Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2015-201634248 nr. B

34 248 Wijziging van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in verband met de herpositionering van zelfstandige bestuursorganen

B VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN1

Vastgesteld 23 februari 2016

Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

Inleiding

De PVV-fractieleden hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Daarbij hebben zij nog enkele vragen.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel. Zij hebben nog enkele vragen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

In het debat in de Tweede Kamer is aangegeven dat het verminderen van het aantal zelfstandige bestuursorganen (hierna: zbo’s) niet het doel is van het onderhavige wetsvoorstel. Echter, in diverse onderliggende stukken komt dit voor als een van de redenen. Kan de regering hieromtrent duidelijkheid verschaffen?

De regering heeft aangegeven dat de sturingsrelatie tussen de Minister en de directeur-generaal (hierna: DG) van het Centraal bureau voor de statistiek (hierna: CBS) de grondslag is voor deze wet.2 Deze «niet heldere sturingsrelatie» heeft echter bestaan sinds 1899. Wat was nu exact onduidelijk aan deze regeling die meer dan een eeuw naar behoren heeft gefunctioneerd, waardoor er nu een nieuwe wettelijke basis dient te worden gecreëerd?

Indien het meerjarenprogramma en het werkprogramma de Minister niet aanstaat, kan de Minister, onder het mom van financiële kaders en/of de afgesproken organisatorische kaders, zijn toestemming hieraan onthouden. Waarom zou dat géén onwenselijke ontwikkeling zijn: een dergelijke vergaande mogelijkheid om direct in te grijpen, daar waar het CBS geacht wordt onafhankelijk te zijn?

De Minister gaf aan dat de positie van de Kamer met deze wet zou worden versterkt.3 In hoeverre acht de regering het wenselijk dat de positie van de Kamer jegens een onafhankelijk instituut dat ook zeer politiek gevoelige data bijhoudt, wordt versterkt? Hield de Centrale Commissie voor de Statistiek (hierna: CCS), door de afstand die zij had op zowel het politieke spectrum als het CBS, niet juist die onafhankelijkheid scherp in het vizier?

De CCS behoorde bij een besluit tot het instellen of wijzigen van een statistisch onderzoek te worden gehoord. Die taak wordt nu bij de DG van het CBS gelegd. In tegenstelling tot de CCS is de rol van de DG van het CBS slechts beperkt, terwijl de CCS verantwoordelijk was voor de gehele statistische informatievoorziening van overheidsinstellingen. Daarnaast is de rol van de DG van het CBS natuurlijk nooit geheel onafhankelijk, daar het CBS ook voor derden onderzoek doet en hij voornamelijk (de rol van) het CBS dient, zal dienen, of in ieder geval nu de mogelijkheid geboden krijgt om die te dienen. Waarom is dit géén onwenselijke situatie?

De DG van het CBS is na inwerkingtreding van het wetsvoorstel de enige bevoegde instantie die het werkprogramma en het meerjarenprogramma kan vaststellen, maar die tevens verantwoordelijk is voor de belangen van het CBS zelf. De inhoudelijke toets door de CCS verdwijnt. Hoe gaat de regering garanderen dat de belangen van het CBS zelf niet gaan prevaleren boven de inhoudelijke programma’s? Waarom creëert de regering met dit wetsvoorstel deze ongewenste situatie?

Ook andere instellingen produceren statistische informatie. De CCS zorgt voor de samenwerking en coördinatie tussen deze instellingen en het CBS, en het toezicht op de decentrale statistiek. Hoe gaat de regering invulling geven aan die rol, nu het CBS ook steeds meer afhankelijk is voor onderzoek ten behoeve van derden?

Door een amendement van het lid Mei Li Vos4 zal een raad van advies worden ingesteld. Volgens dit amendement is de samenstelling van de raad van advies, via een bestuursreglement, een verantwoordelijkheid van de DG. Hoe kan een door de DG samengestelde raad van advies onafhankelijk zijn? Hoe wil de regering uitsluiten dat een politiek gekleurde raad van advies zich een oordeel gaat vormen over de werkprogramma’s en de meerjarenprogramma’s?

Hoe verhouden de kosten van de nieuwe raad van advies zich tot die van de CCS?

Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie

De regering heeft als doelstelling het aantal zbo's te verminderen en schaft daarom het toezichthoudende zbo CCS, dat het CBS controleert, af. De toezichthoudende functie gaat nu naar de DG van het CBS, die hiermee volledige zeggenschap over de werkwijze van het CBS krijgt. De huidige CCS stelt bijvoorbeeld het werkprogramma vast en wordt geconsulteerd door de Minister wanneer een DG wordt aangesteld. Nu blijft er deels onafhankelijk toezicht, daar waar het gaat om de methodieken, maar juist de beslissing over welke gegevens worden verzameld en of die beslissing onafhankelijk van de politiek wordt gemaakt, vervalt nu. De raad van advies die er bij amendement5 is gekomen, vult dit hiaat niet op. De invloed van de politiek blijft onverminderd groot door de huidige constructie. De leden van de fractie van de SP hebben daarom de volgende vragen.

Is de regering het met de SP-fractieleden eens dat de invloed van de politiek op het werkprogramma zo onafhankelijk mogelijk georganiseerd dient te worden? Is het dan niet vreemd dat een DG de werkwijze van de raad van advies vaststelt, zodat deze dus ook de mate van onafhankelijkheid bepaalt? Immers, voorheen besprak de Minister de keuze van een DG met de CCS. Nu zal de DG de raad van advies samenstellen en aansturen.

De Minister zegt in de behandeling dat door het amendement-Gesthuizen/Agnes Mulder6 opnieuw een zbo wordt gevormd.7 Kan de regering dit uitleggen? Waarom zou een dergelijke raad van advies een zbo zijn? Het CBS wordt Europees geprezen juist vanwege het onafhankelijke toezicht. Waarom kiest de regering ervoor dit toezicht niet beter te borgen?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken zien de antwoorden van de regering met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 11 maart 2016.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Gerkens

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, De Boer


X Noot
1

Samenstelling:

Ten Hoeve (OSF), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Schaap (VVD), Flierman (CDA), Ester (CU), Postema (PvdA), Van Strien (PVV), Vos (GL), Swagerman (VVD), Kok (PVV) (vice-voorzitter), Bruijn (VVD), Gerkens (SP) (voorzitter), Van Apeldoorn (SP), Atsma (CDA), Dercksen (PVV), Van Kesteren (CDA), Krikke (VVD), Meijer (SP), Pijlman (D66), Prast (D66), Van Rij (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Schalk (SGP), Schnabel (D66), Verheijen (PvdA), Vreeman (PvdA)

X Noot
2

Kamerstukken II 2015/16, 34 248, nr. 9, p. 1.

X Noot
3

Handelingen II 2015/16, nr. 40, item 11, p. 6.

X Noot
4

Kamerstukken II 2015/16, 34 248, nr. 8.

X Noot
5

Kamerstukken II 2015/16, 34 248, nr. 8.

X Noot
6

Kamerstukken II 2015/16, 34 248, nr. 7.

X Noot
7

Handelingen II 2015/16, nr. 40, item 11, p. 8.