34 475 IV Jaarverslag en slotwet Koninkrijksrelaties 2015

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN KONINKRIJKSRELATIES (IV)

Aangeboden 18 mei 2016

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over de beleidsartikelen en het niet-beleidsartikel (x € 1.000)

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over de beleidsartikelen en het niet-beleidsartikel (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen en het niet-beleidsartikel (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen en het niet-beleidsartikel (x € 1.000)

Inhoudsopgave

A.

Algemeen

4

 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

6

       

B.

Beleidsverslag

8

 

1.

Beleidsprioriteiten

8

 

2.

Beleidsartikelen

14

   

Artikel 1. Waarborgfunctie

14

   

Artikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

18

 

3.

Niet-beleidsartikel

24

   

Artikel 3. Nominaal en onvoorzien

24

 

4.

Bedrijfsvoeringparagraaf

25

       

C.

Jaarrekening

26

 

1.

De verantwoordingsstaat

26

 

2.

De saldibalans

27

       

D.

Bijlage

35

 

Afgerond evaluatie en overig onderzoek

35

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik het jaarverslag met betrekking tot de begroting van Koninkrijksrelaties (IV) over het jaar 2015 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2015 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2015;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van 's Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2015 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2015, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2015 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R. H. A. Plasterk

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Algemeen

Dit begrotingshoofdstuk valt onder het regime voor «kleine begrotingen» en heeft geen apart centraal apparaatsartikel. De apparaatsuitgaven zijn opgenomen onder artikel 2.

Opbouw Jaarverslag 2015

De begroting van Koninkrijksrelaties kent een vertrouwde opbouw waarbij het jaarverslag de opbouw van de begroting 2015 volgt.

Het jaarverslag 2015 bestaat uit vier delen:

  • A. Een algemeen deel met de dechargeverlening;

  • B. Het beleidsverslag 2015 over de prioriteiten en de beleidsartikelen;

  • C. De jaarrekening 2015;

  • D. De bijlage.

Het beleidsverslag 2015

In het beleidsverslag 2015 wordt teruggekeken op de resultaten uit 2015.

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt op hoofdlijnen verantwoording afgelegd over het beleid van het afgelopen jaar. Hierin kunt u lezen welke resultaten zijn behaald bij de gemaakte beleidsafspraken (prioriteiten) voor 2015.

In de paragraaf «Beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de financiële instrumenten.

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt zoveel mogelijk aangegeven waarvoor de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend.

Opmerkelijke verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht.

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2015 bevat ook een bedrijfsvoeringparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke bedrijfsvoeringpunten voor Koninkrijksrelaties (IV). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2015

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van Koninkrijksrelaties en de saldibalans met toelichting aan. De slotwet wordt als een apart kamerstuk gepubliceerd.

De bijlage

In de bijlage is een overzicht opgenomen met afgerond evaluatie en overig onderzoek.

Externe inhuur

Het overzicht Externe inhuur is opgenomen in het jaarverslag van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Wet Normering Topinkomens (WNT) verantwoording

Het overzicht WNT verantwoording is opgenomen in het jaarverslag van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Groeiparagraaf

Er zijn dit jaar geen nieuwe ontwikkelingen voor de groeiparagraaf te melden.

B. BELEIDSVERSLAG

1. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de staatkundige relatie van de landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten in het Koninkrijk. De landen behartigen zelfstandig hun eigen aangelegenheden, behoudens de Koninkrijksaangelegenheden, en onverminderd de waarborgfunctie van het Koninkrijk. Het Statuut geeft tevens regels voor onderlinge samenwerking, bijstand, overleg en de staatsinrichting van de landen.

De overleggen met de gouverneurs zijn een belangrijk podium om de onderlinge verhoudingen en de belangrijkste ontwikkelingen te bespreken. In 2015 ging het vooral over de politieke situatie in de landen, de versterking van de rechtshandhaving, de evaluatie van de Rijkswetten en de relaties tussen de landen.

De samenwerkingsprogramma’s waarmee Nederland de afgelopen jaren Caribisch Nederland, Sint Maarten en Curaçao op een groot aantal terreinen heeft ondersteund, zijn eind 2015 beëindigd. De samenwerkingsprogramma’s zijn geëvalueerd en het evaluatierapport van de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) is in december 2015 aan de Kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2015–2016, 24 587, nr. 630). De samenwerking met de landen is hiermee niet ten einde gekomen. Uit de evaluatie blijkt dat er nog moet worden ingezet op bestuurlijke en economische samenwerking.

Tijdens de Koninkrijksconferentie 2015 zijn verschillende onderwerpen aan de orde geweest, zoals de bestuurlijke en economische samenwerking, de kinderrechten, de geschillenbeslechting, de samenwerking op het gebied van de gezondheidszorg, de duurzame ontwikkeling van de (ei)landen en het versterken van de cohesie binnen het Koninkrijk.

Het 200 jarig bestaan van het Koninkrijk was een goede gelegenheid om de onderlinge banden te benadrukken.

Samenwerking met de landen

Bestuurlijke en economische ontwikkeling

Belangrijke voorwaarde voor gezonde overheidsfinanciën is een stabiel groeiende economie. Dit zorgt bijvoorbeeld voor hogere inkomsten, waardoor meer beleidsmatige ontwikkelingen mogelijk worden. Een groeiende economie is tevens van belang voor meer werkgelegenheid, het verminderen van de armoede en het vergroten van de welvaart.

Economische samenwerking binnen het Koninkrijk en versterking van de concurrentiepositie zijn nodig om de economische ontwikkeling verder te bevorderen. SEO Economisch Onderzoek heeft in dat licht een onderzoek uitgevoerd naar de ervaringen en behoeften van bedrijven bij hun handel met Latijns Amerika (Onderzoek handelsbevordering Koninkrijk, mei 2015). Dit onderzoek heeft geresulteerd in een aantal aanbevelingen ter bevordering van de handel, zoals het inrichten van een koninkrijksbreed organisatie-/informatiepunt, het optimaliseren van de verbindingen tussen de eilanden en het verbeteren van het investeringsklimaat. Deze aanbevelingen zijn in 2015 actief opgepakt. Zo is er een centraal informatiepunt opgericht in de vorm van een webportal www.investdutchkingdom.nl en is een start gemaakt met het onderzoek naar de «costs of doing business op de benedenwinden» (rapport verwacht in april 2016).

Overheidsfinanciën Curaçao en Sint Maarten

In 2015 is de rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) geëvalueerd (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 269, nr. 1 en 2). Conform het advies van de evaluatiecommissie heeft de Rijksministerraad besloten dat vanaf 10 oktober 2015 alle verplichtingen die volgen uit de Rft van toepassing blijven voor Curaçao en Sint Maarten. De eerstvolgende evaluatie vindt in 2018 plaats, tenzij één van beide landen gemotiveerd verzoekt tot een eerdere evaluatie, en de Rijksministerraad daartoe besluit.

De evaluatiecommissie heeft tevens enkele aanbevelingen gedaan om de werking van het toezicht te verbeteren, onder andere het ontwikkelen van een eenduidig toetsingskader om te bepalen of het toezicht (deels) kan vervallen, en het oplossen van onduidelijkheden in de wet om interpretatieverschillen te voorkomen. Ook heeft de commissie Curaçao en Sint Maarten aanbevolen naast de rentelastnorm ook een maximale schuldquote op te nemen in de eigen regelgeving, te investeren in een model om eigen instituties te versterken en te investeren in het verder verbeteren van het financieel beheer.

Curaçao heeft in december Kroonberoep ingesteld tegen het besluit tot voortzetting van de Rft, omdat de evaluatiecommissie haar bevoegdheden te ruim zou hebben geïnterpreteerd. Dit Kroonberoep wordt in 2016 door de Raad van State van het Koninkrijk worden behandeld.

De overheidsfinanciën van Curaçao zijn het afgelopen jaar verder verbeterd. Curaçao heeft het gehele begrotingsjaar voldaan aan de normen van de Rft, met uitzondering van de kapitaaldienst. De verwachting is dat Curaçao deze positieve lijn ook komend jaar doorzet. In 2015 heeft Curaçao via de lopende inschrijving van Nederland leningen afgesloten voor het ziekenhuis (tweede tranche, ANG 187 mln.) en diverse (infrastructurele) investeringen (ANG 115 mln.). De financiële situatie van de sociale fondsen, het nog altijd ontbrekende dividendbeleid van overheidsvennootschappen, de bouw van het ziekenhuis (HNO/SEHOS), het saneren van overheidsbedrijven en het financieel beheer blijven voor Curaçao echter uitdagingen.

In tegenstelling tot de voorgaande jaren heeft Sint Maarten in 2015 een verslechtering laten zien waar het de beheersing van de overheidsfinanciën betreft. Dit resulteerde uiteindelijk op advies van het Cft in een aanwijzing door de Rijksministerraad op de begroting 2015. Sint Maarten heeft niet voor de gestelde deadline van 31 oktober 2015 afdoende maatregelen genomen tegen de aanwijzing om aan de problematiek tegemoet te komen. Er zijn omvangrijke betalingsachterstanden (tenminste ANG 189 mln.) aan vooral de zorgfondsen en de oudedagsvoorzieningen. De financiële tekorten uit de periode 2010–2014 van circa ANG 60 miljoen werden in de begroting 2015 niet conform de afspraken gecompenseerd. Verplichtingen ten behoeve van de gezondheidszorg en de oudedagsvoorzieningen waren niet volledig in de begroting opgenomen maar vormen als geheel uiteindelijk een steeds groter deel van de begroting van Sint Maarten. Hierdoor komt de houdbaarheid van de begroting in het geding, tenzij structurele maatregelen worden genomen. De aanwijzing zag erop dat Sint Maarten deze problemen alsnog aanpakt.

Het door Sint Maarten ingestelde Kroonberoep schorste de werking van de aanwijzing niet, maar de regering van Sint Maarten heeft deze aanwijzing naast zich neergelegd. Het Kroonberoep dat Sint Maarten heeft ingesteld is door de Raad van State van het Koninkrijk behandeld in februari 2016. De in december 2015 aangetreden nieuwe Minister van Financiën van Sint Maarten heeft overigens aangegeven aan de elementen uit de aanwijzing te willen voldoen in de begroting 2016.

Financiële situatie Aruba

De financiële situatie van Aruba is de afgelopen jaren ernstig verslechterd. De staatsschuld is opgelopen tot boven de 80% van het BBP. Nadat in 2014 uit onderzoek van het Cft was gebleken dat de begroting 2014 en meerjarenramingen onvoldoende verbeteringen lieten zien, heeft de Nederlandse regering het overleg gestart met Aruba om te komen tot een arrangement waarin in Aruba zelfstandig kan teruggroeien naar een stabiele financiële situatie. Met Aruba zijn in 2015 afspraken gemaakt over begrotingstekorten en het instellen van een College Aruba financieel toezicht (CAft) per 1 augustus 2015.

Het CAft is in 2015 gestart met zijn werkzaamheden. Tot op heden is het CAft kritisch op met name de realiteit van de begroting- en realisatiecijfers van Aruba. Hoewel Aruba de eerste maatregelen heeft genomen om het begrotingstekort terug te dringen, zal de regering ook het komende jaar alle zeilen bij moeten zetten om uiteindelijk de doelstelling van een begrotingsoverschot in 2018 te realiseren.

Rechtshandhaving op Curaçao

Het project Duradero is gericht op het duurzaam uitbreiden en versterken van de handhavingcapaciteit ten behoeve van de aanpak van de financieel economische criminaliteit. In 2015 is daartoe primair ingezet op de versterking en verduurzaming van de capaciteit van het Openbaar Ministerie (OM) op Curaçao. Het Openbaar Ministerie heeft met een toenemende snelheid een financieel-economische focus weten aan te brengen in de werkzaamheden. Zo is parallel aan het Duradero-project het Afpakteam opgestart, waarmee het OM in nauwe samenwerking met Kustwacht, Marechaussee, Belastingdienst Curaçao, Douane en Korps Politie Curaçao, een integrale aanpak afpakmogelijkheden inventariseert, onderzoekt en daarop intervenieert.

Om te borgen dat ook na afronding van het Duradero-project de eerstelijns parketten zich blijven doorontwikkelen en de opgedane kennis duurzaam in de organisatie blijft belegd, is een specialist op het terrein van financieel economische criminaliteit en een op het terrein van witwassen benoemd bij het OM.

Integriteit van bestuur en rechtshandhaving op Sint Maarten

Op 24 mei 2015 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, een Protocol met Sint Maarten ondertekend. Daarin zijn afspraken vastgelegd over de instelling van een Integriteitkamer, de versterking van de rechtshandhaving in brede zin en de ondermijningsaanpak. Nederland draagt hier in 2015 en 2016 budgettair aan bij.

Sint Maarten heeft ten aanzien van de instelling van de Integriteitkamer een procedure aangespannen bij het Constitutionele Hof. Dit heeft tot gevolgd dat de Integriteitkamer nog niet is gestart met haar werkzaamheden.

Caribisch Nederland

Programma Bestuurlijke ontwikkeling

Het programma Bestuurlijke ontwikkeling richt zich de komende jaren op het verhogen van de kwaliteit en slagkracht van het openbaar bestuur op de zes eilanden in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Voor Caribisch Nederland geldt dat de vijver waaruit gevist kan worden voor functies binnen de sfeer van de (semi-) overheid onverminderd klein is, terwijl er grote opgaven liggen. Daarom is in 2015 opnieuw begonnen met projecten die ten goede komen aan de bestuurlijke ontwikkeling van de eilanden. Zo heeft het Ministerie van BZK het initiatief genomen om periodiek met de gezaghebbers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in gesprek te gaan over hun rol en bijdrage aan dit onderwerp. Dit heeft geresulteerd in een kick-off met een tweedaagse bijeenkomst op Sint Maarten voor alle bestuurscolleges, eilandsraadsleden, griffiers en eilandsecretarissen van Caribisch Nederland. Het was voordien nooit eerder gelukt om iedereen op hetzelfde moment een dergelijk pallet aan workshops aan te bieden. Hier stonden kennisontwikkeling (o.a. over dualisme) en persoonlijke ontwikkeling centraal. Dit zal jaarlijks worden herhaald waarbij de deelnemers aangeven welke onderwerpen aan bod moeten komen.

In augustus 2015 is een Memorandum of Understanding (MoU) («Divi-akkoord») ondertekend tussen de Minister van BZK en het openbaar lichaam Bonaire, gericht op het verbeteren van het openbaar bestuur. Dit akkoord omvat onder meer het uitvoeren van een belevingsonderzoek in de ambtelijke organisatie, het aanstellen van een adviseur voor de gezaghebber en het opzetten van een opleiding- en ontwikkeltraject. Saba heeft een ontwikkelplan voor de hele organisatie opgesteld (o.a. invoering sectorenmodel en personeelscyclus) waar BZK financieel aan bijdraagt. Verder wordt in samenwerking met het Bureau Integriteitbevordering Openbare Sector (BIOS) een integriteitleergang voor overheidsbedrijven op Bonaire opgezet. Deze kan desgewenst worden uitgebreid naar Saba en Sint Eustatius.

Staatkundige evaluatie van Caribisch Nederland

Op 11 juni 2015 hebben de Minister van BZK en de bestuurscolleges van Bonaire en Saba een meerjarenprogramma ondertekend. Het meerjarenprogramma van Sint Eustatius is op 1 februari 2016 door de Minister van BZK en de bestuurscollege van St. Eustatius ondertekend. De meerjarenprogramma’s moeten zorgen voor meer gecoördineerd beleid op basis van gezamenlijke plannen en prioriteiten. De focus ligt daarbij op economische ontwikkeling, armoedebestrijding en kinderrechten. Via de zogenoemde hoogambtelijke Caribisch Nederland-tafel vindt structureel overleg plaats over de onderwerpen die een interdepartementale aanpak behoeven zoals de hiervoor genoemde prioritaire thema’s. Hierbij wordt gestreefd naar de bundeling van krachten aan rijkszijde door steeds meer departementoverstijgende onderwerpen samen op te pakken.

Op 12 oktober 2015 heeft de commissie Spies het evaluatierapport uitgebracht over de uitwerking van de nieuwe staatkundige structuur Caribisch Nederland. Het kabinet streeft naar een door zowel de eilanden als het kabinet gedragen gezamenlijk kabinetsstandpunt dat de Tweede Kamer nog voor het zomerreces 2016 kan behandelen.

In de kabinetsreactie, die momenteel wordt opgesteld met inbreng van de eilanden, is in ieder geval aandacht voor het bestuur en coördinatie van Caribisch Nederland vanuit de Haagse departementen en hoe dit steeds effectiever kan worden vormgegeven.

Kinderrechten

In de Caribisch Nederland week van 2015 zijn de actieplannen Kinderrechten van Bonaire, Saba en Sint Eustatius besproken. Conform het amendement van Laar/Segers (Kamerstuk 34 000 IV, nr. 9) zijn extra middelen aan de eilanden beschikbaar gesteld waarmee de actieplannen uitgevoerd gaan worden en wordt ingezet op versterking van de kinderrechten.

Voor 2016 is (in afstemming met Unicef, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Ministerie van BZK) aan Bonaire een bedrag beschikbaar gesteld voor het instellen van een centraal dataregistratiesysteem en een afdeling algemeen maatschappelijk werk, het ontwikkelen van een pedagogische visie en bijbehorend opleidingsprogramma en het (verder) invoeren van het brede school concept.

Op Saba zijn voor drie jaar middelen (door het Ministerie van VWS en het Ministerie van BZK) ter beschikking gesteld voor de aanstelling van een beleidscoördinator kinderrechten en huiselijk geweld. De coördinator is belast met de uitvoering van het actieplan kinderrechten, met inachtneming van de aanbevelingen van Unicef en Regioplan. Daarin zijn onder andere de volgende activiteiten opgenomen: betere afstemming tussen ketenpartners, in kaart brengen van de knelpunten in de jeugdketen, inzet van voorlichtingscampagnes en het opzetten van een opleiding-/trainingsprogramma voor jeugdwerkers.

Met de ondertekening van het meerjarenprogramma voor Sint Eustatius per 1 februari 2016 kan daar eveneens gestart worden met de uitvoering van het actieplan Kinderrechten. De Minister van BZK zal zich samen met de Rijksvertegenwoordiger en het Bestuurscollege van Sint Eustatius ervoor inzetten dat de projecten die zijn opgenomen in het actieplan zo snel mogelijk – in afstemming met Unicef – in gang worden gezet.

Een van de speerpunten van de Taskforce kinderrechten van het Koninkrijk, zoals vastgesteld tijdens de Koninkrijksconferentie van 2015, was het organiseren van een Safety net conferentie. Deze conferentie heeft op 2 en 3 december 2015 plaatsgevonden aan de Universiteit van Aruba. Aan de conferentie namen circa 80 deelnemers deel, afkomstig van Aruba, Bonaire, Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Geheel artikel?

1

Waarborgfunctie

     

X

     

ja

2

Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

             

ja1

X Noot
1

Voor artikel 2 zal de volgende beleidsdoorlichting in 2016 plaatsvinden.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen:

http://www.rijksbegroting.nl/beleidsevalutaties/evaluaties-en-beleidsdoorlichtingen

Voor de realisatie (hyperlinks) van beleidsdoorlichtingen en andere onderzoeken, zie de bijlage «Evaluatie en overig onderzoek».

Overzicht van risicoregelingen

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2014

Verleend 2015

Vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantie-plafond

Totaal plafond

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Leningen aan land Aruba

5.112

0

1.887

3.225

0

3.225

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Voorschotten Europese Commissie aan Bonaire (Sociaal Infrastructuurprogramma/

riolerings- en waterzuiveringsprogramma) 9e EOF

43.600

0

43.600

0

0

0

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Voorschotten 9e Europees Onwikkelingsfonds (EOF)

vanaf juli 2015

 

4.226

0

4.226

0

20.200

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Voorschotten 10e Europees Ontwikkelingsfonds van Europese Commissie aan Curaçao/Sint Maarten/BES-eilanden

21.000

0

21.000

0

0

0

Totaal

 

69.712

4.226

66.487

7.451

0

23.425

Er zijn in 2015 geen uitgaven gedaan op garanties.

Voor verdere informatie wordt verwezen naar de toelichting bij de saldibalans, 13) Garantieverplichtingen.

Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening

Totaal stand begrotingsreserve t-1

Mutatie volume begrotingsreserve t en t-1

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Begrotingssteun Aruba

5.445

25 jaar

   

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Lening Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA)

1.340

30 jaar

   

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Maatregel Tussenbalans

7.703

30 jaar

   

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Water- en Energiebedrijf Aruba

5.992

30 jaar

   

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Leningen lopende inschrijving Curaçao

933.541

30 jaar

   

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

205.007

30 jaar

   

Voor verdere informatie wordt verwezen naar de toelichting bij de saldibalans, 10) Extra-comptabele vorderingen, onderdeel b).

2. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1. Waarborgfunctie

A Algemene doelstelling

Het waarborgen van de rechtszekerheid, de deugdelijkheid van bestuur en de mensenrechten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

B Rol en verantwoordelijkheid

Elk land in het Koninkrijk heeft de zorg voor de verwezenlijking van de fundamentele rechten en vrijheden van de mens, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur. Het waarborgen hiervan is een aangelegenheid van het Koninkrijk. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is op grond van de verantwoordelijkheid voor het Statuut, aanspreekbaar op de waarborgtaak van het Koninkrijk. Vanuit deze verantwoordelijkheid worden de ontwikkelingen met betrekking tot het functioneren van het openbaar bestuur en de verwezenlijking van de mensenrechten en de rechtszekerheid in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten gevolgd. Het feit dat het Koninkrijk de bevoegdheid heeft in het kader van de waarborgfunctie op te treden, sterkt de instituties van de landen in hun taak om de beginselen van de democratische rechtsstaat te realiseren. De Rijksministerraad kan maatregelen nemen als er sprake is van ernstige inbreuk op fundamentele rechten en vrijheden in een land of in een situatie waarin rechtszekerheid of deugdelijk bestuur niet langer gewaarborgd zijn en de interne controlemechanismen feitelijk disfunctioneren. Van geval tot geval zal dan worden bezien of ingrijpen in de zin van artikel 43, 50 of 51 van het Statuut, noodzakelijk is en welke maatregel dan het meest passend is.

C Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen, zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

De Kustwacht heeft ook in 2015 een belangrijke bijdrage geleverd aan de maritieme rechtshandhaving, waarbij drugsbestrijding, mensenhandel en -smokkel en illegale immigratie prioriteiten waren. Daarmee was de Kustwacht voor het Caribische deel van het Koninkrijk een onmisbare schakel in de rechtshandhavingsketen.

In de aanpak rechtshandhaving is door het Openbaar Ministerie (OM) in hoog tempo meer focus aangebracht op de bestrijding van financieel-economische criminaliteit (project Duradero). Tevens is de intensieve bestrijding van de ondermijning op Sint Maarten in 2015 van start gegaan.

D Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 1 Waarborgfunctie

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

66.730

51.896

75.317

118.121

26.754

61.553

– 34.799

                 

Uitgaven:

57.888

57.818

63.859

61.867

65.475

61.553

3.922

                 

1.1

Rechtshandhaving en deugdelijkheid van bestuur

57.888

57.818

63.859

61.867

65.475

61.553

3.922

 

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

 

57.818

63.859

61.867

65.475

61.553

3.922

 

Duradero1

 

0

0

0

939

769

170

 

Grensbewaking

 

0

0

6.100

6.100

6.100

0

 

Kustwacht

 

0

0

35.380

38.504

35.402

3.102

 

Kustwacht en grensbewaking

 

40.974

43.650

0

0

0

0

 

Recherchecapaciteit

 

13.745

17.277

17.226

15.595

15.698

– 103

 

Rechterlijke macht

 

3.099

2.932

3.161

4.337

3.584

753

                 

Ontvangsten:

2.460

4.497

5.295

6.186

5.192

4.857

335

X Noot
1

Het budget voor het project Duradero wordt in een aparte regeling op deze begroting gepresenteerd, voorheen viel deze regeling onder Rechterlijk macht.

E Toelichting op de financiële instrumenten

1.1. Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen Kustwacht

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Grensbewaking

Sinds 2008 levert een flexibele pool van 43 fte van de Koninklijke Marechaussee (KMar) een bijdrage aan de bestrijding van de geweldscriminaliteit, het grens- en vreemdelingentoezicht, de bestrijding van mensensmokkel en -handel en de bestrijding van drugssmokkel via de luchthavens. De medewerkers van de KMar functioneren daarbij onder aansturing van de lokale diensthoofden en vallen onder het lokale gezag (Ministers van Justitie). De kosten van de flexibele pool komen ten laste van deze begroting.

In 2015 is besloten dat de inzet vanuit de flexibele pool van de Koninklijke Marechaussee voor de grensbewaking wordt voortgezet tot en met 31 december 2019. Vanaf 1 juli 2015 is de ondersteuning uitgebreid naar Aruba. Bij de verlenging van het protocol is de omvang van de inzet ongewijzigd gebleven.

Kustwacht

De Kustwacht heeft een bijdrage geleverd aan de veiligheid op het water door het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties (Search and Rescue) en heeft vanuit haar toezichthoudende taken visserij- en milieu-inspecties uitgevoerd. In Caribisch Nederland lag het accent op de bescherming van het mariene milieu, waaronder de Sababank en koraalriffen, en het optreden tegen illegale (speer)visserij.

De landen van het Koninkrijk zijn een traject overeengekomen waarmee de voor de rechtshandhaving in het Caribisch Gebied essentiële interceptiecapaciteit van de Kustwacht is gewaarborgd. Het verwervingstraject is in 2015 gestart.

In 2015 is gebleken dat de koersverliezen op het budget van de Kustwacht leiden tot een negatief resultaat. Het gevolg is een overschrijding van € 3,1 mln. Dit bedrag is, conform het Beheersprotocol Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba van 2004, met de 2e suppletoire begroting gecompenseerd.

Recherchecapaciteit

Zoals vastgelegd in de Rijkswet politie en het Protocol Recherche Samenwerkingsteam heeft het Recherche Samenwerkingsteam (RST) als taak de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast verricht het RST de afhandeling van internationale rechtshulpverzoeken op dit gebied. Het RST heeft vestigingen op Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten, waar men werkt onder gezag van de lokale Openbaar Ministeries.

Prioriteiten voor 2015 waren de aanpak van witwassen, mensenhandel, wapensmokkel, internationale drugshandel en bendevorming. Gemiddeld waren er bij het RST ongeveer 70 uit Nederland uitgezonden medewerkers werkzaam, elk voor een periode van drie jaar. Het RST bestaat verder uit 36 medewerkers uit de lokale korpsen en 15 overige lokaal geworven medewerkers. De betrokken Ministers van (Veiligheid en) Justitie van de landen en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen gezamenlijk de jaarstukken van het RST vast in het Justitieel Vierpartijenoverleg.

Financieel-economische onderzoeken Curaçao; project Duradero

Een van de primaire doelstellingen van het project Duradero is de versterking en verduurzaming van de capaciteit van het Openbaar Ministerie (OM) op Curaçao op het terrein van financieel-economisch onderzoek. De resultaten van het project – dat een looptijd kent van drie jaar (2014–2016) – zijn reeds zichtbaar. De opgedane ervaringen uit afgeronde en lopende onderzoeken worden direct ingezet ten behoeve van de vervolgaanpak (onder andere het Afpakteam, waarmee door gezamenlijke inzet van Kustwacht, KMar, Belastingdienst Curaçao, Douane en Korps Politie Curaçao inzet op de afpakmogelijkheden van vermogen bij criminelen).

Ook is binnen het OM mede naar aanleiding van de ervaringen met Duradero een in de bestrijding van financieel-economische criminaliteit gespecialiseerde officier aangesteld en een «specialist witwassen» die voor het gehele OM in het Caribisch gebied als vraagbaak dient en in concrete onderzoeken hulp en bijstand verleent. Zo kan worden geborgd dat ook na afronding van het project Duradero eind 2016 de eerstelijns parketten (OM) zich blijven doorontwikkelen en opgedane kennis duurzaam in de organisatie blijft belegd.

Rechtshandhaving Sint Maarten

Nederland wil € 22,1 mln. vrij maken ten behoeve van de aanpak van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit (ondermijning). De afspraken hierover zijn in 2015 vastgelegd in een Protocol met Sint Maarten. De ondermijningsaanpak, die wordt aangestuurd door de procureur-generaal, is conform afspraak, in 2015 van start gegaan.

Ten aanzien van de Integriteitskamer loopt een door de Ombudsman van Sint Maarten aangespannen procedure bij het Constitutionele Hof van Sint Maarten.

Rechterlijke macht

Nederland stelt op verzoek van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de Ministers van justitie van de Caribische delen van het Koninkrijk rechters en officieren van justitie ter beschikking aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten om op die manier te komen tot een volledige bezetting van het Gemeenschappelijk Hof en het Openbaar Ministerie (OM). In 2015 zijn gemiddeld 39 uitgezonden rechters en officieren van justitie werkzaam geweest. De raad voor de rechtspraak en het OM in Nederland stellen de betreffende rechterlijke ambtenaren ter beschikking. Vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt het «Voorzieningenstelsel Buitenlandtoelagen Rechterlijke Ambtenaren (VBRA)» bekostigd.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de bijdragen van de landen in de uitvoering van de Kustwachttaken. De Kustwacht wordt door middel van drie geldstromen gefinancierd. De Luchtverkenning inclusief integrale exploitatie van het Steunpunt Hato wordt volledig gefinancierd uit de begroting Koninkrijksrelaties. De inzet van Defensiemiddelen (vaardagen van het stationsschip en vlieguren van de boordhelikopter) wordt gefinancierd door het Ministerie van Defensie. De personele en materiële exploitatie-uitgaven en de investeringsuitgaven worden door alle deelnemende landen gezamenlijk gefinancierd op basis van een door de Rijksministerraad vastgestelde verdeelsleutel. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzorgt de initiële bijdrage (zie hierboven onder Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken). Vervolgens betalen de landen hun deel achteraf aan Nederland (Aruba: 11%, Curaçao: 16%, en Sint Maarten: 4%) op basis van de werkelijke realisatie en geactualiseerde wisselkoers.

Artikel 2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

A Algemene doelstelling

Het ondersteunen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten bij het verbeteren van het bestuur, de rechtszekerheid, de economische ontwikkeling, het onderwijs en de overheidsfinanciën. Het versterken van de bestuurlijke samenhang en centrale coördinatie in Den Haag voor Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het stellen van randvoorwaarden die de rechtmatigheid en doelmatigheid van de inzet van middelen van de rijksbegroting garanderen. Aruba, Curaçao en Sint Maarten blijven volledig verantwoordelijk voor het beleid op de terreinen waarop de samenwerkingsprogramma’s met Nederland van toepassing zijn. Voor de rijkscoördinatie van beleid met betrekking tot Caribisch Nederland is de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk. Dit krijgt vorm door het opstellen en monitoren van het meerjarenprogramma, het beheer van het BES-fonds, afstemming van rijksbeleid door middel van de zogenoemde Caribisch Nederland tafel, het beheer van de Rijksdienst Caribisch Nederland en het inzetten van de Rijksvertegenwoordiger in de nieuwe rol.

C Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen, zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

In 2015 zijn met Bonaire en Saba meerjarenprogramma`s opgesteld waarin plannen en prioriteiten op het terrein van economische ontwikkeling, armoedebestrijding en kinderrechten voor de komende periode zijn opgenomen. De aanpak van de verbetering van de kinderrechten is gestart.

De afronding van de samenwerkingsprogramma`s met de landen verloopt volgens plan.

Op het gebied van economische samenwerking zijn op basis van extern onderzoek aanbevelingen gedaan die deels zijn geëffectueerd. Voor Sint Eustatius is dit meerjarenplan ondertekend op 1 februari 2016.

D Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

151.728

64.066

39.846

200.167

179.435

30.435

149.000

                 

Uitgaven:

378.666

373.839

247.217

373.090

344.415

199.552

144.863

                 

2.1

Apparaat

11.674

9.869

9.077

9.623

12.879

9.797

3.082

 

Personele uitgaven

 

6.928

7.230

7.652

9.914

6.432

3.482

 

Eigen personeel

 

3.661

6.887

7.291

9.422

6.147

3.275

 

Externe inhuur

 

814

49

61

129

35

94

 

Overig personeel

 

2.452

294

300

363

250

113

 

Materiële uitgaven

 

2.941

1.847

1.971

2.965

3.365

– 400

 

Overig materieel

 

2.941

1.847

1.971

2.965

3.365

– 400

                 

2.2

Duurzame economische ontwikkeling

90.816

65.775

19.932

14.902

14.841

19.293

– 4.452

 

Subsidies

 

0

979

979

986

938

48

 

IUCN

 

0

979

963

938

938

0

 

Subsidies Caribisch Nederland

 

0

0

16

48

0

48

 

Opdrachten

 

3.239

96

0

0

0

0

 

Overig

 

3.239

96

0

0

0

0

 

Inkomensoverdracht

 

4.240

4.244

4.205

3.123

5.009

– 1.886

 

Pensioenen

 

4.240

4.244

4.205

3.123

5.009

– 1.886

 

Bijdragen aan medeoverheden

 

0

0

1.831

2.850

6.148

– 3.298

 

Sociaal-economische initiatieven BES

 

0

0

1.831

2.850

6.148

– 3.298

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

 

58.296

14.613

7.887

7.882

7.198

684

 

Samenwerkingsprogramma`s

 

58.296

14.613

7.887

7.882

7.198

684

 

waarvan: Caribisch Nederland

       

4.008

   
                 

2.3

Raden en commissies

294

183

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

 

4

0

0

0

0

0

 

Overig

 

4

0

0

0

0

0

 

Personeel

 

179

0

0

0

0

0

 

Eigen personeel

 

179

0

0

0

0

0

                 

2.4

Schuldsanering

275.882

298.011

218.208

348.565

316.695

170.462

146.233

 

Leningen

 

294.461

218.208

348.565

316.695

170.462

146.233

 

Lopende inschrijving

 

294.427

218.208

348.565

316.695

170.117

146.578

 

Tijdelijke leenfaciliteit

 

34

0

0

0

345

– 345

 

Bijdragen aan medeoverheden

 

3.550

0

0

0

0

0

 

Schuldsanering

 

3.550

0

0

0

0

0

                 

Ontvangsten:

45.794

105.805

34.705

39.304

50.589

34.618

15.971

E Toelichting op de financiële instrumenten

2.1 Apparaat

Personeel

Eigen personeel

De formatie van directie Koninkrijksrelaties is in 2015 tijdelijk versterkt ten behoeve van onder andere de staatkundige evaluatie van Caribisch Nederland, de afwikkeling van de samenwerkingsmiddelen en de versterking van het financieel beheer.

Materiële uitgaven

Overig materieel

Er hebben zich geen bijzondere ontwikkelingen voorgedaan.

2.2 Duurzame economische ontwikkeling

Subsidies

IUCN

In 2006 is door de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een subsidie toegezegd voor de duur van tien jaar aan de Stichting International Union for the Conservation of Nature Nederlands Comité (IUCN NL). De subsidieverlening is bedoeld voor het veiligstellen van het natuurbeheer op de eilandgebieden van het Caribisch deel van het Koninkrijk. IUCN stelt de subsidie ter beschikking aan de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA). Deze overkoepelende organisatie van de natuurparken in het Caribisch deel van het Koninkrijk heeft als doel een lange termijn borging van financiering van natuurbeheer en promotie van de natuurbescherming in het Caribisch deel van het Koninkrijk. De subsidie is in de afgelopen jaren besteed aan de ontwikkeling en uitvoering van het «Natuurbeleidsplan Caribisch Nederland» en een bijdrage aan een studie naar de verbetering van de financiële duurzaamheid van de natuurparken. In 2015 is de laatste subsidiebijdrage verstrekt.

Inkomensoverdracht

Pensioenen

Conform de vaste verrekenkoersregeling Antilliaanse en Arubaanse pensioenen zijn de voor pensioengerechtigden nadelige koersverschillen als gevolg van wisselkoersfluctuatie tussen de Antilliaanse gulden (NAF) en de euro, gecompenseerd.

Bijdragen aan medeoverheden

Op 11 juni 2015 hebben Rijk en de bestuurscolleges van Bonaire en Saba een meerjarenprogramma ondertekend. Met dit document komen Rijk en eilandelijke overheid gezamenlijk tot de plannen en prioriteiten voor de komende jaren. Voor Sint Eustatius is dit meerjarenplan ondertekend op 1 februari 2016.

Onderzoek van SEO Economisch Onderzoek (Onderzoek handelsbevordering Koninkrijk, mei 2015) heeft geleid tot aanbevelingen ten aanzien van de handelsbevordering binnen het Koninkrijk, zoals het inrichten van een koninkrijksbreed organisatie/informatiepunt (geresulteerd in de website www.investdutchkingdom.com), het optimaliseren van verbindingen tussen de eilanden (onderzoek naar snelle ferryverbinding voor benedenwindse eilanden is gestart in 2015) en het verbeteren van het investeringsklimaat (onder andere inzicht in de costs of doing business).

Met het beschikbaar stellen van de middelen aan de (ei)landen wordt uitvoering gegeven aan de actieplannen en wordt ingezet op versterking van de kinderrechten. Ook heeft op 2 en 3 december 2015 de Safety net conferentie plaatsgevonden aan de Universiteit van Aruba waarin gesproken is over zes thema’s: ouderbetrokkenheid, doorgaande lijn, ondersteuningsstructuur, samenwerking in de wijk, naschoolse activiteiten van 4–18 jaar en het jonge kind van 0–6 jaar. Alle (ei)landen hebben actieplannen ontwikkeld voor de vervolgaanpak.

Sociaal-economische initiatieven Bonaire, St. Eustatius, Saba (BES)

Om de sociaal-economische ontwikkeling te bevorderen worden middelen voor Caribisch Nederland beschikbaar gesteld via een bijzondere uitkering. Dit betreft een financiële samenwerking tussen de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het betreft uitkeringen conform artikel 88 lid 8, van de Wet financiën BES. Het budget is bij 1e en 2e suppletoire begroting gedeeltelijk herbestemd voor respectievelijk Kinderrechten en wisselkoersproblematiek. Het resterende budget is volledig uitgeput.

Kinderrechten

In de Caribische Nederland (CN)-week van 2015 zijn de actieplannen besproken van Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

Aan Bonaire is een bedrag ter beschikking gesteld voor het – in afstemming met Unicef en de Ministeries van VWS en BZK – starten met de uitvoering van diverse activiteiten, zoals het instellen van een centraal dataregistratiesysteem, het instellen van een afdeling algemeen maatschappelijk werk, het ontwikkelen van een pedagogische visie en bijbehorend opleidingsprogramma, (verdere) invoering van het brede school concept met de nadruk op naschoolse activiteiten op school en het versterken van de kinderopvang.

Aan Saba zijn (door de Ministeries van BZK en VWS) voor drie jaar middelen ter beschikking gesteld voor de aanstelling van een beleidscoördinator kinderrechten en huiselijk geweld, die met inachtneming van de aanbevelingen van Unicef en Regioplan belast is met de uitvoering van het actieplan kinderrechten van Saba. Op 1 februari 2016 is deze beleidscoördinator bij het Openbaar Lichaam Saba gestart. In het actieplan van Saba zijn onder andere de volgende activiteiten opgenomen: betere afstemming tussen ketenpartners, in kaart brengen van de knelpunten in de jeugdketen, inzet van voorlichtingscampagnes en het opzetten van een opleidings/trainingsprogramma voor jeugdwerkers.

Ook op Sint Eustatius zijn middelen gereserveerd voor het actieplan kinderrechten, de uitvoering zal in 2016 aanvangen.

Goed bestuur

In augustus 2015 is een Memorandum of Understanding («Divi-akkoord») ondertekend tussen de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het openbaar lichaam Bonaire. Dit akkoord omvat ondermeer het uitvoeren van een belevingsonderzoek in de ambtelijke organisatie, het aanstellen van een adviseur voor de gezaghebber en het opzetten van een opleiding- en ontwikkeltraject. Saba heeft een ontwikkelplan voor de hele organisatie opgesteld (onder andere de invoering van het sectorenmodel en P-cyclus). De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt hieraan financieel bij. Verder wordt in samenwerking met het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) een integriteitsleergang voor overheidsbedrijven op Bonaire opgezet. Deze kan desgewenst worden uitgebreid naar Saba en Sint Eustatius.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Samenwerkingsprogramma’s

De kosten voor de grote evaluaties (staatkundige positie van de openbare lichamen en de rijkswetten financieel toezicht en op het terrein van veiligheid en justitie) worden op dit instrument verantwoord.

Het beschikbare budget is ook ingezet voor kosten die rijksbrede coördinatie ten aanzien van Caribisch Nederland met zich mee brengt (onder andere de CN-week) en voor opdrachtverlening aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ook de inzet van de Nationale Ombudsman ten behoeve van Caribisch Nederland wordt uit dit budget bekostigd.

In het kader van de afronding van de samenwerkingsprogramma’s Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) is ultimo 2015 nog een beperkt bedrag aan Reda Sosial in Curaçao ter beschikking gesteld waarmee de duurzaamheid van een aantal projecten van non-gouvernementele organisaties op het gebied armoedebestrijding, wijkaanpak, ouderen en jeugd ondersteund zijn. Voor het Fondo Desaroyo Aruba (FDA) zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over ondermeer de eindevaluatie en de eindafrekening die in 2016 en 2017 opgeleverd moeten worden.

Voorts zijn er incidentele uitgaven gedaan ten behoeve van de economische samenwerking, evaluatie SONA (Kamerstuk II, 2015–2016, 24 587, nr. 630) en de afronding van een omvangrijk rioleringsproject op Bonaire.

2.4 Schuldsanering

Leningen

Lopende inschrijving

Op grond van art. 16 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft Nederland onder nauwkeurig in de Rijkswet omschreven voorwaarden een lopende inschrijving op alle openbare en onderhandse geldleningen van de landen Curaçao en Sint Maarten. De geldleningen waarop wordt ingeschreven moeten passen binnen de normen en criteria uit de rijkswet. Het College financieel toezicht ziet hierop toe. Het totaalbeeld van de verstrekte leningen aan Curaçao en Sint Maarten ziet er als volgt uit:

Verstrekte leningen x € mln.
 

Curaçao

Sint Maarten

Geldleningen per 10-10-2010

658

132

Lopende inschrijving tot en met 2014

128

74

Lopende inschrijving in 2015

147

0

Totaal uitstaande leningen

933

206

De lopende inschrijving in 2015 is bestemd voor de bouw van het ziekenhuis en overige investeringen Curaçao. Voor rente en aflossing in het kader van de schuldsanering is € 1.937 mln. aan de landen verstrekt in de vorm van een lening.

Ontvangsten

De reguliere rente en aflossingen op leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden hier verantwoord. De hogere ontvangsten worden verklaard door meerontvangsten aan rente op de lopende inschrijving en rente en aflossingen leningen Aruba als gevolg van de lagere koers van de Euro ten opzichte van de dollar.

3. NIET-BELEIDSARTIKEL

Artikel 3. Nominaal en onvoorzien

Beleidsartikel 3 Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2011

2012

2013

2014

Realisatie 2015

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2015

Verschil 2015

Verplichtingen:

0

0

0

0

0

803

– 803

                 

Uitgaven:

0

0

0

0

0

803

– 803

                 

3.1

Loonbijstelling

0

0

0

0

0

33

– 33

                 

3.2

Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

360

– 360

                 

3.3

Onvoorzien

0

0

0

0

0

410

– 410

3.1 Loonbijstelling

Een deel van het budget is ingezet voor de versterking van de formatie van Koninkrijksrelaties en een deel is ingezet voor de wisselkoersproblematiek.

3.2 Prijsbijstelling

Een deel van het budget is ingezet voor de versterking van de formatie van Koninkrijksrelaties en een deel is ingezet voor de wisselkoersproblematiek.

3.3 Onvoorzien

Een deel van het budget is ingezet voor de versterking van de formatie van Koninkrijksrelaties en een deel is ingezet voor de wisselkoersproblematiek.

4. BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Inleiding

In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt ingegaan op de aandachtspunten en relevante verbeteringen in de bedrijfsvoering in het verslagjaar 2015. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage. Voor de algemene en BZK brede onderwerpen wordt verwezen naar de bedrijfsvoeringparagraaf van het jaarverslag van het Ministerie van BZK (VII). In deze bedrijfsvoeringsparagraaf komen de verplichte elementen en specifieke onderwerpen voor hoofdstuk IV aan de orde, te weten de rechtmatigheid en de totstandkoming van de beleidsinformatie.

1. Rechtmatigheid

De Auditdienst Rijk heeft in haar controle over 2015 geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd die de tolerantiegrenzen overschrijden.

2. Totstandkoming beleidsinformatie

De totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de Rijksbegrotingsvoorschriften van het Ministerie van Financiën.

3. Financieel- en materieelbeheer

Voor het financieel- en materieelbeheer wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf van het Ministerie van BZK (VII).

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor de overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf van het Ministerie van BZK (VII).

C. JAARREKENING

1. DE VERANTWOORDINGSSTAAT

Verantwoordingsstaat 2015 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

     

-1-

   

-2-

 

3=(2–1)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

92.791

261.908

39.475

206.189

409.890

55.781

113.398

147.982

16.306

                     
 

Beleidsartikelen

                 

1

Waarborgfunctie

61.553

61.553

4.857

26.754

65.475

5.192

– 34.799

3.922

335

2

Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

30.435

199.552

34.618

179.435

344.415

50.589

149.000

144.863

15.971

                     
 

Niet-beleidsartikel

                 

3

Nominaal en onvoorzien

803

803

0

0

0

0

– 803

– 803

0

2. DE SALDIBALANS

Saldibalans per 31 december 2015 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Activa

31–12-’15

31–12-’14

 

Passiva

31–12-’15

31–12-’14

1)

Uitgaven ten laste van de begroting 2015

409.890

434.957

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2015

55.781

45.490

                 

3)

Liquide middelen

24.212

8.178

         
                 

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

381.954

402.491

                 

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

0

 

5a)

Begrotingsreserves

0

0

                 
                 

6)

Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

4.400

4.859

 

7)

Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

767

13

                 

8)

Kas-transverschillen

0

0

         
                 
 

Subtotaal

438.502

447.994

     

438.502

447.994

                 

9)

Openstaande rechten

0

0

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

0

                 

10)

Extra-comptabele vorderingen

1.161.552

1.021.063

 

10a)

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

1.161.552

1.021.063

                 

11a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

0

0

 

11)

Extra-comptabele schulden

0

0

                 

12)

Voorschotten

390.190

378.866

 

12a)

Tegenrekening

390.190

378.866

           

voorschotten

   
                 

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

7.451

69.713

 

13)

Garantieverplichtingen

7.451

69.713

                 

14a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

848.490

1.057.361

 

14)

Openstaande verplichtingen

848.490

1.057.361

                 

15)

Deelnemingen

2.152

2.152

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

2.152

2.152

                 
 

TOTAAL

2.848.337

2.977.149

   

TOTAAL

2.848.337

2.977.149

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2015

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2015 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het bedrag is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint maarten

948.805

b) College Financieel Toezicht

231.462

c) Bank lopende inschrijving

23.030.891

Totaal

24.211.158

Ad a) Deze post wordt voor een deel bepaald door de storting van de Stichting Antilliaanse Medefinanciering Organisatie in verband met de subsidievaststelling 2007–2013.

Ad 4a. Rekening-courant RHB

Op de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften en het saldobiljet van genoemd departement. De volgende Rekening-courantverhoudingen zijn opgenomen in de balans:

(Bedragen in €)

a) Rekening-courant FIN/RHB

367.555.992

b) Rekening-courant FIN/RHB CFT Bonaire

9.087.954

c) Rekening-courant FIN/RHB CFT Saba

1.522.176

d) Rekening-courant FIN/RHB CFT Sint Eustatius

3.787.395

Totaal

381.953.517

Ad 6. Uitgaven buiten begrotingsverband (intra-comptabele vorderingen)

Het bedrag aan uitgaven buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

253.814

b) Intra-comptabele voorschotten

649.873

c) Intra-comptabele debiteuren

3.342.904

d) Overige vorderingen

152.824

Totaal

4.399.415

Ad a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

De vorderingen van de Vertegenwoordiging van Nederland op Aruba, Curaçao en Sint Maarten en het Cft bestaan uit diverse vorderingen op ministeries en derden.

Ad b) Intra-comptabele voorschotten

Het saldo heeft betrekking op voorschotten salaris, verhuis- en studiekosten verstrekt aan uitgezonden personeel. De posten worden verrekend met het te betalen salaris.

Ad c) Intra-comptabele debiteuren

Deze post betreft voornamelijk de saldi op de bankrekeningen in beheer bij het College Financieel Toezicht. Deze zijn in 2012 overgeboekt naar de bankrekeningen van de openbare lichamen en zijn opgenomen als vorderingen.

Het openstaande bedrag bedraagt momenteel € 3,3 mln.

Ad d) Overige vorderingen

Deze post bestaat uit te verrekenen salariskosten i.v.m. uitzending naar St. Maarten. Dit betreft uitzendingen in het kader van het project Sint Maarten ONLY waarvoor bij Voorjaarsnota budget is aangevraagd.

Ad 7. Ontvangsten buiten begrotingsverband (intra-comptabele schulden)

Het bedrag aan ontvangsten buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

(Bedragen in €)

a) Schulden Kasbeheerders Rijksdienst

29.712

b) Te betalen aan Ministeries en derden

737.070

Totaal

766.782

Ad a) Schulden Kasbeheerders Rijksdienst

De schulden van de Vertegenwoordiging van Nederland op Aruba, Curaçao en St. Maarten bestaan uit diverse af te dragen belastingen.

Ad b) Te betalen aan Ministeries en derden

Het bedrag bestaat voornamelijk uit schulden aan andere begrotingshoofdstukken die ook in administratief beheer zijn bij het Ministerie van BZK (€ 0,7 mln.).

Ad 10. Extra-comptabele vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

Het saldo per 31 december 2015 kan als volgt worden gespecificeerd:

(Bedragen in €)

Artikel

Omschrijving

Bedrag

Artikel 2

Ontvangsten bevord. Autonomie

1.161.551.923

Totaal

 

1.161.551.923

(Bedragen in €)

Ontstaansjaar

 

t/m 2011

809.673.474

2013

25.661.723

2014

176.552.233

2015

149.664.493

Totaal

1.161.551.923

Naar de mate van liquiditeit:

(Bedragen in €)
 

Korte Termijn (< 1 jaar)

Lange Termijn (>1 jaar)

Totaal bedrag

a) Algemeen

2.522.633

0

2.522.633

b) Leningen

0

1.159.029.290

1.159.029.290

Totaal

2.522.633

1.159.029.290

1.161.551.923

Ad a) Algemeen

Dit betreft onder andere een vordering op de Nederlandse Participatie Maatschappij voor de Nederlandse Antillen (NPMNA), die pas kan worden afgewikkeld als de verkoop van de laatste deelneming is afgerond, zijnde het deel wat nog open staat inzake de verkoop van een deelneming (€ 0,4 mln.).

Daarnaast bevat dit saldo een vordering op Sona van € 1,9 mln. De afrekening van de subsidie Sona en de afwikkeling van deze vordering vindt begin 2016 plaats.

Ad b) Leningen

(Bedragen in €)
 

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

a) Begrotingssteun Aruba

in €

 

5.445.362,66

b) Lening OBNA

in €

 

1.340.104,58

c) Maatregel Tussenbalans

in €

 

7.703.285,00

d) Water- en Energiebedrijf (akte 263-JZ/1995)

AFL 0,42

15.889.727,00

5.992.914,69

e) Leningen lopende inschrijving Curaçao

in €

 

933.540.795,06

f) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

in €

 

205.006.827,54

Totaal

   

1.159.029.289,53

Ad a) Begrotingssteun Aruba

In 1985 tot 1988 is aan Aruba een begrotingssteun verleend in de vorm van een lening van € 45,4 mln. met een jaarlijkse rente van 2,5%. Vanaf eind 1994 vindt aflossing plaats in 25 jaarlijkse termijnen van € 1,8 mln. Eind 2018 zal de laatste aflossing plaatsvinden.

Ad b) Lening OBNA

De Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA) heeft in 2001 een aanvullende lening ontvangen ten behoeve van de financiering van een krediettranche inzake de ontwikkelingssamenwerking tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De lening heeft een looptijd van 30 jaar en eindigt op 31 december 2030.

Het rentepercentage bedraagt 2,5% en is de eerste acht jaar vrij van aflossing en rente geweest.

Ad c) Maatregel Tussenbalans

In het kader van de maatregel Tussenbalans zijn met ingang van 1991 begrotingsleningen verstrekt aan Aruba ter financiering van projecten, waarvan een bepaald rendement verwacht mag worden. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar, waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%. In 2025 zullen de laatste aflossingen plaatsvinden.

Ad d) Water- en Energiebedrijf Aruba (akte 263-JZ/1995)

Het betreft een begrotingslening ten behoeve van het Water- en Energiebedrijf NV gevestigd te Aruba. De lening is verstrekt voor het aldaar verrichten van een groot aantal investeringen voor de renovatie en uitbreiding van het Water- en Energiebedrijf. Deze leningsovereenkomst is opgesteld in Arubaanse valuta ad AFL 28 mln. (€ 10,9 mln.). Inmiddels is er op deze lening een bedrag van € 4,0 mln. afgelost. De lening heeft een looptijd tot 30 juni 2026 waarvan de eerste acht jaar vrij van aflossing zijn. Het jaarlijkse rentepercentage is 2,5%.

Ad e) Leningen lopende inschrijving Curaçao

Op 15 oktober 2010 heeft de Nederlandse Staat vijf leningen verstrekt aan het land Curaçao. De maximale looptijd van de langstlopende lening is 30 jaar.

Op 16 september 2013 heeft de Nederlandse Staat een lening van ANG 60 mln. verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar.

Op 2 juni 2014 heeft de Nederlandse Staat een lening van ANG 250 mln. verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar.

Op 20 februari 2015 heeft de Nederlandse Staat een lening van ANG 267,1 mln. verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar

Op 31 december 2015 heeft de Nederlandse Staat een lening van ANG 35 mln. (€ 18 mln.) verstrekt aan het land Curaçao. Deze lening heeft een looptijd van 30 jaar.

De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op dit hoofdstuk.

Ad f) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

Op 21 oktober 2010 heeft de Nederlandse Staat een vijftal leningen verstrekt aan het land Sint Maarten. De maximale looptijd van de langstlopende lening is 30 jaar. Op 12 oktober 2012 heeft de Nederlandse Staat een volgende lening verstrekt. De maximale looptijd van deze lening is 5 jaar.

Op 2 juni 2014 heeft de Nederlandse Staat drie leningen aan Sint Maarten verstrekt voor een bedrag van ANG 150 mln. Aan Sint Maarten is op 21 november 2014 eveneens een lening verstrekt van ANG 30,2 mln. De maximale looptijd van deze leningen is 30 jaar. De meeste leningen worden afgesloten volgens het principe dat de gehele lening bij einddatum wordt afgelost. Sint Maarten heeft echter bij één lening aangegeven jaarlijks af te lossen.

De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op dit hoofdstuk.

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2015 openstaande voorschotten en van de in 2015 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

(Bedragen in €)

Ontstaansjaar

stand 1-1-2015

verstrekt 2015

afgerekend 2015

stand 31-12-2015

t/m2011

210.160.636

0

– 6.649.746

203.510.890

2012

76.652.400

0

– 6.618.177

70.034.223

2013

27.064.435

0

– 1.707.939

25.356.496

2014

64.987.952

0

– 644.683

64.343.269

2015

0

47.200.492

– 20.255.460

26.945.032

Totaal

378.865.423

47.200.492

– 35.876.005

390.189.910

De saldi van der per 31 december 2015 openstaande voorschotten worden hieronder per artikel gespecificeerd:

Bedragen in €

Artikel

Omschrijving artikel

Bedrag

1

Waarborgfunctie

82.617.501

2

Bevorderen autonomie Koninkrijk partners

307.572.409

 

Totaal openstaande voorschotten

390.189.910

Toelichting:

Artikel 1: Waarborgfunctie

De openstaande voorschotten op dit artikel betreffen voornamelijk de voorschotten aan het Ministerie van Defensie voor de inzet van de Kustwacht in het Caribisch gebied (€ 35,1 mln.) en de Flexpool KMar (€ 12,2 mln.) voor het ter beschikking stellen van rechercheurs en algemeen opsporingsambtenaren van de Koninklijke Marechaussee.

Daarnaast zijn er voorschotten verstrekt aan het Korps Landelijke Politiediensten ten behoeve van de inzet van het Recherchesamenwerkingsteam (€ 25,5 mln.). De voorschotten worden in 2016 en volgende jaren afgewikkeld na ontvangst van de in de Rijksministerraad goedgekeurde jaarrekening, jaarverslag en verklaring van de externe accountant.

Artikel 2: Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

Een groot deel van de openstaande voorschotten op dit artikel betreft de voorschotten aan de Stichting SONA (€ 179,1 mln.) ten behoeve van de uitvoering van projecten. De laatste stortingen voor de stichting SONA zijn eind 2012/begin 2013 gedaan. Ook zijn er in het kader van de «Arubadeal» voorschotten verstrekt aan de Centrale Bank van Aruba (€ 91,1 mln.). Dit betreft de samenwerkingsmiddelen die onder verantwoordelijkheid van de stichting Fondo Desaroyo Aruba (FDA) worden besteed. In januari 2013 is het laatste Nederlandse voorschot voor FDA gestort. Om de afsluiting van de samenwerkingsprogramma’s in goede banen te leiden zijn de landen en stichtingen in juli 2014 schriftelijk geïnformeerd over de afspraken die hierover eerder gemaakt zijn. In september 2015 is dit herhaald. SONA heeft een aanvraag subsidievaststelling 2004–2015 ingediend.

Deze is in behandeling en zal worden afgerond nadat de review van de AuditDienst Rijk van de verklaringen van de externe accountant is ingediend. De stichting FDA zal per ultimo 2015 een aanvraag tot subsidievaststelling 2000–2015 indienen waarna de afrekening in stappen zal plaatsvinden.

Daarnaast zijn er nog voorschotten verstrekt ingevolge de Regeling Vaste Verrekenkoers (€ 23,6 mln.), ook wel toeslagen pensioenen genoemd. Deze worden vastgesteld aan de hand van de jaaroverzichten die door de uitvoerende pensioenfondsen worden opgesteld. Met het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao wordt naar aanleiding van een rapport van de Stichting Overheidsaccountantsbureau overleg gevoerd over verbetering van de uitvoering van de regeling.

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

(Bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

 

69.712.175

 

Aangegane verplichtingen in 2015

 

4.226.227

+/+

   

73.938.401

 
       

Tot betaling gekomen in 2015

0

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

66.488.154

   
   

66.488.154

-/-

       

Garantieverplichtingen binnen begrotingsverband

 

7.450.248

 

De openstaande garantieverplichtingen zijn als volgt opgebouwd:

  • 1. Garantie Atradius

    De garantieverplichting op de leningen die door Atradius (€ 3,3 mln.) verstrekt zijn, hebben betrekking op een overeenkomst van het Rijk voor het garant staan van Nederland voor de aflossing en rente van deze leningen door het Land Aruba. Tot op heden is er geen beroep gedaan op deze garantstelling. Aruba betaalt consequent en de garantie loopt contractueel in 2019 af.

  • 2. Bankgarantie Europese Commissie ten behoeve van Bonaire

    De bankgarantie ten behoeve van de voorschotten aan Bonaire verstrekt door de Europese Commissie (€ 43,6 mln.) hebben betrekking op het Sociaal Infrastructuur-programma en het Bonaire riolerings- en waterzuiveringsprogramma. De projecten zijn in een afrondende fase. Met de Europese Commissie is overeenstemming bereikt om de garanties met ingang van juli 2015 te verlagen en te verlengen tot en met 30 juni 2017. Het bedrag van de garantie is verlaagd naar € 4,23 mln.

  • 3. Bankgarantie Europese Commissie ten behoeve van 10e Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)

    De bankgarantie ten behoeve van de voorschotten aan Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden (€ 21,0 mln.) verstrekt door de Europese Commissie hebben betrekking op het 10e EOF-programma en is opgebouwd uit projecten ten behoeve van de infrastructuur, ontwikkeling haven en woningbouw. De garantieverplichting heeft betrekking op het uitvoeren van diverse projecten in het kader van subsidieverstrekking van de EU. De landen/openbare lichamen dienen garant te staan voor de uitvoering. In geval van de BES-eilanden staat Nederland garant, in geval van Curaçao en Sint Maarten staat Nederland garant tegenover de EU, maar is van beide landen een volledige garantie (€ 16 mln.) gekregen. De onder deze garantie vallende projecten zijn in 2015 afgerond, de garantie is in juli 2015 opgeheven.

Ad 14. Openstaande verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening openstaande verplichtingen

(Bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

 

1.057.360.357

 

Aangegane verplichtingen in 2015

 

201.962.403

+/+

   

1.259.322.760

 
       

Tot betaling gekomen in 2015

409.889.828

   

Negatieve bijstellingen verplichtingen uit eerdere begrotingsjaren

943.543

   
   

410.833.371

-/-

       

Verplichtingen Binnen Begrotingsverband

 

848.489.389

 

Ad 15. Deelnemingen

Ad 15a. Tegenrekening deelnemingen

(Bedragen in €)
 

Bedrag

Koers

Bedrag

Arubaanse Investeringsbank (AIB)

NAF 5.123.424,00

0,42

2.151.838

Financiering Deelnemingen en Participaties

Het verwerven van aandelen door de staat in privaatrechtelijke ondernemingen wordt conform het gestelde in de Regeling Departementale Begrotingsadministratie, tegen de oorspronkelijke aankoopprijs extra-comptabel vastgelegd. In bovenstaande tabel wordt inzicht verkregen in de deelnemingen in de Arubaanse Investmentbank (AIB) via de Nederlandse Participatie Maatschappij voor de Nederlandse Antillen (NPMNA). De Nederlandse staat is geen juridisch eigenaar van de deelneming, maar staat wel garant en draagt daarom het risico.

D. BIJLAGE

Evaluatie en overig onderzoek

Artikel

Titel/ onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

   

1a. Beleidsdoorlichtingen

   

1. Waarborgfunctie: Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

Waarborgfunctie http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2012D08449&did=2012D08449

2012

     

3. Overig onderzoek

   

1. Waarborgfunctie: Rechterlijke macht/samenwerkingsmiddelen kustwacht

Protocol flexibele inzet pool Koninklijke Marechaussee http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2013/06/17/rapport-evaluatie-flexibele-pool-koninklijke-marechaussee.html

2013

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Mid-term Evaluatie Onderwijs en Jongeren Samenwerkingsprogramma (OJSP)

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/03/18/onderzoeksrapportage-midterm-evaluatie-ojsp-2008---2012-curacao-en-sint-maarten.html

2011

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Mid-term Evaluatie Sociaal Economisch Initiatief (SEI)

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/10/13/eindrapport-sei-curacao.html

2011

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Mid-term Evaluatie Institutionele Versterking van de Bestuurskracht (IVB) Curaçao

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-145306.pdf

2011

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Mid-term Evaluatie Institutionele Versterking van de Bestuurskracht (IVB) St. Maarten

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-145305.pdf

2011

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Onderwijsverbetering in Caribisch Nederland

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/03/01/onderwijsverbetering-in-caribisch-nederland.html

2014

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Samenwerkingsbeleid Stichting Antilliaanse Medefinancieringsorganisatie (AMFO) http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/10/24/eindevaluatie-amfo.html

2014

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Kleine evaluatie Caribisch Nederland

http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/03/12/rapport-commissie-kleine-evaluatie-caribisch-nederland.html

2014

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Samenwerkingsbeleid Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2015D50450&did=2015D50450

2015

2. Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners: Bevorderen autonomie

Evaluatie Plan veiligheid Nederlandse Antillen

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2015/12/16/aanbiedingsbrief-bij-eindevaluatierapporten-samenwerkingsprogramma-s-sona-en-plan-veiligheid-nederlandse-antillen-en-gevangeniswezen-nederlandse-antillen

2015

Naar boven