34 000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2015

Nr. 70 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 maart 2015

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de aanvullende vragen van d.d. 5 maart 2015 over berichtgeving inzake deal met Cees H1.

Volledigheidshalve leg ik vertrouwelijk ter inzage het BOOM-advies, het rapport van de heer Brummen, het nadere rapport van de heer Van Brummen en het verslag van bevindingen van de zoekslag, zoals genoemd in het rapport van de Auditdienst Rijk2. Het rapport van de Auditdienst Rijk stuur ik met deze antwoorden als bijlage mee3.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

Bij de beantwoording van deze vragen zijn uiteraard alle eerdere brieven en antwoorden, zoals hierboven in mijn brief genoemd, betrokken. Voor de leesbaarheid zal ik zo min mogelijk terugverwijzen naar specifieke stukken.

Volledigheidshalve leg ik vertrouwelijk ter inzage het BOOM-advies, het rapport van de heer Van Brummen, het nadere rapport van de heer Van Brummen en het verslag van bevindingen van de zoekslag, zoals genoemd in het rapport van de Auditdienst Rijk. Het rapport van de Auditdienst Rijk stuur ik met deze antwoorden als bijlage mee.

Vragen van de leden van de VVD-fractie

1

Acht u het scenario zoals opgenomen in de Telegraaf van donderdag 5 maart 2015 denkbaar waarmee het vermeende totale overgemaakte bedrag door het Openbaar Ministerie (OM) aan Cees H. in 2001 wordt verklaard?

Antwoord 1

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden. Over de opbouw van dit bedrag kan hieruit echter niets worden afgeleid. De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft mij medegedeeld dat op 5 maart 2015 de heer Van Brummen is verzocht de betalingsgegevens die in het programma Nieuwsuur werden gepresenteerd, te duiden in het licht van de bevindingen van zijn onderzoek. De heer Van Brummen heeft hierop op 9 maart 2015 schriftelijk aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal medegedeeld dat – als gevolg van rente op de depositorekening en de rekening courant en waardestijging van de effectenrekening – een substantiële waardevermeerdering over de periode van 1993 tot 2000 van het door hem vastgestelde bedrag geenszins onmogelijk is.

2

Is het waar dat u in uw brief van 3 juni 2014 (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 123) expliciet heeft gemeld dat geen onderbouwde uitspraken kunnen worden gedaan over wat aan Cees H. bij de financiële afwikkeling van de schikking feitelijk is overgemaakt? Kunt u nu wel onderbouwde uitspraken daarover doen?

3

Klopt het dat u in antwoord op schriftelijke vragen van de leden van de SP-fractie, welke vragen onderdeel zijn van een schriftelijke overleg (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 132) expliciet heeft verklaard dat de mogelijkheid altijd bestaat dat bankafschriften alsnog worden overgelegd? Hebt u het door Nieuwsuur op woensdag 4 maart 2015 besproken document over de feitelijke betaling aan Cees H. inmiddels ontvangen? Zo ja, wat zijn uw conclusies?

Antwoord 2 en 3

Ik heb inderdaad eerder aangegeven dat geen onderbouwde uitspraken kunnen worden gedaan over wat feitelijk aan Cees H. is overgemaakt en dat de mogelijkheid bestaat dat bankafschriften alsnog worden overgelegd. In de recente uitzending van Nieuwsuur zijn geen documenten naar voren gekomen, maar zijn wel specifieke betalingsgegevens uit 2001 gepresenteerd. De advocaat van Cees H., de heer Kuijpers, heeft in reactie op deze uitzending van Nieuwsuur in het programma Pauw bevestigd dat de in Nieuwsuur gepresenteerde betalingsgegevens juist zijn, maar weigerde daarvan, zich beroepend op zijn beroepsgeheim, een document te overleggen.

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

Vragen van de leden van de PvdA-fractie

1

Geven de concrete gegevens over de financiële transactie met Cees H. zoals getoond in het programma Nieuwsuur d.d. 4 maart 2015 (waaronder het bankrekeningnummer, datum, betalingskenmerk en parketnummer) aanknopingspunten om binnen uw archieven of elders nadere informatie over deze transactie te vinden? Zo ja, tot welke resultaten heeft dat geleid?

Antwoord 1

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden. Over de opbouw van dit bedrag kan hieruit echter niets worden afgeleid.

2

Beschikte u voorafgaand aan de tv-uitzending van Nieuwsuur van 4 maart 2015 zelf al over nieuwe informatie ten aanzien van de transactie met de Cees H.? Zo ja, waaruit bestond die informatie en waarom hebt u die niet per onmiddellijk met de Tweede Kamer gedeeld?

Antwoord 2

Nieuwsuur heeft mijn ministerie op de ochtend van de uitzending geïnformeerd over de betalingsgegevens die in de uitzending zouden worden gepresenteerd.

3

Kunt u ingaan op de bewering van de heer Doedens in de Volkskrant dat op 10 september 2001 het OM bijna 5 miljoen gulden zou hebben overgemaakt naar de derdengeldrekening van het advocatenkantoor van de heer Doedens? (http://www.volkskrant.nl/dossier-archief/allemaal-lulkoek-wat-opstelten-verkondigde%7Ea3628200/)

Antwoord 3

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden. Hieruit blijkt dat een bedrag van 4,7 miljoen gulden is overgemaakt naar de heer Doedens.

Vragen van de leden van de SP-fractie

1

Waarom moest de overboeking van het geld via de rekening van het OM lopen?

Antwoord 1

Dit was bij de schikking met Cees H. overeengekomen. Ik doe geen mededelingen over de wijze waarop het OM in concrete zaken tot schikkingen komt en de overwegingen van betrokkenen hierbij. Dit zou nadelig kunnen zijn voor de bereidheid tot het aangaan van overeenkomsten met het OM.

2

Was het in die tijd gebruikelijk om dergelijke deals te sluiten zonder medeweten van de Belastingdienst en onder strikte geheimhouding?

Antwoord 2

Er valt geen informatie te genereren over de vraag of in de jaren 1995 tot en met 2001 vaker ontnemingsschikkingen buiten of met medeweten van de Belastingdienst zijn getroffen. De systemen van het OM zijn daarop niet ingericht.

3

Kan een reactie worden gegeven op de opmerking van hoogleraar belastingrecht Guido de Bont dat de Belastingdienst door de schikking met Cees H. bijna 6,5 miljoen euro is misgelopen? Klopt dit bedrag? En zo niet, hoe groot is volgens u het bedrag wat de Belastingdienst is misgelopen?

Antwoord 3

Voor wat betreft de in de uitzending vermelde fiscale aspecten van de schikking, merk ik het volgende op. De Staatssecretaris van Financiën heeft in het debat van 13 maart 2014 ook aangegeven dat de Belastingdienst thans niet meer over de benodigde gegevens beschikt. De periode waarin Cees H. eventueel criminele inkomsten kan hebben verkregen, is inmiddels ruwweg een kwart eeuw geleden. De schikking betrof strafbare feiten gepleegd in de periode 1989–1991. De Staatssecretaris van Financiën heeft in dat kader aangegeven dat het nog maar de vraag is of deze persoon in Nederland belastingplichtige was en dat niet bekend is of er, wanneer deze persoon hier of elders belastingplichtige was, over deze verdiensten ooit belasting is geheven. Daarmee staat dus niet vast of wel belasting over dit bedrag geheven had moeten worden.

De uitspraken in Nieuwsuur dat de Belastingdienst meer dan zes miljoen gulden is misgelopen, zijn voor mij onverifieerbaar bij gebrek aan feiten.

4

Kan een tijdlijn worden gegeven wie op welk moment op de hoogte was van de inhoud van deal en wie op welk moment toestemming moest en heeft gegeven voor het sluiten van de deal? Als er licht tussen de verschillende momenten zit, kan dan worden toegelicht hoe dat mogelijk is?

Antwoord 4

Het College heeft op 15 februari 2000 de inhoud van de ontnemingsschikking besproken, mede aan de hand van een advies van het BOOM. De ontnemingsschikking is op 15 juni 2000 ondertekend door Cees H. en zijn raadsman. In de zomer van 2000 heeft het College van procureurs-generaal met de ontnemingsschikking ingestemd, nadat deze nogmaals door het BOOM was bezien. De behandelend officieren van justitie, onder wie een lid van de Amsterdamse parketleiding, hebben de ontnemingsschikking blijkens hun aanbiedingsbrief op 17 augustus 2000 ondertekend. Hiermee is de ontnemingsschikking op 17 augustus 2000 definitief tot stand gekomen. Mijn ambtsvoorganger was in 1999 bekend met het feit dat met Cees H. onderhandelingen werden gevoerd, maar niet van de uitkomsten daarvan. Hij is in het kader van de beantwoording van de vragen van de leden Rietkerk en Van de Camp in 2002 door middel van een ambtsbericht van het College van procureurs-generaal van 4 april 2002 geïnformeerd over de in 2000 gesloten schikking. In dit ambtsbericht zijn geen bedragen genoemd. Wel is hij toen op de hoogte gebracht van de in de schikking overeengekomen geheimhoudingsbepaling.

5Kunt u onderbouwen hoe het volgens u mogelijk is dat al deze verwarring over de hoogte van het bedrag is ontstaan? Als u zich al baseerde op de informatie uit het verleden en de Kamerbrief van Minister Korthals in 2002, waarin het bedrag van 2 miljoen gulden is genoemd, erkent u inmiddels dat die 2 miljoen gulden nooit het bedrag geweest kán zijn omdat het aanvangskapitaal al hoger was en door rente in de jaren daarna alleen maar is gegroeid? Zo nee, wat is hiervoor uw verklaring?

Antwoord 5

In mijn eerdere brieven aan uw Kamer heb ik aangegeven dat, mocht als gevolg van mijn beantwoording in het debat van 13 maart 2014 (Handelingen II 2013/14, nr. 63, item 10), de indruk zijn gewekt dat ik over exacte betalingsgegevens beschikte, ik dat betreur. In het debat van 13 maart 2014 heb ik aangegeven dat ik geen onderzoek had gedaan naar de betreffende bankrekeningen. In het debat heb ik wel een rekensom gemaakt en die gebaseerd op de bedragen die waren vermeld in het advies van het Bureau Ontneming Openbaar Ministerie (BOOM) van 4 februari 2000 en op de afspraken tussen partijen, zoals neergelegd in de schikking, zoals bij uw Kamer bekend. Uit deze stukken bleek dat er ten tijde van de schikking ca. 2 miljoen gulden onder beslag lag. Deze 2 miljoen gulden, minus het schikkingsbedrag van 750.000 gulden, leverde een restant op van 1,25 miljoen gulden. Dit bedrag is door mij in het debat van 13 maart 2014 genoemd. Op dat moment beschikte ik echter niet over documentatie over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking.

6

Hoe is het mogelijk dat met alle gegevens die inmiddels gepubliceerd zijn over deze zaak, er desalniettemin geen enkel spoor van deze zaak of het dossier kan worden aangetroffen en er geen enkele kennis aanwezig is bij betrokkenen terwijl het hier gaat over een hele grote zaak die nog steeds een rol speelt in een andere rechtszaak? Kunt u hier een verklaring voor geven?

Antwoord 6

Met de betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd heeft een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie kunnen plaatsvinden. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

Vragen van de leden van de CDA-fractie

1

Kunt u de berekening bevestigen zoals door professor De Bont is gemaakt en getoond tijdens deze uitzending van Nieuwsuur d.d. 4 maart 2015, waarbij het uiteindelijke bedrag dat afgedragen had moeten aan de Belastingdienst(inkomsten- en vermogensbelasting), neerkomt op 3.222.068,99 euro?

2

Als u over het bedrag zoals genoemd in de vorige vraag een boete had moeten worden betaald door Cees H., kunt u aangeven dat zoals professor de Bont dit heeft aangetoond, dit zou neerkomen op een bedrag van 6.444.137,99 euro en dat het OM dus geen geld aan hem had hoeven over te maken maar Cees H. de Staat dit bedrag verschuldigd zou zijn?

3

Bent u nog steeds van mening dat het OM inzake de ontnemingsschikking met Cees H. gehandeld heeft binnen de toen geldende wet- en regelgeving en op geen enkele wijze sprake is geweest van belastingontduiking of belastingontwijking of medeplichtigheid hieraan?

Antwoord 1, 2 en 3

Voor wat betreft de in de uitzending vermelde fiscale aspecten van de schikking, merk ik het volgende op. De Staatssecretaris van Financiën heeft tijdens het debat van 13 maart 2014 opgemerkt dat de herkomst van dit geld niet kan worden vastgesteld. De Staatssecretaris van Financiën heeft in het debat van 13 maart 2014 ook aangegeven dat de Belastingdienst thans niet meer over de benodigde gegevens beschikt. De periode waarin Cees H. eventueel criminele inkomsten kan hebben verkregen, is inmiddels ruwweg een kwart eeuw geleden. De schikking betrof strafbare feiten gepleegd in de periode 1989–1991. De Staatssecretaris van Financiën heeft in dat kader aangegeven dat het nog maar de vraag is of deze persoon in Nederland belastingplichtige was en dat niet bekend is of er, wanneer deze persoon hier of elders belastingplichtige was, over deze verdiensten ooit belasting is geheven. Daarmee staat dus niet vast of wel belasting over dit bedrag geheven had moeten worden.

De uitspraken in Nieuwsuur dat de Belastingdienst meer dan zes miljoen gulden is misgelopen, zijn voor mij onverifieerbaar bij gebrek aan feiten.

4

Kunt u bevestigen dat wanneer het bedrag hetgeen Nieuwsuur d.d. 4 maart 2015 heeft vermeld daadwerkelijk overgemaakt zou zijn gemaakt aan Cees H., het College van procureurs-generaal van het OM toestemming verleend zou hebben destijds voor dit bedrag?

Antwoord 4

Nee. Het College heeft, zoals u weet, op basis van hem ter beschikking staande gegevens, gesproken over de ontnemingsschikking op basis van cijfers die hem door het BOOM zijn aangeleverd.

5

Tot welk bedrag had toenmalig officier van justitie Teeven een machtiging om een deal af te sluiten?

Antwoord 5

Beleid met betrekking tot de wijze waarop met ontnemingsschikkingen moest worden omgegaan was er destijds niet. De toenmalig zaaksofficier heeft zijn parketleiding en via deze, het College van procureurs-generaal, over de voorgenomen ontnemingsschikking geïnformeerd.

6

Klopt het dat de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie na afloop van het debat in de Tweede Kamer op 13 maart 2014 over de hoogte van het bedrag gesproken heeft met een directeur-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie?

Antwoord 6

Ja. Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van de uitvoering van de schikking.

7

Kunt u aangeven of de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in de uitoefening van zijn huidige ambt of als voormalig officier van Justitie die na afloop van het debat op 13 maart 2014 over de hoogte van het bedrag gesproken heeft met een directeur-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie?

Antwoord 7

Ja. Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van de uitvoering van de schikking gedeeld.

Daar de Staatssecretaris onder mijn verantwoordelijkheid valt en hij vanwege zijn portefeuille als Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in zijn dagelijkse werkzaamheden een eigenstandige relatie heeft met het OM, lag het op míjn weg om de Staatssecretaris te bevragen over zijn rol als toenmalige officier van justitie. Ik heb de heer Van Brummen geïnformeerd over de uitkomst van deze gesprekken. De heer Van Brummen heeft deze uitkomst betrokken bij zijn bevindingen.

8

Wat is er precies uitgewisseld over de hoogte van het bedrag in dit gesprek? Wilt u hierover navraag doen bij de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie? Waren er nog meer mensen aanwezig bij dit gesprek?

9

Bent u bereid navraag te doen bij de betreffende directeur-generaal om te verifiëren wat de hoogte van het bedrag is hetgeen aan bod zou zijn gekomen in dit gesprek? Kunt u de uitkomst van deze navraag delen met de Kamer?

Antwoord 8 en 9

Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van de uitvoering van de schikking.

De mededelingen van de Staatssecretaris zijn gedeeld met de heer Van Brummen. De heer Van Brummen heeft de herinneringen van de heer Teeven betrokken bij zijn bevindingen en vastgesteld dat de betrokkenen, inclusief de Staatssecretaris, onvoldoende herinneringen hebben aan de feitelijke financiële afwikkeling. Er konden, op basis van de bevindingen van de heer Van Brummen door mij geen onderbouwde uitspraken worden gedaan over de feitelijke financiële afwikkeling.

10

Klopt het dat het rekeningnummer 0192325728 ten tijde van de deal met Cees H. op naam van het arrondissementsparket Amsterdam stond? Wie beheerde dit rekeningnummer binnen het parket en was gemachtigd de Rabobank toestemming te geven tot overboeken van bedragen?

Antwoord 10

In 2002 stond de rekening op naam van «MvJ Arrondissement Amsterdam» en niet op naam van «Arrondissementsparket Amsterdam». De heer Van Brummen heeft gesproken met de toenmalige kasbeheerder van de Gerechtelijke diensten Amsterdam en heeft zijn bevindingen betrokken in zijn rapport, waarin ik uw Kamer vertrouwelijk inzage heb gegeven.

11

Wie heeft in de administratie van het arrondissementspakket Amsterdam zijn/haar handtekening gezet voor de overboeking van het bedrag aan Cees H?

13

Kunt u het arrondissementspakket vragen of zij de relevante rekeningoverzichten van de maand september 2001 nog heeft en kunt u hen vragen om deze te delen? Zo ja, kunt u de uitkomsten hiervan delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

14

Is in het nader onderzoek door het OM naar de financiële afwikkeling van de schikking in april en mei 2014 ook gesproken met medewerkers van het arrondissementspakket Amsterdam en/of mensen die daar destijds werkzaam waren? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit gesprek en kunt eventueel schriftelijk overlegde stukken delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 11, 13 en 14

De heer Van Brummen heeft in zijn onderzoek bij het arrondissementsparket Amsterdam geen documenten aangetroffen met informatie over de feitelijke financiële afwikkeling van de ontnemingsschikking. Er bleken geen schriftelijke of digitale bescheiden met betrekking tot de betaling beschikbaar. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

12

Kunt u zich tot de Rabobank wenden met de vraag of zij het rekeningoverzicht van de betreffende maand dan wel de specifieke datum van 10-09-2001 aan de regering kunnen sturen? Zo ja, kunt u de schriftelijke stukken die hieruit voortvloeien delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

16

Is in het nader onderzoek door het OM naar de financiële afwikkeling van de schikking in april en mei 2014 ook gesproken met medewerkers van de Rabobank om de afschriften boven tafel te krijgen? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit gesprek en kunt eventueel schriftelijk overlegde stukken delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 12 en 16

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek contact gehad met de Rabobank. Dit heeft echter geen gegevens over de betalingsafhandeling opgeleverd. In de informatie van Nieuwsuur heb ik aanleiding gezien contact op te nemen met de Rabobank. De Rabobank heeft nogmaals aangegeven dat dagafschriften uit 2001 niet meer beschikbaar zijn. De bank beziet nog of anderszins informatie over deze betaling achterhaald kan worden. Op het moment van afronding van het verslag van bevindingen zoals genoemd in het rapport van de ADR was hierop nog geen antwoord van de Rabobank ontvangen. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

15

Is in het nader onderzoek door het OM naar de financiële afwikkeling van de schikking in april en mei 2014 ook gesproken met leden van het College van procureurs-generaal die in de zomer van 2000 nogmaals met de schikking zouden hebben ingestemd? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit gesprek en kunt eventueel schriftelijk overlegde stukken delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 15

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek gesproken met zowel de heer De Wijkerslooth de Weerdesteyn, voormalig voorzitter van het College, als de heer Steenhuis, lid van het College verantwoordelijk voor de portefeuille ontneming. Daarbij zijn geen schriftelijke stukken gewisseld. De inhoud van die gesprekken heeft mede ten grondslag gelegen aan het rapport van de heer Van Brummen.

17

Is in het nader onderzoek door het OM naar de financiële afwikkeling van de schikking in april en mei 2014 ook gesproken met de autoriteiten in Luxemburg alsmede met medewerkers van financiële instellingen die het beheer hadden over de bevroren bankrekening van Cees H.? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit gesprek en kunt eventueel schriftelijk overlegde stukken delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

24

Bent u bereid te vragen aan de regering in Luxemburg of zij bereid is om de oude briefwisselingen en overboekingen uit deze zaak met Nederland te delen op vrijwillige basis? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 17 en 24

Er zijn voor het OM geen mogelijkheden om een vordering te doen aan de Luxemburgse autoriteiten teneinde informatie over individuele rekeningen van klanten van een Luxemburgse bank op te vragen, nu er bij gebreke van een strafrechtelijke procedure geen formele bevoegdheden bestaan om onderzoekshandelingen te verrichten. De strafzaak tegen Cees H. is immers onherroepelijk geworden en daarnaast is vanaf 2000 uitvoering gegeven aan de schikking. Dit betekent dat het OM niet meer als rechterlijke autoriteit vorderingen kan richten tot een buitenlandse autoriteit teneinde bepaalde informatie op te vragen. Gelet hierop en mede in het licht van de voor banken geldende geheimhoudingsplicht is er in het kader van het onderzoek van de heer Van Brummen geen contact geweest met Luxemburg. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

18

Is in het nader onderzoek door het OM naar de financiële afwikkeling van de schikking in april en mei 2014 ook gesproken met de advocaat Jan-Hein Kuijpers om meer duidelijkheid te krijgen? Zo ja, wat waren de uitkomsten van dit gesprek en kunt eventueel schriftelijk overlegde stukken delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 18

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek ook de advocaten van Cees H. gesproken, onder wie de heer Kuijpers. Beide advocaten beriepen zich tegenover Van Brummen op hun beroepsgeheim.

19

Kunt u aangeven of de heer van Brummen alleen onderzoek heeft verricht naar de financiële afwikkeling van de schikking of is hij hierbij ondersteund door andere leden van het OM dan wel het Ministerie van Veiligheid en Justitie?

Antwoord 19

Aan de heer Van Brummen is bijstand verleend door een medewerker van het Parket-Generaal van het OM.

20

Kunt u een overzicht verschaffen van alle personen met wie tijdens het onderzoek naar de financiële afwikkeling van de schikking is gesproken?

21

Met welke deskundigen heeft de heer van Brummen gesproken in zijn onderzoek over de in gebruik zijnde financiële systemen? Wat waren de uitkomsten van dit gesprek en kunt eventueel schriftelijk overlegde stukken delen met de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 20 en 21

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek met twintig personen gesproken die destijds bij de voorbereiding, de besluitvorming en de uitvoering van de schikking betrokken waren. Daarbij gaat het om de advocaten, toenmalig inhoudelijk betrokkenen bij het Openbaar Ministerie, onder wie medewerkers op het gebied van financiën en systeembeheer. Tevens is met rechercheurs van de FIOD gesproken. U heeft vertrouwelijk inzage gehad in het rapport en de daaraan gehechte lijst met gesprekspartners.

22

Is het onderzoek naar de financiële afwikkeling van de schikking gevraagd aan de heer Kuijpers wat de huidige verblijfplaats is van Cees H., ten einde bij Cees H. zelf navraag te kunnen doen naar schriftelijke stukken over de financiële afwikkeling van de schikking? Zo nee, waarom niet?

23

Is het onderzoek naar de financiële afwikkeling van de schikking er bij de heer Kuijpers op aangedrongen zijn cliënt te adviseren om schriftelijke stukken over de financiële afwikkeling van de schikking, vrij te geven? Zo nee: waarom niet?

Antwoord 22 en 23

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek contact gehad met de heer Kuijpers, raadsman van Cees H. De heer Kuijpers heeft zich daarbij beroepen op zijn beroepsgeheim. De heer Kuijpers treedt in deze zaak op als raadsman van Cees H. Het past mij in het licht van het beroep op het beroepsgeheim niet bij hem nader door te vragen naar de verblijfplaats van Cees H. of anderszins te proberen invloed uit te oefenen op de door hem en zijn cliënt ingenomen positie.

25

Bent u bereid alle stukken onder parketnummer 13/017023/93 vertrouwelijk ter inzage aan de Kamer te tonen?

Antwoord 25

Ik acht het van groot belang uw Kamer zo compleet mogelijk en feitelijk te informeren. Ik dien echter ook het belang van opsporing en vervolging in acht te nemen. Onder deze stukken, die ook door de heer Van Brummen bij zijn onderzoek zijn betrokken, bevinden zich echter geen documenten die een ander licht werpen op de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

26

Hoe reëel acht u de mogelijkheid dat later alsnog bankafschriften door derden worden overgelegd? Kunt u in dat geval voor 100% garanderen dat hierin hetzelfde bedrag wordt genoemd als u eerder naar de Kamer heeft gecommuniceerd?

Antwoord 26

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

27

Bent u bereid om een vertrouwenspersoon aan te stellen, waarbij interne klokkenluiders van het ministerie vertrouwelijk bewijsstukken kunnen inleveren over deze zaak, inclusief de vindplaats in de archieven of kunnen aangeven waar de stukken zich bevinden?

28

Wat is het algemeen geldende beleid binnen uw ministerie en binnen alle andere miniseries over het omgaan door medewerkers met door hen veronderstelde misstanden die niet getoond (kunnen of mogen) worden bij hun leidinggevenden?

29

Heeft u met Nieuwsuur contact gehad in de voorbereiding naar deze uitzending of na afloop van de uitzending? Wat was hiervan de uitkomst en zijn documenten gedeeld?

31

Hoe beoordeelt u het dat ambtenaren van uw ministerie alsmede medewerkers van het OM jegens Nieuwsuur informatie zouden hebben verschaft over de hoogte van het bedrag van de schikking met Cees H.?

32

Op welke wijze bevordert u dat ambtenaren van uw ministerie alsmede medewerkers van het OM u de informatie over de hoogte van de schikking doen toekomen na het indiening van deze vragen, informatie welke naar het schijnt wel is verschaft aan Nieuwsuur maar niet aan u?

33

Kunt u garanderen dat ambtenaren die gesproken hebben met Nieuwsuur en stukken hebben laten inzien, daarvan geen enkele negatieve gevolgen zullen ondervinden en bent u bereid om binnen uw ministerie en binnen het arrondissementspakket Amsterdam een publieke oproep te doen om alle beschikbare informatie te overleggen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 27 tot en met 33

Nieuwsuur heeft mijn departement op de ochtend van de uitzending geïnformeerd over de betalingsgegevens die in de uitzending zijn gepresenteerd. Nieuwsuur heeft ook geen documenten getoond in de uitzending en evenmin met mij gedeeld. Voorafgaand aan de uitzending is namens mij een eerste reactie gegeven aan Nieuwsuur.

De suggestie die wordt gewekt, namelijk dat dergelijke betalingskenmerken binnen mijn departement aanwezig waren en vervolgens aan de media zouden zijn verstrekt, kan ik niet bevestigen.

Los daarvan merk ik op dat voor ambtenaren een rijksbrede klokkenluidersregeling geldt, te weten het Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie. Dit besluit regelt de procedure voor het melden van misstanden – van welke aard dan ook – binnen de rijksoverheid, en voorziet in de aanstelling van een vertrouwenspersoon. Binnen mijn departement en de daaronder ressorterende dienstonderdelen zijn dergelijke vertrouwenspersonen aangesteld. Ook voorziet dit besluit in bescherming van de melder.

30

Heeft u Nieuwsuur gevraagd of zij screenshots hebben gemaakt van documenten die zij beweren te hebben ingezien en kunt u deze screenshots opvragen en met de Kamer delen?

Antwoord 30

Nee. Nieuwsuur heeft mijn departement op de ochtend van de uitzending geïnformeerd over de betalingsgegevens die in de uitzending zijn gepresenteerd. In de uitzending gaf Nieuwsuur aan dat zijn medewerkers documenten hebben ingezien en niet dat zij documenten in bezit hebben. Nieuwsuur heeft ook geen documenten getoond in de uitzending. In het algemeen heb ik in de media personen die beschikken over eventuele betalingsgegevens opgeroepen om deze openbaar te maken.

Vragen van de leden van de PVV-fractie

1

Bent u bereid informatie over de transactie bij het programma Nieuwsuur op te vragen, nu zij hebben aangegeven informatie over de transactie tussen Cees H. en het OM te hebben ingezien dan wel in handen te hebben? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1

Nieuwsuur heeft mijn departement op de ochtend van de uitzending geïnformeerd over de betalingsgegevens die in de uitzending zijn gepresenteerd. In de uitzending gaf Nieuwsuur aan dat zijn medewerkers documenten hebben ingezien en niet dat zij documenten in bezit hebben. Nieuwsuur heeft ook geen documenten getoond in de uitzending. In het algemeen heb ik in de media personen die beschikken over eventuele betalingsgegevens opgeroepen om deze openbaar te maken. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

2

Bent u bereid het bankafschrift op te (laten) vragen bij de Rabobank, nu de huidige advocaat van Cees H. zegt over een bankafschrift te beschikken en tijdens het televisieprogramma Pauw d.d. 4 maart 2015 heeft bevestigd dat het bedrag dat Nieuwsuur heeft genoemd (f. 4.710.6727,18) klopt met het bankafschrift, dan wel de gegevens, die hij zelf ook nog heeft? Zo nee, waarom niet?

3

Bent u bereid om (nogmaals) een diepgravend onderzoek te laten doen naar de aanwezigheid van documenten binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het OM om alsnog de door de Kamer verlangde duidelijkheid te verkrijgen over welk bedrag aan Cees H. is betaald? Zo ja, op welke termijn denkt u de Kamer hierover te kunnen informeren en de betreffende documenten aan de Kamer te doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2 en 3

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek contact gehad met de Rabobank. Dit heeft echter geen gegevens over de betalingsafhandeling opgeleverd. In de informatie van Nieuwsuur heb ik aanleiding gezien contact op te nemen met de Rabobank. De Rabobank heeft nogmaals aangegeven dat dagafschriften uit 2001 niet meer beschikbaar zijn. De bank beziet nog of anderszins informatie over deze betaling achterhaald kan worden. Op het moment van afronding van het verslag van bevindingen zoals genoemd in het rapport van de ADR was hierop nog geen antwoord van de Rabobank ontvangen. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

4

Hoe kunt u zo stellig beweren (zoals in de persverklaring van 4 maart 2015 staat opgenomen) dat ambtenaren binnen het OM en het departement geen kennis hebben van wat bij de afwikkeling van de schikking feitelijk zou zijn overgemaakt zo vlak na of zelfs tijdens de uitzending van Nieuwsuur van 4 maart 2015? Bent u in de gelegenheid geweest alle ambtenaren op het Ministerie van Veiligheid en Justitie en binnen het OM te spreken? Deelt u de mening dat deze vraag des te belangrijker is gelet op het feit dat zorgvuldigheid in deze kwestie is geboden, en daarbij ook het feit in ogenschouw nemend dat u in een eerder debat op 13 maart 2014 tegen de Kamer heeft gezegd: «Het is ook een kwestie van vertrouwen.» Zo ja, is de zorgvuldigheid gediend met het uitgaan van een dergelijke persverklaring die impliceert dat alle ambtenaren zijn gesproken?

Antwoord 4

De suggestie die wordt gewekt, namelijk dat dergelijke gegevens binnen mijn departement aanwezig waren en vervolgens aan de media zouden zijn verstrekt, kan ik niet bevestigen.

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek met twintig personen gesproken die destijds bij de voorbereiding, de besluitvorming en de uitvoering van de schikking betrokken waren. U heeft vertrouwelijk inzage gehad in het rapport en de daaraan gehechte lijst met gesprekspartners.

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

5

Deelt u de mening dat doordat in persverklaring is te lezen dat er helaas geen helderheid kan worden verschaft over de financiële afwikkeling van de schikking en dat altijd de mogelijkheid blijft bestaan dat bankafschriften alsnog door derden worden overgelegd, hiermee wordt erkend dat er nog wel degelijk bankafschriften zijn? Bent u bereid er alles aan te doen deze bankafschriften alsnog boven tafel te krijgen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

6

Hoe kwalificeert u de getoonde transactiegegevens in de uitzending van Nieuwsuur (Bedrag: fl. 4.710.627,18, datum: 10-09-2001, bankrekening: 0192325728 DS 521 Arr. Parket Amsterdam, Onder vermelding van: C.J. Hxxxxx, Parketnummer: 13/017023/93)? Zijn deze gegevens u bekend? Zo nee, bent u bereid de juistheid van deze gegevens te (laten) onderzoeken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

Vragen van de leden van de D66-fractie

1

Bestaat het dossier met parketnummer 13/017023/93 nog? Zo ja, wat bevindt zich precies in dit dossier? Zo nee, wanneer (datum) is dit parketnummer uit de justitie-administratie gewist?

Antwoord 1

Het dossier met dat parketnummer is bewaard gebleven conform het BSD rechterlijke macht. Ook het ontnemingsdossier is bewaard gebleven maar de hoogte van het bedrag dat aan Cees H is overgemaakt is daaruit niet af te leiden. Ik acht het van groot belang uw Kamer zo compleet mogelijk en feitelijk te informeren. Ik dien echter ook het belang van opsporing en vervolging in acht te nemen. Onder deze stukken, die ook door de heer Van Brummen bij zijn onderzoek zijn betrokken, bevinden zich echter geen documenten die een ander licht werpen op de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

2

Bevindt het kenmerk 000199544 zich nog steeds in de justitie-administratie? Zo ja, welke informatie hangt aan dit kenmerk? Zo nee, wanneer (datum) is dit kenmerk uit de justitie-administratie gewist?

Antwoord 2

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

3

Wie is eindverantwoordelijk voor de justitie-administratie en het bewaren van justitiële gegevens?

Antwoord 3

De eindverantwoordelijkheid van de justitie-administratie ligt bij de Minister van Veiligheid en Justitie.

4

Is Rabobank rekeningnummer 0192325728 nog steeds in gebruik bij het OM?

Antwoord 4

Nee, dit rekeningnummer is bij het OM niet meer in gebruik als gevolg van wisseling van huisbankier.

5

Heeft u of de heer Van Brummen contact opgenomen met de Rabobank en verzocht om te bezien of de overschrijving op 10 september 2001 van het rekeningnummer 0192325728 van het OM te achterhalen is? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, waarom heeft u geen contact opgenomen met de Rabobank?

Antwoord 5

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek contact gehad met de Rabobank. Dit heeft echter geen gegevens over de betalingsafhandeling opgeleverd. In de informatie van Nieuwsuur heb ik aanleiding gezien contact op te nemen met de Rabobank. De Rabobank heeft nogmaals aangegeven dat dagafschriften uit 2001 niet meer beschikbaar zijn. De bank beziet nog of anderszins informatie over deze betaling achterhaald kan worden. Op het moment van afronding van het verslag van bevindingen zoals genoemd in het rapport van de ADR was hierop nog geen antwoord van de Rabobank ontvangen. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

6

Heeft u of de heer Van Brummen contact opgenomen met de ABN AMRO en verzocht om te bezien of de overschrijving op 10 september 2001 van Rabobank rekeningnummer 0192325728 van het OM naar een rekening van Cees H. bij ABN AMRO te Haarlem met in ieder geval de rekeningnummercijfers 43583 (...) zoals vermeld in de schikkingsovereenkomst, te achterhalen is? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, waarom heeft u geen contact opgenomen met de bank?

Antwoord 6

De heer Van Brummen heeft in het kader van zijn onderzoek ook contact gehad met de ABN-AMRO bank. In het rapport is aangegeven dat feitelijk (bewaartermijn van 7 jaar) en om juridische redenen geen gegevens konden worden verkregen. Ten aanzien van de ABM-AMRO is daarbij namelijk van belang dat het niet om inzage van eigen gegevens zou gaan, maar gegevens van een derde, waartoe in dit geval geen bevoegdheid bestaat. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

7

Heeft u tijdens uw gesprek met Staatssecretaris Teeven expliciet gevraagd naar het bedrag dat bij de schikkingsovereenkomst aan Cees H is overgemaakt? Zo ja, wat was het precieze antwoord van de Staatssecretaris? Zo nee, wat heeft u precies aan de Staatssecretaris gevraagd?

14

Hoe verhoudt de uitspraak: «U weet niet alles en ik wel. Misschien komt het nog een keer naar boven en dan zal u het ook begrijpen.» van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 maart 2014 zich tot uw verklaring dat de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie onvoldoende herinnering heeft om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking?

Antwoord 7 en 14

Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van de uitvoering van de schikking. De heer Van Brummen heeft de herinneringen van de heer Teeven betrokken bij zijn bevindingen en vastgesteld dat de betrokkenen, inclusief de Staatssecretaris, onvoldoende herinneringen hebben aan de feitelijke financiële afwikkeling.

Er konden,op basis van de bevindingen van de heer Van Brummen door mij geen onderbouwde uitspraken worden gedaan over de feitelijke financiële afwikkeling.

Zoals ik u in mijn brief van 9 juli 2014 heb medegedeeld, zagen de in vraag 14 bedoelde uitspraken van de heer Teeven op de schikking en op andere zaken die de Staatssecretaris tijdens zijn loopbaan als officier van justitie had behandeld en niet zozeer op de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking (Kamerstuk 33 750 VI, nr. 132). Op dat laatste zag het onderzoek van de heer Van Brummen.

8

Waarom heeft u onderzoeker Van Brummen niet laten aanschuiven bij het gesprek tussen u en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie?

Antwoord 8

Ja. Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van de uitvoering van de schikking. Daar de Staatssecretaris onder mijn verantwoordelijkheid valt en hij vanwege zijn portefeuille als Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie in zijn dagelijkse werkzaamheden een eigenstandige relatie heeft met het OM, lag het op míjn weg om de Staatssecretaris te bevragen over zijn rol als toenmalige officier van justitie. Ik heb de heer Van Brummen geïnformeerd over de uitkomst van deze gesprekken. De heer Van Brummen heeft deze uitkomst betrokken bij zijn bevindingen.

9

Beschikt u over informatie waarom toenmalig officier van justitie Teeven destijds een schikkingsovereenkomst is aangegaan met Cees H.? Heeft u de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie daar expliciet naar gevraagd? Zo ja, wat was de reden? Zo nee, waarom is dit niet expliciet aan de Staatssecretaris gevraagd?

Antwoord 9

Het OM heeft er vanwege de bewijslast betreffende de relatie tussen het vermogen en de bewezen verklaarde feiten en vanwege de toen geldende ontnemingswetgeving, voor gekozen om een schikking aan te gaan.

10

Beschikt u over informatie waarom de toenmalig officier van justitie de heer Teeven in de schikkingsovereenkomst heeft laten opstellen dat volstrekte geheimhouding over deze schikking moest worden betracht en zowel direct als indirect geen mededelingen mochten worden gedaan naar de Belastingdienst? Heeft u de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie daar expliciet naar gevraagd? Zo ja, wat was zijn precieze, woordelijke reactie? Zo nee, waarom is dit niet expliciet aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie gevraagd?

Antwoord 10

Ik doe geen mededelingen over de wijze waarop het OM in concrete zaken tot overeenkomsten komt en de overwegingen van betrokkenen hierbij. Ik, en een directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de financiële aspecten van de uitvoering van de schikking. Dit onderzoek ging slechts over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking en niet over andere aspecten van de schikking. De clausule over de geheimhouding is in dit gesprek derhalve niet aan de orde gekomen.

11

Wat is precies de wettelijke bewaartermijn voor justitiële documenten zoals schikkingsovereenkomsten?

12

Bent u van mening dat de Archiefwet in dezen is nageleefd? Zo ja, op grond van welke feiten en wetsartikel meent u deze conclusie te kunnen trekken?

Antwoord 11 en 12

De Archiefwet is nageleefd. De schikking met Cees H. is bewaard gebleven. Uw Kamer is reeds met de inhoud van de schikking bekend. Zoals ik uw Kamer in mijn brief van 16 december 2014 heb laten weten stelt het Basisselectiedocument Rechterlijke macht (BSD Rechterlijke macht, Stcrt. 2007, 5) regels voor bewaring en vernietiging van documenten van (onder meer) zowel de Rechtspraak als het OM.4

Definitieve schikkingen als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering alsmede de tenuitvoerlegging daarvan vallen nu niet onder de reikwijdte van het BSD Rechterlijke macht. Gelet op de ratio van dit BSD, namelijk dat de kern van een zaak aan de hand van de te bewaren stukken moet kunnen worden gereconstrueerd, heeft het College van procureurs-generaal (het College) bij de Mandaatgroep archieven Rechterlijke Macht van de Rechtspraak het verzoek ingediend om het BSD Rechterlijke macht op dit punt aan te passen. Dit wil zeggen dat is voorgesteld om naar analogie van ontnemingsbeslissingen als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht tevens in het BSD Rechterlijke macht op te nemen dat definitieve ontnemingsschikkingen als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering permanent door het OM moeten worden bewaard. Daarnaast is voorgesteld om naar analogie van de documenten van het OM inzake de tenuitvoerlegging van ontnemingsbeslissingen – dit betreft dus de inning van zulke beslissingen en niet de beslissingen zelf – aan documenten van het OM die betrekking hebben op de tenuitvoerlegging van schikkingen, in het BSD dezelfde vernietigingstermijn van 10 jaar te verbinden. Gevolg van de voorgestelde wijzigingen is dat op schikkingen ook de hiervoor genoemde algemene regel van het Archiefbesluit van toepassing wordt dat van vernietiging zijn uitgezonderd de zaken waarover politieke of maatschappelijke onrust bestond of zaken die internationaal, landelijk, regionaal of lokaal ophef hebben veroorzaakt. Documenten die betrekking hebben op dergelijke gevoelige ontnemingsschikkingen worden dan permanent door het OM bewaard.

De Rechtspraak neemt de betrekkelijk eenvoudig voorgestelde wijzigingen meteen mee in een algehele actualisatie van het BSD Rechterlijke macht waaraan op dit moment wordt gewerkt en die alle rechtsgebieden omvat. Verwacht wordt dat het geactualiseerde BSD Rechterlijke macht aan het eind van 2015 door de Rechtspraak aan de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen zal worden voorgelegd, onder wiens verantwoordelijkheid de wet- en regelgeving die is gebaseerd op de Archiefwet 1995 valt. Met het in mijn brief van 16 december 2014 genoemde verzoek van het OM aan de hoofden van de parketten om ontnemingsschikkingen langdurig te archiveren, loopt het OM aldus in de praktijk vooruit op de reeds in gang gezette aanpassing van het BSD Rechterlijke macht.

Wat betreft de tenuitvoerlegging van ontnemingsbeslissingen en -schikkingen betreft, geldt het volgende. Het CJIB is tegenwoordig onder meer belast met de inning van het wederrechtelijk verkregen voordeel zoals bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en de inning van schikkingen als bedoeld in artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering. Het CJIB kent een eigen Basisselectiedocument (BSD CJIB, Stb. 2006, 7) waarin voor het CJIB regels zijn gesteld omtrent het bewaren en vernietigen van documenten die betrekking hebben op de diverse innings- en executietaken. In het BSD CJIB is bepaald dat documenten die zien op de inning van het wederrechtelijk verkregen voordeel en van ontnemingsschikkingen na 5 jaar moeten worden vernietigd, zoals ook voor andere innings- en executietaken van het CJIB geldt. Daarnaast is, net als in het BSD Rechterlijke macht, in het BSD CJIB de algemene regel uit de Archiefwet 1995 opgenomen dat documenten in zaken waarover politieke of maatschappelijke onrust bestond of zaken die internationaal, landelijk, regionaal of lokaal ophef hebben veroorzaakt, van vernietiging zijn uitgezonderd en dus permanent worden bewaard. Ik heb uw Kamer laten weten dat het BSD CJIB, anders dan het BSD Rechterlijke macht, geen aanpassing behoeft.

13

Was uw ambtsvoorganger op de hoogte gesteld door het OM van de uiteindelijke exacte schikking die met Cees H. is overeengekomen en onder welke precieze voorwaarden, zoals het exacte bedrag en de geheimhoudingsclausule?

Antwoord 13

Mijn toenmalige ambtsvoorganger was in 1999 bekend met het feit dat met Cees H. onderhandelingen werden gevoerd, maar niet van de uitkomsten daarvan. Hij is in het kader van de beantwoording van de vragen van de leden Rietkerk en Van de Camp in 2002 door middel van een ambtsbericht van het College van procureurs-generaal van 4 april 2002 geïnformeerd over de in 2000 gesloten schikking. In dit ambtsbericht zijn geen exacte bedragen genoemd. Wel is hij toen op de hoogte gebracht van de in de schikking overeengekomen geheimhoudingsbepaling.

Vragen van de leden van de ChristenUnie-fractie

1

Bieden de gegevens van Nieuwsuur, zoals het rekeningnummer, kenmerk en het parketnummer mogelijkheden om alsnog na te gaan welk bedrag is overgemaakt?

Antwoord 1

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

2

Kunt u inzicht geven in het dossier met parketnummer

13/017023/93? Zo nee, is het geheel vernietigd en wanneer? Wie heeft daartoe opdracht gegeven?

Antwoord 2

Het dossier met dat parketnummer is bewaard gebleven conform het BSD rechterlijke macht. Ook het ontnemingsdossier is bewaard gebleven maar de hoogte van het bedrag dat aan Cees H is overgemaakt is daaruit niet af te leiden. Ik acht het van groot belang uw Kamer zo compleet mogelijk en feitelijk te informeren. Ik dien echter ook het belang van opsporing en vervolging in acht te nemen. Onder deze stukken, die ook door de heer Van Brummen bij zijn onderzoek zijn betrokken, bevinden zich echter geen documenten die een ander licht werpen op de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden. Het OM is in zijn vordering in deze zaak in 2002 op zijn verzoek niet ontvankelijk verklaard.

3

Hoe is bij deze deal rekening gehouden met de bevindingen van de commissie-Kalsbeek?

Antwoord 3

De Tijdelijke commissie evaluatie opsporingsmethoden, de commissie Kalsbeek, deed onder andere de aanbeveling dat nadere besluitvorming noodzakelijk was over de reikwijdte van de mogelijke afspraken met criminelen. Deze aanbeveling zag op afspraken om te komen tot toetsbare getuigenverklaringen. Dit is een andere kwestie dan aan de orde was bij de schikking met Cees H.

4

Is er alsnog vervolging vanwege fiscale fraude mogelijk?

Antwoord 4

Voor wat betreft de in de uitzending vermelde fiscale aspecten van de schikking, merk ik het volgende op. De Staatssecretaris van Financiën heeft in het debat van 13 maart 2014 ook aangegeven dat de Belastingdienst thans niet meer over de benodigde gegevens beschikt. De periode waarin Cees H. eventueel criminele inkomsten kan hebben verkregen, is inmiddels ruwweg een kwart eeuw geleden. De schikking betrof strafbare feiten gepleegd in de periode 1989–1991. De Staatssecretaris van Financiën heeft in dat kader aangegeven dat het nog maar de vraag is of deze persoon in Nederland belastingplichtige was en dat niet bekend is of er, wanneer deze persoon hier of elders belastingplichtige was, over deze verdiensten ooit belasting is geheven. Daarmee staat dus niet vast of wel belasting over dit bedrag geheven had moeten worden.

Daarnaast bedraagt de verjaringstermijn voor fiscale feiten 12 jaar.

5

Heeft u in het afgelopen jaar nog nieuwe aanvullende informatie ten opzichte van de bevindingen van Van Brummen over deze deal ontvangen?

Antwoord 5

Nieuwsuur heeft mijn departement op 5 maart 2015 geïnformeerd over de betalingsgegevens die in de uitzending zijn gepresenteerd. Voor het overige heb ik na het rapport Van de heer Van Brummen geen nieuwe informatie ontvangen met betrekking tot de schikking en de financiële afhandeling daarvan. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

6

Waren er afspraken indien het over te maken bedrag anders was dan datgene waar het College van procureurs-generaal toestemming voor gaf? Zo ja, wat is daarmee in deze zaak gebeurd? Zo nee, hoe is dat op dit moment geregeld?

Antwoord 6

Nee, er waren geen afspraken. Op dit moment geldt de Aanwijzing afpakken.

7

Welke reactie heeft u op de weergave van de gebeurtenissen in het artikel: «Justitie: bankafschriften vermoedelijk van Cees H.», (De Telegraaf, 5 maart 2015) en het artikel: «Opstelten onder vuur door deal» (NRC, 5 maart 2015)?

8

Klopt het dat door u altijd is gesproken over 2 miljoen gulden en nimmer over de 2,3 miljoen die vandaag in de Telegraaf en NRC genoemd werd? Zo nee, waar blijkt dat uit?

Antwoord 7 en 8

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden. Over de opbouw van dit bedrag kan hieruit echter niets worden afgeleid. De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft mij medegedeeld dat op 5 maart 2015 de heer Van Brummen is verzocht de concrete betalingsgegevens die in het programma Nieuwsuur werden gepresenteerd, te duiden in het licht van de bevindingen van zijn onderzoek. De heer Van Brummen heeft hierop op 9 maart 2015 schriftelijk aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal medegedeeld dat – als gevolg van rente op de depositorekening en de rekening courant en waardestijging van de effectenrekening – een substantiële waardevermeerdering over de periode van 1993 tot 2000 van het door hem vastgestelde bedrag geenszins onmogelijk is.

9

Wat viel er onder de noemer goederen in de navolgende uitspraak van u tijdens het debat met de Kamer in maart 2014: «In de loop van dat onderzoek is de waarde van de goederen waarop beslag was gelegd, gedaald tot circa 2 miljoen gulden. Uiteindelijk heeft het OM vanwege de bewijslast betreffende de relatie tussen het vermogen en de bewezen verklaarde feiten ervoor gekozen om een schikkingsonderhandeling aan te gaan. Dit heeft geleid tot de schikking ter hoogte van 750.000 gulden.» Waren dat alleen de bankrekeningen van betrokkene of betrof het ook zijn vastgoed?

Antwoord 9

De uitspraak over de waarde van het beslag dat ten tijde van instemming met de schikking 2 miljoen gulden zou bedragen, was gebaseerd op het advies van het BOOM. Dit advies geeft geen duidelijke specificaties van de opbouw van dit bedrag.

10

Hoe beoordeelt u het antwoord van Minister Korthals op de schriftelijke vragen van de Kamerleden Rietkerk en Van de Camp dat: «(...) de hoogte van de bij betrokkene aangetroffen vermogensbestanddelen, die ten tijde van de schikkingsovereenkomst f 2.000.000,– bedroegen (...).» Hoe verhoudt zich dit tot de huidige genoemde bedragen (Aanhangsel Handelingen II 2001/02, nr. 1017)?

Antwoord 10

In mijn eerdere brieven aan uw Kamer heb ik aangegeven dat, mocht als gevolg van mijn beantwoording in het debat van 13 maart 2014, de indruk zijn gewekt dat ik over exacte betalingsgegevens beschikte, ik dat betreur. In het debat van 13 maart 2014 heb ik aangegeven dat ik geen onderzoek had gedaan naar de betreffende bankrekeningen. In het debat heb ik wel een rekensom gemaakt en die gebaseerd op de bedragen die waren vermeld in het advies van het Bureau Ontneming Openbaar Ministerie (BOOM) van 4 februari 2000 en op de afspraken tussen partijen, zoals neergelegd in de schikking, zoals bij uw Kamer bekend. Uit deze stukken bleek dat er ten tijde van de schikking ca. 2 miljoen gulden onder beslag lag. Deze 2 miljoen gulden, minus het schikkingsbedrag van 750.000 gulden, leverde een restant op van 1,25 miljoen gulden. Dit bedrag is door mij in het debat van 13 maart 2014 genoemd. Op dat moment beschikte ik echter niet over documentatie over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking.

De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft mij medegedeeld dat op 5 maart 2015 de heer Van Brummen is verzocht de concrete gegevens die in het programma Nieuwsuur werden gepresenteerd, te duiden in het licht van de bevindingen van zijn onderzoek. De heer Van Brummen heeft hierop op 9 maart 2015 schriftelijk aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal medegedeeld dat – als gevolg van rente op de depositorekening en de rekening courant en waardestijging van de effectenrekening – een substantiële waardevermeerdering over de periode van 1993 tot 2000 van het door hem vastgestelde bedrag geenszins onmogelijk is.

11

Welke verklaring heeft u voor het genoemde bedrag van 2 miljoen gulden door Minister Korthals in 2002 en u in 2014 en de 2,3 miljoen die nu zowel in NRC Handelsblad en De Telegraaf als uitgangspunt worden genomen?

Antwoord 11

Ik kan het bedrag van 2,3 miljoen gulden niet relateren aan mij bekende gegevens en kan derhalve ook niet verklaren hoe de genoemde kranten dit bedrag als uitgangspunt hebben genomen.

De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft mij medegedeeld dat op 5 maart 2015 de heer Van Brummen is verzocht de concrete gegevens die in het programma Nieuwsuur werden gepresenteerd, te duiden in het licht van de bevindingen van zijn onderzoek. De heer Van Brummen heeft hierop op 9 maart 2015 schriftelijk aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal medegedeeld dat – als gevolg van rente op de depositorekening en de rekening courant en waardestijging van de effectenrekening – een substantiële waardevermeerdering over de periode van 1993 tot 2000 van het door hem vastgestelde bedrag geenszins onmogelijk is.

12

Kunt u schetsen voor welk bedrag in 1993 beslag is gelegd en hoe dit bedrag tot de schikkingsovereenkomst waarschijnlijk is gegroeid dan wel afgenomen?

Antwoord 12

De heer Van Brummen heeft in zijn onderzoek documenten aangetroffen waaruit naar voren komt dat de bankrekeningen en de daaraan gekoppelde effectenrekeningen die zijn genoemd in de schikking met Cees H. in 1993 een waarde vertegenwoordigden van fl. 2.945.101,45. De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft mij medegedeeld dat op 5 maart 2015 de heer Van Brummen is verzocht de concrete gegevens die in het programma Nieuwsuur werden gepresenteerd, te duiden in het licht van de bevindingen van zijn onderzoek. De heer Van Brummen heeft hierop op 9 maart 2015 schriftelijk aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal medegedeeld dat – als gevolg van rente op de depositorekening en de rekening courant en waardestijging van de effectenrekening – een substantiële waardevermeerdering over de periode van 1993 tot 2000 van het door hem vastgestelde bedrag geenszins onmogelijk is.

13

Hoe hard vindt u het bewijs dat Nieuwsuur geeft ten aanzien van het bedrag van 4,7 miljoen, gebaseerd op meerdere bronnen?

Antwoord 13

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

Vragen van de leden van de GroenLinks-fractie

1

Klopt de weergave van de betaalgegevens, zoals vermeld door Nieuwsuur? Klopt de bewering van Nieuwsuur dat deze gegevens berusten op informatie van bronnen binnen het OM en het Ministerie van Veiligheid en Justitie? Zo ja, hoe kan deze informatie nu wél achterhaald worden, terwijl eerder beweerd is dat er geen relevante documenten meer voorhanden zijn over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking? Zo nee, waar komt deze specifieke informatie dan wel vandaan, in de wetenschap dat de toenmalige advocaten van Cees H. zich op hun beroepsgeheim beroepen, maar de juistheid van deze gegevens wel bevestigen?

Antwoord 1

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

2

Hoe verhoudt zich de door u omarmde constatering van de heer Van Brummen dat er «geen administratie – extern noch intern – beschikbaar is over de feitelijke financiële afwikkeling van de op 17 augustus 2000 tot stand gekomen schikking» tot de bewering van de toenmalige advocaat Kuiper van Cees H. in het televisieprogramma Pauw dat het bonnetje in zijn binnenzak zou zitten en de eerdere bewering van de kantoorgenoot van advocaat Kuijpers, de heer Doedens (Volkskrant 4 april 2014), dat «de overschrijving» van 10 september 2001 waar het OM bijna 5 miljoen gulden overmaakte tijdens het interview voor hem lag? Zijn deze advocaten door de heer Van Brummen gehoord en wat hebben zij verklaard?

Antwoord 2

Het onderzoek van de heer Van Brummen heeft geen bankafschriften opgeleverd die betrekking hebben op de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking als gevolg van verlopen bewaartermijnen en veranderingen van ICT-systemen. De heer Van Brummen heeft ook de advocaten van Cees H. gesproken. Deze beriepen zich op hun beroepsgeheim. De heer van Brummen heeft uiteindelijk geconcludeerd dat geen onderbouwde uitspraken kunnen worden gedaan over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking. De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

3

Hoe zijn alle documenten, besprekingen, afspraken etc. die betrekking hebben op deze schikking geregistreerd? Bent u bereid alle bescheiden die betrekking hebben op deze schikken vertrouwelijk ter inzage te leggen bij de Kamer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3

Zoals ik eerder heb aangegeven is nog slechts beperkt informatie beschikbaar over de totstandkoming van de schikking. De belangrijkste documenten die daarover thans ter beschikking staan zijn de schikkingsovereenkomst, het BOOM-advies en het rapport van de heer Van Brummen. Van deze documenten heeft u vertrouwelijk kennis kunnen nemen.

Vragen van de leden van de SGP-fractie

1

Wat waren de toenmalige regels ten aanzien van het aangaan van deals met criminelen? Is in deze zaak gehandeld in lijn met deze regels?

2

Was het destijds verplicht om te overleggen met de Belastingdienst over een af te sluiten deal met criminelen? Op welke niveau diende goedkeuring gegeven te worden aan een dergelijke deal? Moesten ook de Minister van Financiën en de Minister van Justitie op de hoogte gesteld worden van de inhoud van een dergelijke deal?

7

Had de deal met deze crimineel onder de destijds geldige regels zo gemaakt mogen worden?

Antwoord 1, 2 en 7

Het OM handelde bij de schikking binnen de toen geldende wet- en regelgeving. Noch de Minister van Justitie, noch de Minister van Financiën hoefde op de hoogte te worden gesteld van de schikking. Ten tijde van het aanhangig maken van de ontnemingsvordering bij de rechtbank in 1994 bestond er nog geen OM-beleid dat betrekking had op strafvordering in ontnemingszaken. Ten tijde van de totstandkoming van de schikking diende slechts bij schikkingen van meer dan 1 miljoen gulden altijd het College van procureurs-generaal gekend te worden.

In de destijds geldende Ontnemingsrichtlijn was verder bepaald dat – in het geval van een voornemen tot schikking met een ontnemingscomponent – de officier van justitie overleg pleegde met de fraudecoördinator van de desbetreffende belastingeenheid. Deze afspraken over afstemming met de Belastingdienst waren in deze richtlijn neergelegd om te voorkomen dat de veroordeelde belastingplichtige, nadat deze een ontnemingsschikking met een ontnemingscomponent is aangegaan, achteraf alsnog wordt geconfronteerd met belastingheffing over het wederrechtelijk verkregen vermogen, dat door hem aan het OM is afgestaan. Deze afspraken hadden derhalve een specifiek doel en dienden er niet toe om in algemene zin de Belastingdienst te informeren. Het OM heeft afgewogen dat in dit geval afstemming als bedoeld in de richtlijn achterwege kon blijven.

3

Wat zijn de huidige regels ten aanzien van deals met criminelen? Hoe wordt binnen de huidige regels voorkomen dat de Belastingdienst nadeel ondervindt van een (geheime) deal?

4

In hoeverre past het verzwijgen van een voor de Belastingdienst nadelige deal met een crimineel binnen een beleid dat uitgaat van de eenheid van het kabinetsbeleid en daaraan verbonden ook het gezamenlijk belang dat er voldoende belastinginkomsten binnenkomen?

5

Hoe is het belang van de Staat gewaarborgd bij de belastingheffing?

6

In hoeverre is daarbij nog een afweging of er andere bijkomende voordelen voor de Staat zijn, bijvoorbeeld het verkrijgen van informatie over andere strafzaken?

8

Zou deze deal op vergelijkbare wijze denkbaar zijn binnen het huidige wettelijke stelsel?

Antwoord 3, 4, 5, 6 en 8

Het afstemmen met ketenpartners zoals de Belastingdienst is in de huidige tijd de standaard-werkwijze, die is neergelegd in de beleidsregels van het OM. Bij het terugvorderen en afpakken wordt opgetreden als één overheid. Ketensamenwerking staat bij het afpakken centraal. In de huidige OM-aanwijzing Afpakken wordt expliciet gewezen op de rol die andere overheden en ook benadeelde partijen daarin kunnen hebben. Vanuit het oogpunt van effectiviteit loont het om steeds te bezien welke mogelijkheden andere diensten hebben. Afstemming met de Belastingdienst kan daarnaast samenloop van ontneming en belastingheffing voorkomen. Het belang van de Staat bij belastingheffing is daarmee voldoende gewaarborgd. Andere afwegingen spelen hierbij geen rol.

Vragen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie

1

Hoe kunnen bonnetjes waarvan u zegt dat ze zoek waren, nu wel beschikbaar zijn bij Nieuwsuur?

2

Hoe kan er een gat van 3,45 miljoen gulden zit tussen het bedrag dat aan de Tweede Kamer gemeld is en wat Cees H. daadwerkelijk zelf heeft mogen houden?

3

Bent u van opvatting dat er onjuiste informatie verstrekt is in de uitzending van Nieuwsuur d.d. 4 maart 2015?

Antwoord 1, 2 en 3

In mijn eerdere brieven aan uw Kamer heb ik aangegeven dat, mocht als gevolg van mijn beantwoording in het debat van 13 maart 2014, de indruk zijn gewekt dat ik over exacte betalingsgegevens beschikte, ik dat betreur. In het debat van 13 maart 2014 heb ik aangegeven dat ik geen onderzoek had gedaan naar de betreffende bankrekeningen. In het debat heb ik wel een rekensom gemaakt en die gebaseerd op de bedragen die waren vermeld in het advies van het Bureau Ontneming Openbaar Ministerie (BOOM) van 4 februari 2000 en op de afspraken tussen partijen, zoals neergelegd in de schikking, zoals bij uw Kamer bekend. Uit deze stukken bleek dat er ten tijde van de schikking ca. 2 miljoen gulden onder beslag lag. Deze 2 miljoen gulden, minus het schikkingsbedrag van 750.000 gulden, leverde een restant op van 1,25 miljoen gulden. Dit bedrag is door mij in het debat van 13 maart 2014 genoemd. Op dat moment beschikte ik echter niet over documentatie over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking.

De voorzitter van het College van procureurs-generaal heeft mij medegedeeld dat op 5 maart 2015 de heer Van Brummen is verzocht de concrete gegevens die in het programma Nieuwsuur werden gepresenteerd, te duiden in het licht van de bevindingen van zijn onderzoek. De heer Van Brummen heeft hierop op 9 maart 2015 schriftelijk aan de voorzitter van het College van procureurs-generaal medegedeeld dat – als gevolg van rente op de depositorekening en de rekening courant en waardestijging van de effectenrekening – een substantiële waardevermeerdering over de periode van 1993 tot 2000 van het door hem vastgestelde bedrag geenszins onmogelijk is.

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden. Over de opbouw van dit bedrag kan hieruit echter niets worden afgeleid.

4

Welke consequenties bent u bereid te verbinden aan het feit dat de Kamer onjuist geïnformeerd is?

Antwoord 4

De stelling dat ik uw Kamer eerder onjuist geïnformeerd zou hebben over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking, deel ik niet. Voor een toelichting hierop verwijs ik u naar het algemene deel van deze brief alsmede de reeds door mij gegeven antwoorden op vragen van uw Kamer.

5

Is er sprake van voortschrijdend inzicht in het dossier, zodanig dat u nu ook over informatie beschikt die niet eerder gedeeld kon worden? Zo ja, was dit informatie waarover u wel beschikte, maar niet kon delen en waarom? Zo nee, was u dan op de hoogte van de informatie zoals die is gepresenteerd door Nieuwsuur?

Antwoord 5

Het presenteren van specifieke betalingsgegevens uit 2001 in de recente uitzending van Nieuwsuur betrof een nieuwe ontwikkeling in deze zaak. Deze gegevens hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

Vragen van de leden van de groep Bontes/Van Klaveren

1

Heeft het college van procureurs-generaal van het OM toestemming gegeven voor de deal die toenmalig officier van justitie Teeven sloot met de crimineel Cees H.?

Antwoord 1

Ja.

2

Hoe kan het dat u nog steeds niet weet hoeveel er feitelijk is overgemaakt terwijl zowel Nieuwsuur als advocaat Kuijpers documenten (bonnetjes) hebben waaruit blijkt dat het OM in 2001 4,7 miljoen gulden heeft overgemaakt aan de drugshandelaar?

Antwoord 2

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

3

Blijft u bij uw eerdere woorden tijdens het debat in de Tweede Kamer dat de deal om veel minder geld ging, namelijk 2 miljoen gulden waarvan 750.000 gulden naar Justitie ging?

Antwoord 3

In mijn eerdere brieven aan uw Kamer heb ik aangegeven dat, mocht als gevolg van mijn beantwoording in het debat van 13 maart 2014, de indruk zijn gewekt dat ik over exacte betalingsgegevens beschikte, ik dat betreur. In het debat van 13 maart 2014 heb ik aangegeven dat ik geen onderzoek had gedaan naar de betreffende bankrekeningen. In het debat heb ik wel een rekensom gemaakt en die gebaseerd op de bedragen die waren vermeld in het advies van het Bureau Ontneming Openbaar Ministerie (BOOM) van 4 februari 2000 en op de afspraken tussen partijen, zoals neergelegd in de schikking, zoals bij uw Kamer bekend. Uit deze stukken bleek dat er ten tijde van de schikking ca. 2 miljoen gulden onder beslag lag. Dit bedrag is door mij in het debat van 13 maart 2014 genoemd. Op dat moment beschikte ik echter niet over documentatie over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking.

Uit het onderzoek van Van Brummen volgt, zoals ik in mijn brief van 3 juni 2014 heb medegedeeld, dat uit aangetroffen documenten naar voren komt dat de bankrekeningen en de daaraan gekoppelde effectenrekeningen die zijn genoemd in de schikking en die in het debat van 13 maart 2014 aan de orde zijn geweest, in 1993 een waarde vertegenwoordigden van fl. 2.945.101,45. De Tweede Kamer heeft vertrouwelijk inzage gehad in het rapport van de heer Van Brummen. Een sluitende verklaring voor de verschillen tussen de genoemde bedragen valt echter niet te geven, zo concludeert ook de heer Van Brummen.

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.

4

Hoe kan het dat de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zich niet meer kan herinneren welk bedrag met de deal was gemoeid, terwijl hij vorig jaar nog letterlijk tegen een journalist heeft gezegd: «U weet niet alles en ik wel»?

Antwoord 4

Ik, en directeur-generaal namens mij, heb met de Staatssecretaris gesproken over de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking. De heer Van Brummen heeft de herinneringen van de heer Teeven betrokken bij zijn bevindingen en vastgesteld dat de betrokkenen, inclusief de Staatssecretaris, onvoldoende herinneringen hebben aan de feitelijke financiële afwikkeling.

Er kondenop basis van de bevindingen van de heer Van Brummen door mij geen onderbouwde uitspraken worden gedaan over de feitelijke financiële afwikkeling.

Zoals ik u in mijn brief van 9 juli 2014 heb medegedeeld, zagen de in vraag 14 bedoelde uitspraken van de heer Teeven op de schikking en op andere zaken die de Staatssecretaris tijdens zijn loopbaan als officier van justitie had behandeld en niet zozeer op de feitelijke financiële afwikkeling van de schikking. Op dat laatste zag het onderzoek van de heer Van Brummen.

5

Kunt u meer informatie geven over de exacte details van de deal? Welk kenmerk en parketnummer en welke rekeningnummers maakten hier deel van uit?

Antwoord 5

De betalingsgegevens zoals door Nieuwsuur gepresenteerd hebben aanleiding gegeven voor een nieuwe zoekslag binnen mijn Ministerie. Deze zoekslag heeft er toe geleid dat de specifieke betalingskenmerken in mijn systemen zijn gevonden.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

Kamerstuk 29 279, nr. 219.

Naar boven