Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533990 nr. 9

33 990 Uitvoering van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169)

33 992 (R2034) Rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169 en Trb. 2014, 113)

Nr. 9 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2015

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 22 mei 2015 verzocht om het plan van aanpak voor de implementatie van het VN Verdrag Handicap te ontvangen ten behoeve van de verdere behandeling van de wetsvoorstellen in het kader van de ratificatie van het VN Verdrag Handicap. Met deze brief voldoe ik aan uw verzoek. In de bijlage1 treft u het voorlopige plan van aanpak aan zoals dat is afgestemd met de Alliantie implementatie VN-verdrag Handicap (hierna: de Alliantie)2, de VNG en VNO NCW/MKB NL en de beleidsmatig betrokken departementen bij dit Verdrag. Het plan heeft de status «voorlopig» nu de behandeling van de wetsvoorstellen door uw Kamer nog dient plaats te vinden.

Essentie van de aanpak

In het plan van aanpak wordt de visie op de implementatie van het VN Verdrag Handicap beschreven met een procesaanpak om te komen tot afspraken in de samenleving. Het plan van aanpak maakt duidelijk dat de implementatie naar de mening van de belangrijkste betrokkenen vooral een proces van cultuurverandering en vernieuwing is dat zijn beslag moet krijgen in de samenleving, met name op lokaal niveau en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid. Het realiseren van een inclusieve samenleving is immers geen kwestie van op landelijk niveau «op een knop drukken». Het vergt de inzet van veel verschillende maatschappelijke partijen, binnen de vele verschillende beleidsdomeinen die het Verdrag bestrijkt.

Afspraken over de uitgangspunten van de aanpak

In het bestuurlijk overleg op 13 februari jl. dat ik had met de Alliantie, de VNG en VNO NCW/MKB NL, zijn in gezamenlijkheid de uitgangspunten vastgesteld voor de aanpak zoals die is beschreven in het voorliggende plan van aanpak. Voorts heb ik met deze partijen afspraken gemaakt over de inrichting van een periodiek overleg op bestuurlijk niveau voor het richting geven aan de aanpak en het in de gaten houden van de voortgang en een bureau (werktitel: Platform Inclusie) om, ter uitwerking van de afspraken van het bestuurlijk overleg, activiteiten te ontplooien die bijdragen aan de implementatie van het Verdrag. Overigens zal tijdens de kwartiermakersfase de definitieve naamgeving van het bestuurlijk overleg en het bureau worden vastgesteld.

Concreet ben ik het met de eerder genoemde partijen eens over de volgende richtinggevende uitgangspunten:

Met betrekking tot de algemene uitgangspunten

  • Voor een aanzienlijk deel van het verdrag, namelijk de economische, sociale en culturele rechten geldt het uitgangspunt van verdere verwezenlijking. Het plan van aanpak ziet uitsluitend op de verdere verwezenlijking van deze ESC-rechten en niet op noodzakelijke aanpassingen in een concrete situatie.

  • Er wordt gewerkt aan een samenleving die steeds meer inclusief en toegankelijk wordt: «Inclusief beleid vraag om exclusieve aandacht.»

  • Hierbij zal sprake zijn van een proces waarbij steeds wisselende accenten moeten kunnen worden gelegd.

  • Dit proces moet zijn beslag krijgen in de gehele samenleving, dichtbij de burger. Op lokaal niveau kunnen bijvoorbeeld via de lokale agenda’s voor inclusie afhankelijk van de situatie verbeteringen tot stand worden gebracht.

  • Mensen met een beperking en hun vertegenwoordigende organisaties moeten zoveel mogelijk in staat worden gesteld om vanuit hun eigen rol een bijdrage te leveren op alle lagen en op alle onderwerpen.

  • Het verdrag vormt de basis voor de activiteiten die uit dit plan van aanpak voortvloeien. Kortom, de in het verdrag benoemde uitgangspunten voor een inclusieve samenleving duiden het streefbeeld van ons handelen en geeft richting.

Met betrekking tot de rol van de overheid

  • Nadat een verdrag is geratificeerd is de overheid er voor verantwoordelijk dat het verdrag wordt nagekomen. Dat betekent onder meer dat nieuwe wet- en regelgeving niet in strijd mag zijn met het verdrag.

  • Het is ook de overheid die er voor moet zorgen dat twee jaar na ratificatie en daarna elke vier jaar een rapport wordt ingediend bij het VN-comité over de maatregelen die zijn genomen en over de voortgang die is geboekt.

Met betrekking tot het periodieke bestuurlijk overleg en het bureau

  • Om tot afspraken te kunnen komen en uitwerking te geven aan de in het bestuurlijk overleg gemaakte afspraken, worden een bestuurlijk overleg en een bureau Platform Inclusie (werktitel) ingericht.

  • Het overleg is bedoeld om op bestuurlijk niveau met de belangrijke partijen, zoals in ieder geval de Alliantie, de VNG en VNO NCW/MKB NL richting geven aan de aanpak en de voortgang van de implementatie van het Verdrag te analyseren en waar nodig bij te sturen. Het overleg biedt de mogelijkheid voor gezamenlijke reflectie en bespreking van mogelijke initiatieven die (lokaal) het beoogde effect zouden kunnen sorteren. Daar waar in het kader van implementatie beoogde stappen niet of vertraagd tot uitvoering komen is dit een bespreekpunt in het bestuurlijk overleg.

  • Het bureau heeft als doel om de beweging die nodig is in de samenleving, aan te zwengelen. Het vergroten van de bewustwording en de noodzaak voor een lokale aanpak dichtbij de burger staan daarbij centraal.

  • Er is een functionele verbinding tussen het landelijke bestuurlijk overleg en het bureau: het bestuurlijke overleg fungeert als opdrachtgever van het bureau.

  • Er worden afspraken gemaakt door allerlei organisaties en combinaties van organisaties, die bestaande of nieuwe activiteiten gaan uitvoeren. Onder andere zijn dat mensen met een beperking en hun representatieve organisaties, werkgevers, bedrijfsleven, gemeenten, rijksoverheid en een groot aantal andere maatschappelijke organisaties. Zij functioneren als gelijkwaardige partners waarbij een natuurlijke relatie wordt geborgd tussen het bureau en het netwerk van de organisaties die in het bureau participeren.

  • Deze afspraken worden gemaakt in de vorm van een zogenaamde «pledge», een plechtige belofte waarin de doelen, activiteiten en het delen van de voortgang en ervaringen beschreven staan en wat de partners concreet zullen doen. Met de ondertekening van een pledge committeren relevante actoren zich aan de gemaakte afspraken waarop zij dan ook aanspreekbaar zijn.

  • Op basis van deze afspraken zullen vervolgens concrete activiteiten met tijdspaden en meetbare doelen worden uitgezet.

Ik heb het voornemen de voorbereiding van het oprichten van het bureau met betrokken partijen nu ter hand nemen, zodat na de ratificatie van het verdrag ook vlot kan worden gestart met de daadwerkelijke implementatie.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

waarin Ieder(in), LPGGz, LFB, Per Saldo en de Coalitie voor Inclusie

zijn verenigd