Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2017
Met de brief van 15 juni 2017 verzoekt de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de Tweede Kamer met spoed per brief te informeren welke
effecten het eventueel controversieel verklaren van «het wetsvoorstel tot wijziging
van enige onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele aanpassingen met
beperkte beleidsmatige gevolgen en enkele technische wijzigingen met betrekking tot
onder andere de bekostiging van passend onderwijs en de invoering van het lerarenregister»
(Kamerstuk 34 732) heeft. Met deze brief ga ik in op de gevraagde effecten.
Het controversieel verklaren van bovengenoemd wetsvoorstel houdt in dat dit wetsvoorstel
gedurende de demissionaire periode van het kabinet niet behandeld zal worden in de
Tweede Kamer. Afhankelijk van de duur van de demissionaire periode is het risico dat
het wetsvoorstel mogelijk te laat van kracht wordt. Dit wetsvoorstel bevat aanpassingen
met beleidsmatige gevolgen en enkele technische wijzigingen. Hoewel het wetsvoorstel geen vergaande inhoudelijke beleidswijzigingen regelt, brengt vertraging
van het wetsvoorstel wel degelijk gevolgen met zich mee, met name op het deel passend
onderwijs. Hieronder staan deze gevolgen per onderwerp omschreven:
Passend onderwijs
De bepalingen die worden voorgesteld voor de bekostiging van het passend onderwijs
zijn met name van belang voor een goede en zorgvuldige uitvoering van de bekostiging
van het passend onderwijs. Vertraging door het controversieel verklaren van bovengenoemd
wetsvoorstel zal ertoe leiden dat:
-
− de uitvoering van de telling van leerlingen voor de bekostiging van de school langer
in het gedrang zal zijn;
-
− de onwenselijke situatie dat samenwerkingsverbanden die geen sbo-school meer in stand
houden geen middelen toekomt voor lichte ondersteuning van leerlingen, langer blijft
voortbestaan;
-
− de samenwerkingsverbanden voorlopig zelf nog de volledige wachtgeldkosten moeten dragen
voor ontslagen personeel waardoor samenwerkingsverbanden mogelijk op onwenselijke
gronden overgaan tot inhuur van personeel.
De bepaling dat in het regulier onderwijs mag worden afgeweken van de voorgeschreven
onderwijstijd voor leerlingen die tijdelijk of gedeeltelijk niet in staat zijn het
volledige onderwijsprogramma te volgen, is van belang om meer maatwerk wettelijk mogelijk
te maken. Vertraging door het controversieel verklaren, leidt ertoe dat langer gebruik
moet worden gemaakt van de minder wenselijke situatie van verruiming van het begrip
«ziekte» in de Leerplichtwet.
Het lerarenregister en het registervoorportaal
Op 27 februari jongstleden heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Lerarenregister
(Kamerstuk 34 458). De invoering is daarmee een feit, op 1 augustus aanstaande treedt de wet gefaseerd
in werking. De nota van wijziging hierop is een technische wijziging om de voorhangbepalingen
die zijn toegezegd aan de Eerste Kamer te regelen.1 Op verzoek van de Eerste Kamer worden het besluit Lerarenregister (kader voor de
herregistratiecriteria) en het inwerkingtredingsbesluit waarmee de laatste fase van
het register start voorgehangen, om het parlement te betrekken in de monitoring van
het invoeringsproces. Indien het wetsvoorstel controversieel wordt verklaard, worden
deze voorhangbepalingen niet toegevoegd aan de bestaande wet. Dat betekent dat ik
niet tegemoet kan komen aan het verzoek van de Eerste Kamer.
Wat betreft de overige technische aanpassingen waaronder de aanscherping van het amendement Rog/Grashoff (Kamerstuk 34 458, nr. 24) zorgt het controversieel verklaren van bovengenoemd wetsvoorstel ervoor dat omissies
en slordigheden in de wet niet kunnen worden gecorrigeerd.
De Eerste Kamer heeft mij verzocht de eerste onderwijswet die langs het parlement
komt voor deze voorhangprocedure te benutten. In mijn brief van 23 mei jongstleden
(Kamerstukken 27 923 en 26 643, nr. 262) heb ik uw Kamer laten weten dat ik de twee voorhangen bij het lerarenregister via
een nota van wijziging op het wetsvoorstel versterking positie leraren (Kamerstuk
32 396) zou regelen. Nu bleek dat de wettelijke aanpassing van passend onderwijs sneller
naar uw Kamer werd verstuurd, heb ik de nota van wijziging hieraan toegevoegd (Kamerstuk
34 732, nr. 4). Ik kan mij voorstellen dat dit onbedoeld voor verwarring heeft gezorgd.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
S. Dekker