Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201534000-J nr. 8

34 000 J Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2015

Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 november 2014

Bij deze reageer ik, mede namens de Minister van Financiën, op het verzoek van mevrouw Schouten van CU en de heer Koolmees van D66 om geïnformeerd te worden of de huidige planningstermijn van het Deltafonds tot en met 2028 knellend is voor het opstarten van grote projecten op het gebied van waterveiligheid. Het kabinet ontving dit verzoek tijdens de Algemene financiële beschouwingen van 25 september jl. waarop mijn collega van Financiën een reactie per brief aan uw kamer heeft toegezegd (Handelingen II 2014/15, nr. 6, items 4 en 9).

In het Deltaprogramma 2015 zijn de voorstellen voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën opgenomen. Hiermee werken we aan een land dat robuust is ingericht en de extremen van het klimaat veerkrachtig kan opvangen, aan een leefbaar, bewoonbaar en economisch sterk Nederland. De planningshorizon daarbij is 2050 met een doorkijk naar 2100. Daarbij wordt gewerkt met een adaptieve benadering. Zoals in het Deltaprogramma 2015 opgenomen gaat het om een investeringsopgave voor waterveiligheid en zoetwater van circa 20 miljard euro tot 2050. Het is duidelijk dat dit ook na 2028 forse investeringen zal vragen. De voeding van het Deltafonds zal dan ook na 2028 doorgetrokken moeten worden om de noodzakelijke maatregelen te kunnen uitvoeren om in 2050 te kunnen voldoen aan de nieuwe normen voor de waterkeringen (zie ook hoofdstuk 5 van het Deltaprogramma 2015). De vraag is echter wanneer dat moet gebeuren. In de beleidsagenda van de ontwerpbegroting Hoofdstuk XII is daarom opgenomen dat in 2015 wordt verkend of een verlenging van de planperiode van de fondsen wenselijk is.

Sinds 1 januari is de gewijzigde Waterwet (wetsvoorstel doelmatigheid en bekostiging hoogwaterbescherming) van kracht geworden. Hiermee is de structurele bekostiging geborgd van de huidige maatregelen binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma voor de versterking van primaire waterkeringen in beheer bij de waterschappen. In deze gewijzigde Waterwet is tevens opgenomen dat in het Deltaprogramma voor de komende 6 jaar een gedetailleerde programmering wordt opgenomen met een doorkijk van 12 jaar.

De nieuwe veiligheidsnormen waar de primaire waterkeringen aan moeten voldoen en de bijbehorende financiële afspraken zullen worden verankerd via een aanpassing van de Waterwet.

Binnen deze kaders bevat het huidige Deltafonds een hoge mate van flexibiliteit in de programmering. Er wordt veelal gewerkt met programma’s in plaats van individuele projecten, waarvoor budgetten worden gereserveerd in de begroting. De besluitvorming over de projecten binnen de programma’s gebeurt volgens de MIRT-systematiek en binnen het nieuwe HWBP ook op basis van urgentie. Op deze wijze wordt er dus consequent vooruit gekeken, maar worden er pas verplichtingen aangegaan zodra de realisatiefase van een project start. Dit is, afgezien van PPS-contracten, voor de periode na 2028 op dit moment niet het geval.

Hoewel een verlenging van de looptijd van het fonds op enig moment zeker aan de orde zal zijn, kan er vooralsnog binnen de vigerende wettelijke en budgettaire kaders voortvarend gewerkt worden aan het realiseren van de waterveiligheidsopgave. Mochten er desondanks toch projecten zijn die een specifieke uitzondering op de looptijd van het Deltafonds tot en met 2028 vragen, dan zal het kabinet een dergelijke uitzondering op de looptijd in overweging nemen. Mocht dit aan de orde komen dan zal ik uw kamer hier te zijner tijd over informeren.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus