Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 juni 2021
Met deze brief informeer ik u over enkele ontwikkelingen in de wetgeving omtrent het
register onderwijsdeelnemers. Op 1 juli 2020 zijn de Wet, het Besluit en de Regeling
register onderwijsdeelnemers in werking getreden. Daarmee zijn de wettelijke bepalingen
over vier registers die voorheen door DUO werden beheerd (het basisregister onderwijs,
diplomaregister, meldingsregister relatief verzuim en register vrijstellingen en vervangende
leerplicht) opgegaan in één nieuwe wet, amvb en regeling. Bij deze modernisering van
de registerwetgeving stond het vergroten van de toegankelijkheid en de flexibiliteit
van de wetgeving centraal.1 De modernisering was grotendeels beleidsneutraal, in die zin dat de nieuwe registerwetgeving
nagenoeg dezelfde gegevensuitwisselingen regelde als de oude. Met de komst van de
Wet register onderwijsdeelnemers werden slechts enkele nieuwe gegevensuitwisselingen
geregeld, zoals de verstrekking van gegevens over vo-leerlingen aan basisscholen ten
behoeve van de evaluatie van de schooladviezen die deze leerlingen van de basisschool
kregen.
Inmiddels zijn er verschillende aanleidingen om deze wetgeving omtrent het register
onderwijsdeelnemers aan te passen. Er heeft afgelopen jaren een doorlichting plaatsgevonden
van de gegevensverwerkingen (met name gegevensverstrekkingen) die plaatsvinden bij
DUO. Mede naar aanleiding van de inwerkingtreding van de AVG in 2018 is bezien of
voor de verschillende gegevensverwerkingen een toereikende grondslag aanwezig is,
is opnieuw gekeken naar de noodzaak van de verwerkingen en is dataminimalisatie toegepast.
Dit heeft geleid tot de constatering dat voor een aantal bestaande noodzakelijke gegevensverwerkingen
een expliciete wettelijke grondslag nodig is. Het gaat hierbij onder meer om de levering
van gepseudonimiseerde gegevens aan organisaties zoals Studiekeuze 123 ten behoeve
van de Studiekeuzedatabase en aan de sectorraden ten behoeve van onderzoek en de ondersteuning
van scholen en instellingen bij hun verantwoording.
In de tweede plaats bestaat het voornemen om particuliere en (in Nederland gevestigde)
buitenlandse en internationale scholen – de zogenaamde B3- en B4-scholen in de zin
van de Leerplichtwet 1969 – aan te sluiten op het register onderwijsdeelnemers. Hierdoor
kunnen de leerplichtambtenaren van de gemeenten beter toezicht gaan houden op het
verzuim op deze scholen en zal het melden van verzuim voor deze scholen gepaard gaan
met minder administratieve lasten.
In de derde plaats hebben het Ministerie van OCW en DUO de afgelopen jaren een aantal
verzoeken tot gegevensverstrekking uit het register ontvangen. Een aantal bestuursorganen
heeft inschrijvings- of diplomagegevens waar DUO over beschikt nodig voor de uitvoering
van hun wettelijke taken. Het gaat dan bijvoorbeeld om het gebruik van diplomagegevens
waarmee beter kan worden vastgesteld of iemand die zich wil laten opnemen in een beroepsregister
het daarvoor vereiste diploma heeft behaald.
Een aantal toekomstige en bestaande gegevensverwerkingen verdient derhalve een wettelijke
verankering. Met het oog hierop is enerzijds een ontwerpbesluit tot wijziging van
het Besluit register onderwijsdeelnemers in verband met de gegevensverstrekking aan
bestuursorganen opgesteld en in procedure gebracht.2 Anderzijds is er gewerkt aan een wetsvoorstel tot wijziging van de Wet register onderwijsdeelnemers.
Dit wetsvoorstel is in internetconsultatie geweest en tevens voor advies voorgelegd
aan de Autoriteit Persoonsgegevens.3 De verwachting is dat het wetsvoorstel voor medio juli voor advies zal worden voorgelegd
aan de Raad van State en in het vierde kwartaal van dit jaar zal worden ingediend
bij de Tweede Kamer. Aanvang van de behandeling van dit wetsvoorstel in uw Kamer wordt
voorzien voor het tweede kwartaal van 2022.
Over deze ontwikkelingen in de registerwetgeving is de Tweede Kamer geïnformeerd bij
de Verzamelbrief moties en toezeggingen primair en voortgezet onderwijs.4
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,
I.K. van Engelshoven