Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202134293 nr. 107

34 293 Renovatie Binnenhof

Nr. 107 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 12 januari 2021

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken over de brief van 4 december 2020 inzake de vijfde rapportage Renovatie Binnenhof (Kamerstuk 34 293, nr. 103).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 6 januari 2021. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Ziengs

De griffier van de commissie, Roovers

Vijfde voortgangsrapportage renovatie Binnenhof (Kamerstuk 34 293, nr. 103)

1.

Hoe is ten tijde van de stikstofcrisis omgegaan met de eisen die worden gesteld aan «bestaande bouw» in het Bouwbesluit 2012 op de onderdelen veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, installaties en gebruik van bouwwerken? Zijn deze eisen ook allemaal doorlopen met betrekking tot het onderzoek naar de te nemen stappen in het kader van Covid-19 waaronder natuurlijk vooral de verhuizing naar B67?

Antwoord op vraag 1:

Voor de instandhouding van het huidige Binnenhofcomplex tot aan de renovatie zijn of waren er geen maatregelen nodig in relatie tot de stikstofproblematiek om te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 «bestaande bouw».

Het Bouwbesluit stelt alleen technische eisen waar een bouwwerk aan moet voldoen. In het Bouwbesluit 2012 wordt niets vermeld over stikstof. Om de veiligheid, bedrijfszekerheid en gezondheid op het Binnenhofcomplex te waarborgen zijn onderhoudswerkzaamheden en vervangingen van (delen van) installaties noodzakelijk. Deze onderhoudswerkzaamheden en vervangingen zijn niet vergunningplichtig. Eén en ander wordt sober en doelmatig uitgevoerd en waar mogelijk wordt voor een duurzame oplossing gekozen (o.a. elektrische hoogwerkers voor het uitgevoerde schilderwerk, vervangen van verlichting door led-verlichting).

De aanvullende maatregelen die moeten worden getroffen om B67 Coronaproof te maken zijn niet vergunningplichtig. De uitvoering hiervan wordt niet door de stikstofcrisis beïnvloed.

Tevens ben ik in mijn brief van 13 oktober 20201 ingegaan op de stand van zaken van stikstof bij het project Renovatie Binnenhof. De conclusie in de brief is dat door de toepassing van onder andere emissiearm materieel voldoende reducties mogelijk zijn om de renovatie binnen de randvoorwaarden van de stikstofdepositie uit te voeren.

2.

Is bij de marginale toets uitgegaan van een Covid-19 regime of juist niet. Zijn voor de marginale toets hetzelfde financieel model en aannamen gebruikt als in 2015? Of zijn deze aangepast aan de ontwikkelingen sindsdien?

Antwoord op vraag 2:

Zoals aangegeven in de vijfde rapportage2, heeft het Rijksvastgoedbedrijf aan VPRC gevraagd een marginale toets uit te voeren op het besluitvormingsproces omtrent de verhuizing naar de tijdelijke huisvesting. De marginale toets heeft als doel gehad vast te stellen of zich in de periode 2015 tot en met heden nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan die tot een herziening van het besluit van 2016 zouden moeten leiden. Daarmee zijn zowel de aannames vanuit 2015, de besluitvorming in de periode 2014–2016 en nieuwe ontwikkelingen zoals COVID-19 relevant. In het rapport van VPRC, dat u als bijlage bij de vijfde rapportage heeft ontvangen (Bijlage bij Kamerstuk 34 293, nr. 103), wordt geconcludeerd dat de integrale uithuizing van de activiteiten van het Binnenhof ook nu de te verkiezen variant is.

De opdracht van het rapport luidde: «De besluitvorming omtrent het renovatieproces, gebruikmakend van tijdelijke huisvesting, heeft in de periode 2014–2016 plaats gevonden. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft VPRC opgedragen een marginale toets uit te voeren op het besluitvormingsproces omtrent de verhuizing naar tijdelijke huisvesting. De vraag is of de omstandigheden van nu een ander licht werpen op de afwegingen tussen de eerder afgewogen renovatievarianten. Zijn we nog op goede weg, zijn de argumenten van jaren geleden nog valide en zijn er wellicht alternatieven? Met andere woorden: Hoe kan anno 2020, met de inzichten van nu, het in 2016 genomen besluit opnieuw worden beoordeeld?»

COVID-19 is een nieuwe ontwikkeling en in dat licht door de onderzoekers benoemd. Dit is wat er in het rapport Marginale Toets Renovatie Binnenhof is opgenomen over COVID-19: «We hebben te maken met een corona-pandemie. De corona-pandemie maakt gebruik anders. Zowel de bestaande als de tijdelijke locaties van het Binnenhof hebben een uitdaging om de corona-maatregelen aan te kunnen, maar de praktijk van de laatste maanden laat zien dat het werkbaar is.» Naast de marginale toets zijn er gezamenlijke onderzoeken uitgevoerd met de gebruiker Tweede Kamer rondom COVID-19. De onderzoeken zijn afgerond3 en laten zien dat het pand B67 voor het door de gebruiker Tweede Kamer aangegeven aantal van 1.000 personen op een coronabestendige manier te gebruiken is, met een aantal bouwkundige en organisatorische maatregelen (zie verder de gecombineerde antwoorden op de vragen 53 en 55).

3.

Wat is de planning voor het vaststellen van het integraal voorontwerp (VO) en het definitief ontwerp? Hoe past de rest van de planning daarin? Wanneer verwacht u dat het VO definitief wordt vastgesteld?

60.

Wanneer wordt het hoofdstuk over gebouwdeel P vastgesteld?

Antwoord op vragen 3 en 60:

Ten aanzien van het gebouwdeel Tweede Kamer heeft de gebruiker Tweede Kamer op 30 juni 2020 het functioneel voorontwerp (FVO) vastgesteld. In dit ontwerp zijn alle functionaliteiten – gebaseerd op het door het presidium vastgestelde herzien programma van eisen – in de juiste omvang en op de juiste locatie voorgesteld. Het integrale voorontwerp (VO), waar het FVO en de nadere technische uitwerking samenkomen, is begin van de zomer aan de gebruiker opgeleverd. De resultaten van de toetsing worden in overleg met de gebruiker Tweede Kamer verwerkt, met als doel dit integrale VO zo snel mogelijk vast te kunnen stellen. De uitwerking van gebouwdeel P (parkeergarage) loopt mee in dit ontwerpproces.

Het Programma van Eisen (PvE) beveiliging van de Tweede Kamer heeft geleid tot aanvullingen in het integrale VO, met name veroorzaakt door de verwachte toename van bezoekersstromen en aanvullende veiligheidseisen. Voor de centrale publieksentree zijn verschillende opties onderzocht, zowel binnen als buiten de huidige contour van het complex. Een verdiepte entree op de Hofplaats is vanuit veiligheidsperspectief de voorkeursvariant van de gebruiker Tweede Kamer. Deze variant wordt momenteel uitgewerkt in drie sub-varianten en beoordeeld op onder andere de ruimtelijke inpassing in de omgeving, tijd en vergunningsvereisten. Voor die delen van het integrale VO die geen nadere beoordeling en besluitvorming meer vragen, wordt gestart met de voorbereidingen voor de omgevingsvergunning.

Conform deze planning zal rond het zomerreces 2021 het definitief ontwerp gereed kunnen zijn voor toetsing, waarna het kan worden vastgesteld.

4.

Zijn er naast bovengenoemd integraal VO en Covid-19 nog andere uitstaande, bekende onzekerheden in de planning bijvoorbeeld met betrekking tot de gebruikers van het Binnenhof, de stakeholders in de omgeving of anderszins?

5.

Is op het moment dat het voorlopig ontwerp wordt vastgesteld duidelijk wat het precieze budget zal zijn voor de renovatie van het Binnenhofcomplex en kan ervan worden uitgegaan dat de plannen die in het voorlopig ontwerp worden opgenomen ook daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd?

6.

Kunnen alle zaken die in het VO zijn opgenomen worden uitgevoerd? Zo nee, welke niet en kan ook worden aangegeven waarom niet?

Antwoord vragen 4, 5 en 6:

In de voortgangsrapportages ga ik in op de reguliere risico’s van het project en de actuele planning. We zitten nu in een fase van besluitvorming op de VO’s van de complexdelen Tweede Kamer, Algemene Zaken en de centrale energievoorziening. De VO’s van de Raad van State en de Eerste Kamer zijn gereed. Bij een project van deze omvang komt het vaak voor dat het beschikbare budget en de raming van de VO’s nog niet volledig op elkaar aansluiten. Daarbij is het, in het ontwerpproces waarin het project zich nu nog bevindt, normaal om in de verschillende fasen het ontwerp weer passend te maken op het budget.

Hogere veiligheidsmaatregelen in de VO’s als gevolg van de door de gebruikers vastgestelde Programma’s van Eisen beveiliging worden momenteel beoordeeld op de consequenties in onder andere tijd en geld.

7.

Kan nader worden toegelicht wat de brandveiligheidsaspecten zijn waar met de gemeente Den Haag over gesproken wordt? Kan ook worden aangegeven wat er concreet gedaan zou moeten worden om alleen de brandveiligheidsaspecten aan te pakken en wat dit kost?

Antwoord op vraag 7:

Het gesprek met de gemeente Den Haag is tweeledig. Enerzijds heeft dit betrekking op de veiligheid van de bewoners en anderzijds op de brandveiligheid van het Binnenhofcomplex. De gemeente Den Haag heeft in haar brief aan het RVB van 10 december 2020 aangegeven dat de melding brandveilig gebruik van het Binnenhofcomplex nog verlengd wordt tot eind december 20214 en dat de grenzen van de brandveiligheid van het complex in zicht zijn. De verlenging is onder voorwaarde dat de huidige brandveiligheidsvoorzieningen en inspecties onverkort in stand blijven. Het noodzakelijk onderhoud wordt regulier uitgevoerd, zo is er met het jaar uitstel van de zomer 2020 naar de zomer van 2021 € 9,8 mln. beschikbaar voor het langer in stand houden van het Binnenhofcomplex. Wel wordt het noodzakelijk onderhoud altijd beoordeeld in het licht van de geplande renovatie met als doel desinvesteringen zo veel als mogelijk te beperken.

Voorbeelden van brandveiligheidsaspecten waar met de gemeente Den Haag over wordt gesproken zijn:

  • Het vervangen en/of realiseren van de benodigde brandscheidingen/rookscheidingen;

  • Vervangen en/of realiseren sprinklerinstallatie;

  • Vervangen en/of realiseren van een rook- en warmteafvoerinstallatie in de Statenpassage;

  • Vervangen brandmeldinstallatie;

  • Vervangen/realiseren voorzieningen brandweer (brandweerpaneel, droge blusleidingen).

Op verzoek van het Rijksvastgoedbedrijf is een QuickScan gedaan (waarnaar verwezen is in de vijfde rapportage renovatie Binnenhof) om te beoordelen in hoeverre het Binnenhofcomplex voldoet aan de eisen die worden gesteld aan «bestaande bouw» in het Bouwbesluit 2012, en voor de brandveiligheid ook op de overeengekomen voorwaarden zoals deze zijn vastgelegd bij de melding brandveilig gebruik van 2017. Voor het gebouwdeel Tweede Kamer is deze quick scan reeds afgerond en is de conclusie dat de in dit rapport genoemde punten niet aan de eisen uit wet- en regelgeving ten aanzien van het veilig gebruik van het gebouw voldoen. Voor de korte termijn kunnen hiervoor tijdelijk compenserende maatregelen worden getroffen, zoals extra controles. Voor een structurele oplossing is echter een algehele renovatie vereist.

8.

Staat er voor de sleuteloverdracht al een datum gepland, en welke omstandigheden zijn er denkbaar waarbij dit niet door zou kunnen gaan?

9.

Wat is de laatste datum waarop nog een besluit genomen kan worden over het al dan niet verhuizen van de Tweede Kamer naar B67 tijdens het zomerreces? Kan deze datum worden toegelicht? Mocht besloten worden dat de verhuizing wordt uitgesteld, wat is dan het volgend mogelijke moment om te verhuizen? Is dat het kerstreces 2021–2022 of het zomerreces 2022 of een ander moment? Kan dit nader worden onderbouwd?

Antwoord op vragen 8 en 9:

Het pand voor de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer, B67, is door aannemer Strukton Worksphere formeel op 18 december 2020 opgeleverd aan het Rijksvastgoedbedrijf. De ruimtes voor Audiovisueel en ICT zijn voorlopig in gebruik genomen door de gebruiker Tweede Kamer, en ook op andere terreinen, zoals de restauratieve voorzieningen is samengewerkt met de gebruiker om de inhuizing te accommoderen.

In 2016 heeft besluitvorming plaatsgevonden over de planning van de renovatie en verhuizing naar de tijdelijke huisvesting. Over de verhuizing van de Raad van State, de Eerste Kamer en Algemene Zaken is geen discussie. De voorbereidingen van de verhuizingen zijn inmiddels ter hand genomen. Mocht er besloten worden dat de gebruiker Tweede Kamer niet in de zomer van 2021 zal verhuizen, dan is het eerstvolgende moment voor deze gebruiker de zomer van 2022. Dit omdat de betreffende gebruiker heeft aangegeven alleen in het zomerreces te kunnen verhuizen.

10.

Wat kost het uitstellen van de verhuizing met een jaar? Kan dit zo nauwkeurig mogelijk worden onderbouwd?

22.

Hoe hoog zijn de instandhoudingskosten voor het Binnenhofcomplex? In oktober 2019 is besloten de verhuizing naar B67 uit te stellen met 1 jaar. Klopt het dat de daar bijbehorende kosten c. 16 miljoen euro bedroegen? Uit de technische briefing op 25 november bleek dat nieuw uitstel meer zal kosten. Hoeveel en waar zit het verschil in? (Technische briefing Renovatie Binnenhof, financieel kader, 25 nov. 2020).

Antwoord op vragen 10 en 22:

Het jaar uitstel van zomer 2020 naar zomer 2021 heeft € 25,9 mln. gekost. Hiervan is € 9,8 mln. voor het langer in stand houden van het Binnenhofcomplex. De overige € 16,1 mln. was voor het langer doorlopen voor de tijdelijke huisvestingen, zoals de kosten voor een langere bouwplaats en beveiliging van de bouwplaats5.

Zoals in de technische briefing d.d. 25 november jl. is uitgelegd, bedragen de kosten voor een eventueel extra jaar uitstel circa € 30 tot 40 mln. Dit is meer dan het jaar uitstel van de zomer 2020 naar zomer 2021, omdat naast de kosten voor langere instandhouding van het Binnenhof, zoals brandveiligheid, er nu ook afschrijvingskosten / gebruiksvergoeding (circa € 11 mln.) zijn voor de tijdelijke huisvestingen die dan reeds zijn opgeleverd. Ook zullen er beheerkosten van de tijdelijke huisvestingen zijn zoals beveiliging en schoonmaak.

11.

Zijn de 1.000 genoemde personen steeds in simulaties en andere onderzoeken bekeken als willekeurig «1.000 personen in het gebouw» of als «1.000 personen die in het parlementair proces werken in het gebouw»?

Antwoord op vraag 11:

Het aantal van 1.000 genoemde personen is het door de gebruiker Tweede Kamer opgegeven aantal personen dat, gedurende COVID-19, fysiek aanwezig dient te kunnen zijn voor de continuering van het parlementaire proces. Dit betreft zowel de vaste bewoners als bezoekers zoals ook bewindslieden en hun begeleiding.

12.

Zijn er naast de genoemde verzoeken tot wijzigingen (VtW) tussen november 2018 en heden nog andere wijzigingen aangebracht in de technische ontwerpen in het kader van Covid-19? Graag ook een antwoord op dezelfde vraag voor wijzigingen buiten het kader van Covid-19? Wat is de timing voor nog uitstaande al bekende VtW’s?

Antwoord op vraag 12:

Zoals aangegeven in de vijfde rapportage (Kamerstuk 34 293, nr. 103) zijn er specifiek voor het pand B67 in de periode van de verbouwing tussen november 2018 en heden verschillende VtW’s door de gebruiker Tweede Kamer ingediend, in totaal 95. Het grootste deel daarvan is inmiddels uitgevoerd of wordt nog uitgevoerd (afhankelijk van het moment van indienen) of is vervallen. Inmiddels zijn alle nog openstaande VtW’s en aanvullende wensen met de gebruiker Tweede Kamer doorgenomen. De resterende kunnen tijdig worden afgehandeld. Met deze VtW’s voldoet het pand B67 aan het meest recente PvE beveiliging van de Tweede Kamer. De gebruikers Raad van State en Eerste Kamer hebben 22 VtW’s ingediend die in behandeling zijn en tijdig zullen zijn gerealiseerd.

Ten aanzien van COVID-19 is eerst nadere afstemming met de gebruiker Tweede Kamer noodzakelijk om te bepalen welke maatregelen wenselijk worden geacht om toe te passen. Eerste inschatting is dat het in het rapport van Drees & Sommer / Theateradvies om maatregelen gaat die tijdig voor de verhuizing kunnen worden gerealiseerd en relatief beperkte kosten met zich meebrengen. Hetzelfde geldt voor de andere gebruikers.

13.

Op welke termijn kunt u meer duidelijkheid geven over de kosten ten aanzien van de aangepaste planning voor AZ?

14.

Kunt u meer duidelijkheid geven over de orde van grootte van de aanvullend nodige middelen bij het verhuizen van AZ?

Antwoord op vraag 13 en 14:

Zoals in de vijfde rapportage Renovatie Binnenhof is aangegeven worden alle inspanningen gepleegd om eind 2021 de tijdelijke huisvesting van het Ministerie van Algemene Zaken bouwkundig gereed te hebben. De kostenimplicaties zijn duidelijk zodra de op dit moment lopende voorbereidingen van de verhuizing zijn afgerond en de verhuisdatum bekend is. De middelen voor de verhuizing zelf naar de tijdelijke huisvesting zijn beschikbaar op de begroting van de gebruiker Algemene Zaken. Ik kom op de implicaties van de aangepaste planning in de volgende rapportage renovatie Binnenhof terug.

15.

Hoeveel personen kunnen er per dag op dit moment in het gebouw van de Tweede Kamer aanwezig zijn met in achtneming van de corona-maatregelen? Hoeveel kunnen er precies aanwezig zijn in B67 als de huidige corona-maatregelen van kracht zouden zijn? Kan dit zo nauwkeurig mogelijk worden onderbouwd? Welke specifieke bouwkundige en organisatorische maatregelen kunnen er nog genomen worden om dit aantal te verhogen? Kan per maatregel precies worden aangegeven hoeveel extra personen er corona-proof aanwezig kunnen zijn?

Antwoord op vraag 15:

Ten aanzien van het gebouwdeel Tweede Kamer aan het Binnenhof is het aan de gebruiker hoeveel personen er aanwezig kunnen zijn met inachtneming van de COVID-19 maatregelen.

De gebruiker Tweede Kamer heeft aangegeven dat, zolang de maatregelen rondom COVID-19 van kracht zijn, gerekend dient te worden met een aantal van 1.000 personen per dag (Kamerbewoners en bezoekers).

Het gezamenlijke rapport van Drees & Sommer en Theateradvies laat zien welke maatregelen genomen kunnen worden om te borgen dat dit aantal personen ook aanwezig kan zijn in B67. Het is aan de gebruiker Tweede Kamer (in samenspraak met het Rijksvastgoedbedrijf voor de bouwkundige maatregelen) om te bepalen welke van de voorgestelde mogelijkheden doorgevoerd dienen te worden en welke niet.

Daarbij is voorafgaand aan het onderzoek tussen de gebruiker Tweede Kamer en het Rijksvastgoedbedrijf afgesproken dat de voorgestelde maatregelen in B67 op effectiviteit en proportionaliteit worden beoordeeld in relatie tot de bestaande situatie zoals nu in het gebouwdeel Tweede Kamer op het Binnenhof, inclusief de daar genomen maatregelen. Met de leerervaringen ten aanzien van de maatregelen op het Binnenhof van de afgelopen tien maanden en het perspectief van een vaccin worden zo de exacte door te voeren maatregelen in B67 vastgesteld.

16.

Wat is de stand van zaken van de werkmethodiek die door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) wordt ontwikkeld waaraan het onderzoek naar ventilatie-installaties in relatie tot Covid-19 voor hun gebouwen moet voldoen? Welke voorwaarden stelt het RVB en waarin verschilt dit met de voorwaarden voor de panden aan het Binnenhof en B67?

Antwoord op vraag 16:

Op 21 augustus jl. is een update verschenen van de RIVM-richtlijn voor het onderwerp ventilatiesystemen waarna het RVB zijn normstelling overeenkomstig heeft aangepast. De werkmethodiek van het RVB is erop gericht vast te stellen of ruimten voldoende verse lucht krijgen in lijn met deze richtlijnen. De onderzoeken in de gebouwen zijn uitgevoerd met inzet van externe adviseurs die deskundig zijn op het gebied van ventilatie. Het Binnenhofcomplex is in opdracht van de facilitaire dienst van de Tweede Kamer onderzocht door adviesbureau Beekink en de aanpak is afgestemd op de aanpak die het RVB had opgezet voor Rijkspanden. In het rapport van Beekink is een vergelijking tussen uitgangspunten opgenomen waarbij de normstelling die het RVB hanteert op basis van de RIVM-richtlijn vergeleken is met die van REHVA, het Europees instituut voor de installatiebranche. In de rapportage van Beekink wordt verwezen naar de normen die het RVB eind juli hanteerde, deze normen waren zwaarder dan de update van augustus jl. De rapportage voldoet nog steeds aan de gestelde richtlijnen.

17.

Wat is de stand van zaken van de berekeningsmethode, die het RVB bezig is op te stellen waarbij vastgesteld kan worden of er sprake is van voldoende ventilatie bij het gebruik van de mogelijkheden tot natuurlijk ventileren? Hoe ziet de methode eruit en welke consequenties zou dat hebben voor ruimten met natuurlijke ventilatie op het Binnenhof als deze methode wordt toegepast? Wat betekent dit in de praktijk voor personen die in die ruimten werken?

Antwoord op vraag 17:

Voor natuurlijke ventilatie heeft het RVB door adviesbureau BBA Binnenmilieu op basis van de NEN 8087 een rekentool laten opstellen om ruimten te beoordelen op natuurlijke ventilatie. Voor deze methode worden eenvoudige gegevens als oppervlakte en hoogte van de ruimte ingevoerd samen met het oppervlak te openen ramen. De rekentool geeft vervolgens aan voor hoeveel personen de ruimte qua hoeveelheid verse lucht geschikt is.

Voor zover binnen het RVB bekend is deze methode nog niet in het gebouwdeel Tweede Kamer op het Binnenhof toegepast, dus kan geen uitspraak worden gedaan over mogelijke consequenties. Mogelijk dat de facilitaire dienst van de Tweede Kamer hier meer informatie over kan verstrekken.

18.

Is het waar dat het RVB strenger is dan het RIVM wat betreft de luchtcirculatie of recirculatie? Kan dit worden toegelicht?

Antwoord op vraag 18:

Bij het RVB wordt gebruik gemaakt van een strengere norm. In de Arbocatalogus van het Rijk die door het RVB wordt gehanteerd, wordt ook rekening gehouden met de invloed van andere in een kantoor aanwezige voorzieningen, zoals printers en andere beeldschermen. Het RIVM schrijft in zijn richtlijn minimaal het Bouwbesluit voor. Voor kantoorruimten betekent dit dat minimaal 23 m3/per persoon/uur als norm wordt gehanteerd. Voor kantoren geldt echter ook een Arbocatalogus die een norm van 35 m3/pp/uur voorschrijft.

19.

Kan een overzicht worden gegeven van alle concrete verduurzamingsmaatregelen waar nu op dit moment plannen voor zijn? Kan ook worden aangegeven welke energiebesparingen hierdoor worden bewerkstelligd? Welke andere – nu nog niet voorziene – verduurzamingsmaatregelen zouden bouwtechnisch kunnen worden opgenomen in de plannen voor de renovatie?

Antwoord op vraag 19:

In de bijlage duurzaamheidsmaatregelen bij de vijfde rapportage is in de eerste tabel een overzicht opgenomen van duurzaamheidsmaatregelen die genomen gaan worden. In de DO-fase worden deze maatregelen verder geconcretiseerd. De gekozen duurzaamheidsmaatregelen zijn verschillend van aard. De zonnepanelen kunnen maximaal rond de 400 MWh opleveren per jaar. Voor andere maatregelen, die ook duurzaamheidsrendement opleveren, is het bij de keuze niet nader onderzocht, omdat het bijvoorbeeld rechtstreeks volgt uit het technisch Programma van Eisen (Binnenhof volledig gasloos) of ondersteuning geeft aan gekozen energiezuinige klimaatconcepten, zoals de maatregelen kierdichting of dubbelglas.

Tevens vindt u in de tweede tabel een overzicht van maatregelen die bouwtechnisch kunnen worden opgenomen in het ontwerp, maar niet passen binnen de financiële randvoorwaarden.

20.

Welk bedrag is door het nemen van de maatregel na-isolatie van het Tweede Kamergebouw terug te verdienen volgens onderzoek? (bijlage)

Antwoord op vraag 20:

Uit het onderzoek is gebleken dat deze maatregelen (voorzetwanden ten behoeve van meer na-isolatie en HR++ beglazing) niet worden terugverdiend binnen 50 jaar.

21.

Wat is voor elk van de 4 financiële disclaimers de uitsplitsing van de kosten in subcategorieën? Kunt u voor elk van de subposten aangeven welke kosten reeds gemaakt zijn? Hoe werkt het besluitvormingsproces voor het boeken van een kostenpost onder een disclaimer? Welke (andere) disclaimers zijn in 2015 geïdentificeerd en welke zijn er gaandeweg het project bij gekomen?

Antwoord op vraag 21:

Zoals in de technische briefing van 25 november 2020 is toegelicht, zijn er tot op heden middelen toegevoegd met betrekking tot de disclaimers marktspanning (€ 15,7 mln.) en veiligheid (€ 21,2 mln.) Dit betreft de tijdelijke huisvestingen. Deze zijn alle vermeld in de reguliere voortgangsrapportages.

Indien er een beroep moet worden gedaan op één van de vier vermelde disclaimers is dit onderdeel van het reguliere budgettaire besluitvormingsproces van het kabinet in het voorjaar. De disclaimer marktspanning is bij voorjaarsbesluitvorming 2019 toegevoegd en de disclaimer veiligheid en de kosten van een jaar uitstel bij voorjaarsbesluitvorming 2020.

Ten aanzien van de disclaimers is in de basisrapportage van 29 maart 20186 aangegeven dat uitvoeringsrisico’s zoals asbest en kelders en marktspanning reeds geïdentificeerd zijn in 2015. Daarnaast is in deze basisrapportage aangegeven dat als er aanvullende eisen zijn op het gebied van duurzaamheid en veiligheid hiervoor aanvullend budget nodig is. Naar aanleiding van de ervaringen met specialistische en bijzondere projecten, zoals Huis ten Bosch, is dit nodig voor een goede projectbeheersing.

23.

Is het waar dat voor de tijdelijke huisvesting in B67 investeringen gedaan worden die terugverdiend moeten worden? En dat een deel terugverdiend moet worden door volgende gebruikers? Is dat de reden dat investerings- en gebruikerskosten niet gelijk zijn? Wordt deze terugverdiensystematiek ook toegepast op het delen van de investeringen van het Binnenhof zelf? En wordt deze terugverdien systematiek ook toegepast op de overige tijdelijke huisvestingen (LV34, AZ)? Zo ja, kan de Kamer daar een overzicht van ontvangen?

Antwoord op vraag 23:

De investeringssom voor B67 bedraagt op dit moment € 160,8 mln. De investeringen die optellen tot de investeringssom hebben standaard afschrijftermijnen. Dit leidt tezamen met een rentecomponent tot een jaarlijkse gebruiksvergoeding. Dit is conform de reguliere systematiek van het Rijksvastgoedbedrijf.

Via de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (artikel 9 huisvesting Hoge Colleges van Staat) wordt een jaarlijkse gebruiksvergoeding betaald voor de duur van de tijdelijke huisvesting. Na die periode zal een volgende gebruiker gebruiksvergoeding gaan betalen. Zo worden de investeringen die gedaan zijn uiteindelijk volledig gefinancierd. Eenzelfde systematiek geldt ook voor de andere twee tijdelijke huisvestingen Lange Voorhout 34 en op het Catshuisterrein en ook voor investeringen ten behoeve van de renovatie van het Binnenhofcomplex.

24.

Welke kosten vallen precies onder de investeringssom van B67 van € 160,8 miljoen? Zijn daar de huurkosten en het coronaproof maken van het gebouw in meegenomen?

54.

Klopt het dat er 160 miljoen is uitgegeven aan het coronaproof maken van B67?

Antwoord op vragen 24 en 54:

De investeringssom van € 160,8 mln. voor B67 bestaat uit investeringen voor functionele aanpassingen specifiek voor de gebruiker Tweede Kamer zoals de plenaire zaal en de commissiezalen maar ook op het gebied van veiligheid. Daarnaast betreft het investeringen om B67 toekomstbestendig te maken zoals het vervangen van klimaatinstallaties en het vervangen van dakbedekking. Om de kosten van de COVID-19 maatregelen exact te kunnen ramen is eerst nadere afstemming met de gebruiker Tweede Kamer noodzakelijk om te bepalen welke maatregelen wenselijk worden geacht om toe te passen. Eerste inschatting is dat het in het rapport van Drees & Sommer / Theateradvies om maatregelen gaat die relatief beperkte kosten met zich meebrengen.

Zoals toegelicht in de beantwoording op vraag 23 worden deze investeringen vertaald naar jaarlijkse afschrijftermijnen die tezamen met een rentecomponent tot de jaarlijkse gebruiksvergoeding (ook wel huur) leiden.

25.

Hoeveel geld heeft het Rijksvastgoedbedrijf tot nu toe uitgegeven aan de (voorbereiding van) renovatie van het Binnenhof? Kan dit worden opgesplitst en toegelicht?

27.

Kan op basis van de verschillende rapporten in een overzichtelijke tabel aangegeven worden hoeveel budget er tot nu toe aan de renovatie van het Binnenhof is uitgegeven en hoeveel budget er voor de komende periode nog beschikbaar is? Kan dit ook zo nauwkeurig mogelijk voor B67 worden weergegeven in een aparte tabel? Kan voorts worden aangegeven welke budgetoverschrijdingen er tot op heden zijn geweest? En kan voor beide kostenposten (dus het Binnenhofcomplex en B67) de dekking van de voorziene kosten en van de overschrijding worden weergegeven in een aparte tabel?

28.

Hoeveel budget is er precies beschikbaar voor de renovatie van het Binnenhofcomplex en wat betekent dit voor het voorlopig ontwerp en voor het definitief ontwerp? Kan hierbij aangegeven worden welke plannen voor de renovatie wel en welke niet kunnen worden uitgevoerd bij de beschikbaarheid van het huidige budget?

Antwoord op vragen 25, 27 en 28:

Zoals in de Technische briefing d.d. 25 november 2020 is toegelicht, is het budget als volgt opgebouwd:

Toelichting:

Het vastgestelde budget voor het gehele project renovatie Binnenhof is € 475 mln. prijspeil 2015 en bestaat uit:

  • 1. € 410,4 mln. ten behoeve van de renovatie van het Binnenhofcomplex zelf.

  • 2. € 52,1 mln. ten behoeve van de tijdelijke huisvestingen.

  • 3. € 12,5 mln. als bijdrage voor niet-huisvestingskosten. Deze middelen voor de verhuizing naar de tijdelijke huisvestingen zijn inmiddels overgemaakt naar de betreffende gebruikers.

Geactualiseerd naar prijspeil ultimo 2020 is het budget voor het gehele project renovatie Binnenhof € 562,1 mln. en bestaat uit7:

  • 1. € 452 mln. ten behoeve van de renovatie van het Binnenhofcomplex zelf: € 410,4 mln. (prijspeil 2015) + € 61,6 mln. indexatie -/- € 20 mln. versobering door het besluit de Grafelijke Zalen niet te renoveren.

  • 2. € 110,1 mln. ten behoeve van de tijdelijke huisvestingen: € 52,1 mln. (prijspeil 2015) + € 5 mln. indexatie + € 36,9 mln. disclaimer veiligheid en marktspanning + € 16,1 mln. 1 jaar uitstel vanwege stikstof.

We zitten nu in een fase van afronding en vaststelling van de VO’s van de complexdelen. Op dit moment worden de consequenties op tijd en geld nader onderzocht. Dit is gebruikelijk en onderdeel van het ontwerpproces om een ontwerp passend te maken op budget. Een belangrijk onderdeel op dit moment in het ontwerpproces zijn de hogere veiligheidsmaatregelen in de VO’s als gevolg van de door de gebruikers vastgestelde Programma’s van Eisen beveiliging.

De totale uitgaven tot nu toe en het resterend budget:

Uitgaven die behoren tot het projectbudget (in mln. €)

tot begin december 20201

Resterend budget

Tijdelijke huisvesting

   

waarvan B67

44,6

 

waarvan LV34

14,9

 

waarvan AZ

2,6

 

subtotaal

62,1

 

Renovatie Binnenhofcomplex2

47,3

 

totaal

109,4

452,73

X Noot
1

Dit betreft alleen de uitgaven. Daarnaast zijn er uiteraard al meer verplichtingen aangegaan die nog tot betaling zullen gaan leiden.

X Noot
2

Betreft alle activiteiten ter voorbereiding en start van de renovatie zelf, waaronder planvorming VO’s en eerste onderzoeken.

X Noot
3

Betreft prijspeil ultimo 2020. Betreft het resterende projectbudget voor het gehele project Renovatie Binnenhof. Vanwege commerciële vertrouwelijkheid kan er alleen op totaalniveau openbaar inzicht worden gegeven in het resterend budget.

De afkoop van OMA was niet voorzien11. Zoals eerder is aangegeven komt een deel van deze kosten (€ 1,5 mln. exclusief btw) ten laste van de post onvoorzien. De hogere kosten bij de tijdelijke huisvestingen als gevolg van marktspanning en veiligheid zijn middels de disclaimers van extra dekking voorzien. De dekking van de extra kosten als gevolg van disclaimers is toegevoegd bij voorjaarsnota.

26.

Hoeveel geld heeft het Rijksvastgoedbedrijf tot nu toe uitgegeven aan de (mogelijke) verhuizing van alle medewerkers aan het Binnenhof naar B67? Kan dit worden opgesplitst en toegelicht?

Antwoord op vraag 26:

Voor de verhuizing van alle gebruikers is bij de vaststelling van het budget van € 475 mln. een bedrag van € 12,5 mln. voor niet-huisvestingskosten opgenomen. De middelen voor de verhuizing naar de tijdelijke huisvestingen zijn inmiddels overgemaakt naar de betreffende gebruikers. Hoe deze middelen worden uitgegeven en welke eventueel al zijn uitgegeven is aan de gebruikers.

30.

Hoe vaak is de stuurgroep Renovatie Binnenhof onder haar nieuwe voorzitter bijeen gekomen en wat waren de aandachtspunten van die besprekingen?

Antwoord op vraag 30:

De Stuurgroep Binnenhof is in formele setting vijf keer bij elkaar geweest in de periode november 2019 tot december 2020. Onderwerpen die besproken werden zijn de algemene voortgang van het project, complexoverstijgende zaken, financiën en communicatie.

31.

Hoe gaat het in de praktijk werken dat er gereserveerd moet worden in het Ledenrestaurant aangezien schorsingen van te voren niet bekend zijn? Worden shifts/gezette tijden ook overwogen in het Ledenrestaurant en hoe gaat dat er in de praktijk uitzien?

48.

Hoe gaat een lunch in 4 shifts van 20 minuten werken in de praktijk en in hoeverre wordt daarbij rekening gehouden met schorsingen van debatten waar niet alleen Kamerleden of bewindspersonen rekening mee moeten houden, maar ook bijvoorbeeld bodes, fractiemedewerkers en ambtenaren?

49.

Wat vinden afwassers, koks, andere keuken- en restaurantmedewerkers van een tijdslot van 20 minuten voor een lunch? Achten de mensen op de werkvloer zelf dit haalbaar?

Antwoord op vragen 31, 48 en 49:

Uit de rapportage van Drees & Sommer/Theateradvies volgt dat de lunch- en dinercapaciteit in B67 hoger is dan op het gebouwdeel Tweede Kamer op het Binnenhof, omdat er meer ruimte is en omdat de indeling gunstiger is. Door het bijvoorbeeld opdelen van lunch- en dinersessies in verschillende blokken, met een pauze tussen de sessies, is er voldoende capaciteit in de restaurants. Het serveren van lunch of diner tijdens schorsingen zal op dezelfde manier als in de huidige situatie op het Binnenhof kunnen plaatsvinden.

De scenario’s zoals voorgesteld in de rapportage van Drees & Sommer / Theateradvies zijn in overleg met het restaurantbedrijf van de Tweede Kamer opgesteld, uitgaande van de door de gebruiker Tweede Kamer aangegeven maximale capaciteit van 1.000 personen voor het pand. Het is aan de gebruiker Tweede Kamer om te bepalen of en hoe zij deze maatregelen wenst toe te passen.

32.

Hoe gaat het kritieke knelpunt van de liften in de praktijk uitwerken als er beperkingen in aantallen komen en filevorming ontstaat? Op welke manieren kan de «capaciteit van de liftenlobby» worden verspreid?

36.

Welke aanvullende stappen neemt u om de logistieke stromen rondom de liften in goede banen te leiden?

42.

Hoe gaat het in de praktijk werken als in de meeste liften maar 2 mensen mogen staan? Wat betekent dit voor de wachttijd van werknemers?

43.

Hoe gaat het in de praktijk eruit zien dat liftgebruik niet is toegestaan voor verplaatsingen tot en met 3 verdiepingen? Wat betekent dat als je bijvoorbeeld naar de 5de verdieping moet?

44.

Gaat er een soort spoorboekje komen voor de shuttle- en satellietliften? Hoe werkbaar gaat dit in de praktijk worden?

45.

Hoeveel liften voor mindervalide medewerkers worden ingezet en komt hier toegangscontrole bij?

46.

Wanneer wordt iemand gezien als mindervalide en hoe moet dit aangetoond worden zonder de privacy te schenden? Hoeveel mindervaliden zullen naar schatting werkzaam zijn in B67?

47.

Als liftgebruik niet is toegestaan voor verplaatsingen tot en met 3 verdiepingen, dan zullen er meer mensen zijn die afhankelijk zijn van liftgebruik. Hoeveel mensen zullen dat extra zijn?

52.

Blijven de deuren van de liften, als deze in «wachtstand» staan, geopend omdat de afbouw van aerosolen dan 5 tot 8 keer zo snel gaat zoals de UvA heeft aangetoond?

53.

Waarom heeft Beekink tijdens het onderzoek niet kunnen vaststellen of alle liften en liftschachten zijn voorzien van een goed werkende mechanische ventilatie? Is het advies opgevolgd om dit door het RVB te laten controleren, en wat zijn de bevindingen?

Antwoord op vragen 32, 36, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 52 en 53:

In de rapportage van Drees & Sommer/Theateradvies zijn organisatorische maatregelen voorgesteld op basis waardoor in de spitstijden minder kamerbewoners gebruik hoeven te maken van de liften. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van roltrappen en trappen en door het inzetten van de extra liften op andere posities in het gebouw. Ook is een voorstel gedaan op welke manier de logistieke routing plaats kan vinden.

Bij de entrees (aan het Willem Alexanderhof – dit is de stationszijde – en aan de Bezuidenhoutseweg 67) bevinden zich roltrappen. Men kan de vijfde verdieping bereiken door met roltrap naar de tweede verdieping te gaan en vervolgens via een van de 19 trappenhuizen naar de vijfde verdieping te lopen.

Mindervaliden kunnen vanzelfsprekend altijd met de lift. Gedurende COVID-19 is één lift gereserveerd voor mindervalide medewerkers en één lift voor mindervalide bezoekers. Hierbij kan toegangscontrole toegepast worden. De mogelijkheid bestaat om de lift te voorzien van een kaartlezer, zodat de beschikbaarheid van de lift door middel van autorisatie van passen kan worden ingeregeld.

Voor de bovenstaande genoemde mogelijke maatregelen is het aan de gebruiker Tweede Kamer om te bepalen of en hoe zij deze maatregelen wil toepassen.

Trappen en liften zijn geen verblijfsruimten en het Bouwbesluit geeft daarvoor dus ook geen voorschriften omtrent de hoeveelheid ventilatie die daar moet zijn. Daarom heeft Beekink hierover niets kunnen vaststellen. Na controle door het RVB stelt het RIVM ten aanzien van COVID-19 geen extra eisen ten aanzien van ventilatie van liften. Voor liften hanteert het RIVM primair de basishygiënemaatregelen waarbij afstand van 1,5 meter bepalend is.

Wanneer het wenselijk is dat de sturing van de liften wordt aangepast, zodat tijdens COVID-19 de deuren in wachtstand geopend blijven, kan dit worden ingesteld.

33.

Gangpaden in B67 voldoen niet aan de NEN-normen: hoe kunnen ze dan corona- en NEN-proof gemaakt worden, terwijl tegelijkertijd de brandveiligheid niet in het geding komt omdat de branddeuren open moeten staan?

Antwoord op vraag 33:

Een gedeelte van de gangpaden op de kantoorverdiepingen voldoet niet aan de breedte zoals vastgesteld is voor persoonlijk tweerichtingsverkeer op basis van de maatregel «1,5 meter afstand houden», net zoals diverse gangen en trappenhuizen in het gebouwdeel van de Tweede Kamer op het Binnenhof. In de rapportage van Drees & Sommer / Theateradvies zijn maatregelen voorgesteld die brandveilig kunnen worden toegepast, zoals looproutes. Deze zijn gevalideerd door brandveiligheidsexperts.

Voor de branddeuren kunnen voorzieningen worden aangebracht waar dat nodig is en al niet is gebeurd (kleefmagneten/elektrische deurdrangers). Op deze manier kan geborgd worden dat de branddeuren die normaal gesproken dicht zijn, maar in het voorstel juist open worden gezet, bij een brandmelding automatisch dichtvallen. Daarmee blijft het pand brandveilig en aan de eisen voldoen.

34.

Hoe verhoudt het advies om de trappen te gebruiken zich tot de constatering dat de trappen niet breed genoeg zijn voor 2-richtingsverkeer?

Antwoord op vraag 34:

Het hoofdtrappenhuis heeft trappen van 2,1 meter breed. Door deze trappen met behulp van spatschermen in tweeën te delen ontstaan twee helften, waarvan het ene deel in opwaartse en het andere deel in neerwaartse richting gebruikt kan worden. Dit soort maatregelen is inmiddels staande praktijk bij onder andere rechtbanken, scholen en supermarkten.

Om de druk op het hoofdtrappenhuis te verminderen is het zinvol om de 18 overige trappenhuizen in te zetten voor eenrichtingsverkeer. Deze trappenhuizen zijn namelijk minder breed en gedurende de maatregel «1,5 meter afstand houden» alleen voor eenrichtingsverkeer te gebruiken.

Ook hier geldt dat het aan de gebruiker Tweede Kamer is om te bepalen of en hoe zij deze maatregelen wenst toe te passen, dit mede in het licht van de huidige situatie op het Binnenhof.

35.

Op basis waarvan wordt de verwachting gewekt dat het fietsgebruik op de nieuwe locatie zal toenemen?

Antwoord op vraag 35:

Deze verwachting is ingegeven door de gebruiker Tweede Kamer.

De capaciteit van de fietsenstalling in B67 is gelijk aan die in het Binnenhof. Wanneer de capaciteit toeneemt, kan worden onderzocht of deze capaciteit binnen het gebouw wordt uitgebreid, eventueel ten koste van parkeerplaatsen voor auto’s. Ook hier geldt dat het aan de gebruiker Tweede Kamer is om te bepalen of en hoe zij hier invulling aan geeft.

37.

Wat zijn de kosten van de bouwkundige maatregelen die genoemd worden om B67 corona-proof te maken?

38.

Is er een gedetailleerd overzicht van alle organisatorische maatregelen die op B67 genomen moeten worden, de benodigdheden om deze te communiceren en de kosten daarvan? Zijn deze met de gebruikers besproken?

39.

Er wordt gesproken over organisatorische maatregelen die nodig zijn om B67 corona-proof te gebruiken. Wie gaat bewijzering en signalering leveren zodat duidelijk is wat medewerkers en Kamerbewoners moeten doen? Hoe wordt er toezicht gehouden op o.a. de looproutes en lunchtijdstippen? Zijn daarvoor extra FTE’s, digitale middelen en/of andere middelen/infrastructuur voorzien? Is het mogelijk de principe- en gedragsregels met alleen de genoemde «signing en markeringen» te communiceren of is daar meer voor nodig, bijvoorbeeld een introtoelichting voor bezoekers/medewerkers?

40.

Zijn de genoemde simulaties gedaan op basis van live-real-simulaties of alleen digitale simulaties? Wordt na ingebruikname gemonitord of de simulaties ook aan de werkelijkheid zoals die is voldoen en of er aanpassingen gemaakt moeten worden?

41.

Hoeveel geld kost het in totaal om B67 (verder) coronaproof te maken? Kan het totaalbedrag worden uitgesplitst in diverse maatregelen in verschillende ruimten?

50.

Op welke termijn acht u de voorgenomen aanvullende organisatorische maatregelen haalbaar?

51.

Wat betekent de implementatie van deze aanvullende organisatorische maatregelen voor het budget en de planning rondom de renovatie?

55.

Hoeveel kosten komen er (eventueel) nog bij door nadere aanpassingen in verband met het coronaproof maken van het pand? Kan de raming worden toegelicht?

Antwoord op vragen 37,38, 39, 40, 41, 50, 51 en 55:

De simulaties zoals genoemd in de rapportage zijn digitale simulaties. Het is aan de gebruiker Tweede Kamer om eventuele monitoring na ingebruikname van het pand B67 concreet vorm te geven.

Op dit moment worden of zijn in de volle breedte rijksgebouwen (tijdelijk) aangepast en wordt ook het beheersregime aangepast op de gevolgen van COVID-19 en de nieuwe anderhalvemetersamenleving. Kennis die hierbij is opgedaan wordt benut bij het project renovatie Binnenhof. Het is aan de gebruiker Tweede Kamer om te bepalen of en hoe zij de in het rapport van Drees & Sommer / Theateradvies opgenomen organisatorische maatregelen wenst toe te passen (in samenspraak met het Rijksvastgoedbedrijf voor de bouwkundige maatregelen). Wanneer vanuit de gebruiker Tweede Kamer helder is welke maatregelen vanuit de rapportage wenselijk zijn om toe te passen, kan met de voorbereiding worden gestart. Van veel van de in de rapportage opgenomen maatregelen is de verwachting dat deze op korte termijn kunnen worden gerealiseerd, zoals dat ook bij andere grotere complexen (kantoren, winkelcentra, rechtbanken, supermarkten, etc.) is gerealiseerd. De opgenomen organisatorische maatregelen, zoals bewegwijzering en signalering, evenals de communicatie hierover aan bezoekers en medewerkers worden door de gebruiker Tweede Kamer uitgevoerd. Dit is in lijn met de huidige taakverdeling op het Binnenhof.

Om de kosten exact te kunnen ramen is eerst nadere afstemming met de gebruiker Tweede Kamer noodzakelijk om te bepalen welke maatregelen wenselijk worden geacht om toe te passen. Eerste inschatting is dat het in het rapport van Drees & Sommer / Theateradvies om maatregelen gaat die tijdig voor de verhuizing kunnen worden gerealiseerd en relatief beperkte kosten met zich meebrengen.

56.

Hoe gaat het in de praktijk werken als er spatschermen zijn in gangen en traphuizen, maar er is brand of rookontwikkeling? Beperkt dit niet de veilige vluchtmogelijkheden voor valide en mindervalide mensen?

Antwoord op vraag 56:

De genoemde maatregelen zoals voorgesteld in de rapportage die in gezamenlijk opdrachtgeverschap door het RVB en gebruiker Tweede Kamer is opgesteld, zijn getoetst en gevalideerd door brandveiligheidsexperts.

De vluchtmogelijkheden voor valide en mindervalide personen worden niet beperkt wanneer de genoemde maatregelen in de rapportage worden toegepast. Dit is bevestigd door de brandveiligheidsexperts.

57.

Wat zijn de kosten van het Functioneel Voorontwerp, en hoeveel kost het als voor dit ontwerp wordt gekozen?

Antwoord op vraag 57:

Het FVO is een tussenfase in de ontwikkeling van het integrale VO. In mijn brief van 22 mei 201912, deelde ik met u dat ik geen openbaar inzicht kan geven in deelbudgetten, omdat dit commercieel vertrouwelijke informatie betreft. Het geven van inzicht kan óf in een besloten technische briefing óf de betreffende stukken kunnen vertrouwelijk ter inzage worden gelegd.

58.

Is het FVO coronaproof? Zo nee, kan uitgelegd worden waarom niet?

Antwoord op vraag 58:

Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen van juni 202013 is aangegeven dat ten aanzien van de gebouwdelen op het Binnenhof na de renovatie de mogelijke impact van COVID-19 in overleg tussen de gebruikers en het Rijksvastgoedbedrijf wordt meegenomen bij de uitwerking van het definitief ontwerp. Hierbij wordt uiteraard meegewogen dat de situatie rond COVID-19 – in verband met het beschikbaar komen van het vaccin – snel wijzigt en bij het gereedkomen van de renovatie COVID-19 waarschijnlijk geen directe impact meer heeft.

In het FVO dient de installatietechniek nog te worden geïntegreerd. Ten behoeve van het integrale VO zijn verschillende klimaatconcepten onderzocht. Hierbij is ook aandacht besteed aan COVID-19. Na vaststelling van de installatieconcepten per gebouwdeel, zal dit verder in het DO worden uitgewerkt.

59.

Is het FVO voorgelegd aan de mensen op de werkvloer? Zijn de keukens beoordeeld door de kok en medewerkers in de bediening en afwas, de restaurants door de medewerkers van het restaurantbedrijf, de entrees door beveiligers enz?

Antwoord op vraag 59:

De gebruiker Tweede Kamer wordt in de Bouwbegeleidingscommissie vertegenwoordigd door acht Tweede Kamerleden, twee fractiemedewerkers en drie ambtenaren (in totaal dertien leden). Het FVO is (net als het integrale VO, en straks het DO) in verschillende werk- en gebruikersgroepen besproken met «mensen op de werkvloer» van de Tweede Kamer. Daarnaast zorgt het programmateam Tweede Kamer voor betrokkenheid bij toetsing door deze betrokken diensten.

Tevens is de Bouwbegeleidingscommissie een aantal keren uitgenodigd op het ontwerpatelier, zijn plannen gepresenteerd en is hierop gereflecteerd.

29.

Kan een nauwkeurige onderbouwing gegeven worden van de budgettoename van 40 tot 100 procent volgens de review die in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf is uitgevoerd?

61.

Kan er een uitgebreide kabinetsreactie komen op de BBC-review die in opdracht van het presidium van de Tweede Kamer is uitgevoerd? Kan hierin worden ingegaan op de vraag hoe het kan dat er zulke grote verschillen zitten in de review in opdracht van het presidium van de Tweede Kamer – waarin een renovatie zonder volledige verhuizing als goedkoper en verstandiger wordt aangemerkt – en de review die is uitgevoerd in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf – waaruit een hele andere conclusie voortkomt?

62.

Kan een reactie worden gegeven op bijlage 11.3 van de review van BBC Management?

63.

Klopt het dat de meerkosten voor een niet-gefaseerde renovatie 90,3 miljoen euro zijn? Zo nee, hoe verklaart u het verschil?

64.

Wat zijn de totale kosten van een niet-gefaseerde renovatie en van een gefaseerde renovatie?

65.

Hoe zijn de verschillen in bedragen tussen de TK en BZK te verklaren?

Antwoord op vragen 29, 61, 62, 63, 64 en 65:

Het bureau VPRC is gevraagd een marginale toets uit te voeren op het besluitvormingsproces omtrent de tijdelijke huisvesting in de periode 2014–2016. De vraag was of – naar aanleiding van overleg met het presidium van 30 juni jl. – de omstandigheden van nu een ander licht zouden werpen op de variant gefaseerd renoveren. Deze marginale toets betrof het gehele project renovatie Binnenhof, dus met inbegrip van de overige drie gebruikers, inclusief de kosten van de tijdelijke huisvestingen en met inbegrip van de gekozen aanpak om direct na de verhuizing de renovatie Binnenhof breed integraal te starten. Zoals aangekondigd in de vijfde rapportage is deze marginale toets extra onderbouwd; u treft deze validatie van 24 december 2020 aan als bijlage bij deze beantwoording.

De marginale toets van VPRC en het rapport van BBC Bouwmanagement zijn niet 1 op 1 te vergelijken, met name doordat BBC Bouwmanagement alleen uit gaat van het gebouwdeel Tweede Kamer. Het is wel mogelijk om de uitkomsten van het rapport van BBC Bouwmanagement langs de meetlat van de belangrijkste voorwaarden uit 2015 en 2016 te leggen, te weten:

  • 1. De continuïteit en representativiteit van het parlementaire proces moet gewaarborgd zijn;

  • 2. De veiligheid en bedrijfszekerheid moet gewaarborgd zijn;

  • 3. De overlast voor gebruikers en omgeving moet beperkt zijn;

  • 4. Het project moet sober en doelmatig worden uitgevoerd met een taakstellend investeringsbudget van € 475 miljoen, prijspeil 2015, en een totale renovatieduur van 5,5 jaar.

Voorwaarde 1: De continuïteit en representativiteit van het parlementaire proces moet gewaarborgd zijn.

Deskundigen hebben grote vraagtekens bij de borging van het parlementaire proces tijdens een gefaseerde renovatie (en de genoemde beperkte overlast voor de gebruikers). Regeringsgebouwen zijn niet 1 op 1 vergelijkbaar met winkelcentra of kantoren. Het Binnenhof – met de primaire processen die zich daarin afspelen – scoort in de top qua gevoeligheid op het gebied van veiligheid. VPRC heeft daarbij gewezen op de toegenomen veiligheidsrisico’s. Dat versterkt de beslissing uit 2016 om de gebruikers te verhuizen.

BBC Bouwmanagement stelt voor de gefaseerde renovatie gedurende 7 jaar te laten plaatsvinden onder, rond en nabij de in gebruik zijnde plenaire zaal en commissiezalen. Gevolg is dat er overlast zal zijn en dat er beveiligingsrisico’s optreden. In de Technische Briefing van 17 december jl. heeft BBC Bouwmanagement toegelicht dat desondanks de plenaire zaal «grotendeels in gebruik kan blijven». BBC Bouwmanagement heeft op dit moment geen alternatief geboden voor de plenaire zaal, ook niet voor de momenten dat er wel werkzaamheden in de plenaire zaal nodig zijn. Het verloop van het parlementair proces is onvoorspelbaar, want er wordt ’s avonds en soms zelfs ’s nachts gewerkt. Tevens is het (zomer)reces, een gelegenheid om veel werkzaamheden uit te voeren, de afgelopen jaren meermalen onderbroken vanwege urgente politieke kwesties en dit zal zich naar verwachting de komende jaren kunnen blijven voordoen. Daarnaast is de kans substantieel dat het parlementaire proces te maken krijgt met ernstige verstoringen. Dit kan door allerlei oorzaken komen. Voorbeelden zijn per ongeluk doorgeknipte kabels in andere gebouwdelen, de verspreiding van rook, asbestdeeltjes of gassen door kabelgoten of andere doorgangen, of doordat de veiligheid van de parlementariërs tijdens de bouwwerkzaamheden onvoldoende kan worden geborgd.

Voorwaarde 2: veiligheid en bedrijfszekerheid moet gewaarborgd zijn.

Gefaseerd renoveren levert voor veiligheid en bedrijfszekerheid grote risico’s op. Zo is de brandveiligheid niet te garanderen. Bijvoorbeeld door de vele kabelgoten in het gebouw, die ook door brandscheidingen steken. Deze kabelgoten kunnen ook rook, gassen en asbestdeeltjes in korte tijd over relatief grote afstanden door het pand verspreiden. Door het buiten gebruik nemen van gebouwdelen kunnen verschillende vluchtroutes niet worden gebruikt. De veiligheid van de gebruikers is, tijdens gefaseerde verbouwing, slechts met extreme maatregelen te waarborgen. Het enkel plaatsen van brandschotten zoals BBC Bouwmanagement voorstelt, is dan ook volstrekt onvoldoende. Minstens zo belangrijk: de gebruikers zullen langer in een pand zitten dat op dit moment onvoldoende brandveilig is (uitsluitend met aanvullende maatregelen is de vluchtveiligheid van de bewoners van het Binnenhof nu nog wel gegarandeerd). De gemeente Den Haag heeft dit per brief van 10 december14 nogmaals bevestigd en aangegeven de melding brandveilig gebruik van het Binnenhof complex eenmalig te verlengen tot eind 2021, met de kanttekening dat de grenzen van de brandveiligheid in zicht komen.

De beveiligingssrisico’s voor het gebouw betreffen zowel die van het gebouw en het parlementaire proces, die van de parlementariërs, bezoekers en overige Kamerbewoners als ook de beveiligingsrisico’s van informatie. Voor enkele parlementariërs gelden bijzondere veiligheidsvoorzieningen, die zowel bouwkundig als organisatorisch van aard zijn. Dit ontbreekt in de aanpak van BBC Bouwmanagement. Dit staat nog los van de eis van het borgen van de veiligheid van de overige Kamerbewoners, het bouwpersoneel en bezoekers. Bouwkundig betekent gefaseerd renoveren telkens een aanpassing in de compartimentering om brandveiligheid, toegang en veilige ontvluchting in alle fasen te garanderen. En daarbij de bijzondere veiligheidsniveaus voor persoonsveiligheid en dataveiligheid te garanderen.

Tevens zijn de risico’s met betrekking tot asbest en vocht in dit scenario nog niet volledig in beeld, omdat vele plekken thans niet onderzocht kunnen worden. Pas als de bewoners weg zijn, wordt dat duidelijk. Door gefaseerd renoveren hebben de gebruikers veel minder mogelijkheden om flexibel op de ontstane situatie in te spelen. Dus als er overlast is, brandgevaar dreigt, asbest, vocht of veiligheidsrisico’s ontstaan is er geen alternatief dan de renovatie stil te leggen. Wat installaties betreft, bestaat het risico dat de installaties ondanks de al intensieve instandhouding, uit gaan vallen voordat zij kunnen worden vervangen.

Kortom, wat betreft veiligheid en bedrijfszekerheid komen bij een integrale renovatie na het sloopwerk alle onverwachte aspecten in één keer in beeld. Vervolgens kunnen ontwerpen en berekeningen worden aangepast, materiaalkeuzes en uitvoeringswijze worden heroverwogen. Fasegewijs renoveren betekent daarentegen een opeenvolging van onverwachte omstandigheden die telkens weer een aanpassing zullen vragen.

Voorwaarde 3: De overlast voor gebruikers en omgeving moet beperkt zijn.

In 2016 hebben alle betrokken partijen gekozen voor de variant met de kortste doorlooptijd en minste overlast voor de omgeving. In het rapport van BBC Bouwmanagement wordt uitgegaan van uitvoering van de werkzaamheden buiten kantoortijden en in de weekenden gedurende een groot deel van de renovatie. Dit is in strijd met in artikel 8.3 van het Bouwbesluit 2012 en hiervoor moet ontheffing bij de gemeente worden aangevraagd voor deze periode.

Bovendien zullen er vanwege de onvermijdelijke overlast voor gebruikers weinig bouwactiviteiten kunnen plaatsvinden aan of in een ontruimd gebouwdeel tijdens het parlementair proces. Gelijktijdigheid is in ieder geval niet mogelijk bij geluidsoverlast, bevoorrading en onveilige werkzaamheden zoals verwijdering van asbest en Chroom 6. Voorts is het onduidelijk hoe een ingrijpende bouw van een voorkeursvariant van een nieuwe ondergrondse publieksentree zonder (geluid)overlast voor gebruikers en omgeving uitgevoerd kan worden tijdens een gefaseerde renovatie. Ook het bij een gefaseerd renoveren behorend schuifplan geeft hinder voor gebruikers, met veel op elkaar afgestemde uit- en terugverhuizingen. En geeft tevens een risico voor het ongestoord doorgang kunnen laten vinden van het parlementair proces. Daarnaast geldt dat de andere gebouwdelen op het Binnenhofcomplex wel zoveel mogelijk binnen reguliere werktijden gerenoveerd worden en dat dit per definitie overlast geeft voor de gebruikers van de Tweede Kamer. Ook kunnen de risico’s die gesignaleerd worden bij gefaseerd renoveren zich plotseling manifesteren en om acuut noodzakelijke beheersmaatregelen vragen. Dit zal dan tot onverwacht overlast voor de gebruikers kunnen leiden.

Voorwaarde 4: Het project moet sober en doelmatig worden uitgevoerd met een taakstellend investeringsbudget van € 475 miljoen, prijspeil 2015, en een totale renovatieduur van 5,5 jaar.

Het hiervoor genoemde taakstellende budget heeft betrekking op het gehele Binnenhofcomplex met al haar gebruikers. BBC Bouwmanagement heeft alleen het gebouwdeel Tweede Kamer in haar kostenopstelling betrokken. Ook worden de reeds gemaakte kosten voor de renovatie in het rapport van BBC Bouwmanagement buiten beschouwing gelaten. Er wordt al vier jaar aan de uitvoering van het besluit van de Tweede Kamer in 2016 gewerkt. Het pand Bezuidenhoutseweg 67 (B67) is na renovatie, op basis van het door de gebruiker geaccordeerde Technisch Programma van Eisen en aanvullende wensen (Verzoeken tot wijzigingen) die zijn of worden verwerkt, opgeleverd aan het RVB door de aannemer. Inmiddels is hiervoor € 160,8 mln. geïnvesteerd. Deze kosten zijn gedeeltelijk specifiek voor de gebruiker Tweede Kamer gemaakt, omdat het gebouw speciaal is ontworpen en ingericht om de Tweede Kamer tijdelijk te huisvesten en het unieke primaire proces te kunnen faciliteren. Deze specifieke kosten kunnen niet voor rekening komen van een andere toekomstige gebruiker en voor dit gedeelte kan geen toekomstige besparing optreden. Daarnaast zal het nodig zijn om de installaties op het Binnenhof nog voor langere tijd in stand te houden, met bijkomende kosten en toenemende risico’s van spontane storingen en uitval van die installaties. Eén van de redenen van de renovatie is immers de staat van de technische installaties. Deze installaties zijn verouderd en dringend aan vervanging toe.

Zoals hiervoor aangegeven, zijn in de u toegestuurde Basisrapportage van 4 december jl. (Bijlage bij Kamerstuk 34 293, nr. 103) de extra kosten van gefaseerd renoveren ingeschat op 40 tot 100 procent. In de meest recente onderbouwing d.d. 24 december jl. komt VPRC tot een bijgesteld percentage van minimaal 36% extra kosten. Deze kostenstijging wordt in paragraaf 5 (pagina 17) van het bijgevoegde rapport door VPRC nader onderbouwd aan de hand van acht variabelen. Gefaseerd renoveren betekent een discontinu bouwproces, het nemen van maatregelen ter voorkoming van overlast en ontwrichting, loon- en prijsstijging gedurende langere bouwtijd, structureel werken in de nachten en de weekenden om het parlementair proces door te laten gaan en het geschikt maken van gebouwen voor gefaseerde renovatie. Verder gaat BBC Bouwmanagement in plaats van B67 uit van een kleinere wissellocatie (exclusief specifieke faciliteiten zoals bijvoorbeeld een plenaire zaal) in de buurt van het Binnenhof. Gezien de vele risico’s die nog gelden, zoals plotseling ingrijpende verstoring in het parlementair proces of nieuw geconstateerde gebreken die niet kunnen worden ingepast, concludeert VPRC dat met grote zekerheid kan worden gesteld dat de kosten minimaal met een forse overschrijding van 36% zullen toenemen bij een gefaseerde renovatie en nog verder kunnen oplopen.

BBC Bouwmanagement geeft in haar rapport aan dat zij een doorlooptijd van 7 jaar inschat voor gefaseerd renoveren. VPRC heeft – mede op basis van alle onderzochte renovatievarianten – dit nader geanalyseerd. Die analyse van VPRC laat zien dat de werkelijke doorlooptijd bij gefaseerde uitvoering minimaal 12 jaar bedraagt. Bovendien is het risico op vertraging aanzienlijk groter, aangezien de aannemer gedwongen wordt in de resterende vrije uren buiten het parlementaire proces te werken. Dat is veel duurder, geeft overlast in de omgeving en voor deze lange periode moet een ontheffing bij de gemeente worden aangevraagd. Daarmee is maar de helft van het normale aantal beschikbare uren beschikbaar en is er geen marge om te versnellen of mogelijke tegenvallers op te vangen.

Dit alles overziende blijft voorop staan dat het democratisch proces te allen tijde doorgang moet vinden. Daarom is in 2016 gekozen voor een tijdelijke verhuizing van het Binnenhof. Inmiddels zijn er, zoals gezegd, substantiële investeringen gedaan in de tijdelijke huisvesting(en) waar gedurende de renovatie van het Binnenhof het democratisch proces doorgang kan blijven vinden. Het kabinet ziet dan ook geen aanleiding om de politieke opdracht van 2016 te herzien. Deze variant is in 2016 al uitgebreid getoetst en de meest recente toetsing door VPRC laat zien dat dit nog steeds de te verkiezen variant is, die voldoet aan het meegegeven kader en voorwaarden uit 2016. Kortom, met deze variant kan de renovatie van het Binnenhof (sober en doelmatig) worden gerealiseerd.


X Noot
1

Kamerstuk 34 293, nr. 97.

X Noot
2

Kamerstuk 34 293, nr. 103.

X Noot
3

Kamerstuk 34 293, nr. 102.

X Noot
4

Brief van de gemeente Den Haag is als bijlage toegevoegd, bij Kamerstuk 34 293, nr. 106.

X Noot
5

Kamerstuk 34 293, nr. 95.

X Noot
6

Kamerstuk 34 293, nr. 33.

X Noot
7

Kamerstuk 34 293, nr. 95.

X Noot
11

Kamerstuk 34 293, nr. 94.

X Noot
12

Kamerstuk 34 293, nr. 76.

X Noot
13

Kamerstuk 34 293, nr. 95.

X Noot
14

Brief van de gemeente Den Haag is toegevoegd bij Kamerstuk 34 293, nr. 106.