Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202134477 nr. 73

34 477 Sociaal domein

25 295 Infectieziektenbestrijding

Nr. 73 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2020

COVID-19 heeft ingrijpende gevolgen voor onze gezondheid, economie en samenleving. Rijk, gemeenten, sociale partners en maatschappelijke organisaties staan samen voor de complexe uitdaging om tegelijkertijd de gezondheid van burgers te beschermen, de economie overeind te houden en de sociale gevolgen te minimaliseren.

Vanaf het begin van de crisis zijn de sociale gevolgen goed zichtbaar en voelbaar. De gevolgen zijn niet voor iedereen gelijk. Op 17 mei 2020 heeft de tijdelijke werkgroep «Sociale Impact van de Coronacrisis» onder leiding van burgemeester Halsema haar verslag aan het kabinet aangeboden.1 Kwetsbare groepen kunnen hard geraakt worden door de effecten van COVID-19 en het risico bestaat dat nieuwe kwetsbare groepen ontstaan. De tijdelijke werkgroep adviseert jongeren actief te betrekken bij de verdere uitwerking van de coronamaatregelen. Ook is het advies de samenwerking tussen overheden en lokale coalities te versterken. Op 16 juni 2020 boden 15 burgemeesters hun manifest «Kom op voor de meest kwetsbare gebieden» aan.2 De burgemeesters pleiten voor een sociaal offensief in 16 stedelijke vernieuwingsgebieden in bondgenootschap met het Rijk. Hun signalen sluiten aan bij het advies van de tijdelijke werkgroep.

Het kabinet en de VNG hebben bijzondere waardering voor het verslag van de tijdelijke werkgroep «Sociale Impact van de Coronacrisis» en het manifest van de 15 burgemeesters. Kabinet en VNG delen de zorgen van de werkgroep en de burgemeesters over de sociale gevolgen van COVID-19 en stellen met genoegen vast dat gemeenten samen met het Rijk direct begonnen zijn met versnellingsacties om de sociale gevolgen van COVID-19 op te vangen. Het gaat om:

  • Opschalen zogenoemde «doorbraakmethode» naar 10.000 professionals in 45 grote gemeenten: nog dit jaar worden de eerste 15 steden met een stedelijk vernieuwingsgebied aangesloten.

  • Versnellingen in landelijk Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens: inzet Landelijk Escalatie Team (LET), uitrol Landelijk Maatwerkregister en inzet overbruggingsprocedure.

  • Versnellingen in de Brede Schuldenaanpak: preventie en toeleiding, versnelling van de dienstverlening, versterken signalerings- en verwijsfunctie zorgverleners en sneller signaleren betaalachterstanden.

  • Versnellingen in huisvesting kwetsbare groepen: meer woonplekken op korte termijn, meer ruimte voor lokaal maatwerk en basis op orde bij jongeren die jeugdhulp verlaten.

  • Extra inzet om onderwijsachterstanden in te halen: vanuit de Gelijke Kansen Alliantie worden circa 25 gemeenten ondersteund met onderwijsexperts die gemeenten en scholen helpen inhaal- en ondersteuningsprogramma’s te realiseren.

  • Maatregelen om (langdurige en jeugd)werkloosheid te voorkomen: van werk(loosheid) naar werk en omscholing binnen de arbeidsmarktregio’s. Regionale aanpak jeugdwerkloosheid: kwetsbare met werkloosheid bedreigde jongeren en jongeren die werkloos worden of zijn aan het werk helpen. Specifieke regionale inzet op kwetsbare schoolverlaters: door in te zetten op doorleren of begeleiding naar werk, zo nodig in combinatie met leren.

  • Extra inzet op jeugd en veiligheid.

De versnellingen zijn zoveel mogelijk gestart in de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden3 waar de sociale effecten van de coronacrisis groot zijn. Dit sluit aan bij de oproep van de burgemeesters in het hiervoor genoemde manifest voor een sociaal offensief in de kwetsbare gebieden. Op basis van de ervaringen en effecten van de versnellingen bekijken Rijk en gemeenten de komende maanden of aanvullende maatregelen nodig zijn. We werken volgens de kort-cyclische aanpak via versnellingen in bestaande aanpakken en trajecten. Dit vergt goede begeleiding en monitoring. Actie-onderzoekers ondersteunen daarbij. De bewindslieden van BZK, VWS, SZW, JenV en OCW bespreken de voortgang van de versnellingsacties periodiek met een vertegenwoordiging van burgemeesters en wethouders, vertegenwoordigers van jongeren en enkele wetenschappers.

De versnellingsacties waarmee Rijk en gemeenten aan de slag zijn liggen in het verlengde van het omvangrijke steun- en herstelpakket dat het kabinet bij brief van 28 augustus 2020 heeft gepresenteerd, waarbij naast steun ook aandacht is voor investeringen én voor een perspectief biedend sociaal pakket. Het pakket bestaat uit 3 pijlers4: 1) Continueren van de steun: de NOW, Tozo en TVL worden met 9 maanden verlengd. 2) Stimuleren waar dat kan: publieke investeringen worden versneld en private investeringen aangejaagd. 3) Ondersteunen waar aanpassing nodig is: met meer dan € 1 miljard aan extra middelen krijgen sociale partners, gemeenten, uitvoeringsorganisaties en scholen de ruimte om mensen van wie werk onder druk staat of die hun rekeningen niet meer kunnen betalen perspectief te bieden. Hiervoor zet het kabinet in op goede begeleiding van werk(loosheid)naar werk, (om)scholing en ontwikkeling, het tegengaan van armoede en problematische schulden, het aanpakken van jeugdwerkloosheid en het beschermen van kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. De brief van 23 september jl. bevat een nadere uitwerking van dit aanvullend sociaal pakket.5

Opbouw brief:

In paragraaf 1 worden de versnellingsacties toegelicht waarmee gemeenten en Rijk aan de slag zijn. Paragraaf 2 gaat in op de initiatieven en acties om de dialoog met jongeren te versterken over ontwikkeling en uitvoering van beleid dat hen raakt. Paragraaf 3 beschrijft de wijze waarop Rijk en gemeenten de versnellingsacties gezamenlijk aansturen.

1. Aanpak sociale impact COVID-19

Vóór COVID-19 werkten gemeenten en Rijk al nauw samen aan maatschappelijke opgaven als multiproblematiek, schulden en verbetering positie kwetsbare jongeren. COVID-19 zorgt voor nog meer urgentie om dit samen te doen. Gezinnen en alleenstaanden met problemen op meerdere terreinen (financieel, opvoeding, psychisch, wonen) lopen het risico hard getroffen te worden door de effecten van COVID-19. Deze burgers hebben vaak gestapelde zorg en ondersteuning nodig. Problematische schulden kunnen een belangrijke trigger zijn voor psychische en lichamelijke klachten en het risico verhogen op (afglijden naar) criminaliteit – door onder meer verhoogde vatbaarheid voor ondermijnende activiteiten. Omgekeerd kunnen psychische klachten ook leiden tot schulden. Een gezonde fysieke leefomgeving en een gezonde leefstijl (o.a. bewegen, voeding, slapen) dragen eraan bij dat mensen beter in staat zijn te participeren in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Werk en participatie leiden tot positieve gezondheidseffecten. Daarentegen zorgt langdurige werkloosheid, zoals bij mensen die langdurig in de bijstand zitten, voor negatieve gezondheidseffecten. Een stapeling van problemen kan dan ook leiden tot hoge maatschappelijke kosten. Om de gevolgen van COVID-19 in het sociaal domein zo goed mogelijk op te vangen zijn gemeenten en Rijk versnellingsacties gestart in lopende programma’s en trajecten binnen de bestaande budgetten. Daarbij staat extra ondersteuning van professionals met de zogenoemde «doorbraakmethode» voorop.

a) Versnellingen in hulp aan multiprobleemhuishoudens

– Opschalen «doorbraakmethode» naar 10.000 professionals in 45 grote gemeenten

Doorbraakmethodiek

De afgelopen jaren zijn in enkele gemeenten goede ervaringen opgedaan met zogenoemde doorbraakmethodieken, soms in samenwerking met grote zorgverzekeraars en andere partners. De kern van de «doorbraakmethodiek» is dat professionals met inwoners identificeren welke belemmeringen in hun leven de grootste sta-in-de-weg vormen voor het aanpakken van andere problemen achter de voordeur. Door die belemmeringen weg te nemen (de doorbraak) ontstaat ruimte om andere problemen in samenhang (beter) op te lossen. Door te focussen op het doorbreken van onbedoelde bureaucratische effecten achter de voordeur, binnen de grenzen van de wet, worden de kwaliteit van zorg en ondersteuning verbeterd en worden aanzienlijke kosten bespaard.

De doorbraakmethode schalen we op naar 10.000 professionals in 45 grote gemeenten die samen jaarlijks 100.000 huishoudens kunnen helpen. Nog dit jaar worden de eerste 15 steden met een stedelijk vernieuwingsgebied aangesloten.

Sinds de vroege zomer van dit jaar zijn bijna duizend professionals aangesloten op een speciaal ontwikkelde (digitale) leeromgeving van de doorbraakmethode. En gebruiken 100 professionals in vijf steden aanvullend daarop een online tool waarin zij maatwerkplannen maken met inwoners. Deze worden onderbouwd met een kosten-baten-analyse en juridische paragraaf. In nog eens vier grote steden is een speciaal team actief dat doorbraken realiseert in vastgelopen casuïstiek. Aan de opschaling is actieonderzoek verbonden naar de effecten van deze aanpak op maatschappelijke kosten en baten en de verandering van kwaliteit van leven van inwoners. Deze werkwijze vraagt om een andere werkwijze van zowel professionals als de organisaties waarin zij werken. Professionals kunnen daarbij rekenen op landelijke ondersteuning en training. Ieder huishouden waarmee professionals aan de slag gaan met de methode krijgt een eigen maatwerkplan met een maatschappelijke rekensom. Lokaal zorgen gemeenten ervoor dat zij hun organisatie zo ingericht hebben dat ze snel opvolging kunnen geven aan die plannen. De effecten op huishoudens en professionals worden gemonitord. Zo ontstaat een nieuwe maatwerkroutine voor de mensen die maatwerk het hardst nodig hebben en een nieuw handelingsperspectief voor de professionals die dat samen met inwoners voor elkaar willen krijgen.

Verder is relevant dat de «City Deal Eenvoudig Maatwerk» onlangs met een jaar is verlengd met als doel mensen met multiproblematiek – al lerend – beter te helpen.

– Versnellingen in landelijk Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens

Mensen in multiprobleemsituaties kunnen volledig klem komen te zitten tussen de regels van verschillende instanties. In plaats van een weg omhoog, kunnen ze hun bestaanszekerheid verder zien afbrokkelen. De situatie is vaak zo complex dat ook hulpverleners kunnen vastlopen. Dat moet anders. Het Programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens is er om gemeenten en landelijke uitvoerders meer slagkracht te geven in die situaties die nu veel capaciteit vragen van hun professionals terwijl doorbraken voor de inwoner uitblijven. Omdat die wettelijk gezien niet mogelijk lijken. Omdat er veel meningen zijn over wat mag, moet en wie wat doet. Dat kost te veel tijd en helpt inwoners in nood niet verder. De mogelijkheden om af te kunnen wijken van wet- en regelgeving en besluiten op te kunnen schorten, worden onderzocht. Het betreft die situaties waar de nadelige gevolgen van wet- en regelgeving – onbedoeld – onevenredig nadelig uitpakken in verhouding tot het te dienen doel. Als mogelijk en zinvol worden die mogelijkheden in nieuwe wetgeving opgenomen. Maar het gaat ook om opleiden (kennis van bestaande ruimte in wet- en regelgeving, scholing gericht op multiprobleemaanpak en daartoe beschikbare interventies), het wegnemen van onnodige angst voor tuchtrecht en over het gemeenschappelijke beeld van wat er nodig is voor een multiprobleemaanpak. DUO, CAK, SVB, UWV en CJIB, 17 gemeenten en 5 Ministeries (SZW, BZK, VWS, JenV, OCW) denken en werken mee aan de bouwstenen van het programma. De volgende onderdelen van dit programma worden versneld:

  • Inzet Landelijk Escalatie Team (LET) in meer gemeenten

    Het LET heeft twee functies: het oplossen van gestagneerde complexe multiprobleemsituaties op landelijk niveau en het domeinoverstijgend (systeem)leren van knelpunten op basis van casuïstiek. Het LET wordt ondersteund door een in te richten interdepartementaal loket dat complexe domeinoverstijgende uitvoeringsvragen oppakt en oplost. We versterken daarmee de interdepartementale samenwerking, de samenwerking tussen beleid en uitvoering en tussen de bestuurslagen. De werkwijze rondom complexe zorgvragen van VWS dient hierbij als voorbeeld6.

  • Uitrol Landelijk Maatwerkregister

    Dit register bestaat uit contactgegevens van maatwerkspecialisten bij gemeenten en de landelijke (rijks-)uitvoeringsorganisaties. Dit register maakt het mogelijk dat professionals bij urgente complexe multiprobleemsituaties snel en met de juiste persoon kunnen schakelen voor maatwerkoplossingen en om escalatie te voorkomen. De uitrol van dit register naar meer gemeenten helpt om, vaker dan nu, urgente multiprobleemsituaties beter en sneller op te kunnen lossen.

  • Invoering van een overbruggingsprocedure

    Doel is om snel de noodzakelijke ondersteuning voor inwoners in te zetten, terwijl de discussie over wie dit moet betalen, achteraf wordt gevoerd. Dit helpt in die situaties waarin duidelijk is welke oplossing helpt, maar waarbij er discussie is over wie deze ondersteuning moet betalen, terwijl de situatie verder escaleert. Dit probleem komt vooral voor bij «overgangen», zoals bij 18-/18+ en tussen de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet en de Jeugdwet.

We werken toe naar landelijke beschikbaarheid van het Maatwerkregister, het Landelijk Escalatie Team (inclusief Landelijk Loket) en de Overbruggingsprocedure. We starten met de 15 gemeenten met een stedelijk vernieuwingsgebied en schalen op naar de 45 gemeenten van de doorbraakmethode.

b) Versnellingen in de Brede Schuldenaanpak

Door COVID-19 is er een (dreigende) toename van de toeloop naar de gemeentelijke schuldhulpverlening. Die willen we beperken door een aantal maatregelen van het programma Brede schuldenaanpak te versnellen:

  • Preventie en toeleiding: kom jij er uit?

    Naar aanleiding van COVID-19 is de schuldencampagne per september 2020 omgevormd tot de campagne «Kom jij eruit?». Doel van de campagne is het bespreekbaar maken van financiële problemen, het zo veel mogelijk voorkomen van ernstige financiële problemen en het vinden van oplossingen als problemen zich voordoen. De campagne zal zich ook richten op ZZP’ers en jongeren.

  • Versnelling van de dienstverlening

    Gekeken wordt hoe de huidige noodstopprocedure CJIB kan worden uitgebreid naar één of meer andere overheidsschuldeisers. Als mensen aangeven dat zij hun vordering als gevolg van problematische schulden niet kunnen betalen, schort de schuldeiser de inning van de vordering tijdelijk op. Dit zorgt voor een «adempauze». Daarbij wordt wel van de schuldenaar gevraagd dat hij zich wendt tot de gemeente voor (schuld)hulp. Ook investeren we via SchuldenLabNL extra in collectief schuldregelen, waarbij vooraf afspraken worden gemaakt over medewerking aan (minnelijke) schuldregelingen met de belangrijkste schuldeisers. Dit verkort de doorlooptijden van schuldhulpverlening, waardoor mensen sneller kunnen worden geholpen. Ook zal door het Nibud in samenwerking met onder andere de NVVK worden verkend of, en zo ja, op welke wijze de totstandkoming van realistische betalingsregelingen kan worden bevorderd. Dit zijn tevens onderdelen van de versnelde en geïntensiveerde schuldenaanpak van het kabinet. Afgelopen zomer heeft het kabinet, in samenwerking met de VNG en Divosa, rondetafelgesprekken georganiseerd. Met de vele betrokkenen, Rijk, VNG, Divosa, NVVK, uitvoeringsorganisaties, private partijen en maatschappelijke organisaties, is besproken hoe bestaande maatregelen kunnen worden opgeschaald en versneld zodat meer mensen snel geholpen kunnen worden. Eind september is uw Kamer over de uitkomsten daarvan geïnformeerd.7

  • Versterken signalerings- en verwijsfunctie zorgverleners

    We zetten in op het versterken van de signalerende functie en het handelingsperspectief van zorgverleners die te maken hebben met cliënten en patiënten met financiële onzekerheid. Dit gebeurt via het sneller opschalen van aanpakken als krachtige basiszorg (verbinding huisartsenzorg en sociaal domein), het verspreiden van het «interventiepakket geldzorgen» gericht op signalering en adequate doorverwijzing door huisartsen naar schuldhulpverlening (van de Hogeschool Utrecht en Zorgroep Almere). Tenslotte wordt zorgverleners in de Wmo en in de maatschappelijke en vrouwenopvang, die een rol hebben in de toeleiding naar schuldhulpverlening, kennis aangeboden ter verbetering van «Eerste Hulp Bij Administratie». Het doel hiervan is om hen, waar mogelijk, sneller en beter te helpen bij deze administratieve handelingen en om hen te helpen financiële problematiek eerder te signaleren.

  • Sneller signaleren betaalachterstanden

    Voor een betere schuldhulpverlening en om huisuitzettingen te voorkomen krijgen gemeenten met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening de mogelijkheid om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. De wetswijziging treedt op 1 januari 2021 in werking.

  • «Challenge»

    Zorgverzekeringslijn gaat gemeenten informeren over de geleerde lessen van gemeenten waar jongerenwerkers de jongeren op de lijst wanbetalers zorgpremie thuisbezoeken. Het doel is dat met ten minste alle jongeren tot 21 jaar op deze lijst in de komende twee jaar contact wordt opgenomen. Met het jongerenpanel van de Maatschappelijke Diensttijd wordt verkend op welke wijze jongeren deze aanpak kunnen versterken.

c) Versnellingen in de aanpak huisvesting kwetsbare groepen.

Door de coronacrisis is het belang van goede huisvesting voor dak- en thuisloze mensen, mensen met ernstig verward en risicovol gedrag, arbeidsmigranten en overige spoedzoekers nog groter en noodzakelijker geworden vanwege contactbeperkingen en de risico’s op besmettingen. Bijzondere aandacht is hierbij voor jongeren die de overstap maken van maatschappelijke opvang naar vervolghuisvesting. Om dak- en thuisloosheid te voorkomen en terug te dringen, is het brede plan van aanpak «Een (t)huis, een toekomst» opgesteld, waarbij de betrokken partijen zich inzetten voor de realisatie van 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding. Voor de uitvoering van de brede aanpak in de jaren 2020 en 2021 is € 200 miljoen beschikbaar gesteld (Kamerstuk 29 325, nr. 119). De bedoeling is dat alle centrumgemeenten met concrete plannen middelen ontvangen voor het nemen van extra maatregelen om dak- en thuisloosheid tegen te gaan. Daarnaast hebben diverse gemeenten, en in het bijzonder ook de 15 gemeenten met een stedelijk vernieuwingsgebied, bij het Ministerie van BZK voorstellen ingediend voor het realiseren van extra huisvesting voor dak- en thuisloze mensen, mensen met ernstig verward en risicovol gedrag, arbeidsmigranten en andere spoedzoekers, waarmee in 2020 al een start kan worden gemaakt. Hiervoor is € 50 miljoen beschikbaar vanuit de woningbouwimpuls.

De volgende maatregelen worden versneld uitgevoerd:

  • Inzet Flitsteam voor meer woonplekken op korte termijn

    Voor de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden wordt vanuit de VNG, met deelname van rijksambtenaren, een Flitsteam georganiseerd dat op landelijk en lokaal niveau vertraging en belemmeringen in de uitvoering voor de realisatie van nieuwe woonplekken moet voorkomen. Gemeenten worden daarnaast gevoed met kennis over innovatieve aanpakken en bij het wegnemen van knelpunten – bijvoorbeeld op het terrein van regelgeving en financiering – die zij ervaren in de uitvoering.

  • Meer ruimte voor lokaal maatwerk

    De Minister van BZK heeft naar aanleiding van de evaluatie van de Woningwet een voorstel uitgewerkt waarbij corporaties meer ruimte voor lokaal maatwerk krijgen. De vrije toewijzingsruime wordt aangepast. Daarbij kunnen gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties lokaal afspreken om hun beleid met betrekking tot de vrije toewijzingsruimte verder toe te spitsen op de woningmarktsituatie in hun gemeente om daarmee de sociale mix in wijken en buurten te beïnvloeden. In dergelijke gevallen kunnen zij gezamenlijk afspreken om de vrije toewijzingsruimte te vergroten naar maximaal 15 procent. Daarnaast wordt het voor corporaties makkelijker gemaakt bij te dragen aan de leefbaarheid (bijvoorbeeld door het aanstellen van een huis-/wijkmeester) en mogen corporaties meer doen om ontmoeting en contact tussen bewoners te ondersteunen.

  • Meer betaalbare woningen

    Vorig jaar heeft het kabinet 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de woningbouwimpuls met als doel om versneld meer en meer betaalbare woningen te bouwen voor starters en mensen met een laag of middeninkomen. Op 10 september 2020 heeft de Minister van BZK een bijdrage van 290 miljoen euro voor 27 woningbouwprojecten toegekend. Door de inzet van deze impulsgelden wordt een belangrijke stap gezet in het terugdringen van het woningtekort en wordt eraan bijgedragen dat er ondanks de coronacrisis daadwerkelijk wordt doorgebouwd. Ongeveer een derde van dit impulsbudget komt ten goede aan woningbouwprojecten in een aantal van de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden, te weten Dreven/Gaarden in Den Haag Zuid-West (bijna 27 miljoen euro), Noordrand Zuiderpark (25 miljoen euro) en Feyenoord City (ruim 21 miljoen euro) in Rotterdam-Zuid, Havenkwartier in Breda-Noord (circa 10 miljoen euro) en Kogerveldwijk in Zaanstad Oost (circa 9,5 miljoen euro). Een aantal aanvragen, ook uit de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden, is in de eerste tranche als niet voldoende beoordeeld. Deze kunnen met enige aanpassingen wel kansrijk zijn in het tweede aanvraagtijdvak, dat op 26 oktober 2020 wordt opengesteld en waarvoor 225 miljoen euro beschikbaar is. De Minister van BZK koppelt hier – ook voor aanvragen uit de 16 stedelijk vernieuwingsgebieden – een inspanningsverplichting aan vast om de desbetreffende gemeenten hierbij te ondersteunen.

  • Huurverlaging

    Voor huurders van een sociale huurwoning van een woningcorporatie die een laag inkomen hebben met (te) hoge woonlasten en die daardoor kwetsbaar zijn voor betaalrisico’s en schulden, worden in 2021 de huren verlaagd. In totaal gaat het naar schatting om tussen de 210.000 en 260.000 huurders, waarvan een deel in een van de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden woont. Deze huurders hebben recht op een eenmalige huurverlaging tot de voor het huishouden relevante aftoppingsgrens (619,01 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens, 663,40 euro voor drie- en meerpersoonshuishoudens). Gemiddeld komt de huurverlaging neer op 40 euro per maand per huishouden. Woningcorporaties worden tegemoetgekomen voor de huurverlaging middels een aanpassing in het tarief van de Verhuurderheffing.

  • Voorkomen huisuitzettingen

    De Minister van BZK heeft in maart jl. met verhuurders afgesproken om huisuitzettingen als gevolg van betalingsproblemen door corona uit te stellen. De Minister werkt dit najaar samen met verhuurders aan opvolging van het statement. Het kabinet wil huisuitzettingen als gevolg van schulden voorkomen, zeker als daar kinderen bij betrokken zijn. Huurders kunnen bij dreigende financiële problemen zelf hulp zoeken en aangeboden hulp accepteren. Voor het voorkomen van huisuitzettingen helpt het wanneer woningcorporaties en andere verhuurders bij huurachterstanden in een vroeg stadium persoonlijk contact zoeken met huurders en een betalingsregeling aanbieden. Ook gemeenten krijgen een actievere rol in het voorkomen van huisuitzettingen. Zoals aangegeven bij het onderdeel «Versnellingen in de brede schuldenaanpak» moeten verhuurders met de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening vanaf 1 januari 2021 gemeenten een signaal sturen bij opbouwende huurachterstanden, waarna gemeenten vervolgens een aanbod tot hulpverlening moeten doen.

  • Basis op orde bij jongeren die jeugdhulp verlaten om dak- en thuisloosheid te voorkomen

    Twee gemeenten die deelnemen aan de pilots Dak- en thuisloze jongeren gaan verbinding leggen met jeugdhulpinstellingen. Gekeken wordt welke jongeren 18 worden en de jeugdzorg gaan verlaten. Deze jongeren worden niet eerder losgelaten dan dat de zogenaamde «big 5» (wonen, zorg, inkomen/schulden, school/werk en support) op orde zijn. Op deze manier kan de dak- en thuisloosheid worden voorkomen. De werkzame onderdelen van deze aanpak kunnen dienen ter inspiratie voor alle gemeenten. De eerder genoemde impuls van € 200 miljoen voor de brede aanpak «Een (t)huis, een toekomst» ondersteunt gemeenten bij het realiseren van de huisvesting en begeleiding voor dak- en thuislozen, waaronder jongeren die uit Jeugdzorg stromen. De middelen zijn immers gericht op 10.000 extra woonplekken met passende begeleiding voor het terugdringen en voorkomen van dak- en thuisloosheid. In het Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren werken we samen met het jongerenpanel dat is samengesteld uit jongeren die de problematiek zelf hebben ondervonden. Hun visie en scherpte op een daadwerkelijke verbetering van de uitvoeringspraktijk is zeer waardevol. Ook de komende maanden worden zij actief betrokken en maken we gebruik van hun inzichten over de gevolgen die de COVID-19 crisis voor hen en andere jongeren heeft.

d) Extra inzet om onderwijsachterstanden in te halen

Het kabinet heeft dit voorjaar extra middelen (€ 244 miljoen) beschikbaar gesteld voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s om onderwijsachterstanden en studievertraging zoveel mogelijk te voorkomen. Dit geldt voor zowel het basis- en voortgezet onderwijs als het mbo. Gemeenten hebben hierbij de rol een integrale aanpak te bevorderen en ervoor te zorgen dat ook leerlingen die het meest baat hebben bij de programma’s in beeld zijn. Zij worden daarbij ondersteund door de Gelijke Kansen Alliantie (GKA). Vanuit de GKA worden komende maanden circa 25 gemeenten ondersteund door het beschikbaar stellen van onderwijsexperts die gemeenten en scholen helpen inhaal- en ondersteuningsprogramma’s te realiseren. Op dit moment zijn onderwijsexperts al aan de slag in onder andere Almere, Dordrecht, Leiden, Nijmegen, Deventer, Groningen en Lelystad. Doel is zoveel mogelijk kwetsbare leerlingen en mbo-studenten met inhaal- en ondersteuningsprogramma’s te bereiken. De jongerenraad GKA is, via bijeenkomsten en sociale media, nauw betrokken bij de activiteiten van de GKA. Onlangs hebben de leden van de GKA-jongerenraad voorstellen ontwikkeld voor lokale pilots om vanuit hun eigen leefomgeving gelijke onderwijskansen te bevorderen. De komende maanden worden er drie pilots uitgevoerd.

e) Maatregelen om (langdurige en jeugd)werkloosheid te voorkomen

De afgelopen jaren is de arbeidsmarkt gunstig geweest en hebben veel mensen (weer) werk kunnen vinden. De coronacrisis en de gezondheidsmaatregelen die het kabinet moest nemen, raken de Nederlandse economie dit jaar buitengewoon hard. Dit zorgt ook voor een omslag op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft in de brief van 28 augustus 2020 een breed steun- en herstelpakket aangekondigd met daarin een sociaal pakket. De brief van 23 september 2020 bevat een nadere uitwerking van het sociaal pakket. De versnellingen in deze kabinetsreactie zijn hiermee in lijn. Het kabinet stimuleert een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk en stelt middelen beschikbaar voor werkgevers, sociale partners, beroepsonderwijs, UWV en gemeenten die met elkaar samenwerken in regionale mobiliteitsteams om de crisisdienstverlening in de regio’s en met sectoren aan te bieden. Mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt (waaronder kwetsbare jongeren) lopen het risico onevenredig hard geraakt te worden. Daarbij is er oog nodig voor mensen in de banenafspraak die hun baan kwijtraken en zelfstandigen die zich voor hun inkomen moeten oriënteren op werk in loondienst of mensen van wie de kennis en vaardigheden niet langer goed aansluiten bij de openstaande vacatures van werkgevers. Ook is de terugkeer naar de arbeidsmarkt vanuit werkloosheid heel lastig. Juist bij deze groep ligt dan de verleiding van het «snelle» geld door (misbruik door) crimineel handelen zoals ondermijnende activiteiten op de loer. Daarom willen we in overleg met de samenwerkingspartners komen tot:

  • Van werk(loosheid) naar werk en omscholing binnen de arbeidsmarktregio’s

    We willen via een netwerksamenwerking van publieke en private organisaties (UWV, gemeenten, werkgeversorganisaties, vakbonden, private intermediairs en het onderwijsveld) vacatures en leerbanen in beeld krijgen en zo snel mogelijk mensen van werk naar werk begeleiden. Eerder in deze crisis is al de samenwerkingsstructuur van het platform «NL werkt door» opgezet, waar werkgevers met hun vraag naar personeel naar toe kunnen gaan en dat meerdere regionale en sectorale initiatieven met elkaar verbindt. Vanuit dit platform wordt de vraag van werkgevers doorgeleid naar werkgeversservicepunten in de arbeidsmarktregio’s om vraag en aanbod aan elkaar te verbinden. Dit maakt snelle matches in de regio mogelijk om mensen tijdens de crisis aan het werk te houden en sectoren van voldoende personeel te voorzien. Bouwstenen uit het aanvullend sociaal pakket zijn: intensieve ondersteuning en begeleiding naar nieuw werk en scholing en ontwikkeling voor behoud van werk. Het kabinet investeert in de dienstverlening door UWV en gemeenten, in regionale mobiliteitsteams en heeft bijzondere aandacht voor zelfstandigen en kwetsbaren op de arbeidsmarkt. Ook voor de mensen uit de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden geldt dat gebruik kan worden gemaakt van de van werk(loosheid) naar werk infrastructuur in hun arbeidsmarktregio. We zetten ook meer in op (om)scholing en ontwikkeladviezen in lijn met het pakket «NL leert door», waarin mensen worden ondersteund met ontwikkeladviezen en (online) scholing.

  • Regionale aanpak jeugdwerkloosheid

    Voor elke arbeidsmarktregio zijn middelen beschikbaar voor coördinatie van een eigen regionale aanpak jeugdwerkloosheid (€ 4 miljoen). Zij kunnen daarbij gebruik maken van verschillende generieke budgetten uit het steun- en herstelpakket.

    • Zo is de investering in de dienstverlening van gemeenten en UWV en de aanvullende crisisdienstverlening ook bedoeld om kwetsbare met werkloosheid bedreigde jongeren en jongeren die werkloos worden snel weer aan het werk te helpen.

    • Jongeren die al werkloos zijn en als gevolg van beperkt opgebouwde WW-rechten zijn ingestroomd in de bijstand, kunnen weer aan het werk geholpen worden met de extra middelen voor gemeentelijke dienstverlening aan bijstandsgerechtigden. Deze middelen kunnen ook aangewend worden voor ondersteuning van jongeren die geen recht op een bijstandsuitkering hebben, waaronder jongeren die sinds de crisis buiten beeld geraken.

  • Specifieke regionale inzet op kwetsbare schoolverlaters

    Schoolverlaters worden meer dan anderen geraakt door de afnemende werkgelegenheid, doordat zij zijn aangewezen op vrijkomende of nieuwe banen. Het zijn vooral laagopgeleide schoolverlaters voor wie het in crisistijd extra moeilijk is om een baan te vinden. Dan gaat het om jongeren zonder startkwalificatie als gevolg van een beperking uit het praktijkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) en voortijdig schoolverlaters (vsv). Opleidingsniveau is echter niet de enige factor die een rol speelt. Ook schoolverlaters uit het mbo uit de beroepsopleidende leerweg (bol) en jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond kennen een moeilijke start. Voor hen zetten we in op doorleren dan wel ondersteuning naar werk.

Om uitvoering te geven aan drie maatregelen, die in elkaars verlengde liggen en tezamen een integrale aanpak vormen voor een vloeiende overgang van school naar werk, krijgen scholen en gemeenten ca. € 80 miljoen vanuit het aanvullend sociaal pakket:

  • Laatstejaars mbo-studenten en leerlingen uit het pro/vso worden begeleid om verder door te leren dan wel de overgang naar werk te maken in vroege afstemming met de gemeente. Leerlingen kunnen ook ondersteuning krijgen bij het vinden van een stage/leerbaan met oog voor de volgende stap in de loopbaan en met specifieke aandacht voor het tegengaan van stagediscriminatie van jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Hiervoor krijgen mbo-instellingen en pro/vso-scholen extra financiering.

  • Voor kwetsbare schoolverlaters die uitstromen uit het onderwijs verstrekt het kabinet extra middelen aan gemeenten voor begeleiding naar werk, zo mogelijk in combinatie met bij-/omscholing ter verbetering van hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Daarbij kunnen gemeenten ook gebruik maken van het eerdergenoemde budget voor praktijkleren in het mbo, waarbij werken gecombineerd wordt met het doen van een deel van een mbo-opleiding.

  • Voor kwetsbare schoolverlaters zonder baan wordt voorzien in nazorg, zodat ze naar de juiste instantie doorverwezen kunnen worden voor ondersteuning terug naar school of werk. Hiervoor ontvangen gemeenten aanvullende middelen vanuit het aanvullend sociaal pakket om hier samen met scholen invulling aan te geven. Dit geld is niet alleen bedoeld voor nazorg voor jongeren die komend schooljaar uitstromen, maar ook om daar waar nodig ondersteuning te bieden aan kwetsbare jongeren die afgelopen schooljaar zijn uitgestroomd.

Voor doorleren, wat resulteert in een langere verblijfsduur in het onderwijs, is € 263 miljoen gereserveerd in het aanvullend sociaal pakket.

Het gaat om onderwijsbekostiging, meerkosten voor de subsidieregeling praktijkleren (voor het realiseren van extra bbl-leerbanen door werkgevers) en studiefinanciering.

Voorgaande integrale aanpak borduurt voort op vorige crisesaanpakken en is in lijn met (de – breed gedragen – kabinetsreactie op) het IBO Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit IBO is gestart na afloop van de vorige aanpak jeugdwerkloosheid toen de Ministeries van SZW en OCW samen met gemeenten, scholen en werkgevers een aantal fundamentele knelpunten constateerden die de arbeidsparticipatie van jongeren in de weg staan en in crisistijd de jeugdwerkloosheid doen oplopen. We zijn momenteel in gesprek met zowel landelijke als regionale partners (o.a. gemeenten, scholen en jongerenorganisaties) over wat partners in de regio nodig hebben om invulling en uitvoering te kunnen geven aan deze aanpak.

Bij de aanpak jeugdwerkloosheid is het aan de arbeidsmarktregio’s om bij de uitwerking aandacht te besteden aan kwetsbare schoolverlaters die in de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden wonen.

f) Extra inzet jeugd en veiligheid

De coronacrisis heeft een grote impact op het leven van jongeren. Door het verlies van baantjes en dagbesteding is voor veel jongeren structuur en perspectief weggevallen. Een deel van de jongeren woont krap behuisd met familie. Verveling en de behoefte aan contact zorgen dat jongeren meer tijd doorbrengen op straat. Dit kan leiden tot spanningen in de buurt, of zelfs tot rellen, zoals we die afgelopen maanden zagen. Een aantal jongeren kan ook het pad van criminaliteit opgaan. In lijn met de adviezen van de tijdelijke werkgroep «Sociale Impact van de Coronacrisis» en het manifest «Kom op voor de meest kwetsbare gebieden» willen we dat de coronacrisis (risico)jongeren niet extra op achterstand zet:

  • Gegevensuitwisseling voor betere samenwerking en integrale aanpak

    Delen van gegevens tussen partijen is noodzakelijk om meervoudige problematiek te kunnen signaleren en aan te pakken. Twee wetsvoorstellen zijn in de maak die het delen van gegevens beter mogelijk moeten maken of vereenvoudigen. Beide wetsvoorstellen dienen een breder doel dan enkel de aanpak van problematiek van (risico)jongeren maar zijn in dit kader wel relevant.

    • Het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) draagt bij aan een betere zorg voor inwoners door betere samenwerking mogelijk te maken tussen de verschillende partijen uit het sociaal domein en met partijen uit aanpalende domeinen zoals het zorg- en veiligheidsdomein in geval van meervoudige problematiek, ook binnen een gezin. De wettelijke taak van het college van B&W wordt in dat kader geëxpliciteerd en ingevuld.8 De internetconsultatie is inmiddels achter de rug en het wetsvoorstel zal – na advisering door de Raad van State – zo snel mogelijk aan de Kamer worden aangeboden.

    • Het wetsvoorstel gegevensdeling door samenwerkingsverbanden (WGS) is op 29 april jl. aangeboden aan uw Kamer en biedt een versteviging van de juridische grondslag voor gegevensdeling voor onder andere de zorg- en veiligheidshuizen, waardoor optimaal kan worden samengewerkt bij het voorkomen en tegengaan van criminaliteit, ernstige overlast of onveilige situaties.9

  • Inzet op preventieve activiteiten jongeren en jongvolwassenen

    In de steden wordt een tekort aan activiteiten voor jongeren en jongvolwassenen gesignaleerd waar een preventieve werking vanuit gaat en die aansluiten op de belevingswereld van jongeren. Bovendien zijn er te weinig geschikte locaties in de steden (waar voldoende afstand gehouden kan worden), waar jongeren kunnen binnenlopen en veilig en zichzelf kunnen zijn. Vooral nu de winter eraan komt neemt de urgentie toe. Het kabinet spant zich daarom samen met relevante gemeenten in om het activiteitenaanbod voor jongeren en jongvolwassenen te versterken.

Naast deze zijn ook andere trajecten van belang om de sociale impact van COVID-19 in te perken. Zo is een COVID-19 strategie voor mensen met een beperking of chronische ziekte opgesteld die tot doel heeft om richting te geven aan de maatregelen die ervoor moeten zorgen dat mensen met een beperking of chronische ziekte, zolang COVID-19 het dagelijks leven beïnvloedt, op veilig en op gelijk niveau kunnen participeren. Uw Kamer is daarover bij brief van 3 juni jl. geïnformeerd.10 Ook is op 20 mei jl. een routekaart opgesteld voor versoepeling van de maatregelen voor mensen met een kwetsbare gezondheid.11 U wordt via andere brieven over de voortgang geïnformeerd.12

2. Samen met jongeren

Jongerenorganisaties gaven in gesprek met de Minister-President aan dat zij gevraagd en ongevraagd advies willen uitbrengen op prioritaire thema’s, zoals arbeidsmarkt, onderwijs en wonen. Wij omarmen dit en willen ook de minder vanzelfsprekend bereikbare (kwetsbare) jongeren hierbij betrekken.

We hebben een start gemaakt met het versterken van de jongereninspraak en dit gaat de komende maanden door. Veel beslissingen die in Den Haag worden genomen, zijn van invloed op de toekomst van jongeren. Daarom is het van groot belang dat we jongeren beter betrekken bij het maken van beleid. We realiseren ons dat besluitvormers een bijzondere verantwoordelijkheid hebben richting de jongeren. Op landelijk niveau werken jongeren met beleidsmakers de komende maanden samen aan een robuuste en structurele vorm van jongereninspraak. De ideeën van jongeren zelf staan hierbij centraal. Alleen zo zorgen we dat de inspraakvorm past bij hun leefwereld en bij hoe zij democratisch actief willen zijn. Om dit proces onafhankelijk te begeleiden is de Number 5 Foundation ingeschakeld. We doen dit in nauwe aansluiting op de ontwikkeling van de generatietoets, die versneld wordt vormgegeven.

Met de 16.000 jongeren en 1.300 organisaties die meedoen aan de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) hebben we een krachtig middel in handen waarmee onmiddellijk vanuit de samenleving grootschalige slagkracht kan worden gemobiliseerd in de bestrijding van maatschappelijke problemen. De MDT voorziet in een infrastructuur om grootschalige impact van jongeren vanuit de praktijk te organiseren, zowel op beleid als op sociale ontwikkelingen. Samen met de Nationale Jeugdraad zetten wij de komende maanden in op versterking, groei en structurele inbedding van het jongerennetwerk en participatie van MDT-jongeren.

Parallel aan het versterken van het jongerennetwerk zetten jongeren hun talenten in om nu al kwetsbare groepen te ondersteunen. Via de MDT COVID-19-initiatieven en de gemeentelijke actie Jeugd Aan Zet zijn jongeren in het hele land al in actie gekomen ter ondersteuning van kwetsbare groepen. Twee voorbeelden zijn het organiseren van activiteiten voor eenzame ouderen of bijles aan kinderen en jongeren in minder kansrijke posities. Daarnaast hebben jongeren vanuit MDT-organisaties in het hele land in aanwezigheid van de Staatssecretaris van VWS acties bedacht ter bestrijding en verlichting van belangrijke thema’s die jongeren zelf raken als gevolg van de coronacrisis. De komende maanden organiseren we bijeenkomsten met jongeren om samen met hen en met MDT-organisaties deze acties verder uit te zetten. Het gaat om de volgende acties:

  • 1. Acties ter bevordering van ontmoeting en het vergroten van netwerk en vaardigheden

    We schalen MDT op als plek waar jongeren leren over sociaal ondernemerschap en werken aan de ontwikkeling van hun vaardigheden en talenten.

  • 2. Acties ter bevordering van gesprek en reflectie, om eenzaamheid en somberheid tegen te gaan

    We schalen MDT op als plek waar jongeren, in samenwerking met sociaal werkers, actief bijdragen aan de sociale cohesie en het tegengaan van eenzaamheid bij zichzelf en bij andere doelgroepen.

  • 3. Acties ter bevordering van structuur en het ondernemen van activiteiten

    We schalen MDT op als middel om jongeren met ideeën om anderen te helpen direct aan de slag te laten gaan.

  • 4. Acties ter bestrijding van afstand en achterstanden in het onderwijs

    We schalen MDT op als plek waar jongeren bijlessen kunnen geven aan kinderen en jongeren die dat het hardst nodig hebben.

  • 5. Acties ter bestrijding van de opbouw van schulden

    We schalen MDT op om jongeren de gelegenheid te geven om jongeren met schulden te helpen door zich als buddy in te zetten.

Naast de acties die worden ingezet vanuit MDT, betrekken we in de stedelijke vernieuwingsgebieden jongeren op straat actief vanuit hun eigen leefwereld bij beleid om de gevolgen van de coronacrisis voor hen te beperken. De uitdaging is om tot verandering te komen waarbij jongeren zelf eigenaar blijven. Meerdere gemeenten gebruiken coronasessies, Summer schools en andere zomeractiviteiten voor jongeren in kwetsbare wijken, om hierover in gesprek te gaan met als doel om het lokale beleid samen met jongeren vorm te geven. Samen verbreden we dit naar andere steden.

3. Aansturing

Zowel de tijdelijke werkgroep «Sociale Impact van de Coronacrisis» als de 15 burgemeesters in hun manifest «Kom op voor de meest kwetsbare gebieden» pleiten voor een nauwe samenwerking tussen Rijk, gemeenten en wetenschap om de sociale impact van corona te volgen, te duiden en op basis daarvan beleid te ontwikkelen. Daartoe worden samen met een groep wetenschappers en enkele kennisinstituten bestaande kennistrajecten en bestaande kaders in het sociaal domein versneld, aangevuld en verbonden aan de doorbraakaanpak:

  • a) We faciliteren gemeenten en wetenschap om op regionaal en lokaal niveau de sociale impact te volgen. Daarvoor wordt een «dashboard sociale impact corona» ontwikkeld, waarbij wordt voortgebouwd op bestaande lokale en regionale initiatieven. Hiervoor worden bestaande initiatieven en recent onderzoek met elkaar verbonden (we zijn o.a. in overleg met het CBS over de vernieuwde opzet van de stapelingsmonitor), waarbij er data is op het terrein van werkgelegenheid, inkomen, gezondheid, onderwijs, veiligheid, justitie en andere maatschappelijke indicatoren (bijvoorbeeld VNG corona dashboard*). Lokaal en regionaal is al sneller actuele data beschikbaar dan op landelijk niveau. We starten in 2020 met het opzetten van een eerste regionaal beeld vanuit de beschikbare data en onderzoeken en we bouwen gefaseerd in 2020/2021 aan een steeds vollediger regionaal en lokaal beeld. Hierbij kijken we o.a. naar de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden van de 15 gemeenten van het Manifest.

  • b) Ook op landelijk niveau wordt de sociale impact in beeld gebracht. Wij gaan bestaande landelijke datasets en modellen benutten die de effecten op de verschillende leefdomeinen inzichtelijk maken in het sociaal en veiligheidsdomein en gaan daarbij ook kijken naar de onderlinge verbanden. Dit zorgt ervoor dat we ook voor de wat langere termijn werken aan het verkrijgen van meer inzicht in de samenhang van sociale problematiek. Eerste landelijke uitkomsten met de effecten van de coronacrisis kunnen versneld rond de zomer van 2021 beschikbaar zijn en we bouwen in 2021/2022 ook gefaseerd aan een steeds vollediger landelijk beeld.

  • c) Om bovenstaande kwantitatieve informatie te verrijken, benutten we uitkomsten van bestaande en nieuwe kwalitatieve onderzoeken (o.a. van gemeenten, GGD’s, universiteiten, NIVEL) zowel op lokaal, regionaal als landelijk niveau. In het kader van deze doorbraakaanpak denken we bijvoorbeeld aan een onderzoek naar de beleving van de coronacrisis door (kwetsbare) personen en naar de effecten voor de verschillende lagen van de bevolking.

  • d) Kennisinstituten en wetenschappers wordt gevraagd de uitkomsten te duiden en de verbinding te leggen tussen de uitkomsten op lokaal, regionaal en landelijk niveau.

Dit stelt het kabinet in staat om naast de medische gegevens (het aantal coronabesmettingen, ziekenhuisopnames etc.) en economische gegevens ook de sociale gegevens nog systematischer te betrekken bij zijn beleid. Tevens maakt het voor gemeenten en regio's mogelijk om lokaal en regionaal nauwkeuriger in te spelen op de sociale implicaties van de coronacrisis en van elkaar te leren.

De bewindslieden van BZK, VWS, SZW, JenV en OCW, een vertegenwoordiging van burgemeesters en wethouders, vertegenwoordigers van jongeren en enkele wetenschappers bespreken periodiek de sociale gevolgen van de coronacrisis. Hiertoe wordt de bestaande structuur van de «Brede Regietafel Sociaal Domein» benut. Met deze regietafel, onder voorzitterschap van de Minister van BZK, wordt sturing gegeven aan de versnellingen in deze brief. Dit vindt onder meer plaats op basis van actuele (wetenschappelijke) inzichten en signalen vanuit gemeenten. De dagelijkse aansturing van de «versnellingsaanpak» vindt plaats in een ambtelijk doorbraakoverleg bestaande uit SG’s en DG’s van de genoemde departementen en een gemeentelijke afvaardiging op ambtelijk niveau. Op deze wijze geven Rijk en gemeenten inhoudelijk en organisatorisch gevolg aan de tijdelijke werkgroep «Sociale Impact van de Coronacrisis» en het Manifest van de 15 burgemeesters.

Zoals in de inleiding van deze brief is aangegeven, sluit het advies van de tijdelijke werkgroep goed aan bij de inhoud van het manifest «Kom op voor de meest kwetsbare gebieden». Het gros van de onderwerpen en voorstellen in het Manifest, is dan ook geadresseerd in de in paragraaf 1 beschreven acties én de ingezette «doorbraakaanpak». Andere voorstellen, zoals op het terrein van onderwijs, Verhuurdersheffing of de rol van banken vergen een langere voorbereiding en zijn ter beslissing van een volgend kabinet.

Daarnaast voert het kabinet aanvullende acties uit. De steden formuleren voor elk van de 16 stedelijke vernieuwingsgebieden voor het eind van het jaar een voorstel voor het interbestuurlijk programma Leefbaarheid en Veiligheid op basis van een analyse van de problematiek in elke wijk, en werken aan een bestuurlijk pact met in de wijk relevante partijen, waaronder het Rijk. Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid en het Pact Poelenburg-Peldersveld in Zaanstad kunnen hiervoor als voorbeeld dienen. Begin 2021 is er zo een beeld van het totaal van het programma Leefbaarheid en Veiligheid. Maatregelen uit het Manifest kunnen hier deel van uitmaken, naast andere maatregelen die vooral voor de middellange en lange termijn van belang zijn. De maatregelen uit het Manifest worden hiertoe besproken door Rijk en steden, waarbij een deel ook al via de doorbaakmethode op korte termijn geïmplementeerd zal worden.

De burgemeesters vragen in het Manifest ook aandacht voor de aanpak van ondermijning en leefbaarheid. De Minister van JenV is eind 2019 een breed offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit gestart.14 Hiervoor is € 88 miljoen in 2020, € 141 miljoen in 2021 en € 150 miljoen per jaar vanaf 2022 extra beschikbaar. Ingezet wordt op oprollen, afpakken en voorkomen. De preventieve aanpak van het breed offensief is gericht op (kwetsbare) jongeren en hun leefomgeving, met als doel te voorkomen dat zij in de criminaliteit terecht komen of hierin verder afglijden. In dat kader worden 8 van de 15 gemeenten van het Manifest gefaciliteerd met incidentele middelen vanuit het breed offensief.15 Daarnaast zijn er voor 2021 en 2022 middelen voor lokale en regionale versterking beschikbaar. Voor de overige hoofdthema’s binnen het breed offensief wordt verwezen naar de kamerbrieven daarover. De Minister van JenV heeft voorts in zijn brief van 1 september jl. over ongeregeldheden en geweldsincidenten van afgelopen zomer het belang benadrukt van het zoeken van verbinding met de bewoners van de wijken. In die brief is ook benoemd dat in opdracht van de Minister voor Rechtsbescherming de aanpak van jeugdgroepen wordt herijkt. Met een aantal gemeenten wordt de jeugdgroepenproblematiek aangepakt en onderzocht of aanpassing van de bestaande aanpak nodig i.16

Tot slot

Met de versnellingen binnen de verschillende programma’s en trajecten op het gebied van hulp aan multiprobleemhuishoudens, schulden, kwetsbare jeugd, onderwijsachterstanden, wonen, voorkomen van langdurige en jeugdwerkloosheid en aanpak jeugd en veiligheid willen Rijk en gemeenten voorkomen dat mensen als gevolg van COVID-19 in meerdere problemen tegelijk terechtkomen. Tienduizend in het sociaal domein werkzame professionals worden de komende periode extra ondersteund om via de zogenoemde doorbraakmethode maatwerk te kunnen leveren. De specifieke versnellingen in deze brief zijn aanvullend op dan wel liggen in lijn met het derde steunpakket dat het kabinet op 28 augustus 2020 heeft gepresenteerd. In het voorjaar van 2021 informeren wij de Kamer over de voortgang van de versnellingen in deze brief.

Mede namens de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie en Veiligheid, voor Rechtsbescherming, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media en de Staatssecretarissen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren


X Noot
3

Kamerstuk 30 995, nr. 98.

X Noot
4

Kamerstuk 35 420, nr. 105.

X Noot
5

Kamerstuk 35 420, nr. 134.

X Noot
6

Kamerstuk 34 104, nr. 279.

X Noot
7

Kamerstuk 24 515, nr. 569.

X Noot
8

Kamerstukken 34 477 en 32 761, nr. 66.

X Noot
9

Kamerstuk 35 447, nr. 1.

X Noot
10

Kamerstuk 25 295, nr. 386.

X Noot
11

Kamerstuk 25 295, nr. 351.

X Noot
12

Zie bijvoorbeeld de brief met geleerde lessen over de gehandicaptensector van 1 september 2020 (Kamerstuk 25 295, nr. 507).

X Noot
14

Zie hierover de brieven aan de Tweede Kamer van 18 oktober 2019 (Kamerstuk 29 911, nr. 254) en 18 juni 2020 (Kamerstuk 29 911, nr. 281).

X Noot
15

Te weten: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg, Eindhoven, Arnhem en Zaanstad.

X Noot
16

Kamerstuk 28 684, nr. 626.