Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 5 oktober 2017 en het nader rapport d.d. 14 november 2017, aangeboden aan de
Koning door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het advies
van de Afdeling advisering van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 20 september 2017, no. 2017001567, heeft Uwe Majesteit, op
voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling
advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van
wet tot samenvoeging van de gemeenten Giessenlanden en Molenwaard, met memorie van
toelichting.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 20 september 2017, nr. 2017001567, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad
van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij
te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 5 oktober 2017, nr. W04.17.0303/I, bied ik
U hierbij aan.
De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede
Kamer te zenden, maar heeft opmerkingen over de motivering van het voorstel. Zij acht
een dragende motivering aangewezen van het op grond van het Beleidskader gemeentelijke
herindeling vereiste criterium «evenwichtige regionale verhoudingen» van de nieuw
te vormen gemeente.
De Afdeling heeft het proces rond de voorgestelde gemeentelijke herindeling getoetst
aan het Beleidskader gemeentelijke herindeling,2 alsmede aan de aanvulling op dit beleidskader.3 In dit verband maakt de Afdeling een opmerking die samenhangt met de in het beleidskader
genoemde criterium «evenwichtige regionale verhoudingen».
Volgens de toelichting draagt de herindeling bij aan het evenwicht in de regionale
verhoudingen. De toelichting gaat daarbij met name in op verhoudingen met de nieuw
te vormen gemeente Vijfheerenlanden en de aansluiting van Hardinxveld-Giessendam bij
het samenwerkingsverband Drechtsteden. Er wordt echter niet ingegaan op de positie
van Gorinchem, anders dan de passage aan het begin van de toelichting waarin wordt
gesteld dat deze gemeente zelfstandig wenst te blijven.
De voorgestelde samenvoeging leidt ertoe dat in deze regio drie gemeenten ontstaan.
In het op initiatief van het samenwerkingsverband Alblasserwaard/Vijfheerenlanden
uitgebrachte advies van de Commissie Bestuurlijke Vormgeving Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
(commissie-Schutte) werd een optie waarbij drie gemeenten zouden ontstaan echter nadrukkelijk
afgewezen omdat deze niet zou leiden tot een robuuste en duurzame oplossing waarbij
de opgaven van het gebied voortvarend kunnen worden aangepakt en de schaal van opgaven
aansluit bij de schaal van de te vormen gemeenten.4 De Commissie wijst er in dat verband expliciet op dat de gemeente Gorinchem, die
in deze variant zelfstandig blijft, als centrumgemeente onvoldoende ontwikkelingsruimte
krijgt ten opzichte van de opgeschaalde omgeving. De toelichting gaat op dit onderdeel
van het advies in het geheel niet in.
Tegen deze achtergrond is een nadere toelichting vereist op de in de toelichting opgenomen
opvattingen dat de nieuw te vormen gemeente een bijdrage kan leveren aan het evenwicht
in de regionale verhoudingen.
Gelet op het voorgaande adviseert de Afdeling in de toelichting op dit punt alsnog
een dragende motivering op te nemen.
Naar aanleiding van het advies wordt in de memorie van toelichting nader ingegaan
op de positie van Gorinchem in het licht van de evenwichtige verhoudingen in de regio
(§ 3.4). Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om op verzoek van de betrokken gemeenten
in het voorstel van wet de naam van de nieuw te vormen gemeente te wijzigen in «Molenlanden».
Dit wordt toegelicht in § 5.2 van de memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging het voorstel van
wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend vice-president van de Raad van State,
S.F.M. Wortmann
Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde
memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren