Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734627 nr. 13

34 627 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (voortgang energietransitie)

Nr. 13 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 1 maart 2017

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel A, tweede subonderdeel, wordt in het voorgestelde vierde lid, laatste zin, «een eigenaar» vervangen door: de eigenaar.

B

Aan artikel I, onderdeel E, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

3. In het vierde lid (nieuw), onderdeel a, wordt «eerste tot en met vierde lid» vervangen door: eerste tot en met derde lid.

C

In artikel I, onderdeel F, wordt «dan wel een verbod als bedoeld in artikel 7 of 17b na te leven» vervangen door: , een verbod als bedoeld in artikel 7 of 17b na te leven dan wel, indien de netbeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de met hem verbonden groepsmaatschappij niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 17c.

D

In artikel I, onderdeel G, wordt «of indien hij artikel 17 of 17b niet naleeft, kan hij» vervangen door: , indien artikel 17 of 17b niet wordt nageleefd of indien de netbeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de met hem verbonden groepsmaatschappij niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 17c, kan Onze Minister.

E

In artikel I, onderdeel H, komt het vijfde subonderdeel te luiden:

5. In het tiende lid (nieuw) wordt «zevende» vervangen door «achtste», wordt «achtste» vervangen door «negende» en wordt «raad van bestuur» vervangen door: Autoriteit Consument en Markt.

F

Artikel I, onderdeel I, komt te luiden:

I

In artikel 15a, tweede lid, wordt «de artikelen 17, 17a, 19b en 19c» vervangen door: de artikelen 19b, 19c, 21, 93a en 94.

G

Artikel I, onderdeel J, komt te luiden:

J

Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid vervalt onderdeel p.

2. Het derde lid vervalt onder vernummering van het vierde lid tot derde lid.

3. Er worden twee leden ingevoegd, luidende:

4. Een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, met uitzondering van het net op zee, is zodanig ontworpen en in werking dat het transport van elektriciteit ook verzekerd is indien zich een enkelvoudige storing voordoet ten tijde van onderhoud, behoudens bepaalde onderdelen van het net of bepaalde situaties.

5. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over onderdelen van het net of situaties, bedoeld in het vierde lid.

H

Artikel I, onderdeel L, komt te luiden:

L

Artikel 16a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt onder vernummering van het tweede en derde lid tot eerste en tweede lid.

2. In het tweede lid (nieuw) wordt «bedoeld in het tweede lid» vervangen door: bedoeld in het eerste lid.

I

In artikel I, onderdeel O, wordt het voorgestelde artikel 17a als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «toegestaan» vervangen door: toegekend.

2. In het tweede lid wordt «toegestane taak» vervangen door: overeenkomstig het eerste lid toegekende taak.

J

In artikel I, onderdeel P, wordt het voorgestelde artikel 17c als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel c, wordt «aanleg van antenne-opstelpunten» vervangen door: aanleg en beheer van antenne-opstelpunten.

2. In het tweede lid, onderdeel g, wordt «en» vervangen door een komma.

3. In het tweede lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een komma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

i. schakelen van installaties, niet zijnde productie-installaties.

4. In het vierde lid wordt «op grond van het vierde lid» vervangen door: op grond van het derde lid.

K

In artikel I, onderdeel Q, wordt het voorgestelde artikel 18 als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «toegekende taken» vervangen door: toegekende taken, anders dan tijdelijke taken als bedoeld in artikel 17a,.

2. Onderdeel d vervalt.

3. Onder verlettering van onderdeel e tot onderdeel d, wordt «leidingen» vervangen door: kabels en leidingen.

L

Na artikel I, onderdeel S, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Sa

Aan artikel 19b wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht van de financiële middelen waarover hij beschikt ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken, waaruit blijkt welke financiële middelen voor de afzonderlijke taken beschikbaar zijn.

M

In artikel I, onderdeel U, vervalt in het voorgestelde artikel 21, achtste lid, de eerste volzin.

N

Het in artikel I, onderdeel W, voorgestelde artikel 22a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid wordt, «of verplaatsen of vervangen van een deel van het net technisch en financieel haalbaar is» vervangen door: de technische haalbaarheid, de ruimtelijke aspecten en de investeringskosten van het verplaatsen of vervangen van een deel van het net dat op grond van het eerste lid is aangewezen.

2. Onder vernummering van het zevende lid tot het achtste lid worden twee leden ingevoegd, luidende:

6. Onze Minister kan op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten bovengrondse delen van netten die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 50kV of hoger aanwijzen voor verplaatsing of vervanging voor zover die niet overeenkomstig het eerste lid zijn aangewezen. Een netbeheerder onderzoekt op verzoek van een college van burgemeester of gedeputeerde staten, na instemming van Onze Minister, de technische haalbaarheid, de ruimtelijke aspecten, het belang van leveringszekerheid en de investeringskosten van het verplaatsen of vervangen van het betreffende deel van het net. Bij het verzoek, bedoeld in de eerste volzin, wordt het onderzoek overgelegd. Het eerste lid, aanhef, tweede en de derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanwijzing.

7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

a. het deel van de kosten die een netbeheerder maakt voor de uitvoering van een verzoek als bedoeld in het eerste, vierde en zesde lid dat wordt betaald door de verzoeker en de bestanddelen waaruit die kosten bestaan;

b. de volgorde waarin het verplaatsen of vervangen plaatsvindt;

c. de procedure voor de het aanvragen van een ontheffing als bedoeld in het vijfde lid;

d. de termijn waarbinnen een college van burgemeester en wethouders of gedeputeerde staten een verzoek bij Onze Minister kan indienen.

3. In het achtste lid (nieuw) wordt «zesde lid» vervangen door: zevende lid.

O

Na artikel I, onderdeel W, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Wa

Na artikel 30a worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 30b

1. Bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 7a kan worden bepaald dat een tarief, waarvoor een experiment zal worden uitgevoerd, in rekening wordt gebracht bij de afnemers die deelnemen aan het experiment waarvoor de ontheffing is verleend.

2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor de verschillende afnemers die deelnemen aan het experiment waarvoor de ontheffing is verleend.

Artikel 30c

1. Bij het toekennen van een tijdelijke taak als bedoeld in artikel 17a kan worden bepaald dat een tarief, waarvoor die tijdelijke taak zal worden uitgevoerd, in rekening wordt gebracht bij de afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert.

2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor de verschillende afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert.

P

In artikel I, onderdeel X, wordt in het voorgestelde twaalfde lid van artikel 31 «bedoeld in artikel 16, vijftiende en zestiende lid» vervangen door: bedoeld in artikel 16, vierde en vijfde lid.

Q

Na onderdeel Z wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Za

Na artikel 40a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 40b

De tarieven voor experimenten, bedoeld in artikel 30b, en voor tijdelijke taken, bedoeld in artikel 30c, worden vastgesteld overeenkomstig artikel 41e.

R

In artikel I, onderdeel AA, eerste subonderdeel, wordt «artikelen 16, eerste lid, en 22a» vervangen door: artikel 16.

S

Artikel I, onderdeel AB, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde subonderdeel komt te luiden:

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel i, door een puntkomma, worden drie onderdelen toegevoegd, luidende:

j. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 7a, voor zover deze kosten doelmatig zijn en niet op grond van artikel 30b in rekening zijn gebracht via een tarief;

k. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 17a, voor zover deze kosten doelmatig zijn;

l. de gemaakte kosten voor de uitvoering van artikel 22a, voor zover deze kosten doelmatig zijn en deze kosten niet op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 22a, zevende lid, worden betaald door de verzoeker, bedoeld in artikel 22a, eerste lid.

2. Na het derde subonderdeel wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

4. Na het vierde lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

5. De Autoriteit Consument en Markt kan een beleidsregel vaststellen betreffende de beoordeling van doelmatigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdelen j en k.

T

Artikel I, onderdeel AC, komt te luiden:

AC

Na artikel 41d wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 41e

1. Indien een netbeheerder een experiment uitvoert en op grond van artikel 30b een tarief in rekening brengt bij de deelnemers van het experiment, doet de netbeheerder voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt op basis van de geschatte kosten, voor zover de kosten doelmatig zijn en niet toegerekend kunnen worden aan de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, een voorstel voor de tarieven voor dit experiment.

2. Indien een netbeheerder een tijdelijke taak uitvoert en op grond van artikel 30c een tarief in rekening brengt bij de afnemers ten behoeve waarvan de netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert, doet de netbeheerder voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt op basis van de geschatte kosten, voor zover de kosten doelmatig zijn en niet toegerekend kunnen worden aan de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, een voorstel voor de tarieven voor deze tijdelijke taak.

3. De Autoriteit Consument en Markt stelt de tarieven, bedoeld in het eerste en tweede lid, jaarlijks vast. De tarieven voor:

a. experimenten kunnen per experiment en voor de verschillende afnemers die deelnemen aan het experiment verschillen;

b. tijdelijke taken kunnen per tijdelijke taak verschillen voor de verschillende afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert.

4. Indien een voorstel niet tijdig aan de Autoriteit Consument en Markt is gezonden, stelt deze de tarieven voor de desbetreffende netbeheerder uit eigen beweging vast.

5. De Autoriteit Consument en Markt toetst bij het vaststellen van de tarieven, bedoeld in het eerste en tweede lid, of de tarieven objectief, transparant en niet-discriminatoir zijn en of deze gebaseerd zijn op werkelijke kosten

6. Artikel 41c, tweede lid, onderdelen a tot en met d, is van overeenkomstige toepassing.

U

In artikel I vervallen de onderdelen AD, AE en AF.

V

Artikel AG komt te luiden:

AG

Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de artikelen 16 en 16a» vervangen door «artikel 16» en wordt «artikel 17 of 17a» vervangen door: artikel 7a of 17a.

2. Het negende lid komt te luiden:

9. Een netbeheerder publiceert jaarlijks:

a. op geschikte wijze een verslag van de afzonderlijke boekhouding, bedoeld in het tweede lid;

b. een verklaring waaruit blijkt dat de financiële verhouding tussen de netbeheerder en een met hem verbonden groepsmaatschappij voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 17b, eerste lid;

c. de gegevens waaruit blijkt dat de netbeheerder voldoet aan de regels omtrent een goed financieel beheer, bedoeld in artikel 18a, eerste lid.

W

Na artikel I, onderdeel AG, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

AGa

In artikel 77, tweede lid, onder f, wordt «16a, tweede lid» vervangen door: 16a, eerste lid.

X

Artikel I, onderdeel AH, derde subonderdeel, komt te luiden:

3. In onderdeel b wordt «11a, derde lid» vervangen door «11a, tweede lid», wordt «16Aa, eerste en tweede lid, 17, eerste en tweede lid, 17a, eerste en tweede lid, 18, eerste lid, 18a, 19a» vervangen door «17, eerste tot en met derde lid, 17a, 17b, 17c, eerste tot met vierde lid, 18a, 19,» en «79» door: 79, eerste en tweede lid.

Y

In het voorgestelde artikel 94, eerste en tweede lid, wordt «aandelen in» telkens vervangen door: aandelen van.

Z

Aan artikel II, onderdeel G, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

4. In het vierde lid (nieuw) wordt «eerste lid» vervangen door: tweede lid.

AA

Artikel II, onderdeel I, wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vijfde subonderdeel komt te luiden:

5. In het negende lid (nieuw) wordt «zevende» vervangen door «achtste» en wordt «raad van bestuur» telkens vervangen door: Autoriteit Consument en Markt.

2. Er wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

6. In het tiende lid (nieuw) wordt «zevende» vervangen door «achtste», wordt «achtste» vervangen door «negende» en wordt «raad van bestuur» vervangen door: Autoriteit Consument en Markt.

AB

Na artikel II, onderdeel I, worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:

Ia

In artikel 2b, derde lid, wordt «10, eerste, tweede, vierde en zevende lid» vervangen door: 10, eerste, tweede en vierde lid.

Ib

Artikel 4, tweede lid, komt te luiden:

2. De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming indien niet is voldaan aan de artikelen 2c, 3, 3a, 3b of 3c, of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 1h en 10e te voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 10, 10b, 42 of 54a uit te voeren, indien een netbeheerder niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10Aa of 10c dan wel, indien een netbeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de met hem verbonden groepsmaatschappij niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10d.

Ic

Artikel 5, tweede lid, komt te luiden:

2. Indien Onze Minister vaststelt dat niet meer voldaan wordt aan de artikelen 2c, 3, 3b of 3c of dat een netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 1h en 10e te voldoen, om een taak als bedoeld in de artikelen 10 of 42 uit te voeren, of indien een netbeheerder niet voldoet aan een verbod als bedoeld in de artikelen 10Aa of 10b dan wel, indien een netbeheerder deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de met hem verbonden groepsmaatschappij niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10d, kan Onze Minister de desbetreffende netbeheerder opdragen door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen.

AC

In artikel II, onderdeel J, vervalt in het voorgestelde artikel 7a, zevende lid, de eerste volzin.

AD

Na artikel II, onderdeel L, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

La

In artikel 8b wordt «artikel 10, negende lid» vervangen door: artikel 10, achtste lid».

AE

In het tweede subonderdeel van artikel II, onderdeel N, wordt in het voorgestelde zesde lid, onderdeel a, «te voorzien van deze aansluiting» vervangen door: te voorzien van deze aansluiting op het dichtstbijzijnde punt van het gastransportnet met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit.

AF

Artikel II, onderdeel P, komt te luiden:

P

In artikel 10a, eerste lid, vervalt onderdeel d.

AG

In artikel II, onderdeel Q, wordt het voorgestelde artikel 10b als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «toegestaan» vervangen door: toegekend.

2. In het tweede lid wordt «toegestane taak» vervangen door: overeenkomstig het eerste lid toegekende taak.

AH

Na artikel II, onderdeel U, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ua

Artikel 32, elfde lid, komt te luiden:

11. Een netbeheerder publiceert jaarlijks:

a. op geschikte wijze een verslag van de afzonderlijke boekhouding, bedoeld in het tweede lid;

b. een verklaring waaruit blijkt dat de financiële verhouding tussen de netbeheerder en een met hem verbonden groepsmaatschappij voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10c, eerste lid;

c. de gegevens waaruit blijkt dat de netbeheerder voldoet aan de regels omtrent een goed financieel beheer, bedoeld in artikel 10e, eerste lid.

AI

Na artikel II, onderdeel V, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Va

Aan artikel 35b wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet verstrekt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht van de financiële middelen waarover hij beschikt ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken, waaruit blijkt welke financiële middelen voor de afzonderlijke taken beschikbaar zijn.

AJ

Artikel II, onderdeel AG, komt te luiden:

AG

Artikel 80 komt te luiden:

Artikel 80

De tarieven voor het transport van gas en voor de dat transport ondersteunende diensten en de tarieven voor het verzorgen van een aansluiting worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 81 tot en met 81c.

AK

Na artikel II, onderdeel AG, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

AGa

Na artikel 80a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 80b

De tarieven voor experimenten, bedoeld in artikel 82a, en de tarieven voor tijdelijke taken, bedoeld in artikel 82b, worden vastgesteld overeenkomstig artikel 82c.

AL

Artikel II, onderdeel AH, komt te luiden:

AH

Artikel 81b wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «transport ondersteunende diensten,» vervangen door: transport ondersteunende diensten, en voor de taken bedoeld in de artikelen 1i en 10b.

2. In het eerste lid, onderdeel e, vervalt «of 39f, tweede lid».

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel f, door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

g. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 1i, voor zover deze kosten doelmatig zijn en niet op grond van artikel 82a in rekening zijn gebracht via een tarief;

h. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 10b, voor zover deze kosten doelmatig zijn en niet op grond van artikel 82b in rekening zijn gebracht via een tarief.

4. Na het tweede lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De Autoriteit Consument en Markt kan een beleidsregel vaststellen betreffende de beoordeling van doelmatigheid, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h.

AM

Artikel II, onderdeel AI, komt te luiden:

AI

In artikel 81c, eerste lid, vervalt «en aansluitpunt».

AN

Artikel II, onderdeel AJ, komt te luiden:

AJ

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «genoemd in de artikelen 10 en 10a, eerste lid, onderdeel b, c, d en e» vervangen door: genoemd in de artikelen 1i, 10, 10a, eerste lid, onderdeel b, c en e, en 10b.

2. In het tweede lid wordt «de taken van de netbeheerder van het gastransportnet, bedoeld in het eerste lid» vervangen door: de taken van de netbeheerder van het gastransportnet, bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van de taken genoemd in de artikelen 1i en 10b.

3. Het derde lid komt te luiden:

3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet zendt jaarlijks voor 1 september aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven voor uitvoering van de taken genoemd in de artikelen 1i,10, 10a en 10b, met inachtneming van:

a. de tariefstructuren vastgesteld op grond van artikel 12f of 12g;

b. de gemaakte kosten voor investeringen, bedoeld in artikel 39e, of 54a, derde lid, voor zover deze kosten doelmatig zijn;

c. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 1i, voor zover deze kosten doelmatig zijn en niet op grond van artikel 82a in rekening zijn gebracht via een tarief;

d. de geschatte kosten voor de uitvoering van artikel 10b, voor zover deze kosten doelmatig zijn en niet op grond van artikel 82b in rekening zijn gebracht via een tarief.

AO

Na artikel II, onderdeel AJ, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

AJa

Na artikel 82 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 82a

1. Bij het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 1i kan worden bepaald dat een tarief, waarvoor een experiment zal worden uitgevoerd, in rekening wordt gebracht bij de afnemers of programmaverantwoordelijken die deelnemen aan het experiment waarvoor de ontheffing is verleend.

2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor de verschillende afnemers die deelnemen aan het experiment waarvoor de ontheffing is verleend.

Artikel 82b

  • 1. Bij het toekennen van een tijdelijke taak als bedoeld in artikel 10b kan worden bepaald dat een tarief, waarvoor die tijdelijke taak zal worden uitgevoerd, in rekening wordt gebracht bij de afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert.

  • 2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, kan verschillen voor de verschillende afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert.

Artikel 82c

1. Indien een netbeheerder een experiment uitvoert en op grond van artikel 82a een tarief in rekening brengt bij de deelnemers van het experiment, doet de netbeheerder voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt op basis van geschatte kosten, voor zover de kosten doelmatig zijn en niet toegerekend kunnen worden aan de uitvoering van de taken genoemd in artikelen 10, 10a en 42, een voorstel voor de tarieven voor dit experiment.

2. Indien een netbeheerder een tijdelijke taak uitvoert en op grond van artikel 82b een tarief in rekening brengt bij de afnemers ten behoeve waarvan de netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert, doet de netbeheerder voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt op basis van de geschatte kosten, voor zover de kosten doelmatig zijn en niet toegerekend kunnen worden aan de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, een voorstel voor de tarieven voor deze tijdelijke taak.

3. De Autoriteit Consument en Markt stelt de tarieven, bedoeld in het eerste lid, jaarlijks vast. De tarieven voor:

a. experimenten kunnen per experiment en voor de verschillende afnemers die deelnemen aan het experiment verschillen;

b. tijdelijke taken kunnen per tijdelijke taak verschillen voor de verschillende afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert.

4. Indien een voorstel niet tijdig aan de Autoriteit Consument en Markt is gezonden, stelt deze de tarieven voor de desbetreffende netbeheerder uit eigen beweging vast.

5. De Autoriteit Consument en Markt toetst bij het vaststellen van de tarieven, bedoeld in het eerste en tweede lid, of de tarieven objectief, transparant en niet-discriminatoir zijn en of deze gebaseerd zijn op werkelijke kosten.

6. Artikel 81c, tweede lid, onderdelen a tot en met d, is van overeenkomstige toepassing.

AP

Het in artikel II, onderdeel AL, voorgestelde artikel 85b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt «De aandelen in de netbeheerder van het landelijk gastransportnet kunnen» vervangen door: In afwijking van artikel 85a kunnen aandelen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.

2. In het eerste en tweede lid wordt «aandelen in» telkens vervangen door: aandelen van.

AQ

Het tweede lid van artikel VI komt te luiden:

2. Indien voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N, een transformator ter beschikking is gesteld aan een afnemer, houdt de netbeheerder op verzoek van de afnemer deze transformator ter beschikking gesteld en wordt deze transformator beheerd door de netbeheerder. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een installatie.

AR

Na artikel VIII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIIIa

In afwijking van artikel 17c, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat met artikel I, onderdeel P, komt te luiden, kan een met een netbeheerder verbonden groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:

a. tot een jaar na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, handelingen en activiteiten verrichten die door hem werden verricht voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, voor zover deze handelingen en activiteiten zijn toegestaan op grond van artikel 17 van de Elektriciteitswet 1998 zoals dat luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel N;

b. handelingen en activiteiten met betrekking tot warmte die door hem werden verricht voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel P, blijven verrichten.

AS

Artikel X komt te luiden:

ARTIKEL X

Artikel 41b, eerste lid, onderdeel l, van de Elektriciteitswet 1998, zoals dat met artikel I, onderdeel AB, komt te luiden, is van overeenkomstige toepassing op de kosten die een netbeheerder in de periode tussen 1 januari 2011 en het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel W, heeft gemaakt ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel I, onderdeel W.

AT

Aan artikel XI wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. De Autoriteit Consument en Markt betrekt in aanvulling op artikel 82 van de Gaswet de kosten die verband houden met de uitvoering van de taak, bedoeld in het tweede lid, bij het vaststellen van de tarieven.

AU

Artikel XII vervalt.

AV

Na artikel XIV wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIVa

In afwijking van artikel 10d, tweede lid, van de Gaswet zoals dat met artikel II, onderdeel S, komt te luiden, kan een met een netbeheerder verbonden groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:

a. tot een jaar na inwerkingtreding van artikel II, onderdeel S, handelingen of activiteiten verrichten die door hem werden verricht voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel S, voor zover deze handelingen en activiteiten zijn toegestaan op grond van artikel 10b van de Gaswet, zoals dat luidde voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel Q;

b. handelingen en activiteiten met betrekking tot warmte die door hem werden verricht voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel S, blijven verrichten.

AW

In artikel XV wordt «Elektriciteitswet 1998» vervangen door «Gaswet».

TOELICHTING

I Algemeen

Deze nota van wijziging is aangekondigd in de nota naar aanleiding van het verslag. Mede naar aanleiding van de vragen van de Tweede Kamer en aanvullende opmerkingen vanuit de energiesector op het wetsvoorstel is duidelijk geworden dat er verschillende redactionele wijzigingen wenselijk zijn ter verduidelijking of voor meer gebruiksgemak van het wetsvoorstel. Zo worden door het wetsvoorstel artikelen vernummerd, als gevolg van inpassing van nieuwe onderdelen of verwijdering van onderdelen. Gebleken is dat marktpartijen hierdoor bijvoorbeeld overeenkomsten en codes aan zouden moeten passen. Om dit te voorkomen wordt deze vernummering teruggedraaid. Met deze nota van wijziging wordt ook uitvoering gegeven aan de motie Dik-Faber (Kamerstukken II 2015/16, 34 199, nr. 44) ten aanzien van alternatieven voor uitkoop van bewoners bij hoogspanningslijnen. Daarnaast is er specifiek gekeken naar de bepalingen die samenhangen met de tariefregulering na de vaststelling van de nieuwe methodebesluiten van ACM. Ook dat heeft tot enkele wijzigingen geleid. De nota van wijziging betreft daarnaast wijzigingen van redactionele aard. Tot slot wordt het overgangsrecht op een aantal punten aangevuld of verduidelijkt.

II Artikelen

Onderdelen A, B, C, D, F, H, J, K, W, X, Y, Z, AA, AB, AD, AE, AM en AW

Deze voorgestelde wijzigingen van het wetsvoorstel betreffen redactionele verbeteringen.

Onderdelen G, P, U en AF

De voorgestelde vernummering in artikel 16 van de Elektriciteitswet 1998 en de voorgestelde verlettering van de onderdelen van artikel 10a, eerste lid, van de Gaswet komt te vervallen in respectievelijk artikel I, onderdeel J, en in artikel II, onderdeel N, van het wetsvoorstel. Gebleken is dat in de praktijk veel naar deze artikelen wordt verwezen in overeenkomsten en codes, zodat vernummering en verlettering van deze artikelen onwenselijk is voor marktpartijen. Doordat de vernummering van artikel I, onderdeel J, ongedaan wordt gemaakt, behoeft artikel I, onderdeel X, eveneens aanpassing en kunnen de onderdelen AD, AE en AF van artikel I komen te vervallen.

Onderdelen M en AC

In de voorgestelde artikelen 21 van de Elektriciteitswet 1998 en 7a van de Gaswet is opgenomen dat een netbeheerder wijzigingen van het investeringsplan, niet zijnde significante wijzigingen, voorlegt aan de Autoriteit Consument en Markt (verder: ACM). Het leidt tot onnodige lasten bij de netbeheerders en ACM om tussentijds niet-significante wijzigingen aan de ACM voor te leggen. Het is afdoende om niet-significante wijzigingen op te nemen in het eerstvolgende investeringsplan. Om deze redenen vervallen de eerste volzin van artikel 21, achtste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 7a, zevende lid, van de Gaswet. Op significante wijzigingen is de procedure van de totstandkoming van een investeringsplan van toepassing. Deze procedure voorziet daarmee in het voorleggen van het ontwerp van een significante wijziging van een investeringsplan aan ACM.

Onderdelen I en AG

In de voorgestelde artikelen 17a van de Elektriciteitswet 1998 en 10b van de Gaswet wordt een uitzondering gemaakt op het verbod dat een netbeheerder alleen de aan hem bij of krachtens de wet toegekende taken mag uitvoeren. Deze artikelen maken het mogelijk dat een netbeheerder ook tijdelijk andere taken mag uitvoeren. Die tijdelijke taken worden vastgesteld in een algemene maatregel van bestuur. In de voorgestelde artikelen staat dat het de netbeheerders wordt toegestaan die tijdelijke taken uit te voeren; in een aantal artikelen wordt voor tijdelijke taken de term tijdelijk toegekende taken gebruikt. Om te komen tot een eenduidige aanduiding wordt met de voorgestelde wijziging toestaan gewijzigd in toekennen.

Onderdeel J

In dit onderdeel wordt in het tweede subonderdeel toegevoegd dat een netwerkbedrijf installaties, niet zijnde productie-installaties mag schakelen. Het schakelen van installaties is een activiteit die nauw verweven kan zijn met het beheer van het netwerk. Een aantal netwerkbedrijven voeren deze activiteiten nu efficiënt uit. Hierbij kan gedacht worden aan routinematige schakelhandelingen aan transformatoren en openbare verlichting.

Onderdeel K

In het voorgestelde artikel 18 van de Elektriciteitswet 1998 wordt bepaald dat alleen de netbeheerder de op grond van die wet toegekende taken mag uitvoeren voor welke specifieke taken er een uitzondering wordt gemaakt. Hierbij is de zinsnede weggevallen dat de tijdelijke taken van dit monopoliegebod worden uitgezonderd. In het in artikel II, onderdeel T, van het wetsvoorstel voorgestelde artikel 10Ee van de Gaswet is deze uitzondering wel opgenomen. Met de voorgestelde wijziging wordt de omissie in de Elektriciteitswet 1998 hersteld.

Onderdelen L en AI

In de artikelen 17a, vierde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en 10c, vierde lid, van de Gaswet is thans bepaald dat de landelijk netbeheerder jaarlijks een overzicht van zijn financiële middelen aan ACM moet overleggen. Voor andere netbeheerders is deze verplichting opgenomen in de artikelen 19b van de Elektriciteitswet 1998 en 35b van de Gaswet. In het wetsvoorstel was deze verplichting voor de landelijke netbeheerders abusievelijk geschrapt. Omdat de huidige plaats van deze verplichting, te weten in de artikelen de het concurrentieverbod bevatten, minder logisch is, is er in deze nota van wijziging voor gekozen de verplichting toe te voegen aan de artikelen waarin deze verplichting voor de overige netbeheerders is opgenomen.

Onderdelen V en AH

De artikelen 18, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en 10d, derde lid, van de Gaswet bepalen dat een netbeheerder jaarlijks een verklaring moet overleggen waaruit blijkt de netbeheerder de met hem verbonden groepsmaatschappij niet bevoordeelt. In het wetsvoorstel was deze verplichting abusievelijk geschrapt. De verplichting wordt in beide wetten toegevoegd aan de artikelen waarin de boekhoudverplichtingen voor netbeheerders zijn opgenomen.

Onderdeel N

Met de wijzigingen in het voorgestelde artikel 22a van de Elektriciteitswet 1998 is het onderscheid in het proces tussen de aan te wijzen delen van het net met een spanningsniveau van 50kV, 110kV en 150kV, die zich bevinden in het bewoonde gebied van bevolkingskernen en de mogelijkheid om ook nog enige overige netdelen aan te kunnen wijzen, beter tot uitdrukking gebracht. Hiertoe is een nieuw zesde lid toegevoegd. Ook is bij het vierde lid verduidelijkt wat de netbeheerder bij de aangewezen delen, op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten nader in beeld dient te brengen.

In de brief van de Minister van Economische Zaken van 3 juli 2014 (Kamerstukken II, 2013/14, 31 574, nr. 36) is aangegeven dat bij verbindingen in het bewoonde gebied van bevolkingskernen vanwege de hoge bewoningsdichtheid aangenomen mag worden dat verkabelen proportioneel en kostenefficiënt is. En dat daarom deze netdelenverbindingen (behoudens vanwege nettechnische overwegingen de verbindingen met een spanningsniveau van 220kV of 380 kV) zullen worden aangewezen. Met de voorgestelde wijziging in het vierde lid wordt scherper aangegeven wat de netbeheerder voor deze aangewezen delen op verzoek van een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten nader in beeld dient te brengen, zodat de verzoeker vervolgens een onderbouwd besluit kan nemen. Het betreft het in beeld brengen van de technisch haalbaarheid, de ruimtelijke aspecten, de investeringskosten van het verplaatsen of vervangen (=verkabelen) van betreffend netdeel. Ook dient nagegaan te worden of er strijdigheid met het belang van de leveringszekerheid zou kunnen ontstaan.

Het nieuwe zesde lid dient ter uitvoering van de motie Dik-Faber (Kamerstukken II, 2015/16, 34 199, nr. 44). Naar aanleiding van deze motie vindt er onderzoek plaats in hoeverre het bij uitkoopsituaties in bepaalde gevallen mogelijk en kostenefficiënter kan zijn om te verkabelen of het tracégedeelte te verplaatsen, dan deze woningen uit te kopen. Dit onderzoek geeft hierin een eerste beeld. Bij een positieve uitkomst is het vervolgens aan een college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten om af te wegen of het wenselijk is voor een bepaald tracégedeelte de potentiële mogelijkheden verder in beeld te brengen. Ter voorkoming dat de netbeheerder gevraagd wordt onderzoek te verrichten voor niet kansrijke tracédelen, vergt dit nadere onderzoek de instemming van de Minister. De Minister zal hierbij met name bezien of sprake is van een in potentie kostenefficiënt kansrijk alternatief.

Na doorlopen van deze stappen kan het college van burgemeester en wethouders of van gedeputeerde staten de Minister verzoeken om betreffend netdeel ook aan te wijzen. Bij een dergelijk verzoek tot (aanvullende) aanwijzing van een netdeel dient ter onderbouwing betreffend nader onderzoek (of onderzoeken) bijgevoegd te worden. Bij de beoordeling van dit verzoek zal de Minister afwegen of het kostenefficiënt is. De Minister kan een dergelijk netdeel aanwijzen voor verplaatsing, vervanging, of voor beide. Het kan hierbij in geval van verplaatsing gaan om een tracé dat korter is dan afstanden die zijn opgenomen in artikel 22a, eerste lid, onder a. Om de bewoners niet jarenlang in onduidelijkheid te laten of zij voor uitkoop in aanmerking komen of dat het tracé in aanmerking komt voor verplaatsing of vervanging, wordt de periode waarin het verzoek aan de Minister kan worden gedaan begrensd in de tijd. Deze termijn wordt opgenomen in de algemene maatregel van bestuur. Bij het vaststellen van deze termijn moet ook rekening worden gehouden met de tijd die een netbeheerder nodig heeft om de haalbaarheidsstudie te verrichten. Een termijn van twee jaar kan recht doen aan beide belangen.

Onderdelen O, Q, R, S, T, AJ, AK, AL, AM, AN en AO

Aanleiding

In het wetsvoorstel worden de experimentenartikelen uitgebreid zodat ook andere marktpartijen dan verenigingen van eigenaren en energiecoöperaties, zoals netbeheerders, volwaardig deel kunnen nemen aan een experiment en wordt de mogelijkheid gecreëerd om tijdelijke taken toe te kennen aan netbeheerders.

Om het mogelijk te maken dat de netbeheerder de kosten die hij maakt voor het uitvoeren van een experiment of een tijdelijk taak in rekening kan brengen, moeten deze kosten worden toegevoegd aan het stelsel van tariefregulering. Het wetsvoorstel wijzigde de tariefregulering op enkele punten maar bepaalde niet expliciet hoe deze kosten via de tarieven in rekening gebracht moesten worden. Bovendien is in het oorspronkelijke wetsvoorstel een onbedoeld verschil ontstaan in de wijze waarop de netbeheerders voor gas en elektriciteit de kosten voor experimenten en tijdelijke taken in het tariefvoorstel moeten betrekken. In artikel I, onderdeel AB, en artikel II, onderdeel AH, was opgenomen dat netbeheerders van elektriciteit de kosten voor experimenten en tijdelijke taken jaarlijks moesten betrekken bij het tarievenvoorstel (wijziging van artikel 41b, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998) en dat netbeheerders voor gas de kosten voor experimenten en tijdelijke taken moesten betrekken bij de methode van regulering overeenkomstig de artikelen 81 tot en met 81c van de Gaswet (wijziging van artikel 80 van de Gaswet). Om dit verschil weg te nemen en om duidelijker te maken op welke wijze de kosten van experimenten en tijdelijke taken betrokken moeten worden bij de regulering, wordt in deze nota van wijziging een aantal aanpassingen voorgesteld.

Kosten experimenten en tijdelijke taken in tarieven

Het uitgangspunt is dat de tarieven van netbeheerders – al dan niet gebruik makend van bij ontheffing goedgekeurde alternatieve tariefstructuren – de kosten voor taken binnen het experimenteergebied dekken en alleen in rekening gebracht worden bij de deelnemers van dat experiment. Beoogd is om in de voorgenomen experimenteerregeling vast te leggen dat, als een netbeheerder wil experimenteren met alternatieve tariefstructuren voor bestaande taken, zij deze tariefstructuren bij de ontheffingsaanvraag inzichtelijk maakt en dat deze tevens door ACM getoetst worden. Een netbeheerder kan op basis van het voorliggend wetsvoorstel, in plaats van alternatieve tariefstructuren, ook een wettelijk experimenteertarief in rekening brengen bij de deelnemers van het experiment. Het ligt voor de hand om dit wettelijke experimenteertarief slechts in voorkomende gevallen te hanteren, met name wanneer de netbeheerder op andere wijze wil experimenteren dan met de tariefstructuur. Vergelijkbaar met het wettelijke experimenteertarief, bepaalt voorliggend wetsvoorstel ook dat netbeheerders een wettelijk tarief in rekening kunnen brengen ter uitvoering van tijdelijke taken.

In de mogelijkheid van een wettelijk experimenteertarief wordt voorzien met de voorgestelde artikelen 30b en 30c van de Elektriciteitswet 1998 en 82a en 82b van de Gaswet. Op grond van deze bepalingen kan bij het verlenen van de ontheffing voor het uitvoeren van een experiment bepaald worden dat de kosten van het experiment (deels) via een apart, wettelijk tarief in rekening worden gebracht bij de afnemers die aan dat experiment deelnemen, en bij het toekennen van een tijdelijke taak kan worden bepaald dat deze wordt uitgevoerd voor een apart, wettelijk tarief, dat alleen in rekening wordt gebracht bij de afnemers ten behoeve waarvan een netbeheerder de tijdelijke taak uitvoert. Deze wettelijke tarieven voor experimenten en tijdelijke taken zijn aparte tarieven die bestaan naast de reeds bestaande aansluit- en transporttarieven. Kosten die de netbeheerder bij het uitvoeren van een experiment of een tijdelijke taak maakt voor de algemene aansluit- en transporttaak kunnen niet via deze aparte tarieven in rekening gebracht worden. Met deze bepalingen kan voorkomen worden dat een specifieke groep afnemers profiteert van een tijdelijke taak of experiment, terwijl de kosten daarvan worden gesocialiseerd.

Tot slot wordt bepaald dat het wettelijk tarief voor experimenten of tijdelijke taken kan verschillen voor verschillende afnemers. Hierbij kan worden gedacht aan verschillende tarieven voor verschillende spanningsniveaus of de doorlaatwaarden van de aansluiting, maar ook aan een verschil tussen producenten en verbruikers.

Wanneer op grond van deze voorgestelde artikelen een apart tarief voor een experiment of tijdelijke taak wordt ingesteld, moet hiervoor de procedure in de voorgestelde artikelen 41e van de Elektriciteitswet 1998 en 82c van de Gaswet gevolgd worden. De artikelen bepalen dat netbeheerders jaarlijks een voorstel voor de tarieven voor experimenten of tijdelijke taken sturen aan ACM op basis van de geschatte kosten. Het ligt voor de hand dat netbeheerders dit voorstel parallel aan het tarievenvoorstel voor de aansluit- en transporttarieven aan de toezichthouder sturen. De tarieven kunnen verschillen per experiment en tussen verschillende afnemers. ACM toetst op grond van deze artikelen vervolgens of de wettelijke tarieven objectief, transparant, niet-discriminatoir en kostenreflectief zijn en kan, wanneer daar aanleiding toe is, een nacalculatie (correctie) toepassen op de tarieven. Indien een netbeheerder niet tijdig een voorstel indient, kan ACM op eigen beweging de tarieven vaststellen.

De nacalculatiegrondslag die in het wetsvoorstel was opgenomen in de artikelen I, onderdeel AC, eerste wijzigingsonderdeel, en artikel II, onderdeel AI, tweede wijzigingsonderdeel voorzag in een nacalculatiegrondslag voor zowel de kosten van experimenten en tijdelijke taken zelf als voor de kosten voor de overige taken indien zij beïnvloed zouden worden door het uitvoeren van een experiment of een tijdelijke taak. De noodzaak voor deze nacalculatiegrondslag vervalt nu in de voorgestelde artikelen 41e van de Elektriciteitswet 1998 en 82c van de Gaswet een verwijzing is gemaakt naar de bestaande nacalculatiegrondslagen in artikel 41c, tweede lid, onderdelen a tot en met d van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 81c, tweede lid, onderdelen a tot en met d van de Gaswet.

Kosten experimenten en tijdelijke taken opnemen in de aansluit- en transporttarieven

Het voorliggend wetsvoorstel voorziet ook in de mogelijkheid om (een deel van) de kosten voor experimenten of tijdelijke taken die netbeheerders maken, voor zover doelmatig, jaarlijks in te schatten en toe te voegen aan het reguliere tarievenvoorstel. In bepaalde gevallen kan het namelijk wenselijk zijn een deel van de kosten via deze wijze over afnemers te socialiseren en niet alleen bij de deelnemers van een experiment of gebruikers van een tijdelijke taak. Dit staat in de bij deze nota van wijziging voorgestelde artikelen 41b, eerste lid, onderdelen j en k van de Elektriciteitswet 1998, 81b, eerste lid, onderdelen g en h van de Gaswet en 82, derde lid onderdelen c en d van de Gaswet. Het ligt voor de hand om dergelijke kosten jaarlijks in te schatten en niet onderdeel te maken van de methode van regulering die wordt toegepast op de kosten die netbeheerders maken voor de uitvoering van hun algemene transport- en aansluittaak. De kosten die netbeheerders maken voor de uitvoering van experimenten en tijdelijke taken laten zich immers moeilijk voorspellen en hebben een tijdelijk karakter. Geschatte kosten worden op grond van de al bestaande nacalculatiegrondslagen in de jaren daarop (doorgaans jaar t+2) nagecalculeerd zodat netbeheerders alleen de werkelijk gemaakte, doelmatige kosten terugverdienen. Het voordeel van deze systematiek is dat netbeheerders minder kosten hoeven te maken bij het voorfinancieren van grote investeringen.

Het lijkt waarschijnlijk dat bij de toekenning van een tijdelijke taak, deze taak aan alle netbeheerders wordt toegekend zodat het in de meeste gevallen voor de hand zal liggen om de kosten daarvan op de hiervoor beschreven wijze via de bestaande aansluit- en transporttarievensystematiek te verdelen en niet gebruik te maken van de mogelijkheid een afzonderlijk tarief in rekening te brengen. Ook ligt het voor de hand om bij het verlenen van een ontheffing of bij de toekenning van een tijdelijke taak rekening te houden met de omvang van de totale kosten van een experiment of tijdelijke taak. Wanneer de kosten van een experiment of tijdelijke taak laag zijn, is het vanuit het oogpunt van beperking van de administratieve lasten wenselijk om niet een apart, wettelijk tarief daarvoor in te stellen.

In het voorgestelde artikel 41b, vijfde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en 81b, derde lid, van de Gaswet wordt ten slotte bepaald dat ACM een beleidsregel kan vaststellen ter beoordeling van de doelmatigheid van de geschatte kosten voor de uitvoering van experimenten en tijdelijke taken, die netbeheerders opnemen in hun tarievenvoorstel. Omdat het op dit moment niet zeker of en welke netbeheerders zullen deelnemen aan experimenten en wanneer en welke tijdelijke taken worden toegekend, is ACM niet verplicht een beleidsregel op te stellen. Het is aan het oordeel van ACM wanneer het nuttig is een kader vast te stellen met betrekking tot de beoordeling van de doelmatigheid van de geschatte kosten voor experimenten en tijdelijke taken.

Tot slot wordt een redactionele verbetering aangebracht in de voorgestelde wijziging van artikel 81c, eerste lid, van de Gaswet. In artikel II, onderdeel AI, eerste wijzigingsonderdeel stond abusievelijk «en aansluitplicht», terwijl «en aansluitpunt» was bedoeld.

Onderdeel S

Net als de kosten die netbeheerders maken voor tijdelijke taken en experimenten, zijn ook de kosten die netbeheerders maken voor de uitvoering van de taak beschreven in het voorgestelde artikel 22a van de Elektriciteitswet 1998 (verkabeling), moeilijk voorspelbaar en zullen zij vaak een tijdelijk karakter hebben. Gelet op de aard van de activiteit ligt het voor de hand om deze via de bestaande transporttarievensystematiek te verdelen over aangeslotenen. In deze nota van wijziging wordt voorgesteld dat deze kosten jaarlijks worden betrokken bij het tarievenvoorstel, analoog aan de wijze waarop dat met de kosten voor bijzondere uitbreidingsinvesteringen gebeurt. In het voorgestelde artikel 22a, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welk deel van de kosten die een netbeheerder voor verkabeling maakt voor rekening van de verzoeker zijn. Kosten die voor rekening van de verzoeker zijn, kan een netbeheerder derhalve niet betrekken in zijn tarievenvoorstel. In het voorgestelde artikel 41b, eerste lid, onderdeel l, van de Elektriciteitswet 1998 wordt dit expliciet bepaald.

Onderdeel AP

In het voorgestelde artikel 85b, eerste lid, van de Gaswet is niet opgenomen dat kruisparticipaties een uitzondering zijn op de hoofdregel dat de aandelen direct of indirect bij de staat berusten. Met de onderhavige wijziging wordt deze omissie hersteld.

Onderdeel AQ

Artikel VI, tweede lid, is tekstueel verbeterd. In het wetsvoorstel was een plicht opgenomen voor de netbeheerder om een transformator ter beschikking te blijven stellen. Deze bewoordingen veronderstelden onbedoeld dat de netbeheerder niet zou kunnen stoppen met het ter beschikking stellen van de transformator ook niet als hij of zijn klant deze terbeschikkingstelling zouden wensen te beëindigen. Daarnaast wordt deze overgangsbepaling uitgebreid tot de terbeschikkingstelling en het beheer van installaties, omdat hiervoor hetzelfde geldt.

Onderdelen AR en AV

In de voorgestelde artikelen VIIIa en XIVa is overgangsrecht opgenomen in verband met respectievelijk artikel 17c, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 dat wordt ingevoegd in artikel I, onderdeel P van dit wetsvoorstel, en artikel 10d, tweede lid, van de Gaswet, dat wordt ingevoegd in artikel II, onderdeel S van dit wetsvoorstel. Uit voornoemde artikelen volgt dat een netwerkbedrijf, die als groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het BW is verbonden met een netbeheerder, geen handelingen of activiteiten mag verrichten die strijdig (kunnen) zijn met het belang van het beheer van het desbetreffende net. Meer concreet, deze bedrijven mogen alleen handelingen en activiteiten verrichten die «infrastructureel of aanverwant» zijn. De artikelen 17c Elektriciteitswet 1998 en 10d Gaswet sommen op welke nevenactiviteiten de met de netbeheerder verbonden bedrijven mogen verrichten. Deze nevenactiviteiten mogen in omvang niet zodanig zijn dat het accent in de groep verschuift van het beheer van het net naar deze andere activiteiten. Daarom wordt in een opsomming specifiek aangegeven welke handelingen en activiteiten zij mogen verrichten. Er kunnen evenwel groepsmaatschappijen zijn die op het moment van inwerkingtreding van deze wet nog activiteiten ontplooien die niet meer zijn toegestaan op basis van de artikelen 17c en 10d. Aan hen wordt een overgangsperiode van 1 jaar gegund. Door hen toe te staan om gedurende een jaar deze activiteiten nog te kunnen continueren, wordt een verantwoorde afbouw van deze activiteiten mogelijk gemaakt. Voor zover de groepsmaatschappijen voor inwerkingtreding van deze bepalingen handelingen en activiteiten verrichten met betrekking tot warmte die vallen buiten de in de artikelen 17c en 10d genoemde werkzaamheden, mogen zij deze werkzaamheden blijven voortzetten. Bij warmtevoorzieningen is namelijk vaak sprake van een kleine voorziening waarin het efficiënt kan zijn dat warmtebron, transport en afname geïntegreerd beheerd worden. Het is voor deze kleine relatief duurzame voorzieningen daarom niet wenselijk dat deze werkzaamheden door een groepsmaatschappij afgestoten moeten worden.

Onderdeel AS

In het voorgestelde artikel X van het wetsvoorstel is overgangsrecht opgenomen zodat een netbeheerder die in de periode tussen 1 januari 2011 en de datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel kosten heeft gemaakt voor het verplaatsen of verkabelen van een deel van zijn net zoals bedoeld in het voorgestelde artikel 22a van de Elektriciteitswet 1998, deze kosten alsnog in de tarieven kan verrekenen. In het voorgestelde artikel werd daarvoor ACM opgedragen om bij de vaststelling van de tarieven deze kosten te betrekken. Met deze nota van wijziging wordt in het voorgestelde artikel 41b, eerste lid, onderdeel l, een bepaling opgenomen dat de netbeheerder kosten die hij heeft gemaakt voor verplaatsen en vervangen in zijn tarievenvoorstel mag opnemen, voor zover die kosten niet door de verzoeker van het verplaatsen of vervangen worden gedragen. Deze nieuwe bepaling is alleen van toepassing op kosten die een netbeheerder na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel heeft gemaakt. Kosten die een netbeheerder voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel heeft gemaakt, mag hij niet meenemen in zijn tarievenvoorstel. Omdat er netbeheerders zijn die sinds 1 januari 2011, op verzoek van de Minister van Economische Zaken, kosten hebben gemaakt voor verplaatsen en vervangen, is er overgangsrecht nodig. Dit overgangsrecht is opgenomen in gewijzigde artikel X, waarin wordt voorgesteld dat op de kosten die in die periode zijn gemaakt, de bepaling van artikel 41b, eerste lid, onderdeel l, van overeenkomstige toepassing is.

Onderdeel AT

In artikel II, onderdeel N, wordt voorgesteld om de taak voor de netbeheerder van het landelijk gastransportnet om bepaalde aansluitingen die voor 1 april 2011 in gebruik zijn genomen, te laten vervallen. Omdat de netbeheerder van het landelijk gastransportnet deze aansluitingen wel blijft beheren wordt in het overgangsrecht opgenomen dat de kosten die de netbeheerder van het landelijk gastransportnet hiervoor maakt in de tarieven worden opgenomen.

Onderdeel AU

In artikel XII van het wetsvoorstel is overgangsrecht opgenomen voor verleende ontheffingen voor experimenten op grond van artikel 1i van de Gaswet. In tegenstelling tot elektriciteit is het op dit moment niet mogelijk een ontheffing aan te vragen om een experiment uit te voeren waarbij kan worden afgeweken van de Gaswet. Het overgangsrecht kan daarom vervallen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp