Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 november 2016
Met deze brief voldoe ik aan twee nog openstaande toezeggingen die ik heb gedaan tijdens
de behandeling van het wetsvoorstel ter verlenging van de termijnen voor de verlening
van het Nederlanderschap (Kamerstuk 33 852) op 8 juni 2016 (Handelingen II 2015/2016, nr. 93, items 3 en 9). Daarbij heb ik
u tevens toegezegd u voor de begrotingsbehandeling van Veiligheid en Justitie te berichten.
Naar aanleiding van het debat met de bijzondere gedelegeerde van de Staten van Aruba,
dhr. Bikker, heb ik toegezegd u te informeren over de uitkomst van mijn overleg met
de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACVZ) over mogelijke advisering inzake
de sinds 1 januari 2011 geldende dubbele taaltoets als voorwaarde voor naturalisatie
in Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba.
De ACVZ heeft mij laten weten dat het debat zoals dat is gevoerd in de Tweede Kamer
en het gevorderde stadium van behandeling van het wetsvoorstel ter verlenging van
de termijnen voor de verlening van het Nederlanderschap voor de commissie geen aanleiding
vormen om advisering te initiëren. Ook zie ik zelf geen aanleiding om advies te vragen.
Naar aanleiding van de tijdens het debat aangehouden motie van het lid Marcouch (Kamerstuk
33 852, nr. 36), heb ik toegezegd u te informeren over een mogelijk uit te laten voeren onderzoek
naar de voor- en nadelen van het hebben van een dubbele nationaliteit.
Ik kom tot de vaststelling dat er in het afgelopen decennium al relatief veel publicaties
over dit onderwerp zijn verschenen. Omdat er al zoveel is geschreven over dit onderwerp
zie ik geen meerwaarde in een nieuw onderzoek. Ik geef u hieronder een beknopt overzicht
van een aantal onderzoeken.
IJkpunten in de publicaties op dit gebied zijn een voorstudie van de ACVZ, getiteld
Verkenning meervoudige nationaliteit en het daaropvolgende rapport van de ACVZ, getiteld Nederlanderschap in een onbegrensde wereld1, beide uit 2008. Het rapport verkent onder meer het begrip loyaliteit en de implicaties
van meervoudige nationaliteit aan de hand van strafrechtelijke of familierechtelijke
procedures. De ACVZ heeft ten behoeve van dit rapport door het Sociaal en Cultureel
Planbureau (SCP) ook onderzoek laten verrichten naar de samenhang tussen integratie
en meervoudige nationaliteit. De studie van het SCP, getiteld Dubbele nationaliteit en integratie, dateert eveneens uit 2008. Het rapport bevat tevens een inventarisatie van de rechten
en de plichten (die enigszins te herleiden zijn tot de voor- en de nadelen voor de
burger) die uit het bezit van de Nederlandse nationaliteit voortvloeien.
Een vergelijkende studie tussen Zweden, Duitsland, Polen, Nederland en Turkije toont
aan dat grote verschillen in nationaliteitswetgeving bestaan, die voortkomen uit historische
ontwikkelingen.2 Debatten over dubbele nationaliteit zijn niet uniek voor deze tijd noch voor Nederland.3 Een vergelijkende studie tussen Italië, Frankrijk, Nederland en Spanje toont het
gebrek aan harmonisatie in nationaliteitswetgeving en de gevolgen die daaruit voortvloeien.4 Er is meer migratie tussen zendende en ontvangende landen die het hebben van een
dubbele nationaliteit toestaan. Er is minder migratie tussen landen die het hebben
van een dubbele nationaliteit niet toestaan.5
Ik ben mij ervan bewust dat een onderwerp als het bezit van meer dan één nationaliteit
op een brede belangstelling kan rekenen. De oorzaak van het bezit van meer dan één
nationaliteit is overigens divers. Meervoudige nationaliteit ontstaat in de meeste
gevallen door geboorte uit ouders met verschillende nationaliteiten en in mindere
mate na naturalisatie.
Het belang dat een staat erbij heeft dat zijn burgers geen andere nationaliteit bezitten,
bestaat in de regel hierin, dat de betrekkingen tussen overheid en burger, de rechten
en plichten die over en weer bestaan, vrij blijven van inmenging door andere staten.
Het is immers onwenselijk dat een burger, die in Nederland woont, zich aan zijn verplichtingen
jegens de Nederlandse overheid en samenleving kan onttrekken met een beroep op verplichtingen
die hij jegens een andere overheid heeft.
Naar mijn mening zijn over het hebben van meer dan één nationaliteit inmiddels de
onderscheidenlijke facetten voldoende inzichtelijk. Ik verwacht niet dat nader onderzoek
nieuwe inzichten zal opleveren.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
K.H.D.M. Dijkhoff