Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201634485-XII nr. 2

34 485 XII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2016 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikelen 1 en 2, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2016 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

  • 2. De begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie.

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1.

Leeswijzer

2

     

2.

Het beleid

3

2.1

Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties

3

2.2

De beleidsartikelen

6

2.3

De niet-beleidsartikelen

25

2.4

De agentschappen

27

1. Leeswijzer

Algemeen

De opzet en structuur van de onderliggende suppletoire begroting voor Hoofdstuk XII is gebaseerd op de Rijksbegrotingvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

Naar aanleiding van de aanbevelingen van het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR) (Kamerstukken II, 2014–2015, 31 865, nr. 66) zijn in de Rijksbegrotingvoorschriften 2016 de onderstaande uniforme ondergrenzen opgenomen, welke worden gehanteerd bij het toelichten van de budgettaire gevolgen van beleid. De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.

Vanuit het oogpunt van uniformiteit en transparantie wordt deze norm gehanteerd om mutaties toe te lichten bij de Eerste suppletoire begroting van 2016 van Infrastructuur en Milieu (XII). Dit houdt in dat artikelonderdelen en projecten, waarbij het verschil kleiner is dan de aangegeven norm niet worden toegelicht (tenzij deze beleidsmatig toch relevant zijn).

Model 2.15 Rijksbegrotingsvoorschriften 2016

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € miljoen

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties

(ondergrens in €

miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

Opbouw

Dit wetsvoorstel kent een opbouw waarbij afhankelijk van de informatievraag- en behoefte verder kan worden ingezoomd. Deze verdiepingsslag is als volgt opgebouwd.

Dit wetsvoorstel is als volgt opgebouwd:

  • 1. In de begroting(wet)staat zijn de wijzigingen op de begrotingsstaat van het jaar 2016 voor de begroting van Infrastructuur en Milieu (XII) opgenomen. Deze dient ter autorisatie van de mutaties die op artikelniveau in de verplichtingen, uitgaven- en ontvangstenramingen worden voorgesteld bij deze Eerste suppletoire begroting.

  • 2. In het overzicht in paragraaf 2.1 zijn de belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties opgenomen die leiden tot wijziging van de begroting 2016 (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 XII, nr. 2). Deze worden in deze paragraaf financieel en inhoudelijk toegelicht. Hiermee wordt de begroting op hoofdlijnen beschreven van dit wetsvoorstel.

  • 3. In de artikelgewijze toelichting (paragraaf 2.2 beleidsartikelen en paragraaf 2.3 niet-beleidsartikelen) wordt inzicht gegeven in de mutaties op artikelonderdeelniveau die zijn opgenomen in de begrotingsstaat. De gepresenteerde budgetflexibiliteit (juridisch verplicht) is de stand per 1 maart 2016.

  • 4. In de paragraaf agentschappen (zie paragraaf 2.4) staan de aanpassingen in de exploitatie- en kasstroomoverzichten van de agentschappen.

2. Het beleid

2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangsten mutaties

Suppletoire mutaties 2016 (1e suppletoire begroting) (in € mln.)
   

Artikel

Uitgaven

Ontvangsten

Stand ontwerpbegroting

 

8.176,0

212,5

Stand vastgestelde begroting 2016

 

8.176,0

212,5

         

1.

Taakstelling VenJ en Migratie

     
 

– waarvan Hoofdstuk XII

div.

– 0,7

 
 

– waarvan Infrastructuurfonds

26

– 4,2

 
 

– waarvan Deltafonds

26

– 0,8

 

2.

GSM-R interferentie

16

– 11,1

 

3.

Knelpunten Luchtkwaliteit

20

2,2

 

4

Decentralisatie Bodemsanering PF/GF

13

– 8,6

 

5.

Middelenafspraak Bodemsanering

13

0,3

 

6.

Ontvangst waterschappen t.b.v. Basisregistraties

13

2,9

2,9

7.

Ontvangst grondverkoop EZ

13

– 5,0

5,0

8.

Overboekingen IF/DF naar PF/GF/BCF

26

– 139,4

 

9

Huisvesting

98

– 16,0

 

10.

Surplus eigen vermogenoud-RGD en FMHaaglanden

98

9,9

 

11.

Surplus eigen vermogen ILT

98

1,7

1,7

12.

Ontvangsten bedrijfsvoering agentschappen

98

11,3

11,3

13.

HGIS

     
 

– PMR en CPLC

19

5,9

5,9

14.

Eindejaarmarge

99

27,7

 

15.

Nominaal en onvoorzien

     
 

– Compensatie herstelopslag ABP

99

1,5

 
 

– Structurele verwerking loonruimte

99

9,5

 
 

– Loon- en prijsbijstelling

99

47,1

 

16.

Icoon Afsluitdijk

11

2,4

 

17.

Overig

div.

5,6

2,1

Stand 1e suppletoire begroting

 

8.118,2

241,4

Toelichting

1. Taakstelling VenJ en Migratie

Bij deze Eerste suppletoire begroting wordt invulling gegeven aan de taakstelling ten behoeve van de begroting van Veiligheid en Justitie en voor de budgettaire gevolgen van de migratieproblematiek. Het aandeel van IenM bedraagt in 2016 en 2017 ca. € 5,7 miljoen en in 2018 € 1,9 miljoen. De bijdrage van IenM aan de taakstelling in 2016 is verdeeld over het Infrastructuurfonds (€ 4,2 miljoen), Deltafonds (€ 0,8 miljoen) en Hoofdstuk XII (€ 0,7 miljoen).

2. GSM-R interferentie

Met de subsidieregeling Beheersing GSM-R interferentie stimuleert IenM de aanpassing of vervanging van treinradioapparatuur. Deze subsidie komt tegemoet in de kosten die spoorvervoerders moeten maken voor het vervangen van bestaande radioapparatuur in spoorvoertuigen. Zoals in het Jaarverslag 2015 gemeld, blijkt dat de meeste treinen in de derde periode interferentiebestendig worden gemaakt. Het kasritme wordt hierop aangepast door € 11,1 miljoen door te schuiven naar 2017.

3. Knelpunten Luchtkwaliteit

Uit de op het Infrastructuurfonds gereserveerde budgetten voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt € 16,0 miljoen overgeheveld naar artikel 20 Lucht en Geluid van de begroting van IenM. De uitvoering van maatregelen in het kader van NSL worden verantwoord op Hoofdstuk XII. De middelen worden ingezet om enkele knelpunten in de luchtkwaliteit in Amsterdam en Rotterdam te mitigeren. Van de voor 2016 beschikbare € 10 miljoen wordt bij de Eerste suppletoire begroting € 7,8 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds en het Btw-compensatiefonds ten behoeve van gemeente Rotterdam.

4. Decentralisatie Bodemsanering Provincie- en Gemeentefonds

In het kader van het bodembeleid wordt € 49,4 miljoen gedecentraliseerd naar het Gemeente- en Provinciefonds voor de periode 2016–2020, waarvan € 10,6 miljoen in 2016. Het betreft de rijksbijdrage voor de uitvoering van het convenant Bodem en Ondergrond 2016–2020. Tevens vindt de verrekening plaats van de versnelling van oude afspraken. Het betreft de Overijsselse asbestproblematiek in het Gijmink en de afkoop van de rijksbijdrage aan het Amsterdamse gasfabriekprogramma. Daarnaast heeft er een overboeking plaatsgevonden vanuit het Provinciefonds naar de begroting van IenM van € 2,0 miljoen vanwege een aangepast betalingsritme van saneringsopgave Zeeland Thermphos.

5. Middelenafspraak bodemsanering

Conform de afspraak met het Ministerie van Financiën over het kostenverhaal bodemsanering, worden de verkoopopbrengsten op uit hoofde van het door Rijk gevorderde en daarna gesaneerde verontreinigende terreinen toegevoegd aan de begroting van IenM. Het betreft € 0,3 miljoen.

6. Bijdrage Unie van Waterschappen t.b.v. Basisregistraties

De opdrachtverstrekking aan het Kadaster betreffende Basisregistraties verloopt via IenM. De Unie van Waterschappen draagt € 2,9 miljoen bij aan de kosten. Op basis van de ontvangsten van de Unie van Waterschappen wordt een aanvullende opdracht verstrekt aan het Kadaster.

7. Ontvangst Grondverkoop EZ

Vanaf 2016 zullen de opbrengsten uit de grondverkoop door EZ (RVO) in relatie tot de bufferzones via artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling worden overgeboekt naar het Provinciefonds. De middelen worden ingezet ten behoeve van hydrologische maatregelen. In totaal gaat het om € 30,0 miljoen waarvan de eerste € 5,0 miljoen bij deze Eerste suppletoire wet wordt overgeboekt.

8. Overboekingen vanuit de fondsen

Dit betreft met name overboekingen naar het Provinciefonds, Gemeentefonds en het Btw-compensatiefonds vanuit het Infrastructuurfonds voor het programma Beter Benutten (€ 64,8 miljoen) en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) (€ 64,2 miljoen). Daarnaast zijn er overboekingen vanuit het Deltafonds naar het Provinciefonds voor Zoetwatermaatregelen (€ 6,9 miljoen) en naar de provincie Friesland ten behoeve van project Omgevingseffecten «Blue Energy» en het project «Off Grid Test Centre» (€ 3,6 miljoen).

9. Huisvesting

Door uitloop van de bouwwerkzaamheden, zal de verhuizing van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu van de Plesmanweg naar de Rijnstraat niet meer in het 2016 plaatsvinden maar in het jaar 2017. Hiertoe zullen de uitgaven doorschuiven naar 2017.

10. Surplus eigen vermogen oud-RGD en FMH

De voormalige Rijksgebouwendienst (sinds 2014 gefuseerd naar het Rijksvastgoedbedrijf) heeft een positief saldo behaald. Het netto surplus aan vermogen van oud-RGD wordt terug gegeven aan de opdrachtgevers/departementen. Het aandeel van IenM bedraagt € 9,1 miljoen. Verder heeft het agentschap FM Haaglanden over het jaar 2015 een positief resultaat gerealiseerd. Cf. de regeling agentschappen wordt ook het surplus eigen vermogen van FMH afgeroomd. Het aandeel van IenM bedraagt € 0,8 miljoen.

11. Surplus eigen vermogen ILT

Het eigen vermogen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) was in 2015 groter dan het maximum van 5 procent van de jaaromzet zoals vastgesteld in de Regeling agentschappen. Het surplus aan eigen vermogen van € 1,7 miljoen is afgeroomd en toegevoegd aan de begroting van IenM.

12. Ontvangsten Bedrijfsvoering agentschappen

IenM ontvangt € 11,3 miljoen Van de agentschappen (met name RWS en ILT) voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening. De interne verrekening hiervan vindt plaats door middel van facturering.

13. Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

IenM droeg tot en met 2014 bij aan het Clean Development Mechanism (CDM)-programma. Dit programma beoogde een bijdrage te leveren aan het realiseren van de Kyoto-doelstellingen door middel van het ontwikkelen en onderling verbinden van CO2-markten. Na afronding van het CDM-programma is nog € 8,4 miljoen beschikbaar, waarvan € 5,9 miljoen in 2016 en € 2,5 miljoen in 2017. Deze middelen worden ingezet voor de programma’s Partnership for Market Readiness (PMR) en Carbon Pricing Leadership Coalition (CPLC). Dit laatste programma is reeds aangekondigd tijdens de Klimaattop van Parijs in december 2015.

14. Eindejaarsmarge

Bij Eerste suppletoire begroting wordt de eindejaarsmarge van 2015 toegevoegd aan de begroting voor 2016. Voor IenM bedraagt deze € 27,7 miljoen.

15. Loon- en prijsbijstelling

Dit betreft de incidentele compensatie voor de herstelopslag van ABP voor 2016, de structurele verwerking van de loonruimte, en de toegekende loon- en prijsbijstelling tranche 2016. Deze middelen worden toegevoegd aan artikel 99 Nominaal en onvoorzien van de begroting van IenM en zullen bij Ontwerpbegroting 2017 nader worden toegedeeld binnen de begrotingen HXII en de fondsen.

16. Icoon Afsluitdijk

Voor het project Icoon Afsluitdijk stelt IenM in de periode 2016–2017 € 13,0 miljoen beschikbaar. Hiervan komt € 8 miljoen uit het Deltafonds en € 5 miljoen van regionale partners en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Voor 2016 betreft de bijdrage vanuit het Deltafonds € 2,4 miljoen.

2.2 De beleidsartikelen

Hieronder worden alle beleidsmatig relevante mutaties op het niveau van het artikelonderdeel zichtbaar gemaakt, en waar zinvol en relevant, ook toegelicht (zie leeswijzer).

Artikel 11 Integraal waterbeleid

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

11

Integraal waterbeleid

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

41.900

0

41.900

2.760

44.660

11.956

1.949

4.277

2.072

Uitgaven:

45.973

0

45.973

840

46.813

12.755

2.035

2.072

2.072

Waarvan juridisch verplicht:

92%

     

68%

       

11.01

Algemeen waterbeleid

33.872

0

33.872

1.035

34.907

12.557

2.000

2.072

2.072

11.01.01

Opdrachten

3.932

0

3.932

2.843

6.775

10.787

280

352

680

11.01.02

Subsidies

10.360

0

10.360

81

10.441

2.550

2.500

2.500

2.500

 

– Partners voor Water (HGIS)

10.360

0

10.360

31

10.391

2.500

2.500

2.500

2.500

 

– Overige subsidies

0

0

0

50

50

50

     

11.01.03

Bijdrage aan agentschappen

17.545

0

17.545

– 626

16.919

– 780

– 780

– 777

– 1.105

 

– waarvan bijdrage aan RWS

17.144

0

17.144

– 740

16.404

– 780

– 780

– 777

– 1.105

 

– waarvan bijdrage aan KNMI

401

0

401

114

515

       

11.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

2.035

0

2.035

– 1.263

772

0

0

– 3

– 3

11.02

Waterveiligheid

2.802

0

2.802

– 133

2.669

– 2

35

0

0

11.02.01

Opdrachten

2.802

0

2.802

– 133

2.669

– 2

35

   

11.03

Grote oppervlaktewateren

2.008

0

2.008

45

2.053

170

0

0

0

11.03.01

Opdrachten

2.008

0

2.008

45

2.053

170

     

11.03.05

Bijdrage aan internationale organisaties

0

0

0

0

0

       

11.04

Waterkwaliteit

7.291

0

7.291

– 107

7.184

30

0

0

0

11.04.01

Opdrachten

3.993

0

3.993

– 167

3.826

– 30

     

11.04.02

Subsidies

0

0

0

60

60

60

     

11.04.04

Bijdrage aan medeoverheden

1.531

0

1.531

0

1.531

       

11.04.05

Bijdrage aan internationale organisaties

1.767

0

1.767

0

1.767

       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

5.000

0

0

0

Verplichtingen

De mutaties in de verplichtingen in het jaar 2016 houden verband met de kasuitgaven en hebben met name betrekking op het project Icoon Afsluitdijk, het programma Partners voor Water IV, en een afboeking van verplichtingen in het kader van een interdepartementale overboeking naar het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

11.01 Algemeen waterbeleid

Opdrachten

Voor het project Icoon Afsluitdijk stelt IenM in de periode 2016–2017 € 13,0 miljoen beschikbaar. Hiervan komt € 8,0 miljoen uit het Deltafonds en € 5,0 miljoen van regionale partners en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De hogere uitgaven bij Partners voor Water hebben betrekking op het programma Partners voor Water IV om verdere invulling te geven aan het hogere ambitieniveau uit de nieuwe Internationale Waterambitie (IWA) (Kamerstukken II, 2015–2016, 32 605, nr. 177). Hiertoe wordt voor de periode 2017–2021 € 2,5 miljoen vanuit de HGIS middelen toegevoegd aan dit artikel.

Bijdrage medeoverheden

Conform afspraak boekt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid jaarlijks het resterende budget van de subsidieregeling «Compensatie kinderopvang» over naar IenM. Voor 2016 betreft dit € 1,3 miljoen.

Ontvangsten

Voor 2017 begroot IenM € 5,0 miljoen aan extra ontvangsten. Deze hebben betrekking op de bijdrage van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en regionale partners aan het project Icoon Afsluitdijk.

Artikel 13 Ruimtelijke ontwikkeling

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

13

Ruimtelijke ontwikkeling

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

111.358

0

111.358

– 10.115

101.243

– 3.772

– 6.508

– 9.053

– 6.674

Uitgaven:

112.233

0

112.233

– 7.674

104.559

– 6.322

– 7.474

– 6.874

– 6.674

Waarvan juridisch verplicht:

83%

     

82%

       

13.01

Ruimtelijk instrumentarium

6.849

0

6.849

– 165

6.684

– 168

– 120

– 120

– 120

13.01.01

Opdrachten

4.672

0

4.672

1.046

5.718

1.043

1.091

1.091

1.091

 

– Wabo

1.463

0

1.463

– 1.408

55

       
 

– Architectonisch beleid

1.728

0

1.728

400

2.128

       
 

– Overige opdrachten

1.481

0

1.481

2.054

3.535

1.043

1.091

1.091

1.091

13.01.02

Subsidies

966

0

966

0

966

       

13.01.03

Bijdrage aan agentschappen

1.211

0

1.211

– 1.211

0

– 1.211

– 1.211

– 1.211

– 1.211

 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.211

0

1.211

– 1.211

0

– 1.211

– 1.211

– 1.211

– 1.211

13.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

       

13.02

Geo-informatie

38.806

0

38.806

2.890

41.696

2.890

2.890

2.890

2.890

13.02.01

Opdrachten

4.788

0

4.788

– 1.151

3.637

– 1.060

– 750

– 750

– 750

13.02.02

Subsidies

1.999

0

1.999

5.200

7.199

310

0

0

0

 

– Basisregistraties

1.999

0

1.999

5.200

7.199

310

     

13.02.06

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

32.019

0

32.019

– 1.159

30.860

3.640

3.640

3.640

3.640

 

– Kadaster

32.019

0

32.019

– 1.159

30.860

3.640

3.640

3.640

3.640

13.03

Gebiedsontwikkeling

8.069

0

8.069

– 179

7.890

– 293

– 93

– 93

– 93

13.03.01

Opdrachten

1.111

0

1.111

– 949

162

237

237

– 63

– 63

13.03.02

Subsidies

90

0

90

– 30

60

– 30

– 30

– 30

– 30

13.03.03

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS

0

0

0

0

0

       

13.03.04

Bijdrage aan medeoverheden

6.868

0

6.868

800

7.668

– 500

– 300

0

0

 

– Projecten BIRK

4.318

0

4.318

800

5.118

 

– 800

   
 

– Projecten Nota Ruimte

0

0

0

0

0

– 500

500

   
 

– Projecten Bestaand Rotterdams Gebied

2.550

0

2.550

0

2.550

       

13.04

Ruimtegebruik bodem

43.748

0

43.748

– 7.057

36.691

– 8.710

– 10.110

– 9.510

– 9.310

13.04.01

Opdrachten

3.350

0

3.350

2.901

6.251

2.520

2.520

2.520

2.520

13.04.02

Subsidies

12.000

0

12.000

0

12.000

0

0

0

0

 

– Bedrijvenregeling

10.000

0

10.000

0

10.000

       
 

– Bodemsanering NS

0

0

0

0

0

       
 

– Overige subsidies

2.000

0

2.000

0

2.000

       

13.04.03

Bijdrage aan agentschappen

7.523

0

7.523

– 697

6.826

– 2.229

– 2.229

– 2.229

– 2.229

 

– waarvan bijdrage aan RWS

7.523

0

7.523

– 697

6.826

– 2.229

– 2.229

– 2.229

– 2.229

13.04.04

Bijdrage aan medeoverheden

20.875

0

20.875

– 9.261

11.614

– 9.001

– 10.401

– 9.801

– 9.601

 

– Meerjarenprogramma Bodem

20.225

0

20.225

– 9.261

10.964

– 9.001

– 10.401

– 9.801

– 9.601

 

– Programma Gebiedsgericht instrumentarium

650

0

650

0

650

       

13.04.07

Bekostiging

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– Uitvoering klimaatadaptie

0

0

0

0

0

       

13.05

Eenvoudig Beter

14.761

0

14.761

– 3.163

11.598

– 41

– 41

– 41

– 41

13.05.01

Opdrachten

8.281

0

8.281

– 2.771

5.510

– 41

– 41

– 41

– 41

 

– Eenvoudig beter

1.797

0

1.797

– 365

1.432

– 41

– 41

– 41

– 41

 

– OLO 3

6.484

0

6.484

– 2.406

4.078

       

13.05.03

Bijdrage aan agentschappen

6.480

0

6.480

– 392

6.088

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS

6.480

0

6.480

– 392

6.088

       
 

Ontvangsten

934

0

934

7.890

8.824

2.890

2.890

2.890

2.890

Verplichtingen

De lagere verplichtingen in 2016 betreffen overboekingen naar het Gemeentefonds (€ 5,5 miljoen) en het Provinciefonds (€ 3,1 miljoen) voor het uitvoeren van het Bodemconvenant 2016–2020. Daarnaast vond er een herschikking van € 1,7 miljoen plaats.

13.01 Ruimtelijk instrumentarium

Bijdrage aan agentschappen

Voor het beheer en onderhoud van Omgevingsloket Online (OLO) 2 wordt budget ter hoogte van € 1,2 miljoen overgeheveld naar het opdrachtenbudget.

13.02 Geo-informatie

Subsidies

In 2016 wordt in het kader van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) een subsidie toegekend aan de bronhouders (gemeenten, provincies en waterschappen) van € 5,2 miljoen. Hiervoor worden middelen overgeheveld van de financiële instrumenten «Opdrachten» en «Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s» naar «Subsidies».

Bijdrage aan Unie van Waterschappen

Dit betreft ontvangsten van de waterschappen ten behoeve van de uitgaven Basisregistraties. De opdrachtverstrekking aan het Kadaster betreffende Basisregistraties verloopt via IenM. Op basis van deze ontvangsten wordt een aanvullende opdracht verstrekt aan het Kadaster. Ook is het saldo van de bijdrage met € 2,9 miljoen opgehoogd.

13.04 Ruimtegebruik bodem

Opdrachten

Voor het Ruimtegebruik bodem wordt budget ter hoogte van € 2,5 miljoen overgeheveld naar het opdrachtenbudget. Daarnaast is er een kennisbudget van € 1,0 miljoen overgeboekt vanuit het Meerjarenprogramma Bodem naar het opdrachtenbudget van Ruimtegebruik Bodem. Deze overdrachten komen van de bijdragen aan medeoverheden en vallen ten bate aan het opdrachtenbudget. Tevens wordt er voor de gecoördineerde opdrachtverlening aan RIVM € 0,7 miljoen overgemaakt naar artikel 19 (Klimaat).

Bijdrage medeoverheden

Het bodembeleid voor de periode 2016 – 2020 is opgenomen in het convenant «Bodem en Ondergrond 2016 – 2020». Dit convenant is ondertekend door het Rijk, het IPO, de VNG en de Unie van Waterschappen. Met de ondertekening van het convenant wordt ook de definitieve stap gezet naar de verdere decentralisatie van de middelen. Tevens vindt de uitfinanciering van oude afspraken plaats. Het betreft de afkoop van de rijksbijdragen aan de aanpak van asbest in Gijmink in Overijssel. In totaal wordt er € 10,6 miljoen overgeheveld naar het Provinciefonds en Gemeentefonds in 2016. Daarnaast heeft er een overboeking plaatsgevonden vanuit het Provinciefonds naar IenM van € 2,0 miljoen vanwege een aangepast betalingsritme van saneringsopgave Zeeland Thermphos.

13.05 Eenvoudig Beter

Rijkswaterstaat zet capaciteit in voor beleidsondersteuning en advies met betrekking tot de doorontwikkeling van het Omgevingsloket online (OLO3). De uitgaven voor de capaciteitsinzet van Rijkswaterstaat in het kader van beleidsondersteuning en advies worden verantwoord op 13.04 Ruimtegebruik bodem. In het licht hiervan wordt € 1,5 miljoen overgeheveld van 13.05 Eenvoudig Beter naar 13.04 Ruimtegebruik bodem. Voorts wordt de bouw van OLO3 gerealiseerd door de Directie Concern Informatievoorziening (DCI). De uitgaven van de DCI worden verantwoord op artikel 97. Hiervoor wordt € 0,9 miljoen overgeheveld naar 97.01 IenM-brede programmamiddelen. Ten slotte wordt er € 0,73 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor de meerkosten bij de Raad van State in het kader van de Crisis- en herstelwet.

Ontvangsten

De grootste mutatie aan de ontvangstenzijde betreft ontvangsten uit grondverkoop door de RVO (Ministerie van Economische Zaken). In 2016 bedragen deze ontvangsten € 5,0 miljoen. Deze opbrengsten worden overgeboekt naar het Provinciefonds ten behoeve van hydrologische maatregelen.

Daarnaast wordt er in de periode 2016–2020 jaarlijks een vordering van € 2,9 miljoen vastgelegd voor de aanvullende opdrachten aan het Kadaster ten behoeve van Basisregistraties.

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

14

Wegen en verkeersveiligheid

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

28.702

0

28.702

5.025

33.727

– 242

– 225

   

Uitgaven:

33.414

0

33.414

1.850

35.264

2.033

75

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

70%

     

87%

       

14.01

Netwerk

16.033

0

16.033

1.263

17.296

1.847

– 111

– 186

– 186

14.01.01

Opdrachten

12.742

0

12.742

252

12.994

1.508

25

0

0

 

– Beter Benutten

6.560

0

6.560

1.386

7.946

1.750

250

   
 

– Overige opdrachten

1.634

0

1.634

– 566

1.068

– 242

– 225

   

14.01.02

Subsidies

722

0

722

425

1.147

525

50

   

14.01.03

Bijdrage aan agentschappen

2.569

0

2.569

586

3.155

– 186

– 186

– 186

– 186

 

– waarvan bijdrage aan RWS

2.569

0

2.569

586

3.155

       

14.02

Veiligheid

17.381

0

17.381

587

17.968

186

186

186

186

14.02.01

Opdrachten

5.629

0

5.629

649

6.278

– 30

– 30

– 30

– 30

14.02.02

Subsidies

8.736

0

8.736

– 279

8.457

0

0

0

0

 

– VVN

3.660

0

3.660

0

3.660

       
 

– SWOV

3.958

0

3.958

– 110

3.848

       
 

– Overige subsidies

1.118

0

1.118

– 169

949

       

14.02.03

Bijdrage aan agentschappen

389

0

389

187

576

186

186

186

186

 

– waarvan bijdrage aan RWS

389

0

389

187

576

186

186

186

186

14.02.05

Bijdrage aan internationale organisaties

0

0

0

30

30

30

30

30

30

14.02.06

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

2.627

0

2.627

0

2.627

       
 

– CBR

2.627

0

2.627

0

2.627

       
 

Ontvangsten

6.782

0

6.782

0

6.782

0

0

0

0

Verplichtingen

De hogere verplichtingen hebben met name te maken met het programma Beter Benutten ITS (Intelligente Transport Systemen). Hiervoor worden de volledige verplichtingen in het jaar 2016 aangegaan. Daarnaast worden er verplichtingen aangegaan voor de Subsidie wandelnet en fietsplatform om gestand te doen aan het amendement van het lid Hoogland c.s. (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000, nr. 58).

14.01 Wegen en verkeersveiligheid

Beter Benutten

De hogere uitgaven bij opdrachten Beter Benutten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door een overboeking vanuit het Infrastructuurfonds naar Hoofdstuk XII ten behoeve van het programma Beter Benutten ITS (2016: € 2,25 miljoen, 2017: € 1,75 miljoen, 2018: € 0,25 miljoen). ITS heeft tot doel om het verkeer veiliger, efficiënter en betrouwbaarder te maken middels de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën in transport, infrastructuur en voertuigen.

Subsidie wandelnet en Fietsplatform

Tijdens de begrotingsbehandeling in 2015 is het amendement van het lid Hoogland c.s. aangenomen (Kamerstukken II, 2014–2015, 34 000, nr. 58). Met dit amendement wordt een bedrag van € 0,5 miljoen beschikbaar gesteld voor het Wandelnet en het Fietsplatform voor het onderhoud van landelijke routestructuren in 2015. Voor 2016 en verder wordt er aanvullend € 1,0 miljoen beschikbaar gesteld vanuit het Infrastructuurfonds. Het fietsbeleid wordt verantwoord op artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid.

Artikel 15 OV-keten

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

15

OV-keten

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

5.171

0

5.171

1.492

6.663

– 973

– 842

– 284

 

Uitgaven:

6.135

0

6.135

241

6.376

– 5

– 2

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

64%

     

61%

       

15.01

OV-keten

6.135

0

6.135

241

6.376

– 5

– 2

0

0

15.01.01

Opdrachten

4.652

0

4.652

123

4.775

– 340

– 337

– 285

– 285

15.01.02

Subsidies

485

0

485

342

827

335

335

285

285

15.01.03

Bijdrage aan agentschappen

998

0

998

– 224

774

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS

998

0

998

– 224

774

       

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen

De hogere verplichtingen in 2016 hebben met name te maken met een verplichtingenschuif vanuit 2017–2019 om gestand te kunnen doen aan de driejarige subsidieafspraak met OV-loket en reizigersbelangenvereniging Rover.

15.01 OV-keten

Subsidies

De ophoging van het subsidiebudget wordt met name veroorzaakt door de driejarige subsidieafspraken met OV-loket en reizigersbelangenvereniging Rover. Verder worden in 2016 subsidies verstrekt aan de Stichting Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer van € 0,05 miljoen, aan het Kennisplatform Verkeer en Vervoer van € 0,1 miljoen voor de uitvoering van de OV-Klantenbarometer en aan het Consumentenplatform Friese Waddenveren van € 0,012 miljoen. De Stichting Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer is verantwoordelijk voor de registratie, afhandeling, opvolging en rapportage van klachten over verricht taxivervoer. De OV-Klantenbarometer verschaft landelijk inzicht in de waardering van de reiziger voor het (regionale) openbaar vervoer en in de ontwikkelingen rond sociale veiligheid in het regionale openbaar vervoer. Het Consumentenplatform Friese Waddenveren zorgt ervoor dat het adviesrecht van consumenten met betrekking tot de Waddenveren een serieuze invulling krijgt.

Samenvoeging Artikel 15 OV-keten en Artikel 16 Spoor

In het voorjaar van 2014 is het tweede deel van de Lange Termijn Spooragenda (LTSA) naar de Tweede Kamer gestuurd. De kern van de ambitie zoals in de LTSA opgenomen is een optimale reis van deur tot deur binnen de Openbaar Vervoer en Spoorketen. De huidige begrotingsindeling sluit hier niet op aan, omdat er nu nog sprake is van een apart artikel voor Openbaar Vervoer en een apart artikel voor Spoor. Daarom is IenM voornemens deze artikelen bij Ontwerpbegroting 2017 samen te voegen tot een nieuw artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor.

Artikel 16 Spoor

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

16

Spoor

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

4.573

0

4.573

710

5.283

1.064

– 6

   

Uitgaven:

23.996

0

23.996

– 1.608

22.388

11.064

– 6

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

98%

     

100%

       

16.01

Spoor

23.996

0

23.996

– 1.608

22.388

11.064

– 6

0

0

16.01.01

Opdrachten

2.250

0

2.250

– 17

2.233

– 19

– 6

0

0

 

– ERTMS

0

0

0

47

47

       
 

– Overige opdrachten

2.250

0

2.250

– 64

2.186

– 19

– 6

   

16.01.02

Subsidies

21.646

0

21.646

– 1.620

20.026

11.083

0

0

0

 

– GSM-R

10.300

0

10.300

– 1.675

8.625

11.083

     
 

– Bodemsanering NS percelen

9.076

0

9.076

0

9.076

       
 

– Overige subsidies

2.270

0

2.270

55

2.325

       

16.01.03

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

44

44

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan KNMI

0

0

0

44

44

       
 

– waarvan bijdrage aan RWS

0

0

0

0

0

       

16.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

100

0

100

– 15

85

0

0

0

0

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

16.01 Spoor

Subsidies GSM-R

Met de subsidieregeling Beheersing GSM-R interferentie stimuleert het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de aanpassing of vervanging van treinradioapparatuur. Deze subsidie komt tegemoet in de kosten die spoorvervoerders moeten maken voor het vervangen van bestaande radioapparatuur in spoorvoertuigen. Zoals in het Jaarverslag 2015 gemeld, blijkt dat de meeste treinen in de derde periode interferentiebestendig worden gemaakt. Het kasritme wordt hierop aangepast door € 11,1 miljoen door te schuiven naar 2017.

Artikel 17 Luchtvaart

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

17

Luchtvaart

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

25.355

0

25.355

2.692

28.047

287

300

1.221

– 2.739

Uitgaven:

24.985

0

24.985

552

25.537

592

605

611

611

Waarvan juridisch verplicht:

59%

     

70%

       

17.01

Luchtvaart

24.985

0

24.985

552

25.537

592

605

611

611

17.01.01

Opdrachten

13.916

0

13.916

– 4.691

9.225

– 2.582

337

– 643

– 43

 

– Opdrachten GIS

3.023

0

3.023

0

3.023

       
 

– Leefbaarheidsfonds

5.900

0

5.900

– 5.900

0

– 2.900

 

– 400

– 400

 

– Overige opdrachten

4.993

0

4.993

1.209

6.202

318

337

– 243

357

17.01.02

Subsidies

910

0

910

5.189

6.099

2.749

– 151

849

249

17.01.03

Bijdrage aan agentschappen

8.979

0

8.979

– 151

8.828

20

14

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS (Caribisch Nederland)

8.931

0

8.931

– 187

8.744

       
 

– waarvan bijdrage aan RWS

48

0

48

22

70

       
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

0

0

0

14

14

20

14

   

17.01.05

Bijdrage aan internationale organisaties

1.180

0

1.180

105

1.285

305

305

305

305

17.01.06

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

0

0

0

100

100

100

100

100

100

 

– LVNL

0

0

0

100

100

100

100

100

100

 

Ontvangsten

9.311

0

9.311

1.001

10.312

300

300

300

300

Verplichtingen

De verhoging van het verplichtingenbudget wordt onder andere veroorzaakt door een hogere bijdrage aan het International Civil Aviation Organization (ICAO). ICAO is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties gericht op internationale samenwerking en het creëren van een level playing field in de luchtvaartsector.

17.01 Luchtvaart

Leefbaarheidfonds

Ten behoeve van de betaling van de tweede tranche van het leefbaarheidfonds wordt voor 2016 € 5,9 miljoen en voor 2017 € 2,9 miljoen overgeheveld van het financieel instrument «Opdrachten» naar het financieel instrument «Subsidies».Deze overheveling vindt plaats omdat het beleid via een ander financieel instrument wordt gerealiseerd. De bijdrage aan de tweede tranche van het leefbaarheidfonds is bestuurlijk verplicht. Ook de tweede tranche wordt uitgevoerd door Stichting Leefomgeving Schiphol en richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de leef- en woonsituatie voor bewoners in gemeenten rondom de luchthaven Schiphol.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten zijn een jaarlijkse bijdrage van de Federal Aviation Authority (FAA) ten behoeve van onderzoeksopdrachten voor het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR).

Artikel 18 Scheepvaart en havens

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

18

Scheepvaart en Havens

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

33.737

0

33.737

3.591

37.328

131

144

150

150

Uitgaven:

24.997

0

24.997

1.145

26.142

131

144

150

150

Waarvan juridisch verplicht:

96%

     

100%

       

18.01

Scheepvaart en havens

24.997

0

24.997

1.145

26.142

131

144

150

150

18.01.01

Opdrachten

17.966

0

17.966

946

18.912

– 19

– 6

0

0

 

– Topsector logistiek

16.013

0

16.013

0

16.013

       
 

– Overige opdrachten

1.953

0

1.953

946

2.899

– 19

– 6

   

18.01.02

Subsidies

4.587

0

4.587

200

4.787

0

0

0

0

 

– Topsector logistiek

4.337

0

4.337

0

4.337

       
 

– Overige opdrachten

250

0

250

200

450

       

18.01.03

Bijdrage aan agentschappen

1.408

0

1.408

– 151

1.257

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.408

0

1.408

– 151

1.257

       

18.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

1.036

0

1.036

150

1.186

150

150

150

150

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen

De ophoging van het verplichtingenbudget betreft hoofdzakelijk verplichtingen voor Topsector Logistiek van € 1,84 miljoen die niet in 2015 zijn aangegaan. Verder worden er verplichtingen aangegaan ten behoeve van spoedwerkzaamheden en planvorming voor de havens van Bonaire en Saba.

Artikel 19 Klimaat

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

19

Klimaat

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

54.747

0

54.747

15.823

70.570

7.053

5.483

3.318

3.457

Uitgaven:

57.761

0

57.761

13.139

70.900

7.281

5.122

3.457

3.457

Waarvan juridisch verplicht:

80%

     

100%

       

19.01

Klimaat

14.026

0

14.026

– 1.200

12.826

– 259

66

– 99

– 99

19.01.01

Opdrachten

2.352

0

2.352

– 634

1.718

– 367

– 42

– 29

– 29

19.01.02

Subsidies

102

0

102

350

452

       

19.01.03

Bijdrage aan agentschappen

11.572

0

11.572

– 916

10.656

108

108

– 70

– 70

 

– Waarvan bijdrage aan KNMI

220

0

220

589

809

178

178

   
 

– Waarvan bijdrage aan RWS

4.178

0

4.178

– 1.487

2.691

– 44

– 44

– 44

– 44

 

– Waarvan bijdrage aan Nea

7.174

0

7.174

– 18

7.156

– 26

– 26

– 26

– 26

19.02

Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

43.735

0

43.735

14.339

58.074

7.540

5.056

3.556

3.556

19.02.01

Opdrachten

6.649

0

6.649

5.121

11.770

1.566

381

114

381

 

– Uitvoering CDM

0

0

0

0

0

       
 

– RIVM

0

0

0

0

0

       
 

– AgNL

0

0

0

0

0

       
 

– Interreg

1.805

0

1.805

– 1.590

215

– 1.533

 

– 267

 
 

– Overige opdrachten

4.844

0

4.844

6.711

11.555

3.099

381

381

381

19.02.02

Subsidies

500

0

500

715

1.215

1.533

0

267

0

 

– Interreg

500

0

500

715

1.215

1.533

 

267

 

19.02.03

Bijdrage aan agentschappen

34.212

0

34.212

8.003

42.215

4.441

4.675

3.175

3.175

 

– waarvan bijdrage aan RIVM

29.802

0

29.802

3.315

33.117

1.290

1.395

– 105

– 105

 

– waarvan bijdrage aan RWS

354

0

354

– 16

338

– 25

104

104

104

 

– waarvan bijdrage aan RVO

4.056

0

4.056

4.704

8.760

3.176

3.176

3.176

3.176

19.02.05

Bijdrage aan internationale organisaties

2.374

0

2.374

500

2.874

       
 

Ontvangsten

189.000

0

189.000

5.900

194.900

2.500

0

0

0

Verplichtingen

De hogere verplichtingen hebben met name te maken met de overboeking van middelen naar artikel 19 Klimaat voor de gecoördineerde opdrachtverlening RVO en RIVM en de programma’s Partnership for Market Readiness en Carbon Pricing Leadership Coalition.

19.01 Klimaat

Opdrachten

De subsidieverlening aan de organisatie Milieu Centraal wordt verantwoord op artikel 21 Duurzaamheid. Hiertoe wordt € 0,2 miljoen overgeheveld naar het subsidiebudget van 21.05 Duurzame productketens. Milieu Centraal waarborgt onafhankelijke voorlichting over milieu en energie. Daarnaast wordt een opdracht aan de Nederlandse Klimaatcoalitie middels een subsidie verstrekt. Hiervoor wordt € 0,4 miljoen overgeboekt naar het subsidiebudget van 19.01 Klimaat. In de Nederlandse Klimaatcoalitie zijn bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties verenigd om klimaatneutraal te worden.

Bijdrage aan agentschappen

Voor een opdracht aan de RVO wordt € 0,4 miljoen overgeheveld naar 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking. De gecoördineerde opdrachtverlening aan de RVO wordt verantwoord op artikelonderdeel 19.02. Voorts wordt het KNMI gecompenseerd voor nieuwe werkzaamheden voor onder meer het programma Space Weather (€ 0,6 miljoen).

19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking

Partnership for Market Readiness en Carbon Pricing Leadership Coalition

De HGIS-middelen die in eerste instantie bestemd waren voor het Clean Development Mechanism (CDM)-programma, maar na afronding van het CDM-programma resteren, worden in 2016 en 2017 teruggestort naar de IenM-begroting en vervolgens ingezet voor de programma’s Partnership for Market Readiness en Carbon Pricing Leadership Coalition. Hiertoe worden zowel het opdrachtenbudget (19.02.01) als het bijbehorende ontvangstenbudget van artikel 19 Klimaat met € 5,9 miljoen opgehoogd.

INTERREG

INTERREG is een Europese subsidieregeling voor samenwerkingsprojecten op het gebied van ruimtelijke en regionale ontwikkeling. Ter uitvoering van de tweede tranche van de INTERREG projectstimuleringsregeling en de eerste tranche van de INTERREG cofinancieringsregeling wordt in totaal € 1,3 miljoen overgeheveld van het opdrachtenbudget naar het subsidiebudget op 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking. Voorts wordt in het kader van de INTERREG projectstimuleringsregeling € 0,6 miljoen overgeboekt naar het Provinciefonds, Gemeentefonds en het Btw-compensatiefonds.

Gecoördineerde opdrachtverlening RVO en RIVM

De gecoördineerde opdrachtverlening aan RVO en RIVM wordt verantwoord op artikel 19 Klimaat. In het kader hiervan worden vanuit andere artikelen middelen overgeheveld naar het opdrachtenbudget van 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking.

Ontvangsten

Zoals toegelicht bij artikelonderdeel 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking ligt het terugstorten van de resterende CDM-gelden ten grondslag aan de hogere ontvangsten in 2016.

Artikel 20 Lucht en geluid

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

20

Lucht en Geluid

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

25.758

0

25.758

4.703

30.461

4.820

– 1.164

– 98

– 98

Uitgaven:

30.983

0

30.983

1.624

32.607

5.950

– 106

– 98

– 98

Waarvan juridisch verplicht:

98%

     

100%

       

20.01

Luchtkwaliteit en tegengaan geluidshinder

30.983

0

30.983

1.624

32.607

5.950

– 106

– 98

– 98

20.01.01

Opdrachten

4.697

0

4.697

3.757

8.454

6.976

992

0

0

 

– Verkeersemissies

2.038

0

2.038

0

2.038

       
 

– Geluid- en luchtsanering

2.659

0

2.659

3.757

6.416

6.976

992

   

20.01.02

Subsidies

2.000

0

2.000

0

2.000

0

0

0

0

 

– Euro 6 en Euro-VI

2.000

0

2.000

0

2.000

       

20.01.03

Bijdrage aan agentschappen

2.127

0

2.127

188

2.315

– 98

– 98

– 98

– 98

 

– waarvan bijdrage aan RWS

2.127

0

2.127

188

2.315

– 98

– 98

– 98

– 98

20.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

21.285

0

21.285

– 2.608

18.677

– 1.000

– 1.000

0

0

 

– NSL

0

0

0

0

0

0

     
 

– Wegverkeerlawaai

21.285

0

21.285

– 2.608

18.677

– 1.000

– 1.000

   
 

– Overige bijdrage medeoverheden

0

0

0

0

0

       

20.01.07

Bekostiging

874

0

874

287

1.161

72

     
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen

De hogere verplichtingen hebben met name te maken met de overboeking uit het Infrastructuurfonds in het kader van knelpunten in luchtkwaliteit. Voorts vindt er een verplichtingenschuif plaats om in 2016 aan het TNO voor het driejarige steekproefprogramma personenwagens.

20.01 Luchtkwaliteit en tegengaan geluidshinder

Knelpunten luchtkwaliteit

Uit de op het Infrastructuurfonds gereserveerde budgetten voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) wordt € 16 miljoen overgeheveld naar 20.01 Luchtkwaliteit en tegengaan geluidshinder. De uitvoering van maatregelen in het kader van NSL worden verantwoord op Hoofdstuk XII. De middelen worden ingezet om enkele knelpunten in de luchtkwaliteit in Amsterdam en Rotterdam te mitigeren. Van de voor 2016 beschikbare € 10 miljoen wordt bij de Eerste suppletoire begroting € 7,8 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds en het Btw-compensatiefonds ten behoeve van de gemeente Rotterdam.

Bijdrage aan medeoverheden

Het programma Slimme en Gezonde Stad wordt middels een ander financieel instrument gerealiseerd. Daarom worden de budgetten van dit programma overgeheveld naar het opdrachtenbudget van dit artikelonderdeel. Het programma Slimme en Gezonde Stad werkt met externe partijen aan een gezonde leefomgeving in steden.

Artikel 21 Duurzaamheid

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

21

Duurzaamheid

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

21.842

0

21.842

– 4.213

17.629

– 3.624

– 3.611

– 3.605

– 3.605

Uitgaven:

23.564

0

23.564

– 4.569

18.995

– 3.595

– 3.611

– 3.605

– 3.605

Waarvan juridisch verplicht:

87%

     

100%

       

21.04

Duurzaamheidsinstrumentarium

1.164

0

1.164

– 415

749

0

0

0

0

21.04.01

Opdrachten

969

0

969

– 220

749

       

21.04.03

Bijdrage aan agentschappen

195

0

195

– 195

0

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS

195

0

195

– 195

0

       

21.05

Duurzame Productketens

18.118

0

18.118

– 2.850

15.268

– 2.469

– 2.557

– 2.551

– 2.551

21.05.01

Opdrachten

12.418

0

12.418

– 4.041

8.377

– 2.462

– 2.449

– 2.443

– 2.443

21.05.02

Subsidies

582

0

582

913

1.495

101

     

21.05.03

Bijdrage aan agentschappen

5.118

0

5.118

278

5.396

– 108

– 108

– 108

– 108

 

– waarvan bijdrage aan RWS

5.118

0

5.118

278

5.396

– 108

– 108

– 108

– 108

21.06

Natuurlijk kapitaal

4.282

0

4.282

– 1.304

2.978

– 1.126

– 1.054

– 1.054

– 1.054

21.06.01

Opdrachten

1.975

0

1.975

117

2.092

– 647

– 647

– 647

– 647

21.06.02

Subsidies

359

0

359

– 287

72

– 72

     

21.06.03

Bijdrage aan agentschappen

1.948

0

1.948

– 1.134

814

– 407

– 407

– 407

– 407

 

– waarvan bijdrage aan RWS

1.948

0

1.948

– 1.134

814

– 407

– 407

– 407

– 407

21.06.04

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen

De verlaging van de verplichtingen heeft met name te maken met het overboeken van middelen naar artikel 19 Klimaat voor de gecoördineerde opdrachtverlening RVO en RIVM.

21.05 Duurzame productketens

Gecoördineerde opdrachtverlening RVO en RIVM

De gecoördineerde opdrachtverlening aan RVO en RIVM wordt verantwoord op artikel 19 Klimaat. In het kader hiervan worden vanuit het opdrachtenbudget van 21.05 Duurzame productketens middelen overgeheveld naar artikel 19 Klimaat.

Subsidies Milieu Centraal en Stichting Milieukeur

Aan de organisatie Milieu Centraal wordt een subsidie verstrekt ter waarborging van onafhankelijke voorlichting over milieu en energie. Aan Stichting Milieukeur wordt een subsidie verstrekt ter waarboring van een onafhankelijke rol in het ontwikkelen, beheren en toetsen van duurzaamheidcriteria en duurzaamheidkeurmerken. Voor beide subsidies wordt vanuit de opdrachtbudgetten van de belanghebbende artikelen (19 Klimaat, 21 Duurzaamheid en 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s) € 0,9 miljoen overgeheveld naar het subsidiebudget van 21.05 Duurzame productketens.

21.06 Natuurlijk kapitaal

Bijdrage aan agentschappen

De gecoördineerde opdrachtverlening aan RVO en RIVM wordt verantwoord op artikel 19 Klimaat. In het kader hiervan worden middelen overgeheveld naar artikel 19 Klimaat.

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

22

Omgevingsveiligheid en milieurisico's

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

33.309

0

33.309

– 4.253

29.056

– 3.139

– 3.769

– 2.024

– 260

Uitgaven:

34.012

0

34.012

– 2.338

31.674

– 1.883

– 1.769

– 260

– 260

Waarvan juridisch verplicht:

97%

     

100%

       

22.01

Veiligheid chemische stoffen

7.620

0

7.620

– 6

7.614

– 1.324

– 1.280

220

220

22.01.01

Opdrachten

4.574

0

4.574

– 462

4.112

– 1.324

– 1.280

220

220

 

– Veiligheid en gezondheid

557

0

557

0

557

– 253

– 528

– 319

– 475

 

– Overige opdrachten

4.017

0

4.017

– 462

3.555

– 1.071

– 752

539

695

22.01.02

Subsidies

973

0

1.043

1.199

2.242

0

0

0

0

 

– NANoREG

698

1.129

698

1.129

1.827

       
 

– Overige subsidies

275

70

345

70

415

       

22.01.03

Bijdrage aan agentschappen

2.073

0

2.073

– 743

1.330

0

0

0

0

 

– waarvan bijdrage aan RWS

2.073

0

2.073

– 743

1.330

       

22.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

0

0

0

0

0

       

22.02

Veiligheid GGO's

3.602

0

3.602

0

3.602

0

0

0

0

22.02.01

Opdrachten

3.602

0

3.602

0

3.602

       

22.02.05

Bijdragen aan internationale organisaties

0

0

0

0

0

       

22.03

Externe veiligheid inrichtingen en transport

22.790

0

22.790

– 2.332

20.458

– 559

– 489

– 480

– 480

22.03.01

Opdrachten

5.587

0

5.587

– 1.254

4.333

64

134

143

143

 

– Programma omgevingsveiligheid

1.537

0

1.537

– 1.537

0

– 193

– 193

– 193

– 193

 

– Uitvoering veiligheid inrichtingen en basisnetten

2.263

0

2.263

– 841

1.422

– 394

– 360

– 277

– 279

 

– Overige opdrachten

1.787

0

1.787

1.124

2.911

651

687

613

615

22.03.02

Subsidies

10.490

0

10.490

0

10.490

       

22.03.03

Bijdrage aan agentschappen

3.707

0

3.707

– 1.078

2.629

– 623

– 623

– 623

– 623

 

– waarvan bijdrage aan RWS

3.707

0

3.707

– 1.078

2.629

– 623

– 623

– 623

– 623

22.03.04

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

 

– Bijdragen asbestsanering

0

0

0

0

0

       
 

– Bijdragen programma Externe Veiligheid

0

0

0

0

0

       
 

– Overige bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

0

       

22.03.05

Bijdragen aan internationale organisaties

0

0

0

0

0

       

22.03.09

Inkomensoverdracht

3.006

0

3.006

0

3.006

       
 

Ontvangsten

928

0

928

1.129

2.057

0

0

0

0

Verplichtingen

In 2015 zijn meerjarige verplichtingen aangegaan voor het onderzoeksprogramma Biotechnologie (zie Slotwet 2015). Hierdoor is in de jaren 2016 tot en met 2019 minder verplichtingenbudget noodzakelijk. Voorts is het verplichtingenbudget verlaagd door de overboekingen naar artikelen 19 Klimaat en 21 Duurzaamheid vanwege de subsidieverstrekking aan Milieu Centraal, de opdrachtverstrekking aan het Nederlandse Normalisatie Instituut en de gecoördineerde opdrachtverlening aan de RVO.

22.01 Veiligheid chemische stoffen

Opdrachten

De subsidieverlening aan de organisatie Milieu Centraal ter waarborging van onafhankelijke voorlichting over milieu en energie wordt verantwoord op artikel 21 Duurzaamheid. Hiertoe wordt budget overgeheveld naar het subsidiebudget van 21.05 Duurzame productketens.

Subsidies NANoREG

De ophoging van dit budget komt voornamelijk doordat uitgaven en bijbehorende ontvangsten van de Europese Commissie ten behoeve van het programma NANoREG vanwege vertraging niet meer in 2015 hebben plaatsgevonden, maar zijn doorgeschoven naar 2016. Het NANoREG-programma levert kennis op omtrent de veiligheid van nanomaterialen.

22.03 Externe veiligheid inrichtingen en transport

Opdrachten

De opdrachtverstrekking aan het Nederlandse Normalisatie Instituut vindt gecoördineerd plaats vanuit artikel 21 Duurzaamheid. Hiertoe wordt budget overgeheveld naar artikel 21 Duurzaamheid.

Bijdrage aan agentschappen

Voor de opdrachtverstrekking aan de RVO worden middelen overgeheveld naar 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking. De gecoördineerde opdrachtverlening aan RVO wordt verantwoord op 19.02 Internationaal beleid, coördinatie en samenwerking. Voorts wordt de ILT gecompenseerd voor werkzaamheden in het kader van het verbod op gratis plastic tassen middels herprioritering op de agentschapsbijdragen.

Ontvangsten

De verhoging van de ontvangsten heeft met name te maken met de desalderingen zoals hierboven genoemd. IenM ontvangt van de Europese Commissie € 1,1 miljoen ten behoeve van het EU-programma NANoREG.

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

32.566

0

32.566

6

32.572

– 26

– 8

   

Uitgaven:

33.433

0

33.433

164

33.597

– 26

– 8

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

100%

     

100%

       

23.01

Meteorologie en seismologie

25.059

0

25.059

171

25.230

– 19

– 6

0

0

23.01.03

Bijdrage aan het agentschap KNMI

24.192

0

24.192

13

24.205

– 19

– 6

0

0

 

– Meteorologie

23.726

0

23.726

12

23.738

– 19

– 6

   
 

– Seismologie

466

0

466

1

467

       

23.01.04

Bijdrage aan internationale organisaties

867

0

867

158

1.025

0

0

0

0

 

– Contributie WMO (HGIS)

867

0

867

158

1.025

       

23.02

Aardobservatie

8.374

0

8.374

– 7

8.367

– 7

– 2

0

0

23.02.03

Bijdrage aan het agentschap KNMI

8.374

0

8.374

– 7

8.367

– 7

– 2

0

0

 

– Aardobservatie

8.374

0

8.374

– 7

8.367

– 7

– 2

   
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

23.01 Meteorologie en seismologie

Bijdrage aan internationale organisaties

Per 15 januari 2015 zijn de koers van de Zwitserse Frank en de koers van de euro losgekoppeld. Hierdoor is de koers van de Zwitserse Frank ten opzichte van de euro sterk gestegen en neemt de contributie van IenM aan de World Meteorological Organisation (WMO) toe.

Artikel 24 Handhaving en toezicht

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

24

Handhaving en toezicht

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

110.655

0

110.655

3.329

113.984

3.181

2.730

2.758

2.758

Uitgaven:

110.655

0

110.655

3.329

113.984

3.181

2.730

2.758

2.758

Waarvan juridisch verplicht:

100%

100%

24.01

Handhaving en toezicht

110.655

0

110.655

3.329

113.984

3.181

2.730

2.758

2.758

24.01.03

Bijdrage aan het agentschap ILT

110.655

0

110.655

3.329

113.984

3.181

2.730

2.758

2.758

 

– Risicovolle bedrijven

25.264

0

25.264

592

25.856

558

258

258

258

 

– Rail en wegvervoer

23.167

0

23.167

2.444

25.611

2.413

2.472

2.500

2.500

 

– Scheepvaart

21.640

0

21.640

239

21.879

210

     
 

– Luchtvaart

17.983

0

17.983

24

18.007

       
 

– Risicovolle stoffen en producten

0

0

0

0

0

       
 

– Water, bodem, bouwen

22.601

0

22.601

30

22.631

       
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget wordt vanwege de onderstaande mutaties bijgesteld.

24.01 Handhaving en toezicht

De ILT houdt toezicht op overbelading van wegverkeer. Hiervoor werd de ILT jaarlijks middels facturering door Rijkswaterstaat gecompenseerd. De samenwerking wordt nu structureel in de begroting verwerkt door desbetreffende middelen over te boeken van het Infrastructuurfonds naar de ILT. Voorts wordt de ILT gecompenseerd voor nieuwe werkzaamheden in het kader van het verbod op gratis plastic tassen, handhaving van de Zwavelrichtlijn en de handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 25 Brede doeluitkering

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

25

Brede doeluitkering

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

854.242

0

854.242

2.749

856.991

15.004

168

– 1.654

14.191

Uitgaven:

852.688

0

852.688

29.263

881.951

3.472

0

0

0

Waarvan juridisch verplicht:

100%

     

100%

       

25.01

Brede doeluitkering

852.688

0

852.688

29.263

881.951

3.472

     
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25.01 Brede doeluitkering

De opgehoogde uitgaven worden met name veroorzaakt door de uitgaven in het kader van het programma Beter Benutten en het project BleiZo. Deze middelen worden overgeboekt vanuit het Infrastructuurfonds en worden om begrotingstechnische redenen verantwoord op Hoofdstuk XII.

Artikel 26 Bijdrage Investeringsfondsen

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

26

Bijdrage investeringsfondsen

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

6.375.221

0

6.375.221

– 184.353

6.190.868

– 20.434

– 6.114

– 2.060

– 2.060

Uitgaven:

6.375.221

0

6.375.221

– 184.353

6.190.868

– 38.642

– 6.164

– 2.060

– 2.060

26.01

Bijdrage aan het Infrastructuurfonds

5.355.569

0

5.355.569

– 171.387

5.184.182

– 32.765

– 6.334

– 2.460

– 2.460

26.02

Bijdrage aan het Deltafonds

1.019.652

0

1.019.652

– 12.966

1.006.686

– 5.877

170

400

400

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties zijn een weerspiegeling van de onderstaande kasmutaties.

26.01 Bijdrage aan het Infrastructuurfonds

De bijdrage vanuit Hoofdstuk XII aan het Infrastructuurfonds voor het jaar 2016 wordt met € 171,4 miljoen verlaagd. De belangrijkste mutaties zijn:

Overboekingen naar Provinciefonds, Gemeentefonds Btw-compensatiefonds

Dit betreft overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het Btw-compensatiefonds in het kader van het programma Beter Benutten (€ 64,8 miljoen) en het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP) (€ 64,2 miljoen).

Overboekingen naar BDU

Dit betreft overboekingen naar de BDU in het kader van het programma Beter Benutten (€ 24,1 miljoen) en voor de uitvoering van het vervoersknooppunt BleiZo (€ 8,7 miljoen, waarvan € 5,2 miljoen in 2016).

Taakstelling Veiligheid en Justitie en Migratie

Dit betreft het aandeel van het Infrastructuurfonds in de taakstelling voor de begroting van Veiligheid en Justitie en voor de budgettaire gevolgen van de migratieproblematiek. Het aandeel bedraagt € 4,2 miljoen per jaar in 2016 en 2017 en € 1,4 miljoen in 2018.

26.02 Bijdrage aan het Deltafonds

De bijdrage vanuit Hoofdstuk XII aan het Deltafonds wordt voor het jaar 2016 per saldo met € 13,6 miljoen verlaagd. De belangrijkste mutaties zijn:

Bijdragen Provinciefonds

Dit betreft een overboeking ad € 7 miljoen naar het Provinciefonds ten behoeve van de uitvoering van Zoetwatermaatregelen door provincies. Daarnaast wordt € 3,5 miljoen via het Provinciefonds overgeboekt naar de provincie Friesland ten behoeve van project Omgevingseffecten «Blue Energy» en project «Off Grid Test Centre».

Icoon Afsluitdijk

Dit betreft een overheveling van middelen voor de financiering van het project Icoon Afsluitdijk, welke op hoofdstuk XII moet worden verantwoord. In 2016 en 2017 wordt respectievelijk € 2,4 en 5,6 miljoen vanuit het Deltafonds overgeboekt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar Hoofdstuk XII, artikel 11 Integraal Waterbeleid.

Taakstelling Veiligheid en Justitie en migratie

Dit betreft het aandeel van het Deltafonds in de taakstelling voor de begroting van Veiligheid en Justitie en voor de budgettaire gevolgen van de migratieproblematiek. Het aandeel bedraagt € 1,9 miljoen in 2016 tot en met 2018.

Bijdragen Ministerie van Economische Zaken

Dit betreft een verhoging van € 1,0 miljoen in verband met een aantal opdrachten en bijdragen van Ministerie van Economische Zaken met name op het gebied van windparken en onderzoek ecologie en cumulatie (vogels, onderwatergeluid en vleermuizen).

2.3 De niet-beleidsartikelen

Artikel 97 Algemeen departement

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

97

Algemeen departement

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

44.730

0

44.730

2.542

47.272

– 214

– 190

   

Uitgaven:

45.738

0

45.738

3.217

48.955

– 214

– 190

0

0

97.01

IenM-brede programmamiddelen

45.738

0

45.738

3.217

48.955

– 214

– 190

0

0

97.01.01

Opdrachten

26.667

0

26.667

– 861

25.806

– 1.879

– 1.881

– 1.750

– 1.750

 

– Onderzoeken ANVS

4.032

0

4.032

– 103

3.929

– 105

– 123

   
 

– Overige opdrachten

22.635

0

22.635

– 758

21.877

– 1.774

– 1.758

– 1.750

– 1.750

97.01.02

Subsidies

1.250

0

1.250

172

1.422

174

194

250

250

97.01.03

Bijdrage aan agentschappen

12.594

0

12.594

3.906

16.500

1.491

1.497

1.500

1.500

 

– waarvan bijdrage aan KNMI

0

0

0

2.413

2.413

       
 

– waarvan bijdrage aan ILT

11.985

0

11.985

– 9

11.976

– 9

– 3

   
 

– waarvan bijdrage aan RWS

609

0

609

1.502

2.111

1.500

1.500

1.500

1.500

97.01.06

Bijdrage aan ZBO en RWT

5.227

0

5.227

0

5.227

       
 

Ontvangsten

1.994

0

1.994

0

1.994

0

0

0

0

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties op dit artikel hangen samen met de bijdrage aan het KNMI van cumulatief € 2,4 miljoen. Deze bedragen worden hieronder toegelicht. Daarnaast wordt op dit artikel de bijdrage van DCI aan de realisatie en bouw van Omgevingsloket Online (OLO) 3 verantwoord. Deze mutatie is € 0,9 miljoen hoger dan eerder begroot. Daarnaast vindt in 2016 een verplichtingenafboeking plaats als gevolg van een herschikking van reeds aangegane verplichtingen uit 2015 van € 0,7 miljoen.

97.01 IenM-brede programmamiddelen

Bijdrage aan agentschappen

KNMI

De agentschapbijdrage voor het KNMI wordt opgehoogd met € 2,4 miljoen voor producten en diensten die het KNMI verricht voor de RWS. Het betreft producten en diensten voor taken met betrekking tot het hoofdwegennet (waaronder gladheidsverwachtingen) en het hoofdvaarwegennet (zoals wind en stormwaarschuwingen). De middelen zijn afkomstig uit het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

RWS

Conform de Rijksbegrotingvoorschriften 2016 wordt een onderscheid gemaakt in programmauitgaven en apparaatuitgaven. De geraamde budgetten voor het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC) die door RWS worden opgesplitst in programma- een apparaatkosten. Hiertoe is € 1,5 miljoen overgeheveld van het financieel instrument «Opdrachten» naar het financieel instrument «Bijdrage aan agentschappen».

Artikel 98 Apparaat van het kerndepartement

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

98

Apparaatsuitgaven kerndepartement

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

332.770

0

332.770

4.604

337.374

17.783

1.348

– 333

– 333

Uitgaven:

340.148

0

340.148

9.812

349.960

18.162

1.585

– 333

– 333

98.01

Personele uitgaven

218.672

0

218.672

2.026

220.698

435

2.759

597

597

 

– waarvan eigen personeel

192.130

0

192.130

– 843

191.287

– 1.398

1.915

2.069

2.069

 

– waarvan externe inhuur

15.929

0

15.929

4.479

20.408

2.744

1.204

– 1.001

– 1.001

 

– waarvan postactieven

10.613

0

10.613

– 1.610

9.003

– 911

– 360

– 471

– 471

98.02

Materiele uitgaven

121.476

0

121.476

7.786

129.262

17.727

– 1.174

– 930

– 930

 

– waarvan ICT

23.248

0

23.248

10.294

33.542

2.204

2.850

2.873

2.897

 

– waarvan bijdrage aan SSO's

51.024

0

51.024

– 5.810

45.214

8.947

– 1.590

– 1.478

– 1.502

 

– waarvan regulier materieel

47.204

0

47.204

3.302

50.506

6.576

– 2.434

– 2.325

– 2.325

 

Ontvangsten

3.530

0

3.530

13.016

16.546

0

0

0

0

Verplichtingen

De toename is overwegend het gevolg van ontvangsten van agentschappen voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening en de uitgestelde verhuizing van het Ministerie van IenM van de Plesmanweg naar de Rijnstraat. Daarnaast is er sprake van exogene toevoegingen als gevolg van de afroming van het surplus eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf, FM Haaglanden en ILT. Het verschil tussen de verplichtingenmutaties en de uitgavenmutaties komt omdat verplichtingen voor 2016 al in 2015 zijn aangegaan.

98.01 Personele uitgaven

De toename van het budget is met name het gevolg van een overboeking vanuit het Infrastructuurfonds ten behoeve van externe inhuur voor het programma ERTMS. Daarnaast is er spraken van herverdeling van budgetten, onder andere ten behoeve van ANVS.

98.02 Materiële uitgaven

De toename is met name het gevolg van ontvangsten van agentschappen voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening en de uitgestelde verhuizing van het Ministerie van IenM van de Plesmanweg naar de Rijnstraat. Tot slot is er sprake van herverdeling van budgetten binnen apparaat onder andere ten behoeve van ANVS en een exogene toevoeging als gevolg van de afroming van het surplus eigen vermogen bij het Rijksvastgoedbedrijf, FM Haaglanden en ILT.

Ontvangsten

De toename van de ontvangsten betreft voor een groot deel de ontvangsten van agentschappen voor centraal betaalde uitgaven voor ICT en facilitaire dienstverlening. Daarnaast is sprake van de afroming van het surplus eigen vermogen van het agentschap ILT.

Artikel 99 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid: Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

99

Nominaal en onvoorzien

Stand ontwerpbegroting

Mutaties via NvW en amendement

Stand vastgestelde begroting

Mutaties 1e suppletoire begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutatie 2017

Mutatie 2018

Mutatie 2019

Mutatie 2020

   

(1)

(2)

(1)

(4)

(2)

(6)

(7)

(8)

(9)

Verplichtingen

25

0

25

77.574

77.599

55.437

54.219

54.122

54.093

Uitgaven:

25

0

25

77.574

77.599

55.437

54.219

54.122

54.093

Nominaal en onvoorzien

25

0

25

77.574

77.599

55.437

54.219

54.122

54.093

 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling

Het voordeling saldo van € 27,7 miljoen wordt via de eindejaarsmarge aan de begroting van IenM toegevoegd op Hoofdstuk XII. Een deel van de eindejaarsmarge wordt overgeheveld naar artikel 16 ten behoeve van de subsidieregeling Beheersing GSM-R interferentie. Bij Ontwerpbegroting 2017 vindt de overige toedeling van de eindejaarmarge plaats.

Verder bestaat de mutatie op dit artikel uit ontvangsten voor de incidentele compensatie voor de herstelopslag van ABP voor 2016, de structurele verwerking van de loonruimte, en de loon- en prijsbijstelling tranche 2016. Deze middelen worden bij Ontwerpbegroting 2017 toegedeeld binnen HXII en de fondsen.

2.4 De agentschappen

Conform de Rijksbegrotingvoorschriften worden hieronder de exploitatie en kasstroomoverzichten opgenomen van agentschappen waarbij sprake is van cumulatieve mutaties (in totaal) groter dan 5 procent van de oorspronkelijk vastgestelde begroting of cumulatieve mutaties (in totaal) groter dan € 20 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begroting.

Rijkswaterstaat

Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap Rijkswaterstaat. Eerste suppletoire begroting 2016 (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving

1

2

3 = (1) +(2)

Totaal

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Mutaties (+ of –) 1e suppletoire begroting

stand 1e suppletoire begroting

Baten

     

Omzet IenM

2.250.830

– 8.784

2.242.046

Omzet nutv werkzaamheden

 

252.495

252.495

Omzet overige departementen

24.925

 

24.925

Omzet derden

147.313

 

147.313

Rentebaten

800

 

800

Bijzondere baten

3.000

 

3.000

Totaal baten

2.426.868

243.711

2.670.579

       

Lasten

     

Apparaatskosten

973.786

1.308

975.094

– Personele kosten

714.543

1.308

715.851

* waarvan eigen personeel

663.760

1.308

665.068

* waarvan externe inhuur

49.283

 

49.283

* waarvan overige P-kosten

1.500

 

1.500

– Materiële kosten

259.243

 

259.243

* waarvan apparaat ICT

45.000

 

45.000

* waarvan bijdrage aan SSO’s

56.000

 

56.000

* waarvan overige M-kosten

158.243

 

158.243

Onderhoud

1.395.359

242.403

1.637.762

Rentelasten

8.748

 

8.748

Afschrijvingskosten

39.975

0

39.975

– materieel

38.500

 

38.500

*waarvan apparaat ICT

6.000

 

6.000

– immaterieel

1.475

 

1.475

Overige lasten

0

 

0

– dotatie voorziening

0

 

0

– bijzondere lasten

0

 

0

Totaal lasten

2.417.868

243.711

2.661.579

Saldo van baten en lasten

9.000

0

9.000

Dotatie aan reserve Rijksrederij

– 9.000

 

– 9.000

Te verdelen resultaat

0

0

0

Toelichting

Baten

Omzet IenM

De lagere omzet wordt voornamelijk veroorzaakt door een herschikking van programmamiddelen op de «bijdrage agentschappen» aan RWS naar de programmabudgetten van de directoraten-generaal. Daarnaast neemt de omzet IenM af vanwege bijdragen van RWS aan de agentschappen KNMI en ILT, voor dienstverlening samenhangende met het onderhoudsprogramma, zoals het inwinnen van weergegevens en het handhaven van regels omtrent overbelading.

Omzet nutv werkzaamheden

Deze mutaties aan de batenkant hangen samen met de mutaties die worden toegelicht onder de toelichtingen bij de personele kosten en het onderhoud.

Lasten

Personele en materiële kosten

De extra personele uitgaven betreffen de verwerking van het op 2 oktober 2015 afgesloten CAO loonakkoord 2015 – 2016 voor Rijksambtenaren voor het uitvoeringsjaar 2016.

Onderhoud

Dit bedrag heeft hoofdzakelijk betrekking op de post Nog uit te voeren werkzaamheden 2015 ad € 252,5 miljoen. Deze werkzaamheden waren gepland in 2015 maar niet in uitvoering genomen. Deze werkzaamheden worden in 2016 uitgevoerd.

Kasstroomoverzicht (Bedragen x € 1.000)
   

1

2

3 = (1) +(2)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Mutaties (+of-) 1e suppletoire begroting

stand 1e suppletoire begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2016

195.365

286.430

481.795

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

     
 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

 

– 252.495

 

2.

Totaal operationele kasstroom

48.975

– 252.495

– 203.520

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 33.600

4.600

– 29.000

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

     

3.

Totaal investeringskasstroom

– 33.600

4.600

– 29.000

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

     

4b.

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

7.300

8.500

15.800

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

– 31.000

 

– 31.000

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

32.000

– 4.000

28.000

4.

Totaal financieringskasstroom

8.300

4.500

12.800

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2016 (=1+2+3+4)

219.040

43.035

262.075

Toelichting

Operationele kasstroom

De hogere operationele kasstroom is het gevolg van de huidige verwachting dat onderhoudswerkzaamheden die gepland waren in 2015, waarschijnlijk in 2016 worden afgerond.

Investeringskasstroom

De omvang van de investeringen zijn neerwaarts bijgesteld op basis van actualisatie van de investeringsportefeuille.

Financieringskasstroom

De hogere financieringskasstroom is het gevolg van de actualisatie van de raming van de eenmalige storting door het moederdepartement. Het beroep op de leenfaciliteit is lager als gevolg van de lagere geprognosticeerde investeringen.