Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201633885 nr. 15

33 885 Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche

Nr. 15 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER STAAIJ

Ontvangen 16 juni 2016

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel Fb een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fba

Na hoofdstuk 3 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 3A UITSTAPPROGRAMMA’S

Artikel 26a

De gemeenteraad stelt een beleidsvisie vast over de mogelijkheden tot hulp bij het beëindigen van de werkzaamheden van prostituees en de wijze waarop prostituees hierover worden geïnformeerd, tenzij ingevolge artikel 23 bij gemeentelijke verordening is bepaald dat geen vergunning wordt verleend.

Toelichting

De Minister schrijft aan de Eerste Kamer over uitstapprogramma’s: «Stoppen met het werk in de prostitutie is vaak moeilijk. Vanwege het stigma op het beroep ontstaat een hiaat in het CV van de betrokkene wat het vinden van werk buiten de sector bemoeilijkt. Veelal is het ook geestelijk een zeer zware opgave om de stap te zetten naar een ander beroep. Het is derhalve voor deze doelgroep van belang dat er speciale programma’s zijn om definitief te breken met het werk als prostituee.» (32 211, O)

Nog lang niet alle gemeenten die te maken hebben met prostitutie informeren prostituees over een uitstapprogramma of de mogelijkheden voor omscholing. Dat blijkt uit het rapport «Prostitutie in Nederland anno 2014». Uit deze nulmeting blijkt dat in slechts 11 procent van de gemeenten aandacht is voor uitstappen. Volgens «Prostitutie in Nederlandse gemeenten» uit 2014 zou het zelfs maar over zes procent gaan. Meer dan de helft van de prostituees blijkt wel eens of vaak aan uitstappen te denken, maar bijna de helft van hen weet niet waar men terecht kan.

Het is belangrijk dat gemeenten ter bescherming van prostituees en ter voorkoming van mensenhandel, dwang en uitbuiting actief beleid voeren om bekendheid te geven aan de mogelijkheden voor uitstapprogramma’s en hier ook concreet invulling aan geven. Dit artikel schept de verplichting voor gemeenten om hierover beleid te ontwikkelen.

Concrete invulling van dit beleid kan onder meer plaatsvinden door het aanbieden van informatiefolders bij instellingen voor gezondheidszorg, informatie via de website van de gemeente, het inhuren van (maatschappelijke) hulp door organisaties die in deze sector werkzaam zijn, projecten voor omscholing en werkbegeleiding.

Van der Staaij