1–3 e.v

X Noot
8

Kamerstukken I 2013/14 EK 33.674/33.684,P

X Noot
9

Kamerstukken I 2013/14 EK 33.674/33.684,N

X Noot
10

Kamerstukken I 2013/14 EK 33.674/33.684,M

X Noot
11

EK 33.674/33.684

X Noot
12

Kamerstuk 34775 XVI

Naar boven